Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 522184 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 522184 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling samenwerking onderwijs, preventie en jeugdhulp 2026 - 2027
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de wethouder Onderwijs, Cultuur en Evenementen van 25 november 2025 met kenmerk M2507-3126;
gelet op artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, derde lid, 7, derde lid, 8 en 12a, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
overwegende, dat het vanuit het beleidskader Heel de Stad 2023-2026 en het beleidskader Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2027 gewenst is een nieuwe subsidieregeling vast te stellen voor het verstrekken van eenmalige subsidies voor de samenwerking tussen onderwijs, preventie en jeugdhulp;
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van eenmalige subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
Bij de aanvraag wordt een samenwerkingsovereenkomst bijgevoegd, waarin de samenwerkende partijen verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
Het college beslist binnen acht weken na het sluiten van de aanvraagtermijn, welke beslistermijn met twaalf weken kan worden verlengd.
Aan de penvoerder wordt de verplichting opgelegd mee te werken aan een door of namens het college uitgevoerde evaluatie van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 15 Inwerkingtreding en vervalbepaling
Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 augustus 2027, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die krachtens deze regeling zijn verleend.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 25 november 2025.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage als bedoeld in artikel 8, tweede en zesde lid, van de Subsidieregeling samenwerking onderwijs, preventie en jeugdhulp 2026 - 2027
Toelichting op de Subsidieregeling samenwerking onderwijs, preventie en jeugdhulp 2026 - 2027
Elke leerling is uniek, verdient aandacht en heeft leerrecht. Voor sommigen is er alleen net iets meer nodig. Dit kan variëren van ondersteuning vanuit school of het samenwerkingsverband passend onderwijs, tot ondersteuning door een schoolmaatschappelijk werker of een jeugdhulpverlener. De tekorten aan zorg- en onderwijsprofessionals nemen echter toe en de zorgvragen verlangen steeds meer maatwerk. Door- en uitstroom tussen onderwijs en zorgplekken lopen vast, verwijzingen naar het (voortgezet) speciaal onderwijs nemen toe en het aantal thuiszitters en vrijstellingen van de leerplicht ook. Terwijl het uitgangspunt in het funderend onderwijs is om toe te werken naar inclusiever onderwijs, waarbij kinderen en jongeren met en zonder extra ondersteuning samen met elkaar in de buurt naar school gaan. En om, waar mogelijk, in alle onderwijssectoren meer preventie in te zetten in plaats van zwaardere jeugdhulp.
Om deze problemen op te lossen, zijn drie domeinen betrokken bij het creëren van oplossingen: onderwijs, preventie en jeugdhulp. De samenwerking tussen deze domeinen blijft in de praktijk lastig door verschillende wet- en regelgeving, financieringsstromen en bekostigingskaders. Volgens het college zijn daarom innovatieve oplossingen nodig: meer inzet voor groepen leerlingen in plaats van individuele (zorg)trajecten, een sterke preventieve en pedagogische basis stimuleren in het onderwijs en onderwijs op zorgplekken realiseren en vice versa. De oplossingen die bedacht worden, vallen vaak tussen verschillende wet- en regelgeving en gemeentelijke kaders in.
Deze subsidieregeling stimuleert innovatieve activiteiten op het snijvlak van onderwijs, preventie, welzijn, jeugdhulp of zorg.
Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
De subsidieregeling probeert de samenwerking tussen onderwijs, preventie, welzijn, jeugdhulp of zorg te stimuleren, zodat kinderen of jongeren zoveel mogelijk op het regulier onderwijs terecht kunnen, of kunnen blijven. Of om te voorkomen dat kinderen of jongeren worden doorverwezen naar het speciaal basisonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs of jeugdhulp. Vanwege de druk op het onderwijs, de jeugdhulp en de zorg, is er behoefte aan innovatieve activiteiten om doorbraken te forceren.
Met innovatief wordt bedoeld dat er ten aanzien van de activiteiten sprake is van een nieuwe benadering of methode. En dat de activiteiten iets oplossen waar bestaande structuren en wet- en regelgeving geen oplossing bieden.
