Gemeenteblad van IJsselstein
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| IJsselstein | Gemeenteblad 2025, 521563 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| IJsselstein | Gemeenteblad 2025, 521563 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Dit besluit betreft de wijzigingen in 'bijlage A'.
Door dit besluit vervallen de delen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende Pons met de identificatie xxxx
A
Hoofdstuk 20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De besluiten als bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet, voor zover het gaat om de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie 'Lagebiezen 4-10'.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie ‘Lagebiezen 4-10’ voor zover die regels in strijd zijn met de regels in hoofdstuk 20.
De begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing. In aanvulling hierop zijn de volgende begripsbepalingen van toepassing:
aan huis verbonden bedrijf
een bedrijf, uitgezonderd prostitutie, dat in een (gedeelte van) een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruiker van de woning, en dat niet krachtens het Besluit activiteiten leefomgeving omgevingsvergunningplichtig of meldingsplichtig is.
aan huis verbonden beroep
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.
duurzame gemeenschappelijke huishouding
een band tussen een vaste groep personen die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een economisch-consumptieve eenheid te vormen, waarbij er sprake dient te zijn van:
een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen;
een bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners
waarvan geen sprake is bij kamerverhuur.
huishouden
een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.
niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publieksgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse.
peil
voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan.
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.
Bij toepassing van dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten, waarbij artikel 22.24 niet van toepassing is voor zover dit in strijd is met dit hoofdstuk:
-afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
-bouwhoogte van een antenne-installatie
ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie;
ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie.
-bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
-breedte, lengte en diepte van een gebouw
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.
-goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
-inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
-oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
-vloeroppervlakte
de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
Artikel 20.5 (archeologische beleidszone)
Er is een beleidszone 'Archeologische beleidszone'.
Dit omgevingsplan heeft in de beleidszone 'archeologische beleidszone’ tot doel om de archeologische waarden te beschermen en in te stand te houden.
De regels over gebruiksactiviteiten in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:
Artikel 20.8 (toegestaan gebruik)
Gronden en bouwwerken mogen alleen worden gebruikt voor de doeleinden die zijn aangewezen in paragraaf 20.3.2 en alleen met inachtneming van de daarbij gegeven regels.
Voorzieningen die horen bij de aangewezen gebruiksdoelen, zoals groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, wegen en paden, zijn ook toegelaten.
Dit artikel is van toepassing op het functiegebied ‘Woongebied - LB'.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor wonen, al dan niet in combinatie met een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Artikel 20.10 (maatschappelijk)
Dit artikel is van toepassing op het functiegebied ‘Maatschappelijk - LB’.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor gezondheidszorg, zorg- en welzijnsvoorzieningen, maatschappelijke dienstverlening en sportvoorzieningen.
Artikel 20.11 (parkeervoorzieningen)
Dit artikel is van toepassing op het functiegebied ‘Parkeervoorzieningen - LB’.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor niet-ondergrondse parkeervoorzieningen.
De regels over bouwactiviteiten in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:
In afwijking van het eerste lid zijn de regels over bouwactiviteiten in afdeling 20.4.1.3 gesteld met het oog op:
Artikel 20.14 (vergunningplicht)
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten.
Artikel 20.15 (type regels in deze paragraaf)
In deze paragraaf worden regels gesteld over het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 20.16 (beoordelingsregel)
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het bouwen van het bouwwerk niet in strijd is met:
de bepalingen over het verlenen van de omgevingsvergunning in de andere subparagrafen van deze paragraaf en in paragraaf 20.3.2 en paragraaf 20.4.2;
de algemene regels over het bouwen van bouwwerken in paragraaf 20.4.1;
de gebiedsspecifieke bepalingen over het gebruik van bouwwerken in paragraaf 20.3.2;
de gebiedsspecifieke bepalingen over het bouwen van bouwwerken in paragraaf 20.4.2.
Artikel 20.17 (specifieke beoordelingsregel omgevingskwaliteit)
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk in overeenstemming is met de nagestreefde omgevingskwaliteit.
Bij de beoordeling wordt het uiterlijk zowel op zichzelf beschouwd als in relatie tot de bestaande of in de nabije toekomst te verwachten toestand in de redelijkerwijs in beschouwing te nemen omgeving.
Bij de beoordeling wordt de Nota van Uitgangspunten Lagebiezen IJsselstein, vastgesteld in de raadsvergadering van mei 2023 in acht genomen.
Artikel 20.18 (specifieke beoordelingsregel archeologie)
Een bouwwerk wordt alleen toegelaten als:
de archeologische waarde niet wordt geschaad;
mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden als bedoeld in artikel 20.19.
