Wijzigingsbesluit Subsidieregeling Peuteropvang met voorschoolse educatie gemeente Schiedam 2019

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam,

 

gelet op artikel 3, tweede lid, van de ASV 2017

 

BESLUIT

Artikel I  

De, op 12 november 2018 vastgestelde, Subsidieregeling peuteropvang met voorschoolse educatie gemeente Schiedam 2019 als volgt te wijzigen:

 

A. In artikel 2 worden de begripsomschrijvingen j. en p. als volgt gewijzigd:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • a.

    ASV 2017: de Algemene subsidieverordening van de gemeente Schiedam 2017.

  • b.

    Dagopvanggroep met voorschoolse educatie (verder: dagopvanggroep): een groep voor hele dagopvang in Schiedam die werkt volgens een VVE-programma, bij voorkeur gehuisvest in of nabij de Schiedamse basisschool, waarmee wordt samengewerkt en waar VVE doelgroeppeuters en overige peuters beide binnen dezelfde groep deelnemen.

  • c.

    Extra taakuren: taakuren voor locaties die in het LRK als locatie met voorschoolse educatie zijn geregistreerd, voor zover deze de omvang genoemd in artikel 11, tweede lid te boven gaan.

  • d.

    Horizontale peuteropvang; kinderdagopvang voor 2 tot 4 jarigen.

  • e.

    Houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming, als bedoeld in de Handelsregisterwet, toebehoort, waarbij onder “onderneming” wordt begrepen een vestiging in Schiedam die in het LRK vermeld staat als kinderdagverblijf.

  • f.

    Kinderdagopvang: Kinderdagopvang in kindercentra van in het LRK geregistreerde houder.

  • g.

    Kinderopvangtoeslag: tegemoetkoming van Rijkswege in de kosten van kinderopvang.

  • h.

    LRK: Landelijk Register Kinderopvang.

  • i.

    Peuteropvanggroep met voorschoolse educatie (verder: peuteropvanggroep): een groep voor horizontale peuteropvang in Schiedam die werkt volgens een VVE-programma, bij voorkeur gehuisvest is in of nabij de Schiedamse basisschool waarmee wordt samengewerkt en waar VVE doelgroeppeuters en overige peuters beide binnen dezelfde groep deelnemen.

  • j.

    Peuteropvangplaats: plaats voor een peuter vanaf 2,5 jaar tot uitstroom naar de basisschool in een peuteropvanggroep, van twee dagdelen op twee verschillende dagen en minimaal 6 en maximaal totaal 8 uur per week.

  • k.

    Schiedamse peuter(s): 2,5 tot 4 jarige(n) woonachtig in Schiedam ingevolge de Gemeentelijke Basisregistratie Personen.

  • l.

    Taakuren: niet groepsgebonden uren die de beroepskrachten in de peuteropvanggroep en dagopvanggroep met voorschoolse educatie besteden aan voorbereiding, contacten met ouders, bijhouden kindgegevens, overdracht en andere werkzaamheden die de kwaliteit van de voorschoolse educatie ten goede komen.

  • m.

    Vergoeding Inzet pedagogisch beleidsmedewerker VVE: subsidie voor de extra personele inzet pedagogisch beleidsmedewerker VVE, zoals omschreven in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • n.

    VVE: Voor- en vroegschoolse educatie; aan de hand van een VVE programma wordt op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van kinderen vanaf 2,5 jaar tot en met groep 2 van de basisschool gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.

  • o.

    VVE doelgroeppeuters: kinderen vanaf 2,5 jaar tot uitstroom naar de basisschool, die in aanmerking komen voor VVE op indicatie van het Centrum voor Jeugd en Gezin in Schiedam.

  • p.

    VVE peuteropvangplaats: plaats in een peuteropvanggroep voor VVE doelgroeppeuters, zijnde 16 of 16,5 uur per week, verdeeld over vier of vijf verschillende dagen per week, en maximaal 4 uur per dag.

  • q.

    VVE programma: een programma dat door het Nederlands Jeugdinstituut als VVE programma erkend is, dan wel een programma dat door een, door de gemeente aangewezen deskundige, als volwaardig VVE programma is beoordeeld.

  • r.

    VVE vergoeding kwaliteit: subsidie voor het realiseren van de door de gemeente Schiedam vereiste verhoogde kwaliteit ten aanzien van VVE.

