Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 520140 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 520140 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling sportverenigingsaccommodaties buitensport Amsterdam
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid: alle trainers en begeleiders die met jeugd tot en met 17 jaar of andere kwetsbare groepen werken, hebben een Verklaring Omtrent Gedrag en hebben de gedragscode sociale veiligheid ondertekend en er is door de sportvereniging een vertrouwenscontactpersoon aangesteld en bekendgemaakt onder de leden;
sportvereniging: een buitensportvereniging met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk, die is aangesloten bij een sportbond en waarvan de activiteiten zich afspelen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam of op een locatie die eigendom is van de gemeente Amsterdam en die zich statutair het in verenigingsverband beoefenen van een sport ten doel stelt;
Artikel 3 Doel subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is het bevorderen van kwalitatief goede, duurzame en toegankelijke sportverenigingsaccommodaties van sportverenigingen.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
Het college kan eenmaal per jaar een eenmalige subsidie verlenen aan een aanvrager onder de opschortende voorwaarde van het verkrijgen van de benodigde vergunningen en uitsluitend ten behoeve van activiteiten bestaande uit investeringen in een sportverenigingsaccommodatie gericht op:
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een sportvereniging, die de sportverenigingsaccommodatie in eigendom heeft of een beheerstichting van een of meerdere sportverenigingen, die de sportverenigingsaccommodatie in eigendom hebben.
Artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Voor subsidieaanvragen van meer dan €20.000 geldt aanvullend op de vereisten als genoemd in artikel 8, eerste lid:
bij aanvragen onder artikel 4, onderdeel g; een door alle betrokken sportverenigingen ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager als penvoerder is gemachtigd en dat sprake is van samenwerking bij de beoogde investering, waarbij alle betrokken sportverenigingen een actieve bijdrage leveren aan de beoogde investering.
In aanvulling op artikel 8, tweede lid ASA 2023 kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren indien:
voor de activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdelen a, d en e in de afgelopen vijf kalenderjaren reeds eerder subsidie is verleend door het college voor het betreffende kleed- of clubgebouw inclusief toebehoren, met uitzondering van de kleine investeringen als bedoeld in artikel 5, tweede en derde lid;
Artikel 11 Aanvullende verplichtingen
Bij subsidieverlening op grond van artikel 4, onderdeel a is de sportvereniging verplicht om de kleedkamers en de sanitaire voorzieningen ter beschikking te stellen aan scholen en andere partijen die sportvelden huren van de gemeente Amsterdam in de periodes dat zij daar zelf geen gebruik van maakt.
Artikel 12 Subsidieverantwoording subsidies groter dan €20.000
In aanvulling op artikel 16 van de ASA 2023 dient de subsidieontvanger de volgende gegevens te overleggen:
Op basis van de bouwplanning en de daarbij behorende financiële planning stelt het college voor de verleende subsidie bij beschikking een bevoorschottingsschema vast.
Artikel 14 Intrekking eerdere regeling
De Subsidieregeling Verenigingsaccommodaties Buitensport wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026.
Als de volledige aanvraag tot subsidieverlening of de aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend voor de inwerkingtreding van deze subsidieregeling, is de Subsidieregeling verenigingsaccommodaties buitensport zoals deze gold onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling van toepassing.
Indien de aanvrager op grond van de Subsidieregeling verenigingsaccommodaties buitensport subsidie heeft ontvangen, geldt voor de betreffende activiteit de oorspronkelijke aanvraagfrequentie op basis van de toen geldende subsidieregeling. Deze termijn wordt aangehouden en moet zijn afgelopen voordat een nieuwe aanvraag onder deze subsidieregeling kan worden aangevraagd, ook indien deze periode langer is dan de frequentie zoals in deze subsidieregeling is bepaald.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 7 oktober 2025.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris
Thea de Vries
Het doel van de subsidieregeling is het bevorderen van een goede kwaliteit van sportverenigingsaccommodaties. Deze subsidieregeling stelt buitensportverenigingen, inclusief watersportverenigingen, in staat om met eigen inbreng kleed- en clubhuisaccommodaties inclusief toebehoren, kunstgrasvelden, hellingbanen, vlotten, steigers of bijvoorbeeld lichtinstallaties te realiseren.
