Treasurystatuut gemeente Laarbeek 2026

 

1. Samenvatting

Het nieuwe Treasurystatuut 2026 vervangt het vorige verouderde treasurystatuut. Deze was vastgesteld in 2014 met hierop een wijziging in 2017, waardoor een update wenselijk is. Uitgangspunt bij het schrijven van de nieuwe versie is een geactualiseerd en inzichtelijk document, rekening houdend met de wettelijke kaders en de gemeentelijke uitgangspunten.

 

Er wordt een uiteenzetting gegeven over de wet- en regelgeving met een onderscheid in kort- en langlopende geldleningen en rentebeheersing.

2. Inleiding

In dit treasurystatuut wordt de “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het treasurystatuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Naast het treasurystatuut neemt de gemeente jaarlijks een paragraaf Financiering op in zowel de begroting als in de jaarrekening. Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens en de uitvoering van het beleid aangaande treasury beschreven.

 

Bij het opstellen van het treasurystatuut is rekening gehouden met de bepalingen van de wettelijke kaders; o.a. Gemeentewet, verordeningen ex art 212, 213, 213a, Wet fido, Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (fido).

 

De wijze van het behandelen van een aanvraag voor het verstrekken van een garantie of geldlening is vastgelegd in een afzonderlijk document ‘Uitvoeringsregels garantie en lening’.

3. Wet- en regelgeving

In onderstaande tabel staan de belangrijkste wet- en regelgeving vermeld rondom treasury.

 

Wettelijke bepaling

Toelichting

Gemeentewet, artikel 212, lid 1

De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid en ook voor het financiële beheer voor de inrichting van de financiële organisatie vast.

Gemeentewet, artikel 212, lid 2c

De financiële verordening bevat regels over de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen van de financieringsfunctie. Dit is uitgewerkt in het treasurystatuut.

Besluit, begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel

9 en 13

De begroting bevat een paragraaf Financiering. Deze bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.

BBV, artikel 26

Het jaarverslag bevat een paragraaf Financiering. Deze bevat de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen.

Wet financiering decentrale overheden

(fido), artikel 2 lid 1

Het aangaan van leningen, uitzetten van middelen en het verlenen van garanties, gebeurt uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden gemeenten hun liquide middelen in de Rijksschatkist aan. Deze norm sluit commercieel bankieren uit.

Wet fido, artikel 2a, lid 2 in samenhang met de Regelingen uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo)

Uitzetten van middelen anders dan voor de publieke taak en het hanteren van derivaten, mag alleen als deze uitzettingen een voorzichtig karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Uitzetten van middelen en hanteren van derivaten kan bovendien alleen binnen specifieke eisen. Deze norm sluit commercieel bankieren uit.

Wet fido, artikel 2a, lid 3

Er worden geen hypothecaire geldleningen afgesloten ten gunste van het eigen personeel, college of raad noch worden garanties gegeven op de verstrekking ervan door derden. Deze norm sluit commercieel bankieren uit.

Wet fido, artikel 4

De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal van een openbaar lichaam overschrijdt de kasgeldlimiet niet. Deze norm stelt een eis aan de verhouding tussen aangetrokken kort- en langlopende leningen, ter begrenzing van de financierings- en renterisico’s.

Wet fido, artikel 6

Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet. Deze norm stelt een eis aan de samenstelling van de leningenportefeuille ter begrenzing van de renterisico’s, waarbij het er om gaat te vermijden dat een groot deel van de leningen wordt beïnvloed door de marktrente op één moment.

Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof), Artikel 3.1

Decentrale overheden zijn beperkt in het aantrekken van leningen op de geld- en kapitaalmarkt. Deze norm helpt het Rijk om te voldoen aan de middellange termijndoelstellingen voor het structureel EMU-saldo.

Regeling schatkistbankieren

Decentrale overheden zijn verplicht overtollige kasmiddelen bij het Rijk te beleggen. Deze norm begrenst het risico van de treasuryfunctie.

4. Kortlopende leningen ≤ 1 jaar

4.1 Algemeen

Onder kortlopende leningen vallen leningen met een looptijd korter dan of gelijk aan één jaar. De kortlopende leningen kennen verschillende vormen:

  • Rekeningcourantovereenkomsten met banken. Afhankelijk van de behoefte kan de gemeente daarbij over geldmiddelen beschikken tot het overeengekomen maximale bedrag;

  • Kasgeldleningen met looptijden van 1 of meer weken tot maanden;

  • Daggeldleningen.

