De Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Venlo 2026 (Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Venlo 2026)

De raad van de gemeente Venlo;

gelezen het voorstel van het college van 30 september 2025, registratienummer 476052;

gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen:

 

De Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Venlo 2026

(Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Venlo 2026)

Hoofdstuk I - Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    maand: een kalendermaand;

  • b.

    gebruikmaken: gebruikmaken in de zin van artikel 15:33 Wet Milieubeheer.

 

Hoofdstuk II - Afvalstoffenheffing

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ’afvalstoffenheffing‘ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruikmaken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt, dan wel het aanbieden van afvalstoffen bij het milieustation als bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel behorende bij deze verordening.

 

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

  • 1.

    Voorwerp van de belasting is een perceel.

  • 2.

    Als perceel wordt aangemerkt:

    • a.

      de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;

    • b.

      de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

    • c.

      een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

    • d.

      een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

    • e.

      het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

 

Artikel 4 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, 2 en 3 van de tarieventabel wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel wordt geheven van degene die afval aanbiedt bij het milieustation.

 

Hoofdstuk III - Reinigingsrechten

Artikel 5 Belastbaar feit

Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

 

Artikel 6 Belastingplicht

De rechten als bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

 

Hoofdstuk IV - Aanvullende bepalingen

Artikel 7 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting en de rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

 

Artikel 8 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar voor de belasting en de rechten.

 

Artikel 9 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belastingen en rechten als bedoeld in hoofdstuk 2, 3, 4 en 5 van de tarieventabel worden geheven door middel van een mondelinge of schriftelijke kennisgeving, waaronder begrepen nota of andere schriftuur.

  • 3.

    Per belastbaar feit kunnen afzonderlijk belastingen of rechten worden geheven.

 

Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht als bedoeld in lid 1 in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht als bedoeld in lid 1 in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Belastingbedragen die bij wege van aanslag als bedoeld in artikel 9, lid 1, worden opgelegd en minder bedragen dan € 5,00 worden niet geheven.

  • 5.

    Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

  • 6.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruikmaakt.

  • 7.

    De belastingen en rechten als bedoeld in hoofdstuk 2, 3, 4 en 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

 

Artikel 11 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van een of meerdere op een aanslagbiljet vermelde aanslagen niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.

  • 3.

    Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).

  • 4.

    Belastingen die worden geheven bij wege van mondelinge kennisgeving dienen direct te worden voldaan.

  • 5.

    Belastingen en rechten die worden geheven bij wege van schriftelijke kennisgeving, waaronder begrepen nota of andere schriftuur, dienen direct te worden voldaan, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 8 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 12 Overgangsrecht

De "Verordening afvalstoffenheffing 2025" vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

 

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Venlo 2026".

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 7 november 2025.

De griffier, De voorzitter

Etienne Franken, Antoin Scholten

Tarieventabel behorende bij de "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Venlo 2026"

 

Hoofdstuk 1: Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing

De belasting bedraagt per belastingjaar per perceel:

  • voor een éénpersoonshuishouden: € 164,53

  • voor een meerpersoonshuishouden: € 274,21

De situatie aan het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij aanvang van de belastingplicht, is bepalend voor de tariefstelling van een éénpersoonshuishouden of meerpersoonshuishouden.

 

Bewoners die vaker aanbieden dan het maximaal vastgestelde aantal wordt per opening van de algemene inzamelvoorziening een bedrag van € 2,00 in rekening gebracht. Het te betalen bedrag over het betreffende jaar wordt in het eerste kwartaal van het volgende kalenderjaar bij de betreffende aanbieder in rekening gebracht en moet binnen de daarvoor gestelde termijn aan de gemeente worden voldaan.