Amsterdam kent circa 160 verenigingsaccommodaties op buitensportparken in eigendom van verenigingen (gebouwen, velden, verlichting). Een aanzienlijk deel van de verenigingsgebouwen is gebouwd tussen 1960-1990 en deels in verouderde, technisch kwetsbare staat, of onvoldoende toekomstbestendig als het gaat om duurzaamheid, multifunctionaliteit en maatschappelijk gebruik. Tegelijkertijd verandert de stad: de sportbehoefte verschuift, ruimte is schaars, en sportaccommodaties krijgen vaker een bredere sociale functie. Het privatiseringsmodel waarbij het eigendom van clubgebouwen (investering, onderhoud en exploitatie) bij de vereniging ligt werkt grotendeels goed, maar staat op sommige plekken onder druk: de kosten voor renovatie/nieuwbouw stijgen en draagkracht binnen clubs (vrijwilligers, financiering) neemt af. In kwetsbare gebieden (zoals Noord en Nieuw-West) en het voetbal blijven investeringen in verenigingsaccommodaties vaker uit. De sportdeelname en kwaliteit van voorzieningen dreigen dan ongelijk verdeeld te raken.
De regeling wordt per 1 januari 2026 geactualiseerd om beter aan te sluiten op de veranderende behoeften en uitdagingen waarmee sportverenigingen te maken hebben en de ambities uit het coalitieakkoord 2022–2026, die zijn vertaald in het gemeentelijk sportbeleid: Visiebrief Sport & Beweegbeleid 2023–2026 en Visie Sportparken 2024.
Er is eerst een analyse en evaluatie uitgevoerd over de opbrengsten van de regeling van de afgelopen vijf jaar (2020-2024). Ook de Sportraad Amsterdam is gevraagd over de regeling te adviseren. De analyse van de Sportraad sluit aan bij de uitkomsten van de evaluatie van de afgelopen vijf jaar. Daaruit blijkt dat vooral grotere en financieel sterkere verenigingen gebruik maakten van de regeling. Veel aanvragen vanuit het tennis, hockey en watersporten zoals roeien en zeilen. De gemiddelde investering per project bedroeg circa €300.000, met een gemiddelde gemeentelijke bijdrage van bijna €100.000 (1/3e deel). Kleinere en minder financieel draagkrachtige verenigingen – waaronder veel voetbalclubs en buitensportverenigingen in Noord, Nieuw-West en Zuidoost – blijven achter in het gebruik van deze regeling, terwijl de staat van hun accommodatie én het belang van sportdeelname in deze wijken juist om versterking vragen.
Toelichting bij artikel 1 Definities
De begripsomschrijvingen zijn voor de termen over subsidie en bestuur, de termen die in de ASA 2023 of in de gemeente Amsterdam worden gehanteerd. De sporttermen zijn zoveel mogelijk conform de landelijke definities van NOC*NSF of zoals de termen binnen de gemeente Amsterdam worden gehanteerd.
Toelichting bij artikel 3 Doel subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is het bevorderen van een goede kwaliteit en duurzaamheid van sportverenigingsaccommodaties van de Amsterdamse buitensportverenigingen. Onder het doel wordt begrepen:
Dit doel moet worden bereikt door sportverenigingen, die passen binnen het sportbeleid van de gemeente Amsterdam te ondersteunen. De sportverenigingen moeten wel zijn aangesloten bij een sportbond die is aangesloten bij NOC*NSF. Sportverenigingen bieden een sociaal veilige omgeving waar Amsterdammers langdurig kunnen sporten en bewegen. Structureel lidmaatschap vergroot de kans op duurzame sportdeelname, wat bijdraagt aan gezondheid, welzijn en sociale cohesie. De sportverenigingsaccommodaties van deze verenigingen worden bovendien regelmatig gedeeld met andere gebruikers, zoals scholen of buurtinitiatieven. Door uitsluitend sportverenigingen en daaraan gelieerde beheerstichtingen in aanmerking te laten komen voor subsidie wordt gericht geïnvesteerd in sterke, toekomstbestendige sportverenigingsaccommodaties en organisaties die een brede sport- en maatschappelijke functie vervullen. Zo wordt bijgedragen aan vitale clubs, leefbare buurten en een sportief Amsterdam.
Toelichting bij artikel 4 Subsidiabele activiteiten
Het college verleent alleen subsidie aan sportverenigingen voor aanpassingen die bijdragen aan het sportief maatschappelijke doel van de Amsterdamse sportvereniging en als dit past binnen het sportbeleid van de gemeente Amsterdam.
Onder sportief maatschappelijk doel wordt verstaan dat naast het belang van een sportvereniging ook een ander maatschappelijk doel wordt gediend. Bijvoorbeeld het verbouwen van een kleed- en clubhuisgebouw om hierin sportieve buitenschoolse opvang, schoolsport of buurtactiviteiten mogelijk te maken.
