U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Rectificatie Omgevingsvisie Venlo 2040

Artikel I

Dit besluit betreft de wijzigingen in 'bijlage A'.

Artikel II

Dit besluit betreft een technische rectificatie van de op 15 mei 2025 vastgestelde Omgevingsvisie Venlo 2040. Deze rectificatie corrigeert de onjuistheden uit de eerdere publicatie en brengt deze in overeenstemming met de vastgestelde visie.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking.

Bijlage A

A

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Foto ingezonden door: Marlie Stoelinga

Het jaar 2040 lijkt nog ver weg. Toch is het dichterbij dan het lijkt. Want nú bedenken we samen hoe onze leefomgeving er dán uitziet. Met deze omgevingsvisie kijken we vooruit naar het jaar 2040 en schetsen we wat voor gemeente we dan willen zijn: Venlo als krachtig stedelijk gebied in een dynamische regio, omgeven door vitale, leefbare dorpen, een toekomstbestendig buitengebied en voldoende bedrijvigheid en werkgelegenheid voor onze inwoners. Met de rust en ruimte, maar ook de hoogstedelijke kwaliteiten. Hoe we willen dat onze leefomgeving er dan uitziet, welke keuzes we daartoe maken en hoe we hier met elkaar aan willen werken, staat in deze omgevingsvisie.

Werken aan een toekomstbestendige leefomgeving doe je samen. We hebben deze omgevingsvisie dan ook gemaakt samen met inwoners, belanghebbenden en de politiek. De visie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid van onze gemeente voor de komende jaren. Daarnaast beschrijven we hoe we daar op hoofdlijnen uitvoering aan willen geven. We willen hiermee uitnodigen, inspireren en tegelijkertijd ruimtelijke kaders stellen. 

We zien deze omgevingsvisie ook als een uitnodiging om samen met ons te werken aan een toekomstbestendige leefomgeving. Onze gemeente staat aan de vooravond van een stevige groei de komende jaren. Deze groei gaan we samen vormgeven. Tijdens het opstellen van deze omgevingsvisie hebben we gemerkt dat er animo leeft in onze wijken en dorpen om mee te denken over de toekomst van onze leefomgeving. Deze energie houden we graag vast – om ook richting 2040 te zorgen voor een gemeente waarin het fijn wonen, werken, ondernemen en verblijven is.

B

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Foto ingezonden door: Eric Sweijen

De bestaande kwaliteiten van Venlo zijn een belangrijke onderlegger voor het gesprek over de toekomst. Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste ruimtelijke en maatschappelijke kwaliteiten van onze gemeente; deze vormen de basis waarop we de omgevingsvisie bouwen. Want anno 2024 bestaat de gemeente Venlo uit een ondernemende, internationaal georiënteerde stad in het groen, omgeven door hechte en betrokken dorpen, met elkaar verbonden door de Maas. Een gemeente waar we vanuit een rijke historie samenwerken aan de wereld van morgen, en vandaag de kwaliteit van het leven vieren. Deze kernwaarden nemen we mee naar 2040.

C

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Foto ingezonden door: Koos Galema

In 2040 is de gemeente Venlo een sterke en aantrekkelijke gemeente waarin Venlonaren én nieuwkomers een plek hebben verworven, er is ruimte voor nieuwe economische verdienmodellen om inwoners van werk en inkomen te voorzien en water- en bodemsystemen zijn sturend geworden in al onze ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij vergeten we niet waar we vandaan komen; de historische gelaagdheid in de gemeente is ons fundament voor de toekomst. Onze stad, dorpen en landelijk gebied staan in verbinding met elkaar, met de regio en in harmonie met de Maas. We zijn qua omvang gegroeid en meer mensen voelen zich thuis in de gemeente. Venlo biedt ruimte om te wonen, werken, leren, ondernemen, genieten en recreëren. Hiervoor waren scherpe keuzes nodig. Want de complexe opgaven en transities – op het gebied van wonen, gezondheid, duurzaamheid, grondstoffen, voorzieningen, klimaat, erfgoed, landbouw en economie – lieten ons inzien dat doorgaan op de oude voet niet altijd mogelijk was. In het jaar 2040 kunnen we deze belangrijke beslissingen terugzien, in de fysieke leefomgeving en in het leven en werken in de gemeente Venlo. Hieronder lichten we onze keuzes toe in vijf kernambities.

D

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

4.4 Werklocaties

De gemeente Venlo heeft een cruciale positie in de regio vanwege de aanwezigheid van veel werkgevers. We zijn een belangrijke vestigingsplaats voor bedrijven in de agrofood, de maakindustrie en de logistieke sector. Enerzijds zijn er de grote Tradeports aan de westkant van de gemeente – inclusief de industriehaven, railterminal, Fresh Park Venlo, Brightlands Campus. Anderzijds zijn er kleinere bedrijventerreinen zoals Spikweien en Noorderpoort, verspreid over de rest van het grondgebied van de gemeente. Daarnaast zijn zorg en vrijetijdseconomie ook belangrijke pijlers voor onze economie. 

Ook de werkgebieden kennen een randzone, de zogenaamde economische randzones. Klimaatadaptatie is een belangrijke opgave voor bedrijventerreinen. In de randzone liggen kansen om een verbinding te leggen met het omliggend groen. Het is van belang dat ecologische verbindingen in de randzones worden geborgd.

De afgelopen decennia lag de groei van de economie en werkgelegenheid boven het landelijke gemiddelde dankzij de komst van vele hectare bedrijventerrein. Via een nieuwe economische koers zetten we nu in op duurzame economische ontwikkeling, met brede welvaart als belangrijk uitgangspunt. Hierbij zetten we in op het verbreden van het economisch profiel richting een innovatieve kennisstad in een Euregionaal centrumgebied. Het slim en efficiënt omgaan met de ruimte op de bestaande werklocaties en het versnellen van de transitie naar duurzaamheid en circulariteit zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. 

