Besluit tot wijziging van het Damoclesbeleid 2025

De Burgemeester van Enschede

 

gelet op artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet,

 

in overeenstemming met de in het lokale driehoeksoverleg en het Districtelijk veiligheidsoverleg overeengekomen afspraken ten aanzien van het coffeeshopbeleid en de aanpak van drugshandel in woningen en lokalen en de daarbij behorende erven;

 

Overwegende dat:

 

  • 1.

    aanvraag- en selectieprocedure

    • -

      Het maximaal aantal toegestane coffeeshops in Enschede 8 is.

    • -

      Dat op het moment er ruimte is voor een nieuwe coffeeshop in Enschede dit algemeen bekend wordt gemaakt in het gemeenteblad.

    • -

      dat de verwachting is dat de belangstelling om een gedoogbeschikking te verkrijgen groot zal zijn;

    • -

      dat het daarom wenselijk is dat zodra er ruimte is voor een nieuwe coffeeshop, er enerzijds gelijke kansen worden gecreëerd om mee te dingen om een coffeeshopexploitatie te kunnen starten en anderzijds te borgen dat een potentiële coffeeshopexploitatie voldoet aan de gewenste kwaliteitscriteria;

    • -

      dat daarom de aanvraag- en selectieprocedure wordt gewijzigd, waarbij niet eerst een loting plaatsvindt voordat een aanvraag kan worden ingediend, maar dat 1) een aanvrager die mee willen dingen bij zijn aanvraag eerst aan een aantal indieningsvereisten moet voldoen, 2) dat vervolgens wordt getoetst aan de in Hoofstuk 3 van het Damoclesbeleid opgenomen vestigingscriteria voor coffeeshops, 3) dat vervolgens onder de overgebleven aanvragers een loting plaatsvindt. Er komt een lotingslijst van maximaal 20 aanvragers, waarbij nummer 1 voor de verdere inhoudelijke behandeling van de aanvraag in aanmerking komt (waaronder een Bibob- toets). Wanneer deze aanvraagt wordt afgewezen volgt nummer 2 op de lotingslijst, etc.;

    • -

      dat hiertoe Hoofdstuk 4 van het Damoclesbeleid wordt gewijzigd;

 

  • 2.

    opnemen Lijst Ia in het Damoclesbeleid (optreden bij handel in verboden substanties)

    • -

      dat producenten van drugs voortdurend de chemische samenstelling van middelen veranderen om de wet te omzeilen;

    • -

      dat daarom per 1 juli 2025 Lijst Ia is opgenomen in de Opiumwet, waarbij het gaat om een lijst van verboden substanties die deel uitmaken van een stofgroep of een preparaat daarvan. Dit houdt in dat niet één specifieke stof wordt verboden, maar een hele chemische stofgroep in één keer. Hierdoor zijn nieuwe varianten die onder die chemische formule vallen automatisch verboden, waardoor de overheid sneller en effectiever kan optreden;

    • -

      dat deze substanties worden gekwalificeerd als harddrugs;

    • -

      dat in artikel 13b van de Opiumwet is opgenomen dat de burgemeester handhavend kan optreden bij handel in deze substanties als vermeld op lijst Ia van de Opiumwet vanuit woningen en lokalen;

    • -

      dat het gelet hierop wenselijk is deze nieuwe bevoegdheid op te nemen in het Damoclesbeleid, waarbij voor het inzetten van deze bevoegdheid wordt aangesloten bij de bestuurlijke maatregelen die gelden in het geval van handel in harddrugs;

 

  • 3.

    redactionele en technische wijzigingen

    • -

      dat het in verband met de wijzigingen genoemd onder punt 1 en 2 nodig is een aantal redactionele en technische wijzigingen door te voeren;

 

BESLUIT

 

het Damoclesbeleid 2025 conform het voor overwogene te wijzigen.

 

INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag nadat het is bekend gemaakt in het Gemeenteblad.

 

Aldus op 27 november 2025 vastgesteld door de burgemeester van Enschede,

R.W. Bleker

Beleidsregel Damoclesbeleid Enschede 2025

 

De Burgemeester van Enschede

 

gelet op artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, artikel 4:81 eerste lid Algemene wet bestuursrecht,

 

in overeenstemming met de in het lokale driehoeksoverleg en het Districtelijk veiligheidsoverleg overeengekomen afspraken ten aanzien van het coffeeshopbeleid en de aanpak van drugshandel in woningen en lokalen en de daarbij behorende erven,

 

b e s l u i t

 

vast te stellen de volgende beleidsregels voor het toepassen van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, onder de naam

 

DAMOCLESBELEID Enschede 2025

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • 1.

    harddrugs: middelen en substanties die deel uitmaken van een stofgroepen vermeld op lijst I respectievelijk en Ia behorend bij de Opiumwet, dan wel een krachtens artikel 3a, lid 5 Opiumwet aangewezen middel;

  • 2.

    softdrugs: middelen vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet, dan wel een krachtens artikel 3a, lid 5 Opiumwet aangewezen middel;

  • 3.

    handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder verkoop wordt tevens verstaan het sluiten van een mondelinge overeenkomst tot koop en verkoop van drugs, waarbij de aflevering van de drugs elders plaatsvindt;

  • 4.

    voorbereidingshandelingen: het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, lid 1 , onder 3, of artikel 11a van de Opiumwet;

  • 5.

    horecabedrijf: een inrichting als bedoeld in artikel 2:27 lid 1 onder a van de Algemene Plaatselijke Verordening Enschede 2009;

  • 6.

    horecavergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Drank- en Horecaverordening Enschede 2024;

  • 7.

    gedogen van de handel in softdrugs: geen gebruik maken van de bevoegdheid genoemd in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet;

  • 8.

    gedoogbeschikking: Een besluit van de burgemeester op grond waarvan de handel in softdrugs in een coffeeshop door een natuurlijke persoon, wordt gedoogd onder de voorwaarden die in deze beleidsregel zijn opgenomen.

  • 9.

    exploitant: de natuurlijke persoon voor wiens rekening en risico de coffeeshop wordt geëxploiteerd.

  • 10.

    lokaal: een pand al dan niet toegankelijk voor het publiek, zoals een winkel, café, coffeeshop, loods of bedrijfsruimte.

  • 11.

    woning: een woning is een pand dat in hoofdzaak dient tot woning dan wel dienstbaar is aan het wonen. Zowel koop- als huurwoningen vallen onder deze definitie.

  • 12.

    coffeeshop: een voor het publiek toegankelijk lokaal ten aanzien waarvan de burgemeester de handel in softdrugs gedoogt;

  • 13.

    coffeeshoplijst: de door de burgemeester vastgestelde en bijgehouden lijst waarop elke gedoogde coffeeshop en de exploitant daarvan staan vermeld;

  • 14.

    niet-ingezetenen: onder niet-ingezetenen wordt verstaan personen die niet in Nederland woonachtig zijn;

  • 15.

    sluiting: een sluiting met toepassing van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet.

Artikel 2. Uitgangspunten

  • 1.

    Handel in drugs en voorbereidingshandelingen zijn strafbare feiten op grond van de Opiumwet.

  • 2.

    Indien in een woning, een lokaal of een daarbij behorend erf handel in drugs of voorbereidingshandelingen plaatsvinden, dan maakt de burgemeester gebruik van de bevoegdheid genoemd in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, tenzij de drugshandel – met inachtneming van de in deze beleidsregel aangegeven voorschriften en beperkingen (hierna: gedoogregels) – plaatsvindt in een coffeeshop.

  • 3.

    Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan zal de woning/het lokaal/de coffeeshop voor één ieder ontoegankelijk worden gemaakt.

  • 4.

    Met betrekking tot de omschrijving van het “verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben” van harddrugs en softdrugs, wordt aansluiting gezocht bij het gestelde daartoe in de Aanwijzing Opiumwet. Concreet betekent dit dat er onder meer sprake is van een overtreding in de zin van dit beleid bij een aangetroffen hoeveelheid zoals die in de Aanwijzing Opiumwet is vastgelegd. De aanwijzing Opiumwet is als bijlage bij dit beleid gevoegd.

 

HOOFDSTUK 2 WONINGEN EN LOKALEN NIET ZIJNDE COFFEESHOPS

Artikel 3. Reacties op handel in softdrugs in woningen en lokalen niet zijnde coffeeshops of het voorbereiden of bevorderen daarvan (voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet)

  • a.

    Bij een eerste overtreding van de Opiumwet volgt in beginsel sluiting van de woning of het lokaal voor een periode van 3 respectievelijk 6 maanden. Bij de beoordeling om tot sluiting over te gaan worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken:

    • 1.

      Toeloop van leveranciers en kopers van drugs of voorwerpen of stoffen (als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet) naar de woning of het lokaal;

    • 2.

      Gevaar voor de openbare orde, de veiligheid en de gezondheid als gevolg van de drugshandel of de voorbereidingshandelingen;

    • 3.

      de straat of buurt waarin de drugshandel of de voorbereidingshandelingen hebben plaatsgevonden, de aanwezigheid van actuele drugsgerelateerde activiteiten of link met het criminele circuit;

    • 4.

      De mate van verwijtbaarheid.

  • b.

    Bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding wordt de woning of het lokaal gesloten voor een dan te bepalen periode.

Artikel 4. Reactie op handel in harddrugs of substanties die deel uitmaken van een stofgroep in woningen en lokalen niet zijnde coffeeshops of het voorbereiden of bevorderen daarvan (voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 van de Opiumwet)

  • a.

    Bij een eerste overtreding van de Opiumwet volgt in beginsel sluiting van de woning of het lokaal voor een periode van 6 respectievelijk 12 maanden. Bij de beoordeling om tot sluiting over te gaan worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken:

    • 1.

      Toeloop van leveranciers en kopers van drugs of voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 van de Opiumwet naar de woning of het lokaal;

    • 2.

      Gevaar voor de openbare orde, de veiligheid en de gezondheid als gevolg van de drugshandel of de voorbereidingshandelingen;

    • 3.

      de straat of buurt waarin de drugshandel of de voorbereidingshandelingen hebben plaatsgevonden;

    • 4.

      De mate van verwijtbaarheid.

  • b.

    Indien de overtreding als bedoeld onder a. plaatsvindt in een woning die eigendom is van een woningcorporatie als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet volgt sluiting van de woning voor een periode van 3 maanden, tenzij het belang van de openbare orde en de veiligheid sluiting van de woning voor een periode van 6 maanden noodzakelijk maakt.

  • c.

    Bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding wordt de woning of het lokaal gesloten voor een dan te bepalen periode.

 

HOOFDSTUK 3 COFFEESHOPS

Artikel 5. Coffeeshoplijst

  • 1.

    Er is een coffeeshoplijst, waarop per coffeeshop staan vermeld de naam waaronder de coffeeshop wordt geëxploiteerd, het adres waar de coffeeshop is gevestigd, alsmede de naam, de voorletters, de geboortedatum en de geboorteplaats van de exploitant.

  • 2.

    Op de dag waarop deze beleidsregels in werking treden, staan op de coffeeshoplijst vermeld het aantal coffeeshops en de daarbij behorende exploitanten. De lijst maakt onderdeel uit van deze beleidsregels.

  • 3.

    In overeenstemming met regionale afspraken, wordt het aantal coffeeshops op de coffeeshoplijst en het aantal gedoogbeschikkingen, gezien het aantal inwoners van Enschede ten tijde van de vaststelling van deze beleidsregels, vastgesteld op maximaal 8.

  • 4.

    Op de coffeeshoplijst wordt een nieuwe combinatie van coffeeshop en exploitant vermeld:

    • a.

      indien de coffeeshop voldoet aan de vestigingscriteria zoals omschreven onder artikel 6 én,

    • b.

      wanneer voor de exploitatie van het horecabedrijf een vergunning op grond van de Drank- en horecaverordening en een gedoogbeschikking als bedoeld in artikel 1 lid 8 van kracht is geworden.

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, wordt op de coffeeshoplijst geen nieuwe coffeeshop vermeld indien op deze lijst 8 coffeeshops zijn vermeld. Voor het gebied Binnensingel (zie de gebiedskaart in bijlage 1) wordt geen nieuwe coffeeshop op de coffeeshoplijst vermeld en nieuwe gedoogbeschikking verleend wanneer in dat gebied al 7 coffeeshops zijn gevestigd.

  • 6.

    De vermelding van een coffeeshop op de coffeeshoplijst wordt doorgehaald en de gedoogbeschikking wordt ingetrokken:

    • a.

      een besluit van de burgemeester om de vergunning voor de exploitatie van het horecabedrijf in te trekken, onherroepelijk is geworden;

    • b.

      de exploitatie niet meer plaatsvindt voor rekening en risico van de op de coffeeshoplijst vermelde exploitant;

    • c.

      de exploitant aan de burgemeester een schriftelijke verklaring heeft verstrekt dat hij de exploitatie van de coffeeshop onvoorwaardelijk en onherroepelijk staakt;

    • d.

      redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in de coffeeshop geen handel in softdrugs meer plaatsvindt;

    • e.

      acht weken zijn verlopen sinds de dag dat de exploitant is overleden;

    • f.

      in geval van recidive van overtreding van een of meerdere van de gedoogcriteria.

Artikel 6. Vestigingscriteria voor coffeeshops

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 5, vierde tot en met zesde lid, wordt een andere combinatie van coffeeshop en exploitant als bedoeld in het tweede lid van artikel 5 slechts op de coffeeshoplijst vermeld:

    • a.

      indien de coffeeshop voldoet aan de volgende vestigingscriteria:

      • 1.

        ter plaatse is in het omgevingsplan zelfstandige horeca toegestaan;

      • 2.

        De coffeeshop is gevestigd langs doorgaande wegen binnen de bebouwde kom (maximumsnelheid 50 km/uur) of in de binnenstad met uitzondering van het gebied zoals aangegeven op de kaart in bijlage 2;

      • 3.

        De loopafstand tussen coffeeshops onderling ten minste 50 meter bedraagt;

      • 4.

        De afstand tot percelen waarop een school voor van overheidswege bekostigd basis-, middelbaar en of voortgezet dagonderwijs aanwezig of gepland is, ten minste 200 meter hemelsbreed en een loopafstand van ten minste 250 meter bedraagt;

      • 5.

        De coffeeshop niet op prominente plekken, zoals op de hoeken van belangrijke kruispunten en in bovengemiddeld karakteristieke panden is gevestigd;

      • 6.

        Er geen conflict bestaat met (ander) sectoraal of generiek gemeentebeleid, en verenigbaar met in voorbereiding of in uitvoering zijnde gemeentelijke projecten;

      • 7.

        de oppervlakte van de voor bezoekers beschikbare verblijfsruimte niet groter is dan 100 m²;

      • 8.

        Er geen combinatie is met andere (horeca-)activiteiten binnen hetzelfde horecabedrijf;

      • 9.