Toelichting artikel 4, onderdeel c: Energiezuinige Led-veldverlichting valt onder artikel 4, onderdeel c en wordt apart behandeld vanwege het specifieke karakter van de investering. Losse LED-lampen zonder vervanging van de armatuur vallen buiten de regeling.
Toelichting artikel 4, onderdeel d: Met deze toevoeging stimuleert het college dat sportverenigingsaccommodaties zich ontwikkelen tot veelzijdige plekken met maatschappelijke meerwaarde, ook buiten het reguliere sportaanbod. Dit draagt bij aan een hogere benutting van de accommodatie en meer maatschappelijke waarde van sportparken door mogelijkheden voor samenwerking met scholen, kinderopvang, cultuur, jongerenwerk en wijkactiviteiten. Het betreft hier bouwkundige aanpassing of uitbreiding van het kleed- en clubhuisgebouw, én/of het aangrenzende buitenterrein. Vaste buitenspeeltoestellen of kleine speelveldjes zijn subsidiabel indien zij duurzaam en onroerend zijn aangelegd, indien zij op grond in eigendom of met een opstalrecht van de vereniging worden geplaatst en aantoonbaar bijdragen aan sport- of beweegactiviteiten. Tijdelijke of verplaatsbare toestellen die onder het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 vallen, zijn niet subsidiabel. Voor buitenspeelvoorzieningen geldt eveneens dat deze uitsluitend subsidiabel zijn indien zij op grond in eigendom of met een opstalrecht van de vereniging worden geplaatst. Niet subsidiabel zijn tevens overkappingen van velden, blaashallen, tijdelijke of verplaatsbare toestellen die onder het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 vallen of recreatieve voorzieningen zonder directe sportieve of maatschappelijke functie.
Toelichting artikel 4, onderdeel e: Elke sportverenigingsaccommodatie moet voldoen aan eisen van onderhoud, toegankelijkheid, duurzaamheid, sporttechnische voorwaarden, bruikbaarheid en sociale veiligheid. Met deze toevoeging wordt gestimuleerd dat de sportverenigingsaccommodatie goed toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. De maatregel moet een blijvend, bouwkundig karakter hebben.
Toelichting bij artikel 4, onderdeel f: Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten, mits uitgevoerd aan een kleed- of clubhuisgebouw inclusief toebehoren:
Thermische schil van het gebouw
De bestaande thermische schil is de isolerende laag aan de buitenzijde van het gebouw. Hij wordt gevormd door de bouwkundige constructies die de verwarmde ruimten omhullen en die hiermee het gebouw afscheiden van de buitenomgeving, bodem of aangrenzende onverwarmde ruimten.
Bestemd voor verbetering van de bestaande schil door:
energieopslag van zelfopgewekte duurzame energie, bestaande uit: een accu of batterij, regeltechniek en een verdeelstation. Energieopslag is uitsluitend subsidiabel indien aantoonbaar noodzakelijk om aardgasvrij te worden én omdat binnen één jaar geen netverzwaring mogelijk is vanwege netcongestie (de aanvrager dient dit aantoonbaar te maken, bijvoorbeeld via een verklaring van de netbeheerder). Niet subsidiabel zijn kosten voor uitwisseling met andere percelen.
Naast de directe bouw- of installatiekosten kunnen ook aanvullende kosten in aanmerking komen voor subsidie, indien zij:
Voorbeelden van subsidiabele aanvullende kosten zijn:
Voorbeelden van niet-subsidiabele kosten zijn:
Toelichting bij artikel 5 Hoogte subsidie
Om de regeling toegankelijker te maken voor een bredere groep sportverenigingen – ook voor kleinere projecten – zijn er naast de standaardbijdrage van 1/3e deel verschillende categorieën geïntroduceerd met aangepaste percentages of vaste bedragen. Daarnaast blijft er voldoende ruimte voor grotere projecten met maatschappelijke impact. De subsidie bedraagt een deel van de investeringskosten. De vereniging dient zelf zorg te dragen voor de rest van de financiering. De investering wordt in beginsel gefinancierd door de aanvrager. Het college verleent uitsluitend een aanvullende bijdrage in de vorm van subsidie en eventueel een borgstelling voor een lening.
* Hiermee beoogt het college de structurele samenwerking of fusie tussen sportverenigingen te stimuleren, gericht op bundeling van voorzieningen en activiteiten in één toekomstbestendige sportverenigingsaccommodatie. Vereist is dat er sprake is van een gezamenlijke aanvraag én dat één van de bestaande opstallen wordt afgestoten.