Gebiedsspecifieke keuzes naar 2040:

  • Voor de werklocaties kiezen we voor het optimaal benutten van de schaarse ruimte. Dit doen we door enerzijds te sturen op programma en segmenten (profilering) en anderzijds op milieucategorieën. Hierbij gaat het erom dat we ons inspannen om het juiste bedrijf op de juiste plek te krijgen, hierbij houden we ook rekening met omgevingsfactoren. 

    afbeelding binnen de regeling
  • Voor het behoud van een vitale economische positie hebben bedrijven ruimte nodig om te blijven ondernemen. Als gemeente zoeken we hiervoor naar de benodigde ruimte voor economische ontwikkeling. Dit doen we – in de geest van onze economische visie – met brede welvaart als uitgangspunt. Economische ontwikkelingen moeten een meerwaarde hebben voor de inwoners van de gemeente Venlo. Dit betekent dat we de druk op het landschap zo veel mogelijk beperken.  

    • Specifieke economische functies willen we in beginsel laten landen op de daartoe aangewezen gebieden, denk aan industriële bedrijvigheid, kantoren, reguliere bedrijvigheid, glastuinbouw, retail en perifere detailhandel. 

    • We zoeken de ruimte op bestaande bedrijventerreinen. Dit doen we door bestaande ruimte beter te benutten via herstructurering, bijvoorbeeld met hogere bouwhoogtes, dubbelgebruik en het creëren van schuifruimte via verplaatsing. Met de beoogde gefaseerde transformaties van een aantal verouderde werklocaties (zie paragraaf 4.2) zal verplaatsing in veel gevallen aan de orde zijn. We maken werk met werk en streven ernaar dat herstructurering en transformatie gepaard gaan met een impuls aan de ruimtelijke kwaliteit. We kijken daarbij nadrukkelijk naar de inpassing van industrieel erfgoed. 

    • Vanzelfsprekend zijn we in en rondom woongebieden terughoudend met de ontwikkeling van grootschalige percelen. Hiermee voorkomen we bovenmaatse geluids-, verkeers- en geuroverlast onder inwoners.  

    • Bij nieuwe bedrijfsvestigingen en uitbreidingen van bedrijven die gebruik maken van arbeidsmigranten worden ook de toenemende huisvestingsvraag en leefbaarheids- en sociale vraagstukken meegewogen.

  • Daarnaast zoeken we naar extra ruimte voor nieuwe werklocaties. Het gaat hierbij specifiek om 40 ha. zoekruimte voor het  lokale en regionale MKB. Deze zoekvraag wordt nader uitgewerkt, maar zal aangevlogen worden langs de volgende ruimtelijke principes: 

    • We zoeken eerst de ruimte binnen de bestaande contouren van werklocaties oa. door betere benutting van de planologische ruimte. 

    • We zoeken ruimte binnen de transformatielocaties, zoals op de Keulse Barrière.  

    • Daarna gaan we pas kijken naar het toevoegen van nieuwe werklocaties aansluitend op stedelijk weefsel, bijvoorbeeld op de Trade Ports.  

    • Als laatste mogelijkheid onderzoeken we de mogelijkheden voor het toevoegen van nieuwe werklocaties buiten de bestaande contouren.

  • We zetten ons samen met het bedrijfsleven in om de werklocaties te verduurzamen en klimaatadaptief te maken. We voegen – waar mogelijk – extra groenvoorzieningen toe om het hitte-eiland tegen te gaan, maar we stimuleren het bedrijfsleven om hier ook een slag in te slaan. We zien hierin een verantwoordelijkheid voor het bedrijfsleven om hun verharde percelen aan te pakken en werk te maken van ontstening. Daarnaast stellen we nieuwe  kwalitatieve randvoorwaarden op voor (nieuwe) vestiging of uitbreiding van bedrijven. Dit doen we bijvoorbeeld op het gebied van circulair gebruik van grondstoffen en duurzaam ruimtegebruik. Hiernaast zet de gemeente Venlo zich samen met strategische partners in voor versnelde verduurzaming en meer maatschappelijke waarde op bestaande werklocaties.  

  • We houden vast aan het ontwerpprincipe voor Tradeport-Noord, een bedrijventerrein in een groen casco. Waarbij er op de Trade Ports ecologische verbindingen zijn van noord naar zuid en van oost naar west, deze blijven we versterken. Hiermee geven we invulling aan de Rijksopgave. Daarnaast zien we in de verduurzamingsopgave ook koppelkansen met een aansluiting op de Delta Rhine Corridor.  

  • We continueren de doorontwikkeling van de Brightlands Campus tot een volwassen campus waar ondernemers, wetenschappers en studenten samenwerken aan onderzoek naar gezonde en duurzame voeding, future farming en bio-circulaire economie. Deze campusontwikkeling is een van onze majeure opgaven en hiermee verhogen we het kennisniveau in onze regio, leiden we talent op voor toekomstige maatschappelijke opgaven en dragen we bij aan gezonde en duurzame voeding voor iedereen. Om de campus door te ontwikkelen is een goede bereikbaarheid met de binnenstad, stations, bedrijventerreinen en onderwijsinstellingen in Venlo randvoorwaardelijk. Dit is een multimodale opgave waarbij de focus primair ligt op openbaar vervoer en de fiets. Daarnaast is studentenhuisvesting op de campus in ontwikkeling en is dit onlosmakelijk verbonden met een succesvol onderwijsprogramma op deze locatie. Op dit moment verkennen we de mogelijkheden voor studentenhuisvesting op de campus inclusief passende voorzieningen. 

  • Met uitzondering van studentenhuisvesting op de Brightlands Campus zien we op de werklocaties geen ruimte voor (grootschalige) woningbouwontwikkelingen. Op werklocaties kan enkel sprake zijn van short-stay huisvesting.  