De gemeente Laarbeek maakt voor het dagelijks betaalverkeer gebruik van twee banken, te weten de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Rabobank. De BNG is daarbij onze huisbankier hetgeen betekent dat daar het betalingsverkeer in hoofdzaak plaatsvindt. Met bovengenoemde banken zijn rekeningcourantovereenkomsten afgesloten. Voor het aantrekken van kortgeldleningen kunnen we ook andere banken vragen zoals de NWB (Nederlandse Waterschapsbank).

 

4.2 Schatkistbankieren

De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Uitgezonderd het toegestane drempelbedrag wat bepaald is op 2% van het begrotingstotaal. Voor de gemeente Laarbeek geldt daarmee voor het jaar 2026 als drempelbedrag € 1.536.000. Een gemeente mag gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist laten.

 

Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, wat zich vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

5. Langlopende leningen

5.1 Algemeen

Onder de langlopende leningen vallen alle leningen die een looptijd hebben langer dan één jaar.

 

Er zijn drie soorten leningen te weten:

  • -

    Annuïtair, er wordt een vast maandbedrag betaald, samengesteld uit rente en aflossing waar bij aanvang van de lening een hoog rentebedrag betaald wordt;

  • -

    Lineair, er wordt een vast bedrag aan aflossing betaald, waardoor het rentebedrag maandelijks afneemt;

  • -

    Fixe, een vorm van geldlenen waar aan het einde van de looptijd de lening in één keer wordt afgelost.

Voorkeur, en meest gebruikt, is de lineaire lening vanwege het voordeel minder rente te betalen, waardoor deze vorm de goedkoopste optie is. Daarnaast past de gelijkmatige aflossing van een lineaire lening ook goed bij het beleid om de renterisiconorm niet te overschrijden. Ook komt de lineaire afloswijze goed overeen met de wijze waarop de investeringen over de levensduur worden afgeschreven.

 

Het is toegestaan om tussen gemeenten en provincies onderling te lenen mits er geen sprake is van een financiële toezichtrelatie.

 

5.2 Totaalfinanciering en projectfinanciering

De financieringsbehoefte van een gemeente wordt bepaald aan de hand van een meerjarige liquiditeitsplanning. Deze meerjarige liquiditeitsplanning wordt opgesteld als de gemeente voornemens is een nieuwe langlopende lening uit te zetten. Dit is verder toegelicht in hoofdstuk 8 ‘Informatievoorziening en financiële kengetallen’.

 

Aan de hand van bijvoorbeeld de voortgang van alle programma’s, verkopen bouwgrond, investeringen en de inzet van de onderhoudsvoorzieningen wordt centraal de behoefte aan totaalfinanciering bepaald. Ook wordt het aangaan en uitzetten van geldleningen centraal georganiseerd om optimaal gebruik te kunnen maken van de beschikbare financieringsmiddelen.

 

De belangrijkste verschillen tussen totaalfinanciering en projectfinanciering zijn in de onderstaande tabel weergegeven.

 

Projectfinanciering 

Totaalfinanciering 

  • Theoretisch een één-op-één relatie tussen investering/project en lening

  • Veel contracten (bijv. 10 leningen van € 0,5 miljoen)

  • Per investering een eigen rentepercentage

  • Voor alle investeringen

  • Beperkt aantal contracten (bijv. 1 lening van € 5 miljoen)

  • Onderdeel van de totale financieringsbehoefte

  • Uniforme rentetoerekening naar alle taakvelden c.q. investeringen

 

De voorkeur ligt bij totaalfinanciering, omdat dit de integrale benadering van financiering bevordert en de administratieve inzet beperkt.

6. Rentebeheersing

De rentekosten zijn afhankelijk van de omvang van de leningen en het daarvoor te betalen rentepercentage. Vanuit landelijke wet- en regelgeving zijn ter beperking van de renterisico’s een tweetal maatregelen getroffen.

 

De eerste landelijke maatregel is het stellen van een limiet aan korte financiering. Hiervoor geldt de zogeheten ‘kasgeldlimiet’. Deze limiet houdt in dat de gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal aan kortlopende financiering mag hebben.

 

De tweede landelijke maatregel is de zogeheten ‘renterisiconorm’. Het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisico wordt per jaar getoetst aan de renterisiconorm. Deze norm stelt dat in een jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal ingezet mag worden voor aflossingen.

 

Zowel in de begroting als jaarrekening worden deze berekeningen opgenomen in de paragraaf Financiering.

7. Uitgangspunten en richtlijnen

Bij het aangaan van korte- en langlopende leningen gelden de volgende uitgangspunten en richtlijnen:

Algemeen:

  • 1.

    De gemeente hanteert in beginsel het systeem van totaalfinanciering. Dit houdt in dat voor de gemeentelijke organisatie als geheel de financieringsbehoefte bepaald wordt; er wordt dus niet voor iedere investering apart geleend.