Dit bevordert het efficiënter ruimtegebruik in de stad, betere kwaliteit van de sportvoorzieningen, lagere exploitatiekosten per sportvereniging en vermindering van onderbenutte bebouwing op sportparken. De verhoging van het subsidiepercentage naar 40% (max. €500.000) is uitsluitend van toepassing op bouwkundige investeringen.
** In deze regeling worden kleinere subsidieaanvragen voor bepaalde doelgroepen extra gestimuleerd. Het college beoogt met deze wijziging de drempel om gebruik te maken van deze regeling te verkleinen uitsluitend voor sportverenigingen in de aandachtsgebieden Noord, Nieuwwest en Zuidoost en alle voetbalverenigingen in Amsterdam. Daarnaast wordt ermee beoogd dat sportverenigingen structureel aandacht hebben voor het investeren in hun kleed- en clubhuisgebouw. Met jaarlijks een kleine aanvraag is immers een groter subsidiedeel te verkrijgen dan met een éénmalige grote aanvraag. Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van de regeling is er overigens wel sprake van een minimale hoogte van de subsidiabele kosten van €7.500.
Het college acht het proportioneel en gerechtvaardigd om in deze regeling een gerichte, beperkte uitzondering te maken voor sportverenigingen in Noord, Nieuw-West en Zuidoost, evenals voor alle voetbalverenigingen in Amsterdam. Deze doelgroepen krijgen binnen de subsidieregeling de mogelijkheid bij kleine investeringen tot €50.000, hogere subsidiepercentages te ontvangen en de mogelijkheid om jaarlijks aan te vragen.
Hoewel het gelijkheidsbeginsel in het bestuursrecht vereist dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, biedt het ook ruimte om ongelijke gevallen ongelijk te behandelen, mits dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is en een legitiem doel dient. In dit geval is het doel: het verkleinen van structurele achterstanden in de kwaliteit van sportinfrastructuur, sportdeelname, bestuur- en investeringskracht van bepaalde sportverenigingen.
Dit onderscheid wordt gedragen door de volgende onderbouwing:
Resultaten vijfjaarsevaluatie 2020-2024 subsidieregeling verenigingsaccommodaties buitensport: Uit de evaluatie blijkt dat juist in Noord, Nieuw-West en Zuidoost – en bij voetbalverenigingen in het algemeen – het gebruik van de regeling structureel achterblijft, ondanks een grote investeringsbehoefte. Voor het voetbal geldt een combinatie van onderbenutting en achterstallig onderhoud. Van de bijna 40 projecten in vijf jaar waren er slechts vier vanuit het voetbal, daarmee ruim achter tennis, hockey, roeien en zeilen. Terwijl voetbal veruit de grootste buitensport is qua ledentallen én het aantal verenigingen in Amsterdam (ca. 50).
Gericht, proportioneel en tijdelijk karakter: Het onderscheid geldt enkel voor kleine investeringen (tot €50.000), binnen een beperkt kader en zonder uitsluiting van andere verenigingen voor de algemene regeling. Daarmee is het onderscheid proportioneel, gericht op specifieke achterstanden en passend binnen het budgettaire kader.
Deze doelgroepgerichte benadering past bij de bredere gemeentelijke inzet op spreiding, inclusie en kansengelijkheid. Dit draagt bij aan de doelstelling om álle Amsterdammers toegang te geven tot kwalitatief goede sportvoorzieningen, ook in gebieden waar dat niet vanzelf gaat.
*** Voor investeringen in energiebesparing en verduurzamingsmaatregelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, geldt dat het college hiervoor 20% subsidie verleent. De subsidie is jaarlijks aan te vragen, met een cumulatief maximum van €100.000 per 5 jaar per vereniging.
De aanvrager wordt geacht eerst een aanvraag in te dienen bij de landelijke DUMAVA-regeling.
REKENVOORBEELD I – renovatie kleedgebouw
Situatie: Een sportvereniging investeert in renovatie van kleedkamers en de kantine (artikel 4, onderdeel a).
1/3e van €300.000 = €100.000 subsidie.
REKENVOORBEELD II – verduurzaming: warmtepompinstallatie
Situatie: Een sportvereniging wil verduurzamen door het installeren van een warmtepomp en het treffen van aanvullende isolatiemaatregelen aan de gevel. De maatregelen vallen onder artikel 4, onderdeel f van de regeling.
