Het college van burgemeester en wethouders van Rheden;
gelet op de bepalingen in de Wet kinderopvang en de Wet op het primair onderwijs, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, het Besluit tot het stellen van eisen aan de kwaliteit van de kinderopvang en artikel 2, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Rheden;
b e s l u i t :
vast te stellen: de Nadere regels tot wijziging van de Nadere regels peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Rheden 2018
Artikel I Wijziging nadere regels
De Nadere regels peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Rheden 2018 wordt als volgt gewijzigd:
A
Intitulé komt te luiden:
gelet op de bepalingen in de Wet kinderopvang en de Wet op het primair onderwijs, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, het Besluit tot het stellen van eisen aan de kwaliteit van de kinderopvang, het Uitvoeringsplan Onderwijsachterstandenbeleid 2023-2026 Samen versterken voor een goede start en artikel 2, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Rheden
B
Artikel 1, onder l, komt te luiden:
Landelijk uurtarief: het maximum uurtarief voor dagopvang (peuter- en kinderopvang), opgesteld door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor 2026 is dit tarief geïndexeerd door de Rijksoverheid met 4,84% en komt uit op € 11,23.
C
Artikel 1, onder m, komt te luiden:
VVE uurtarief: voor 2026 is dit tarief geïndexeerd met hetzelfde percentage als in artikel 1 onder l (4,84%) en komt uit op € 13,38.
D
Artikel 5 lid 1 komt te luiden:
De subsidieaanvraag voor peuteropvang en/of voorschoolse educatie wordt schriftelijk ingediend bij het college door middel van het invullen van het door het college opgestelde aanvraagformulier.
E
Artikel 5 lid 5 komt te luiden:
Voor het aanbod voorschoolse educatie vragen wij een inhoudelijke onderbouwing in de subsidieaanvraag, waarin ten minste de volgende onderwerpen aan bod komen:
- a.
observaties die de taalontwikkeling in beeld brengen;
- b.
registratie van de taalontwikkeling van de peuter in een digitaal peutervolgsysteem;
- c.
contact met ouders over de ontwikkeling van hun peuter en participatie in VVE activiteiten;
- d.
warme overdracht naar de basisschool, conform de afspraken die daarover met partners op lokaal niveau worden gemaakt;
- e.
indien ontwikkeling van het kind daar aanleiding toe geeft: overleg met zorgverleners van het kind (logopedist, gebiedsteam);
- f.
de educatie vindt plaats in peuter(opvang)groepen die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
- g.
de activiteiten worden uitgevoerd door gekwalificeerde pedagogisch medewerkers, met behulp van een erkend VVE programma.
F
Artikel 6 lid 1 en 2 komen te vervallen.
G
Artikel 9 komt te luiden:
Het subsidieplafond voor het plaatsen van kinderen in de peuteropvang (deelname opvang van peuters die geen kinderopvangtoeslag van het Rijk ontvangen) bedraagt € 205.034,00 voor 2026. Voor peuters die VVE krijgen geldt geen subsdieplafond.
Artikel II Inwerkingtreding
Deze Nadere regels treden in werking de dag na bekendmaking.
Vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2025.
De Steeg, 25 november 2025.
Het college voornoemd,
burgemeester.
secretaris.