Gemeenteblad van Laarbeek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Laarbeek | Gemeenteblad 2025, 520885 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Laarbeek | Gemeenteblad 2025, 520885 | beleidsregel |
Treasurystatuut gemeente Laarbeek 2026
Het nieuwe Treasurystatuut 2026 vervangt het vorige verouderde treasurystatuut. Deze was vastgesteld in 2014 met hierop een wijziging in 2017, waardoor een update wenselijk is. Uitgangspunt bij het schrijven van de nieuwe versie is een geactualiseerd en inzichtelijk document, rekening houdend met de wettelijke kaders en de gemeentelijke uitgangspunten.
Er wordt een uiteenzetting gegeven over de wet- en regelgeving met een onderscheid in kort- en langlopende geldleningen en rentebeheersing.
In dit treasurystatuut wordt de “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het treasurystatuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Naast het treasurystatuut neemt de gemeente jaarlijks een paragraaf Financiering op in zowel de begroting als in de jaarrekening. Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens en de uitvoering van het beleid aangaande treasury beschreven.
Bij het opstellen van het treasurystatuut is rekening gehouden met de bepalingen van de wettelijke kaders; o.a. Gemeentewet, verordeningen ex art 212, 213, 213a, Wet fido, Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (fido).
De wijze van het behandelen van een aanvraag voor het verstrekken van een garantie of geldlening is vastgelegd in een afzonderlijk document ‘Uitvoeringsregels garantie en lening’.
In onderstaande tabel staan de belangrijkste wet- en regelgeving vermeld rondom treasury.
4. Kortlopende leningen ≤ 1 jaar
Onder kortlopende leningen vallen leningen met een looptijd korter dan of gelijk aan één jaar. De kortlopende leningen kennen verschillende vormen:
De gemeente Laarbeek maakt voor het dagelijks betaalverkeer gebruik van twee banken, te weten de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Rabobank. De BNG is daarbij onze huisbankier hetgeen betekent dat daar het betalingsverkeer in hoofdzaak plaatsvindt. Met bovengenoemde banken zijn rekeningcourantovereenkomsten afgesloten. Voor het aantrekken van kortgeldleningen kunnen we ook andere banken vragen zoals de NWB (Nederlandse Waterschapsbank).
De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Uitgezonderd het toegestane drempelbedrag wat bepaald is op 2% van het begrotingstotaal. Voor de gemeente Laarbeek geldt daarmee voor het jaar 2026 als drempelbedrag € 1.536.000. Een gemeente mag gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist laten.
Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, wat zich vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.
Onder de langlopende leningen vallen alle leningen die een looptijd hebben langer dan één jaar.
Er zijn drie soorten leningen te weten:
Voorkeur, en meest gebruikt, is de lineaire lening vanwege het voordeel minder rente te betalen, waardoor deze vorm de goedkoopste optie is. Daarnaast past de gelijkmatige aflossing van een lineaire lening ook goed bij het beleid om de renterisiconorm niet te overschrijden. Ook komt de lineaire afloswijze goed overeen met de wijze waarop de investeringen over de levensduur worden afgeschreven.
Het is toegestaan om tussen gemeenten en provincies onderling te lenen mits er geen sprake is van een financiële toezichtrelatie.
5.2 Totaalfinanciering en projectfinanciering
De financieringsbehoefte van een gemeente wordt bepaald aan de hand van een meerjarige liquiditeitsplanning. Deze meerjarige liquiditeitsplanning wordt opgesteld als de gemeente voornemens is een nieuwe langlopende lening uit te zetten. Dit is verder toegelicht in hoofdstuk 8 ‘Informatievoorziening en financiële kengetallen’.
Aan de hand van bijvoorbeeld de voortgang van alle programma’s, verkopen bouwgrond, investeringen en de inzet van de onderhoudsvoorzieningen wordt centraal de behoefte aan totaalfinanciering bepaald. Ook wordt het aangaan en uitzetten van geldleningen centraal georganiseerd om optimaal gebruik te kunnen maken van de beschikbare financieringsmiddelen.
De belangrijkste verschillen tussen totaalfinanciering en projectfinanciering zijn in de onderstaande tabel weergegeven.
De voorkeur ligt bij totaalfinanciering, omdat dit de integrale benadering van financiering bevordert en de administratieve inzet beperkt.
De rentekosten zijn afhankelijk van de omvang van de leningen en het daarvoor te betalen rentepercentage. Vanuit landelijke wet- en regelgeving zijn ter beperking van de renterisico’s een tweetal maatregelen getroffen.
De eerste landelijke maatregel is het stellen van een limiet aan korte financiering. Hiervoor geldt de zogeheten ‘kasgeldlimiet’. Deze limiet houdt in dat de gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal aan kortlopende financiering mag hebben.
De tweede landelijke maatregel is de zogeheten ‘renterisiconorm’. Het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisico wordt per jaar getoetst aan de renterisiconorm. Deze norm stelt dat in een jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal ingezet mag worden voor aflossingen.
Zowel in de begroting als jaarrekening worden deze berekeningen opgenomen in de paragraaf Financiering.
7. Uitgangspunten en richtlijnen
Bij het aangaan van korte- en langlopende leningen gelden de volgende uitgangspunten en richtlijnen:
Uitzettingen worden gedaan volgens de Wet verplicht schatkistbankieren en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. Gelden kunnen worden aangehouden op een rekeningcourant of een deposito. De keuze van het uitzetten op een rekening-courant of een deposito wordt bepaald op basis van de liquiditeitenplanning.
8. Informatievoorziening en financiële kengetallen
In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vermeld dat in de paragraaf Financiering wordt ingegaan op de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en inzicht wordt gegeven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
Naast de wettelijke onderdelen wordt in de paragraaf Financiering ook inzicht gegeven in de ontwikkeling van de langlopende leningen, de opbouw van de leningenportefeuille, de toets op het renterisiconorm en kasgeldlimiet.
Landelijk is bepaald dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Het gaat om de volgende kengetallen:
Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. In de financiële kaders zijn doelen opgesteld wat te bereiken, waarbij met betrekking tot financiering gestuurd wordt op de netto schuldquote en solvabiliteitsratio.
10.1 Werkwijze aangaan nieuwe langlopende geldlening.
In de verschillende wet- en regelgeving zijn diverse begrippen opgenomen. De belangrijkste hiervan zijn opgenomen in de onderstaande begrippenlijst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-520885.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.