20% van €150.000 = €30.000 subsidie
Categorie waartoe deze maatregel behoort:
REKENVOORBEELD III – doelgroepregeling: kleine investering in toegankelijkheid van €20.000: doelgroep versus niet-doelgroep
Situatie A: Voetbalvereniging (doelgroep) in Amsterdam Oost
Een voetbalvereniging investeert €20.000 in de verbouwing van het kleed- en clubhuisgebouw om een toegankelijk toilet en automatische deuren te realiseren.
2/3e van €20.000 = €13.333 subsidie
Deze voetbalvereniging valt onder de doelgroepregeling en krijgt een verhoogde bijdrage.
Situatie B: Hockeyvereniging (geen doelgroep) in Amsterdam Oost
Een hockeyvereniging realiseert exact dezelfde investering van €20.000 in toegankelijkheid van het kleed- en clubhuisgebouw.
1/3e van €20.000 = €6.666 subsidie
Geen doelgroep → krijgt de basisbijdrage van 1/3e.
REKENVOORBEELD IV – doelgroepregeling, kleine investering functieuitbreiding van €45.000
Een sportvereniging in stadsdeel Noord (doelgroep) investeert in uitbreiding van het kleed- en clubhuisgebouw om ook ruimte te bieden aan naschoolse sportactiviteiten.
Vaste subsidie van €20.000, omdat het bedrag tussen €30.001 en €50.000 ligt.
REKENVOORBEELD V – samenwerking/fusieproject
Twee sportverenigingen (F en G) besluiten samen verder te gaan in één clubgebouw. Vereniging G stoot haar huidige opstal volledig af en beëindigt het opstalrecht met de gemeente Amsterdam. De gezamenlijke verbouwingsinvestering wordt gedaan in het kleed- en clubhuisgebouw van vereniging F.
40% van €900.000 = €360.000 subsidie
REKENVOORBEELD VII – investering in led-lichtinstallatie bij buitensportveld
Een tennisvereniging in Amsterdam Zuidoost wil de conventionele verlichting bij de tennisbanen vervangen door energiezuinige LED-verlichting.
Totale kosten LED-installatie: €85.000
Subsidiebedrag: 20% van €85.000 = €17.000
Valt binnen het maximum en voldoet aan de termijn van 10 jaar.
REKENVOORBEELD VIII – integrale verduurzaming
Een sportvereniging in Amsterdam-West voert een omvangrijk verduurzamingsproject uit in het kleed- en clubhuisgebouw, bestaande uit:
Het project is gebaseerd op een recent opgesteld energieadvies en routekaart.
REKENVOORBEELD IX – investering in kunstgrasveld
Een hockeyvereniging wil na intensief gebruik de versleten toplaag van haar kunstgrasveld vervangen door een nieuwe jaarrond bespeelbare kunstgrasvariant.
Totale subsidiabele kosten: €300.000
Gemeentelijke subsidie (20%): €60.000
De subsidie bedraagt €60.000. De sportvereniging moet zelf het resterende bedrag van €240.000 dekken.
Let op: Bij een eerdere subsidie voor dezelfde investering in het betreffende veld onder een eerdere regeling binnen de afgelopen 10 jaar, wordt de aanvraag afgewezen (artikel 14, tweede lid).
REKENVOORBEELD X – verbetering toegankelijkheid
Sportvereniging in Zuidoost verbetert de toegankelijkheid van het kleed- en clubhuisgebouw. Ze plaatst automatische deuren, een toegankelijk toilet en een liftplateau om de sportverenigingsaccommodatie geschikt te maken voor bezoekers en sporters met een beperking.
Type investering: artikel 4, onderdeel e
Subsidiepercentage: 1/3e (33,33%)
Maximale frequentie: 1x per 5 jaar (artikel 10, onderdeel k)
Totale subsidiabele kosten: €90.000
Gemeentelijke subsidie (1/3e): €30.000
De gemeente draagt €30.000 bij. Het resterende bedrag van €60.000 is voor rekening van de sportvereniging.
Let op: De subsidiabele kosten zijn groter dan €50.000 en vallen daarmee buiten de doelgroepregeling voor kleine investeringen (artikel 5, tweede lid). Er geldt dus géén verhoogd subsidiepercentage van 66,66%, maar de reguliere bijdrage van 33,33%.
REKENVOORBEELD XII – renovatie van een het kleed- en clubhuisgebouw met borgstelling
Vereniging K wil haar verouderde het kleed- en clubhuisgebouw renoveren. De werkzaamheden omvatten het vernieuwen van kleedkamers, sanitair, technische installaties en dakconstructie.
