Gemeenteblad van Uithoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Uithoorn | Gemeenteblad 2025, 517056 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Uithoorn | Gemeenteblad 2025, 517056 | beleidsregel |
Een groene omgeving is belangrijk voor ons welzijn en onze gezondheid. Verschillende bomen, planten en grassen zorgen voor schaduw en koelte in warme periodes, helpen om de luchtkwaliteit te verbeteren en dragen bij aan het behouden en versterken van de biodiversiteit. Daarnaast zorgen groene gebieden, zoals parken en wandelgebieden, ervoor dat we elkaar kunnen ontmoeten, wat bijdraagt aan sociale contacten.
Als wethouder vind ik het daarom belangrijk dat er goed nagedacht wordt over de keuzes die we maken voor het inrichten en onderhouden van de openbare ruimte. Waar vroeger het groen in de buitenruimte vooral ingericht werd met wat mooi werd gevonden, wordt nu veel meer gekeken naar hoe deze ruimte gebruikt wordt en wat hiervoor nodig is.
Hierdoor kan het straks zijn dat in verschillende wijken en buurten andere keuzes gemaakt worden over hoe het groen aangelegd en onderhouden wordt. Zo kan het voorkomen dat in de ene buurt meer rekening gehouden wordt met de opvang van water, terwijl in een andere buurt recreatie en ontmoeting centraal staan.
Uiteindelijk werken we toe naar een stevige groene structuur die toekomstbestendig ingericht is en onderhouden wordt. Door meer aandacht te hebben voor groen en natuur in onze gemeente willen we inwoners inspireren om jun eigen tuin en omgeving (verder) te vergroenen.
Ik nodig u van harte uit om met ons aan de slag te gaan voor een mooi, (bio)divers en klimaatadaptief Uithoorn!
Gemeente Uithoorn hecht waarde aan een groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Dit groenbeleid biedt een visie en strategie voor het behoud, de ontwikkeling en het beheer van het gemeentelijk groen. Het plan is tot stand gekomen door een zorgvuldig proces van evaluatie, interne- en externe afstemming en inwonersparticipatie.
Het groenbeleid van Uithoorn richt zich op het versterken van de biodiversiteit, het verbeteren van de leefbaarheid, en het inzetten van groen als oplossing voor klimaatuitdagingen.
Het openbaar groen en het groenblauw netwerk worden toekomstbestendig versterkt en ontwikkeld voor een aantrekkelijke, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Hiermee krijgt groen een gelijkwaardige benadering in de afweging om te komen tot een waardevolle inrichting van de openbare ruimte.
Dit betekent dat het openbaar groen bijdraagt aan:
Het beleid is gebaseerd op duidelijke uitgangspunten die voortkomen uit de waarden hierboven. Deze uitgangspunten geven richting aan concrete maatregelen op drie niveaus:
Acties en monitoring: Concrete acties worden uitgevoerd, zoals het opstellen van een communicatieplan, het verder ontwikkelen van de digitale groenstructuurkaart en het monitoren van het bomenbestand met de 10-20-30 regel en het toevoegen van boomklassen. Ook wordt er onderzoek gedaan naar de opname van een landelijke groennorm in de gemeentelijke regelgeving.
Wilt u meer weten? In de leeswijzer zijn de verschillende onderdelen en waar u deze kunt vinden uitgebreid toegelicht.
Gemeente Uithoorn staat voor uitdagingen op het gebied van het openbaar groen. Grote maatschappelijke vraagstukken zoals de energietransitie, woningbouwopgave, gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie en biodiversiteit bieden zowel uitdagingen als kansen voor het groen in de gemeente. Daarnaast zijn er herinrichtingen en nieuwbouw gepland en worden er kabels en leidingen aangelegd, waarbij de hoeveelheid en kwaliteit van het groen onder druk kan komen te staan. Dit groenbeleid heeft tot doel deze uitdagingen het hoofd te bieden.
De gemeente Uithoorn heeft een groene uitstraling. Toch zijn er veel kansen om de kwaliteit van het groen te vergroten. Bijvoorbeeld door aanpassingen in beheer en ontwikkeling van nieuw groen. Daarnaast biedt het openbaar groen kansen voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken zoals klimaatadaptatie en het versterken van de biodiversiteit. In dit groenbeleid hebben we extra aandacht voor de waarde die we met het openbaar groen kunnen creëren.
De gemeente vindt het belangrijk om het bestaande groen te versterken. Zo staat in de Omgevingsvisie Uithoorn 2040 dat Uithoorn haar “groen en blauw” omarmt, dat wil zeggen dat ze met aandacht omgaat met het openbaar groen en de watergangen. Met dit plan geven we hier nadere invulling aan.
Dit groenbeleid heeft betrekking op het openbaar groen. Het openbaar groen is al het groen wat in eigendom en/of beheer is van de gemeente. Dit betreft onder andere bomen, plantsoenen, parken, groenstroken, bermen en oevers. De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud en het (her)ontwikkelen van het groen in de bebouwde kom en langs de gemeentelijke wegen. Het beheer van het openbaar groen kan worden uitgevoerd door de gemeente, door een groenaannemer of door een organisatie zoals Landschap Noord-Holland.
Dit beleid is een uitwerking van de Omgevingsvisie Uithoorn 2024 en van de Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) op het gebied van openbaar groen. Daarnaast is het een bouwsteen voor de nog te ontwikkelen gebiedsprogramma’s. Dat wil zeggen dat dit beleidsplan, samen met andere thematische beleidsplannen, verwerkt zal worden in de drie gebiedsgerichte programma’s. Beleidskeuzes in het groenbeleid die juridisch afdwingbaar moeten zijn, kunnen een plek krijgen in het omgevingsplan.
Om tot dit groenbeleid te komen hebben we verschillende fasen doorlopen:
Fase 3: met behulp van een vragenlijst is bij de inwoners opgehaald hoe het groen nu beleefd wordt en wat er beter kan. Daarnaast is het concept groenbeleid bijgevoegd in de vragenlijst, met de vraag of er wensen, aanpassingen of suggesties voor dit beleid zijn. De reacties zijn opgenomen in bijlage X.
Het groenbeleid heeft een looptijd van 2025 tot 2035. De begroting en meerjarenplanning zijn opgesteld tot 2030. Het is mogelijk om het plan tussentijds te evalueren of te herzien.
Hoofdstuk 2 en 3 beschrijven de overkoepelende beleidsstructuur. Hoofdstuk 4, 5, 6 en 7 bevatten de uitgangspunten, maatregelen en acties die we uit gaan voeren. Daarnaast is er een aantal bijlagen. Zie figuur 1 voor een overzicht van de hoofdstukken.
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie met betrekking tot groenbeleid en het groen in de gemeente. Hoofdstuk 3 gaat in op de doelstelling van het groenbeleid en de waarden die samenhangen met het groen. Vanaf hoofdstuk 4 worden de beleidsuitgangspunten en maatregelen beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de uitgangspunten die worden gehanteerd om tot maatregelen en acties te komen. Hoofdstuk 5 bevat maatregelen op het gebied van het beheer en onderhoud van het bestaande groen. Hoofdstuk 6 bevat maatregelen op het gebied van groen bij (her)ontwikkelingen zoals herinrichtingen en nieuwbouwprojecten. Tot slot bevat hoofdstuk 7 de concrete acties en projecten die we als gemeente uit gaan voeren. Daarnaast is er een aantal bijlagen zoals benoemd in figuur 1.
Om duidelijke doelen te stellen en effectieve maatregelen te nemen, is het eerste startpunt om de huidige situatie van het openbaar groen in de gemeente Uithoorn in beeld te brengen. Dit hoofdstuk begint met het beschrijven van de opgave voor openbaar groen die naar voren is gekomen uit de eerste gesprekken met de gemeentelijke organisatie. Vervolgens wordt de huidige beleidscontext uiteengezet, wat inzicht geeft in de huidige aanpak van openbaar groen door de gemeente en hoe dit nieuwe groenbeleid hierin past. Ten slotte wordt de huidige groenstructuur gedetailleerd beschreven.
Om de opgave te bepalen is documentonderzoek uitgevoerd. Daarnaast zijn er gesprekken met betrokken ambtenaren en organisaties die betrokken zijn bij het groen gevoerd. Tot slot is er een enquete onder de inwoners geweest. Een totaaloverzicht van de uitkomsten van de evaluatie en gesprekken zijn te vinden in bijlage VIII, IX en X.
Het laatste groenbeleid is inmiddels langer dan 10 jaar geleden vastgesteld. Het meest recente beleid op het gebied van openbaar groen zijn het Bomenbeleidsplan 2014 – 2021 en het Beheerplan openbaar groen Uithoorn 2021-2025. Met dit groenbeleid actualiseren we het beleid voor groen en voor bomen. Het beheerplan wordt na vaststelling geactualiseerd. We zorgen onder andere met een groenstructuurkaart dat het beleid ook beter toepasbaar is onder de omgevingswet.
Uithoorn heeft in april 2025 14.472 geregistreerde bomen bestaande uit verschillende boomsoorten zoals Essen, Wilgen, Platanen en Elzen. De gemiddelde leeftijd van bomen in Uithoorn ligt rond de 50 jaar, met 300 bomen ouder dan 70 jaar.
In 2022 is een bomenonderzoek uitgevoerd waarin is geconstateerd dat veel bomen in matige conditie verkeren. Onder andere omdat de omvang van de groeiplaats boven en onder de grond onvoldoende is en de bodemsamenstelling niet altijd voldoet aan de juiste eisen. Daarnaast spelen problemen zoals bodemdaling, hoge grondwaterstanden en verdichting van de bodem. In verschillende gevallen is maaischade aan de stamvoeten van jonge bomen geconstateerd. Dit tezamen beperkt de doorwortelbare ruimte en beïnvloedt de gezondheid en groei van de bomen. Wat op termijn aanvullende beheerkosten en vermindering van maatschappelijke waarde (H3.2) met zich meebrengt.