        De coffeeshop niet in een deel van een pand dat is afgezonderd van een bestaand horecabedrijf is gevestigd; én

    • b.

      indien de horecavergunning en de gedoogbeschikking zijn verleend aan een natuurlijke persoon van 21 jaar of ouder die als ingezetene van Nederland in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven, én

    • c.

      indien de houder van de horecavergunning geen exploitant is of 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een gedoogbeschikking exploitant is geweest van een Enschedese coffeeshop, én

    • d.

      Indien de houder van de horecavergunning geen zakelijke of (familie)relationele banden heeft met een persoon die exploitant is van een in Enschede gevestigde coffeeshop.

  • 2.

    De burgemeester kan met inachtneming van het belang van de openbare orde, de veiligheid, de gezondheid en de leefomgeving, afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 1, a onder 1 t/m 9.

Artikel 7. Gedoogregels voor coffeeshops

De burgemeester gedoogt de handel in softdrugs:

  • 1.

    uitsluitend in een coffeeshop vermeld op de coffeeshoplijst,

  • 2.

    zolang hij de gedoogbeschikking of horecavergunning niet heeft ingetrokken,

  • 3.

    voor zover de volgende gedoogregels in acht worden genomen:

    • a.

      geen affichering voor softdrugs; dit betekent geen reclame voor softdrugs, op welke wijze dan ook, met uitzondering van een summiere aanduiding (hennepblad) op de betreffende coffeeshop;

    • b.

      geen harddrugs; dit betekent dat in de coffeeshop geen harddrugs of stofgroep die vermeld staan op lijs I en Ia van de Opiumwet voorhanden mogen zijn of verkocht mogen worden;

    • c.

      geen overlast veroorzaken; onder overlast wordt verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidhinder, vervuiling of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten;

    • d.

      geen verkoop van softdrugs aan jeugdigen; onder jeugdigen wordt verstaan personen jonger dan 18 jaar (minderjarigen);

    • e.

      geen toegang tot de coffeeshop voor jeugdigen; onder jeugdigen wordt verstaan personen jonger dan 18 jaar (minderjarigen);

    • f.

      geen verkoop van een grote hoeveelheid softdrugs per transactie; van een grote hoeveelheid is sprake als deze meer bedraagt dan 5 gram; onder transactie wordt begrepen alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper;

    • g.

      geen verkoop van softdrugs aan niet-ingezetenen;

    • h.

      geen toegang voor niet-ingezetenen;

    • i.

      Geen handelsvoorraad van meer dan 500 gram; onder de handelsvoorraad vallen softdrugs die in de coffeeshop aanwezig zijn, maar ook softdrugs die elders worden aangetroffen als er een directe relatie bestaat met de coffeeshop; het moet gaan om elders aanwezige drugs die kennelijk voor verkoop in deze coffeeshop zijn bestemd, bijvoorbeeld elders in het pand, in een ander pand of in een auto;

    • j.

      gedurende de openingsuren van de coffeeshop is te allen tijde een leidinggevende aanwezig die op de gedoogbeschikking en horecavergunning staat vermeld;

    • k.

      de coffeeshop dient gesloten te zijn tussen 00:00 en 10:00 uur;

    • l.

      in de coffeeshop vinden geen voorbereidingshandelingen plaats.

  • 4.

    De Burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en de leefomgeving, aanvullend op de gedoogregels als bedoeld in artikel 7 lid 3 onder a t/m l, voorschriften verbinden aan de gedoogbeschikking.

  • In ieder geval maar niet uitsluitend worden de volgende voorschriften in de gedoogbeschikking opgenomen:

    • a.

      Bij een redelijk vermoeden van probleemgebruik, geldt een verkoopverbod en een verwijzingsplicht naar een instelling voor verslavingszorg.

    • b.

      er wordt proactief voorlichting gegeven over (verantwoord) gebruik van softdrugs.

    • c.

      exploitant en leidinggevenden volgen de Coffeeshopcursus van het Trimbosinstituut of een vergelijkbare cursus en kunnen vakbekwaamheid aantonen middels een certificaat.

Artikel 8. Reacties op overtreding van de gedoogregels voor coffeeshops

  • 1.

    De burgemeester reageert op de hierna vermelde wijze op overtreding van een gedoogregel zoals genoemd in artikel 7, vierde lid:

    • a.

      affichering voor softdrugs: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 4 weken;

    • b.

      harddrugs of stofgroep (Lijst I en Ia Opiumwet): sluiting voor een periode van 12 maanden;

    • c.

      overlast veroorzaken: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 13 weken;

    • d.

      verkoop van softdrugs aan jeugdigen: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 26 weken;

    • e.

      toegang verlenen tot de coffeeshop voor jeugdigen: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 13 weken;

    • f.

      verkoop van meer dan vijf gram softdrugs per transactie: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 13 weken;

    • g.

      verkoop van softdrugs aan niet-ingezetenen: in beginsel volgt geen sanctie. Bij geconstateerde overlast in relatie tot de verkoop van softdrugs aan niet-ingezetenen zullen in de lokale driehoek nieuwe afspraken worden gemaakt over de handhaving.

    • h.

      toegang verlenen tot de coffeeshop voor niet-ingezetenen: in beginsel volgt geen sanctie. Bij geconstateerde overlast in relatie tot het toegang verlenen aan niet-ingezetenen zullen in de lokale driehoek nieuwe afspraken worden gemaakt over de handhaving.

    • i.

      een handelsvoorraad van meer dan 500 gram: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 13 weken;

    • j.

      geen leidinggevende aanwezig: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 4 weken;

    • k.

      open zijn tussen 00:00 en 10:00 uur: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 4 weken;

    • l.

      voorbereidingshandelingen: sluiting van de coffeeshop voor een periode van 12 maanden.

  • 2.

    Indien binnen 5 jaar na de eerste overtreding van de in artikel 7 genoemde gedoogregels, met uitzondering van de onder g en h genoemde ingezetenencriteria, in dezelfde coffeeshop wederom een overtreding van deze gedoogregels plaatsvindt, heeft dat tot gevolg dat de verkoop van softdrugs in de coffeeshop niet meer wordt gedoogd en de gedoogbeschikking wordt ingetrokken. De vermelding van de betreffende coffeeshop zal op de coffeeshoplijst worden doorgehaald.

 

HOOFDSTUK 4 AANVRAAG- EN SELECTIEPROCEDURE GEDOOGBESCHIKKING COFFEESHOPS, LOOPTIJD GEDOOGBESCHIKKING

Artikel 9. Bekendmaking

  • 1.

    Wanneer op de coffeeshoplijst onherroepelijk minder dan 8 coffeeshops zijn vermeld, dan wordt dit bekend gemaakt op de gemeentelijke website en in het gemeenteblad (overheid.nl).

  • 2.

    In de bekendmaking wordt verwezen naar de geldende aanvraag- en selectieprocedure en de indieningscriteria.

Artikel 10. Kenbaar maken belangstelling

  • 1.

    Er wordt géén wachtlijst aangehouden van gegadigden voor vestiging van een coffeeshop.

  • Een ieder kan uiterlijk binnen 8 weken na de bekendmaking als bedoeld in artikel 1 schriftelijk bij de burgemeester een aanvraag voor een gedoogbeschikking en een horecavergunning op grond van de Drank- en horecaverordening Enschede indienen. De wijze van aanvragen staat beschreven in de bekendmaking.

  • 2.

    De binnen de indieningstermijn ontvangen aanvragen worden beoordeeld op volledigheid, dus op de aanwezigheid van alle gegevens en bescheiden waar om is verzocht.