  • s.

    Warme overdracht: overdrachtsgesprek tussen de kinderopvang en de basisschool, al dan niet met de ouders.

  • t.

    Wet: Wet kinderopvang.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • a.

    ASV 2017: de Algemene subsidieverordening van de gemeente Schiedam 2017.

  • b.

    Dagopvanggroep met voorschoolse educatie (verder: dagopvanggroep): een groep voor hele dagopvang in Schiedam die werkt volgens een VVE-programma, bij voorkeur gehuisvest in of nabij de Schiedamse basisschool, waarmee wordt samengewerkt en waar VVE doelgroeppeuters en overige peuters beide binnen dezelfde groep deelnemen.

  • c.

    Extra taakuren: taakuren voor locaties die in het LRK als locatie met voorschoolse educatie zijn geregistreerd, voor zover deze de omvang genoemd in artikel 11, tweede lid te boven gaan.

  • d.

    Horizontale peuteropvang; kinderdagopvang voor 2 tot 4 jarigen.

  • e.

    Houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming, als bedoeld in de Handelsregisterwet, toebehoort, waarbij onder “onderneming” wordt begrepen een vestiging in Schiedam die in het LRK vermeld staat als kinderdagverblijf.

  • f.

    Kinderdagopvang: Kinderdagopvang in kindercentra van in het LRK geregistreerde houder.

  • g.

    Kinderopvangtoeslag: tegemoetkoming van Rijkswege in de kosten van kinderopvang.

  • h.

    LRK: Landelijk Register Kinderopvang.

  • i.

    Peuteropvanggroep met voorschoolse educatie (verder: peuteropvanggroep): een groep voor horizontale peuteropvang in Schiedam die werkt volgens een VVE-programma, bij voorkeur gehuisvest is in of nabij de Schiedamse basisschool waarmee wordt samengewerkt en waar VVE doelgroeppeuters en overige peuters beide binnen dezelfde groep deelnemen.

  • j.

    Peuteropvangplaats: plaats voor een peuter vanaf 2,5 jaar tot uitstroom naar de basisschool in een peuteropvanggroep, van minimaal 5,5 en maximaal totaal 8 uur per week.

  • k.

    Schiedamse peuter(s): 2,5 tot 4 jarige(n) woonachtig in Schiedam ingevolge de Gemeentelijke Basisregistratie Personen.

  • l.

    Taakuren: niet groepsgebonden uren die de beroepskrachten in de peuteropvanggroep en dagopvanggroep met voorschoolse educatie besteden aan voorbereiding, contacten met ouders, bijhouden kindgegevens, overdracht en andere werkzaamheden die de kwaliteit van de voorschoolse educatie ten goede komen.

  • m.

    Vergoeding Inzet pedagogisch beleidsmedewerker VVE: subsidie voor de extra personele inzet pedagogisch beleidsmedewerker VVE, zoals omschreven in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • n.

    VVE: Voor- en vroegschoolse educatie; aan de hand van een VVE programma wordt op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van kinderen vanaf 2,5 jaar tot en met groep 2 van de basisschool gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.

  • o.

    VVE doelgroeppeuters: kinderen vanaf 2,5 jaar tot uitstroom naar de basisschool, die in aanmerking komen voor VVE op indicatie van het Centrum voor Jeugd en Gezin in Schiedam.

  • p.

    VVE peuteropvangplaats: plaats in een peuteropvanggroep voor VVE doelgroeppeuters, zijnde 16 of 16,5 uur per week.

  • q.

    VVE programma: een programma dat door het Nederlands Jeugdinstituut als VVE programma erkend is, dan wel een programma dat door een, door de gemeente aangewezen deskundige, als volwaardig VVE programma is beoordeeld.

  • r.

    VVE vergoeding kwaliteit: subsidie voor het realiseren van de door de gemeente Schiedam vereiste verhoogde kwaliteit ten aanzien van VVE.

  • s.

    Warme overdracht: overdrachtsgesprek tussen de kinderopvang en de basisschool, al dan niet met de ouders.

  • t.

    Wet: Wet kinderopvang.

Toelichting op de wijziging van artikel 2

De eisen aan het maximaal aantal uren aanbod per dag komen te vervallen. Schiedam sluit nu aan bij het maximaal aantal uren volgens het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, dat wil zeggen maximaal 6 uur per dag. Dit heeft betrekking op lid j. en lid p.