Het totale groenareaal in Uithoorn is 1.870.148 m2 en bestaat voornamelijk uit gazons (669.958 m2), ruw of kruidenrijk grasland (603.381 m2), bosplantsoen (314.471 m2) en heesters (184.382 m2). Hoewel deze groenvoorzieningen bijdragen aan maatschappelijke doelen zoals gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en sociale cohesie, zijn er nog steeds kansen om dit te verbeteren. Door bijvoorbeeld het gazon om te vormen naar kruidenrijk gras, en bomen en boomspiegels meer ruimte te geven kan Uithoorn de maatschappelijke effecten van haar groenvoorzieningen aanzienlijk verbeteren.
Daarnaast is het groen versnipperd, er is een groenstructuur vastgesteld om de verbinding tussen het groen te kunnen verbeteren. Deze groenstructuur wordt in dit beleid verder gehanteerd en doorontwikkeld. Dit zal bijdragen aan de biodiversiteit en een prettigere leefomgeving.
De onderstaande tabel is een overzicht van de huidige situatie en de gewenste situatie die met dit beleid bereikt dient te worden.
Tabel 1, het totaaloverzicht van de uitkomsten van de evaluatie en gesprekken zijn te vinden in bijlage VIII, IX en X.
De opgave volgt uit een veranderde visie van de maatschappij en de gemeente op de waarde en het beheer van openbaar groen. Afgelopen decennia is bewust gekozen voor het esthetisch aspect van openbaar groen. Groen was aankleding van de openbare ruimte en moest daarnaast op een doelmatige wijze worden beheerd. De laatste jaren is dit beeld over openbaar groen veranderd. Het groen kan een expliciete bijdrage leveren aan meerdere maatschappelijke uitdagingen. Bijvoorbeeld, gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie of biodiversiteit. De gemeente wil deze nieuwe visie graag in het beleid voor openbaar groen en in haar werkwijze gaan toepassen.
Het is dus niet zo dat de gemeente het openbaar groen op de een onjuiste wijze heeft beheerd. Het beheer was in lijn met de toenmalige visie. Inmiddels is deze visie op openbaar groen in zowel de interne organisatie als onder de inwoners veranderd. Daarom is de opgave zo scherp mogelijk in beeld gebracht.
In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van het gemeentelijke beleid op het gebied van openbaar groen, zoals het geldt in april 2025. We behandelen in dit hoofdstuk alleen de relevante documenten. Voor een uitgebreid overzicht van alle beleidscontext, zie bijlage VII. Hierin is ook een overzicht van onze gebiedspartners opgenomen.
Dit groenbeleid is een uitwerking van de Omgevingsvisie Uithoorn 20401. De Omgevingsvisie van Uithoorn biedt een kader voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied en legt de basis voor de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen tot 2040. De visie focust zich op verbetering van de leefomgeving, met een nadruk op duurzaamheid, natuur en de balans tussen wonen, werken en recreëren. Er wordt ingezet op een gezonde en groene omgeving, waarin natuur een belangrijke rol speelt in het versterken van de leefbaarheid.
Dit groenbeleid is een uitwerking van de doelen en uitgangspunten die in de Omgevingsvisie zijn vastgelegd. Het zet de gestelde ambities om in concrete richtlijnen voor het beheer, de inrichting en ontwikkeling van het openbaar groen in Uithoorn. Dit groenbeleid stoelt op een aantal pijlers uit de Omgevingsvisie, namelijk ‘Groen en blauw omarmen’, ‘Gezond en veilig leven’ en ‘Sociaal en cultureel verbinden’. Ook gebruikt dit groenbeleid de gebiedsindeling Dorp aan de Amstel, Droogmakerijen en het Hogeland uit de Omgevingsvisie.
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) 2020 - 2030
Het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2020 - 2030 (IBOR) is een strategisch document dat de gemeente richting geeft voor de ontwikkeling, inrichting en het beheer van de openbare ruimte in de komende tien jaar. Het IBOR stelt beleidslijnen vast voor diverse onderdelen van de openbare ruimte, waaronder groenvoorzieningen en waterbeheer. De focus ligt op het behouden van een kwalitatieve en toegankelijke openbare ruimte die bijdraagt aan de leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de gemeente. Hierbij wordt het belang van groen in de openbare ruimte, en de bijdrage van het groen aan de ecologische en sociale kwaliteit benadrukt.
Dit groenbeleid sluit aan bij de lijnen die in het IBOR zijn uitgezet, met name op het gebied van de inrichting en het beheer van openbaar groen. De uitgangspunten uit het IBOR zijn vertaald in concrete maatregelen voor het beheer en de ontwikkeling van de groene openbare ruimte. De maatschappelijke thema’s uit het IBOR die raken aan waarden met betrekking tot groen, zoals veiligheid en gezondheid, worden in dit groenbeleid gebruikt door ze te verwerken in de beleidslogica. Deze beleidslogica wordt uitgelegd in hoofdstuk 3.
Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR)
In de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) staan richtlijnen en eisen die gesteld worden door de gemeente als het aankomt op de inrichting van de openbare ruimte. Dit vormt een bijdrage aan de doelstellingen die geformuleerd zijn in het IBOR. Het bevat ontwerpcriteria voor verschillende assets, zoals groen. Het biedt richtlijnen voor bijvoorbeeld het type groen dat moet worden toegepast, de benodigde plantafstanden en hoe het groen op een ecologisch verantwoorde manier kan worden ingepast in de omgeving.
De LIOR is verbonden met dit groenbeleid. Het groenbeleid richt zich op de strategische en lange termijn doelen voor het beheer en ontwikkeling van het openbaar groen in Uithoorn, terwijl de LIOR de concrete richtlijnen biedt voor de uitvoering van die doelen in de openbare ruimte.
In het grondbeleid wordt omschreven hoe wordt omgegaan met snippergroen. Kleine stukjes groen die grenzen aan particuliere tuinen. Daarnaast wordt beschreven op welke manier beoordeeld wordt of een stukje openbaar groen wel of niet wordt verkocht of verhuurd aan bewoners. Zodra openbaar groen aan bewoners wordt verkocht of verhuurd, valt het onder het beheer van de particulier en voert de gemeente er geen beheer uit. Een uitzondering hierop is wanneer er een gemeentelijke boom staat op een verhuurde stukje snippergroen. De inspectie en beheermaatregelen worden in dat geval uitgevoerd door de gemeente vanwege de zorgplicht.
Dit groenbeleid levert input voor de verschillende beheerplannen. De relevante beheerplannen zijn: Beheerplan overlast gevende soorten 2021-2025, beheerplan watergangen 2022-2026, Beheerplan begraafplaats 2022 – 2026, en beheerplan hondenvoorziening.
Programma’s die aan openbaar groen raken
Het Programma Klimaatadaptatie richt zich op het voorbereiden van de gemeente op de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme hitte, wateroverlast en droogte. Het groen in de openbare ruimte speelt hierin een belangrijke rol.
In het Programma Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten (BOSS) staan de beleidsuitgangspunten met betrekking tot bewegen, ontmoeten, spelen en sporten voor iedereen. Het richt zich dus op het bevorderen van beweging, sociale interactie en sportactiviteiten van alle inwoners. Dit programma heeft belangrijke raakvlakken met dit groenbeleid, omdat groen ruimte biedt voor actieve recreatie en het bevorderen van ontmoetings- en speelplekken.
In het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) Uithoorn staat hoe ambities van de gemeente over riool- en watertaken worden vormgegeven. Deze taken raken het groenbeleid vooral op het gebied van waterbeheer en duurzaamheid. Een goede doorworteling van de bodem kan waterinfiltratie bevorderen, wat kan bijdragen aan het afvoeren van regenwater en het voorkomen van wateroverlast. Daarnaast kunnen groene netwerken worden gecombineerd met blauwe elementen om de waterkwaliteit te verbeteren.
In de gemeente liggen parken, plantsoenen en wijkgroen. In de groenstructuur is weergegeven wat de overkoepelende groene structuur in de gemeente is. De groenstructuurkaart geeft een weergave van de huidige situatie en gaat (nog) niet in op de gewenste toekomstige groenstructuur. In de Omgevingsvisie (p. 57) is de groenblauwe hoofdstructuur vastgesteld. Deze structuur zal in de toekomst worden vastgelegd in het omgevingsplan en biedt handvatten voor het verbinden van groene structuren onderling en met groene gebieden buiten de gemeentegrenzen. Het verbinden van groene en blauwe structuren versterkt de biodiversiteit in de gemeente. Zie voor meer informatie Handreiking Groen in en om de Stad.
Op de groenstructuurkaart (figuur 2) zijn de bestaande groenstructuren binnen de gemeente in beeld gebracht. Het bestaat uit de groenblauwe hoofdstructuur uit de Omgevingsvisie Uithoorn en is aangevuld met het NatuurNetwerk Nederland (NNN, grijs) en de locaties en namen van parken en groene ruimtes (rechts in de legenda). Groenareaal van de van de gemeente is donkergroen. Stedelijke groengebieden waaronder de parken en Noorderlegmeerpolder en de Thamerpolder zijn aangegeven met lichtgroen. Het veenweidegebied dat niet in beheer is van de gemeente maar wel van belang is als leefgebied voor weidevogels is grijs gestreept.
De oranje stippellijn geeft aan binnen welk gebied de regels van de gemeente over bomenkap gelden en waar de rijksregels voor bomenkap gelden (zie paragraaf 4.6). Er wordt een digitale versie beschikbaar gesteld voor interne en publieke doeleinden.
In bijlage II is een printbare, grotere versie beschikbaar.
Figuur2. De groenstructuurkaart. Voor een grotere versie van deze kaart zie bijlage II. Deze kaart is een uitwerking van de Omgevingsvisie. De kaart is digitaal beschikbaar en bestaat uit meerdere kaartlagen.
