Groenbeleid gemeente Uithoorn

Het college besluit:

  • 1.

    Het groenbeleidsplan gemeente Uithoorn vast te stellen

  • 2.

    Het collegebesluit van 22 april 2025 met het voorstel, het groenbeleidsplan vast te laten stellen door de raad, in te trekken.

VOORWOORD

 

Een groene omgeving is belangrijk voor ons welzijn en onze gezondheid. Verschillende bomen, planten en grassen zorgen voor schaduw en koelte in warme periodes, helpen om de luchtkwaliteit te verbeteren en dragen bij aan het behouden en versterken van de biodiversiteit. Daarnaast zorgen groene gebieden, zoals parken en wandelgebieden, ervoor dat we elkaar kunnen ontmoeten, wat bijdraagt aan sociale contacten.

 

Als wethouder vind ik het daarom belangrijk dat er goed nagedacht wordt over de keuzes die we maken voor het inrichten en onderhouden van de openbare ruimte. Waar vroeger het groen in de buitenruimte vooral ingericht werd met wat mooi werd gevonden, wordt nu veel meer gekeken naar hoe deze ruimte gebruikt wordt en wat hiervoor nodig is.

 

Hierdoor kan het straks zijn dat in verschillende wijken en buurten andere keuzes gemaakt worden over hoe het groen aangelegd en onderhouden wordt. Zo kan het voorkomen dat in de ene buurt meer rekening gehouden wordt met de opvang van water, terwijl in een andere buurt recreatie en ontmoeting centraal staan.

 

Uiteindelijk werken we toe naar een stevige groene structuur die toekomstbestendig ingericht is en onderhouden wordt. Door meer aandacht te hebben voor groen en natuur in onze gemeente willen we inwoners inspireren om jun eigen tuin en omgeving (verder) te vergroenen.

 

Ik nodig u van harte uit om met ons aan de slag te gaan voor een mooi, (bio)divers en klimaatadaptief Uithoorn!

 

Met groene groet,

 

Ferry Hoekstra

Wethouder Woonomgeving

 

SAMENVATTING

 

Aanleiding en proces

Gemeente Uithoorn hecht waarde aan een groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Dit groenbeleid biedt een visie en strategie voor het behoud, de ontwikkeling en het beheer van het gemeentelijk groen. Het plan is tot stand gekomen door een zorgvuldig proces van evaluatie, interne- en externe afstemming en inwonersparticipatie.

 

Visie en doelstellingen

Het groenbeleid van Uithoorn richt zich op het versterken van de biodiversiteit, het verbeteren van de leefbaarheid, en het inzetten van groen als oplossing voor klimaatuitdagingen.

 

Het hoofddoel is:

 

Het openbaar groen en het groenblauw netwerk worden toekomstbestendig versterkt en ontwikkeld voor een aantrekkelijke, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Hiermee krijgt groen een gelijkwaardige benadering in de afweging om te komen tot een waardevolle inrichting van de openbare ruimte.

 

Dit betekent dat het openbaar groen bijdraagt aan:

  • Gezondheid en sociale cohesie: Groen moet bijdragen aan een gezonde leefomgeving, waar recreatie en ontmoeting centraal staan.

  • Klimaatadaptatie: Door het vergroten van groen en de aanleg van water infiltrerende maatregelen, zoals wadi’s, wordt ingespeeld op hitte, droogte en wateroverlast.

  • Veiligheid: Het beleid richt zich op het voorkomen van risico’s door bijvoorbeeld adequaat onderhoud, snoei en handhaving van de bomen.

  • Biodiversiteit: Door te kiezen voor inheemse en gebiedseigen beplanting wordt een divers ecosysteem gestimuleerd dat weerbaar is tegen ziekten en plagen.

  • Esthetiek: Een aantrekkelijk ingericht groen draagt bij aan de leefbaarheid en het culturele erfgoed van de gemeente.

Uitgangspunten en maatregelen

Het beleid is gebaseerd op duidelijke uitgangspunten die voortkomen uit de waarden hierboven. Deze uitgangspunten geven richting aan concrete maatregelen op drie niveaus:

  • 1.

    Beheer en onderhoud: Richtlijnen voor afspraken met groenaannemers en toepassing van ecologische beheerprincipes, bijvoorbeeld door gebruik van biologisch zaai- en plantgoed en het hanteren van de Kleurkeur-richtlijnen.

  • 2.

    (Her)ontwikkelingen: Bij nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten wordt groen integraal meegenomen in de ontwerp- en beheerplannen, zodat nieuw groen wordt toegevoegd of bestaand groen behouden blijft.

  • 3.

    Acties en monitoring: Concrete acties worden uitgevoerd, zoals het opstellen van een communicatieplan, het verder ontwikkelen van de digitale groenstructuurkaart en het monitoren van het bomenbestand met de 10-20-30 regel en het toevoegen van boomklassen. Ook wordt er onderzoek gedaan naar de opname van een landelijke groennorm in de gemeentelijke regelgeving.

Wilt u meer weten? In de leeswijzer zijn de verschillende onderdelen en waar u deze kunt vinden uitgebreid toegelicht.

 

1. INLEIDING

Gemeente Uithoorn staat voor uitdagingen op het gebied van het openbaar groen. Grote maatschappelijke vraagstukken zoals de energietransitie, woningbouwopgave, gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie en biodiversiteit bieden zowel uitdagingen als kansen voor het groen in de gemeente. Daarnaast zijn er herinrichtingen en nieuwbouw gepland en worden er kabels en leidingen aangelegd, waarbij de hoeveelheid en kwaliteit van het groen onder druk kan komen te staan. Dit groenbeleid heeft tot doel deze uitdagingen het hoofd te bieden.

 

De gemeente Uithoorn heeft een groene uitstraling. Toch zijn er veel kansen om de kwaliteit van het groen te vergroten. Bijvoorbeeld door aanpassingen in beheer en ontwikkeling van nieuw groen. Daarnaast biedt het openbaar groen kansen voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken zoals klimaatadaptatie en het versterken van de biodiversiteit. In dit groenbeleid hebben we extra aandacht voor de waarde die we met het openbaar groen kunnen creëren.

 

De gemeente vindt het belangrijk om het bestaande groen te versterken. Zo staat in de Omgevingsvisie Uithoorn 2040 dat Uithoorn haar “groen en blauw” omarmt, dat wil zeggen dat ze met aandacht omgaat met het openbaar groen en de watergangen. Met dit plan geven we hier nadere invulling aan.

 

Wat is openbaar groen?

Dit groenbeleid heeft betrekking op het openbaar groen. Het openbaar groen is al het groen wat in eigendom en/of beheer is van de gemeente. Dit betreft onder andere bomen, plantsoenen, parken, groenstroken, bermen en oevers. De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud en het (her)ontwikkelen van het groen in de bebouwde kom en langs de gemeentelijke wegen. Het beheer van het openbaar groen kan worden uitgevoerd door de gemeente, door een groenaannemer of door een organisatie zoals Landschap Noord-Holland.

 

Beleidscontext

Dit beleid is een uitwerking van de Omgevingsvisie Uithoorn 2024 en van de Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) op het gebied van openbaar groen. Daarnaast is het een bouwsteen voor de nog te ontwikkelen gebiedsprogramma’s. Dat wil zeggen dat dit beleidsplan, samen met andere thematische beleidsplannen, verwerkt zal worden in de drie gebiedsgerichte programma’s. Beleidskeuzes in het groenbeleid die juridisch afdwingbaar moeten zijn, kunnen een plek krijgen in het omgevingsplan.

 

Totstandkoming

Om tot dit groenbeleid te komen hebben we verschillende fasen doorlopen:

  • Fase 1: een interne evaluatie om te bepalen hoe het groenbeleid kan worden vormgegeven en welke keuzes er gemaakt kunnen worden. Op basis hiervan is een eerste structuur van het groenbeleid opgesteld.

  • Fase 2: een gespreksronde met betrokken externe organisaties om de eerste structuur verder uit te werken. De gesprekspartners staan in bijlage IX. Op basis van de uitkomsten van deze gesprekken is een concept groenbeleid opgesteld.

  • Fase 3: met behulp van een vragenlijst is bij de inwoners opgehaald hoe het groen nu beleefd wordt en wat er beter kan. Daarnaast is het concept groenbeleid bijgevoegd in de vragenlijst, met de vraag of er wensen, aanpassingen of suggesties voor dit beleid zijn. De reacties zijn opgenomen in bijlage X.

Looptijd

Het groenbeleid heeft een looptijd van 2025 tot 2035. De begroting en meerjarenplanning zijn opgesteld tot 2030. Het is mogelijk om het plan tussentijds te evalueren of te herzien.

 

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 en 3 beschrijven de overkoepelende beleidsstructuur. Hoofdstuk 4, 5, 6 en 7 bevatten de uitgangspunten, maatregelen en acties die we uit gaan voeren. Daarnaast is er een aantal bijlagen. Zie figuur 1 voor een overzicht van de hoofdstukken.

 

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie met betrekking tot groenbeleid en het groen in de gemeente. Hoofdstuk 3 gaat in op de doelstelling van het groenbeleid en de waarden die samenhangen met het groen. Vanaf hoofdstuk 4 worden de beleidsuitgangspunten en maatregelen beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de uitgangspunten die worden gehanteerd om tot maatregelen en acties te komen. Hoofdstuk 5 bevat maatregelen op het gebied van het beheer en onderhoud van het bestaande groen. Hoofdstuk 6 bevat maatregelen op het gebied van groen bij (her)ontwikkelingen zoals herinrichtingen en nieuwbouwprojecten. Tot slot bevat hoofdstuk 7 de concrete acties en projecten die we als gemeente uit gaan voeren. Daarnaast is er een aantal bijlagen zoals benoemd in figuur 1.

 

 

Figuur 1. Leeswijzer groenbeleid.

2. HUIDIGE SITUATIE

Om duidelijke doelen te stellen en effectieve maatregelen te nemen, is het eerste startpunt om de huidige situatie van het openbaar groen in de gemeente Uithoorn in beeld te brengen. Dit hoofdstuk begint met het beschrijven van de opgave voor openbaar groen die naar voren is gekomen uit de eerste gesprekken met de gemeentelijke organisatie. Vervolgens wordt de huidige beleidscontext uiteengezet, wat inzicht geeft in de huidige aanpak van openbaar groen door de gemeente en hoe dit nieuwe groenbeleid hierin past. Ten slotte wordt de huidige groenstructuur gedetailleerd beschreven.

 

2.1. Opgave groen

Om de opgave te bepalen is documentonderzoek uitgevoerd. Daarnaast zijn er gesprekken met betrokken ambtenaren en organisaties die betrokken zijn bij het groen gevoerd. Tot slot is er een enquete onder de inwoners geweest. Een totaaloverzicht van de uitkomsten van de evaluatie en gesprekken zijn te vinden in bijlage VIII, IX en X.

 

Groenbeleid

Het laatste groenbeleid is inmiddels langer dan 10 jaar geleden vastgesteld. Het meest recente beleid op het gebied van openbaar groen zijn het Bomenbeleidsplan 2014 – 2021 en het Beheerplan openbaar groen Uithoorn 2021-2025. Met dit groenbeleid actualiseren we het beleid voor groen en voor bomen. Het beheerplan wordt na vaststelling geactualiseerd. We zorgen onder andere met een groenstructuurkaart dat het beleid ook beter toepasbaar is onder de omgevingswet.

 

Bomen

Uithoorn heeft in april 2025 14.472 geregistreerde bomen bestaande uit verschillende boomsoorten zoals Essen, Wilgen, Platanen en Elzen. De gemiddelde leeftijd van bomen in Uithoorn ligt rond de 50 jaar, met 300 bomen ouder dan 70 jaar.

 

In 2022 is een bomenonderzoek uitgevoerd waarin is geconstateerd dat veel bomen in matige conditie verkeren. Onder andere omdat de omvang van de groeiplaats boven en onder de grond onvoldoende is en de bodemsamenstelling niet altijd voldoet aan de juiste eisen. Daarnaast spelen problemen zoals bodemdaling, hoge grondwaterstanden en verdichting van de bodem. In verschillende gevallen is maaischade aan de stamvoeten van jonge bomen geconstateerd. Dit tezamen beperkt de doorwortelbare ruimte en beïnvloedt de gezondheid en groei van de bomen. Wat op termijn aanvullende beheerkosten en vermindering van maatschappelijke waarde (H3.2) met zich meebrengt.

 

Groenareaal

Het totale groenareaal in Uithoorn is 1.870.148 m2 en bestaat voornamelijk uit gazons (669.958 m2), ruw of kruidenrijk grasland (603.381 m2), bosplantsoen (314.471 m2) en heesters (184.382 m2). Hoewel deze groenvoorzieningen bijdragen aan maatschappelijke doelen zoals gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en sociale cohesie, zijn er nog steeds kansen om dit te verbeteren. Door bijvoorbeeld het gazon om te vormen naar kruidenrijk gras, en bomen en boomspiegels meer ruimte te geven kan Uithoorn de maatschappelijke effecten van haar groenvoorzieningen aanzienlijk verbeteren.

 

Daarnaast is het groen versnipperd, er is een groenstructuur vastgesteld om de verbinding tussen het groen te kunnen verbeteren. Deze groenstructuur wordt in dit beleid verder gehanteerd en doorontwikkeld. Dit zal bijdragen aan de biodiversiteit en een prettigere leefomgeving.

 

Opgave

De onderstaande tabel is een overzicht van de huidige situatie en de gewenste situatie die met dit beleid bereikt dient te worden.

 

Tabel 1, het totaaloverzicht van de uitkomsten van de evaluatie en gesprekken zijn te vinden in bijlage VIII, IX en X.

 

Huidige situatie

Gewenste situatie

H

Het groenbeleid is verouderd en sluit niet aan op actuele maatschappelijke uitdagingen of het gemeentelijk beleid.

Het groenbeleid houdt rekening met de actuele maatschappelijke uitdagingen en het actuele gemeentelijke beleid.

-

Het bomenbeleid is niet meer actueel en is een apart document. Er zijn verbeterkansen voor aanplant, beheer en onderhoud van bomen.

Beleid voor bomen wordt opgenomen in dit beleid met o.a.: ‘De juiste boom op de juiste plek’ als uitgangspunt.

4.6, 7.1

Er is groenareaal (zoals gazon) wat geen bijdrage levert aan andere waarden dan esthetiek of gezondheid en sociale cohesie.

Het streven is om zoveel mogelijk groenareaal te hebben dat bijdraagt aan alle waarden uit H3.2.

5, 7.5

Er is een groenstructuur vastgesteld in de omgevingsvisie maar mogelijkheden voor communicatie of toetsing hiervan ontbreken.

Groenstructuurkaarten zijn onderdeel van het groenbeleid en worden digitaal bijgehouden en gecommuniceerd.

4.1

Klimaatadaptatie en Biodiversiteit zijn geen onderdeel van het groenbeleid.

De vijf waarden van groen worden geborgd in het groenbeleid. Klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn hier onderdeel van.

3.2

Groen verliest het in de praktijk vaak van parkeren, kabels en leidingen of ontwikkelingen voor huisvesting.

