Gemeenteblad van Leeuwarden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leeuwarden | Gemeenteblad 2025, 519039 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leeuwarden | Gemeenteblad 2025, 519039 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Jeugdhulp 2026 gemeente Leeuwarden
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In deze verordening wordt verstaan onder:
budgetplan: het plan dat de jeugdige en/of ouder(s) bij de aanvraag voor een persoonsgebonden budget indient, waarin de keuze voor een persoonsgebonden budget (in plaats van zorg in natura) gemotiveerd wordt en waarin aangegeven wordt aan welke vorm van ondersteuning het budget besteed gaat worden, door wie de ondersteuning geleverd gaat worden en welke activiteiten uit het budget betaald gaan worden.
persoonsgebonden budget (PGB): het persoonsgebonden budget als bedoeld in de Jeugdwet artikel 8.1.1, zijnde een bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan, dat jeugdige en/of zijn ouder(s) in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele maatwerkvoorziening behoort van derden te betrekken.
professional: beroepskracht met (middels diploma of ervaringscertificaat) aantoonbare specifieke kennis en vaardigheden ten aanzien van de opgroei-, opvoed- en ontwikkelingsproblematiek van de jeugdige en/of ouder(s) en/of de benodigde ondersteuning én die (aantoonbaar) voldoet aan de in de branche geldende (kwaliteits)eisen én een gericht op de voorziening passende registratie heeft bij de KvK of in loondienst is bij een formele zorgaanbieder. Een beroepskracht voor Jeugdhulp moet daarnaast geregistreerd staan in een relevant beroepsregister, zoals SKJ of BIG.
sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring van de jeugdige en/of ouder(s) (familielid, huisgenoot, echtgenoot, voormalig echtgenoot of mantelzorger) of iemand buiten de huiselijke kring waarmee de jeugdige en/of ouder(s) een sociale relatie heeft. Onder een sociale relatie verstaan we een relatie met een persoon waarmee de jeugdige en/of ouder(s) regelmatig contact onderhoudt en die van betekenis is voor en bijdraagt aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige en/of ouder(s). traject: een traject omvat alle ondersteuning die een jeugdige en/of ouder(s) nodig heeft om de opgroei- en opvoedproblemen op te lossen.
Artikel 2. Aanbod van ondersteuning
De gemeente Leeuwarden biedt de volgende vormen van ondersteuning middels een algemene voorziening:
Jeugdondersteuner Kindcentrum (JoK):
Onafhankelijke expertise binnen een Integraal Kindcentrum (IKC: een organisatie waar onderwijs, opvang en welzijnsactiviteiten voor kinderen van 0-12 jaar zijn samengevoegd), ten behoeve van het vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsvragen, opvoedvragen en ondersteuningsvragen van kinderen, ouders en het IKC team. Met als doel hier preventief, snel en effectief op te acteren en bij te dragen aan het versterken van een inclusieve pedagogische omgeving, waarbij aandacht is voor vernieuwende werkwijzen.
Praktijkondersteuner Huisarts GGZ Jeugd (POH-GGZ Jeugd):
Hulp en ondersteuning binnen de huisartsenpraktijk aan jeugdigen met psychische en/of psychosociale problemen die, zelf of via hun ouders/begeleiders, een beroep doen op hun huisarts. De POH-GGZ Jeugd biedt deze ondersteuning snel, zonder wachtlijst en in een vertrouwde omgeving. De POH-GGZ Jeugd brengt in 5 gesprekken de problemen in kaart en komt tot een advies of ondersteuningsplan. De POH-GGZ Jeugd is de verbindende schakel tussen de huisarts en het Jeugdexpertteam.
Het onafhankelijk geven van informatie, advies en korte ondersteuning, waarbij het belang van de jeugdige het uitgangspunt is, ten behoeve van het verkrijgen van (integrale) ondersteuning of het uitoefenen van de rechten van de jeugdige en/of ouder(s) hierbij. Een cliëntondersteuner wordt ook wel vertrouwenspersoon genoemd. Deze ondersteuning kan informeel (uit het eigen netwerk van de jeugdige en/of ouder(s)) of formeel (door een professional) geboden worden.