Dit hoofdstuk beschrijft de hoofddoelstelling van het groenbeleid. Alle maatregelen en acties die we uitvoeren dragen bij aan het behalen van dit hoofddoel. Binnen dit doel draagt het openbaar groen in de gemeente bij aan vijf maatschappelijke waarden. Door een balans te vinden tussen deze waarden, bepalen we welke maatregelen we nemen om het hoofddoel te bereiken Hierbij onderscheiden we uitgangspunten en drie typen maatregeltypen. In figuur 3 is dit schematisch weergegeven.
Figuur 3. Een schematische weergave van de opbouw van het groenbeleid.
Het hoofddoel van dit groenbeleid is:
Het openbaar groen en het groenblauw netwerk worden toekomstbestendig versterkt en ontwikkeld voor een aantrekkelijke, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Hiermee krijgt groen een gelijkwaardige benadering in de afweging om te komen tot een waardevolle inrichting van de openbare ruimte.
Het hoofddoel is geformuleerd door de doelstellingen op het gebied van groen uit het IBOR en de Omgevingsvisie Uithoorn 2040 samen te voegen. Dit doel is vervolgens getoetst met interne medewerkers en de organisaties die betrokken zijn bij het openbaar groen.
Er zijn vijf waarden die samenhangen met het openbaar groen: gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid, biodiversiteit en esthetiek. Keuzes en afwegingen voor het openbaar groen dienen altijd in dienst te staan van een zo gebalanceerd mogelijke afweging van de waarden.
De waarden gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid en biodiversiteit komen ook terug als thema’s in het IBOR 2020-2030 Uithoorn. De waarden hangen daarnaast samen met de pijlers Groen, blauw en duurzaam omarmen, Gezond en veilig leven, Toekomstbestendig wonen en verplaatsen en Sociaal en cultureel verbinden uit de https://lokaleregelgeving-eto.overheid.nl/CVDR758165Omgevingsvisie Uithoorn 2040.
De waarde esthetiek is toegevoegd, omdat de wijze waarop het groen wordt beleefd en of het er aantrekkelijk uitziet door veel gesprekspartners als belangrijk wordt gezien. De waarden worden hieronder nader toegelicht.
3.2.1. Gezondheid en sociale cohesie
Groen levert een bijdrage aan de gezondheid en sociale cohesie binnen de gemeente. Groen in de openbare ruimte speelt een belangrijke rol bij de fysieke en mentale gezondheid van bewoners. Daarnaast kan groen in de openbare ruimte uitnodigend zijn voor mensen om samen te komen. Binnen deze waarde sluiten we aan bij verschillende speerpunten onder de maatschappelijke thema’s Gezondheid en Sociale cohesie in de IBOR.
In de IBOR is bijvoorbeeld opgenomen dat er beplanting aanwezig is in de nabijheid van bewoners en dat er voldoende grote en kleine (groen)gebieden zijn om te kunnen recreëren en ontspannen. Daarnaast functioneert de openbare ruimte als een ontmoetingsplaats. De openbare ruimte rondom de woning moet zo aantrekkelijk zijn dat bewoners worden uitgenodigd om hun huis uit te komen, naar buiten te gaan en leent zich ervoor om samen te komen, elkaar te ontmoeten en iets te ondernemen. Tot slot heeft het openbaar groen een dempende functie voor geluid.
Door klimaatverandering ontstaat er een grotere kans op wateroverlast, droogte en hitte. Het natuurlijke systeem kan bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de gemeente. Het openbaar groen is onderdeel van dit systeem.
Bomen kunnen, mits ze voldoende kroonoppervlak hebben, voor schaduw zorgen. Beplanting en kruidenrijk gras zorgen voor het dempen van de straling van de zon. Door het aanleggen van wadi’s (waterafvoer, drainage en infiltratie) kan de functie van openbaar groen en klimaatadaptatie gecombineerd worden. Groen heeft in perioden van droogte ook een watervraag. Hier moet bij de keuze van boomsoorten of groentypen rekening mee worden gehouden.
Voor inwoners is het belangrijk dat het groen niet leidt tot gevaarlijke situaties en dat veiligheid niet in het gedrang komt. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat zichtlijnen bij kruispunten en rotondes vrijgehouden worden en dode takken, die een risico kunnen vormen, uit bomen worden verwijderd. Bij het toepassen van beplantingen wordt rekening gehouden met de veiligheid van mens en dier. Routes zijn veilig, voldoende verlicht, herkenbaar en overzichtelijk voor alle categorieën gebruikers.
Biodiversiteit is de diversiteit van plant- en diersoorten in een gebied. De diversiteit aan planten en dieren staat wereldwijd, in Nederland en met name in de stedelijke omgeving onder druk. Het openbaar groen kan zo worden beheerd en ingericht dat het de biodiversiteit ten goede komt.
Het is bijvoorbeeld van belang dat er plant- en boomsoorten worden gekozen die zoveel mogelijk gebiedseigen en inheems2 zijn. Dit zorgt ervoor dat de insecten en dieren er gebruik van kunnen maken. Daarnaast kan het toepassen van verschillende soorten bomen ervoor zorgen dat in het geval van een boomziekte niet alle bomen in een laan sterven, of dat de eikenprocessierups niet in een hele wijk overlast kan geven.
Het openbaar groen dient ook een esthetische waarde. Van de vijf waarden die opgenomen zijn in dit groenbeleid is esthetiek de enige die niet omschreven is in de IBOR. Deze waarde is aan dit beleid toegevoegd omdat inwoners het belangrijk vinden dat het groen in hun leefomgeving aantrekkelijk is ingericht. Wat mooi of aantrekkelijk wordt gevonden, is voor iedereen verschillend.
Het is voor de gemeente en de regio van belang dat de esthetische waarde ook onderdeel uitmaakt van het beeld dat in de lokale culturele en landschappelijke context past. Tot slot is het van belang cultuurhistorisch groen in de gemeente, evenals in het erfgoed, te behouden en te beschermen.
3.3. Uitgangspunten en maatregelen
De uitgangspunten en maatregelen dragen bij aan het behalen van het hoofddoel en zorgen voor een zo gebalanceerd mogelijke afweging van de waarden. We onderscheiden vier verschillende onderdelen:
Maatregelen voor beheer en onderhoud (hoofdstuk 5) zijn gericht op hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. Dit betekent vaak dat zaken moeten worden doorgevoerd in de afspraken met groenaannemers. Daarnaast zijn er ook per groenelement een aantal specifieke maatregelen opgenomen. Voor een uitwerking van de groenelementen zie bijlage I.
In dit hoofdstuk gaan we in op de uitgangspunten voor het groen. Met uitgangspunten bedoelen we richtlijnen of principes die de basis vormen voor het openbaar groen, en voor de maatregelen die we treffen en acties die we uitvoeren. De maatregelen en acties zijn opgenomen in hoofdstuk 5 tot en met 7: Beheer en onderhoud (H5), Groen bij (her)ontwikkeling (H6) en Acties (H7).
Bij het definiëren van de uitgangspunten hebben we de vijf waarden van het groen steeds afgewogen: gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid, biodiversiteit en esthetiek. Bij elke sectie beschrijven we kort hoe de uitgangspunten bijdragen aan de waarden.
Binnen de uitgangspunten maken we onderscheid tussen uitgangspunten voor groenstructuur en biodiversiteit, communicatie en samenwerking, bewonersinitiatief, monitoring, handhaving en bomen.
4.1. Groenstructuur en biodiversiteit
In de Omgevingsvisie is een groenstructuur vastgesteld, deze groenstructuur gaat niet alleen over natuurlijke verbindingen maar ook over recreatieve verbindingen. Het doel van de groenstructuur is het behouden en versterken van aaneengesloten groene gebieden.
Het groen in het stedelijk gebied is versnipperd. Met behulp van de groenstructuur kan zoveel mogelijk van het versnipperde groen (en blauw) aan elkaar verbonden worden. Op die manier ontstaat er een groen blauw netwerk. Dit draagt bij aan het bevorderen van de natuur en biodiversiteit binnen de gemeente, en creëert een prettigere en duurzamere leefomgeving voor de inwoners.3 Om de groenstructuur en de biodiversiteit te behouden en te verbeteren, hanteren we de volgende uitgangspunten:
We passen zoveel als mogelijk gebiedseigen en inheemse soorten toe om de ecologische en voedsel of nestfunctie voor inheemse fauna te ondersteunen. De bomentabel of Norminstituut Bomen kunnen hier als inspiratie dienen.
De groenstructuur vormt de basis voor de ecologische verbindingen binnen de gemeente. We zoeken actief naar manieren om groenstructuren te verbinden, bijvoorbeeld door nieuw groen toe te voegen, door het versterken van bestaand groen en blauw, of met faunapassages of verblijfspekken voor dieren. De groenstructuurkaart wordt opgenomen in de Omgevingsvisie of het omgevingsplan.
Deze uitgangspunten dragen indirect bij aan de waarden gezondheid en sociale cohesie en esthetiek, vanwege de bijdragen aan een prettige leefomgeving en aantrekkelijk landschap. De uitgangspunten dragen ook sterk bij aan klimaatadaptatie en biodiversiteit, vanwege het bevorderen van het gebruik van inheemse soorten, waterberging, verkoeling, betere bodemgezondheid, hittebestendigheid en versterkt leefgebied voor soorten. De uitgangspunten dragen niet direct bij aan de waarde veiligheid.
4.2. Communicatie en samenwerking
Uit de verschillende gespreksronden en de enquête is gebleken dat inwoners meer informatie willen kunnen vinden over de keuzes die worden gemaakt over het openbaar groen. We vinden het belangrijk om hierop in te spelen en inwoners beter te informeren bij veranderingen in inrichting of beheer. We hanteren daarom de volgende uitgangspunten:
We onderzoeken hoe we bewoners beter kunnen ondersteunen bij het vinden van de juiste kennis over lokale, inheemse soorten die geschikt zijn voor (gevel)tuinen of bedrijfslocaties. Dit geldt ook voor informatie over het aanplanten van verticaal groen en andere natuurinclusieve maatregelen voor bewoners of ondernemers.