Het eerste lid geldt niet voor:
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m;
een bouwwerk dat voldoet aan de kenmerken zoals bepaald in paragraaf 20.4.2.5.
De archeologisch waarde als bedoeld in het eerste lid staat beschreven in het rapport bedoeld in artikel 20.47.
Bij de beoordeling of wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met het rapport bedoeld in artikel 20.47.
Artikel 20.19 (vergunningvoorschrift)
Aan een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 20.18, eerste lid, onder b, worden in ieder geval voorschriften verbonden met het oog op het voorkomen van mogelijke schade aan de archeologische waarde. Deze voorschriften kunnen gericht zijn op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige.
Artikel 20.20 (waar deze paragraaf geldt)
Deze paragraaf is van toepassing op het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
Hoofdgebouwen mogen alleen worden gebouwd ter plaatse van de aangeduide Bouwvlakken - LB.
Artikel 20.24 (woningbouwprogramma)
Het aantal woningen dient in overeenstemming te zijn met de segmentering zoals opgenomen in de Woonvisie IJsselstein 2019-2030 dan wel de rechtsopvolger(s) daarvan.
Artikel 20.25 (waar deze paragraaf geldt)
Deze paragraaf is van toepassing op het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
De goothoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen bedraagt ten hoogste 3 m.
De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen bedraagt ten hoogste 5 m.
Artikel 20.31 (waar deze paragraaf geldt)
Deze paragraaf is van toepassing op het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
Artikel 20.32 (toepassingsbereik)
Deze paragraaf gaat over bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen overkappingen zijnde.
De bouwhoogte bedraagt niet meer dan is aangegeven in onderstaande tabel.
|
Type bouwwerken |
|
|
erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg |
1 |
|
overige erf- en terreinafscheidingen |
2 |
|
lichtmasten |
16 |
|
vlaggenmasten |
8 |
|
masten voor antennes ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes |
15 |
|
masten voor antennes ten behoeve van telecommunicatie, zijnde schotelantennes |
6 |
|
speelvoorzieningen |
6 |
|
overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde |
3 |
Artikel 20.34 (waar deze paragraaf geldt)
Deze paragraaf is van toepassing op het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
Artikel 20.35 (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het toelaten van een nieuwe woning.
Artikel 20.36 (specifieke beoordelingsregel geluid)
Een nieuwe woning wordt alleen toegelaten als een woning over ten minste één geluidluwe gevel en buitenruimte beschikt waar het geluid door gemeentewegen niet meer is dan 53 Lden.
Artikel 20.37 (gezamenlijke geluid)
Het gezamenlijke geluid als bedoeld in artikel 5.78ad van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de waarde als opgenomen in bijlage III van het ‘Akoestisch onderzoek wegverkeer Lagebiezen 4 - 6 te IJsselstein’ d.d. 3 juli 2025.
Artikel 20.38 (toepassingsbereik)
Deze paragraaf gaat over de verplichting onderzoek te doen naar de archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 20.47 en de beoordeling van de bouwactiviteit met het oog op het behoud van die archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 20.48.
De regels over aanlegactiviteiten in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:
een goede ruimtelijke ordening;
een goed woon- en leefklimaat;
een doelmatig en duurzaam gebruik van de ruimte;
een hoge belevingskwaliteit van de leefomgeving;
het beschermen van cultureel erfgoed;
het voorkomen en beperken van hinder;
het beschermen van de gezondheid;
het waarborgen van de veiligheid.
Artikel 20.42 (aanvraagvereisten omgevingsvergunning)
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt.
informatie over:
de te gebruiken materialen;
de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en
de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit;
een gemaatvoerde tekening van ondergrondse werkzaamheden, zoals de diepte van de fundering en, indien van toepassing, een palenplan;
overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
Artikel 20.43 (waar deze paragraaf geldt)
Deze paragraaf is van toepassing in de beleidszones archeologie.
Artikel 20.44 (specifiek oogmerk)
De regels over aanlegactiviteiten in deze paragraaf zijn specifiek gesteld met het oog op de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
Artikel 20.45 (aanwijzing activiteiten)
Deze paragraaf gaat over de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden:
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en saneren;
het ophogen van gronden met een hoogte van ten minste 1 m;
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
het planten of rooien van bomen waarbij de stobben worden verwijderd;
het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen of uittrekken van heipalen;
het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
Artikel 20.46 (vergunningplicht)
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten bedoeld in artikel 20.45 te verrichten.
Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor:
werken en werkzaamheden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel reeds in uitvoering zijn;
werken en werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd;
werken en werkzaamheden die voldoen aan de kenmerken zoals bepaald in paragraaf 20.5.2.2.