Algemene ondersteuning geboden door een professional die bijdraagt aan het veilig en gezond opgroeien van jeugdigen en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, onderwijs, welzijn, wonen, schulphulpverlening, werk en inkomen.
Binnen de basisondersteuning wordt vanuit de Jeugdwet ook lichte opvoedondersteuning geboden.
De gemeente Leeuwarden biedt de volgende vormen van ondersteuning middels een individuele maatwerkvoorziening:
Ondersteuning voor jeugdigen met (een vermoeden van) Ernstig Dyslexie (ED), in de vorm van dyslexieonderzoek en/of behandeling. Dyslexiezorg wordt geboden aan jeugdigen in de leeftijd van 7 tot en met 12 jaar, dan wel aan jeugdigen waarvan de dyslexiezorg vóór de 13e verjaardag van de jeugdige is gestart.
Er is sprake van ED als de leerachterstand in lezen en/of spellen erg groot is gezien de leeftijd en het onderwijsniveau, ondanks extra instructie op school. Er is alleen sprake van ED als er volgens het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 2.0 een diagnose is gesteld en er geen andere oorzaken zijn gevonden die de problemen kunnen verklaren.
Ondersteuning voor jeugdigen die (tijdelijk of blijvend) niet thuis kunnen wonen. Ondersteuning waarbij pleegouders de jeugdige basiszorg op het gebied van dagelijkse en specifieke verzorging en opvoeding, onderwijs en wonen bieden in combinatie met professionele begeleiding van het pleegkind, de pleegouders en de biologische ouders door een pleegzorgaanbieder. Pleegzorg kan zowel tijdelijk als langdurig en zowel in voltijd, deeltijd als crisis geboden worden. Een pleeggezin kan zowel een gezin uit het pleeggezinnenbestand van een voorziening voor pleegzorg zijn als een gezin uit het eigen netwerk van familie of bekenden.
Ondersteuning voor jeugdigen met ontwikkelings- en gedragsproblemen.
Binnen Specialistische Jeugdhulp worden de volgende profielen onderscheiden:
Profiel E: Begeleiding en ondersteuning bij structurele problematiek en versterken van de zelfredzaamheid van jeugdige en ouders. Ondersteuning en begeleiding gericht op het leren hanteren en omgaan met structurele problematiek en het versterken van de zelfredzaamheid van de jeugdige en het gezinssysteem.
Profiel H: Residentiële Specialistische Jeugdhulp. Verblijf (inclusief begeleiding en verzorging) gedurende meerdere dagen per week op locatie van een aanbieder. Het verblijf is aanvullend op behandeling die gericht is op het oplossen dan wel verminderen van de aanwezige problematiek zodat een stabiele situatie ontstaat.
Open 3 milieus voorziening (O3M)
Ondersteuning in de vorm van residentiële jeugdhulp voor jeugdigen met ernstige gedrags- en/of gezinsproblemen, al dan niet met een licht verstandelijke beperking en/of psychiatrische problematiek. De voorziening heeft als doel om binnen de 3 milieus - wonen, onderwijs en vrije tijd - met 24 uurs verblijf en begeleiding een gezonde ontwikkeling van jeugdigen te stimuleren, aanwezige problemen te verminderen, en de stabiliteit, veiligheid en positieve interactie tussen de jeugdige en zijn sociale netwerk te herstellen.
Landelijk Transitiearrangement (LTA)
Ondersteuning voor jeugdigen met een zeer weinig voorkomende ondersteuningsvraag die zeer specialistische inzet vraagt. Deze ondersteuning is namens alle gemeenten landelijk ingekocht door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Een overzicht van het LTA staat op: file:///C:/Users/g.tent/Desktop/www.vng.nl/artikelen/functies-en-aanbieders-jeugdhulpwww.vng.nl/artikelen/functies-en-aanbieders-jeugdhulpfile:///C:/Users/g.tent/Desktop/www.vng.nl/artikelen/functies-en-aanbieders-jeugdhulp.