Het minimum aanbod voor een peuteropvangplaats, zoals omschreven in lid j., wordt verlaagd van 240 naar 220 uur. Door een aanbod van 5,5 uur per week mogelijk te maken, kunnen houders de openingstijden laten aansluiten bij de schooltijden. Het maximaal aanbod voor een peuteropvangplaats blijft 8 uur per week.

 

B. In artikel 3 worden lid 2 a. en 2 b. als volgt gewijzigd:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

 

  • 1.

    Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt ten behoeve van een peuter voor deelname aan een peuteropvanggroep in Schiedam

  • 2.

    In de in het eerste lid genoemde peuteropvanggroep bestaat het aanbod uit:

    • a.

      minimaal 16 uur en maximaal 16,5 uur per week voor VVE doelgroeppeuters, verdeeld over vier of vijf verschillende dagen per week, waarvan maximaal 4 uur per dagen maximaal 660 uur per doelgroeppeuter op jaarbasis subsidiabel is; of

    • b.

      minimaal 6 en maximaal 8 uur per week voor een Schiedamse peuter, niet zijnde VVE doelgroeppeuter waarvan ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, verdeeld over twee verschillende dagen per week, waarvan maximaal 4 uur per dag en maximaal 320 uur per peuter op jaarbasis subsidiabel is.

  • 3.

    Op grond van deze regeling kan aan de houder, per VVE doelgroeppeuter waarvoor de subsidie ingevolge artikel 3, tweede lid sub a is verleend, een VVE-vergoeding kwaliteit worden verstrekt.

  • 4.

    Op grond van deze regeling kan aan de houder, per VVE doelgroeppeuter in een dagopvanggroep, een VVE vergoeding kwaliteit worden verstrekt.

  • 5.

    Om in aanmerking te komen voor de vergoeding genoemd in het vierde lid, dient het aangeboden VVE programma voor doelgroeppeuters in de dagopvanggroep minimaal te bestaan uit 640 uur per jaar en te voldoen aan de wettelijke criteria van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • 6.

    Op grond van deze regeling kan aan de houder per VVE doelgroeppeuter voor zowel dagopvanggroepen als peuteropvang groepen een vergoeding Inzet pedagogisch beleidsmedewerker VVE worden verstrekt.

  • 7.

    Indien op grond van deze regeling subsidie wordt verstrekt, kan aan de houder tevens op aanvraag subsidie voor extra taakuren worden verstrekt.

Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

 

  • 1.

    Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt ten behoeve van een peuter voor deelname aan een peuteropvanggroep in Schiedam

  • 2.

    In de in het eerste lid genoemde peuteropvanggroep bestaat het aanbod uit:

    • a.

      minimaal 16 uur en maximaal 16,5 uur per week voor VVE doelgroeppeuters, waarvan maximaal 660 uur per doelgroeppeuter op jaarbasis subsidiabel is; of

    • b.

      minimaal 5,5 en maximaal 8 uur per week voor een Schiedamse peuter, niet zijnde VVE doelgroeppeuter waarvan ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, waarvan maximaal 320 uur per peuter op jaarbasis subsidiabel is.

  • 3.

    Op grond van deze regeling kan aan de houder, per VVE doelgroeppeuter waarvoor de subsidie ingevolge artikel 3, tweede lid sub a is verleend, een VVE-vergoeding kwaliteit worden verstrekt.

  • 4.

    Op grond van deze regeling kan aan de houder, per VVE doelgroeppeuter in een dagopvanggroep, een VVE vergoeding kwaliteit worden verstrekt.

  • 5.

    Om in aanmerking te komen voor de vergoeding genoemd in het vierde lid, dient het aangeboden VVE programma voor doelgroeppeuters in de dagopvanggroep minimaal te bestaan uit 640 uur per jaar en te voldoen aan de wettelijke criteria van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • 6.

    Op grond van deze regeling kan aan de houder per VVE doelgroeppeuter voor zowel dagopvanggroepen als peuteropvang groepen een vergoeding Inzet pedagogisch beleidsmedewerker VVE worden verstrekt.

  • 7.

    Indien op grond van deze regeling subsidie wordt verstrekt, kan aan de houder tevens op aanvraag subsidie voor extra taakuren worden verstrekt.