  • 2.

    Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak.

  • 3.

    Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken in Euro’s.

  • 4.

    Financiering met externe middelen wordt zoveel mogelijk beperkt door de liquide middelen optimaal te gebruiken om zo het renterisico en renteresultaat zo min mogelijk negatief te beïnvloeden.

  • 5.

    Financieringsmiddelen worden afgestemd op verwachte inkomsten, uitgaven en de liquiditeitsprognose zoals blijkt uit documenten uit de P&C cyclus.

Kortlopende leningen:

  • 6.

    Bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen wordt rekening gehouden met de korte termijn liquiditeitsplanning en de wettelijke kasgeldlimiet.

  • 7.

    Het college informeert, conform de Wet fido, de toezichthouder bij overschrijding van de kasgeldlimiet met een voorstel om de overschrijding op te lossen, indien deze situatie zich over een periode van drie achtereenvolgende kwartalen voordoet.

  • 8.

    Uitzettingen worden gedaan volgens de Wet verplicht schatkistbankieren en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. Gelden kunnen worden aangehouden op een rekeningcourant of een deposito. De keuze van het uitzetten op een rekening-courant of een deposito wordt bepaald op basis van de liquiditeitenplanning.

  • 9.

    In afwijking van onderdeel 8 kan worden besloten de liquide middelen uit te zetten bij andere openbare lichamen, met dien verstande dat deze openbare lichamen geen financiële toezichtrelatie hebben met de gemeente Laarbeek.

  • 10.

    Indien gekozen wordt voor het uitzetten van gelden bij een ander openbaar lichaam wordt vooraf toestemming gevraagd aan de Raad.

Langlopende leningen:

  • 11.

    Bij het aantrekken van langlopende financieringsmiddelen wordt gebruik gemaakt van een meerjarige liquiditeitsplanning en er wordt gezorgd dat de renterisiconorm volgens de Wet fido niet wordt overschreden.

  • 12.

    Het college informeert de raad bij overschrijding van de renterisiconorm met een voorstel om de overschrijding op te lossen.

  • 13.

    Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd. Deze offertes worden door het college schriftelijk vastgelegd.

  • 14.

    Leningen worden uitsluitend aangegaan bij Nederlandse banken met een minimale rating (kredietwaardigheid) van AA.

  • 15.

    Indien gekozen wordt voor het aantrekken van een langlopende lening bij een ander openbaar lichaam worden vooraf de wensen en bedenkingen van de raad gevraagd via een informatienota.

  • 16.

    Om een optimale situatie te creëren met betrekking tot het afsluiten van een langlopende lening of herfinanciering, zullen de volgende aspecten meegenomen worden:

    • -

      Doel en duur van de lening;

    • -

      Financieel beschikbare ruimte om een lening af te lossen;

    • -

      Huidige rentestand.

Informatievoorziening:

  • 17.

    Naast de wettelijke bepalingen wordt in de paragraaf Financiering aanvullend jaarlijks de volgende informatie opgenomen:

    • a.

      de ontwikkeling van de langlopende leningen,

    • b.

      de opbouw van de leningenportefeuille;

    • c.

      de toets op het renterisiconorm en kasgeldlimiet;

  • 18.

    Per kwartaal wordt door de financieel beleidsadviseur een beknopte rapportage opgesteld over de resultaten van de treasuryactiviteiten en deze wordt ter kennisname gebracht aan het college van burgemeester en wethouders.

8. Informatievoorziening en financiële kengetallen

8.1 Paragraaf Financiering

In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vermeld dat in de paragraaf Financiering wordt ingegaan op de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en inzicht wordt gegeven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.

 

Naast de wettelijke onderdelen wordt in de paragraaf Financiering ook inzicht gegeven in de ontwikkeling van de langlopende leningen, de opbouw van de leningenportefeuille, de toets op het renterisiconorm en kasgeldlimiet.

 

8.2 Liquiditeitsplanning

Voor de meerjarige geldstromen wordt in de begroting een overzicht opgenomen. Dit overzicht is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • 1.

    Bank en kassaldi per 1 januari

  • 2.

    Geldstromen:

    • a.

      Operationele activiteiten

    • b.

      Investeringsactiviteiten

    • c.

      Financieringsactiviteiten

  • 3.

    Bank- en kassaldi per 31 december

8.3 Indicatoren

Landelijk is bepaald dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Het gaat om de volgende kengetallen:

  • 1a.

    Netto schuldquote

  • 1b.

    Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

  • 2.

    Solvabiliteitsratio

  • 3.

    Structurele exploitatieruimte

  • 4.

    Grondexploitatie

  • 5.