Deze uitgangspunten dragen sterk bij gezondheid en sociale cohesie, omdat het draagvlak en betrokkenheid creëert. Daarnaast kan de vergroening van geveltuinen de leefbaarheid en gezondheid verbeteren. Ook dragen ze sterk bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en esthetiek. Goede samenwerking en kennisdeling helpt bij het stimuleren en informeren van klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen. Meer afstemming over groenbeheer leidt ook tot een aantrekkelijke leefomgeving en goed onderhouden groen.
In dit groenbeleid wordt aangesloten op de Verordening participatie Uithoorn 2024 van gemeente Uithoorn. Hieronder staan de artikelen uit de participatienota die relevant zijn voor openbaar groen en die we dus overnemen in dit beleid:
Het is mogelijk om onder onderstaande voorwaarden openbaar groen te beheren, huren of kopen.
Het is voor bewoners mogelijk om maximaal 20m2 snippergroen aangrenzend aan de woning te kopen of te huren. Actuele regels omtrent snippergroen zijn opgenomen in het snippergroenbeleid. Dit is een uitwerking van de Nota grondbeleid. Het is wenselijk dat het groen in dit snippergroen ook op basis van de vijf waarden wordt ingericht.
Het is mogelijk om in samenspraak met de gemeente een stuk openbaar groen of een boomspiegel zelf te beheren. We hanteren de Verordening participatie Uithoorn 2024 om de initiatieven te toetsen.
Door deze uitgangspunten worden bewoners actief betrokken bij vergroening, wat alle waarden versterkt. Bewonersintiatieven en zelfbeheer versterken de sociale cohesie en veiligheid door beter onderhoud van groen. Ook draagt meer groen, zoals geveltuinen, boomspiegeltuinen en snippergroen, bij aan het voorkomen van hittestress en wateroverlast, en een aantrekkelijke openbare ruimte.
Er is in 2025 nog onvoldoende data beschikbaar om doelen voor het openbaar groen te stellen. Daarom is er in dit hoofdstuk een overzicht gemaakt van de uitgangspunten die we gaan hanteren op het gebied van monitoring. Dit overzicht, en de acties die in 7.4 zijn opgenomen zorgen voor een basis op het gebied van dataverzameling en monitoring. Wanneer de acties in 7.4 zijn voltooid, is er voldoende inzicht om te bepalen welke indicatoren bij de gemeente passen en of er doelstellingen voor deze indicatoren kunnen worden gekozen.
We hanteren de 10-20-30 regel van Santamour4 om de diversiteit van het totale bomenbestand en de diversiteit in laan en bosstructuren te monitoren. Hiervoor moeten aanpassingen of toevoegingen worden gedaan in het beheersysteem.
De komende jaren wordt de groenstructuurkaart verder ontwikkeld tot kaart die voor interne en openbare doeleinden kan worden gebruikt. De groenstructuur wordt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet geladen en krijgt hiermee ook juridische borging. Hierdoor kan de kaart ondersteunen bij inrichtingskeuzes voor groen en kansen voor het verbinden van groen.
We onderzoeken of een groennorm kan worden opgenomen in de gemeentelijke regelgeving. Bijvoorbeeld de 3-30-300 regel5, of een andere geschikte groennorm. Daarbij worden ook huidige de ontwikkelingen rondom een mogelijk landelijke groennorm in beeld gehouden.
We gebruiken het beheersysteem om inzichtelijk te maken hoeveel groen en bomen er in de gemeente aanwezig is. We zorgen dat dit systeem actueel is en dat de categorisering in het systeem passend is bij wat we willen monitoren. Bijvoorbeeld doormiddel van een onderscheid tussen gazon, om te vormen gazon, en kruidenrijk gras.
De uitgangspunten voor het hanteren van regels, normen en beheersystemen maken het mogelijk om het openbaar groen in de gemeente te monitoren. Met de opgedane inzichten kan openbaar groen beter worden beheerd en wordt indirect aan alle waarden voldaan.
Het volgen van groennormen kan leiden tot voldoende groen in de wijk, wat bijdraagt aan gezondheid, welzijn, leefbaarheid, en klimaatbestendigheid. Daarnaast dragen groennormen bij aan ecologische waarde en biodiversiteit. Duidelijke groenregels en monitoring kunnen ook bijdragen aan een veiligere omgeving en zorgen voor een aantrekkelijke gemeente.
De uitgangspunten voor het hanteren van regels, normen en beheersystemen maken het mogelijk om het openbaar groen in de gemeente te monitoren. Door deze inzichten kan het beter worden beheerd en worden indirect aan alle waarden voldaan. Groennormen zorgen voor voldoende groen in de wijk, wat bijdraagt aan gezondheid, welzijn, leefbaarheid en klimaatbestendigheid. Daarnaast dragen ze structureel bij aan ecologische waarde en biodiversiteit. Duidelijke groenregels en monitoring kunnen ook bijdragen aan een veilige omgeving en een aantrekkelijke gemeente, bijvoorbeeld door tijdig te snoeien en gevarieerd groen te onderhouden.
Het groen is in eigendom van de gemeente en de gemeente bepaalt welke wijze van beheer wordt toegepast. We geven in deze paragraaf aan hoe we omgaan met oneigenlijk gebruik of beheer.
De uitgangspunten betreft handhaving dragen vooral bij aan de waarde veiligheid, omdat het onveilige situaties voorkomt, bijvoorbeeld door ongeautoriseerd maaien. Ook draagt het deels bij aan biodiversiteit en esthetiek, omdat het voorkomt dat biodiversiteit wordt aangetast door ongewenst beheer, zoals verkeerd maaien van bermen, en dat groen volgens een plan wordt beheerd waardoor de kwaliteit wordt geborgd.
Bomen hebben een aparte status binnen het openbaar groen. Ze vallen onder de zorgplicht in het burgerlijk wetboek. Daarom gaan we hier apart in op de uitgangspunten die gelden voor bomen. In paragraaf 5.2 gaan we specifiek in op het beheer en onderhoud van bomen, zoals de omgang met meldingen over overlast van bomen.
Naast de lokale beleidsregels zijn er ook landelijke kaders over bomen en werken met of bij bomen of beschermde soorten. Denk bijvoorbeeld aan de Rijksregels flora- en fauna-activiteit en de bebouwingscontour houtkap. De rijksregels flora en fauna activiteit bepalen dat de gemeente moet voldoen aan de eisen voor natuurbescherming. De bebouwingscontour houtkap geeft het gebied aan waarbinnen gelden de regels van de gemeente gelden en waarbuiten die van het rijk gelden. We hanteren de volgende uitgangspunten voor bomen:
We behouden bestaande bomen zoveel als mogelijk. Als een boom uitvalt of gedwongen weg moet vervangen we de boom of compenseren we de boom op een andere plek. De verschillende boomklassen bieden hier handvatten.
Een uitzondering hierop vormen de wijkers: bomen die zijn geplant om de groeiomstandigheden voor andere, langlevende soorten te verbeteren. Deze bomen dienen op termijn te worden verwijderd.6
Goede borging van bomen en het uitgangspunt ‘de juiste inheemse boom of struik op de juiste plek’, draagt bij aan alle waarden. Bomen kunnen bijdragen aan schaduwvorming en luchtzuivering, wat indirect bijdraagt aan de gezondheid van bewoners. Bomen spelen daarnaast een cruciale rol verkoeling, wateropvang en bescherming tegen wind. Diversiteit in bomen draagt sterk bij aan biodiversiteit. Het beheer bij overlast voorkomt dat bomen een risico vormen voor de veiligheid van bewoners en infrastructuur. Als laatste, het behoud van monumentale bomen en structuurbomen zorgt voor visueel aantrekkelijke en culturele elementen in het landschap.
In dit hoofdstuk omschrijven we de maatregelen voor beheer en onderhoud van het groen. Bij het definiëren van de maatregelen hebben we ook hier de vijf waarden van het groen steeds afgewogen: gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid, biodiversiteit en esthetiek.
5.1. Algemene beheermaatregelen
Onderstaande beheermaatregelen gelden voor het openbaar groen in de gemeente. Het beheer van het openbaar groen wordt grotendeels uitbesteed aan aannemers. Beheermaatregelen moeten landen in de afspraken die met de groenaannemers gemaakt worden (bestekken). De begraafplaats wordt door de gemeente zelf onderhouden.
In de bestekken wordt voorgeschreven dat beheer wat zoveel mogelijk volgens de richtlijnen van Kleurkeur verloopt. Daarnaast wordt afgesproken zo min mogelijk met machinerie te werken die schade tot fauna kan toedoen. Hieronder vallen bijvoorbeeld maai-zuigmachines of klepelmaaiers.
We hanteren de richtlijnen van Kleurkeur als standaard voor ecologisch groenbeheer buiten de bebouwde kom (oranje lijn groenstructuurkaart). Deze zetten we in als cursusmateriaal voor medewerkers, als add-on voor de BRL Groenvoorziening voor aannemers en als richtlijn voor in de bestekken. We laten de gemeente hier voor certificeren.
We hanteren de KOR van het CROW binnen de bebouwde kom (oranje lijn in groenstructuurkaart). In twee gebieden wordt op beeldkwaliteitsniveau A beheerd. Dit zijn het dorpshart en de begraafplaats.
5.2. Beheermaatregelen per groenelement
Het verschilt per groenelement welke beheer en onderhoudsmaatregelen we treffen. Hierna omschrijven we deze maatregelen per groenelement. Voor een overzicht van de groenelementen zie bijlage I.
We hanteren het Handboek Bomen van Norminstituut Bomen voor begeleidingssnoei van de bomen, waarbij de snoeicyclus in de volwassen fase ongeveer vijf jaar bedraagt. We stellen hier een snoeiplan voor op.