Groen heeft een stevige positie bij (her)ontwikkelingen en de werkwijze wordt verduidelijkt.

6

Inwoners zijn niet altijd op de hoogte van bewuste beheer of beleidskeuzes in het groen, wat onvrede over het beheer met zich mee kan brengen.

Beleids- en beheerkeuzes worden intern en met inwoners gecommuniceerd.

4.2, 7.2

Het beheer door groenaannemers leidt niet altijd tot de gewenste beheerkwaliteit en ecologisch beheer is beperkt onderdeel van de afspraken.

Ecologisch beheer is onderdeel van de aanbestedingen. Het groenbeheer dient te leiden tot de gewenste kwaliteit.

5

De basis voor structurele monitoring ontbreekt. Groennormen kunnen nog niet altijd worden toegepast of berekend.

Monitoringsbasis en bijpassende normen ontwikkelen- en onderzoeken.

4.4, 7.4

 

Beschouwing

De opgave volgt uit een veranderde visie van de maatschappij en de gemeente op de waarde en het beheer van openbaar groen. Afgelopen decennia is bewust gekozen voor het esthetisch aspect van openbaar groen. Groen was aankleding van de openbare ruimte en moest daarnaast op een doelmatige wijze worden beheerd. De laatste jaren is dit beeld over openbaar groen veranderd. Het groen kan een expliciete bijdrage leveren aan meerdere maatschappelijke uitdagingen. Bijvoorbeeld, gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie of biodiversiteit. De gemeente wil deze nieuwe visie graag in het beleid voor openbaar groen en in haar werkwijze gaan toepassen.

 

Het is dus niet zo dat de gemeente het openbaar groen op de een onjuiste wijze heeft beheerd. Het beheer was in lijn met de toenmalige visie. Inmiddels is deze visie op openbaar groen in zowel de interne organisatie als onder de inwoners veranderd. Daarom is de opgave zo scherp mogelijk in beeld gebracht.

 

2.2. Beleidscontext

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van het gemeentelijke beleid op het gebied van openbaar groen, zoals het geldt in april 2025. We behandelen in dit hoofdstuk alleen de relevante documenten. Voor een uitgebreid overzicht van alle beleidscontext, zie bijlage VII. Hierin is ook een overzicht van onze gebiedspartners opgenomen.

 

Omgevingsvisie

Dit groenbeleid is een uitwerking van de Omgevingsvisie Uithoorn 20401. De Omgevingsvisie van Uithoorn biedt een kader voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied en legt de basis voor de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen tot 2040. De visie focust zich op verbetering van de leefomgeving, met een nadruk op duurzaamheid, natuur en de balans tussen wonen, werken en recreëren. Er wordt ingezet op een gezonde en groene omgeving, waarin natuur een belangrijke rol speelt in het versterken van de leefbaarheid.

 

Dit groenbeleid is een uitwerking van de doelen en uitgangspunten die in de Omgevingsvisie zijn vastgelegd. Het zet de gestelde ambities om in concrete richtlijnen voor het beheer, de inrichting en ontwikkeling van het openbaar groen in Uithoorn. Dit groenbeleid stoelt op een aantal pijlers uit de Omgevingsvisie, namelijk ‘Groen en blauw omarmen’, ‘Gezond en veilig leven’ en ‘Sociaal en cultureel verbinden’. Ook gebruikt dit groenbeleid de gebiedsindeling Dorp aan de Amstel, Droogmakerijen en het Hogeland uit de Omgevingsvisie.

 

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) 2020 - 2030

Het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2020 - 2030 (IBOR) is een strategisch document dat de gemeente richting geeft voor de ontwikkeling, inrichting en het beheer van de openbare ruimte in de komende tien jaar. Het IBOR stelt beleidslijnen vast voor diverse onderdelen van de openbare ruimte, waaronder groenvoorzieningen en waterbeheer. De focus ligt op het behouden van een kwalitatieve en toegankelijke openbare ruimte die bijdraagt aan de leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de gemeente. Hierbij wordt het belang van groen in de openbare ruimte, en de bijdrage van het groen aan de ecologische en sociale kwaliteit benadrukt.

 

Dit groenbeleid sluit aan bij de lijnen die in het IBOR zijn uitgezet, met name op het gebied van de inrichting en het beheer van openbaar groen. De uitgangspunten uit het IBOR zijn vertaald in concrete maatregelen voor het beheer en de ontwikkeling van de groene openbare ruimte. De maatschappelijke thema’s uit het IBOR die raken aan waarden met betrekking tot groen, zoals veiligheid en gezondheid, worden in dit groenbeleid gebruikt door ze te verwerken in de beleidslogica. Deze beleidslogica wordt uitgelegd in hoofdstuk 3.

 

Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR)

In de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) staan richtlijnen en eisen die gesteld worden door de gemeente als het aankomt op de inrichting van de openbare ruimte. Dit vormt een bijdrage aan de doelstellingen die geformuleerd zijn in het IBOR. Het bevat ontwerpcriteria voor verschillende assets, zoals groen. Het biedt richtlijnen voor bijvoorbeeld het type groen dat moet worden toegepast, de benodigde plantafstanden en hoe het groen op een ecologisch verantwoorde manier kan worden ingepast in de omgeving.

 

De LIOR is verbonden met dit groenbeleid. Het groenbeleid richt zich op de strategische en lange termijn doelen voor het beheer en ontwikkeling van het openbaar groen in Uithoorn, terwijl de LIOR de concrete richtlijnen biedt voor de uitvoering van die doelen in de openbare ruimte.

 

Grondbeleid (Snippergroen)

In het grondbeleid wordt omschreven hoe wordt omgegaan met snippergroen. Kleine stukjes groen die grenzen aan particuliere tuinen. Daarnaast wordt beschreven op welke manier beoordeeld wordt of een stukje openbaar groen wel of niet wordt verkocht of verhuurd aan bewoners. Zodra openbaar groen aan bewoners wordt verkocht of verhuurd, valt het onder het beheer van de particulier en voert de gemeente er geen beheer uit. Een uitzondering hierop is wanneer er een gemeentelijke boom staat op een verhuurde stukje snippergroen. De inspectie en beheermaatregelen worden in dat geval uitgevoerd door de gemeente vanwege de zorgplicht.

 

Diverse beheerplannen

Dit groenbeleid levert input voor de verschillende beheerplannen. De relevante beheerplannen zijn: Beheerplan overlast gevende soorten 2021-2025, beheerplan watergangen 2022-2026, Beheerplan begraafplaats 2022 – 2026, en beheerplan hondenvoorziening.

 

Programma’s die aan openbaar groen raken

Het Programma Klimaatadaptatie richt zich op het voorbereiden van de gemeente op de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme hitte, wateroverlast en droogte. Het groen in de openbare ruimte speelt hierin een belangrijke rol.

 

In het Programma Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten (BOSS) staan de beleidsuitgangspunten met betrekking tot bewegen, ontmoeten, spelen en sporten voor iedereen. Het richt zich dus op het bevorderen van beweging, sociale interactie en sportactiviteiten van alle inwoners. Dit programma heeft belangrijke raakvlakken met dit groenbeleid, omdat groen ruimte biedt voor actieve recreatie en het bevorderen van ontmoetings- en speelplekken.

 

In het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) Uithoorn staat hoe ambities van de gemeente over riool- en watertaken worden vormgegeven. Deze taken raken het groenbeleid vooral op het gebied van waterbeheer en duurzaamheid. Een goede doorworteling van de bodem kan waterinfiltratie bevorderen, wat kan bijdragen aan het afvoeren van regenwater en het voorkomen van wateroverlast. Daarnaast kunnen groene netwerken worden gecombineerd met blauwe elementen om de waterkwaliteit te verbeteren.

 

2.3. Groenstructuur

In de gemeente liggen parken, plantsoenen en wijkgroen. In de groenstructuur is weergegeven wat de overkoepelende groene structuur in de gemeente is. De groenstructuurkaart geeft een weergave van de huidige situatie en gaat (nog) niet in op de gewenste toekomstige groenstructuur. In de Omgevingsvisie (p. 57) is de groenblauwe hoofdstructuur vastgesteld. Deze structuur zal in de toekomst worden vastgelegd in het omgevingsplan en biedt handvatten voor het verbinden van groene structuren onderling en met groene gebieden buiten de gemeentegrenzen. Het verbinden van groene en blauwe structuren versterkt de biodiversiteit in de gemeente. Zie voor meer informatie Handreiking Groen in en om de Stad.

 

Op de groenstructuurkaart (figuur 2) zijn de bestaande groenstructuren binnen de gemeente in beeld gebracht. Het bestaat uit de groenblauwe hoofdstructuur uit de Omgevingsvisie Uithoorn en is aangevuld met het NatuurNetwerk Nederland (NNN, grijs) en de locaties en namen van parken en groene ruimtes (rechts in de legenda). Groenareaal van de van de gemeente is donkergroen. Stedelijke groengebieden waaronder de parken en Noorderlegmeerpolder en de Thamerpolder zijn aangegeven met lichtgroen. Het veenweidegebied dat niet in beheer is van de gemeente maar wel van belang is als leefgebied voor weidevogels is grijs gestreept.

 

De oranje stippellijn geeft aan binnen welk gebied de regels van de gemeente over bomenkap gelden en waar de rijksregels voor bomenkap gelden (zie paragraaf 4.6). Er wordt een digitale versie beschikbaar gesteld voor interne en publieke doeleinden.

 

In bijlage II is een printbare, grotere versie beschikbaar.

 

 

Figuur2. De groenstructuurkaart. Voor een grotere versie van deze kaart zie bijlage II. Deze kaart is een uitwerking van de Omgevingsvisie. De kaart is digitaal beschikbaar en bestaat uit meerdere kaartlagen.

3. DOELSTELLING EN WAARDEN

Dit hoofdstuk beschrijft de hoofddoelstelling van het groenbeleid. Alle maatregelen en acties die we uitvoeren dragen bij aan het behalen van dit hoofddoel. Binnen dit doel draagt het openbaar groen in de gemeente bij aan vijf maatschappelijke waarden. Door een balans te vinden tussen deze waarden, bepalen we welke maatregelen we nemen om het hoofddoel te bereiken Hierbij onderscheiden we uitgangspunten en drie typen maatregeltypen. In figuur 3 is dit schematisch weergegeven.

 

 

Figuur 3. Een schematische weergave van de opbouw van het groenbeleid.

 

3.1. Hoofddoel

Het hoofddoel van dit groenbeleid is:

 

Het openbaar groen en het groenblauw netwerk worden toekomstbestendig versterkt en ontwikkeld voor een aantrekkelijke, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Hiermee krijgt groen een gelijkwaardige benadering in de afweging om te komen tot een waardevolle inrichting van de openbare ruimte.

 

Het hoofddoel is geformuleerd door de doelstellingen op het gebied van groen uit het IBOR en de Omgevingsvisie Uithoorn 2040 samen te voegen. Dit doel is vervolgens getoetst met interne medewerkers en de organisaties die betrokken zijn bij het openbaar groen.

 

3.2. Waarden

Er zijn vijf waarden die samenhangen met het openbaar groen: gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid, biodiversiteit en esthetiek. Keuzes en afwegingen voor het openbaar groen dienen altijd in dienst te staan van een zo gebalanceerd mogelijke afweging van de waarden.

 

De waarden gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid en biodiversiteit komen ook terug als thema’s in het IBOR 2020-2030 Uithoorn. De waarden hangen daarnaast samen met de pijlers Groen, blauw en duurzaam omarmen, Gezond en veilig leven, Toekomstbestendig wonen en verplaatsen en Sociaal en cultureel verbinden uit de https://lokaleregelgeving-eto.overheid.nl/CVDR758165Omgevingsvisie Uithoorn 2040.

 

De waarde esthetiek is toegevoegd, omdat de wijze waarop het groen wordt beleefd en of het er aantrekkelijk uitziet door veel gesprekspartners als belangrijk wordt gezien. De waarden worden hieronder nader toegelicht.

 

 

Figuur 4: De waarden en definities in dit groenbeleid.

3.2.1. Gezondheid en sociale cohesie

Groen levert een bijdrage aan de gezondheid en sociale cohesie binnen de gemeente. Groen in de openbare ruimte speelt een belangrijke rol bij de fysieke en mentale gezondheid van bewoners. Daarnaast kan groen in de openbare ruimte uitnodigend zijn voor mensen om samen te komen. Binnen deze waarde sluiten we aan bij verschillende speerpunten onder de maatschappelijke thema’s Gezondheid en Sociale cohesie in de IBOR.

 

In de IBOR is bijvoorbeeld opgenomen dat er beplanting aanwezig is in de nabijheid van bewoners en dat er voldoende grote en kleine (groen)gebieden zijn om te kunnen recreëren en ontspannen. Daarnaast functioneert de openbare ruimte als een ontmoetingsplaats. De openbare ruimte rondom de woning moet zo aantrekkelijk zijn dat bewoners worden uitgenodigd om hun huis uit te komen, naar buiten te gaan en leent zich ervoor om samen te komen, elkaar te ontmoeten en iets te ondernemen. Tot slot heeft het openbaar groen een dempende functie voor geluid.

3.2.2. Klimaatadaptatie

Door klimaatverandering ontstaat er een grotere kans op wateroverlast, droogte en hitte. Het natuurlijke systeem kan bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de gemeente. Het openbaar groen is onderdeel van dit systeem.

 

Bomen kunnen, mits ze voldoende kroonoppervlak hebben, voor schaduw zorgen. Beplanting en kruidenrijk gras zorgen voor het dempen van de straling van de zon. Door het aanleggen van wadi’s (waterafvoer, drainage en infiltratie) kan de functie van openbaar groen en klimaatadaptatie gecombineerd worden. Groen heeft in perioden van droogte ook een watervraag. Hier moet bij de keuze van boomsoorten of groentypen rekening mee worden gehouden.

3.2.3. Veiligheid

Voor inwoners is het belangrijk dat het groen niet leidt tot gevaarlijke situaties en dat veiligheid niet in het gedrang komt. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat zichtlijnen bij kruispunten en rotondes vrijgehouden worden en dode takken, die een risico kunnen vormen, uit bomen worden verwijderd. Bij het toepassen van beplantingen wordt rekening gehouden met de veiligheid van mens en dier. Routes zijn veilig, voldoende verlicht, herkenbaar en overzichtelijk voor alle categorieën gebruikers.

3.2.4. Biodiversiteit

Biodiversiteit is de diversiteit van plant- en diersoorten in een gebied. De diversiteit aan planten en dieren staat wereldwijd, in Nederland en met name in de stedelijke omgeving onder druk. Het openbaar groen kan zo worden beheerd en ingericht dat het de biodiversiteit ten goede komt.

 

Het is bijvoorbeeld van belang dat er plant- en boomsoorten worden gekozen die zoveel mogelijk gebiedseigen en inheems2 zijn. Dit zorgt ervoor dat de insecten en dieren er gebruik van kunnen maken. Daarnaast kan het toepassen van verschillende soorten bomen ervoor zorgen dat in het geval van een boomziekte niet alle bomen in een laan sterven, of dat de eikenprocessierups niet in een hele wijk overlast kan geven.

