Gemeenteblad van Venlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2025, 516046 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2025, 516046 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
De Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Venlo 2026 (Verordening parkeerbelastingen Venlo 2026)
De raad van de gemeente Venlo;
gelezen het voorstel van het college van 30 september 2025, registratienummer 476052;
gelet op de artikelen 156, eerste lid en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Venlo 2025;
De Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Venlo 2026
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
centrale computer: computer van een bedrijf waarmee de gemeente Venlo een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van verlenen van diensten op het gebied van parkeren met gebruik van een telefoon, de parkeerapparatuur of een ander communicatiemiddel;
dagtarief: tarief voor het parkeren gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 24 uur, eindigend om 00:00 uur ongeacht aanvang van het starten van de parkeertransactie, waarbij het dagtarief in een keer is te voldoen bij aanvang van het parkeren of achteraf in geval van digitale methoden voor betaald parkeren. Het dagtarief wordt bepaald in relatie tot het reguliere uurtarief voor het parkeren in Venlo;
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of Iaten staan van een motorvoertuig (anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken) op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of Iaten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel (bijlage 1).
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college hiertoe gestelde voorschriften en de voorschriften op of bij de parkeerapparatuur.
Artikel 7 Termijnen van betaling
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de apparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet zijn betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend of binnen de betalingstermijn zoals vermeld op de factuur dan wel wanneer er gebruik wordt gemaakt van een digitale parkeerregeling op het moment dat er daadwerkelijk wordt geparkeerd.
Artikel 8 Bepalingen omtrent aanvang en eindigen van de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip, en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd dan wel waarvoor een vergunning kan worden verkregen als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit.
Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.
De “Verordening parkeerbelastingen 2025”, vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 7 november 2025.
De griffier, De voorzitter
Etienne Franken, Antoin Scholten
1. Tarieven parkeerbelastingen 2026
Bijlage 2 Kostenberekening naheffingsaanslag 2026
De kosten per aanslag, uitgaande van 3.200 naheffingsaanslagen, bedragen € 95,40. Op grond van artikel 3, tweede lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen bedraagt het bedrag van de naheffingsaanslag met ingang van 1 januari 2026 maximaal € 82,00. Het tarief voor 2026 wordt derhalve € 82,00.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-516046.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.