Daarbij richten de activiteiten zich niet op een individuele leerling, maar op een groep leerlingen in de context van de schoolomgeving. Het centraal stellen van de individuele ondersteuningsbehoefte en het inrichten van zorgstructuren die vertrekken vanuit het individu versterken namelijk de medicalisering. Voor inclusief onderwijs is het belangrijk om juist bij die context te starten. Uitgangspunt vanuit deze theorie is: wat kunnen we in de context veranderen zodat ondersteuningsbehoeften niet meer aan het individu toegeschreven hoeven te worden?
De penvoerder is het bevoegd gezag met wie het college de subsidierelatie aangaat. Deze is volledig verantwoordelijk voor de naleving van alle subsidieverplichtingen en voor de subsidieverantwoording. Dit betekent dat het aan de penvoerder is om ervoor te zorgen dat de andere deelnemer(s) de penvoerder hiertoe van de juiste informatie voorziet (voorzien).
Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Het is belangrijk dat wordt onderbouwd dat de kosten, die voor subsidie worden opgevoerd, redelijk zijn. Voor elke opgevoerde kostenpost moet worden onderbouwd waarom deze kosten nodig zijn. Ook moet worden onderbouwd waarom bijvoorbeeld niet wordt volstaan met een eenvoudiger, goedkoper product of dienst, met een lager ingeschaalde arbeidskracht, een minder dure expert of met minder uren.
Kosten die voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn gemaakt komen niet voor subsidie in aanmerking. Voorbeelden van materiële activa die niet voor subsidie in aanmerking komen zijn beeld- en geluidsapparatuur, laptops, computers, digiboards, software, installaties, meubilair e.d..
Het college hanteert een tender om te bepalen welke aanvragen in aanmerking komen voor subsidie. De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de systematiek in de bijlage. Hieronder volgt een toelichting op de beoordelingscriteria in de bijlage.
Bij de beoordeling op criterium 3 wordt gebruik gemaakt van een waarderingsschaal in woorden (hoog, midden, laag en onvoldoende) als conclusie van de inhoudelijke beoordeling op dit criterium. Deze waarderingsschaal is een hulpmiddel voor een zorgvuldige en evenwichtige beoordeling. Aan de waarderingsschaal in woorden zijn cijfers (punten) gekoppeld.
Het college vindt het belangrijk dat domeinoverstijgend (onderwijs, jeugdhulp, zorg, preventie en welzijn) samengewerkt wordt. Door meer verschillende partijen en type aanvragen te hebben, is de kans groter dat er een ‘olievlek’ effect ontstaat waarbij onderwijs, jeugdhulp, zorg, preventie en welzijn steeds meer in gezamenlijkheid tot integrale oplossingen voor leerlingen kunnen komen. Door verschillende activiteiten en verschillende samenstellingen van samenwerkende partijen, kan het college beter onderzoeken wat in de praktijk het meest effectief en efficiënt is. De subsidieregeling sluit niet uit dat dezelfde penvoerder meerdere aanvragen doet of dat dezelfde aanbieder met meerdere penvoerders een aanvraag doet.
De aanvraag die de hoogste totaalbeoordeling heeft (na toekenning punten, weging en met inachtneming van het zesde lid) wordt als eerste gehonoreerd. Daarna volgt de aanvraag met de op een na hoogste totaalbeoordeling, en zo verder, totdat het subsidieplafond is bereikt.
In het geval dat meerdere aanvragen een gelijke score behalen en het subsidieplafond zou worden overschreden door inwilliging van deze aanvragen, wordt de rangschikking tussen deze aanvragen bepaald door het criterium ‘het aantal leerlingen dat wordt bereikt met de activiteiten’. Het initiatief dat de meeste leerlingen weet te bereiken, zal dan hoger eindigen in de rangorde. Mochten aanvragen ook op dat criterium een gelijke score hebben, dan wordt de rangschikking tussen deze aanvragen bepaald door middel van loting.