3.2.5. Esthetiek

Het openbaar groen dient ook een esthetische waarde. Van de vijf waarden die opgenomen zijn in dit groenbeleid is esthetiek de enige die niet omschreven is in de IBOR. Deze waarde is aan dit beleid toegevoegd omdat inwoners het belangrijk vinden dat het groen in hun leefomgeving aantrekkelijk is ingericht. Wat mooi of aantrekkelijk wordt gevonden, is voor iedereen verschillend.

 

Het is voor de gemeente en de regio van belang dat de esthetische waarde ook onderdeel uitmaakt van het beeld dat in de lokale culturele en landschappelijke context past. Tot slot is het van belang cultuurhistorisch groen in de gemeente, evenals in het erfgoed, te behouden en te beschermen.

 

3.3. Uitgangspunten en maatregelen

De uitgangspunten en maatregelen dragen bij aan het behalen van het hoofddoel en zorgen voor een zo gebalanceerd mogelijke afweging van de waarden. We onderscheiden vier verschillende onderdelen:

  • Uitgangspunten (hoofdstuk 4) zijn van algemene aard en geven richting en handvatten voor het uitvoeren van de taken met betrekking tot het openbaar groen.

  • Maatregelen voor beheer en onderhoud (hoofdstuk 5) zijn gericht op hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. Dit betekent vaak dat zaken moeten worden doorgevoerd in de afspraken met groenaannemers. Daarnaast zijn er ook per groenelement een aantal specifieke maatregelen opgenomen. Voor een uitwerking van de groenelementen zie bijlage I.

  • Maatregelen bij (her)ontwikkeling (hoofdstuk 6) zijn expliciet opgesteld om het belang van het openbaar groen te borgen bij nieuwbouw en herontwikkeling.

  • Acties (hoofdstuk 7) zijn concrete acties komen voort uit de waarden, uitgangspunten en maatregelen die in de voorgaande hoofdstukken worden benoemd.

4. UITGANGSPUNTEN

In dit hoofdstuk gaan we in op de uitgangspunten voor het groen. Met uitgangspunten bedoelen we richtlijnen of principes die de basis vormen voor het openbaar groen, en voor de maatregelen die we treffen en acties die we uitvoeren. De maatregelen en acties zijn opgenomen in hoofdstuk 5 tot en met 7: Beheer en onderhoud (H5), Groen bij (her)ontwikkeling (H6) en Acties (H7).

 

Bij het definiëren van de uitgangspunten hebben we de vijf waarden van het groen steeds afgewogen: gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid, biodiversiteit en esthetiek. Bij elke sectie beschrijven we kort hoe de uitgangspunten bijdragen aan de waarden.

 

Binnen de uitgangspunten maken we onderscheid tussen uitgangspunten voor groenstructuur en biodiversiteit, communicatie en samenwerking, bewonersinitiatief, monitoring, handhaving en bomen.

 

4.1. Groenstructuur en biodiversiteit

In de Omgevingsvisie is een groenstructuur vastgesteld, deze groenstructuur gaat niet alleen over natuurlijke verbindingen maar ook over recreatieve verbindingen. Het doel van de groenstructuur is het behouden en versterken van aaneengesloten groene gebieden.

 

Het groen in het stedelijk gebied is versnipperd. Met behulp van de groenstructuur kan zoveel mogelijk van het versnipperde groen (en blauw) aan elkaar verbonden worden. Op die manier ontstaat er een groen blauw netwerk. Dit draagt bij aan het bevorderen van de natuur en biodiversiteit binnen de gemeente, en creëert een prettigere en duurzamere leefomgeving voor de inwoners.3 Om de groenstructuur en de biodiversiteit te behouden en te verbeteren, hanteren we de volgende uitgangspunten:

  • We passen zoveel als mogelijk gebiedseigen en inheemse soorten toe om de ecologische en voedsel of nestfunctie voor inheemse fauna te ondersteunen. De bomentabel of Norminstituut Bomen kunnen hier als inspiratie dienen.

  • De groenstructuur vormt de basis voor de ecologische verbindingen binnen de gemeente. We zoeken actief naar manieren om groenstructuren te verbinden, bijvoorbeeld door nieuw groen toe te voegen, door het versterken van bestaand groen en blauw, of met faunapassages of verblijfspekken voor dieren. De groenstructuurkaart wordt opgenomen in de Omgevingsvisie of het omgevingsplan.

  • De bomen en het groen in de groenstructuur worden met extra oog voor ecologie beheerd. Om dit te kunnen uitvoeren moeten er zaken in het beheerprogramma en de groenstructuurkaart worden geharmoniseerd.

  • De komende jaren wordt de groenstructuurkaart verder ontwikkeld tot kaart die voor interne en openbare doeleinden kan worden gebruikt.

  • Bij ontwikkelingen die plaatsvinden in de groenblauwe hoofdstructuur wordt extra rekening gehouden met de kansen voor het ecologisch inrichten van deze locatie.

Koppeling met de vijf waarden

Deze uitgangspunten dragen indirect bij aan de waarden gezondheid en sociale cohesie en esthetiek, vanwege de bijdragen aan een prettige leefomgeving en aantrekkelijk landschap. De uitgangspunten dragen ook sterk bij aan klimaatadaptatie en biodiversiteit, vanwege het bevorderen van het gebruik van inheemse soorten, waterberging, verkoeling, betere bodemgezondheid, hittebestendigheid en versterkt leefgebied voor soorten. De uitgangspunten dragen niet direct bij aan de waarde veiligheid.

 

4.2. Communicatie en samenwerking

Uit de verschillende gespreksronden en de enquête is gebleken dat inwoners meer informatie willen kunnen vinden over de keuzes die worden gemaakt over het openbaar groen. We vinden het belangrijk om hierop in te spelen en inwoners beter te informeren bij veranderingen in inrichting of beheer. We hanteren daarom de volgende uitgangspunten:

  • Tijdige en duidelijke communicatie over het groenbeheer en eventuele achterliggende keuzes.

  • Samenwerking met gebiedspartijen: we betrekken relevante partners, zoals lokale bedrijven, lokale organisaties die betrokken zijn bij het groen, het waterschap en andere overheden.

  • We onderzoeken hoe we bewoners beter kunnen ondersteunen bij het vinden van de juiste kennis over lokale, inheemse soorten die geschikt zijn voor (gevel)tuinen of bedrijfslocaties. Dit geldt ook voor informatie over het aanplanten van verticaal groen en andere natuurinclusieve maatregelen voor bewoners of ondernemers.

Koppeling met de vijf waarden

Deze uitgangspunten dragen sterk bij gezondheid en sociale cohesie, omdat het draagvlak en betrokkenheid creëert. Daarnaast kan de vergroening van geveltuinen de leefbaarheid en gezondheid verbeteren. Ook dragen ze sterk bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en esthetiek. Goede samenwerking en kennisdeling helpt bij het stimuleren en informeren van klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen. Meer afstemming over groenbeheer leidt ook tot een aantrekkelijke leefomgeving en goed onderhouden groen.

 

4.3. Bewonersinitiatief

In dit groenbeleid wordt aangesloten op de Verordening participatie Uithoorn 2024 van gemeente Uithoorn. Hieronder staan de artikelen uit de participatienota die relevant zijn voor openbaar groen en die we dus overnemen in dit beleid:

  • De groenstructuurkaart wordt doorontwikkeld zodat locaties waar bewonersinitiatief in het groen mogelijk is zichtbaar zijn.

  • We streven naar een actieve invulling aan maatschappelijke initiatieven zoals Stichting Steenbreek en het NK-Tegelwippen. Op deze manier kunnen inwoners worden geënthousiasmeerd voor het vergroenen van de gemeente.

  • In Artikel 5 van de verordening is opgenomen hoe een bewonersinitiatief kan worden ingediend en hoe wordt bepaald of een initiatief wordt ondersteund en welke ondersteuning deze kan ontvangen.

  • In Artikel 6 van de verordening is opgenomen hoe wordt omgegaan met participatie in het kader van de projecten onder de Omgevingswet.

  • Er wordt onderzocht of het wenselijk is het eenvoudiger te maken om de regels omtrent geveltuinen en boomspiegeltuinen te aan te leggen. Hiervoor kan een pilot worden gestart of kan het omgevingsplan te worden aangepast.

Snippergroen en zelfbeheer

Het is mogelijk om onder onderstaande voorwaarden openbaar groen te beheren, huren of kopen.

  • Het is voor bewoners mogelijk om maximaal 20m2 snippergroen aangrenzend aan de woning te kopen of te huren. Actuele regels omtrent snippergroen zijn opgenomen in het snippergroenbeleid. Dit is een uitwerking van de Nota grondbeleid. Het is wenselijk dat het groen in dit snippergroen ook op basis van de vijf waarden wordt ingericht.

  • Het is mogelijk om in samenspraak met de gemeente een stuk openbaar groen of een boomspiegel zelf te beheren. We hanteren de Verordening participatie Uithoorn 2024 om de initiatieven te toetsen.

Koppeling met de vijf waarden

Door deze uitgangspunten worden bewoners actief betrokken bij vergroening, wat alle waarden versterkt. Bewonersintiatieven en zelfbeheer versterken de sociale cohesie en veiligheid door beter onderhoud van groen. Ook draagt meer groen, zoals geveltuinen, boomspiegeltuinen en snippergroen, bij aan het voorkomen van hittestress en wateroverlast, en een aantrekkelijke openbare ruimte.

 

4.4. Monitoring

Er is in 2025 nog onvoldoende data beschikbaar om doelen voor het openbaar groen te stellen. Daarom is er in dit hoofdstuk een overzicht gemaakt van de uitgangspunten die we gaan hanteren op het gebied van monitoring. Dit overzicht, en de acties die in 7.4 zijn opgenomen zorgen voor een basis op het gebied van dataverzameling en monitoring. Wanneer de acties in 7.4 zijn voltooid, is er voldoende inzicht om te bepalen welke indicatoren bij de gemeente passen en of er doelstellingen voor deze indicatoren kunnen worden gekozen.

  • We hanteren de 10-20-30 regel van Santamour4 om de diversiteit van het totale bomenbestand en de diversiteit in laan en bosstructuren te monitoren. Hiervoor moeten aanpassingen of toevoegingen worden gedaan in het beheersysteem.

  • We hanteren onder andere de boomklassen (bijlage V) voor het monitoren van het bomenbestand. Dit wordt geïnventariseerd en opgenomen in het beheersysteem en vervolgens via de boomveiligheidscontrole bijgehouden.

  • De komende jaren wordt de groenstructuurkaart verder ontwikkeld tot kaart die voor interne en openbare doeleinden kan worden gebruikt. De groenstructuur wordt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet geladen en krijgt hiermee ook juridische borging. Hierdoor kan de kaart ondersteunen bij inrichtingskeuzes voor groen en kansen voor het verbinden van groen.

  • We onderzoeken of een groennorm kan worden opgenomen in de gemeentelijke regelgeving. Bijvoorbeeld de 3-30-300 regel5, of een andere geschikte groennorm. Daarbij worden ook huidige de ontwikkelingen rondom een mogelijk landelijke groennorm in beeld gehouden.

  • We maken gebruik van Norminstituut Bomen voor het in beeld brengen van het Boomkroonvolume (BKV) per wijk of buurt. We gebruiken de BKV voor het in beeld brengen van kansen voor groen en om te bepalen of er voldoende groen in een wijk aanwezig is.

  • Met de verplichte Boom Veiligheids Controle (BVC) wordt jaarlijks de gezondheid en veiligheid van de bomen in beeld gebracht. De uitkomsten van de BVC kunnen, naast snoei in het kader van veiligheid, ook gebruikt worden om de kwaliteit en gezondheid van het bomenbestand te monitoren.

  • Het Soortenmanagementplan (SMP) geeft een indicatie van de status van ecologische kwaliteit in de gemeente. De uitkomsten van het SMP kunnen ook worden gebruikt om te monitoren of om aanvullende maatregelen te treffen.

  • We gebruiken het beheersysteem om inzichtelijk te maken hoeveel groen en bomen er in de gemeente aanwezig is. We zorgen dat dit systeem actueel is en dat de categorisering in het systeem passend is bij wat we willen monitoren. Bijvoorbeeld doormiddel van een onderscheid tussen gazon, om te vormen gazon, en kruidenrijk gras.

Koppeling aan de vijf waarden

De uitgangspunten voor het hanteren van regels, normen en beheersystemen maken het mogelijk om het openbaar groen in de gemeente te monitoren. Met de opgedane inzichten kan openbaar groen beter worden beheerd en wordt indirect aan alle waarden voldaan.

 

Het volgen van groennormen kan leiden tot voldoende groen in de wijk, wat bijdraagt aan gezondheid, welzijn, leefbaarheid, en klimaatbestendigheid. Daarnaast dragen groennormen bij aan ecologische waarde en biodiversiteit. Duidelijke groenregels en monitoring kunnen ook bijdragen aan een veiligere omgeving en zorgen voor een aantrekkelijke gemeente.

 

De uitgangspunten voor het hanteren van regels, normen en beheersystemen maken het mogelijk om het openbaar groen in de gemeente te monitoren. Door deze inzichten kan het beter worden beheerd en worden indirect aan alle waarden voldaan. Groennormen zorgen voor voldoende groen in de wijk, wat bijdraagt aan gezondheid, welzijn, leefbaarheid en klimaatbestendigheid. Daarnaast dragen ze structureel bij aan ecologische waarde en biodiversiteit. Duidelijke groenregels en monitoring kunnen ook bijdragen aan een veilige omgeving en een aantrekkelijke gemeente, bijvoorbeeld door tijdig te snoeien en gevarieerd groen te onderhouden.

 

4.5. Handhaving

Het groen is in eigendom van de gemeente en de gemeente bepaalt welke wijze van beheer wordt toegepast. We geven in deze paragraaf aan hoe we omgaan met oneigenlijk gebruik of beheer.

  • Het gemeentelijke groen mag niet zonder toestemming van de gemeente door derden worden beheerd, zoals het maaien van bermen.

  • We handhaven op locaties waar zonder toestemming eigen beheer plaatsvindt of grond oneigenlijk wordt gebruikt.

Koppeling met de vijf waarden

De uitgangspunten betreft handhaving dragen vooral bij aan de waarde veiligheid, omdat het onveilige situaties voorkomt, bijvoorbeeld door ongeautoriseerd maaien. Ook draagt het deels bij aan biodiversiteit en esthetiek, omdat het voorkomt dat biodiversiteit wordt aangetast door ongewenst beheer, zoals verkeerd maaien van bermen, en dat groen volgens een plan wordt beheerd waardoor de kwaliteit wordt geborgd.

 

4.6. Bomen

Bomen hebben een aparte status binnen het openbaar groen. Ze vallen onder de zorgplicht in het burgerlijk wetboek. Daarom gaan we hier apart in op de uitgangspunten die gelden voor bomen. In paragraaf 5.2 gaan we specifiek in op het beheer en onderhoud van bomen, zoals de omgang met meldingen over overlast van bomen.

