1e wijziging Delegatiebesluit Venlo 2024

De raad van de gemeente Venlo;

gelezen het voorstel van het college van 7 oktober 2025, registratienummer 407751;

gelet op het Delegatiebesluit Venlo zoals gepubliceerd op: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR726356/1

gelet op artikel 108 en 156 Gemeentewet, alsmede gelet op artikel 2:8 Omgevingswet;

besluit:

tot het vaststellen van de navolgende 1e wijziging van het Delegatiebesluit Venlo 2024:

Artikel I

Artikel 1 wordt aangevuld met de volgende bevoegdheid die het nummer 6.2 krijgt:

Wet of regelgeving

Artikel(en)

Bevoegdheid

Specifieke voorwaarden

6.2

Omgevingswet

Artikel 2.8

Het gewijzigd vaststellen van delen van het omgevingsplan in de volgende gevallen:

a) voor zover de wijziging of (technische) reparatie gebeurt naar aanleiding van verschrijvingen en/of

verkeerde verwijzingen in het omgevingsplan;

b) voor zover de wijziging gebeurt om het omgevingsplan in overeenstemming te brengen met hogere wet- en regelgeving, zoals instructieregels Rijk, provincie en waterschap, doch uitsluitend voor zover hierin geen beleidsvrijheid is toegekend;

c) voor zover de wijziging of aanpassing gebeurt naar aanleiding van het verwerken in het omgevingsplan van omgevingsvergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend, op voorwaarde dat de vergunning onherroepelijk in werking is getreden;

d) voor zover de wijziging gebeurt teneinde vastgestelde beleidsregels te vertalen en te verwerken in het omgevingsplan.

Mandaatverlening is niet toegestaan.

Artikel II

De toelichting bij het Delegatiebesluit Venlo 2024 wordt als volgt aangevuld:

Onderdeel 6.2

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Vanaf dat moment heeft de gemeente automatisch een omgevingsplan, dat volgt uit de Omgevingswet. In het omgevingsplan staan regels over de fysieke leefomgeving. Soms is het nodig dat die regels wijzigen. De gemeenteraad kan besluiten dat de bevoegdheid tot het gewijzigd vaststellen van delen van het omgevingsplan over te dragen aan het college van burgermeester en wethouders (delegatie op grond van artikel 2:8 Omgevingswet). Dit verkort de termijn waarbinnen besluitvorming plaatsvindt en zo kan het omgevingsplan sneller actueel gehouden worden.

Met dit delegatiebesluit is het college van burgemeester en wethouders uitsluitend bevoegd om het omgevingsplan gewijzigd vast te stellen in de onder a t/m d genoemde gevallen

Dit gaat in deze gevallen om uitvoerende onderwerpen, die:

  • geen impact op de fysieke leefomgeving hebben en geen zwaarwegende benadeling van inwoners/initiatiefnemers tot gevolg hebben, en/of

  • geen beleidsvrijheid in zich dragen.

a. Dit gaat over wijzigingen die plaats moeten vinden als gevolg van nieuwe software of digitale standaarden waardoor technische fouten ontstaan. Daarnaast gaat het om het repareren van verschrijvingen, grammaticale, tekstuele wijzigingen en/of verkeerde verwijzingen die geen wijziging op de inhoud van het Omgevingsplan tot gevolg hebben.

b. Het gaat hier om wet – of regelgeving vanuit hogere overheden zoals de instructieregels van het Rijk, provincie en waterschap. Het betreft hier onder andere gewijzigde wet- en regelgeving van hogerhand, waar geen beleidsvrijheid meer aan is toegekend, zoals opgelegde normen voor geluid.

c. De Omgevingswet bepaalt dat vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op voortdurende activiteiten, binnen vijf jaar moeten worden verwerkt in het omgevingsplan (artikel 4.17 Omgevingswet).

Bovengenoemde verplichting geldt alleen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die:

• bestaat uit het in stand houden van een bouwwerk;

• niet overeenstemt met een functie van een locatie;

• waaraan geen termijn verbonden is als bedoeld in artikel 5.36, lid 1, van de Omgevingswet. Ofwel de activiteit moet een blijvend karakter hebben. Deze verplichting geldt dus niet voor buitenplanse omgevingsvergunningen voor tijdelijke activiteiten.

Als blijkt dat het aanpassen van het omgevingsplan uiteindelijk niet mogelijk is, moet de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gewijzigd of ingetrokken worden. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als een instructieregel deze wijziging van het omgevingsplan niet toelaat. Dit staat in de artikelen 8.97a tot en met 8.97c van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het college is op basis van de Omgevingswet dan aangewezen als het bevoegde gezag om de omgevingsvergunning voor de voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit te wijzigen of in te trekken.

Deze verplichting tot het verwerken van bovenstaande vergunningen gaat vanaf 1 januari 2032 gelden (artikel 22.5, lid 2 Omgevingswet), maar zulke vergunningen mogen uiteraard wel eerder verwerkt worden in het omgevingsplan. Omdat vanuit het algemeen maatschappelijk belang het wenselijk is om het omgevingsplan actueel te houden, is dit onderwerp nu meegenomen in het delegatiebesluit.

d) Het betreft bijvoorbeeld het doorvertalen van concrete ambities uit de omgevingsvisie. Ook andere door de raad vastgestelde beleidsregels die doorvertaling in het omgevingsplan behoeven kunnen verwerkt worden in het omgevingsplan. Het gaat hierbij om het vertalen van beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging en kaderstelling door de gemeenteraad.

Artikel III

a) Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking;

b) Dit besluit kan worden aangehaald als “1e wijziging Delegatiebesluit Venlo 2024”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 november 2025.

De griffier, De voorzitter

Etienne Franken, Antoin Scholten

Naar boven