Dood en gevaarlijk hout verwijderen we alleen als dit leidt tot onveilige situaties. Indien mogelijk kunnen dode bomen worden afgetopt om gevaren te voorkomen, zodat het resterende deel nog kan bijdragen aan biodiversiteit. Dood hout wordt, indien mogelijk, in de lokale omgeving neergelegd of in een takkenril geplaatst ter bevordering van biodiversiteit.
Bermen, (kruidenrijk) gras en gazons
Maaien gebeurt in principe in de periodes juni en half augustus-september-oktober (dit geldt niet voor gazons), waarbij we rekening houden met de afwerpperiode van zaad en aanwezige fauna. Indien weersomstandigheden, vegetatiegroei of andere praktische factoren dit niet toestaan, kan hiervan worden afgeweken.
Bosplantsoen, hagen, heesters, vaste planten en bodembedekkers
Wadi’s en swales zijn tijdelijke opvangplekken voor water. De verdiepte voorzieningen zijn vaak beplant. Deze groenelementen zijn belangrijk voor waterinfiltratie of vertraagde afvoer. Het beheer hiervan wordt daarom afgestemd op de functie. Dat wil zeggen dat:
Groene parkeerplaatsen hebben een expliciete rol voor waterinfiltratie of vertraagde afvoer. Het beheer hiervan wordt daarom afgestemd op de functie. Dat wil zeggen dat:
Wanneer er overlast wordt ervaren van het groen, hanteren we de volgende maatregelen:
Er wordt door bewoners veel teruggekoppeld over overlast van hondenpoep. De regels hiervoor staan in het hondenbeleid. Het groenbeleid gaat hier niet op in.
We gebruiken de Unielijst invasieve exoten als leidraad voor het identificeren en beheren van risicosoorten. Wanneer een soort niet op de lijst staat, wordt deze door de EU niet erkend als invasieve exoot. Dat wil niet zeggen dat van soorten die niet op deze lijst staan geen overlast kan worden ervaren.
6. GROEN BIJ (HER)ONTWIKKELINGEN
In dit hoofdstuk omschrijven we maatregelen voor groen bij (her)ontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld de herinrichting van een straat zijn of een nieuwbouwproject. In de IBOR en LIOR zijn de algemene uitgangspunten en eisen voor (her)ontwikkelingen opgenomen. In aanvulling hierop dient er extra aandacht te zijn voor de onderstaande zaken, de vijf waarden uit hoofdstuk 3 en de uitgangspunten uit hoofdstuk 4
Bij ontwikkelingen die plaatsvinden binnen de groenblauwe hoofdstructuur wordt extra rekening gehouden met het ecologisch inrichten van deze locatie (zie hoofdstuk 4.1).7
In nieuwbouwprojecten hanteren we de landelijke bomennorm van 30% boomkroonvolume. Dit geldt voor volgroeide bomen en kan met de boommonitor worden bepaald of voorspeld. Het 30% BKV komt neer op 2,2m3 boomkroonvolume per m2 plangebied.8
Om de beschreven uitgangspunten en maatregelen in de praktijk de brengen zijn inspanningen van de gemeente nodig. Dit hoofdstuk beschrijft de onderzoeken en andere acties die we uit gaan voeren. Daarnaast is er een meerjarenplanning opgenomen met een kostenraming voor het uitvoeren van dit beleid. In de kostenraming is geen rekening gehouden met de huidige budgetten voor dagelijks en planmatig onderhoud.
7.1. Projecten voor groenstructuur en biodiversiteit
Om het groen en de groenstructuur te versterken dienen projecten te worden uitgevoerd. De meeste van deze projecten volgen uit onderzoeken in paragraaf 7.5. Daarnaast worden via het planmatig onderhoud projecten voor groen tegelijkertijd met vervangingen van riolering of wegen uitgevoerd. In de gemeente zijn ook een aantal vliegwielprojecten die het groen en de groenstructuur kunnen verbeteren. Deze projecten worden uitgewerkt in het beheerplan.
Daarnaast zijn via de bewonersenquête een aantal locaties naar voren gekomen die wellicht in aanmerking komen voor een kwaliteitsimpuls. Locaties die meer dan twee keer werden benoemd door inwoners zijn opgenomen als verbeterlocaties (zie bijlage X).
7.2. Communicatie en samenwerking
Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit hoofdstuk 4.2. Communicatie en samenwerking.
Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit hoofdstuk 4.3. Bewonersinitiatief.
Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit hoofdstuk 4.4. Monitoring.
7.5. Onderzoeken en beleidsontwikkeling
Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit maatregelen waar eerst onderzoek nodig is voordat de maatregel zelf kan worden toegepast. Er zijn ook acties voor het ontwikkelen van nieuw beleid of plannen opgenomen.
Door het uitvoeren van deze onderzoeken kan op een doelmatige wijze worden gewerkt aan het uitvoeren van dit groenbeleid. We onderzoeken de mogelijkheden, en bepalen of het kan worden uitgevoerd binnen het gemeentelijke urenbudget. Indien nodig kan gericht financiering worden gezocht. Daarnaast kan met deze werkwijze een juiste afweging gemaakt worden tussen de financiële investering, en het financiële en maatschappelijke rendement wat hier uit kan volgen.
7.6. Meerjarenplanning en begroting
In deze planning zijn ook de financiële consequenties per jaar opgenomen. Er is alleen gekeken naar de extra acties die genomen worden in het kader van het uitvoeren van dit beleid. Dagelijks en planmatig onderhoud zijn buiten beschouwing gelaten.
De kosten die hier zijn opgenomen zullen binnen het budget van beheer van de openbare ruimte worden gefinancierd. Er wordt daarom geen budgetverhoging of investering aangevraagd. Kosten die voortvloeien uit onderzoeken worden apart aan het college en/of de raad voorgelegd.
Tabel 2 : De meerjarenplanning die volgt uit de acties in hoofdstuk 7. Cellen met een X en een kleur zijn de jaren waarin de actie door de gemeente kan worden uitgevoerd. Er zijn voor deze acties geen kosten opgenomen omdat het interne ureninzet betreft. De planning is ter indicatie en er kan van worden afgeweken. De bedragen zijn in euro.
Bijlage I – Toelichting groenelementen
Bijlage III – Groene gebieden en parken
De onderstaande locaties zijn parken en andere groene gebieden waarin kan worden gerecreëerd. Deze locaties kunnen ook worden gezien als stapstenen voor de flora en fauna.
Algemene begraafplaats Uithoorn
Het groen op de algemene begraafplaats wordt door de gemeente beheerd.
Het egeltjesbos is in 2007 aangelegd op een voormalige akker. De naam van het bos is een knipoog naar het libellebos en heeft niets te maken met de hoeveelheid egels die er aanwezig zijn. Het is een waterberging en het water wordt deels door het waterschap onderhouden.
Dit fort is onderdeel van de stelling van Amsterdam en UNESCO werelderfgoed. Het Drechtfort wordt beheerd door Landschap Noord Holland.
Dit is een park nabij winkelcentrum Zijdelwaard. Het is een recreatiepark en heeft verschillende speeltoestellen en sportattributen.
De groenstrook in Meerwijk en het voormalig helofytenfilter.
Het park is een initiatief van inwoners van de gemeente om dicht bij huis te genieten van natuur en zo de leefbaarheid in hun omgeving te vergroten. De aanleg van het Legmeerbos is onderdeel van de groenstructuur tussen de Westeinderscheg en de Amstel.
Het Libellebos (ook wel De Biezenwaard genoemd) ligt tussen het bedrijventerrein en de wijk Zijdelwaard. Het park is ongeveer 20 ha groot. Het park wordt op een natuurvriendelijke wijze beheerd: de natuur kan zoveel mogelijk zijn gang gaan. Met dit beheer probeert de gemeente ruimte te creëren voor diverse soorten planten en dieren.
De tuin aan de Boterdijk is genoemd naar de laatste bewoner, Bram de Groote. Hij ontwierp de tuin oorspronkelijk als een Engelse landschapstuin. In de loop der tijd veranderde het in een heemtuin met inheemse plantensoorten. De bijzondere bomen staan er nog steeds. Het gebied wordt beheerd door Landschap Noord-Holland.
Natuurgebied Uithoorn (Zijdelmeer en Zijdelse zomp)
Het Zijdelmeer met de Zijdelse zomp aan de Noordoever. Samen met Tuin van Bram de Groote en Fort aan de Drecht wordt dit aangeduid als Natuurgebied Uithoorn. De Zijdelse zomp en de Tuin van Bram de Groot en het groen rond Fort aan de Drecht zijn in beheer van Landschap Noord Holland. Het Zijdelmeer is in beheer van de gemeente.
Bijlage IV – Overlast van bomen
Onderstaand is een overzicht opgenomen van de meest voorkomende soorten overlast bij bomen. Er wordt in cursief aangegeven of de gemeente maatregelen neemt en onder welke voorwaarden dit gebeurt.
Schaduwwerking / Zichtbelemmering.
Bomen zorgen voor schaduw, wat door sommigen als prettig en door anderen als hinderlijk wordt ervaren.
De gemeente neemt in principe geen maatregelen tegen schaduwwerking, tenzij er sprake is van zware hinder. Het is aan de bewoner om zware hinder aan te tonen.
Dit is een natuurlijk verschijnsel dat tijdelijk is. Het kan echter verstopping van dakgoten en gladheid veroorzaken. Bewoners kunnen roosters in dakgoten plaatsen om verstopping te voorkomen en bladeren bij elkaar vegen voor ophalen door de gemeente.
De gemeente ruimt bladeren in de openbare ruimte op in de herfst en winter. Blad op in plantsoenen of op locaties waar dit tot humus kan vormen laat de gemeente liggen. Indien er sprake is van zware en buitenproportionele overlast moet de gemeente maatregelen treffen. De zwaarte van de hinder moet door de inwoner worden aangetoond.