 

Naast de lokale beleidsregels zijn er ook landelijke kaders over bomen en werken met of bij bomen of beschermde soorten. Denk bijvoorbeeld aan de Rijksregels flora- en fauna-activiteit en de bebouwingscontour houtkap. De rijksregels flora en fauna activiteit bepalen dat de gemeente moet voldoen aan de eisen voor natuurbescherming. De bebouwingscontour houtkap geeft het gebied aan waarbinnen gelden de regels van de gemeente gelden en waarbuiten die van het rijk gelden. We hanteren de volgende uitgangspunten voor bomen:

 

Borging

  • De bomen worden ingedeeld in zes klassen. De klasse van de boom bepaalt het beleid en de mate van bescherming die van toepassing is op de boom. In bijlage V zijn de beleidsregels opgenomen. We hanteren zes klassen:

    • o

      I: (toekomstig) Monumentale boom

    • o

      II: Boom in groenstructuur of laan

    • o

      III: Reguliere boom

    • o

      IV: Boom verkorte omloop

    • o

      V: Parkboom

    • o

      VI: Bomen in bosplantsoen & tiny forests

  • De criteria voor het aanmelden van een monumentale boom staan in de bijlage VI.

  • We passen de 10-20-30 regel van Santamour toe op ons gehele boombestand. De regel kan ook op kleinere schaal bij (het vervangingen van) laanbomen of wijkbeplantingen worden toegepast om de diversiteit van het bomenbestand te waarborgen.

  • In de gemeente geldt een kapverbod voor monumentale bomen, er is een vergunning nodig om deze bomen te mogen kappen. De monumentale bomen en de bijbehorende regels worden opgenomen in het omgevingsplan en het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

Vervanging en aanplant

  • We behouden bestaande bomen zoveel als mogelijk. Als een boom uitvalt of gedwongen weg moet vervangen we de boom of compenseren we de boom op een andere plek. De verschillende boomklassen bieden hier handvatten.

    • o

      Een uitzondering hierop vormen de wijkers: bomen die zijn geplant om de groeiomstandigheden voor andere, langlevende soorten te verbeteren. Deze bomen dienen op termijn te worden verwijderd.6

  • Bij keuze voor een nieuwe boom of struik houden we rekening met de waarden uit paragraaf 3.2 en streven ernaar toekomstige overlastsituaties te voorkomen. De juiste inheemse boom of struik op de juiste plek is het uitgangspunt.

Overlast van bomen

  • Overlast van bomen is nooit geheel te voorkomen. We accepteren een zekere mate van overlast, omdat het algemeen belang van bomen hiertegen opweegt. In bijlage IV is toegelicht hoe we omgaan met overlast van bomen.

Koppeling met de vijf waarden

Goede borging van bomen en het uitgangspunt ‘de juiste inheemse boom of struik op de juiste plek’, draagt bij aan alle waarden. Bomen kunnen bijdragen aan schaduwvorming en luchtzuivering, wat indirect bijdraagt aan de gezondheid van bewoners. Bomen spelen daarnaast een cruciale rol verkoeling, wateropvang en bescherming tegen wind. Diversiteit in bomen draagt sterk bij aan biodiversiteit. Het beheer bij overlast voorkomt dat bomen een risico vormen voor de veiligheid van bewoners en infrastructuur. Als laatste, het behoud van monumentale bomen en structuurbomen zorgt voor visueel aantrekkelijke en culturele elementen in het landschap.

5. BEHEER EN ONDERHOUD

In dit hoofdstuk omschrijven we de maatregelen voor beheer en onderhoud van het groen. Bij het definiëren van de maatregelen hebben we ook hier de vijf waarden van het groen steeds afgewogen: gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid, biodiversiteit en esthetiek.

 

5.1. Algemene beheermaatregelen

Onderstaande beheermaatregelen gelden voor het openbaar groen in de gemeente. Het beheer van het openbaar groen wordt grotendeels uitbesteed aan aannemers. Beheermaatregelen moeten landen in de afspraken die met de groenaannemers gemaakt worden (bestekken). De begraafplaats wordt door de gemeente zelf onderhouden.

  • In de bestekken wordt voorgeschreven dat beheer wat zoveel mogelijk volgens de richtlijnen van Kleurkeur verloopt. Daarnaast wordt afgesproken zo min mogelijk met machinerie te werken die schade tot fauna kan toedoen. Hieronder vallen bijvoorbeeld maai-zuigmachines of klepelmaaiers.

  • We hanteren de richtlijnen van Kleurkeur als standaard voor ecologisch groenbeheer buiten de bebouwde kom (oranje lijn groenstructuurkaart). Deze zetten we in als cursusmateriaal voor medewerkers, als add-on voor de BRL Groenvoorziening voor aannemers en als richtlijn voor in de bestekken. We laten de gemeente hier voor certificeren.

  • We hanteren de KOR van het CROW binnen de bebouwde kom (oranje lijn in groenstructuurkaart). In twee gebieden wordt op beeldkwaliteitsniveau A beheerd. Dit zijn het dorpshart en de begraafplaats.

  • Boomspiegels, rotondes, oevers en de ondergrond onder heesters en hagen worden gezien als kans om biodiversiteit te bevorderen. Bijvoorbeeld door de ondergroei te laten staan of door boomspiegels in te zaaien. De kansen hiervoor worden onderzocht.

  • Openbaar groen rondom scholen wordt intensief gebruikt. We kiezen rondom scholen voor maatwerk bij het beheren en beplanten van deze locaties. Het Programma BOSS is hier leidend.

  • We hanteren een zoveel mogelijk ecologische aanpak in beheer. Bijvoorbeeld bij het beheer van invasieve of overlast gevende soorten of in het maaibeleid. De kansen hiervoor worden onderzocht.

  • Materialen die worden gebruikt in het groen zijn zo veel mogelijk natuurlijk. Denk hierbij aan hernieuwbare grondstoffen, zoals hout of grasvezels, duurzaam hout en geen of minimaal plastic.

  • Waar mogelijk schakelen we over op de inkoop van biologisch zaai- en plantgoed om duurzame teeltmethoden te stimuleren.

5.2. Beheermaatregelen per groenelement

Het verschilt per groenelement welke beheer en onderhoudsmaatregelen we treffen. Hierna omschrijven we deze maatregelen per groenelement. Voor een overzicht van de groenelementen zie bijlage I.

 

Bomen en boomspiegels

  • We hanteren het Handboek Bomen van Norminstituut Bomen voor begeleidingssnoei van de bomen, waarbij de snoeicyclus in de volwassen fase ongeveer vijf jaar bedraagt. We stellen hier een snoeiplan voor op.

  • We maaien de boomspiegels in gras- en verhardingsgebieden minder frequent. Dit betekent bijvoorbeeld dat rondom bomen in gras een meter afstand van de stam niet gemaaid wordt. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk is om boomspiegels in te zaaien.

    • o

      Om dit te kunnen uitvoeren dient er te worden onderzocht waar dit wel en niet mogelijk is. In hoofdstuk 7 is hier een actie voor opgenomen.

  • In de gemeente wordt ieder jaar een BVC uitgevoerd. Afhankelijk van de leeftijd en het risicoprofiel van de boom wordt een boom jaarlijks, eens in de drie jaar of eens in de vijf jaar gecontroleerd. Indien nodig worden maatregelen getroffen.

  • We streven ernaar om vanaf de aanplant de bomen zodanig te begeleiden dat ze uiteindelijk de gewenste opkroonhoogte (de hoogte van de takken boven het wegdek) bereiken en behouden. Dit bevordert een gezonde groei en een goede integratie in de omgeving.

  • Dood en gevaarlijk hout verwijderen we alleen als dit leidt tot onveilige situaties. Indien mogelijk kunnen dode bomen worden afgetopt om gevaren te voorkomen, zodat het resterende deel nog kan bijdragen aan biodiversiteit. Dood hout wordt, indien mogelijk, in de lokale omgeving neergelegd of in een takkenril geplaatst ter bevordering van biodiversiteit.

Bermen, (kruidenrijk) gras en gazons

  • We zetten in op een groter areaal met kruidenrijk grasland en kruidenrijkere bermen. Hiervoor worden locaties met gazon omgevormd. Er wordt eerst in beeld gebracht welke locaties in aanmerking komen en wat de financiële implicaties zijn.

  • Bermen worden zoveel mogelijk volgens de richtlijnen van Kleurkeur beheerd. Zichtstroken worden voor de verkeersveiligheid extra gemaaid.

  • We maaien stroken langs paden en speelplaatsen waar kruidenrijk gras groeit frequenter (netheidsmaaien) om een rommelig beeld tegen te gaan.

  • Maaien gebeurt in principe in de periodes juni en half augustus-september-oktober (dit geldt niet voor gazons), waarbij we rekening houden met de afwerpperiode van zaad en aanwezige fauna. Indien weersomstandigheden, vegetatiegroei of andere praktische factoren dit niet toestaan, kan hiervan worden afgeweken.

  • Bermen worden niet alleen als functionele verkeerstechnische zones beschouwd, maar ook als ecologische zones.

Bosplantsoen, hagen, heesters, vaste planten en bodembedekkers

  • Onderhoud aan hagen en heesters die worden gebruikt als erfafscheiding wordt aan de particuliere zijde door particulieren zelf onderhouden. Hagen worden twee keer per jaar aan de bovenkant en de gemeentekant geknipt.

  • Gevallen blad en afgestorven loof in plantvakken blijven zoveel mogelijk liggen voor humusvorming en overwintering van insecten en klein fauna. Blad in de openbare ruimte wordt verplaatst of verwijderd.

(Natuurvriendelijke) oevers

  • Het onderhoud van oevers (het droge deel) wordt op basis van bestek uitgevoerd.

  • Het beheer van de vegetatie in de watergang valt niet binnen dit groenbeleid. We stemmen hierover intern af.

Wadi’s en swales

Wadi’s en swales zijn tijdelijke opvangplekken voor water. De verdiepte voorzieningen zijn vaak beplant. Deze groenelementen zijn belangrijk voor waterinfiltratie of vertraagde afvoer. Het beheer hiervan wordt daarom afgestemd op de functie. Dat wil zeggen dat:

  • Bladeren en takken twee keer per jaar worden verwijderd.

  • Het maairegime wordt afgestemd op de gewenste afvoer of infiltratiecapaciteit.

  • Struiken, heesters en vaste planten worden twee keer per jaar onderhouden.

  • De faciliteiten voor het afvoeren of infiltreren van het water zoals de slokop of drainage worden ook onderhouden, dit valt echter niet binnen de taken van groen maar binnen water en riolering.

Groene parkeerplaatsen

Groene parkeerplaatsen hebben een expliciete rol voor waterinfiltratie of vertraagde afvoer. Het beheer hiervan wordt daarom afgestemd op de functie. Dat wil zeggen dat:

  • Het beheer van groene parkeerplaatsen is maatwerk. Het hangt af van het type bestrating en de mate van gebruik of de vegetatie opkomt en hoe hoog deze wordt.

  • Groene parkeerplaatsen worden ten minste twee keer per jaar gemaaid. Indien blijkt dat de vegetatie dusdanig hoog is dat uitstappen wordt bemoeilijkt, wordt er eventueel een extra maaigang ingepland.

  • Afhankelijk van het soort parkeerplaats kan vervilting worden tegengegaan met een rolborstel. Indien dit nodig blijk te zijn, wordt dit opgenomen in periodiek beheer.

5.3. Overlast

Wanneer er overlast wordt ervaren van het groen, hanteren we de volgende maatregelen:

  • Het melden van overlast kan via de applicatie BuitenBeter.

  • Er wordt door bewoners veel teruggekoppeld over overlast van hondenpoep. De regels hiervoor staan in het hondenbeleid. Het groenbeleid gaat hier niet op in.

  • De maatregelen die de gemeente kan treffen bij overlast van bomen staan in bijlage III.

  • We gebruiken de Unielijst invasieve exoten als leidraad voor het identificeren en beheren van risicosoorten. Wanneer een soort niet op de lijst staat, wordt deze door de EU niet erkend als invasieve exoot. Dat wil niet zeggen dat van soorten die niet op deze lijst staan geen overlast kan worden ervaren.

  • Actieve bestrijding van soorten die niet op de Unielijst staan, vindt alleen plaats wanneer overlast wordt ervaren door een specifieke soort. Er wordt maatwerk toegepast om te beoordelen of bestrijding nodig is.

  • Locaties waar soorten die overlast geven staan worden bijgehouden in het beheersysteem. Zodat periodiek kan worden gecontroleerd of de beheermethode aanslaat.

6. GROEN BIJ (HER)ONTWIKKELINGEN

In dit hoofdstuk omschrijven we maatregelen voor groen bij (her)ontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld de herinrichting van een straat zijn of een nieuwbouwproject. In de IBOR en LIOR zijn de algemene uitgangspunten en eisen voor (her)ontwikkelingen opgenomen. In aanvulling hierop dient er extra aandacht te zijn voor de onderstaande zaken, de vijf waarden uit hoofdstuk 3 en de uitgangspunten uit hoofdstuk 4

 

6.1. Herinrichting

  • Bij ontwikkelingen die plaatsvinden binnen de groenblauwe hoofdstructuur wordt extra rekening gehouden met het ecologisch inrichten van deze locatie (zie hoofdstuk 4.1).7

  • Wanneer er nieuwe oevers worden aangelegd, hanteren we het uitgangspunt deze zo veel mogelijk als een natuurvriendelijke oever aan te leggen.

  • Bij herinrichting kiezen we zoveel mogelijk voor groene parkeerplaatsen. Bij de aanleg van groene parkeerplaatsen wordt ook rekening gehouden met de kosten voor het beheer en het opnemen van het beheer in de beheersystemen.

  • We houden bij aanleg rekening met de toegankelijkheid voor beheermachines. Bijvoorbeeld bij de keuze voor de steilheid van taluds van wadi’s.

6.2. Nieuwbouw

  • Voor nieuwbouw- en (her)inrichtingsprojecten stellen we van tevoren een beheer- en toezichtparagraaf op. Hierbij wordt het aan-te-planten groen afgestemd op het budget voor het beheer van het groen of andersom.

  • Voor nieuwbouw- en (her)inrichtingsprojecten is de afdeling groen bij verschillende stappen van het ontwikkelingsproces betrokken:

    • o

      Overkoepelende planvorming bij het beoordelen van bestaand groen en bomen en mogelijkheden tot behoud of compensatie.

    • o

      Advisering bij het uitwerken van het inrichtingsplan op het gebied van groen.

    • o

      Advisering op de beheer en toezicht paragraaf en de financiële afwikkeling hiervan.

    • o

      Controle op eventuele compensatie inspanningen van de ontwikkelaar.

    • o

      Overdracht en start van de beheercyclus.

  • In nieuwbouwprojecten hanteren we de landelijke bomennorm van 30% boomkroonvolume. Dit geldt voor volgroeide bomen en kan met de boommonitor worden bepaald of voorspeld. Het 30% BKV komt neer op 2,2m3 boomkroonvolume per m2 plangebied.8

7. ACTIES

Om de beschreven uitgangspunten en maatregelen in de praktijk de brengen zijn inspanningen van de gemeente nodig. Dit hoofdstuk beschrijft de onderzoeken en andere acties die we uit gaan voeren. Daarnaast is er een meerjarenplanning opgenomen met een kostenraming voor het uitvoeren van dit beleid. In de kostenraming is geen rekening gehouden met de huidige budgetten voor dagelijks en planmatig onderhoud.