  • We continueren de havenontwikkeling, dit is een van onze majeure opgaven. Bij het werken aan het toekomstbestendig maken van de industriehaven pakken we koppelkansen met verduurzaming, hoogwaterbescherming, veiligheid (tegengaan ondermijning). Watergebondenheid van de bedrijfsactiviteiten in de industriehaven is het uitgangspunt. Zo benutten we de unieke positie en het multimodale karakter van de industriehaven optimaal. Zo kan er worden ingezet op het verkleuren van droge naar natte bedrijvigheid, het verduurzamen van vastgoed en het vergroenen en ontstenen van de openbare ruimte ten behoeve van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Ook kan de haven zo ingezet worden als hub voor onze circulaire economie. Voor de doorontwikkeling van de haven is de verplaatsing en inpassing van een nieuwe jachthaven in de Océ Weerd noodzakelijk. 

  • In de glastuinbouwgebieden ‘t Ven-Noord en Meelderbroek bieden we ruimte door middel van herordening en/of herverkaveling binnen de huidige contouren, ter versterking en intensivering van deze gebieden. Denk hierbij ook aan het verbeteren van de ontsluiting en het terugdringen van niet glastuinbouw gerelateerde functies. In het glastuinbouwgebied Schandelo bieden we – vanwege landschappelijke kwaliteiten, woonkwaliteiten, bereikbaarheid en cultuurhistorische waarden – deze opties tot intensivering niet.  

  • We spannen ons in voor een optimale bereikbaarheid van de werklocaties. De Trade Port locaties – inclusief de Brightlands Campus – aan de westkant van onze gemeente hebben hierin prioriteit. De gemeente en het bedrijfsleven hebben een gedeeld belang in het op peil houden van een vlotte en veilige bereikbaarheid. Daartoe zetten we als gemeente, samen met regiogemeenten, andere overheden, vervoersaanbieders, werkgevers en terreinbeheerders, in op 

    • het (waar mogelijk) verbeteren van de ov-bereikbaarheid

    • het uitbreiden van MaaS-systemen (Mobility as a Service); 

    • het realiseren van mobiliteitshubs

    • het faciliteren van deelmobiliteitsconcepten;  

    • het faciliteren van snelfietsroutes, die naast een betere bereikbaarheid ook een gezonde leefstijl stimuleren (actieve mobiliteit);  

    • het faciliteren van elektrische mobiliteit en een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als voor de fiets; 

    • het op peil houden van de doorstroming op het wegennet, voor personenauto’s maar met name voor vrachtverkeer en hulpdiensten. 

  • Het slagen van de energietransitie hangt in onze gemeente in grote mate af van de ruimtelijke keuzes die gemaakt worden op de werklocaties. Zon op dak is daarbij het uitgangspunt, daarnaast zetten we in op meer aanbod van duurzame brandstoffen (waterstof, elektrificering) en het ontwikkelen van lokale energie hubs. We verkennen de locaties die geschikt zijn voor energie hubs met bijbehorende batterijopslag, bijvoorbeeld de Industriehaven. Zo brengen we opwek, opslag en verbruik van duurzame energie samen en verminderen we de druk op het elektriciteitsnet. 

  • We zetten in op het behouden en uitbreiden van het energienetwerk, waaronder de drie hoogspanningsstations: Dit is van groot maatschappelijk belang om nieuwe ontwikkelingen en uitbreidingen van stroom te kunnen blijven voorzien. De drie hoogspanningsstations – gelegen in Blerick, Boekend en Belfeld – zullen de komende jaren moeten worden uitgebreid. We zullen deze uitbreidingen zorgvuldig meenemen in onze plannen en streven ernaar de hoogspanningsstations op een verantwoorde wijze in de omgeving in te passen.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Figuur 13. Gebiedsuitwerking kaart en legenda Werklocaties



Sturen op milieucategorieën doen we als volgt:

  • We benutten de beschikbare milieuruimte op de werklocaties daadwerkelijk. Voor nieuwe bedrijfsontwikkelingen pakken we hierin als gemeente een meer regisserende rol, zodat milieuruimte optimaal benut wordt.  

  • Zwaardere bedrijvigheid clusteren we zoveel mogelijk op de terreinen die we daarvoor aanwijzen. We zetten hiermee in op economische clustervorming met verdere doorontwikkeling van de Trade Ports via herstructurering en intensivering. Dit zijn de plekken waar regionale en (inter)nationale bedrijvigheid zich concentreert en er ruimte is voor bedrijvigheid met reguliere industriële bedrijfsactiviteiten (milieucategorieën 3 en 4) en zware industriële bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 5).  

  • Op bedrijventerreinen met milieucategorieën 1 en 2 bieden we op termijn meer ontwikkelmogelijkheden voor hoogwaardige woon-werkmilieus.  

  • Op het kaartbeeld van figuur 13 geven we per gebied de hoogst geldende milieucategorie weer.

Sturen op type bedrijvigheid en sectoren (profilering) doen we als volgt:
afbeelding binnen de regeling

[14] [15] [16]

E

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

afbeelding binnen de regeling

Venlo maakt een schaalsprong 

De ambitie voor onze toekomst is hoog. We zetten de komende jaren in op een schaalsprong. Een forse, maar geregisseerde groei van de gemeente Venlo naar 125.000 inwoners in 2040. Dit doen we om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in de gehele gemeente op peil te houden, waaronder ook de dorpen. Het zwaartepunt van de groeiambitie van onze gemeente ligt in het Centraal Stedelijk gebied, maar er zal ook behoefte blijven aan een dorps woonmilieu. In de dorpen Belfeld, Arcen, Velden en Lomm[17]  pakken we de regie op de groeiopgave, om de leefbaarheid en het lokale voorzieningenniveau op peil te houden en in te spelen op de lokale woonbehoefte.

Om invulling te geven aan de lokale woningbehoefte zoeken we de ruimte voor woningbouw binnen de dorpskernen maar ook kijken we naar beperkte kwalitatieve uitbreiding in onze dorpsrandzones. 

De schaalsprong is niet slechts een woningbouwopgave. Als contramal van deze schaalsprong is het klimaatadaptief inrichten van onze fysieke ruimte essentieel. Enerzijds vanuit ecologisch perspectief en anderzijds om de karakteristiek van de verschillende dorpen te behouden. Daarnaast zetten we in op andere vormen van mobiliteit om de bereikbaarheid van de dorpen ook toekomstbestendig te maken. Met een schaalsprong mogen we onze identiteit niet uit het oog verliezen, erfgoed en  cultuur bieden kansen om de identiteit te behouden en versterken. Ten slotte vraagt de energietransitie ook ruimte in de dorpen. 