Bomen kunnen schaduw werpen op zonnepanelen, wat hun effectiviteit vermindert. Gemeenten worden zelden aansprakelijk gesteld voor hinder door bomen die zonlicht blokkeren. Inwoners moeten zelf beoordelen of hun dak en de lichtinval hierop geschikt is voor zonnepanelen.
De gemeente neemt geen maatregelen om bomen te verwijderen of te snoeien voor zonnepanelen.
Pollen van bomen kunnen allergieën veroorzaken, vooral in het voorjaar. Het kappen van bomen vanwege allergieën is geen reële oplossing en heeft nadelige gevolgen voor de natuur. Bewoners kunnen anti-pollen raamhorren plaatsen en medicijnen gebruiken tegen hooikoorts.
De gemeente neemt geen maatregelen tegen allergiemeldingen.
Boomwortels kunnen schade veroorzaken aan verhardingen, kabels, leidingen, funderingen en rioleringen. Bewoners hebben het recht om doorschietende wortels op eigen erf te kappen, mits dit niet leidt tot het omvallen of afsterven van de boom. (Artikel 44 Burgerlijk Wetboek Boek 5)
De gemeente zoekt samen met bewoners naar oplossingen, zoals het vergroten van de boomspiegel of het plaatsen van wortelschermen.
Takken van gemeentebomen kunnen over perceelgrenzen hangen en overlast veroorzaken. Bewoners mogen overhangende takken verwijderen na schriftelijke melding, mits dit de boom niet onherstelbaar beschadigt of de habitus wordt aangetast. (Artikel 44, wetten.nl - Regeling - Burgerlijk Wetboek Boek 5 - BWBR0005288)
Indien het over een boom van de gemeente gaat, die overlast geeft op particulier terrein kan de gemeente de boom komen snoeien. Overhang vanaf particulier terrein naar de openbare ruimte wordt door de gemeente gesnoeid wanneer hier overlast van wordt ervaren.
Luizen in bomen kunnen honingdauw produceren, wat voor plak zorgt. Maatregelen tegen honingdauw worden zelden als noodzakelijk beschouwd.
De gemeente onderneemt geen actie bij overlast door druipende bomen.
Onderstaand een overzicht van de boomklassen en bijbehorende beleidsregels. De boomklassen en uitgangspunten zijn overgenomen uit de werkwijze van Norminstituut Bomen. In de tabel is een overzicht van de klassen opgenomen.
De boomklasse wordt per boom bepaald en opgenomen in het beheersysteem. De toelichtingen onder de volgende paragrafen zijn ter indicatie. De klasse wordt bepaald door de afdeling groenbeheer of indien nodig een boomdeskundige.
Bij ontwikkelingen wordt een voorkeursvolgorde gebruikt. Indien stap 1 niet mogelijk is wordt stap 2 onderzocht en verder:
Tabel 3: Overzicht van de beleidsklassen voor bomen. De beleidsklassen zijn volgens de methode van het norminstituut bomen.
I: (toekomstig) Monumentale boom
Beschermwaardige bomen met een monumentale status, inclusief toekomstig monumentale bomen. Dit zijn bijvoorbeeld gedenkbomen die worden aangeplant met de intentie dat deze tot monumentale boom uitgroeien. Alle bomen met monumentale status zijn opgenomen op de lijst monumentale bomen. De beoogde omloop is 80-120 jaar.
Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden
II: Boom in groenstructuur of laan
Bomen in de groenstructuur of grotere laanstructuren met name langs hoofd- en wijkontsluitingswegen. Bomen in groengebieden met een functie voor wijk of kern, landschappelijk beplantingen rond bedrijventerreinen etc. In sommige gevallen bomen in centrumgebieden of andere publiek belangrijke plaatsen zoals begraafplaatsen en parken, waaronder ook leibomen. De beoogde omloop is 60 jaar.
Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:
Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden
Verspreide bomen veelal in de woonwijken en op industrieterreinen en grotere groenobjecten in wijken en op industrieterreinen. Ook verspreide bomen in plantsoenen, op meer centrale locaties in een wijk vallen binnen deze klasse. Bomen in het buitengebied voor zover ze geen onderdeel uitmaken van grotere laanstructuren een prominente landschappelijke functie of een monumentale status hebben. Beoogde omlooptijd 40 jaar.
Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:
Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden
Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is.
Bomen zonder specifieke status; denk hierbij aan bomen met een verkorte omloop (<20 jaar), kleine bomen. Deze bomen zijn vaak eenvoudig vervangbaar door herplant. Deze bomen dragen over het algemeen minder bij aan klimaatadaptatie, (bodem)biodiversiteit en de waarde van de leefomgeving. Veelal kleinere bomen als aankleding van een specifieke locatie zoals een parkeerplaats of op locaties waar rioleringswerkzaamheden kunnen plaatsvinden.
Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:
Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden
Werken binnen kwetsbare boomzone mag, tot aan de minimale graafafstand (op basis van stamdiameter).
Bomen in parken met voldoende groeiruimte en een lange omlooptijd. De beoogde omloop is 60-80 jaar.
Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden
VI: Bomen in bosplantsoen & tiny forests
Dit zijn bomen die in een bosplantsoen staan. Bosplantsoen bestaat uit een combinatie van boomvormende en struikvormende planten. Het kan hier ook gaan om bomen die niet zijn aangeplant maar hier van nature zijn gegroeid en groot genoeg zijn om in het bomenbestand op te nemen. Een tiny forest is een klein bosje met uitsluitend inheemse soorten van ongeveer 250m².
Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:
Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden
Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is.
Bijlage VI - Criteria monumentale boom (klasse I)
De criteria waaraan een boom moet voldoen, om de kwalificatie 'Klasse I: Monumentale boom' te krijgen zijn als volgt. De boom moet voldoen aan beide basisvoorwaarden:
De boom moet voldoen aan tenminste één van de specifieke voorwaarden:
Een boom die op de waardevolle bomenlijst staat en voldoet aan de volgende criteria gaat van de waardevolle bomenlijst af:
Bijlage VII – Aanvullende beleidscontext en gebiedspartners
In de onderstaande paragrafen wordt een overzicht gegeven van de aanvullende beleidscontext van H2.2. Deze stukken zijn soms al vervallen of overlappen nog één jaar. Daarnaast zijn er een aantal stukken die relevant zijn in de gemeentelijke of regionale context. Deze stukken zijn wel gebruikt bij de totstandkoming van het beleid. Daarnaast worden hier relevante gebiedspartners van de gemeente Uithoorn beschreven.
Het bomenbeleidsplan is eind 2021 te komen vervallen met de vaststelling van dit Beheerplan Openbaar Groen. Dit beleid had als doel om het groene karakter van de gemeente Uithoorn te behouden, de waardering voor bomen te vergroten, de gewenste ontwikkelingen te weergeven en een duidelijk kader voor kapbeleid op te stellen. De uitgangspunten uit het plan zijn ongewijzigd verwerkt in het Beheerplan Openbaar Groen Uithoorn 2021-2025, de LIOR en in het IBOR.
Beheerplan openbaar groen 2021-2025
Het Beheerplan openbaar groen Uithoorn 2021-2025 beschrijft hoe het effectgestuurde beheer van alle groenvoorzieningen in de gemeente Uithoorn gebeurt. Het beheer is effectgestuurd op basis van analyses en beoordelingen van deze voorzieningen. Het plan bepaalt de meest passende onderhoudsmaatregelen om bij te dragen aan de maatschappelijke effecten zoals beschreven in het IBOR. Het omvat concrete doelen, beheermaatregelen en de bijbehorende kosten, met als doel het realiseren van een optimaal, geïntegreerd en transparant beheer van het openbaar groen.
Het Beheerplan Openbaar Groen is een operationele uitwerking van het groenbeleid, waarin de strategieën en doelstellingen uit het groenbeleid en het IBOR concreet worden vertaald in beheermaatregelen.
College Uitvoerings Programma 2022-2026
In het College-uitvoeringsprogramma 2022-2026 - Gemeente Uithoorn worden per thema de ambities en acties besproken voor vier jaar. Hierin wordt binnen het thema Wonen & Werken de nadruk gelegd op een goede balans tussen verstedelijking en groen. De ambitie is om groen, blauw en duurzaam te omarmen. Er is aandacht voor het behouden en versterken van groen in Uithoorn met als specifiek actiepunt het realiseren van het Legmeerbos.
Gebiedsvisie Groene Recreatieve Verbindingszone
In de gebiedsvisie Groene en Recreatieve Verbindingszone (GRZ) tussen de Westeinderplassen en de Amstel is beschreven hoe de groenstructuur versterkt kan worden door als één geheel te bezien: van groot (Westeinderplassen, het Groene Hart, Bovenkerkerpolder, etc.) naar lokale entiteiten (bijvoorbeeld Zijdelmeer, Libellebos, Legmeerbos) tot aan de voordeur. Voor het aan elkaar verbinden van het openbaar groen en het landschap wordt hiervan gebruik gemaakt.
De gebiedsvisie heeft raakvlakken met dit groenbeleid, omdat beiden als doel hebben om vergroening en de ecologische kwaliteit van de gemeente te bevorderen. De verbindingszone die in de gebiedsvisie wordt beschreven, is een cruciaal onderdeel van het groene netwerk dat het groenbeleid beoogt te versterken.
Beheermaatregelenplan Natuurgebied Uithoorn 2020-2029
Het beheermaatregelenplan NG Uithoorn 2020-2029 biedt een overzicht van het beheer en onderhoud van het Natuurgebied Uithoorn. Het plan beschrijft de visie en het beheer van het natuurgebied, gebaseerd op het vorige beheerplan van 2009-2019. De gebieden zijn in eigendom van gemeente Uithoorn en Landschap Noord-Holland beheert deze in een erfpachtconstructie. Het beheermaatregelenplan beschrijft specifieke onderhoudswerkzaamheden en kosten beschrijft die essentieel zijn voor het behoud en de verbetering van het natuurgebied.