 

7.1. Projecten voor groenstructuur en biodiversiteit

Om het groen en de groenstructuur te versterken dienen projecten te worden uitgevoerd. De meeste van deze projecten volgen uit onderzoeken in paragraaf 7.5. Daarnaast worden via het planmatig onderhoud projecten voor groen tegelijkertijd met vervangingen van riolering of wegen uitgevoerd. In de gemeente zijn ook een aantal vliegwielprojecten die het groen en de groenstructuur kunnen verbeteren. Deze projecten worden uitgewerkt in het beheerplan.

 

Daarnaast zijn via de bewonersenquête een aantal locaties naar voren gekomen die wellicht in aanmerking komen voor een kwaliteitsimpuls. Locaties die meer dan twee keer werden benoemd door inwoners zijn opgenomen als verbeterlocaties (zie bijlage X).

 

7.2. Communicatie en samenwerking

Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit hoofdstuk 4.2. Communicatie en samenwerking.

 

#

Actie

Toelichting

2.1

Middelen communicatie

Er worden jaarlijks middelen vrijgemaakt om te voldoen aan de wensen op het gebied van communicatie naar de inwoners.

2.2

Opstellen communicatieplan

We stellen een communicatieplan voor het groen op. Het doel hiervan is om intern overeenstemming te hebben waarover we communiceren, wanneer we dit doen en wie bij dit proces betrokken zijn. En te bepalen wanner er gecommuniceerd wordt naar de inwoners en via welk medium dit gebeurt.

2.3

Updaten websitepagina’s groen

De gemeentelijke website wordt als basis gebruikt voor de communicatie. Informatie die op deze pagina heeft in elk geval aandacht voor:

  • Uitleggen beleidskeuzes

  • Overlast en BuitenBeter

  • Participatiemogelijkheden en maatschappelijke initiatieven

  • (Monumentale) bomen

  • Wat bewoners zelf kunnen doen (inheemse soorten, onttegelen etc.)

2.4

Publiceren groenstructuurkaart

De groenstructuurkaart wordt beschikbaar gesteld op de website. Bewoners kunnen op die manier zien waar de groenblauwe hoofdstructuur zich bevindt, waar monumentale bomen staan, wie het groen beheerd en andere relevante informatie.

2.5

Behandelen klachten

We verwerken meldingen en klachten via de app BuitenBeter en houden deze bij om locaties in beeld te brengen waar kansen zijn voor het verbeteren van het beheer of de communicatie hier over.

2.6

Samenwerking gebiedspartners

We organiseren twee keer per jaar een overleg met de gebiedspartners om de kansen voor het openbaar groen te bespreken. Dit zijn de organisaties benoemd in bijlage VII.

2.7

Handhaving

In samenwerking met handhaving en via meldingen in de app BuitenBeter wordt er gehandhaafd op zelfbeheer zoals maaien van bermen zonder toestemming en het oneigenlijk gebruik van openbare ruimte als tuin.

 

7.3. Bewonersinitiatief

Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit hoofdstuk 4.3. Bewonersinitiatief.

 

#

Naam

Toelichting

3.1

Bewonersinitiatief op de groenstructuurkaart

De publieke groenstructuurkaart wordt aangevuld met locaties waar bewonersinitiatief mogelijk is en waar dit nu al wordt uitgevoerd.

3.2

Deelname Vergroeningsinitiatieven

We geven actief invulling aan vergroeningsinitiatieven zoals Stichting Steenbreek en het NK-Tegelwippen. We maken hier middelen voor vrij.

 

7.4. Monitoring

Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit hoofdstuk 4.4. Monitoring.

 

#

Naam

Toelichting

4.1

Invoeren 10-20-30 regel in beheersysteem

De boomsoorten doorvoeren in het beheersysteem zodat de 10-20-30 regel automatisch kan worden uitgevoerd.

4.2

Invoeren boomklassen in beheersysteem

De boomklassen doorvoeren in het beheersysteem zodat de verschillende boomklassen via het beheersysteem kunnen worden gemonitord.

4.3

Doorontwikkelen groenstructuurkaart

De groenstructuurkaart wordt verder ontwikkeld zodat deze kan worden gebruikt voor monitoring of het in beeld brengen van kansen voor vergroening. Daarnaast biedt deze kaart straks input voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

4.4

Bepalen Boomkroonvolume

Met behulp van de boommonitor kan het boomkroonvolume per wijk worden bepaald. Dit is een van de onderdelen van de 3-30-300 groennorm. We brengen hiermee in beeld waar we staan en in welke wijken er kansen zijn om te vergroenen.

4.5

Uitwerken aanpak monitoring

Wanneer de gemeente de bovenstaande acties heeft uitgevoerd kan worden nagedacht welke indicatoren bij de gemeente passen en wat eventuele doelstellingen kunnen zijn.

4.6

Licentiekosten

Dit is geen actie maar een kostenpost die volgt uit het gebruik van monitoringstools.

 

7.5. Onderzoeken en beleidsontwikkeling

Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit maatregelen waar eerst onderzoek nodig is voordat de maatregel zelf kan worden toegepast. Er zijn ook acties voor het ontwikkelen van nieuw beleid of plannen opgenomen.

 

Door het uitvoeren van deze onderzoeken kan op een doelmatige wijze worden gewerkt aan het uitvoeren van dit groenbeleid. We onderzoeken de mogelijkheden, en bepalen of het kan worden uitgevoerd binnen het gemeentelijke urenbudget. Indien nodig kan gericht financiering worden gezocht. Daarnaast kan met deze werkwijze een juiste afweging gemaakt worden tussen de financiële investering, en het financiële en maatschappelijke rendement wat hier uit kan volgen.

 

#

Actie

Toelichting

5.1

Onderzoek groennorm

We onderzoeken of een groennorm kan worden opgenomen in de gemeentelijke regelgeving. Bijvoorbeeld de 3-30-300 regel, of een andere geschikte groennorm. Daarbij worden ook huidige de ontwikkelingen rondom een mogelijk landelijke groennorm in beeld gehouden.

5.2

Onderzoek vergroeningskansen bewoners

Onderzoek mogelijkheden voor het aanleggen geveltuinen, groene gevels en groene daken voor inwoners met beperkte regeldruk door regels op te nemen in het Omgevingsplan.

5.3

Onderzoek kansen groen WRK-strook

Onderzoek wat de mogelijkheden zijn voor het openbaar groen in de WRK strook in samenwerking met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht.

5.4

Inventarisatie boomspiegels bebouwd gebied

Inventarisatie van de kansen voor het minder maaien van boomspiegels en locaties die mogelijk zouden kunnen worden ingezaaid.

5.5

Inventarisatie boomspiegels buitengebied

Inventarisatie van de kansen voor minder maaien van bermen en boomspiegels in het buitengebied.

5.6

Inventarisatie kansen voor kruidenrijk gras

Inventarisatie welke gazons geen andere functie hebben dan esthetisch. Vervolgens onderzoeken wat de beste manier is om deze locaties om te vormen en welk onderhoud hier op moet worden toegepast.

5.7

Ontwikkelen snoeiplan

We stellen een snoeiplan op zodat bomen en struiken planmatig kunnen worden gesnoeid.

5.8

Onderzoeken mogelijkheid certificeren Kleurkeur

De gemeente gaat onderzoeken of het mogelijk is om zich te laten certificeren voor het ecologisch beheerkeurmerk Kleurkeur en wat de kosten en implicaties hiervan zijn.

5.9

Groenstructuur, handboek bomen en bomen opnemen DSO

De bomen en groenstructuur maken onderdeel uit van het omgevingsplan van Uithoorn. We nemen onze bomen op in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast wordt het handboek bomen van toepassing verklaard in het omgevingsplan.

 

7.6. Meerjarenplanning en begroting

In deze planning zijn ook de financiële consequenties per jaar opgenomen. Er is alleen gekeken naar de extra acties die genomen worden in het kader van het uitvoeren van dit beleid. Dagelijks en planmatig onderhoud zijn buiten beschouwing gelaten.

 

De kosten die hier zijn opgenomen zullen binnen het budget van beheer van de openbare ruimte worden gefinancierd. Er wordt daarom geen budgetverhoging of investering aangevraagd. Kosten die voortvloeien uit onderzoeken worden apart aan het college en/of de raad voorgelegd.

 

Tabel 2 : De meerjarenplanning die volgt uit de acties in hoofdstuk 7. Cellen met een X en een kleur zijn de jaren waarin de actie door de gemeente kan worden uitgevoerd. Er zijn voor deze acties geen kosten opgenomen omdat het interne ureninzet betreft. De planning is ter indicatie en er kan van worden afgeweken. De bedragen zijn in euro.

 

H7.

Post

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2.1

Middelen communicatie

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.2

Opstellen communicatieplan

X

X

2.3

Updaten websitepagina’s groen

X

X

2.4

Publiceren groenstructuurkaart

X

X

2.5

Behandelen klachten

X

X

X

X

X

X

2.6

Samenwerking gebiedspartners

X

X

X

X

X

X

2.7

Handhaving

X

X

X

X

X

X

3.1

Bewonersinitiatief op de groenstructuurkaart

X

3.2

Deelname vergroeningsinitiatieven

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

4.1

Invoeren 10-20-30 regel in beheersysteem

X

X

4.2

Invoeren boomklassen in beheersysteem

X

X

4.3

Doorontwikkelen groenstructuurkaart

X

X

4.4

Bepalen Boomkroonvolume

X

4.5

Uitwerken aanpak monitoring

X

X

4.6

Licentiekosten

6.500

6.500

6.500

6.500

6.500

5.1

Onderzoek groennorm

X

5.2

Onderzoek vergroeningskansen bewoners

X

5.3

Onderzoek kansen groen WRK-strook

X

5.4

Inventarisatie boomspiegels bebouwd gebied

X

X

5.5

Inventarisatie boomspiegels buitengebied

X

X

5.6

Inventarisatie kansen voor kruidenrijk gras

15.000

5.7

Ontwikkelen snoeiplan

X

X

5.8

Onderzoeken certificering Kleurkeur

X

5.9

Groenstructuur en bomen opnemen DSO

X

X

Totalen

-

25.500

10.500

10.500

10.500

10.500

Bijlage I – Toelichting groenelementen

 

Groenelement

Omschrijving

Bomen en boomspiegels

Bomen en het omliggende gebied rondom de stam (boomspiegel). Bomen kunnen in verschillende groenelementen of verhardingen staan. Bijvoorbeeld, in een berm, gazon, in plantvakken, plantenbakken of in verharding.

Bermen, (kruidenrijk) gras en gazons

Stroken gras of kruiden langs wegen en woonwijken. Bermen kunnen variëren in breedte en bevatten soms extra beplanting zoals bomen. Gazons worden intensief beheerd, kruidenrijk gras wordt minder intensief beheerd (extensief). Gras kan meerdere functies hebben en bijvoorbeeld ook als trapveldje of evenementenlocatie dienen.

Bosplantsoen

Bosplantsoen is een element wat bestaat uit een combinatie van boomvormende en struikvormende planten.

Hagen

Struiken en andere houtachtige planten die grenzen markeren of als beschutting dienen. Hagen zijn vaak een lijnvormig element.

Heesters

Planten die houtachtige stelen ontwikkelen worden heesters genoemd. Anders dan een boom hebben heesters geen duidelijke stam, maar komen de meeste soorten met meerdere takken uit de grond.

Vaste planten

Meerjarige planten, in sommige gevallen worden bodembedekkende soorten toegepast.

(Natuurlijke) oevers

Rietvegetatie of natuurvriendelijke oevers. De watergangen zijn geen onderdeel van dit beleid, maar zijn wel onderdeel van de groenblauwe structuur van de gemeente. De oevers vallen wel onder het groenbeleid.

Plantenbakken

Mobiele of vaste bakken gevuld met planten, vaak toegepast in stedelijke gebieden om groen toe te voegen op beperkte ruimte. Plantenbakken hebben vaak een esthetische functie.

Bloembollen

Mengsels van plantsoorten die uit een bloembol groeien. Deze soorten worden vaak aan gras, plantenbakken of plantvakken toegevoegd als esthetisch element.

Wadi’s en swales

Wadi’s zijn greppels (bermen) of verdiept aangelegde gebieden voor regenwaterinfiltratie. Swale’s zijn laaggelegen zones die kunnen worden gebruikt voor vertraagde waterafvoer. De primaire functie is waterberging, maar de elementen zijn ook beplant en vergen een andere aanpak in aanleg en beheer.

Groen parkeren

Parkeerplaatsen met halfverharding waar gras of kruiden in zijn gezaaid. Water kan hier beter in infiltreren dan in volledig verharde parkeerplaatsen.

Bijlage II – Groenstructuurkaart

 

Bijlage III – Groene gebieden en parken

 

De onderstaande locaties zijn parken en andere groene gebieden waarin kan worden gerecreëerd. Deze locaties kunnen ook worden gezien als stapstenen voor de flora en fauna.

 

Algemene begraafplaats Uithoorn

Het groen op de algemene begraafplaats wordt door de gemeente beheerd.

 

Egeltjesbos

Het egeltjesbos is in 2007 aangelegd op een voormalige akker. De naam van het bos is een knipoog naar het libellebos en heeft niets te maken met de hoeveelheid egels die er aanwezig zijn. Het is een waterberging en het water wordt deels door het waterschap onderhouden.

 

Fort aan de Drecht

Dit fort is onderdeel van de stelling van Amsterdam en UNESCO werelderfgoed. Het Drechtfort wordt beheerd door Landschap Noord Holland.

 

Park groen rode scheg

Dit is een park nabij winkelcentrum Zijdelwaard. Het is een recreatiepark en heeft verschillende speeltoestellen en sportattributen.

 

Helofytenfilter

De groenstrook in Meerwijk en het voormalig helofytenfilter.

 

Legmeer bos

Het park is een initiatief van inwoners van de gemeente om dicht bij huis te genieten van natuur en zo de leefbaarheid in hun omgeving te vergroten. De aanleg van het Legmeerbos is onderdeel van de groenstructuur tussen de Westeinderscheg en de Amstel.

 

Libellebos

Het Libellebos (ook wel De Biezenwaard genoemd) ligt tussen het bedrijventerrein en de wijk Zijdelwaard. Het park is ongeveer 20 ha groot. Het park wordt op een natuurvriendelijke wijze beheerd: de natuur kan zoveel mogelijk zijn gang gaan. Met dit beheer probeert de gemeente ruimte te creëren voor diverse soorten planten en dieren.

 

Tuin van Bram de Groote

De tuin aan de Boterdijk is genoemd naar de laatste bewoner, Bram de Groote. Hij ontwierp de tuin oorspronkelijk als een Engelse landschapstuin. In de loop der tijd veranderde het in een heemtuin met inheemse plantensoorten. De bijzondere bomen staan er nog steeds. Het gebied wordt beheerd door Landschap Noord-Holland.