Toelichting op de wijziging van artikel 3

De eisen aan het maximaal aantal uren aanbod per dag komen te vervallen.

De gemeente Schiedam sluit nu aan bij het maximaal aantal uren zoals vastgesteld in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, dat wil zeggen maximaal 6 uur per dag.

 

C. In artikel 4 wordt lid f. als volgt gewijzigd:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 4: Weigeringsgronden

 

Naast de in artikel 8 van de ASV 2017 genoemde weigeringsgronden, kan de subsidieaanvraag worden geweigerd, indien:

  • a.

    Er geen op lange termijn gerichte nauwe samenwerking is met de bijbehorende basisschool gericht op het optimaliseren van voor- en vroegschoolse educatie ingevolge artikel 10.

  • b.

    De bevindingen van de inspectie van het Onderwijs en/of de GGD daartoe aanleiding geven.

  • c.

    Er een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure voor het kinderopvangaanbod binnen de gemeente loopt.

  • d.

    Niet aannemelijk is dat de houder dan wel de activiteiten voldoen aan de eisen gesteld in deze subsidieregeling, de wet Kinderopvang, wettelijke regelingen met betrekking tot kinder-opvang met voorschoolse educatie of andere relevante juridische voorwaarden en regelingen, alsmede de kwaliteitscriteria voor VVE van de inspectie van het Onderwijs.

  • e.

    De peuter, ten behoeve waarvan subsidie wordt gevraagd, geen Schiedamse peuter is.

  • f.

    De ouder / verzorger (verder: ouder) van een peuter, niet zijnde VVE doelgroeppeuter, recht heeft op kinderopvangtoeslag voor minimaal twee dagdelen per week.

Artikel 4: Weigeringsgronden

 

Naast de in artikel 8 van de ASV 2017 genoemde weigeringsgronden, kan de subsidieaanvraag worden geweigerd,

indien:

  • a.

    Er geen op lange termijn gerichte nauwe samenwerking is met de bijbehorende basisschool gericht op het optimaliseren van voor- en vroegschoolse educatie ingevolge artikel 10.

  • b.

    De bevindingen van de inspectie van het Onderwijs en/of de GGD daartoe aanleiding geven.

  • c.

    Er een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure voor het kinderopvangaanbod binnen de gemeente loopt.

  • d.

    Niet aannemelijk is dat de houder dan wel de activiteiten voldoen aan de eisen gesteld in deze subsidieregeling, de wet Kinderopvang, wettelijke regelingen met betrekking tot kinder-opvang met voorschoolse educatie of andere relevante juridische voorwaarden en regelingen, alsmede de kwaliteitscriteria voor VVE van de inspectie van het Onderwijs.

  • e.

    De peuter, ten behoeve waarvan subsidie wordt gevraagd, geen Schiedamse peuter is.

  • f.

    De ouder / verzorger (verder: ouder) van een peuter, niet zijnde VVE doelgroeppeuter, recht heeft op kinderopvangtoeslag.

Toelichting op de wijziging van artikel 4

De toevoeging bij lid f. “voor minimaal twee dagdelen per week” komt te vervallen. Dit omdat landelijk het recht op kinderopvangtoeslag niet meer beperkt is tot een aantal dagdelen. Dit heeft geen inhoudelijke consequenties voor voorliggende subsidieregeling.

 

D. In artikel 5 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 5 Aanvraag

 

  • 1.

    Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door houders ten behoeve van ouders van peuters voor hun deelname aan een peuteropvanggroep in Schiedam.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde aanvraag vindt plaats op basis van en is onderbouwd met:

    • a.

      een reële inschatting van het aantal bezette (VVE) peuterplaatsen en te factureren ouderbijdragen;

    • b.

      inschatting van de deelname in aantal contacturen en dagdelen per week.

  • 3.

    Het college kan een aanvraagformulier vaststellen.

  • 4.

    De aanvraag heeft betrekking op een kalenderjaar.

  • 5.

    De houder dient bij de aanvraag, bij voorkeur met de basisscholen waarmee samen wordt gewerkt, een door haar directie ondertekend VVE jaarbeleidsplan in conform het door of namens het college vastgestelde format, dan wel een beleidsplan waarin de onderdelen van het bovengenoemde format zijn opgenomen.

  • 6.