Venlo gaat voor een vitale leefomgeving

In 2040 zijn ontmoeting en saamhorigheid nog steeds belangrijke waarden in de dorpen. Ze zorgen voor sterke gemeenschappen en samenredzaamheid. Dit is belangrijk, omdat inwoners in de toekomst door onder meer de toenemende vergrijzing en tegelijkertijd een tekort aan arbeidskrachten, mantelzorgers, vrijwilligers en een beperkte capaciteit in verpleeghuizen ook steeds meer aangewezen zijn op elkaar. Dit gaat niet vanzelf. Ontmoeting laagdrempelig mogelijk (blijven) maken is essentieel voor vitale dorpen. We doen dit onder meer door het verstevigen van de sociale infrastructuur, het ondersteunen van het verenigingsleven en vrijwilligers en het faciliteren van een passend niveau aan voorzieningen. We hebben daarbij ook oog voor ruimte voor lokale evenementen, voldoende sportvoorzieningen, bibliotheken én investeren we vanuit het aspect mentale gezondheid in onze dorpen in onderwijs en cultuur. Wat het passend niveau aan voorzieningen is, verschilt per dorp, maar betreft in ieder geval een fysiek ontmoetingspunt. Bij onvoldoende (financieel) draagvlak voor voorzieningen, kiezen we voor nabijheid ofwel een optimale bereikbaarheid van de voorzieningen in naburige kernen. In beginsel gaan we maatschappelijke functies en sociale voorzieningen zoveel mogelijk clusteren in één gebouw of Dorpsaccommodatie.[18] We kijken hierbij nadrukkelijk naar koppelkansen met (mede)gebruik van (vrijkomende) kerkgebouwen, die van oudsher centraal in de dorpen zijn gelegen.

We zorgen ervoor dat er voldoende woningen zijn zodat bijvoorbeeld  ouderen goed oud kunnen worden in hun eigen woonomgeving, maar ook jongeren hun wooncarrière kunnen starten in eigen dorp. Want bouwen is sociaal investeren. Dit doen we door voor de korte en de lange termijn groei te faciliteren die aansluit bij de eigen identiteit en schaal van onze dorpen. We hebben hierbij extra aandacht voor levensloopbestendige woningen, knarrenhofjes, mantelzorgwoningen, meergeneratiewoningen, woningen voor starters en sociale huurwoningen. De extra woningbouw moet specifiek een bijdrage leveren aan de diversiteit van woningtypen en doelgroepen, het bevorderen van  doorstroming en behoud van voorzieningen.

Op het gebied van inbreiding ondersteunen we in onze dorpen kleinschalige projecten in transformatie, herstructurering en het invullen van beschikbare ruimte. Hierbij kijken we nadrukkelijk naar hergebruik van leegstaande karakteristieke bebouwing met erfgoedwaarde. Deze ontwikkelingen vereisen per definitie maatwerk op elke locatie en samenwerking met bewoners. Want we vinden het belangrijk dat de kwaliteit van de woon- en leefomgeving centraal staat, er voldoende groen en water behouden blijft (goed in verhouding met het aantal toe te voegen vierkante meters verharding) én dat het dorpse karakter versterkt wordt. Hierbij is het uitgangspunt dat we koppelkansen zoveel mogelijk benutten. Dat wil zeggen dat we nieuwe projecten altijd in samenhang bekijken met maatregelen die we nemen in het kader van de energietransitie en het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. 

Venlo zet in op een mobiliteitstransitie

We zetten in op goede bereikbaarheid en het voorkomen van vervoersarmoede. We kiezen daarom voor inclusieve mobiliteit: betaalbaar en frequent openbaar vervoer tussen efficiënte mobiliteitsknooppunten in de dorpen. We sluiten het lokale mobiliteitssysteem zo goed mogelijk aan op de drie treinstations, maar ook op knooppunten buiten de gemeente. Aanvullend op deze publieke mobiliteit zoeken we naar mogelijkheden om deelmobiliteit in de dorpen verder uit te breiden. Daarnaast zetten we in op het toevoegen van  veilige (snel)fiets- en wandelpaden, zoals de snelfietsroute langs de Maas waar alle dorpen op worden aangehaakt. Wanneer meer inwoners de fiets of het OV pakken, heeft dit een positief effect op de verkeersveiligheid. Ten slotte zien we dat veel mensen in de dorpen afhankelijk blijven van  autovervoer; hiervoor blijven we ruimte bieden. We combineren dit zo veel mogelijk met groenvoorzieningen en zorgen ervoor dat de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s uitgebreid wordt. 

In de dorpen onderscheiden we de volgende typen stadsrandzones:

  • In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap.  

  • In de Maasrandzone hebben ontwikkelingen op het gebied van natuur, landschap en water hebben hier de prioriteit boven alle andere opgaven. In het stroomvoerend en waterbergend regime is in het geheel geen andere ontwikkeling mogelijk. Kansen liggen er in het beleefbaar maken en vergroten van de gebruikswaarden.

Venlo werkt aan een waardevolle economie

De gemeente Venlo wil ook in de toekomst voor MKB in de dorpen ruimte bieden. Lokaal MKB is belangrijk voor de dorpen. Lokale ondernemers leveren bijvoorbeeld hun bijdrage in het verenigingsleven en bevorderen op deze manier de leefbaarheid. We zoeken voor lokaal MKB in beginsel ruimte op bestaande bedrijventerreinen door de bestaande ruimte beter te benutten via herstructurering. We zijn in en rondom de dorpen  terughoudend met de ontwikkeling van grootschalige percelen aan bedrijventerreinen. Onder meer vanwege het voorkomen van veel geluids-, verkeer- en geuroverlast onder inwoners en het voorkomen van verdere ‘verdozing’ van het landschap rond de dorpen. We zoeken aansluiting bij de maat en schaal die passend is bij het dorp.