 

Natuurgebied Uithoorn (Zijdelmeer en Zijdelse zomp)

Het Zijdelmeer met de Zijdelse zomp aan de Noordoever. Samen met Tuin van Bram de Groote en Fort aan de Drecht wordt dit aangeduid als Natuurgebied Uithoorn. De Zijdelse zomp en de Tuin van Bram de Groot en het groen rond Fort aan de Drecht zijn in beheer van Landschap Noord Holland. Het Zijdelmeer is in beheer van de gemeente.

Bijlage IV – Overlast van bomen

 

Onderstaand is een overzicht opgenomen van de meest voorkomende soorten overlast bij bomen. Er wordt in cursief aangegeven of de gemeente maatregelen neemt en onder welke voorwaarden dit gebeurt.

 

Schaduwwerking / Zichtbelemmering.

Bomen zorgen voor schaduw, wat door sommigen als prettig en door anderen als hinderlijk wordt ervaren.

 

De gemeente neemt in principe geen maatregelen tegen schaduwwerking, tenzij er sprake is van zware hinder. Het is aan de bewoner om zware hinder aan te tonen.

 

Blad- en bloesem en vruchtval

Dit is een natuurlijk verschijnsel dat tijdelijk is. Het kan echter verstopping van dakgoten en gladheid veroorzaken. Bewoners kunnen roosters in dakgoten plaatsen om verstopping te voorkomen en bladeren bij elkaar vegen voor ophalen door de gemeente.

 

De gemeente ruimt bladeren in de openbare ruimte op in de herfst en winter. Blad op in plantsoenen of op locaties waar dit tot humus kan vormen laat de gemeente liggen. Indien er sprake is van zware en buitenproportionele overlast moet de gemeente maatregelen treffen. De zwaarte van de hinder moet door de inwoner worden aangetoond.

 

Zonnepanelen

Bomen kunnen schaduw werpen op zonnepanelen, wat hun effectiviteit vermindert. Gemeenten worden zelden aansprakelijk gesteld voor hinder door bomen die zonlicht blokkeren. Inwoners moeten zelf beoordelen of hun dak en de lichtinval hierop geschikt is voor zonnepanelen.

 

De gemeente neemt geen maatregelen om bomen te verwijderen of te snoeien voor zonnepanelen.

 

Allergiemeldingen

Pollen van bomen kunnen allergieën veroorzaken, vooral in het voorjaar. Het kappen van bomen vanwege allergieën is geen reële oplossing en heeft nadelige gevolgen voor de natuur. Bewoners kunnen anti-pollen raamhorren plaatsen en medicijnen gebruiken tegen hooikoorts.

 

De gemeente neemt geen maatregelen tegen allergiemeldingen.

 

Boomwortels

Boomwortels kunnen schade veroorzaken aan verhardingen, kabels, leidingen, funderingen en rioleringen. Bewoners hebben het recht om doorschietende wortels op eigen erf te kappen, mits dit niet leidt tot het omvallen of afsterven van de boom. (Artikel 44 Burgerlijk Wetboek Boek 5)

 

De gemeente zoekt samen met bewoners naar oplossingen, zoals het vergroten van de boomspiegel of het plaatsen van wortelschermen.

 

Overhangende takken

Takken van gemeentebomen kunnen over perceelgrenzen hangen en overlast veroorzaken. Bewoners mogen overhangende takken verwijderen na schriftelijke melding, mits dit de boom niet onherstelbaar beschadigt of de habitus wordt aangetast. (Artikel 44, wetten.nl - Regeling - Burgerlijk Wetboek Boek 5 - BWBR0005288)

 

Indien het over een boom van de gemeente gaat, die overlast geeft op particulier terrein kan de gemeente de boom komen snoeien. Overhang vanaf particulier terrein naar de openbare ruimte wordt door de gemeente gesnoeid wanneer hier overlast van wordt ervaren.

 

Druipende bomen

Luizen in bomen kunnen honingdauw produceren, wat voor plak zorgt. Maatregelen tegen honingdauw worden zelden als noodzakelijk beschouwd.

 

De gemeente onderneemt geen actie bij overlast door druipende bomen.

Bijlage V - Boomklassen

 

Onderstaand een overzicht van de boomklassen en bijbehorende beleidsregels. De boomklassen en uitgangspunten zijn overgenomen uit de werkwijze van Norminstituut Bomen. In de tabel is een overzicht van de klassen opgenomen.

 

De boomklasse wordt per boom bepaald en opgenomen in het beheersysteem. De toelichtingen onder de volgende paragrafen zijn ter indicatie. De klasse wordt bepaald door de afdeling groenbeheer of indien nodig een boomdeskundige.

 

Bij ontwikkelingen wordt een voorkeursvolgorde gebruikt. Indien stap 1 niet mogelijk is wordt stap 2 onderzocht en verder:

 

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

  • 4.

    Vervanging, compensatie buiten plangebied

  • 5.

    Bijdrage in bomencompensatiefonds

Tabel 3: Overzicht van de beleidsklassen voor bomen. De beleidsklassen zijn volgens de methode van het norminstituut bomen.

Beleidsklassen

Beoogde omloop (j)

Bij ontwikkelingen

Minimale groeiplaats (m3)

Optimale groeiplaats (m3)

I: (toekomstig) Monumentale boom

80-120

1

n.v.t.

40

II: Boom in groenstructuur of laan

60

1-3

n.v.t.

30

III: Reguliere boom

40

1-5

15

20

IV: Boom verkorte omloop

20

1-5

5

10

V: Parkboom

80-120

1

Open grond

Open grond

VI: Bomen in bosplantsoen & tiny forests

60

1-5

Open grond

Open grond

 

I: (toekomstig) Monumentale boom

Beschermwaardige bomen met een monumentale status, inclusief toekomstig monumentale bomen. Dit zijn bijvoorbeeld gedenkbomen die worden aangeplant met de intentie dat deze tot monumentale boom uitgroeien. Alle bomen met monumentale status zijn opgenomen op de lijst monumentale bomen. De beoogde omloop is 80-120 jaar.

 

Bij ontwikkelingen

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

Alleen vervangen indien

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de monumentale boom.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

  • Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse (BEA) is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is.

  • Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician.

II: Boom in groenstructuur of laan

Bomen in de groenstructuur of grotere laanstructuren met name langs hoofd- en wijkontsluitingswegen. Bomen in groengebieden met een functie voor wijk of kern, landschappelijk beplantingen rond bedrijventerreinen etc. In sommige gevallen bomen in centrumgebieden of andere publiek belangrijke plaatsen zoals begraafplaatsen en parken, waaronder ook leibomen. De beoogde omloop is 60 jaar.

 

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

 

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

Alleen vervangen indien

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  • Uit een boom effect analyse blijkt dat dat de boom niet inpasbaar is waarbij instandhouding (>10 jaar) niet mogelijk is, ook niet met extra (beschermende) maatregelen voor de groeiplaats.

  • Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

  • Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is.

  • Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician.

III: Reguliere boom

Verspreide bomen veelal in de woonwijken en op industrieterreinen en grotere groenobjecten in wijken en op industrieterreinen. Ook verspreide bomen in plantsoenen, op meer centrale locaties in een wijk vallen binnen deze klasse. Bomen in het buitengebied voor zover ze geen onderdeel uitmaken van grotere laanstructuren een prominente landschappelijke functie of een monumentale status hebben. Beoogde omlooptijd 40 jaar.

 

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

 

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

  • 4.

    Vervanging, compensatie buiten plangebied

  • 5.

    Bijdrage in bomencompensatiefonds

Alleen vervangen indien

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de beschermde houtopstand.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  • Uit reguliere BVC inspectie blijkt dat de conditie gelijk of lager is dan score ‘onvoldoende’ en/of de levensverwachting van de boom gelijk of lager is dan 5-10 jaar.

  • Uit een boom effect analyse blijkt dat dat de boom niet inpasbaar is waarbij instandhouding (>15 jaar) niet mogelijk is, ook niet met extra (beschermende) maatregelen voor de groeiplaats.

  • Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is.

 

IV: Boom verkorte omloop

Bomen zonder specifieke status; denk hierbij aan bomen met een verkorte omloop (<20 jaar), kleine bomen. Deze bomen zijn vaak eenvoudig vervangbaar door herplant. Deze bomen dragen over het algemeen minder bij aan klimaatadaptatie, (bodem)biodiversiteit en de waarde van de leefomgeving. Veelal kleinere bomen als aankleding van een specifieke locatie zoals een parkeerplaats of op locaties waar rioleringswerkzaamheden kunnen plaatsvinden.

 

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

 

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

  • 4.

    Vervanging, compensatie buiten plangebied

  • 5.

    Bijdrage in bomencompensatiefonds

Alleen vervangen indien

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de beschermde houtopstand.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  • Uit reguliere BVC inspectie blijkt dat de conditie gelijk of lager is dan score ‘onvoldoende’ en/of de levensverwachting van de boom gelijk of lager is dan 10 jaar.

  • De boom niet inpasbaar is in de nieuwe situatie en/of de realisatie daarvan;

  • Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

Werken binnen kwetsbare boomzone mag, tot aan de minimale graafafstand (op basis van stamdiameter).

 

V: Parkboom

Bomen in parken met voldoende groeiruimte en een lange omlooptijd. De beoogde omloop is 60-80 jaar.

 

Bij ontwikkelingen

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

Alleen vervangen indien

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

  • Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse (BEA) is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is.

  • Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician.

VI: Bomen in bosplantsoen & tiny forests

Dit zijn bomen die in een bosplantsoen staan. Bosplantsoen bestaat uit een combinatie van boomvormende en struikvormende planten. Het kan hier ook gaan om bomen die niet zijn aangeplant maar hier van nature zijn gegroeid en groot genoeg zijn om in het bomenbestand op te nemen. Een tiny forest is een klein bosje met uitsluitend inheemse soorten van ongeveer 250m².

 

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

  • 4.

    Vervanging, compensatie buiten plangebied

  • 5.

    Bijdrage in bomencompensatiefonds

Alleen vervangen indien

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de beschermde houtopstand.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  • Uit reguliere BVC inspectie blijkt dat de conditie gelijk of lager is dan score ‘onvoldoende’ en/of de levensverwachting van de boom gelijk of lager is dan 5-10 jaar.

  • Uit een boom effect analyse blijkt dat dat de boom niet inpasbaar is waarbij instandhouding (>15 jaar) niet mogelijk is, ook niet met extra (beschermende) maatregelen voor de groeiplaats.

  • Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is.

Bijlage VI - Criteria monumentale boom (klasse I)

 

De criteria waaraan een boom moet voldoen, om de kwalificatie 'Klasse I: Monumentale boom' te krijgen zijn als volgt. De boom moet voldoen aan beide basisvoorwaarden:

  • De (geschatte) leeftijd is minimaal 60 jaar (dit geldt niet voor toekomstig monumentale bomen zoals gedenkbomen, daarvoor geldt geen minimale leeftijd).

  • Minimale levensverwachting na plaatsing op de lijst van 10 jaar (in het meest recente BVC heeft de boom een redelijke of goede conditie).

De boom moet voldoen aan tenminste één van de specifieke voorwaarden:

  • 1.

    Met betrekking tot de ruimtelijke betekenis:

    • a.

      De boom is medebepalend voor het karakter van de omgeving.

    • b.

      De boom is onderdeel van een onderdeel van een geheel intact zijnde boomgroep of uniforme laanbeplanting die een karakteristieke structuur in stad of landschap zichtbaar maakt.

    • c.

      De boom is een herkenningspunt/oriëntatiepunt.

  • 2.

    Met betrekking tot de monumentale waarde

    • a.

      De boom is van een in gemeente Uithoorn zeldzame soort, type of leeftijdsklasse.

    • b.

      De boom vormt onderdeel van een monumentale omgeving of van een cultuurhistorisch waardevol object.

    • c.

      De boom is een gedenkboom ter gelegenheid van een belangrijke maatschappelijke gebeurtenis.

  • 3.

    Met betrekking tot de ecologische betekenis

    • a.

      De boom vormt een schakel in de keten van ecologische infrastructuur vormende elementen of neemt in een totaal versteend gebied een positie in die in de ecologische infrastructuur de functie van 'stepping stone' kan vervullen.

    • b.

      De boom wordt door een beschermde diersoort gebuikt als vaste rustplaats of broedplaats.

  • 4.

    Overige voorwaarden

    • a.

      De boom heeft dendrologische waarde (het belang als genenreservoir van de betreffende soort, type).

    • b.

      De boom is bijzonder door uitzonderlijke hoogte, dikte of snoeiwijze.

Een boom die op de waardevolle bomenlijst staat en voldoet aan de volgende criteria gaat van de waardevolle bomenlijst af:

  • Levensverwachting boom is minder dan 5 jaar.

  • Aantasting door ziekte, zodanig dat de boom op korte termijn (binnen dan 5 jaar) gevaarlijk voor de omgeving wordt dan wel dood gaat.

  • Indien uit BVC controle blijkt dat de boom in onomkeerbaar slechte conditie is.

Bijlage VII – Aanvullende beleidscontext en gebiedspartners

 

In de onderstaande paragrafen wordt een overzicht gegeven van de aanvullende beleidscontext van H2.2. Deze stukken zijn soms al vervallen of overlappen nog één jaar. Daarnaast zijn er een aantal stukken die relevant zijn in de gemeentelijke of regionale context. Deze stukken zijn wel gebruikt bij de totstandkoming van het beleid. Daarnaast worden hier relevante gebiedspartners van de gemeente Uithoorn beschreven.

 

Beleidscontext

Bomenbeleidsplan 2014 - 2021

Het bomenbeleidsplan is eind 2021 te komen vervallen met de vaststelling van dit Beheerplan Openbaar Groen. Dit beleid had als doel om het groene karakter van de gemeente Uithoorn te behouden, de waardering voor bomen te vergroten, de gewenste ontwikkelingen te weergeven en een duidelijk kader voor kapbeleid op te stellen. De uitgangspunten uit het plan zijn ongewijzigd verwerkt in het Beheerplan Openbaar Groen Uithoorn 2021-2025, de LIOR en in het IBOR.

 

Beheerplan openbaar groen 2021-2025

Het Beheerplan openbaar groen Uithoorn 2021-2025 beschrijft hoe het effectgestuurde beheer van alle groenvoorzieningen in de gemeente Uithoorn gebeurt. Het beheer is effectgestuurd op basis van analyses en beoordelingen van deze voorzieningen. Het plan bepaalt de meest passende onderhoudsmaatregelen om bij te dragen aan de maatschappelijke effecten zoals beschreven in het IBOR. Het omvat concrete doelen, beheermaatregelen en de bijbehorende kosten, met als doel het realiseren van een optimaal, geïntegreerd en transparant beheer van het openbaar groen.

 

Het Beheerplan Openbaar Groen is een operationele uitwerking van het groenbeleid, waarin de strategieën en doelstellingen uit het groenbeleid en het IBOR concreet worden vertaald in beheermaatregelen.

 

College Uitvoerings Programma 2022-2026

In het College-uitvoeringsprogramma 2022-2026 - Gemeente Uithoorn worden per thema de ambities en acties besproken voor vier jaar. Hierin wordt binnen het thema Wonen & Werken de nadruk gelegd op een goede balans tussen verstedelijking en groen. De ambitie is om groen, blauw en duurzaam te omarmen. Er is aandacht voor het behouden en versterken van groen in Uithoorn met als specifiek actiepunt het realiseren van het Legmeerbos.