Ondersteuning die directe inzet vraagt om de veiligheid van de jeugdige en/of ouder(s) te garanderen. Dit kan zijn in situaties waarbij gevaar voor een jeugdige dreigt door ernstige verwaarlozing, fysiek geweld of seksueel misbruik, en/of in situaties waarin een ouder of jeugdige dreigt met zelfdoding of een psychose heeft. Crisishulp kan zowel ambulant als residentieel zijn.
Ondersteuning in de vorm van jeugdbeschermingsmaatregelen. Een (voorlopige) ondertoezichtstelling ((V)OTS) en een gezagsbeëindigende maatregel zijn jeugdbeschermingsmaatregelen. Deze maatregelen kan de rechter opleggen als vrijwillige hulp niet toereikend is en de jeugdige ernstig bedreigd wordt in zijn ontwikkeling. Soms woont een kind daarom (tijdelijk) niet meer thuis. Gezinsvoogden van een Gecertificeerde Instelling (GI) begeleiden een gezin bij de opvoeding, tot de ouders dit weer zelfstandig kunnen.
Ondersteuning in de vorm van intensieve begeleiding en controle voor jongeren die veroordeeld zijn of verdacht worden van een strafbaar feit. Dit kan zowel op basis van een proces-verbaal van de politie als van de leerplichtambtenaar zijn.
De jeugdreclassering wordt uitgevoerd door een gecertificeerde instelling of de volwassenreclassering.
Indien er door of aan het college een overdracht plaats vindt ten behoeve van onderzoek naar of het bieden van passende ondersteuning aan de jeugdige en/of ouder(s), verstrekt de betrokken professional – met toestemming van de jeugdige en/of ouder(s)- de informatie die nodig is voor de beoordeling hiervan.
Binnentreden van de woning geschiedt in samenspraak met de jeugdige en/of ouder(s), tenzij in het kader van jeugdhulp binnentreden zonder instemming noodzakelijk is, omdat er acuut levensgevaar dreigt voor betrokkene en/of een ander, dan wel er een aanzienlijk risico is op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of betrokkene ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Artikel 5. Toegang jeugdhulp via rechter of gecertificeerde instelling
Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig acht bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.
Artikel 6. Toegang jeugdhulp via de gemeente
Indien noodzakelijk verstrekt het college bij spoedeisende gevallen direct na ontvangst van een melding een tijdelijke individuele maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige en/of ouder(s) of dient het college een verzoek in tot machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.
Er wordt afgezien van een ontvangstbevestiging en onderzoek als een melding enkel bestaat uit een informatieverzoek of uit een (vervolg)vraag die direct kan worden beantwoord of waar voor een adequate behandeling van de vraag een gerichte doorverwijzing naar een andere organisatie of afdeling noodzakelijk is.
Artikel 7. Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte
Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger(s) en desgewenst iemand uit het sociaal netwerk van de jeugdige en/of ouder(s), zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 6 weken na ontvangst van de melding dan wel 6 weken na het verstrijken van de termijn voor het overhandigen van het familiegroepsplan of de ontvangst van het familiegroepsplan:
de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg en ondersteuning, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, welzijn, wonen, werk en inkomen met het oog op het behouden of bereiken van het aanvaardbaar niveau van een veilige ontwikkeling;
Artikel 10. Criteria voor een individuele maatwerkvoorziening
In aanvulling op lid 3 is het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouder(s) ligt, ook als er sprake is van beperkingen of problemen. En dat de ondersteuning die daarbij nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden, tenzij blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekort schiet, omdat er sprake is van:
Bij de beoordeling van (dreigende) overbelasting wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) heeft om deze (dreigende) overbelasting op te heffen. Hierbij mag verwacht worden dat de ouder(s) werk en sociaal maatschappelijke activiteiten herinricht door deze activiteiten te beperken, verminderen of anders te organiseren. Het college houdt hierbij ook rekening met:
Bij de tariefbepaling voor een PGB wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van ondersteuning (formele en informele ondersteuning) en, voor zover van toepassing, de te bieden deskundigheid en/of de in de branche geldende kwaliteitseisen. De tarieven voor formele ondersteuning PGB zijn niet gelijk aan de Zorg in Natura (ZIN) tarieven, omdat er door de betreffende zorgaanbieders minder overheadkosten gemaakt hoeven worden dan door gemeente gecontracteerde zorgaanbieders. Dit betreft o.a. kosten in relatie tot de aanbesteding en het bijbehorende programma van eisen, verantwoordingsrapportages en (afstemmings-)overleggen.