Artikel 20.47 (specificatie aanvraagvereisten archeologie)
Tot de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 20.42 behoort in elk geval een rapport waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
Artikel 20.48 (beoordelingsregels)
De werken en werkzaamheden worden alleen toegelaten als:
de archeologische waarde niet wordt geschaad;
mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden als bedoeld in artikel 20.49.
De archeologisch waarde als bedoeld in het eerste lid staat beschreven in het rapport bedoeld in artikel 20.47.
Bij de beoordeling of wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met het rapport bedoeld in artikel 20.47.
Artikel 20.49 (vergunningvoorschrift)
Aan een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 20.48, eerste lid, onder b, worden in ieder geval voorschriften verbonden met het oog op het voorkomen van mogelijke schade aan de archeologische waarde. Deze voorschriften kunnen gericht zijn op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige.
Artikel 20.51 (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op de openbare buitenruimte in het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
Artikel 20.52 (specifiek oogmerk)
De regels over aanlegactiviteiten in deze paragraaf zijn specifiek gesteld met het oog op het bevorderen van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit en het beschermen van de gezondheid.
Artikel 20.53 (aanwijzing activiteiten)
Deze paragraaf gaat over de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden:
Artikel 20.54 (vergunningplicht)
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten bedoeld in artikel 20.53 te verrichten.
Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor:
Artikel 20.55 (beoordelingsregels)
De werken en werkzaamheden worden alleen toegelaten als die in overeenstemming zijn met de Integrale Visie Openbare Ruimte, het Handboek Inrichting Openbare Ruimte en de Nota van Uitgangspunten ‘Lagebiezen - IJsselstein’.
Artikel 20.56 (toepassingsbereik)
Deze afdeling is van toepassing op het bebouwen en gebruiken van gronden.
Artikel 20.57 (specifieke zorgplicht parkeren)
Degene die een bouwactiviteit of gebruiksactiviteit verricht, voorziet in voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen ten behoeve van de te verrichten activiteit.
De plicht als bedoeld in het eerste lid houdt in ieder geval in dat locaties slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat bij voorkeur op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
Artikel 20.58 (maatwerk- en vergunningvoorschriften)
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden over artikel 20.57.
Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de eis in artikel 20.57, tweede lid, mits dit geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving.
Bij het stellen van maatwerkvoorschriften of het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning neemt het bevoegd gezag het ‘Parkeerbeleidsplan IJsselstein 2006’ of diens rechtsopvolger in acht.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.
Artikel 20.59 (nieuwe vergunningplicht)
Als een activiteit zonder ontheffing of vergunning onafgebroken rechtmatig is verricht en als gevolg van een wijziging van dit omgevingsplan voor die activiteit een verbod als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet van toepassing wordt, geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van die wijziging van het omgevingsplan een omgevingsvergunning van rechtswege, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht voor de inwerkingtreding van die wijziging van het omgevingsplan.
Artikel 20.60 (overgangsrecht gebruik)
Het gebruik van grond en bouwwerken dat als gevolg van een wijziging van het omgevingsplan is strijd is met het plan en bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van die wijziging, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip als bedoeld in het eerste lid voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan zoals dat luidde voorafgaand aan het tijdstip als bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 20.61 (overgangsrecht bouwwerken)
Een bouwwerk dat als gevolg van een wijziging van het omgevingsplan afwijkt van het plan en op het tijdstip van inwerkingtreding van die wijziging aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip bedoeld in het eerste lid, maar die zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het omgevingsplan zoals dat luidde voorafgaand aan het tijdstip als bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan.
B
Na bijlage I wordt een bijlage ingevoegd, luidende:
/join/id/regdata/gm0353/2025/gebiedsaanwijzing_1d0ef2ab2437471bbc20d51a9a5ddd13/nld@2025‑11‑27;1
/join/id/regdata/gm0353/2025/locatiegroep_f767d56d05e0447497071f11ff46bd7c/nld@2025‑11‑27;1
/join/id/regdata/gm0353/2025/locatiegroep_dbfb62868c59409bab0fdbdfe2103515/nld@2025‑11‑27;1
/join/id/regdata/gm0353/2025/locatiegroep_9c971590986e4ae3b3cbb5a4e6fb0981/nld@2025‑11‑27;1
/join/id/regdata/gm0353/2025/locatiegroep_3e27c4e8c20248779e7612b0f9172340/nld@2025‑11‑27;1
/join/id/regdata/gm0353/2025/locatiegroep_adb8b953ff6e42fdb519235c771e439e/nld@2025‑11‑27;1
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-521563.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.