  • Indien geen volledige aanvraag is ontvangen wordt de aanvrager op grond van artikel 4:5 eerste lid onder c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid gesteld om binnen uiterlijk vier weken de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens en bescheiden. Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is aangevuld wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.

  • 3.

    Te laat ingediende aanvragen worden niet meegenomen in de vervolgprocedure.

  • 4.

    Van iedere gegadigde wordt maximaal één aanvraag voor een gedoogbeschikking geaccepteerd.

  • 5.

    De aanvraag voor een gedoogbeschikking is persoonsgeboden. De indiener van de aanvraag moet dezelfde natuurlijk persoon zijn als degene die als exploitant op de gedoogbeschikking, de horecavergunning en de coffeeshoplijst zal worden vermeld.

  • 6.

    In het geval de indiener van de aanvraag al vergunninghouder is voor de uitoefening van het horecabedrijf voor de beoogde locatie van de coffeeshop, dient hij daarvan een kopie bij te voegen

Artikel 11. Indieningsvereisten aanvraag gedoogbeschikking

  • 1.

    Een aanvraag voor een gedoogbeschikking moet schriftelijk worden ingediend bij de burgemeester door middel van een door hem vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Bij de aanvraag voor een gedoogbeschikking worden ten minste de volgende documenten overgelegd:

    • a.

      een kopie van een identiteitsbewijs, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de exploitant en de beoogde leidinggevenden, evenals een uittreksel uit de Basisregistratie Personen;

    • b.

      een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    • c.

      een deugdelijk ondernemingsplan dat in elk geval bevat:

      • -

        de locatie van de te vestigen coffeeshop;

      • -

        de wijze van financiering van de coffeeshop;

      • -

        een Curriculum Vitae van de exploitant en de beoogde leidinggevenden, waarin opleidingen, ervaring in de branche staan vermeld;

      • -

        een overzicht van te verrichten investeringen (investeringsbegroting);

      • -

        de financiële haalbaarheid van de coffeeshop (exploitatiebegroting);

    • d.

      een veiligheidsplan, dat in elk geval bevat:

      • -

        een risicoanalyse met betrekking tot de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat;

      • -

        de te nemen maatregelen ter bescherming van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat;

      • -

        een beschrijving van de bereikbaarheid van de coffeeshop, de aanwezige parkeervoorzieningen voor bezoekers en het te verwachten effect op het verkeer;

    • e.

      een communicatieplan, dat in elk geval bevat:

      • -

        een beschrijving hoe de aanvrager omwonenden en omliggende bedrijven zal informeren/voorbereiden op de komst van een coffeeshop;

      • -

        een beschrijving hoe de aanvrager gedurende de exploitatie van de coffeeshop in contact blijft met de omgeving en omgaat met diens klachten;

      • -

        een omschrijving hoe de exploitant een constante, open en constructieve verstandhouding tot de omgeving bewaart;

    • f.

      een preventieplan om verslaving te voorkomen, waar in elk geval ingegaan wordt op:

      • -

        het toegangs- en deurbeleid;

      • -

        de wijze waarop personeel kennis en inzicht vergaart en behoudt over verdovende middelen, de herkenning van verslavingssymptomen en de kans op en de risico’s van verslaving;

      • -

        de wijze van eigen inzet en te treffen maatregelen ter voorkoming van verslaving als ook de samenwerking met verslavingszorg en/of andere partners;

    • g.

      een op schaal gemaakte plattegrond van de coffeeshop met daarop weergegeven de indeling en de oppervlaktematen;

    • h.

      een bewijs (huurovereenkomst, eigendomsakte) waaruit blijkt dat de aanvrager gerechtigd is of gerechtigd zal worden tot het gebruik van de inrichting en locatie van de te vestigingen coffeeshop:

Artikel 12. Vervolgprocedure

  • 1.

    De behandeling van de aanvragen tot verlening van de gedoogbeschikking bestaat uit vier fasen:

    • a.

      fase 1: toetsing of de exploitant heeft voldaan aan de vestigingscriteria als bedoeld in artikel 6 van deze regels, met uitzondering van het bepaalde in artikel 6 lid 1, a onder punt 6 (toetsing aan het omgevingsplan, zie daarvoor fase 3). De gedoogbeschikking wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in fase 1. De overige fasen worden dan niet meer doorlopen.

    • b.

      fase 2: loting conform artikel 13 t/m 18, waarbij maximaal twintig aanvragen worden getrokken, die vervolgens in de volgorde zoals in dat artikel bepaald worden getoetst aan de criteria van de fasen 3 en 4.

    • c.

      fase 3: toetsing van de locatie aan het omgevingsplan (horecabestemming). Wanneer dient te worden afgeweken van het geldende omgevingsplan, dient de aanvrager binnen twee weken na dagtekening van de brief waarin dit schriftelijk aan hem is meegedeeld, aan te tonen dat de daarvoor benodigde omgevingsvergunning aangevraagd is. Indien de aanvrager dit nalaat wordt de gedoogbeschikking geweigerd.

    • d.

      fase 4: toetsing van de aanvrager aan de Wet Bibob. Overeenkomstig de geldende Beleidsregel Wet Bibob gemeente Enschede 2019 maakt een Bibob- toets onderdeel uit van de aanvraagprocedure voor een horecavergunning.

      Een Bibob-toets wordt tevens uitgevoerd in het geval een gegadigde al beschikt over een horecavergunning voor de locatie van de coffeeshop, als bedoeld in artikel 11, eerste lid.

    • e.

      Indien wordt voldaan de criteria van fase 1 t/m 4 vindt bijschrijving op de coffeeshoplijst niet eerder plaats dan wanneer voor de exploitatie van het horecabedrijf een vergunning op grond van de Drank- en horecaverordening van kracht is geworden.

Artikel 13. Openbare loting

  • 1.

    De volgorde waarin aanvragen inhoudelijk worden behandeld, wordt bepaald door middel van een openbare loting.

  • 2.

    De openbare loting, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt door een notaris.

  • 3.

    Aan aanvragers die deelnemen aan de loting wordt door de burgemeester een uniek nummer toegekend. De lijst met unieke nummers wordt door de burgemeester aan de notaris verstrekt.

  • 4.

    De notaris loot, per beschikbaar gekomen vermelding op de coffeeshoplijst, één aanvrager.

  • 5.

    De notaris maakt van de loting een proces-verbaal op dat zo spoedig mogelijk uitsluitend aan de burgemeester wordt overgelegd.

  • 6.

    Het proces-verbaal is ondertekend door de notaris. Het proces-verbaal is gedagtekend en vermeld de wijze waarop de loting is uitgevoerd, de uitslag en de datum van de loting.

  • 7.

    De uitslag van de loting wordt als volgt in het proces-verbaal vermeld:

    • a.

      een lijst met daarop de unieke nummers in de rangorde van trekking gekoppeld aan de nummers één tot en met maximaal twintig (hierna: ‘plaatsingslijst’);

    • b.

      een lijst met daarop de overige unieke nummers, die niet zijn getrokken;

  • 8.

    In het geval slechts één aanvrager in aanmerking komt voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag (fase 3 en 4), vindt er geen openbare loting plaats.

Artikel 14. Informatievoorziening na loting

  • 1.

    Nadat de loting, als bedoeld in artikel 13, heeft plaatsgevonden, informeert de burgemeester de aanvragers over de uitslag.

  • 2.

    De burgemeester informeert zowel de aanvrager die is geloot als de aanvragers die niet zijn geloot.

Artikel 15. Termijn en werking wachtrij en rangorde

  • 1.

    De burgemeester houdt een wachtrij in stand van de nummers twee tot en met maximaal twintig.