 

Gebiedsvisie Groene Recreatieve Verbindingszone

In de gebiedsvisie Groene en Recreatieve Verbindingszone (GRZ) tussen de Westeinderplassen en de Amstel is beschreven hoe de groenstructuur versterkt kan worden door als één geheel te bezien: van groot (Westeinderplassen, het Groene Hart, Bovenkerkerpolder, etc.) naar lokale entiteiten (bijvoorbeeld Zijdelmeer, Libellebos, Legmeerbos) tot aan de voordeur. Voor het aan elkaar verbinden van het openbaar groen en het landschap wordt hiervan gebruik gemaakt.

 

De gebiedsvisie heeft raakvlakken met dit groenbeleid, omdat beiden als doel hebben om vergroening en de ecologische kwaliteit van de gemeente te bevorderen. De verbindingszone die in de gebiedsvisie wordt beschreven, is een cruciaal onderdeel van het groene netwerk dat het groenbeleid beoogt te versterken.

 

Beheermaatregelenplan Natuurgebied Uithoorn 2020-2029

Het beheermaatregelenplan NG Uithoorn 2020-2029 biedt een overzicht van het beheer en onderhoud van het Natuurgebied Uithoorn. Het plan beschrijft de visie en het beheer van het natuurgebied, gebaseerd op het vorige beheerplan van 2009-2019. De gebieden zijn in eigendom van gemeente Uithoorn en Landschap Noord-Holland beheert deze in een erfpachtconstructie. Het beheermaatregelenplan beschrijft specifieke onderhoudswerkzaamheden en kosten beschrijft die essentieel zijn voor het behoud en de verbetering van het natuurgebied.

 

NOVEX Metropoolregio Amsterdam

In de NOVEX, (voorheen Verstedelijkingstrategie), van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), wordt besproken hoe de MRA omgaat met ruimtelijke vraagstukken. Er wordt geschetst dat er behoefte is aan het verbeteren dan wel het verbinden van verschillende landschappen.

 

Bij Uithoorn wordt gekeken naar een groene recreatieve verbinding tussen de Westeinderplassen en de Amstel, onder andere via de Boterdijk-Vuurlijn. Dit draagt bij aan de versterking van het regionale groen netwerk. Dit biedt niet alleen ecologische voordelen, zoals het bevorderen van biodiversiteit en het versterken van het landschap, maar het biedt ook kansen voor de inwoners van Uithoorn en omliggende gemeenten om makkelijker en duurzamer van groenvoorzieningen en natuur te genieten. De verbindingen moeten bijdragen aan het verbeteren van de bereikbaarheid van groen voor fietsers en voetgangers.

 

NOVEX Het Groene Hart

Het zuidwestelijke gebied van Gemeente Uithoorn ligt in het Groene hart. Het Groene Hart is van strategisch belang voor de regio. In Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 worden verschillende ontwikkelprincipes genoemd die van toepassing kunnen zijn bij ontwikkelingen in dat gebied, waaronder versterken van ecologische netwerken, duurzame en groene recreatie en kwaliteit van het landschap. Rekening houdend met deze principes kan Uithoorn niet alleen bijdragen aan de regionale duurzaamheidsdoelen, maar ook aan de bescherming van dit gebied.

 

Gebiedspartners

Er is een aantal overheden en uitvoeringsorganisaties actief in het gebied. Daarnaast zijn er (vrijwilligers)organisaties die zich inzetten voor het groen. Voor een actueel overzicht zie: nmedichtbij.nl.

 

Provincie Noord-Holland

De provincie Noord-Holland heeft invloed op de ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente, inclusief het groenbeheer, via het Provinciaal Omgevingsplan en andere beleidsdocumenten zoals het Programma Natuurnetwerken 2024. Uithoorn werkt bijvoorbeeld met de provincie samen om ecologische verbindingen te waarborgen.

 

Landschap Noord -Holland

Stichting Landschap Noord-Holland zet zich in voor het behoud en bescherming van natuur, landschappen en cultuurhistorisch erfgoed in de provincie Noord-Holland. In de gemeente is het beheer van het natuurgebied Uithoorn, bestaande uit onder andere het Zijdelmeer en het veenweidegebied ten westen van het Fort aan de Drecht, grotendeels in handen van deze stichting.

 

Waternet

De gemeente Uithoorn werkt samen met Waternet om groene gebieden te behouden en ontwikkelen. Groenstructuren zijn namelijk nuttig voor waterbeheer. Zo is er onlangs gekeken naar de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Overigens is Waternet nu nog de uitvoeringsorganisatie van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, maar wordt in 2025 opgeheven (gesplitst).

 

Greenport Aalsmeer

Vanuit Greenport Aalsmeer is een pilot Biodiversiteit Uithoorn gestart om biodiversiteit als thema onder de aandacht te brengen in de glastuinbouw. Binnen deze pilot werken verschillende tuinders aan het bevorderen van biodiversiteit op hun eigen terrein.

 

Groengroep, IVN, knotgroep en andere vrijwilligers in de gemeente

In Uithoorn zijn verschillende vrijwilligers die zich betrokken voelen bij het openbaar groen. Eens in de zoveel tijd komen ze samen om aan de slag te gaan of om input te leveren op actuele vraagstukken. Zij zijn onder andere georganiseerd in de groengroep en knotgroep.

 

Daarnaast is de afdeling IVN De Ronde Venen & Uithoorn actief in het betrekken van mensen bij natuur, milieu en landschap. Ze delen kennis van en waardering voor de natuur bij mensen bij waardoor ze zich meer betrokken voelen bij het behouden van natuur, milieu en landschap. Jaarlijks worden er lezingen, excursies en cursussen georganiseerd. Twee keer per jaar overlegt de gemeente met IVN en de Groengroep.

Bijlage VIII – Uitkomsten (interne) evaluatie

 

De eerste stap in het project was het voeren van evaluatiegesprekken binnen de gemeentelijke organisatie. Het doel was om op te halen welke knelpunten er nu ervaren worden en te bepalen hoe het nieuwe beleid eruit zou kunnen zien. Onderstaand zijn de punten uit de evaluatie opgenomen. Deze punten zijn gebruikt om de beleidsstructuur op te stellen en vervolggesprekken te voeren.

 

De maatschappelijke ontwikkelingen biodiversiteit en klimaatadaptatie hebben nu geen plaats in het beleid

Nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit, hebben geen plek in dit beleid. Het is wenselijk dat het nieuwe beleid hier wel rekening mee houdt.

 

Te weinig aandacht voor groen bij nieuwbouwplannen en herontwikkelingen

Er is aangegeven dat er bij nieuwbouw en herontwikkeling te weinig aandacht wordt gegeven aan de hoeveelheid en verscheidenheid in groen, de beheerbaarheid van het aangelegde groen en de budgetten die voor het beheer beschikbaar zijn. Hoewel experts van Duo+ betrokken zijn bij het vormen van nieuwbouwprojecten, nemen projectontwikkelaars hun adviezen over groen in deze projecten niet of nauwelijks over.

 

Sterke voorkeur voor uitgangspunt ‘De juiste boom op de juiste plek.’

Er is meerdere keren nadrukkelijk aangegeven dat er, met oog op het veranderende klimaat, behoefte is bij flexibiliteit als het gaat om het vervangen van bomen. Flexibiliteit in de boomkeuze helpt bij het inspelen bij lokale omstandigheden en het plaatsen van bomen die toekomstbestendiger zijn.

 

Huidige budgettering alleen toereikend voor instandhouding huidig groen

Gesprekken brachten naar voren dat het budget slechts toereikend is voor het in stand houden van het huidige groen. Groen heeft een houdbaarheidsdatum en vervanging moet meeliften op budgetten van wegen- of rioleringsprojecten. Er is behoefte aan een apart groenbudget voor vernieuwing en vergroting en meer budget voor de uitvoering. Zonder extra middelen is het moeilijk om nieuwe groenprojecten te realiseren of een stevige plek aan tafel te hebben bij vervangingen en herinrichtingen.

 

Keuzes met betrekking tot openbaar groen moeten beter worden uitgelegd en gecommuniceerd

Gesprekspartners hebben aangegeven dat keuzes voor het openbaar groen beter uitgelegd moeten worden. Er zou meer gecommuniceerd kunnen worden over de keuzes die gemaakt worden en wat de gemeente met het groen wil bereiken. Een aantal gesprekspartners suggereerde het opstellen van een intern communicatieplan zodat er duidelijkheid over de koers die gevaren wordt komt en wat er op de agenda staat wat betreft de communicatie.

 

Omgangsregels voor bewonersinitiatieven ontbreken

Verschillende gesprekspartners benoemen de wens om mogelijkheden op dit vlak te bekijken, bijvoorbeeld door het beheer van geveltuintjes en boomspiegels door bewoners. Er wordt aangegeven dat zonder beleid op dit vlak initiatieven vanuit burgers niet of nauwelijks mogelijk gemaakt.

 

Meerjarenplanning ontbreekt

Gesprekspartners brachten naar voren dat met een meerjarenplanning beter ingespeeld kan worden op investeringen en beheerkosten. Ook helpt het om groen structureler te organiseren en keuzes te verantwoorden.

 

Aanbestedingen op basis van prijs-kwaliteit leiden nu niet altijd tot kwalitatiever beheer

In meerdere gesprekken wordt aangegeven dat het niet altijd wenselijk is at de goedkoopste aanbesteder de aanbesteding wint. Er wordt gesuggereerd te experimenteren met een andere aanbestedingsstructuur, bijvoorbeeld door een raming voor percelen te geven waarbij aanbesteders weten hoeveel zij hiervoor betaald kunnen krijgen. Daarnaast is er nu niet altijd voldoende toezichtcapaciteit om de uitvoerende partijen te controleren. Op het naleven van afspraken.

 

Structurele monitoring ontbreekt

Gesprekspartners benoemden dat vanuit de IBOR het idee is dat groen multifunctioneel is en bijdraagt aan verschillende maatschappelijke effecten. Indicatoren (KPI’s) die dit inzichtelijk maken, ontbreken in het huidige beleid. Meetbaarheid van het beleid is iets waar aandacht voor dient te zijn.

Bijlage IX – Uitkomsten gespreksronde organisaties

 

In deze bijlage vatten we de uitkomsten van de gespreksronde met organisaties samen. Diverse stakeholders, zoals agrarische- en groenbelangverenigingen, zijn in een vroeg stadium van het groenbeleid betrokken geweest bij het opstellen van het groenbeleid. In groepsgesprekken of aparte interviews bespraken we de kaders van de beleidslogica en stonden we uitgebreid stil bij aandachtspunten voor het groenbeleid en mogelijk op te nemen maatregelen. We spraken de volgende organisaties: IVN Ronde Venen & Uithoorn, Knotgroep Uithoorn, Groengroep Uithoorn, Landschap Noord-Holland, LTO Noord Aalsmeer-de Kwakel, Agrarisch Collectief Noord-Holland Zuid, en Greenport Aalsmeer.

 

Samenvatting

Onduidelijkheden schematische weergave beleid

Tijdens de gesprekken bleek dat de beleidsstructuur die op deze avond werd gepresenteerd niet altijd duidelijk was. Bijvoorbeeld de formulering van het hoofddoel, het woordgebruik bij de waarden en de volgorde van de maatregelen. We hebben deze punten zoveel mogelijk aangepast.

 

Communicatie van beleidskeuzes

Er werd in veel gesprekken aandacht gevraagd voor de communicatie van de gemeente over het groen in de openbare ruimte. Er werd toegelicht dat de gemeente betere uitleg moet geven over het beheer van openbaar groen en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Een voorbeeld is het maaibeleid, de gemeente zou betere uitleg kunnen geven over hoe en waarom er op bepaalde plekken gemaaid wordt. Informatie borden werden als suggestie gegeven om de communicatie te verbeteren.

 

Opnemen groennorm

Ook werd meerdere keren naar voren gebracht dat de gemeente onderzoek kan doen naar het opnemen van een groennorm in het groenbeleid, zoals de 3-30-300-regel of een variant hierop. Aandachtspunten hierbij zijn de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de norm. Een norm zou ook opgenomen kunnen worden in de aanbesteding van nieuwbouwwijken. De ervaring van verschillende deelnemers is dat het groen in nieuwbouwwijken beperkt is.

 

Juiste (inheemse) soorten op de juiste plek en kansen boomspiegels

Verschillende deelnemers benadrukten het belang van inheemse en diverse beplanting in het stedelijk gebied voor een toekomstbestendige omgeving. Er werd toegelicht dat een mix van verschillende planten helpt om de omgeving beter bestand te maken tegen klimaatverandering, zoals hitte, regenval en droogte. In bijna elk gesprek werd in het kader van toekomstbestendigheid ook het principe ‘De juiste boom op de juiste plek’ genoemd. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met zaken zoals lichtinval en de grondsoort. Daarnaast kan de ruimte rond de boom (de boomspiegel) bijdragen aan meer biodiversiteit.

 

Bewonersinitiatief

Veel deelnemers waren positief over het idee om bewoners te betrekken bij het groen in de stad. Dit kan bijvoorbeeld door geveltuinen of projecten voor meer biodiversiteit.

 

Maaibeleid buitengebied

Daarnaast werd maaibeleid in het buitengebied als aandachtspunt genoemd. Een aantal deelnemers gaven aan dat de gemeente in samenwerking met bijvoorbeeld agrariërs of tuinders het beheer hiervan kan oppakken.

 

Er is ook gevraagd om in het glastuingebied vaker te maaien, zodat wegen naar het gebied er beter uit zien en voor de veiligheid bij zichtlijnen. Er wordt daarnaast aangegeven dat er vanuit de Greenport Aalsmeer aandacht is voor biodiversiteit. Verschillende initiatieven draaien mee in een pilot genaamd Biodiversiteit Pilot Uithoorn om de biodiversiteit op eigen terrein (buiten de kas) te stimuleren.

Bijlage X – Enquêteresultaten en terugkoppeling

 

Uitkomsten en terugkoppeling inwonersparticipatie

Bewoners konden meedenken over het groenbeleid door hun mening te geven over het concept groenbeleid via een enquête. De enquête is gedeeld op uithoorndenktmee.nl. De enquête is bij de bewoners onder de aandacht gebracht via de lokale media en via de achterban van de gesprekspartners.

 

Het doel van de enquête was om vragen te stellen over de huidige beleving van het openbaar groen en om suggesties voor het groenbeleid op te halen. In dit participatieverslag worden de uitkomsten van de enquête samengevat en wordt teruggekoppeld hoe de uitkomsten zijn meegenomen in het definitieve beleid. In totaal hebben 121 bewoners de enquête ingevuld. Hieronder staan alle antwoorden per vraag.

 

 

Tevredenheid van bewoners over openbaar groen

Inwoners werden gevraagd naar hun tevredenheid over het openbaar groen, onderhoud in hun buurt of wijk, type beplanting, en bomen.