    Voor peuters kan slechts subsidie worden aangevraagd indien zij Schiedamse peuters zijn.

  • 7.

    Voor peuters, niet zijnde doelgroeppeuters, kan alleen subsidie worden aangevraagd indien ouders voor hen geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag.

  • 8.

    In afwijking van artikel 6, eerste lid, van ASV 2017 dient een aanvraag tot subsidie tussen 12 weken doch uiterlijk 8 weken voorafgaand aan het subsidietijdvak te worden ingediend.

  • 9.

    De subsidie voor de VVE vergoeding kwaliteit kan alleen worden aangevraagd door de houder ten behoeve van het aantal VVE doelgroeppeuters dat of deelneemt aan een peuteropvanggroep dan wel deelneemt aan een dagopvanggroep met voorschoolse educatie.

  • 10.

    De subsidie voor de Inzet pedagogisch beleidsmedewerker VVE kwaliteit kan alleen worden aangevraagd door de houder voor het verwacht aantal VVE doelgroeppeuters dat per januari van het subsidiejaar is geplaatst in een peuteropvanggroep of dagopvanggroep met voorschoolse educatie.

Artikel 5 Aanvraag

 

  • 1.

    Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door houders ten behoeve van ouders van peuters voor hun deelname aan een peuteropvanggroep en een dagopvanggroep in Schiedam.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde aanvraag vindt plaats op basis van en is onderbouwd met:

    • a.

      een reële inschatting van het aantal bezette (VVE) peuterplaatsen en te factureren ouderbijdragen;

    • b.

      inschatting van de deelname in aantal contacturen en dagdelen per week.

  • 3.

    Het college kan een aanvraagformulier vaststellen.

  • 4.

    De aanvraag heeft betrekking op een kalenderjaar.

  • 5.

    De houder dient bij de aanvraag, bij voorkeur met de basisscholen waarmee samen wordt gewerkt, een door haar directie ondertekend VVE jaarbeleidsplan in conform het door of namens het college vastgestelde format, dan wel een beleidsplan waarin de onderdelen van het bovengenoemde format zijn opgenomen.

  • 6.

    Voor peuters kan slechts subsidie worden aangevraagd indien zij Schiedamse peuters zijn.

  • 7.

    Voor peuters, niet zijnde doelgroeppeuters, kan alleen subsidie worden aangevraagd indien ouders voor hen geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag.

  • 8.

    In afwijking van artikel 6, eerste lid, van ASV 2017 dient een aanvraag tot subsidie tussen 12 weken doch uiterlijk 8 weken voorafgaand aan het subsidietijdvak te worden ingediend.

  • 9.

    De subsidie voor de VVE vergoeding kwaliteit kan alleen worden aangevraagd door de houder ten behoeve van het aantal VVE doelgroeppeuters dat of deelneemt aan een peuteropvanggroep dan wel deelneemt aan een dagopvanggroep met voorschoolse educatie.

  • 10.

    De subsidie voor de Inzet pedagogisch beleidsmedewerker VVE kwaliteit kan alleen worden aangevraagd door de houder voor het verwacht aantal VVE doelgroeppeuters dat per januari van het subsidiejaar is geplaatst in een peuteropvanggroep of dagopvanggroep met voorschoolse educatie.

Toelichting op de wijziging van artikel 5

Houders kunnen namens de ouders zowel subsidie aanvragen voor deelname aan een peuteropvanggroep, als aan een dagopvanggroep.

 

E. In artikel 9 worden lid 7, 8 en 10 als volgt gewijzigd en komt lid 9 te vervallen.

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 9 Criteria algemeen

 

1.In een peuteropvanggroep en dagopvanggroep wordt er gewerkt volgens een VVE programma en volgens een methode van opbrengstgericht werken.

2.De kwaliteit van het eigen aanbod wordt door houders geëvalueerd, verbeterd en geborgd en hier wordt jaarlijks verslag van gedaan.

3.De houder streeft aantoonbaar naar een zo hoog mogelijke kwaliteit die naar beoordelingen door de Inspectie van het Onderwijs en de GGD minimaal geldt als voldoende of beter.

4.De houder houdt de brede ontwikkeling van kinderen bij in een observatiesysteem, in ieder geval op het gebied van taal, rekenen, motoriek en emotionele ontwikkeling.

5.De houder werkt samen met zorgaanbieders en wijknetwerken rondom jeugd.