    De getrokken aanvragers worden in de wachtrij geplaatst, tenzij een aanvrager te kennen heeft aangegeven niet langer van die mogelijkheid gebruik te willen maken.

  • 2.

    De volgorde van de aanvragers op de wachtrij komt overeen met de rangorde van de uitslag van de loting, als bedoeld in artikel 13, zevende lid, onder a.

  • 3.

    Indien een aanvraag uit de wachtrij in behandeling wordt genomen, schuift de volgorde van de aanvragers in de wachtrij dienovereenkomstig op en worden de aanvragers die in de wachtrij zijn geplaatst daarover geïnformeerd.

  • 4.

    Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien een aanvrager te kennen heeft gegeven niet of niet langer van de wachtrij gebruik te willen maken.

  • 5.

    Na het vermelden van de coffeeshop op de coffeeshoplijst, worden de aanvragers die in de wachtrij waren geplaatst daarover geïnformeerd en wordt de wachtrij opgeheven.

  • 6.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet op een aanvraag voor een gedoogbeschikking van toepassing.

Artikel 16. Vervolgprocedure bij niet vermelden coffeeshop op de coffeeshoplijst

  • 1.

    Als de aanvraag om een gedoogbeschikking of om verlenging van een gedoogbeschikking niet leidt tot verlening of verlenging van een gedoogbeschikking, wordt de eerstvolgende aanvraag uit de wachtrij in verdere behandeling genomen:

    • a.

      als tegen het besluit op de eerste aanvraag binnen de daarvoor geldende termijnen geen rechtsmiddelen zijn aangewend: nadat na afloop van die termijnen rechtens onherroepelijk vaststaat dat de aanvraag niet leidt tot verlening of verlenging van een gedoogbeschikking; of

    • b.

      als tegen het besluit op de aanvraag wel rechtsmiddelen zijn aangewend: nadat na het doorlopen van de betreffende procedures rechtens onherroepelijk vaststaat dat de aanvraag niet leidt tot verlening of verlenging van een gedoogbeschikking.

  • 2.

    Deze procedure herhaalt zich totdat een coffeeshop op de coffeeshoplijst is vermeld.

  • 3.

    Indien het doorlopen van de procedure voor ieder van de aanvragers, ook zij die in de wachtrij zijn geplaatst, niet leidt tot een vermelding van een coffeeshop op de coffeeshoplijst, zal er een geheel nieuwe procedure worden opgestart.

Artikel 17. Vervolgprocedure bij geen belangstelling

  • 1.

    In het geval er binnen de in de bekendmaking genoemde termijn geen aanvragen zijn ingediend wordt de procedure gesloten.

  • 2.

    De procedure van een beschikbare vermelding op de coffeeshoplijst wordt opnieuw gestart op het moment dat een gegadigde zijn belangstelling kenbaar heeft gemaakt bij de burgemeester. In dat geval maakt de burgemeester, binnen vier weken na het kenbaar maken van de belangstelling, via de gemeentelijke website en het gemeenteblad bekend dat overige gegadigden hun belangstelling kenbaar kunnen maken.

Artikel 18. Looptijd gedoogbeschikking

  • 1.

    De looptijd van de gedoogbeschikking wordt vastgesteld op maximaal 5 jaar.

  • 2.

    Om in aanmerking te komen voor verlenging van de gedoogbeschikking met maximaal 5 jaar, dient 6 maanden voor het einde van de looptijd een nieuwe aanvraag te zijn ingediend.

 

HOOFDSTUK 5 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 19. Overgangsrecht

Voor de coffeeshops die op het moment van inwerkingtreding van deze Beleidsregel op de coffeeshoplijst vermeld staan, gelden niet de vestigingscriteria als bedoeld in artikel 6, lid 1 onder a, punt 2 t/m 9, voor zover de locaties waar deze coffeeshops zijn gevestigd daar niet aan voldoen.

Artikel 20. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel Damoclesbeleid 2025’

 

Aldus op 27 november 2025 vastgesteld door de burgemeester van Enschede,

 

de Burgemeester van Enschede,

R. W. Bleker

 

Handhaving gedoogcriteria coffeeshops

Overtreding

Gemeente

 

Politie / OM

 

 

 

 

Ingezetenen

In beginsel geen bestuurlijke handhaving. Bij geconstateerde overlast in relatie tot het ingezetenen-schap zullen in de lokale driehoek nieuwe afspraken worden gemaakt over de handhaving bij overtreding van het ingezetenencriterium.

 

Het OM zal in beginsel niet strafrechtelijk handhaven. Echter indien een coffeeshop aan niet-ingezetenen verkoopt en de problematiek in of rondom de shop daartoe aanleiding geeft, dan zal het OM altijd de afweging maken of het toch eigenstandig zal optreden, maar pas nadat het standpunt van het OM in de driehoek kenbaar gemaakt is.

Affichering

1e overtreding:

tijdelijke sluiting van 4 weken.

2e overtreding binnen 5 jaar:

Intrekking gedoogbeschikking .

 

1e overtreding:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging:

Art. 3b OW ivm art. 10, lid 1 OW.

Art. 3b OW ivm art. 10, lid 2 OW.

2e overtreding binnen 5 jaar:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).

Harddrugs

1e overtreding:

tijdelijke sluiting van 52 weken.

2e overtreding binnen 5 jaar :

Intrekking gedoogbeschikking

 

1e overtreding:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging:

Art. 2 OW ivm art. 10, lid 1 OW.

Art. 2 OW ivm art. 10, lid 3 OW.

Art. 2 OW ivm art. 10, lid 4 OW.

2e overtreding binnen 5 jaar:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).

Overlast

1e overtreding:

tijdelijke sluiting van 13 weken.

2e overtreding binnen 5 jaar :

Intrekking gedoogbeschikking

 

1e overtreding:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging:

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW.

2e overtreding binnen 5 jaar:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).

Verkoop jeugdigen

Toegang jeugdigen

1e overtreding:

Tijdelijke sluiting van 26 weken.

2e overtreding binnen 5 jaar :

Intrekking gedoogbeschikking.

1e overtreding:

Tijdelijke sluiting van 26 weken.

2e overtreding binnen 5 jaar :

Intrekking gedoogbeschikking.

 

1e overtreding:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging:

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW.

2e overtreding binnen 5 jaar:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).

1e overtreding:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging:

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW.

2e overtreding binnen 5 jaar:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).

te Grote hoeveelheid

1e overtreding:

tijdelijke sluiting van 13 weken.

2e overtreding binnen 5 jaar :

Intrekking gedoogbeschikking.

 

1e overtreding:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging:

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW.

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW.

2e overtreding binnen 5 jaar:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).

te Grote handelsvoorraad

1e overtreding:

tijdelijke sluiting van 13 weken.

2e overtreding binnen 5 jaar :

Intrekking gedoog beschikking.

 

1e overtreding:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging:

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 1 OW

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 2 OW

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 3 OW

Art. 3 OW ivm art. 11, lid 5 OW

2e overtreding binnen 5 jaar:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).

Voorbereidings-handelingen

1e overtreding:

tijdelijke sluiting van 12 maanden.

2e overtreding binnen 5 jaar:

Intrekking gedoogbeschikking.

 

1e overtreding:

rapport + PV + inbeslagname + vervolging:

Art. 2 en/of 3 OW ivm art. 10a lid 1 onder 3 of art. 11a OW

2e overtreding binnen 5 jaar:

rapport + PV + inbeslagname +vervolging (idem als vorenstaand).

Niet nakomen aan gedoogbeschikking verbonden nadere voorschriften.