Venlo wordt klimaatbestendig

We versterken onze groen-blauwe kwaliteiten in de openbare ruimte en zorgen voor blijvende verbindingen van groen-blauwe structuren met het omringende landschap. Waar nodig combineren we dit met het nemen van maatregelen voor klimaatadaptatie en circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte. We hebben hier aandacht voor historische landschapselementen en watersystemen. Onze dorpen worden gekenmerkt door hun ligging aan de Maas, hoogwaterveiligheid is daarom een belangrijke opgave. Uiteraard zorgen we er samen met onze partners voor dat de dijken op orde zijn. De Maas biedt daarnaast kansen voor recreatie, we werken daarom aan het beleefbaar maken van de rivier en haar oevers.

We streven op termijn naar aardgasvrije dorpen, en daarom spannen we ons eerst in om samen met woningeigenaren en woonpartners de energetische kwaliteit van woningen te verbeteren. Daarnaast zullen we – waar dat nodig is – ruimte bieden aan de voorzieningen die gepaard gaan met de energietransitie zoals trafohuisjes, warmtepompen en warmteoverdrachtstations. We stimuleren duurzame energieopwekking via lokale initiatieven in de dorpen. Draagvlak van onderop is hier leidend, en de baten vloeien zo veel mogelijk terug naar de lokale gemeenschap.

F

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Foto ingezonden door: N. Verschaereners

Foto ingezonden door: N. Verschaereners

Venlo maakt een schaalsprong 

De ambitie voor onze toekomst is hoog. We zetten de komende jaren in op een schaalsprong. Een forse, maar geregisseerde groei van de gemeente Venlo naar 125.000 inwoners in 2040. Dit doen we om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in de gehele gemeente op peil te houden. Als contramal van deze schaalsprong is een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied noodzakelijk. Met de term  toekomstbestendig bedoelen we dat de ontwikkelingen in het buitengebied duurzaam zijn, vanuit een sociaal, economisch en natuurlijk evenwicht. Dit betekent dat we onze groen-blauwe structuren versterken en dat we het leidend principe hanteren dat stedelijke functies niet thuis horen in het buitengebied. De transitie in het buitengebied en het versterken van de natuur hand in hand gaan met behoud en herstel van cultuurhistorische erfgoedwaarden.

We geven de komende jaren vorm aan de transitie in ons buitengebied. Hierbij gaat het om de (1) water- en bodemopgave, (2) natuuropgave en (3) transitie in de agrarische sector, waarvoor we – in samenhang met elkaar – een duurzaam toekomstperspectief willen schetsen. Ons uitgangspunt bij het vormgeven is dat het buitengebied beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig wordt. Met de term toekomstbestendig  bedoelen we dat de ontwikkelingen in het buitengebied duurzaam zijn, vanuit een sociaal, economisch en natuurlijk evenwicht. Hierbij verliezen we de  leefbaarheid voor inwoners en ondernemers in het buitengebied niet uit het oog. En zorgen we ervoor dat de transitie in het buitengebied en het versterken van de natuur hand in hand gaan met behoud en herstel van  cultuurhistorische erfgoedwaarden.

Venlo gaat voor een vitale leefomgeving

Ook in ons buitengebied streven we naar een vitale en gezonde leefomgeving. Hierbij verliezen we de leefbaarheid voor inwoners en ondernemers in het buitengebied niet uit het oog. De transitieopgaven in het buitengebied zijn groot, wat ook een claim op de ruimte met zich meebrengt. Om de vitaliteit en kwaliteit van het buitengebied te behouden zorgen we ervoor dat agrarisch ondernemen, recreatie en wonen goed samengaan. Verrommeling, verloedering en kwaliteitsverlies van het buitengebied gaan we tegen. Daarom bieden we perspectief voor de agrarische sector als het gaat om stoppende agrarische ondernemers of ondernemers die willen transformeren. Hiervoor werken we ruimtelijke richtlijnen uit. Ook staan we nog steeds zeer kritisch tegenover het toevoegen van bebouwing of functies die in stad of dorp thuis horen. Onder een vitale leefomgeving verstaan we ook de landschappelijke beleving van het buitengebied. Een aantrekkelijk buitengebied maakt het immers fijn om er te verblijven voor bezoekers en inwoners. 

Venlo zet in op een mobiliteitstransitie

We zetten in op mobiliteitssysteem dat passend is bij het buitengebied. Waarbij de oude rijkswegen als een belangrijke ontsluitingsader door het buitengebied lopen. Waarbij we oog hebben voor een veilige verkeersafwikkeling bij het gebruik. Om de recreatieve potentie van het buitengebied te benutten, werken we aan een robuust fiets- en wandelnetwerk ondersteund door mobiliteitshubs. 

Venlo werkt aan een waardevolle economie

We geven de komende jaren vorm aan de transitie van de agrarische sector. We werken toe naar een toekomstbestendige agrarische sector, waar kringlooplandbouw de norm is. Dit gaat niet van vandaag op morgen en hiervoor zullen we samen met partijen moeten verkennen wat de beste weg is. De agrarische sector hoort immers bij het buitengebied als economische pijler en heeft een grote rol gehad in de vorming van het landschap. De agrarische sector blijft daarom van waarde als beheerder van ons landschap. Naast de agrarische sector is ook de vrijetijdseconomie een belangrijke economische pijler in het buitengebied. We sturen op toekomstbestendige verblijfsrecreatie die in balans is met andere functies. Het robuust fiets- en wandelnetwerk maken we mede beleefbaar door het faciliteren van kleinschalige recreatieve voorzieningen. Bij voorkeur aan onze toeristische hoofdstructuur. 

Venlo wordt klimaatbestendig

Om de grillen van klimaatverandering op te vangen is een veerkrachtig buitengebied vereist. Door water en bodem leidend te maken kunnen we natte en droge periodes beter opvangen. We versterken onze groen-blauwe kwaliteiten in het buitengebied en zorgen voor blijvende verbindingen van groen-blauwe structuren. We hebben hier aandacht voor ecologie, biodiversiteit, historische landschapselementen en watersystemen. 