NOVEX Metropoolregio Amsterdam
In de NOVEX, (voorheen Verstedelijkingstrategie), van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), wordt besproken hoe de MRA omgaat met ruimtelijke vraagstukken. Er wordt geschetst dat er behoefte is aan het verbeteren dan wel het verbinden van verschillende landschappen.
Bij Uithoorn wordt gekeken naar een groene recreatieve verbinding tussen de Westeinderplassen en de Amstel, onder andere via de Boterdijk-Vuurlijn. Dit draagt bij aan de versterking van het regionale groen netwerk. Dit biedt niet alleen ecologische voordelen, zoals het bevorderen van biodiversiteit en het versterken van het landschap, maar het biedt ook kansen voor de inwoners van Uithoorn en omliggende gemeenten om makkelijker en duurzamer van groenvoorzieningen en natuur te genieten. De verbindingen moeten bijdragen aan het verbeteren van de bereikbaarheid van groen voor fietsers en voetgangers.
Het zuidwestelijke gebied van Gemeente Uithoorn ligt in het Groene hart. Het Groene Hart is van strategisch belang voor de regio. In Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 worden verschillende ontwikkelprincipes genoemd die van toepassing kunnen zijn bij ontwikkelingen in dat gebied, waaronder versterken van ecologische netwerken, duurzame en groene recreatie en kwaliteit van het landschap. Rekening houdend met deze principes kan Uithoorn niet alleen bijdragen aan de regionale duurzaamheidsdoelen, maar ook aan de bescherming van dit gebied.
Er is een aantal overheden en uitvoeringsorganisaties actief in het gebied. Daarnaast zijn er (vrijwilligers)organisaties die zich inzetten voor het groen. Voor een actueel overzicht zie: nmedichtbij.nl.
De provincie Noord-Holland heeft invloed op de ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente, inclusief het groenbeheer, via het Provinciaal Omgevingsplan en andere beleidsdocumenten zoals het Programma Natuurnetwerken 2024. Uithoorn werkt bijvoorbeeld met de provincie samen om ecologische verbindingen te waarborgen.
Stichting Landschap Noord-Holland zet zich in voor het behoud en bescherming van natuur, landschappen en cultuurhistorisch erfgoed in de provincie Noord-Holland. In de gemeente is het beheer van het natuurgebied Uithoorn, bestaande uit onder andere het Zijdelmeer en het veenweidegebied ten westen van het Fort aan de Drecht, grotendeels in handen van deze stichting.
De gemeente Uithoorn werkt samen met Waternet om groene gebieden te behouden en ontwikkelen. Groenstructuren zijn namelijk nuttig voor waterbeheer. Zo is er onlangs gekeken naar de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Overigens is Waternet nu nog de uitvoeringsorganisatie van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, maar wordt in 2025 opgeheven (gesplitst).
Vanuit Greenport Aalsmeer is een pilot Biodiversiteit Uithoorn gestart om biodiversiteit als thema onder de aandacht te brengen in de glastuinbouw. Binnen deze pilot werken verschillende tuinders aan het bevorderen van biodiversiteit op hun eigen terrein.
Groengroep, IVN, knotgroep en andere vrijwilligers in de gemeente
In Uithoorn zijn verschillende vrijwilligers die zich betrokken voelen bij het openbaar groen. Eens in de zoveel tijd komen ze samen om aan de slag te gaan of om input te leveren op actuele vraagstukken. Zij zijn onder andere georganiseerd in de groengroep en knotgroep.
Daarnaast is de afdeling IVN De Ronde Venen & Uithoorn actief in het betrekken van mensen bij natuur, milieu en landschap. Ze delen kennis van en waardering voor de natuur bij mensen bij waardoor ze zich meer betrokken voelen bij het behouden van natuur, milieu en landschap. Jaarlijks worden er lezingen, excursies en cursussen georganiseerd. Twee keer per jaar overlegt de gemeente met IVN en de Groengroep.
Bijlage VIII – Uitkomsten (interne) evaluatie
De eerste stap in het project was het voeren van evaluatiegesprekken binnen de gemeentelijke organisatie. Het doel was om op te halen welke knelpunten er nu ervaren worden en te bepalen hoe het nieuwe beleid eruit zou kunnen zien. Onderstaand zijn de punten uit de evaluatie opgenomen. Deze punten zijn gebruikt om de beleidsstructuur op te stellen en vervolggesprekken te voeren.
De maatschappelijke ontwikkelingen biodiversiteit en klimaatadaptatie hebben nu geen plaats in het beleid
Nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit, hebben geen plek in dit beleid. Het is wenselijk dat het nieuwe beleid hier wel rekening mee houdt.
Te weinig aandacht voor groen bij nieuwbouwplannen en herontwikkelingen
Er is aangegeven dat er bij nieuwbouw en herontwikkeling te weinig aandacht wordt gegeven aan de hoeveelheid en verscheidenheid in groen, de beheerbaarheid van het aangelegde groen en de budgetten die voor het beheer beschikbaar zijn. Hoewel experts van Duo+ betrokken zijn bij het vormen van nieuwbouwprojecten, nemen projectontwikkelaars hun adviezen over groen in deze projecten niet of nauwelijks over.
Sterke voorkeur voor uitgangspunt ‘De juiste boom op de juiste plek.’
Er is meerdere keren nadrukkelijk aangegeven dat er, met oog op het veranderende klimaat, behoefte is bij flexibiliteit als het gaat om het vervangen van bomen. Flexibiliteit in de boomkeuze helpt bij het inspelen bij lokale omstandigheden en het plaatsen van bomen die toekomstbestendiger zijn.
Huidige budgettering alleen toereikend voor instandhouding huidig groen
Gesprekken brachten naar voren dat het budget slechts toereikend is voor het in stand houden van het huidige groen. Groen heeft een houdbaarheidsdatum en vervanging moet meeliften op budgetten van wegen- of rioleringsprojecten. Er is behoefte aan een apart groenbudget voor vernieuwing en vergroting en meer budget voor de uitvoering. Zonder extra middelen is het moeilijk om nieuwe groenprojecten te realiseren of een stevige plek aan tafel te hebben bij vervangingen en herinrichtingen.
Keuzes met betrekking tot openbaar groen moeten beter worden uitgelegd en gecommuniceerd
Gesprekspartners hebben aangegeven dat keuzes voor het openbaar groen beter uitgelegd moeten worden. Er zou meer gecommuniceerd kunnen worden over de keuzes die gemaakt worden en wat de gemeente met het groen wil bereiken. Een aantal gesprekspartners suggereerde het opstellen van een intern communicatieplan zodat er duidelijkheid over de koers die gevaren wordt komt en wat er op de agenda staat wat betreft de communicatie.
Omgangsregels voor bewonersinitiatieven ontbreken
Verschillende gesprekspartners benoemen de wens om mogelijkheden op dit vlak te bekijken, bijvoorbeeld door het beheer van geveltuintjes en boomspiegels door bewoners. Er wordt aangegeven dat zonder beleid op dit vlak initiatieven vanuit burgers niet of nauwelijks mogelijk gemaakt.
Gesprekspartners brachten naar voren dat met een meerjarenplanning beter ingespeeld kan worden op investeringen en beheerkosten. Ook helpt het om groen structureler te organiseren en keuzes te verantwoorden.
Aanbestedingen op basis van prijs-kwaliteit leiden nu niet altijd tot kwalitatiever beheer
In meerdere gesprekken wordt aangegeven dat het niet altijd wenselijk is at de goedkoopste aanbesteder de aanbesteding wint. Er wordt gesuggereerd te experimenteren met een andere aanbestedingsstructuur, bijvoorbeeld door een raming voor percelen te geven waarbij aanbesteders weten hoeveel zij hiervoor betaald kunnen krijgen. Daarnaast is er nu niet altijd voldoende toezichtcapaciteit om de uitvoerende partijen te controleren. Op het naleven van afspraken.
Structurele monitoring ontbreekt
Gesprekspartners benoemden dat vanuit de IBOR het idee is dat groen multifunctioneel is en bijdraagt aan verschillende maatschappelijke effecten. Indicatoren (KPI’s) die dit inzichtelijk maken, ontbreken in het huidige beleid. Meetbaarheid van het beleid is iets waar aandacht voor dient te zijn.
Bijlage IX – Uitkomsten gespreksronde organisaties
In deze bijlage vatten we de uitkomsten van de gespreksronde met organisaties samen. Diverse stakeholders, zoals agrarische- en groenbelangverenigingen, zijn in een vroeg stadium van het groenbeleid betrokken geweest bij het opstellen van het groenbeleid. In groepsgesprekken of aparte interviews bespraken we de kaders van de beleidslogica en stonden we uitgebreid stil bij aandachtspunten voor het groenbeleid en mogelijk op te nemen maatregelen. We spraken de volgende organisaties: IVN Ronde Venen & Uithoorn, Knotgroep Uithoorn, Groengroep Uithoorn, Landschap Noord-Holland, LTO Noord Aalsmeer-de Kwakel, Agrarisch Collectief Noord-Holland Zuid, en Greenport Aalsmeer.
Onduidelijkheden schematische weergave beleid
Tijdens de gesprekken bleek dat de beleidsstructuur die op deze avond werd gepresenteerd niet altijd duidelijk was. Bijvoorbeeld de formulering van het hoofddoel, het woordgebruik bij de waarden en de volgorde van de maatregelen. We hebben deze punten zoveel mogelijk aangepast.
Communicatie van beleidskeuzes
Er werd in veel gesprekken aandacht gevraagd voor de communicatie van de gemeente over het groen in de openbare ruimte. Er werd toegelicht dat de gemeente betere uitleg moet geven over het beheer van openbaar groen en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Een voorbeeld is het maaibeleid, de gemeente zou betere uitleg kunnen geven over hoe en waarom er op bepaalde plekken gemaaid wordt. Informatie borden werden als suggestie gegeven om de communicatie te verbeteren.