De volgende bestedingsregels gelden voor een PGB:
Na het overlijden van de jeugdige mag, indien niet teruggevallen kan worden op het sociaal netwerk, voor activiteiten verband houdend met het overlijden uitgevoerd door de zorgaanbieder, maximaal een gemiddeld maandbedrag (berekend over de laatste drie gewerkte maanden) door de zorgaanbieder gedeclareerd worden.
Artikel 14. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele maatwerkvoorzieningen (in natura of PGB) en misbruik of oneigenlijk gebruik
Het college informeert de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele maatwerkvoorziening (in natura of PGB) zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de voorziening.
Onverminderd de Jeugdwet artikel 8.1.2 doet een jeugdige en/of ouder(s) op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn voor een heroverweging van een beslissing aangaande een individuele maatwerkvoorziening.
Artikel 15. Schending inlichtingenplicht
Bij signalen dan wel een vermoeden van schending inlichtingenplicht, conform artikel 14 lid 2 en 3, is de gemeentelijke toezichthouder bevoegd onderzoek te verrichten. De jeugdige en/of ouder(s), de PGB budgetbeheerder en de zorgaanbieder(s) zijn verplicht aan dit onderzoek mee te werken en alle relevante informatie ten behoeve van dit onderzoek schriftelijk en/of mondeling aan de gemeentelijke toezichthouder te verstrekken.
Indien de beschikking voor een PGB is gewijzigd of ingetrokken vanwege toerekenbaar handelen van de zorgaanbieder die ten laste van het PGB formele of informele ondersteuning levert, ontstaat een vordering op die zorgaanbieder. De vordering bedraagt het bedrag gelijk aan het door de zorgaanbieder, vanwege het toerekenbaar handelen, ten laste van het PGB ten onrechte ontvangen bedrag. Dit derdenbeding is onherroepelijk en blijft ook na beëindiging van de zorgovereenkomst van kracht.
Voor zover de belanghebbende beschikt over vermogen (waaronder wordt verstaan alle aan de belanghebbende in eigendom toebehorende roerende en onroerende zaken en vermogensrechten) dat nauw samenhangt met de ontstaansgrond van de vordering, wordt teruggevorderd ten laste van het vermogen voor zover het vermogen na aftrek van alle schulden, uitgezonderd de gemeentelijke vorderingen, een bedrag van € 1.500,- te boven gaat.
Artikel 17. Opschorting betaling uit het PGB
Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het PGB voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een jeugdige en/of ouder(s) een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in de Jeugdwet artikel 8.1.4 eerste lid, onder a, d of e. (zie artikel 14, lid 3 sub a, d en e).
Indien de jeugdige langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het PGB voor de duur van de opname.
Artikel 18. Verhouding prijs en kwaliteit zorgaanbieders preventie, jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (gecertificeerde instellingen)
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren preventie, jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, conform artikel 2.3 van de Jeugdwet, in ieder geval rekening met de volgende kostprijselementen:
Het college bedingt bij aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden indien zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid.
Artikel 20. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Het college stelt ingezetenen en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Artikel 22. Overige aanvullende bepalingen
Het college is bevoegd een (her)onderzoek te doen naar het voortbestaan van de aanspraak op een voorziening en eventueel de aanspraak te herzien, bijvoorbeeld indien er sprake is van een wijziging in de situatie van de jeugdige en/of ouder(s), de vorm van de voorziening, de afwegings- en toetsingscriteria voor de toekenning van een voorziening of het tarief. Indien de herbeoordeling leidt tot een wijziging ten nadele van de jeugdige en/of ouder(s) wordt een gewenningstermijn gehanteerd van minimaal 3 maanden en maximaal 6 maanden, ingaande vanaf de datum van het nieuwe besluit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-519039.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.