Type investering: artikel 4, onderdeel a
Subsidiepercentage: 1/3e (33,33%)
Maximale subsidie: €325.000 per aanvraag
Frequentie: maximaal één aanvraag per vijf kalenderjaren inzake het kleed- en clubhuisgebouw (artikel 10, onderdeel k)
Totale subsidiabele kosten: €1.100.000
33,33% van €1.100.000 = €366.630
Omdat het subsidieplafond €325.000 bedraagt, ontvangt de vereniging maximaal €325.000.
Verdere financiering door vereniging:
€475.000 uit eigen middelen (bijvoorbeeld spaargeld, fondsenwerving, sponsorbijdragen of aanvullende BOSA-bijdrage)
Onderdeel van de aanvraag is een borgstellingsvraag aan de gemeente Amsterdam
Gemeente Amsterdam: borg voor €150.000 (50%)
Looptijd borgstelling: maximaal 20 jaar
REKENVOORBEELD XIII – meerdere investeringen binnen één aanvraag en borgstelling
Tennis- en padelvereniging F dient in één kalenderjaar een integrale aanvraag in met daarin drie investeringsonderdelen: renovatie van het kleed- en clubhuisgebouw, aanleg padelbanen en verduurzaming.
Activiteit 1. Renovatie van het kleed- en clubhuisgebouw
Subsidieactiviteit: artikel 4, onderdeel a
Omschrijving: grondige renovatie van het bestaande kleed- en clubhuisgebouw
Subsidiabele kosten: €1.000.000
Subsidiepercentage: 1/3e (33,33%)
Frequentie: maximaal 1x per vijf jaar per kleed- en clubhuisgebouw (artikel 10, onderdeel k)
Activiteit 2. Aanleg van drie padelbanen
Subsidieactiviteit: artikel 4, onderdeel b
Omschrijving: aanleg intensief bespeelbare buitenvelden
Frequentie: maximaal 1x per 10 jaar per veld (artikel 10, onderdeel l) en maximaal €200.000 per aanvraag
Activiteit 3. Verduurzaming warmtepomp en zonnepanelen
Subsidieactiviteit: artikel 4, onderdeel f
Warmtepomp: Klimaatinstallaties
Zonnepanelen: Energieopwekking
Frequentie: maximaal €100.000 per 5 jaar (artikel 5, eerste lid, onderdeel c)
Deze aanvraag bundelt drie activiteiten in één projectaanvraag. Elke activiteit wordt apart beoordeeld op inhoud, plafond en aanvraagfrequentie.
Financiering via lening met borgstelling
Looptijd borgstelling: maximaal 20 jaar
Voorwaarde borgstelling: uitsluitend voor subsidiabele activiteiten
Toelichting bij artikel 7 De aanvrager
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een sportvereniging of een door sportverenigingen in het leven geroepen gelieerde beheerstichting. Verder dient de investering te worden gedaan in eigendom van de aanvrager. Dit kan bestaan uit volledig eigendom, recht van opstal of een erfpachtconstructie.
Toelichting bij artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Het college heeft een digitaal aanvraagformulier vastgesteld. Dit moet volledig worden ingevuld en is onderdeel van de subsidieaanvraag.
In artikel 8 zijn de vereisten opgenomen die gelden voor het indienen van een subsidieaanvraag. Er is een onderscheid gemaakt tussen aanvragen tot en met €20.000 subsidie (eerste lid) en aanvragen boven €20.000 (tweede lid), zodat de administratieve lasten voor de aanvrager zoveel mogelijk in verhouding staan tot de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag.
Voor aanvragen tot en met €20.000 geldt een vereenvoudigde procedure. Aanvragers hoeven minder stukken aan te leveren, mits de aanvraag voldoende inzicht geeft in de aard van de investering, de kostenopbouw en de financiering.
Voor aanvragen boven €20.000 geldt dat een uitgebreider financieel en inhoudelijk onderbouwd projectplan moet worden aangeleverd. In beide gevallen geldt dat, indien een aanvraag meerdere subsidiabele activiteiten omvat, dit ook duidelijk moet blijken uit de projectomschrijving en de opbouw van de begroting. In de aanvraag dient de aanvrager duidelijk te maken op welk thema of op welke thema's de activiteiten en bedragen zich richten. De aanvrager dient een heldere en controleerbare kostenverdeling per onderdeel aan te leveren. Indien meerdere activiteiten worden gecombineerd in één aanvraag – bijvoorbeeld toegankelijkheid én verduurzaming – wordt per onderdeel getoetst of aan de frequentie, het percentage en het maximumbedrag wordt voldaan.
Een sportvereniging kan dus bijvoorbeeld in één aanvraag zowel een investering in toegankelijkheid (eens per 5 jaar) als een verduurzamingsmaatregel (jaarlijks, tot maximaal €100.000 per 5 jaar) meenemen, mits aan de voorwaarden per onderdeel is voldaan.