    Belastingcapaciteit

Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. In de financiële kaders zijn doelen opgesteld wat te bereiken, waarbij met betrekking tot financiering gestuurd wordt op de netto schuldquote en solvabiliteitsratio.

9. Belangrijkste bevoegdheden en verantwoordelijkheden

De belangrijkste bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor de treasuryfunctie staat in onderstaande tabel gedefinieerd.

 

Orgaan/functie

Bevoegdheden en verantwoordelijkheden

Medewerker betalingsverkeer

(kassier)

  • Controleren of afgesloten transacties overeenstemmen met werkelijk ontvangen of betaalde gelden

  • Uitvoeren van de regeling schatkistbankieren

  • Zorgdragen voor liquiditeit

Financieel beleidsadviseur

  • Beoordelen omvang en gewenste looptijd van nieuwe leningen aan de hand van meerjarige prognoses en afschrijvingsduur van investeringen

  • Adviseren van het college bij langlopende leningen

  • Beheersen van risico’s op het gebied van treasury

  • Aantrekken en uitzetten van geldleningen

  • Opstellen van de paragraaf Financiering

College

  • Vaststellen, bijstellen en uitvoeren van het treasurybeleid

  • Rapporteren aan de raad over uitvoering van het treasurybeleid via de jaarrekening

Raad

  • Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan

Medewerker interne controle

  • Toetsen of de processen aansluiten op de administratieve richtlijnen, limieten en rapportages

Provincie

  • Toezichthouder Wet fido

Accountant

  • Het in kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren over de feitelijke naleving van het treasurystatuut

10. Bijlagen

10.1 Werkwijze aangaan nieuwe langlopende geldlening.

 

 

Taak 

Door wie? 

Signaleren dat er behoefte is aan een langlopende lening

Financieel beleidsadviseur belast met de taak treasury

Beoordelen omvang en gewenste looptijd aan de hand van meerjarige prognoses en afschrijvingsduur investeringen

Financieel beleidsadviseur i.s.m. Coördinator Team Financiën & Juridische Zaken

Opvragen ten minste twee offertes, keuze maken en uitbrengen van advies

Financieel beleidsadviseur belast met de taak treasury

Besluiten tot aangaan van nieuwe lening of herfinanciering

Manager Bedrijfsvoering (of anders geregeld in de Mandaatregeling)

Vastleggen gevolgde procedure en uitkomst

Financieel beleidsadviseur belast met de taak treasury

Informeren over de afgesloten overeenkomst

Financieel beleidsadviseur belast met de taak treasury en College

Informeren van de gemeenteraad over de omvang van de nieuwe lening, duur en rentepercentage via de paragraaf Financiering in de begroting en jaarrekening

College

Toets of de gevolgde procedure aansluit bij de landelijke en lokale uitgangspunten en richtlijnen

Medewerker interne controle en de accountant

Rapportage uitbrengen over de bevindingen van de toets en aan management en bestuur

Medewerker interne controle (aan college en management) en de accountant (aan College en Raad)

 

10.2 Begrippenlijst

In de verschillende wet- en regelgeving zijn diverse begrippen opgenomen. De belangrijkste hiervan zijn opgenomen in de onderstaande begrippenlijst.

 

Algemeen

Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling, uitgaande van en aantal rentebepalende factoren, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt uitgevoerd.

Solvabiliteit

De mate waarin een organisatie op lange termijn aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen.

Liquiditeitspositie

De mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan.

Liquiditeitsopslag

De liquiditeitsopslag is naast de basisrente en de debiteurenopslag één van de drie componenten van de rentevoet voor het vreemd vermogen. Met de liquiditeitsopslag worden de liquiditeitskosten voor de bank gedekt, oftewel de kosten die banken moeten maken om geld aan te kunnen trekken en die vervolgens vertaald worden naar de klant.

Rating

Overzicht ratingkwalificaties Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch inzake lange termijn (kredietwaardigheid):

AAA of Aaa Uitzonderlijk kredietwaardig, zeer laag risico

AA of Aa Zeer kredietwaardig, maar iets minder veilig dan AAA

A Goede kredietwaardigheid, geringe kans op betalingsproblemen

Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de rekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.

Kengetal grondexploitatie

Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken.

Structurele opslagruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage.

 

 

Wet fido

 

Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.

Financiële derivaten

Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waardeafhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices/indexen.

Kasgeldlimiet

Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar.

Renterisico op de vaste schuld

Mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van een openbaar lichaam verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Renterisiconorm

Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar.

Begrotingstotaal

De totale lasten op de begroting.

Deposito

Het creditbedrag op een aan de rekening-courant gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door het openbaar lichaam niet vrij beschikt kan worden.

Naar boven