Klimaatbestendig betekent ook dat Venlo hoogwaterveilig is. Primair betekent dit dat onze waterkeringen op orde zijn en het Maasdal klimaatrobuust is ingericht. Daarnaast maken ook de beken onderdeel uit van het watersysteem en zorgen we ervoor dat deze toekomstbestendig zijn. 

De energietransitie wordt grotendeels in het stedelijk gebied opgevangen, maar ook in het buitengebied zien we mogelijkheden voor de opwek van zonne-energie. Echter gezien de vele opgaven in het buitengebied is een zorgvuldige afweging noodzakelijk. 

G

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

6.1 Perspectief buitengebied

Het buitengebied is in transitie. Samen met de ondernemers en bewoners wordt gewerkt aan een toekomstbestendig buitengebied.

Gebiedsspecifieke keuzes naar 2040:

  • Een ander belangrijk onderdeel van het karakteristieke Venlose landschap is het natuurlijk reliëf waaronder rivierterrassen, oude Maasgeulen, beekdalen, steilranden en stuifduinen. Aantasting van het reliëf door afgraving of ophoging of het toevoegen van bebouwing vinden we onwenselijk. Landschapselementen zoals lanen, houtsingels, oude landwegen dragen bij aan de identiteit en aantrekkelijkheid van het landelijk gebied. Deze elementen behouden, versterken of herstellen wij in combinatie met andere ruimtelijke opgaven zoals de transitieopgave van het landelijk gebied: onder andere. de klimaatopgave, de bossenstrategie, realiseren van de Natura 2000-doelen, groen-blauwe dooradering en de landbouwtransitie). We zetten in op de robuustheid van natuur- en bosgebieden, zodat ze vitaal, biodivers en recreatief aantrekkelijk blijven. Ook in het agrarisch gebied zetten wij ons in om de biodiversiteit en de beleving hiervan te versterken. We werken dit uit in een ontwikkelkader landschap. 

  • Venlo heeft vier verschillende landschapstypen met hun eigen kernkwaliteiten die we willen beschermen en waar mogelijk versterken (zie hoofdstuk 2.1). Daarbinnen zijn we zuinig op de 13 cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Hier is sprake van een hoge concentratie aan erfgoedwaarden. We hebben niet alleen aandacht voor het erfgoed zelf, maar ook voor de relevante context (erfgoedbiotopen). Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden benaderen we met grote zorgvuldigheid.  

  • afbeelding binnen de regeling

    In de halfopen landschappen van het agrarisch productielandschap versterken we de bestaande groene structuren. Dit zijn met name houtwallen en kleine bosjes. Waar mogelijk breiden we dit uit. Hiermee verbeteren we niet alleen de biodiversiteit in het gebied, maar maken we ook de koppeling met cultuurhistorische landschapselementen. In de overgang tussen bebouwing en buitengebied zorgen we voor robuuste, herkenbare groenstructuren als verbindingszones: de zogenaamde ‘groen-blauwe inprikkers’. Via deze inprikkers verbinden we de kwaliteiten van het buitengebied met zowel het Centraal stedelijk gebied als de dorpen. Daarnaast geven we de directe omgeving van de dorpen vorm als groene dorpsrand. 

  • We werken aan een perspectief voor de landbouw in de gemeente Venlo en streven hierbij naar agrarische activiteiten in het buitengebied die passen bij de lokale bodem- en wateromstandigheden. Daarbij vinden we het belangrijk – in lijn met de provinciale uitgangspunten – dat iedere individuele agrarisch ondernemer in staat is om een voor hem/haar  passend transitiepad te bewandelen. Doel van dat pad is om mede invulling te geven aan een circulaire economie, voedselzekerheid en natuur- en landschapsbeheer.  

  • afbeelding binnen de regeling
    afbeelding binnen de regeling

    Figuur 15. Gebiedsuitwerking kaart en legenda Buitengebied

    Om duidelijkheid richting de toekomst te scheppen, maken we een grove  zonering voor de gewenste activiteiten in het buitengebied. Dit zijn geen harde planologische kaders, maar dienen als een richtinggevend raamwerk om de verschillende ambities in het buitengebied een plek te geven richting 2040 en verder. In de groene zone (zie kaartbeeld) krijgen doelen op het gebied van natuurontwikkeling en klimaatadaptatie prioriteit. In de gele gebieden blijft er ruimte voor buitengebied gerelateerd gebruik, zoals het agrarische productielandschap en de glastuinbouw, in harmonie met het natuurlijke systeem. Dus met de nodige aandacht voor verduurzaming, de transitie naar kringlooplandbouw, een robuust water- en bodemsysteem en het behoud van cultuurhistorische (agrarische) landschappen.  

  • We bieden mogelijkheden om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en solitaire bedrijvigheid een nieuwe invulling te geven. Dit doen we om ondermijning tegen te gaan, ontstening te bevorderen en verrommeling van het landschap te voorkomen. Hiervoor maken we een duidelijk ruimtelijk ontwikkelkader en voeren we als gemeente de regie. Het gaat daarbij om welke functie goed past op welke plek, bekeken vanuit onder meer ruimtelijke kwaliteit, omgeving, veiligheid, bereikbaarheid en afstand tot voorzieningen. Rondom de stadsranden en dorpen onderscheiden we een zone waarin VAB kan worden herbestemd voor woonfuncties, mogelijk in combinatie met geclusterd wonen voor mensen met een (lichte) zorgvraag. Direct langs de toeristische hoofdstructuur zetten we in op transformatie voor recreatieve doeleinden. Bij natuurgebieden en in het Maasdal krijgen initiatieven prioriteit die een directe bijdrage leveren aan de natuurkwaliteit van de omgeving. In alle gebieden zijn we terughoudend in de ontwikkeling van zonne-energie op vrijkomende landbouwgronden. We werken deze richtlijnen nader uit in een ruimtelijk ontwikkelkader.  