Toelichting bij artikel 8, tweede lid, onderdeel c, onder iii: Indien meerdere sportverenigingen of beheerstichtingen gezamenlijk een aanvraag willen indienen, moet één van hen worden aangewezen als penvoerder. Uiteraard moet wel duidelijk zijn dat de andere partijen daadwerkelijk meedoen bij het realiseren van de investering, vandaar dat is opgenomen dat een door alle deelnemers ondertekende verklaring moet worden overlegd. Uit deze verklaring moet blijken dat de vereniging of beheerstichting die de aanvraag indient als penvoerder van het samenwerkingsverband is aangemerkt. Als de aanvraag wordt gehonoreerd, zal aan de penvoerder de subsidie worden verleend. Dat betekent overigens niet dat de andere deelnemers in het samenwerkingsverband zich niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen hoeven te houden. Als een andere deelnemer dan de penvoerder zich hier niet aan houdt, dan heeft dat gevolgen voor de verleende subsidie. Tevens wordt aangetoond dat ten minste één opstal van de deelnemende partijen wordt afgestoten.
In artikel 8, eerste lid, onderdeel a, onder ii wordt gevraagd naar onder meer een onderbouwing van de in te brengen eigen middelen. De eigen bijdrage kan bestaan uit gelden uit reserves, contributie-inkomsten, subsidies (niet zijnde gemeentelijke subsidies) fondsenwerving of de uitgifte van obligaties aan leden, leningen of de bijdragen van derden. De beschikbaarheid van een reserve moet blijken uit de jaarrekening van het voorafgaande jaar/jaren. De mogelijkheid van een contributieverhoging of een obligatielening moet blijken uit een rechtsgeldig besluit van de algemene ledenvergadering van de aanvragende verenigingen of van alle aan de beheerstichting gelieerde verenigingen, voor zover die bij de investering zijn betrokken. Bij bijdragen van derden kan voorts gedacht worden aan sponsoring. Indien sprake is van een subsidieaanvraag groter dan €20.000 en indien een lening, sponsorbedrag, schenking of garantstelling wordt aangeleverd door derden (bijvoorbeeld een betrokken lid, sponsor, niet financiële instelling), dan dient voldoende zekerheid te worden verkregen dat het bedrag daadwerkelijk ten behoeve van de vereniging en het betreffende project beschikbaar is. Indien het bedrag reeds is overgemaakt aan de vereniging, kan dit als eigen vermogen worden aangemerkt. In dat geval moet dit met een bankafschrift worden onderbouwd. Indien het bedrag nog niet is overgemaakt, maar sprake is van een schriftelijke toezegging, geaccepteerd als medefinanciering. Deze toezegging mag onder opschortende voorwaarden worden verstrekt. Denk bijvoorbeeld aan de voorwaarde dat er daadwerkelijk een subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt. In deze schriftelijke toezegging dient te zijn opgenomen dat de middelen uiterlijk één maand voorafgaand aan de start van de investering zullen zijn ontvangen.
In alle gevallen geldt dat het college de volledige documentatie ontvangt, inclusief eventuele afspraken over tegenprestatie, terugbetaling, looptijd en rente, om de aanvraag te kunnen beoordelen.
Artikel 8, eerste lid onderdeel g, onder iii: Indien sprake is van een banklening wordt ook gevraagd naar de relevante stukken (zoals een bankofferte). Wanneer een borgstelling onderdeel uitmaakt van de aanvraag, dan dient in ieder geval een brief te worden overlegd waarin SWS toezegt borg te staan en het adviesrapport van SWS.
De mogelijkheid van het aanwenden van reserves moet blijken uit de jaarrekening van het voorgaande boekjaar. Voor extra bijdragen van andere overheden (zoals BOSA of DUMAVA) geldt dat deze bij aanvragen boven €20.000 onderbouwd moeten worden met een schriftelijke toezegging.
In artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder iv is opgenomen dat het college een externe financiële analyse kan verlangen, bijvoorbeeld door SWS. Deze bepaling is alleen van toepassing voor zover er geen gebruik wordt gemaakt van een door SWS geborgde lening. Anders is een financiële analyse door SWS namelijk al verplicht. Het is verder aan het college om te bepalen wanneer een financiële analyse door SWS wordt verlangd. Dit verzoek zal in algemene zin vaker voorkomen bij grotere subsidieaanvragen dan bij kleinere, maar ook het financiële beeld dat al dan niet over de aanvrager bestaat kan hierin bepalend zijn. Uiteraard zal de aanvrager de benodigde informatie moeten aanleveren, zodat deze analyse naar behoren kan worden uitgevoerd.