Ook werd meerdere keren naar voren gebracht dat de gemeente onderzoek kan doen naar het opnemen van een groennorm in het groenbeleid, zoals de 3-30-300-regel of een variant hierop. Aandachtspunten hierbij zijn de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de norm. Een norm zou ook opgenomen kunnen worden in de aanbesteding van nieuwbouwwijken. De ervaring van verschillende deelnemers is dat het groen in nieuwbouwwijken beperkt is.
Juiste (inheemse) soorten op de juiste plek en kansen boomspiegels
Verschillende deelnemers benadrukten het belang van inheemse en diverse beplanting in het stedelijk gebied voor een toekomstbestendige omgeving. Er werd toegelicht dat een mix van verschillende planten helpt om de omgeving beter bestand te maken tegen klimaatverandering, zoals hitte, regenval en droogte. In bijna elk gesprek werd in het kader van toekomstbestendigheid ook het principe ‘De juiste boom op de juiste plek’ genoemd. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met zaken zoals lichtinval en de grondsoort. Daarnaast kan de ruimte rond de boom (de boomspiegel) bijdragen aan meer biodiversiteit.
Veel deelnemers waren positief over het idee om bewoners te betrekken bij het groen in de stad. Dit kan bijvoorbeeld door geveltuinen of projecten voor meer biodiversiteit.
Daarnaast werd maaibeleid in het buitengebied als aandachtspunt genoemd. Een aantal deelnemers gaven aan dat de gemeente in samenwerking met bijvoorbeeld agrariërs of tuinders het beheer hiervan kan oppakken.
Er is ook gevraagd om in het glastuingebied vaker te maaien, zodat wegen naar het gebied er beter uit zien en voor de veiligheid bij zichtlijnen. Er wordt daarnaast aangegeven dat er vanuit de Greenport Aalsmeer aandacht is voor biodiversiteit. Verschillende initiatieven draaien mee in een pilot genaamd Biodiversiteit Pilot Uithoorn om de biodiversiteit op eigen terrein (buiten de kas) te stimuleren.
Bijlage X – Enquêteresultaten en terugkoppeling
Uitkomsten en terugkoppeling inwonersparticipatie
Bewoners konden meedenken over het groenbeleid door hun mening te geven over het concept groenbeleid via een enquête. De enquête is gedeeld op uithoorndenktmee.nl. De enquête is bij de bewoners onder de aandacht gebracht via de lokale media en via de achterban van de gesprekspartners.
Het doel van de enquête was om vragen te stellen over de huidige beleving van het openbaar groen en om suggesties voor het groenbeleid op te halen. In dit participatieverslag worden de uitkomsten van de enquête samengevat en wordt teruggekoppeld hoe de uitkomsten zijn meegenomen in het definitieve beleid. In totaal hebben 121 bewoners de enquête ingevuld. Hieronder staan alle antwoorden per vraag.
Tevredenheid van bewoners over openbaar groen
Inwoners werden gevraagd naar hun tevredenheid over het openbaar groen, onderhoud in hun buurt of wijk, type beplanting, en bomen.
Over het algemeen viel op dat de meeste respondenten vinden dat ze in een groene buurt wonen, waarbij 53,4% (zeer) eens is, 27,5% neutraal en 19,1% (zeer) oneens.
De reacties met betrekking tot tevredenheid met het openbaar groen zijn verdeeld, het grootste deel van de respondenten is neutraal (40,8%). Ook zijn de meningen verdeeld over het beheer en onderhoud en het type beplanting, met een groter deel dat ontevreden is (53,4%). Wel zijn de meeste respondenten tevreden over de omvang en soort van de bomen in hun buurt (43,4%).
Verbeterlocaties openbaar groen
De bewoners zijn gevraagd om locaties aan te geven die volgens hen de hoogste prioriteit hebben voor groenverbetering. De locaties die meer dan tweemaal werden genoemd zijn hieronder samengevat.
Prioriteiten omtrent openbaar groen
Respondenten vinden biodiversiteit het belangrijkst in openbaar groen, gevolgd door klimaatadaptatie en daarna aantrekkelijkheid (esthetiek). Klimaatadaptatie wordt vooral belangrijk gevonden voor waterberging. Respondenten vinden het niet belangrijk dat groen goed is voor hun gezondheid en aantrekt tot samenkomen (sport en recreatie) en dat het veilig is. Veiligheid vinden respondenten vooral belangrijk bij rotondes, oversteekplaatsen en afslagen.
Zie het hoofdstuk resultaten enquête in grafieken in deze bijlage voor een overzicht van de beantwoording op de stellingen in een overzicht.
De meeste bewoners willen graag iets betekenen voor het openbaar groen in hun omgeving, bijvoorbeeld door deelname aan groenprojecten (36%), zelf een stuk groen onderhouden (25,8%), zelf balkon of tuin groener maken (20,2%), een geveltuin aanleggen bij de woning (19,1%) of een groene gevel aanleggen (16,9%).
Om dit mogelijk te maken is een platform, kennis, geld, een sparringpartner, en/of een projectbegeleider nodig. Ook wordt er om goede communicatie vanuit de gemeente richting de bewoners gevraagd. Enkele respondenten geven aan zwerfvuil te willen rapen of niet te willen bijdragen aan het openbaar groen in hun omgeving.
Respondenten willen vooral op de hoogte van openbaar groen gehouden worden doormiddel van de gemeente pagina in de lokale krant (23,7%), maar daarnaast ook door erover te kunnen lezen in de lokale media (21,1%), op een interactieve kaart op de website van de gemeente (14,9%) en door sociale mediakanalen van de gemeente (12,3%). Een enkeling zou een brief met aankondiging willen ontvangen, informatie kunnen lezen op de website van de gemeente of in een nieuwsbrief of doormiddel van informatieborden in het groen.
Bewoners hebben daarnaast de mogelijkheid gekregen om te reageren op het concept groenbeleid. 43 bewoners hebben hier gebruik van gemaakt. Deze punten staan samengevat hieronder.
In cursief is aangegeven hoe de gemeente de feedback van de inwoners heeft verwerkt.
Algemene aandachtspunten groenbeleid en gebruikte waarden
Aandachtspunten beleidsmaatregelen
Expertise en samenwerking: Er ontbreekt een bredere blik van experts zoals ecologen of boswachters, en gemeenten werken te geïsoleerd.
Het is niet zo dat de gemeente geen kennis over groenbeheer of ecologie in huis heeft. Er werken vakspecialisten op de groenafdeling. Daarnaast werken we samen met onze gebiedspartners, waar ook boswachters, ecologen en experts onder vallen. Wanneer het nodig is laten we ons adviseren door een expert. In dit plan hebben we extra aandacht voor communicatie hier over.
Ecologisch beheer: Bladeren hoeven niet overal opgeruimd te worden; ecologische aanpak moet standaard zijn, niet optioneel. Invasieve soorten aanpakken met actieve bewonersbetrokkenheid.
De gemeente heeft hier aandacht voor. Blad wordt niet altijd meer opgeruimd. We ontkomen er niet aan dat blad in de openbare ruimte in sommige gevallen wel moet worden verplaatst of verwijderd. We kiezen er niet voor om invasieve exoten met bewonersbetrokkenheid te beheren maar laten dit aan groenaannemers over.
Aandachtspunten beheermaatregelen
Bewonersparticipatie en beheer: Onduidelijkheid over gezamenlijke verantwoordelijkheden in onderhoud en maaibeleid. Er is scepsis over te strak gemaaide, saaie plantsoenen en de beperkte ruimte voor inheemse planten.
De gemeente is verantwoordelijk voor het beheren van het groen in de openbare ruimte. De gemeente besteed dit uit aan groenaannemers. In sommige gevallen zijn gebieden van de gemeente uitgegeven in erfpacht, of worden locaties door bewoners beheerd. Voor de gazons wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor andere beplantingstypen.
Aandachtspunten maatregelen voor planvorming en herontwikkeling
Veel respondenten geven aan dat het concept groenbeleid erg uitgebreid was en in ambtelijke taal beschreven wat het moeilijker maakte voor hen om er op te reageren. Simpeler taalgebruik om draagvlak te vergroten zijn belangrijke punten die worden meegenomen in volgende bewoner participaties.
Resultaten enquête in grafieken
Hieronder staan de vragen en antwoorden die gesteld zijn aan inwoners met de enquête. De antwoorden van de open vragen zijn hier niet opgenomen vanwege de grootte van de dataset, maar deze zijn wel verwerkt in de uitkomsten inwonersparticipatie hierboven.
Vindt u dat u in een groene buurt woont?
Hoe tevreden bent u over het openbaar groen in uw buurt of wijk?
Hoe tevreden bent u over het beheer en onderhoud van het openbaar groen in uw buurt?
Hoe tevreden bent u met het type beplanting (niet de bomen) in het openbaar groen en de afwisseling hiervan in uw buurt?
Hoe tevreden bent u met de bomen (omvang, soort of type) in uw buurt?
Wat vindt u belangrijk op het gebied van openbaar groen?
Ik vind het belangrijk dat het openbaar groen geschikt is voor het uitlaten van honden.
Ik vind het belangrijk dat bomen geen schaduw geven in mijn tuin of zonnepanelen.
Ik vind het belangrijk dat er voldoende budget naar het beheer van het openbaar groen gaat. Ook wanneer dit betekent dat het budget voor andere maatschappelijke taken van de gemeente lager wordt.
Ik vind het belangrijk dat bomen en plantvakken voldoende groot zijn. Ook wanneer dit betekent dat er minder parkpeerplaatsen in mijn wijk komen.
Ik vind het goed dat parkeerplaatsen in mijn buurt worden omgevormd tot openbaar groen.
Bij het (her)inrichten van de openbare ruimte moet de gemeente vaker kiezen voor mooie, grote bomen die een bijdragen leveren aan schaduwvorming en biodiversiteit.
Zou u iets willen betekenen voor het openbare groen in uw omgeving?
Wat heeft u nodig om dit te kunnen uitvoeren?
Kunt u aangeven hoe u op de hoogte wilt blijven van het openbaar groen?
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-517056.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.