6.De houder verleent medewerking aan monitoring, resultaatafspraken, de Inspectie van het Onderwijs of aan andere door de gemeente aangewezen organisaties.

7.De peuteropvanggroep is structureel tenminste 16 uur per week open, verdeeld over tenminste vier of vijf verschillende dagen. De openingsdagen zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan het rooster van de bijbehorende basisschool.

8.In aanvulling op het zevende lid geldt in de peuteropvanggroep de verplichting dat het aanbod op jaarbasis minimaal 640 uur voor de VVE doelgroeppeuters en minimaal 240 uur voor de overige peuters dient te bedragen.

9.De houder biedt de VVE doelgroeppeuters tenminste 16 uur per week, verdeeld over vier of vijf verschillende dagen van maximaal 4 uur per dag, voorschoolse educatie in de peuteropvanggroep.

10.In de peuteropvanggroep zorgt de houder voor een aanbod van totaal tenminste 6 à 8 uur verdeeld over twee verschillende dagen per week voor niet VVE doelgroeppeuters, waarvoor ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en die woonachtig zijn in Schiedam.

11.Door de houder wordt ernaar gestreefd dat VVE doelgroeppeuters die 16 uur per week deelnemen zoveel mogelijk doorstromen (wegens het bereiken van de leeftijd van 4 jaar) naar de basisschool waarmee wordt samengewerkt (ingevolge artikel 10).

12.De houder geeft VVE doelgroeppeuters voorrang bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen plaatsen.

13.De houder voldoet aan alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving inzake peuteropvang en voorschoolse educatie, alsmede hetgeen in deze subsidieregeling is bepaald.

Artikel 9 Criteria algemeen

 

1.In een peuteropvanggroep en dagopvanggroep wordt er gewerkt volgens een VVE programma en volgens een methode van opbrengstgericht werken.

2.De kwaliteit van het eigen aanbod wordt door houders geëvalueerd, verbeterd en geborgd en hier wordt jaarlijks verslag van gedaan.

3.De houder streeft aantoonbaar naar een zo hoog mogelijke kwaliteit die naar beoordelingen door de Inspectie van het Onderwijs en de GGD minimaal geldt als voldoende of beter.

4.De houder houdt de brede ontwikkeling van kinderen bij in een observatiesysteem, in ieder geval op het gebied van taal, rekenen, motoriek en emotionele ontwikkeling.

5.De houder werkt samen met zorgaanbieders en wijknetwerken rondom jeugd.

6.De houder verleent medewerking aan monitoring, resultaatafspraken, de Inspectie van het Onderwijs of aan andere door de gemeente aangewezen organisaties.

7.De peuteropvanggroep is structureel tenminste 16 uur per week open. De openingsdagen zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan het rooster van de bijbehorende basisschool.

8.In aanvulling op het zevende lid geldt in de peuteropvanggroep de verplichting dat het aanbod op jaarbasis minimaal 640 uur voor de VVE doelgroeppeuters en minimaal 220 uur voor de overige peuters dient te bedragen.

9.In de peuteropvanggroep zorgt de houder voor een aanbod van totaal tenminste 220 uur op jaarbasis voor niet VVE doelgroeppeuters, waarvoor ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en die woonachtig zijn in Schiedam.

10.Door de houder wordt ernaar gestreefd dat VVE doelgroeppeuters die 16 uur per week deelnemen zoveel mogelijk doorstromen (wegens het bereiken van de leeftijd van 4 jaar) naar de basisschool waarmee wordt samengewerkt (ingevolge artikel 10).

11.De houder geeft VVE doelgroeppeuters voorrang bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen plaatsen.

12.De houder voldoet aan alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving inzake peuteropvang en voorschoolse educatie, alsmede hetgeen in deze subsidieregeling is bepaald.

Toelichting op de wijziging van artikel 9

In de subsidieregeling komen de eisen aan het maximaal aantal uren aanbod per dag te vervallen.

Het minimum aanbod voor een peuteropvangplaats voor niet-doelgroeppeuters in de peuteropvanggroep wordt verlaagd van 240 naar 220 uur. Dit stelt de houder in staat om beter aan te sluiten bij de schooltijden.

 

F. In artikel 12 wordt lid 6 als volgt gewijzigd:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 12 Criteria inzake de relatie met de ouders

 

  • 1.