Beoordeling levensgedrag exploitant en/ of leidinggevenden

 

 

 

Bijlage 1 Gebiedskaart binnensingelgebied

 

Bijlage 2 Gebied binnenstad waar geen coffeeshops mogen worden gevestigd

 

Toelichting Damoclesbeleid Enschede 2025

Inleiding

Op 1 november 2007 is het gewijzigde artikel 13b Opiumwet in werking getreden waarbij de burgemeester bevoegd is bestuursrechtelijk op te treden indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het toepassingsbereik van dit artikel is daarmee uitgebreid tot ook de niet voor het publiek toegankelijke lokalen en woningen (voorheen slechts op voor publiek toegankelijke lokalen). Met ingang van 1 januari 2019 is de burgemeester tevens bevoegd handhavend op te treden wanneer er sprake is van handelingen ter voorbereiding of bevordering van drugshandel (voorbereidingshandelingen). Met deze bevoegdheid kan anders dan voorheen, ook worden opgetreden wanneer bijvoorbeeld een hennepkwekerij of drugslab wordt aangetroffen maar geen middelen als bedoeld in lijst I of II. Op welke wijze en wanneer de burgemeester zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 13b Opiumwet zal inzetten is vastgelegd in het Damoclesbeleid. Voor coffeeshops gelden specifieke gedoogregels die tevens integraal zijn opgenomen in het Damoclesbeleid.

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Definities

Bij de definities is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de wettekst van artikel 13b Opiumwet.

 

Uitgangspunten

Bij de beoordeling of sprake is van een overtreding van de Opiumwet wordt aansluitging gezocht bij hetgeen uit jurisprudentie blijkt en de gedoogcriteria die in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie zijn vastgelegd.

Hieronder is een specificatie opgenomen wat er bedoeld wordt met handelshoeveelheid drugs (alles onder deze hoeveelheden wordt in beginsel aangemerkt als zijnde een gebruikershoeveelheid). Die hoeveelheden zijn overgenomen uit de Aanwijzing Opiumwet. Daaronder wordt het volgende verstaan:

  • harddrugs: meer dan 0,5 gram. Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt:

    • -

      0,5 gram harddrugs (bijv. cocaïne/amfetamine)

    • -

      1 pil/ tablet (bijv. XTC)

    • -

      5 ml (bijv. 1 ampul/buisje/consumptie-eenheid GHB).

  • softdrugs: meer dan 5 gram

  • hennepplanten: meer dan 5 planten

 

HOOFDSTUK 2 WONINGEN EN LOKALEN NIET ZIJNDE COFFEESHOPS

Reacties op handel in soft- en harddrugs in woningen en lokalen niet zijnde coffeeshops

Uitgangspunt is dat bij het aantreffen van een handelshoeveelheid soft- of harddrugs tot sluiting van de betreffende woning of het lokaal wordt overgegaan. Dit geld eveneens als er in een pand sprake is van voorbereidingshandelingen, dus als geen drugs worden aangetroffen (noch verkocht, afgeleverd of verstrekt), terwijl er wel voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, zoals bepaalde apparatuur (drugslaboratorium, cocaïnewasserij), chemicaliën (apaan, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen. Tot sluiting wordt in ieder geval overgegaan onder de volgende omstandigheden over gegaan:

  • Er is sprake van toeloop van leveranciers en kopers van drugs naar het pand of er vinden voorbereidingshandelingen plaats, waardoor overlast voor andere bewoners in de nabije omgeving van het pand wordt veroorzaakt. Het pand staat bekend als drugspand en tast het woon- en leefklimaat in de omgeving aan.

  • Er is sprake geweest van ernstig gevaar voor de openbare orde, de veiligheid en de gezondheid die een grote impact op het woon- en leefklimaat heeft. Te denken valt aan verontreiniging als gevolg van gebruik van (illegale) stoffen/ chemicaliën, brand- of instortingsgevaar, aanwezigheid van wapens.

  • De woning of het lokaal waarin de drugs zijn aangetroffen of voorbereidingshandelingen hebben plaatsgevonden is gelegen in een straat of buurt waar meerdere drugspanden aanwezig, waar actuele drugsgerelateerde activiteiten zijn geconstateerd of waar een link met het criminele circuit is. Een zichtbare sluiting van de woning heeft in dat geval een te onderscheiden functie ter voorkoming van verdere overtredingen, namelijk het signaal aan bij het pand betrokken drugscriminelen en buurtbewoners dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit in dat pand.

Bij de afweging om tot sluiting over te gaan wordt ook de mate van verwijtbaarheid bij de rechthebbende op de woning of het lokaal (de eigenaar/ verhuurder) betrokken. Daarbij wordt beoordeeld of hij zelf de overtreder is, dan wel of hem verwijt kan worden gemaakt van het niet beëindigen en voorkomen van de overtreding. In voorkomende gevallen kan dit er toe leiden dat wordt volstaan met het geven van een waarschuwing na een eerste overtreding, bijvoorbeeld als zich geen van de onder punt 1 t/m 3 genoemde omstandigheden voordoen. Wanneer binnen 5 jaar na een eerste overtreding opnieuw een overtreding van de Opiumwet in dezelfde woning of hetzelfde lokaal plaatsvindt, volgt niet weer een waarschuwing maar volgt sluiting van de woning of het lokaal.

Alle Enschedese woningcorporaties zijn partner in het Regionale Hennepconvenant, dat tot doel heeft de hennepteelt in Oost Nederland integraal aan te pakken. Zo volgt onmiddellijke ontbinding van de huurovereenkomst na het aantreffen van een hennepkwekerij in een corporatiewoning en wordt nauw samengewerkt om hennepteelt in woningen te voorkomen (preventiemaatregelen). In beginsel wordt daarom niet tot sluiting van een corporatiewoning overgegaan na het aantreffen van een hennepkwekerij, tenzij het belang van de openbare orde en de veiligheid dat noodzakelijk maakt.

Uitgangspunt is dat de eigenaar/ verhuurder verantwoordelijk is voor de gang van zaken in het pand. Van hem mag worden verwacht dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat het van het door hem (onder)verhuurde pand wordt gemaakt. (Zie onder meer ABRS uitspraak van april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1150.)

Het ligt dus op de weg van de eigenaar/ verhuurder om in zekere mate concreet toezicht te houden op het gebruik van het pand. Maatregelen die daartoe kunnen worden getroffen zijn:

  • Screening van de beoogde huurder (verificatie ID- bewijs);

  • Ontbindende clausule in het huurcontract in geval van drugshandel in het pand;

  • Het uitvoeren van periodieke controles op het gebruik van het pand en verslaglegging daarvan.

Het recht op privacy van een huurder behoeft niet in de weg te staan aan het kunnen controleren van het gebruik van het pand door de verhuurder. (ABRS uitspraak van 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1950)

Indien zich één of meerdere omstandigheden genoemd onder punt 1 tot en met 3 voordoen staat het ontbreken van verwijtbaarheid bij de rechthebbende op de woning of het lokaal niet in de weg aan sluiting. Het belang van sluiting zal onder die omstandigheden in beginsel zwaarder wegen dan het belang van de rechthebbende om over de woning of het lokaal te kunnen beschikken.

 

Periode van sluiting:

Het sluiten van een woning, die daadwerkelijk wordt gebruikt als woning, zal in zijn algemeenheid een grotere inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer, dan de sluiting van een (al dan niet voor publiek toegankelijk) lokaal. Uit oogpunt van proportionaliteit wordt daarom voor de sluiting van woningen een kortere periode gehanteerd dan voor lokalen. In het geval van softdrugs wordt een sluitingsperiode van 3 maanden voor een woning en 6 maanden voor een lokaal noodzakelijk geacht om de doelstellingen van het beleid te realiseren (meer specifiek het wegnemen van overlast als gevolg van de loop naar het drugspand en van de naamsbekendheid als drugspand of de signaalfunctie als bedoeld onder punt 3).

