Aanwijzingsbesluit tot plaatsing camera’s Stationsplein Voorburg (ex artikel 2:77 Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg)

 

Besluit plaatsing camera's Stationsplein Voorburg

 

De burgemeester van Leidschendam-Voorburg,

 

Overwegende,

 

- dat hij op grond van artikel 151c van de Gemeentewet en artikel 2:77 van de Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg (hierna: Apv) kan besluiten tot het plaatsen van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats en aangewezen andere plaatsen in het kader van de handhaving van de openbare orde;

 

- dat het Stationsplein in Voorburg is aangewezen in artikel 2:77, tweede lid, onder a, van de Apv zodat hij in beginsel bevoegd is om tot cameratoezicht te besluiten;

 

- dat op het Stationsplein in Voorburg sprake is van een toename van openbare ordeverstoringen die bestaan uit fietsendiefstal, brandstichting, vernieling, overlast van jeugd en zwervers, drugs- en alcoholgebruik. De ordeverstoringen zorgen bovendien voor gevoelens van onveiligheid bij onder meer passanten, reizigers en ondernemers;

 

- dat de inzet van de politie om te komen tot verbetering van de situatie niet toereikend is gebleken. Gezien de frequentie en de aard van de ordeverstoringen en de vrees voor verdere toename hiervan is de inzet van cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde noodzakelijk;

 

- dat in totaal twee flexibele camera’s worden geplaatst, aan beide kanten van het Stationsplein één camera, die zicht geven op de openbare plaats/het plein waarbij geen woningen of andere besloten plaatsen worden gefilmd. Het cameratoezicht vindt daarmee alleen plaats in het gebied waar dat noodzakelijk is;

 

- dat de camera’s worden geplaatst voor de duur van zes maanden. Het besluit tot plaatsing van de camera’s zal worden ingetrokken als het cameratoezicht niet meer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde;

 

- dat voorafgaand aan de einddatum op basis van een rapportage van de politie wordt bepaald of het cameratoezicht dient te worden voortgezet;

 

- dat cameratoezicht een ingrijpend middel is dat een beperking vormt op het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van individuele burgers;

 

- dat het belang van handhaving van de openbare orde zwaarder weegt dan de belangen van individuele burgers. De duur van het cameratoezicht en de omvang van het gebied zijn proportioneel in relatie tot het beoogde legitieme doel;

 

- dat hij het bovenstaande met de politie en de Officier van Justitie heeft besproken;

 

- dat de politie en de Officier van Justitie hebben ingestemd met de plaatsing van twee flexibele camera’s en hun medewerking verlenen aan het toepassen van cameratoezicht;

 

- dat het cameratoezicht onder de volgende voorwaarden plaatsvindt:

• na incidenten worden beelden van het cameratoezicht door de politie bekeken;

• de camerabeelden worden 24 uur per dag opgenomen en opgeslagen;

• de opgenomen beelden worden maximaal 28 dagen opgeslagen en als de opgenomen beelden niet noodzakelijk zijn voor onderzoek worden deze na

28 dagen vernietigd;

• de beelden die noodzakelijk zijn voor onderzoek kunnen langer worden bewaard met een maximale termijn overeenkomstig de Wet politiegegevens;

 

Gelet op artikel 151c van de Gemeentewet en artikel 2:77 van de Apv;

 

 

Besluit:

  • 1.

    Het plaatsen van twee flexibele camera’s op het Stationsplein in Voorburg, zoals aangeduid op de aan dit besluit gehechte situatieschets, voor de duur van zes maanden, te weten van 6 februari 2025 tot en met 6 augustus 2025.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

 

Bezwaar

Als u het niet eens bent met dit besluit dan kunt u op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift indienen bij de burgemeester van Leidschendam-Voorburg. Het bezwaarschrift moet in ieder geval uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit en de gronden van het bezwaar bevatten en voorzien zijn van uw handtekening. Het indienen van een bezwaarschrift schort de werking van dit besluit niet op.

Het bezwaarschrift stuurt u naar de burgemeester van Leidschendam-Voorburg,

Postbus 1005, 2260 BA Leidschendam. U kunt het bezwaarschrift ook digitaal indienen met DigiD. Kijk voor meer informatie hierover op www.lv.nl/bezwaar-en-beroep.

 

Voorlopige voorziening

U heeft de mogelijkheid bij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te vragen. Dit kan alleen als u ook een bezwaarschrift heeft ingediend. Een kopie van het bezwaarschrift stuurt u met het verzoek om voorlopige voorziening mee.

Het verzoek om voorlopige voorziening stuurt u naar: Rechtbank Den Haag, sector bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

 

Aldus besloten door de burgemeester op 5 februari 2025

de burgemeester van Leidschendam-Voorburg,

M.W. Vroom

bijlage

 

Naar boven