Als door honorering van een aanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt die aanvraag in zijn geheel afgewezen. Bijvoorbeeld: als er nog € 20.000 binnen het subsidieplafond resteert, en een aanvrager heeft € 30.000 aangevraagd is er onvoldoende budget om de aanvraag te honoreren; in dat geval zal die aanvraag niet gedeeltelijk (voor het resterende budget van € 20.000) worden ingewilligd, maar geheel worden afgewezen.
In dit artikel staan de (drempel)eisen waaraan een aanvraag moet voldoen.
De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het tijdig, correct en volledig invullen van de aanvraag. Het college gaat uit van de in/bij de aanvraag vermelde informatie. Alleen tijdige en complete aanvragen tellen mee bij de beoordeling, en worden gerangschikt. Het (inhoudelijk) wijzigen of aanvullen van een aanvraag na sluiting van de aanvraagtermijn is niet toegestaan; aanvullingen en wijzigingen na de sluitingsdatum, zullen niet worden meegenomen in de beoordeling.
Het projectplan moet beschrijven op welke manier het bevoegd gezag samen met de aanbieder(s) kan zorgen voor continuering van de activiteiten zonder deze subsidie. Zo wil het college stimuleren dat de initiatieven levensvatbaar zijn en een structurele oplossing bieden.
Bij deze tenderprocedure geldt een ‘harde’ sluitingsdatum. Dat betekent dat aanvragen die zijn ingediend na de sluiting van de aanvraagtermijn zullen worden afgewezen. Het college zal geen uitstel verlenen voor het indienen van een aanvraag op grond van deze subsidieregeling. Dat is immers in strijd met het gelijke speelveld dat in het tendersysteem centraal staat.
Artikel 12 Aanvullende weigeringsgronden
In dit artikel staan aanvullende weigeringsgronden, die gelden naast de weigeringsgronden van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 8 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014.
Het college vindt het belangrijk dat de basisondersteuning op school op orde is. Hierbij gaat het in elk geval om de volgende zaken: de basiskwaliteit is volgens de onderwijsinspectie voldoende, de onderwijsondersteuning op school is goed georganiseerd en de school kan preventieve en licht curatieve interventies aanbieden. Omdat het moeilijk is vast te stellen wanneer de basis op orde is, is de eis dat de inspectie van het Onderwijs de school niet heeft beoordeeld als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’. Deze subsidie is namelijk een aanvulling op de ondersteuning die al op de school hoort te zijn, en is niet bedoeld ter vervanging hiervan, of om de basisondersteuning op orde te krijgen.
Aanvragen waarbij geen sprake is van een eigen bijdrage of cofinanciering zullen worden afgewezen. De eigen bijdrage kan bestaan uit financiële middelen en uit inzet in natura. Onder een bijdrage in natura wordt bijvoorbeeld verstaan: gratis bijdragen verleend in de vorm van inzet van medewerkers (tijd en kennis) die in dienst zijn van de penvoerder. Als de eigen bijdrage alleen bestaat uit het beschikbaar stellen van ruimte wordt de aangevraagde subsidie geweigerd.
Activiteiten die al volledig gefinancierd worden door het Rijk, omdat de activiteiten onder de taken vallen van het onderwijs op basis van de Wet op het primair onderwijs, Wet voortgezet onderwijs 2020 of de Wet op de expertisecentra, komen niet in aanmerking voor deze subsidie. Dit betekent dat wettelijke (ondersteunende) onderwijstaken niet gesubsidieerd worden op grond van deze regeling, omdat dit niet onder de verantwoordelijkheid van het college valt en deze activiteiten zich niet op het snijvlak van onderwijs, preventie, welzijn, jeugdhulp of zorg bevinden, waarvoor de subsidie bedoeld is.
Activiteiten waarvoor subsidie geweigerd zal worden betreffen bijvoorbeeld: remedial teaching, onderwijsbegeleiding bij leerachterstanden of bij lezen, taal of rekenen als gevolg van dyslexie of dyscalculie. Maar ook: activiteiten ten behoeve van de schoolorganisatie of onderwijsondersteunende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het onderwijsleerproces en die enkel gericht zijn op het bevorderen van een optimale schoolloopbaan van leerlingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-522184.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.