In geval van handel in harddrugs, waarvan bij productie en gebruik de gevolgen voor de volksgezondheid en de veiligheid zeer ernstig kunnen zijn, wordt een sluitingsperiode van 6 maanden voor een woning en 12 maanden voor een lokaal noodzakelijk geacht.

Woningcorporaties als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet werken uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting en hebben daarin een bijzondere verantwoordelijkheid ten opzichte van particuliere/ commerciële woningverhuurders.

Om, gelet op die bijzondere verantwoordelijkheid van de corporaties, een sociale huurwoning niet onnodig lang aan de woningmarkt te onttrekken volgt in het geval van harddrugshandel in een corporatiewoning sluiting van de woning voor een periode van 3 maanden, tenzij het belang van de openbare orde en veiligheid een periode van sluiting van 6 maanden noodzakelijk maakt.

Bij herhaling van een overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding volgt opnieuw sluiting van de woning of het lokaal voor een langere periode, die wordt bepaald aan de hand van de dan bekende omstandigheden.

 

HOOFDSTUK 3 en 4 COFFEESHOPS

De Opiumwet geeft de Burgemeester de bevoegdheid om de verkoop van softdrugs vanuit coffeeshops te gedogen. Regionaal zijn afspraken gemaakt over het aantal coffeeshops in Twente. Bij de vaststelling van het coffeeshopbeleid is door de Twentse gemeenten besloten om het aantal coffeeshops te maximaliseren en deze alleen te gedogen en te concentreren in de drie grote steden. In afstemming met de lokale driehoek (Burgemeester, politie, OM) is het coffeeshopbeleid vastgelegd in het Damoclesbeleid.

Het beleid is in 2024 geëvalueerd, waarbij is gekeken naar landelijke en lokale ontwikkelingen. Er is aanleiding het beleid op een aantal onderdelen te wijzigen c.q. te herbevestigen.

 

Algemeen

Doelstellingen van het coffeeshopbeleid zijn:

  • Beschermen van de volksgezondheid

  • Beheersen van overlast en onveiligheid

  • Bestrijden van de (georganiseerde) criminaliteit

Met het gedogen van verkoop van softdrugs heeft de wetgever beoogd een scheiding tussen de markt van softdrugs (hasj en wiet) van die van harddrugs (heroïne, cocaïne etc.) te bewerkstelligen. De verkoop en gebruik van softdrugs werd daarom kleinschalig en in een sociale context mogelijk gemaakt in coffeeshops.

De productie van softdrugs is altijd verboden gebleven. Dat brengt de coffeeshopexploitatie in een criminogene positie. Direct of indirect zijn criminele organisaties betrokken bij de coffeeshop-exploitaties en worden miljoenen verdiend met grootschalige, bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Jaarlijks worden in Enschede door de politie vele tientallen illegale hennepkwekerijen ontmanteld en grote partijen softdrugs aangetroffen, hetgeen leidt tot ondermijnende activiteiten in de stad en aantasting van de openbare orde en veiligheid en leefbaarheid. Veel geweldsdelicten zijn drugsgerelateerd.

Dit valt de coffeeshops niet direct aan te reken, de huidige coffeeshopexploitaties veroorzaken zelf ook geen drugsgerelateerde overlast.

Het is zoals gezegd het gevolg van voortdurend landelijk beleid waarbij alleen de verkoop en niet de productie van softdrugs gereguleerd is. Daarmee onderscheidt de branche zich nog steeds van andere (horeca)branches, en is het wenselijk meer frequent de rechtmatigheid van de exploitaties te beoordelen om criminele en ondermijnende invloeden te gaan.

Landelijk is het gezondheidsbeleid aangescherpt en gelden maatregelen om het gebruik van genotsmiddelen te ontmoedigen. Zo is per 1 juli 2022 het verbod op rookruimtes in voor publieke openstaande gebouwen ingegaan. Dit verbod geldt ook voor coffeeshops. De horecafunctie van coffeeshops krijgt daardoor meer het karakter van een afhaalzaak.

Per 1 april 2024 staat cannabis in Duitsland niet langer op de lijst van verboden middelen. Wie ouder is dan 18 mag voortaan 25 gram cannabis bij zich hebben voor persoonlijk gebruik (in Nederland wordt 5 gram gedoogd). Als gevolg hiervan bestaat er in de toekomst een gerede kans op minder coffeeshoptoerisme in Enschede.

Gelet op voornoemde ontwikkelingen is besloten per 1 januari 2025 een aantal wijzigingen in het coffeeshopbeleid door te voeren.

 

1. Aantal coffeeshops

Landelijk wordt in veel gemeenten die coffeeshops gedogen een norm gehanteerd die varieert van 1 coffeeshop per 15.000 tot 40.000 inwoners. Dit is geen officiële norm, het is een richtlijn. In Twente wordt de norm van 1 coffeeshop op 15.000 à 20.000 met een ondergrens van 2 x de norm (40.000 inwoners) gehanteerd. In het huidige coffeeshopbeleid zijn in Enschede maximaal 8 coffeeshops toegestaan. Met in achtneming van een aantal gedoog- en vestigingsvoorwaarden kunnen coffeeshops zich overal in Enschede vestigen.

Momenteel zijn in Enschede 10 coffeeshops gevestigd (dat het er 10 zijn in plaats van 8 zoals het beleid voorschrijft, heeft te maken met overgangsrecht). 9 coffeeshops zijn gevestigd in het binnen singelgebied, waarvan 8 in de binnenstad. 1 coffeeshop is gevestigd buiten het singelgebied.

De aanwezigheid van coffeeshops in de binnenstad heeft geleid tot drugstoerisme, mede ook door de ligging aan de grens met Duitsland. Met het gedogen van coffeeshops wordt voorkomen dat er ongecontroleerde straathandel in softdrugs plaatsvindt in de stad. Het drugstoerisme bestaat echter niet alleen uit coffeeshopbezoek, maar heeft ook een aanzuigende werking op straathandel waarbij we vermenging met de handel in harddrugs zien.

Voorkomen moet worden dat zich een te grote concentratie van coffeeshops in een relatief klein deel van het stadscentrum vestigt, waardoor het woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast door de aanzuigende werking die drugstoerisme op straathandel in hard)drugs en de daarmee gepaard gaande overlast heeft. Elders in de stad is het aantal verkooppunten met één vestiging nu verhoudingsgewijs juist erg laag is. Zie verder ook onder punt 2 locatie- en spreidingsbeleid.

Het maximum aantal coffeeshops is daarom vastgesteld op 8, waarvan er maximaal 7 mogen zijn gevestigd in het Binnensingelgebied. Minder coffeeshops toestaan wordt niet wenselijk geacht omdat dan het risico op straathandel in softdrugs toeneemt.

Hiermee wordt gestreefd naar een balans die enerzijds recht doet aan de mogelijkheid om in Enschede op legale en veilige wijze softdrugs te verkrijgen zonder daarvoor afhankelijk te zijn van straathandel of online drugshandel, en anderzijds de aanzuigende werking op illegale straathandel in (hard)drugs in het centrumgebied meer tegengaat.

 

2. Locatie- en spreidingsbeleid.

Bij vestiging van een (nieuwe) coffeeshop staat het beschermen van de openbare orde, de veiligheid, de gezondheid en de leefbaarheid centraal.