 

Over het algemeen viel op dat de meeste respondenten vinden dat ze in een groene buurt wonen, waarbij 53,4% (zeer) eens is, 27,5% neutraal en 19,1% (zeer) oneens.

 

De reacties met betrekking tot tevredenheid met het openbaar groen zijn verdeeld, het grootste deel van de respondenten is neutraal (40,8%). Ook zijn de meningen verdeeld over het beheer en onderhoud en het type beplanting, met een groter deel dat ontevreden is (53,4%). Wel zijn de meeste respondenten tevreden over de omvang en soort van de bomen in hun buurt (43,4%).

 

Verbeterlocaties openbaar groen

De bewoners zijn gevraagd om locaties aan te geven die volgens hen de hoogste prioriteit hebben voor groenverbetering. De locaties die meer dan tweemaal werden genoemd zijn hieronder samengevat.

  • Delen van Legmeer (zoals Legmeer West, K wijk, de Nieuwe Legmeer). Deze locaties worden gezien als versteende wijken met weinig bomen en diversiteit in beplanting.

  • Amstelplein. Van het Amstelplein wordt aangegeven dat er veel verharding is en dat het erg kaal is.

  • Het oude centrum en dorpscentrum de Kwakel. Hier liggen kansen voor vergroenen

  • Het Cindu terrein. Deze locatie ligt in de gemeente maar is in eigendom van de provincie.

  • Rondom Meerwijk (en specifiek de skatebaan). Hier staan weinig bomen, is weinig diversiteit en beplanting.

  • Zijdelwaard (winkelcentrum en parkeerterrein). Op deze locatie staan weinig bomen.

  • Thamerdal (specifiek bij het viaduct). Op deze locatie is veel verharding en weinig groen.

  • Oranjepark, Het wandelpad is verouderd, er is weinig variatie in beplanting.

  • Kootpark. Hier is veel verharding, zijn weinig bomen.

  • Europarei. Hier is weinig groen en veel vervuiling.

  • Langs de oevers van de Amstel. Hier lijkt beperkt onderhoud plaats te vinden en is veel onkruid.

Prioriteiten omtrent openbaar groen

Respondenten vinden biodiversiteit het belangrijkst in openbaar groen, gevolgd door klimaatadaptatie en daarna aantrekkelijkheid (esthetiek). Klimaatadaptatie wordt vooral belangrijk gevonden voor waterberging. Respondenten vinden het niet belangrijk dat groen goed is voor hun gezondheid en aantrekt tot samenkomen (sport en recreatie) en dat het veilig is. Veiligheid vinden respondenten vooral belangrijk bij rotondes, oversteekplaatsen en afslagen.

 

Zie het hoofdstuk resultaten enquête in grafieken in deze bijlage voor een overzicht van de beantwoording op de stellingen in een overzicht.

 

Bewonersparticipatie

De meeste bewoners willen graag iets betekenen voor het openbaar groen in hun omgeving, bijvoorbeeld door deelname aan groenprojecten (36%), zelf een stuk groen onderhouden (25,8%), zelf balkon of tuin groener maken (20,2%), een geveltuin aanleggen bij de woning (19,1%) of een groene gevel aanleggen (16,9%).

 

Om dit mogelijk te maken is een platform, kennis, geld, een sparringpartner, en/of een projectbegeleider nodig. Ook wordt er om goede communicatie vanuit de gemeente richting de bewoners gevraagd. Enkele respondenten geven aan zwerfvuil te willen rapen of niet te willen bijdragen aan het openbaar groen in hun omgeving.

 

Respondenten willen vooral op de hoogte van openbaar groen gehouden worden doormiddel van de gemeente pagina in de lokale krant (23,7%), maar daarnaast ook door erover te kunnen lezen in de lokale media (21,1%), op een interactieve kaart op de website van de gemeente (14,9%) en door sociale mediakanalen van de gemeente (12,3%). Een enkeling zou een brief met aankondiging willen ontvangen, informatie kunnen lezen op de website van de gemeente of in een nieuwsbrief of doormiddel van informatieborden in het groen.

 

Reacties groenbeleid

Bewoners hebben daarnaast de mogelijkheid gekregen om te reageren op het concept groenbeleid. 43 bewoners hebben hier gebruik van gemaakt. Deze punten staan samengevat hieronder.

 

In cursief is aangegeven hoe de gemeente de feedback van de inwoners heeft verwerkt.

 

Algemene aandachtspunten groenbeleid en gebruikte waarden

  • Balans en prioriteiten: Te veel focus op esthetiek en netheid; beleid moet aantrekkelijk en haalbaar blijven zonder overmatig klimaatactivistisch te zijn. Prioritering van waarden is noodzakelijk.

    • Het hoofddoel is gelijk gebleven maar de ambitie in veel van de maatregelen afgezwakt. Ook in het kader van de haalbaarheid van dit beleid. We blijven kiezen voor een gebalanceerde afweging van de waarden.

  • Duidelijkheid en onderbouwing: Vrijblijvend taalgebruik, onduidelijke ambities en onvoldoende inzicht in bestuurlijke waarden en keuzes omdat overkoepelende visie mist.

    • Zoveel mogelijk van de maatregelen zijn aangescherpt of concreter gemaakt. We ontkomen niet altijd aan een losse formulering omdat beleid niet zwart/wit is en er in sommige gevallen ruimte nodig is om af te wijken. In deze versie is ook aandacht besteed aan het verhelderen van de visie.

  • Concrete actiepunten: Meer aandacht voor gefaseerde vervanging van bomen, hondenbeleid, tegengaan van bodemdaling, en betrokkenheid van bewoners en scholen.

    • Er is in de projecten aandacht voor gefaseerde vervanging. Dit groenbeleid gaat niet over het hondenbeleid, of het tegengaan van bodemdaling. De betrokkenheid van bewoners is verwerkt onder H4 en H7 bewonersinitiatief. De betrokkenheid van scholen staat in 5.1.

  • Ecologisch beheer: Meer focus op maaibeleid (zoals ‘Maai Mei Niet’ en ecologisch maaien), waterpartijen vergroenen en duurzame aanbestedingen.

    • Er wordt veel aandacht geschonken aan maaibeleid en ecologisch maaien. We sluiten niet aan bij ‘Maai Mei Niet’ maar bij Kleurkeur 5.1. We hebben ook aandacht voor duurzame aanbestedingen (bestekken) in 5.1. Waterpartijen vallen niet onder dit beleidsplan.

  • Communicatie en participatie: Breder inzetten op communicatiekanalen en bewoners (ook woningeigenaren) actief betrekken.

    • Er wordt in 4.2 en in 7.2 stilgestaan bij communicatie en in 4.3 en 7.3 bij bewonersinitiatieven.

  • Specifieke gebieden: Betere aandacht voor de Legmeer en het Legmeerbos, inclusief natuurcompensatie na de aanleg van de tram.

    • Voor de aanleg van de tram is een park aangelegd als natuurcompensatie. In de Legmeer en in het park is het groen nog jong en moet nog de kans krijgen om te groeien.

  • Meerjarenplan: een meerjarenplan opstellen om financiën voor te reserveren.

    • Dit is opgenomen onder 7.6.

Aandachtspunten beleidsmaatregelen

  • Expertise en samenwerking: Er ontbreekt een bredere blik van experts zoals ecologen of boswachters, en gemeenten werken te geïsoleerd.

    • Het is niet zo dat de gemeente geen kennis over groenbeheer of ecologie in huis heeft. Er werken vakspecialisten op de groenafdeling. Daarnaast werken we samen met onze gebiedspartners, waar ook boswachters, ecologen en experts onder vallen. Wanneer het nodig is laten we ons adviseren door een expert. In dit plan hebben we extra aandacht voor communicatie hier over.

  • Bewonersparticipatie: Buurtbeheerders in Uithoorn en De Kwakel moeten actiever betrokken worden. Bewoners moeten eerst meegenomen worden in het ‘waarom’ van beslissingen.

    • We hebben extra aandacht voor communicatie en het toelichten van beleidskeuzes aan inwoners in dit plan. Bij grote ontwikkelingen wordt participatie ingezet en dan worden buurtbeheerders en bewoners.

  • Communicatie en meldsystemen: De BuitenBeter-app wordt als ineffectief ervaren. Meldingen over overlast (zoals hondenuitlaatproblemen) worden vaak niet meer gedaan door gebrek aan terugkoppeling.

    • De BuitenBeter app is nieuw, we blijven hier mee werken en hebben expliciet aandacht voor het behandelen van de klachten in 7.2.

  • Ecologisch beheer: Bladeren hoeven niet overal opgeruimd te worden; ecologische aanpak moet standaard zijn, niet optioneel. Invasieve soorten aanpakken met actieve bewonersbetrokkenheid.

    • De gemeente heeft hier aandacht voor. Blad wordt niet altijd meer opgeruimd. We ontkomen er niet aan dat blad in de openbare ruimte in sommige gevallen wel moet worden verplaatst of verwijderd. We kiezen er niet voor om invasieve exoten met bewonersbetrokkenheid te beheren maar laten dit aan groenaannemers over.

  • Groenbeleid: Een divers bomenbestand in laanbeplanting is cruciaal om ziektes en massale kap te voorkomen. Levensduur en ziektebestendigheid moeten leidend zijn in het beleid.

    • In dit beleid hanteren we de regel van 10-20-30 Santamour voor het ontwikkelen van een divers bomenbestand. Daarnaast zorgen we voor een beter beeld van ons bomenbestand met de boomklassen. Zie 4.6 voor meer toelichting.

Aandachtspunten beheermaatregelen

  • Duidelijkheid en concreetheid: Vaag taalgebruik zoals 'zoveel mogelijk', 'minder frequent', en 'groter oppervlak' moet concreter worden geformuleerd. Begrippen als ‘onveilige situatie’ en ‘klimaatadaptieve maatregelen’ vereisen meer uitleg.

    • De teksten zijn hier op nagelopen. Het is niet altijd mogelijk om teksten volledig B1 of voor iedereen begrijpelijk te maken. Het is een groenbeleid en vergt enige mate van basiskennis om volledig te kunne begrijpen.

  • Ecologisch beheer: Voorkeur voor uitsluitend extensief beheer in plaats van vrijblijvend taalgebruik. Meer focus op ecologische methoden, zoals het laten liggen van bladeren en maaisel.

    • We hebben focus op ecologische methoden. Het is niet mogelijk om in een keer de gehele gemeente ecologisch te beheren. Daarom zijn er een aantal onderzoeksmaatregelen opgenomen.

  • Groene infrastructuur: Ondersteuning voor groene parkeerplaatsen en natuurinclusieve maatregelen

    • Groene parkeerplaatsen zijn opgenomen in het groenbeleid maar dit beleid gaat niet over de aanleg hiervan.

  • Bewonersparticipatie en beheer: Onduidelijkheid over gezamenlijke verantwoordelijkheden in onderhoud en maaibeleid. Er is scepsis over te strak gemaaide, saaie plantsoenen en de beperkte ruimte voor inheemse planten.

    • De gemeente is verantwoordelijk voor het beheren van het groen in de openbare ruimte. De gemeente besteed dit uit aan groenaannemers. In sommige gevallen zijn gebieden van de gemeente uitgegeven in erfpacht, of worden locaties door bewoners beheerd. Voor de gazons wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor andere beplantingstypen.

Aandachtspunten maatregelen voor planvorming en herontwikkeling

  • Inheemse en diverse beplanting: Duidelijk benoemen dat er wordt gekozen voor inheemse soorten. Het belang van variatie in laanbeplanting wordt benadrukt om kaalslag en massale vervanging te voorkomen.

    • Diversiteit en inheemse soorten zijn benoemd in 4.1. De diversiteit van laanbeplanting kan worden verbeterd door de 10-20-30 regel van Santamour, zie 4.6.

  • Groencompensatie: Kritische noot bij boomcompensatie: het duurt decennia voordat nieuwe bomen de klimaat- en milieufuncties van oude bomen evenaren. Dit aspect moet beter worden meegenomen in de afwegingen.

    • We kiezen zo veel mogelijk voor het laten staan van bomen. Dit is echter niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld in gebieden waar bodemdaling plaatsvindt of waar riolering moet worden vervangen. In 4.6 staan de overwegingen die we hanteren.

  • Bodem- en ondergroei: Meer aandacht voor schaduwrijke en natte gebieden, met inspiratie uit Heemparken. Beter gebruik van ondergroei om biodiversiteit en ecologisch evenwicht te bevorderen.

    • We hebben ondergroei opgenomen in het beleid. Voor schaduwrijke en natte gebieden is nu niets opgenomen.

  • Bouwvoorschriften en regelgeving: Beperkingen op plasticgebruik en duurzaamheidsrichtlijnen moeten ook in bouwvoorschriften en bewonersverplichtingen worden opgenomen.

    • Dit groenbeleid gaat niet over dit soort voorschriften.

Evaluatie Enquête

Veel respondenten geven aan dat het concept groenbeleid erg uitgebreid was en in ambtelijke taal beschreven wat het moeilijker maakte voor hen om er op te reageren. Simpeler taalgebruik om draagvlak te vergroten zijn belangrijke punten die worden meegenomen in volgende bewoner participaties.

 

Resultaten enquête in grafieken

Hieronder staan de vragen en antwoorden die gesteld zijn aan inwoners met de enquête. De antwoorden van de open vragen zijn hier niet opgenomen vanwege de grootte van de dataset, maar deze zijn wel verwerkt in de uitkomsten inwonersparticipatie hierboven.

 

Wat is uw leeftijd?

 

Waar woont u?

 

Vindt u dat u in een groene buurt woont?

 

Hoe tevreden bent u over het openbaar groen in uw buurt of wijk?

 

Hoe tevreden bent u over het beheer en onderhoud van het openbaar groen in uw buurt?

 

Hoe tevreden bent u met het type beplanting (niet de bomen) in het openbaar groen en de afwisseling hiervan in uw buurt?

 

Hoe tevreden bent u met de bomen (omvang, soort of type) in uw buurt?

 

Wat vindt u belangrijk op het gebied van openbaar groen?

 

Ik vind het belangrijk dat het openbaar groen geschikt is voor het uitlaten van honden.

 

Ik vind het belangrijk dat bomen geen schaduw geven in mijn tuin of zonnepanelen.

 

Ik vind het belangrijk dat er voldoende budget naar het beheer van het openbaar groen gaat. Ook wanneer dit betekent dat het budget voor andere maatschappelijke taken van de gemeente lager wordt.

 

Ik vind het belangrijk dat bomen en plantvakken voldoende groot zijn. Ook wanneer dit betekent dat er minder parkpeerplaatsen in mijn wijk komen.

 

Ik vind het goed dat parkeerplaatsen in mijn buurt worden omgevormd tot openbaar groen.

 

Bij het (her)inrichten van de openbare ruimte moet de gemeente vaker kiezen voor mooie, grote bomen die een bijdragen leveren aan schaduwvorming en biodiversiteit.

 

Zou u iets willen betekenen voor het openbare groen in uw omgeving?

 

Wat heeft u nodig om dit te kunnen uitvoeren?

 

Kunt u aangeven hoe u op de hoogte wilt blijven van het openbaar groen?

Naar boven