    De houder zorgt ervoor dat ouders van peuters nadrukkelijk worden betrokken bij de peuteropvang. Er is sprake van een gericht ouderbeleid dat mimimaal voldoet aan de daaraan door de Inspectie van het Onderwijs gestelde voorwaarden en conform het wettelijk kader kinderopvang.

  • 2.

    De houder int de bijdragen voor de deelname van hun kind(eren) aan de peuteropvanggroep bij de ouders.

  • 3.

    De houder biedt ouders van een VVE doelgroeppeuter, die recht hebben op kinderopvangtoeslag, slechts gebruik van de peuteropvanggroep aan, indien zij een maximaal uurtarief betalen wat lager of gelijk is aan het fiscaal maximale uurtarief voor de kinderopvangtoeslag.

  • 4.

    De houder brengt bij ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag een inkomensafhankelijke ouderbijdrage in rekening volgens een ouderbijdragetabel die jaarlijks vastgesteld wordt door het college. Voor de berekening van de hoogte van deze inkomensafhankelijke ouderbijdrage, worden de eigenbijdragepercentages en inkomensgroepen van de kinderopvangtoeslagtabel van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangehouden.

  • 5.

    Voor de in het vierde lid genoemde berekening maakt de houder gebruik van de door de ouders aan de houder overgelegde inkomensverklaring van de Belastingdienst waarmee de ouders verklaren geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag.

  • 6.

    Ouders die hiervoor in aanmerking komen, worden door de houder gewezen op de mogelijkheid om Bijzondere Bijstand aan te vragen.

Artikel 12 Criteria inzake de relatie met de ouders

 

  • 1.

    De houder zorgt ervoor dat ouders van peuters nadrukkelijk worden betrokken bij de peuteropvang. Er is sprake van een gericht ouderbeleid dat mimimaal voldoet aan de daaraan door de Inspectie van het Onderwijs gestelde voorwaarden en conform het wettelijk kader kinderopvang.

  • 2.

    De houder int de bijdragen voor de deelname van hun kind(eren) aan de peuteropvanggroep bij de ouders.

  • 3.

    De houder biedt ouders van een VVE doelgroeppeuter, die recht hebben op kinderopvangtoeslag, slechts gebruik van de peuteropvanggroep aan, indien zij een maximaal uurtarief betalen wat lager of gelijk is aan het fiscaal maximale uurtarief voor de kinderopvangtoeslag.

  • 4.

    De houder brengt bij ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag een inkomensafhankelijke ouderbijdrage in rekening volgens een ouderbijdragetabel die jaarlijks vastgesteld wordt door het college. Voor de berekening van de hoogte van deze inkomensafhankelijke ouderbijdrage, worden de eigenbijdragepercentages en inkomensgroepen van de kinderopvangtoeslagtabel van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangehouden.

  • 5.

    Voor de in het vierde lid genoemde berekening maakt de houder gebruik van de door de ouders aan de houder overgelegde inkomensverklaring van de Belastingdienst waarmee de ouders verklaren geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag.

  • 6.

    Ouders die hiervoor in aanmerking komen, worden door de houder gewezen op de regeling eigen bijdrage peuteropvang vanaf 2,5 jaar van Stroomopwaarts.

Toelichting op de wijziging van artikel 12

De term Bijzondere Bijstand voor de ouderbijdrage wordt vervangen door de actuele regeling van Stroomopwaarts, gericht op ouders met een laag inkomen.

 

G. Artikel 13 lid 2 komt te vervallen

Huidige tekst

 

1.[vervallen]

2.In afwijking van artikel 4 en artikel 5, zesde lid, kunnen in 2023 niet-Schiedamse VVE doelgroeppeuters in aanmerking komen voor subsidie voor deelname aan een peuteropvanggroep met voorschoolse educatie in Schiedam. Deze subsidie is gemaximeerd op 15% van het totaal aantal doelgroeppeuters per houder.

Vervallen

Toelichting op de wijziging van artikel 13

Artikel 13 was een overgangsartikel dat alleen betrekking had op het jaar 2023.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de dag nadat het is bekendgemaakt.

Aldus vastgesteld in het college van 25 november 2025.

de secretaris,

drs. S.J.J. Jacobs, l.s.

de burgemeester,

mr. H.M. Bergmann

Naar boven