 

Hoofdstuk 2: Tarieven containers en toegangspasjes

 

 

Handeling

Tarief per keer

Container repareren of vervangen bij beschadiging

gratis

Container vervangen na verdwijning container

gratis

Container bio-afval wisselen naar kleiner (140 liter) of groter (240 liter) volume

gratis

Tweede container bio-afval

gratis

Container restafval wisselen naar een kleiner volume

gratis

Container restafval wisselen naar een groter volume binnen één jaar na verhuizing (alleen voor meerpersoonshuishouden)

gratis

Container restafval wisselen naar een groter volume na één jaar na verhuizing (alleen voor meerpersoonshuishouden)

€ 20,00

Tweede container restafval (140 liter) voor meerpersoonshuishouden van 5 of meer personen

€ 20,00

Tweede container restafval (140 of 240 liter) voor belastingplichtige met medische indicatie

gratis

Toegangspas verstrekken binnen één jaar na verhuizing

gratis (eenmalig)

Toegangspas verstrekken na verlies of vernieling

€ 10,00

 

Hoofdstuk 3: Tarieven ophalen afval aan huis

 

 

Handeling

Tarief per keer

Ophalen grof vuil aan huis

€ 25,00 / m3

Ophalen matras aan huis

€ 15,00 / matras

Ophalen snoeihout/grof tuinafval aan huis

€ 15,00 / m3

 

Hoofdstuk 4: Tarieven milieustation

Voor het aanbieden van afvalstromen bij het milieustation gelden de volgende tarieven en maximale hoeveelheden per afvalsoort per aanbieding:

 

 

Afvalsoort

Poorttarief per 0,5 m3

Maximale hoeveelheid per aanbieding

GHA/Restafval

€ 7,50

2 m3

Asbest

gratis

35 m2

Chemisch afval

gratis

2 m3

Bitumen

€ 3,75

2 m3

Gips/Ytong

€ 3,75

2 m3

Graszoden

€ 3,75

1 m3

Harde kunststoffen

€ 3,75

2 m3

Hout (A, B en C kwaliteit)

€ 3,75

2 m3

Schone grond

€ 3,75

1 m3

Steenpuin

€ 3,75

1 m3

Tapijt/vloerbedekking

€ 3,75

2 m3

Elektrische apparaten (wit- en bruingoed)

gratis

2 m3

Frituurvet en -olie

gratis

2 m3

Glas (verpakkingsglas)

gratis

2 m3

Glas (vlakglas)

gratis

2 m3

Grof tuinafval (GTA)

gratis

4 m3

Luiers

gratis

2 m3

Matrassen (droog)

gratis

2 m3

Metaal

gratis

2 m3

Papier

gratis

2 m3

Piepschuim (schoon)

gratis

2 m3

Plastic verpakkingen, metaalverpakkingen, drinkpakken

gratis

2 m3

Textiel en schoenen

gratis

2 m3

Huisvuilzak (restafval) per stuk

€ 4,00

n.v.t.

Autobanden met velg (per stuk)

€ 5,00

5 stuks

Autobanden zonder velg per stuk

gratis

5 stuks

Geen inwoner van gemeente Venlo – alle afvalsoorten

€ 50,00

2 m3

Kadaver gezelschapsdier

gratis

per stuk

 

Hoofdstuk 5: Tarieven reinigingsheffing

Voor het aanbieden van KWD-afval (Kantoor-, winkel- en dienstenafval) bij aangewezen inzamelvoorzieningen (ondergrondse bedrijfsafvalcontainers) door bedrijven met een contract met de gemeente Venlo geldt de volgende tarievenstaffel:

 

 

Aantal openingen algemene inzamelvoorziening per jaar

Tarief per jaar

1-52

€ 75,00

53-104

€ 150,00

105-156

€ 225,00

157-208

€ 300,00

209-260

€ 375,00

261-312

€ 450,00

Iedere veelvoud van 52 is mogelijk indien dit is afgesproken in het contract

Iedere veelvoud van € 75,00 berekenen op basis van het aantal openingen in de linkerkolom.

 

Bedrijven die vaker KWD-afval aanbieden dan het maximaal vastgestelde aantal in het contract wordt per opening van de ondergrondse afvalcontainer een bedrag van € 4,00 in rekening gebracht. Het te betalen bedrag over het betreffende jaar wordt in het eerste kwartaal van het volgende kalenderjaar bij de betreffende aanbieder in rekening gebracht en moet binnen de daarvoor gestelde termijn aan de gemeente worden voldaan.

Bedrijven die illegaal gebruik maken van een toegangspasje krijgen per opening van de algemene inzamelvoorziening € 6,00 in rekening gebracht. Onder illegaal gebruik wordt onder andere verstaan het storten van bedrijfsafval met een toegangspas van een huishouden of het storten van bedrijfsafval dat niet behoort tot KWD-afval.

Naar boven