De huidige gedoogregels en vestigingscriteria voor coffeeshops blijven bestaan.

Het kan voor komen dat ondanks dat voldaan wordt aan de vestigingsvoorwaarden, het niet wenselijk is dat een coffeeshop zich op een bepaalde locatie vestigt. Denk bijvoorbeeld aan een deel van de stad of een wijk waar zich drugsoverlast voordoet. Andersom kan het minder bezwaarlijk zijn een coffeeshop te vestigen op een locatie die niet aan (alle) vestigingscriteria voldoet, bijvoorbeeld wanneer de vestiging op die locatie naar verwachting geen effect heeft op de leefbaarheid en de locatie de voorkeur heeft (als geschikt afzetgebied).

De burgemeester heeft daarom de bevoegdheid om nader te bepalen welke locatie geschikt is voor vestiging van een nieuwe coffeeshop. Hiermee kan meer rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden op dat moment en kan maatwerk worden geleverd.

 

3. Tijdelijk gedogen met een verlengoptie.

Bij een tijdelijke gedoogstatus voor de duur van 5 jaar wordt een Bibob-toets uitgevoerd, worden exploitant en leidinggevenden getoetst op levensgedrag en wordt beoordeeld of nog aan de andere exploitatievoorwaarden wordt voldaan. Hiermee is naast signaal gestuurd optreden meer geborgd dat de exploitatie rechtmatig plaatsvindt.

Aan de gedoogbeschikking kunnen in het belang van de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en de leefomgeving, specifieke voorschriften worden gekoppeld. Bijvoorbeeld een verkoopverbod en verwijzingsplicht naar een instelling voor verslavingszorg bij een redelijk vermoeden van probleemgebruik, de verplichting voorlichting te geven over gebruik van softdrugs. Of een verplichte deelname voor coffeeshopmedewerkers aan de ‘Coffeeshopcursus’ van het Trimbosinstituut. Een belangrijk doel van deze training is dat eigenaren of mensen die in de coffeeshops werken in contact komen met preventiewerkers in de omgeving van de coffeeshop. Daardoor leren ze het lokale aanbod kennen en kunnen preventiewerkers en coffeeshops mogelijk samenwerken.

Ook concrete voorschriften om drugsgerelateerde overlast of parkeeroverlast in de nabije omgeving van de coffeeshop tegen te gaan kunnen worden opgelegd. Hiermee wordt per locatie ook meer maatwerk mogelijk.

Met een tijdelijke gedoogstatus heeft de exploitant daarnaast elke vijf jaar de gelegenheid een keuze te maken in het voortzetten of beëindigen van de exploitatie.

Een gedoogbeschikking wordt alleen aan een natuurlijke persoon afgegeven. Een besloten vennootschap, stichting of commanditaire vennootschap zijn uitgesloten. Deze rechtsvormen geven teveel mogelijkheden om buiten het zicht van de gemeente personen als bijv. een aandeelhouder, zowel invloed op de bedrijfsvoering, de financiering van of winstdeling uit de exploitatie van de coffeeshop te laten hebben.

Het is niet toegestaan de exploitatie over te dragen, bijvoorbeeld aan erfopvolgers of leidinggevenden van de coffeeshop.

Wanneer de exploitatie stopt, uit eigen beweging of door overlijden van de exploitant, vervalt met inachtneming van een overgangstermijn van 4 weken de gedoogstatus.

Wanneer de gedoogbeschikking wordt ingetrokken op basis van een negatief Bibob- advies dient de exploitatie direct te worden beëindigd en komt de exploitant ten minste 5 jaar niet meer in aanmerking voor een nieuwe gedoogstatus.

Bij het vervallen van de gedoogbeschikking in geval van overlijden of op basis van een negatief Bibob- advies vervalt gelijktijdig de horecavergunning. Deze worden namelijk aan een en dezelfde natuurlijke persoon verleend. Een exploitant kan er uit eigen beweging wel voor kiezen de coffeeshop- exploitatie te beëindigen en als reguliere horeca-exploitatie verder te gaan.

 

4. Aanvraag- en selectieprocedure

Op het moment dat er ruimte is voor een nieuwe coffeeshop in Enschede wordt dat algemeen bekend gemaakt in het gemeenteblad.

De verwachting is dat wanneer er ruimte is voor een nieuwe coffeeshop, een aanzienlijk aantal belangstellenden zich zal melden. Het is daarom wenselijk dat zodra er ruimte is voor een nieuwe coffeeshop, er enerzijds gelijke kansen worden gecreëerd om mee te kunnen dingen om een coffeeshopexploitatie te starten en anderzijds te borgen dat een potentiële coffeeshopexploitatie voldoet aan de gewenste kwaliteitscriteria

De aanvraag- en selectieprocedure is daarom als volgt vormgegeven:

  • er vindt niet eerst een loting plaats wanneer meerdere belanghebbenden zich melden, een ieder kan een aanvraag indienen.

  • aanvragers die mee willen dingen moeten aan een aantal indieningsvereisten voldoen. Wanneer daar niet (tijdig) aan voldaan wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.

  • Vervolgens worden de overgebleven aanvragen getoetst aan de in Hoofstuk 3 van het Damoclesbeleid opgenomen vestigingscriteria voor coffeeshops. Aanvragen die hier niet aan voldoen worden afgewezen.

  • Onder de overgebleven aanvragers vindt een (notariële) loting plaats. Er komt een lotingslijst van maximaal 20 aanvragers, waarbij nummer 1 voor de verdere inhoudelijke behandeling van de aanvraag in aanmerking komt (waaronder een Bibob- toets) en de nummers 2 t/m 19 op de lotingslijst worden geplaatst. De overige aanvragen worden afgewezen. Wanneer de aanvraag van nummer 1 wordt afgewezen volgt nummer 2 op de lotingslijst, etc.

In hoofdstuk 4 van het Damoclesbeleid is deze procedure vastgelegd.

 

5. Begrip handelsvoorraad coffeeshops

De handelsvoorraad softdrugs van een coffeeshop mag niet meer dan 500 gram zijn. Dit is bepaald in de Aanwijzing Opiumwet, er is geen beleidsruimte hiervan (naar boven) af te wijken. In het huidige beleid is dit als volgt omschreven:

In een eerdere casus is gebleken dat er onduidelijkheid kan bestaan over wat onder een bij een coffeeshop behorende ruimte moet worden verstaan. Hieronder moet niet alleen worden verstaan een fysiek bij of in de coffeeshop behorende ruimte, maar ook een handelsvoorraad die elders wordt aangetroffen en als er een directe relatie bestaat met de coffeeshop. Het moet gaan om elders aanwezige softdrugs die kennelijk voor verkoop in de coffeeshop zijn bestemd, bijvoorbeeld elders in het pand, in een ander pand of in een auto. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 2019 geoordeeld dat een dergelijke uitleg van het begrip handelsvoorraad is toegestaan wanneer dit zo in het beleid is opgenomen.

 

6. Overgangsrecht 2025

Voor zover bij vaststelling van deze beleidsregels reeds gedoogde deze coffeeshops op een locatie zijn gevestigd die niet voldoet aan de vestigingscriteria als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder a, punt 2 t/m 9, zijn die criteria niet van toepassing. De reden hiervoor is dat reeds op grond van oud overgangsrecht deze afwijkingen gedoogd werden. Zo voldoet bijvoorbeeld een aantal coffeeshops niet aan het onderlinge loopafstand criterium. Zolang de gedoogstatus van de betreffende coffeeshops gehandhaafd blijft, hebben deze afwijkingen geen gevolgen.

 

Naar boven