  • Verspreid door het buitengebied liggen een aantal historische linten en woonenclaves, vervlochten met het groen. Zoals Schandelo, Lingsfort, de Krosselt en de Onderste en Bovenste Molen. Landschap, erfgoed, natuur en water liggen aan de basis voor deze gebieden. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het recreatieve netwerk in het buitengebied, dit willen we waar mogelijk versterken. In de enclaves zien we mogelijkheden om bescheiden en met zorg voor landschappelijke inpassing enkele woningen te ontwikkelen. Ontwikkelingen moeten daarbij passen bij de maat en schaal van de enclave en de omliggende omgeving: groen en ruim wonen in agrarisch landelijk gebied.  

  • We markeren de kwel- en infiltratiegebieden als gebieden waar verduurzaming van de landbouwsector het meest kansrijk is. In gebieden waar grondwater aan de oppervlakte komt (kwel) of juist in de bodem wegzakt (infiltratie), zijn verschillende soorten landbouw denkbaar. Het aanpassen van agrarische bedrijvigheid naar het natuurlijke bodem- en watersysteem kan veel bijdragen aan de opgaven voor water, klimaat en biodiversiteit. 

  • Beschermen en verbeteren van natuur- en waterkwaliteit doen we door het aanleggen of verbeteren van de ecologische verbindingszone, maar ook door de samenwerking op te zoeken met partners[19]. We zorgen ervoor dat we de status van deze EVZ’s beschermen; functies die toegewezen worden aan deze gebieden zijn ondergeschikt aan de ondergrond. Rondom de Natura-2000 gebieden zetten we in op vernatting van het landschap, zodat natuurwaarden in het gebied in stand blijven. Daarbij zoeken we de juiste balans tussen natuurwaarden en recreatiemogelijkheden. Ook willen we in de toekomst voldoende en kwalitatief goed drinkwater kunnen leveren, passend bij de schaalsprong die we voor ogen hebben. Daarom is het belangrijk dat we verstandig omgaan met de natuurlijke bronnen die we hebben. We beschermen de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in het buitengebied, en we respecteren de boringsvrije zone op de Venloschol. Ten slotte streven we zoveel mogelijk naar het behoud van het natuurlijk reliëf van het landschap. Dit betekent geen grote ontgrondingen en/of ophogingen in het buitengebied. 

  • We benutten koppelkansen in het buitengebied door randvoorwaarden te stellen aan nationale of regionale energie-infra projecten die binnen het grondgebied van de gemeente Venlo vallen. We zorgen er hiermee voor dat deze projecten een duidelijke lokale koppeling krijgen waarbij het buitengebied optimaal profiteert. Denk hierbij aan de ecologische verbindingszone tussen ’t Jaomerdal en de Groote Heide, deze kan hand in hand gaan met de ontwikkeling van de Delta Rhine Corridor. Zo is er sprake van natuurcompensatie en een vermindering van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor.

H

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Foto ingezonden door: Jeannette Receveur

Met deze omgevingsvisie zetten we samen met inwoners, ondernemers, partners en organisaties koers naar de toekomstige leefomgeving van de gemeente Venlo. We brachten in beeld welke kansen en opgaven we zien voor 2040, en hoe we hier nu en in de toekomst op willen anticiperen. Het uitvoeren van onze visie kunnen we niet alleen. In dit hoofdstuk beschrijven we onze rol als gemeente en formuleren we de uitgangspunten voor samenwerking met andere partijen. Ook gaan we in op het instrumentarium van de Omgevingswet, de afspraken die we maken over monitoring en evaluatie en de financiering van de ambities.

I

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

7.2 Instrumenten voor uitvoering

Deze omgevingsvisie zien wij als als een dynamisch document, omdat de wereld om ons heen voortdurend in beweging is. We kunnen uitvoering geven aan de omgevingsvisie door de inzet van verschillende instrumenten. In de Omgevingswet zijn voor onze gemeente drie andere relevante beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen rol: het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. We lichten deze instrumenten hieronder nader toe. 

afbeelding binnen de regeling

Figuur 17. Samenhang tussen de verschillende instrumenten

Omgevingsprogramma’s

In een omgevingsprogramma worden de in de omgevingsvisie vastgelegde ambities en keuzes nader uitgewerkt voor specifieke thema’s of gebieden. Het programma is het instrument van het college van burgemeester en wethouders, waarin zij de globale beleidslijnen uit de omgevingsvisie verder uitwerken. Een programma bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In een programma worden de ambities uitgewerkt in concrete maatregelen. Er staat ook in welke middelen nodig zijn om het doel te behalen en op welke manier we als gemeente gaan sturen (sturingsfilosofie). Daarbij gaat het om aspecten zoals financiering en benodigde ruimtelijke en juridische instrumenten.

Vooralsnog is alleen het volkshuisvestingsprogramma een wettelijke verplichting. We werken nog nader uit welke opgaven we ook oppakken met een omgevingsprogramma. Dit kunnen gebiedsgerichte programma’s zijn of themagerichte programma’s.

Omgevingsplan

De juridische verankering van deze omgevingsvisie vindt plaats in het omgevingsplan. Het omgevingsplan is de opvolger van de voormalige bestemmingsplannen, beheers- en gemeentelijke verordeningen. Dit omgevingsplan vertaalt de ambities uit beleid naar concrete regels en voorschriften. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. 

De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om voor bepaalde onderwerpen  omgevingswaarden op te nemen in het omgevingsplan. Met de omgevingswaarden kunnen in bepaalde gebieden of op bepaalde thema’s strengere eisen worden gesteld dan de in rijks- of provinciaal beleid vastgelegde waarden. Deze omgevingswaarden bieden de mogelijkheid om differentiatie in doelen aan te brengen voor verschillende gebieden/thema’s. In tegenstelling tot de omgevingsvisie is het omgevingsplan bindend voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. 

Omgevingsvergunning

Initiatiefnemers die activiteiten wensen te verrichten in de fysieke leefomgeving hebben in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig. In het gemeentelijke omgevingsplan is vastgelegd voor welke activiteiten een omgevingsvergunning vereist is.

Overige beleidsinstrumenten

Naast dit instrumentarium uit de Omgevingswet kunnen we ook op andere manieren uitwerking geven aan de omgevingsvisie. Denk hierbij aan beleidsvisies, beleidskaders en beleidsregels.