Toelichting bij artikel 9 Aanvraagtermijn en frequentie
Dit artikel regelt de tijdige indiening, het aantal aanvragen per jaar en waarborgt dat een sportvereniging per kalenderjaar één integrale aanvraag per sportverenigingsaccommodatie indient. Dit voorkomt versnippering van aanvragen en maakt een efficiënte beoordeling mogelijk.
Meervoudige investeringen kunnen worden samengebracht in één aanvraag, zolang deze duidelijk zijn uitgesplitst per activiteit. Dit bevordert doelgerichtheid en maakt een zorgvuldige beoordeling mogelijk.
Toelichting bij artikel 10 Weigeringsgronden
Weigeringsgrond d. is opgenomen als waarborg dat het college in voorkomende gevallen onderzoek kan doen naar de draagkracht van de aanvrager.
Weigeringsgrond j. is opgenomen ter voorkoming van relatief te kleine aanvragen, waarbij een aanvraag onder deze regeling niet als rendabel wordt gezien.
Weigeringsgrond k. is opgenomen als waarborg dat niet vaker dan eens per vijf jaar investeringen worden gedaan in hetzelfde kleed- of clubhuisgebouw inclusief toebehoren, niettegenstaande het bepaalde in artikel 5, tweede en derde lid, door deze doelgroep verenigingen kunnen onder voorwaarden genoemd in artikel 5, tweede en derde lid jaarlijks een aanvraag doen.
Weigeringsgrond l. is opgenomen als waarborg dat niet vaker dan eens per tien jaar investeringen worden gedaan in hetzelfde buitensportveld of dezelfde veldverlichting.
Toelichting bij artikel 11 Aanvullende verplichtingen
In dit artikel worden aanvullende verplichtingen opgelegd aan de subsidieontvanger, naast de verplichtingen die voortkomen uit de Algemene wet bestuursrecht en de ASA 2023. Het is van belang dat de subsidieontvanger deze verplichtingen ook na de verlening van de subsidie scherp in het oog houdt en hier zo nodig naar handelt.
Wijzigingen en afwijkingen ten opzichte van de aanvraag dienen direct te worden gemeld bij het college en kunnen leiden tot een herziening dan wel intrekking van de subsidieverlening. Indien wijzigingen of afwijkingen pas op een later moment dan wel pas bij een eventuele aanvraag tot vaststelling worden gemeld, dan riskeert de aanvrager het moeten terugbetalen van reeds ingezette subsidiemiddelen.
Artikel 11, derde lid: Voor het beschikbaar stellen van de kleedkamers en sanitaire voorzieningen aan onderwijs is het door het college vastgestelde verhuurtarief van toepassing.
Toelichting bij artikel 12 Subsidieverantwoording subsidies groter dan €20.000
In dit artikel wordt de verantwoording van subsidies boven de €20.000 geregeld.
Subsidies tot €20.000 worden direct bij verlening vastgesteld en behoeven derhalve geen aanvraag tot vaststelling achteraf, tenzij er bij de beschikking opschortende voorwaarden zijn opgenomen waar de aanvrager nog aan moet voldoen. Net als bij de aanvraag van de subsidie wordt hiermee een balans gezocht tussen de administratieve lasten voor de aanvrager en de hoogte van de subsidiebijdrage. Het is daarmee niet gezegd dat geen nader onderzoek kan worden uitgevoerd bij deze subsidieontvangers, dus ook voor hen is en blijft het noodzakelijk om een deugdelijke administratie te voeren.
Toelichting bij artikel 15 Overgangsbepaling
Artikel 15, eerste lid regelt het overgangsrecht. Hierbij is het moment van indienen van een volledige aanvraag doorslaggevend.
Artikel 15, tweede lid voorkomt dat een sportvereniging die eerder subsidie heeft ontvangen voor een activiteit onder een voorgaande regeling, waarvoor toen een aanvraagtermijn van bijvoorbeeld 25 jaar gold, binnen die termijn opnieuw subsidie ontvangt voor een vergelijkbare activiteit. Daarmee wordt recht gedaan aan het principe van één subsidie per investeringscyclus en wordt dubbele bekostiging voorkomen.
Toelichting bij artikel 16 Inwerkingtreding
Er is gekozen voor ingangsdatum 1 januari 2026, omdat per die datum ook de nieuwe afspraken met SWS omtrent borgstellingen gelden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-520140.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.