Lopende projecten

Naast de uitnodigende rol om nieuwe (ruimtelijke)initiatieven mogelijk te maken, zijn er ook een aantal lopende ruimtelijke projecten die reeds invulling geven aan onze ambities en opgaven uit de visie. Deze projecten zullen we onverminderd voortzetten. Indien een project niet of minder bijdraagt aan de ambities en opgaven, maar waarvoor wel al juridisch relevante besluiten zijn genomen of rechtshandelingen zijn ondernomen, zullen we ook deze projecten onverminderd voortzetten. Wijzigingen van deze projecten zijn daarbij toegestaan, mits de ruimtelijke impact zoals beschreven in deze visie niet toeneemt. Tot juridisch relevante besluiten of rechtshandelingen worden hier gerekend: afgifte van een omgevingsvergunning, vaststelling van een omgevingsplan, samenwerkingsovereenkomst, intentieovereenkomst binnen de daarin gestelde uitvoeringstermijnen. De juridische hardheid is afhankelijk van een aantal zaken, te weten de mate van concreetheid van de afspraken, de verstreken termijn (ook waar deze niet is geconcretiseerd) en de rechtshandelingen die op basis hiervan zijn ondernomen.

J

Bijlage Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Informatie objecten

Arcen

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_42e3a0f63ff24704a270a8ed00d3e438/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_42e3a0f63ff24704a270a8ed00d3e438/nld@2025‑11‑28;3

Belfeld

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_03ae7ac621a64695874cef9962c12e23/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_03ae7ac621a64695874cef9962c12e23/nld@2025‑11‑28;3

Buitengebied

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_3313625c817140b9bba7d10a62715ba3/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_3313625c817140b9bba7d10a62715ba3/nld@2025‑11‑28;3

Centraal stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_ad0b89e270f7452baa0fc82df8285673/nld@2025‑11‑28;1

Hart centraal stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_339c59bb109e4d869da5e7982c9ba8c0/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_339c59bb109e4d869da5e7982c9ba8c0/nld@2025‑11‑28;3

Lomm

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_6c68088c7a404cbe8441381b4adec72f/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_6c68088c7a404cbe8441381b4adec72f/nld@2025‑11‑28;3

Rivierbed van de Maas

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_c1d78519a96f45909f21e96a1535c7a1/nld@2025‑11‑28;1

Stedelijke woongebieden

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_ea5e4b48f30b4532a0c752a6c54671ea/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_ea5e4b48f30b4532a0c752a6c54671ea/nld@2025‑11‑28;3

Transformatiegebieden

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_9359917f640449229622e1eadbd5c1fc/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_9359917f640449229622e1eadbd5c1fc/nld@2025‑11‑28;3

Velden

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_57d0bedfa47b45aa966b6837707c978b/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_57d0bedfa47b45aa966b6837707c978b/nld@2025‑11‑28;3

Vitale en leefbare dorpen

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_1cdc286996824261b6c38d62f7bdf5c3/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_1cdc286996824261b6c38d62f7bdf5c3/nld@2025‑11‑28;3

Werklocaties

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_b04f9b9e021042b0980ea092b01b64e2/nld@2025‑07‑10;2

/join/id/regdata/gm0983/2025/gebiedsaanwijzing_b04f9b9e021042b0980ea092b01b64e2/nld@2025‑11‑28;3

  • [14]

    Op binnenstedelijke bedrijventerreinen willen we de transitie naar wonen mogelijk maken. Deze overgang en combinaties met wonen vraagt om kleinere kavels en een schaal en maat die beter in te passen zijn in een gemengde woonomgeving.

    Terug naar link van noot.

  • [15]

    In de Economische Visie is de keuze gemaakt om in te zetten op minder grootschalige (logistieke)kavels, vanuit de gedachte dat we van volume naar waarde gaan. We spreken daarom vanaf 3 ha. van grootschalige kavels. Terug naar link van noot.

  • [16]

    De dorpskernen Boekend, Hout-Blerick, ‘t Ven en Steyl maken in deze omgevingsvisie onderdeel uit van het Centraal Stedelijk gebied als ‘dorpen aan de stad’, waarbij Op kleinschalige bedrijventerreinen werken we in ontwikkelingen altijd inzetten op het versterken en behoud van eigen dorpse identiteituiteindelijk toe naar deze maximale kavelgrootte. In de gebiedsuitwerking ‘Stedelijke woongebieden’ komen de dorpen specifieker aan bod. Terug naar link van noot.

  • [17]

    Zie: Koers GemeenschapsaccommodatiesDe dorpskernen Boekend, Hout-Blerick, ‘t Ven en Steyl maken in deze omgevingsvisie onderdeel uit van het Centraal Stedelijk gebied als ‘dorpen aan de stad’, waarbij we in ontwikkelingen altijd inzetten op het versterken en behoud van eigen dorpse identiteit. In de gebiedsuitwerking ‘Stedelijke woongebieden’ komen de dorpen specifieker aan bod. Terug naar link van noot.

  • [18]

    onder andere door (1) het versterken van onze deelname van (Eu)regionale samenwerkingsverbanden, in zowel Nationaal Park Maasduinen (conform BIO-plan) als Natuurpark Maas-Swalm-Nette(2) de (grond)waterkwaliteit in de natuurgebieden te verbeteren in het kader van de Kaderrichtlijn Water en (3) het aanleggen of verbeteren van ecologische verbindingszones (EVZ).Zie: Koers Gemeenschapsaccommodaties Terug naar link van noot.

  • [19]

    Onder andere door (1) het versterken van onze deelname van (Eu)regionale samenwerkingsverbanden, in zowel Nationaal Park Maasduinen (conform BIO-plan) als Natuurpark Maas-Swalm-Nette, (2) de (grond)waterkwaliteit in de natuurgebieden te verbeteren in het kader van de Kaderrichtlijn Water en (3) het aanleggen of verbeteren van ecologische verbindingszones (EVZ) Terug naar link van noot.

Naar boven