Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 in verband met het creëren van een bevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders tot het vaststellen van een Evenementenkalender (Wijzigingsverordening APV Evenementenkalender 2025)

De raad van de gemeente Amsterdam,

 

overwegende dat schaarste kan bestaan in het aantal locaties en momenten dat grote evenementen plaats kunnen vinden binnen de gemeente Amsterdam,

 

gezien het belang van een eerlijke en transparante verdeling van de beschikbare mogelijkheden voor alle potentiële organisatoren,

 

en gezien het belang van organisatoren bij een tijdige voorbereiding van evenementen en tijdige duidelijkheid over de mogelijkheid een groot evenement op het door hen gewenste moment en locatie te kunnen organiseren,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2025, gelet op artikel 149 Gemeentewet,

 

besluit:

Artikel I  

De Algemene Plaatselijke Verordening 2008 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • a.

    De definitie van evenement komt te luiden: voor publiek toegankelijk georganiseerd geheel van activiteiten op of aan de weg of openbaar water met een openbaar dan wel besloten karakter, met uitzondering van manifestaties bedoeld in de Wet openbare manifestaties, markten als bedoeld in de Marktverordening, optochten en voetbalwedstrijden in het betaald voetbal;

  • b.

    de definitie van evenementenkalender komt te luiden: het jaarlijks door het college vastgestelde overzicht van evenementen die in een daaropvolgend kalenderjaar mogen plaatsvinden;

  • c.

    de definitie van groot evenement komt te vervallen;

  • d.

    de definitie van handelaar komt te luiden: de handelaar als bedoeld in artikel 437 eerste lid van het Wetboek van Strafrecht;

  • e.

    na de definitie van ongeregelde zaken wordt een definitie ingevoegd luidende risicoscan: het door het college vastgestelde instrument dat op basis van een aantal vragen die een organisator moet beantwoorden, een inschatting maakt van het risicoprofiel van een evenement.

B

 

Artikel 2.40 komt te luiden

 

Artikel 2.40 Vergunningplicht evenementen

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te houden.

  • 2.

    De aanvraag voor een vergunning voor een evenement wordt uiterlijk tien weken voor de datum van aanvang van het evenement ingediend.

  • 3.

    De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van het evenement van deze termijn afwijken of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk bepalen wanneer de vergunningaanvraag uiterlijk moet worden ingediend.

  • 4.

    De burgemeester stelt de aanvraag om een vergunning voor een evenement van meer dan 1500 bezoekers buiten behandeling, indien het een evenement niet is opgenomen op de evenementenkalender van het kalenderjaar waarin het evenement plaatsvindt.

  • 5.

    In afwijking van het vierde lid, kan de burgemeester een aanvraag om een vergunning voor een evenement van meer dan 1500 bezoekers in behandeling nemen indien de aanvrager aannemelijk maakt:

    • a.

      dat op basis van de risicoscan een risicoprofiel A of A+ aan het evenement zal worden toegekend of;

    • b.

      dat sprake is van een evenement in het teken van een gebeurtenis van grote maatschappelijke betekenis waarvan het plaatsvinden of moment daarvan bij de vaststelling van de evenementenkalender niet was te voorzien.

C

 

Na artikel 2.40 worden een artikel toegevoegd, luidende:

 

Artikel 2.40a Evenementenkalender

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks een evenementenkalender vast.

  • 2.

    De organisator van een evenement met meer dan 1500 bezoekers meldt zich aan voor plaatsing op de evenementenkalender.

  • 3.

    Het college stelt nadere regels vast over de vaststelling van de evenementenkalender. In de nadere regels wordt in ieder geval bepaald dat als sprake is van meer verzoeken tot plaatsing dan plekken op de evenementenkalender, verdeling van de schaarse plekken plaatsvindt door middel van een vergelijkende toets, behoudens onvoorziene ernstige nadelige gevolgen of in geval van een dwingende reden van algemeen belang.

D

 

Artikel 2.41 komt te luiden:

 

Artikel 2.41 Uitzondering vergunningplicht meldingsplichtige evenementen

  • 1.

    Het verbod in artikel 2.4o eerste lid geldt niet voor eendaagse evenementen indien:

    • a.

      het aantal bezoekers op enig moment niet meer bedraagt dan 250;

    • b.

      het evenement wordt gehouden tussen 09.00 en 23.00;

    • c.

      het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer of het scheepvaartverkeer;

    • d.

      maximaal 75 dB(C) op de gevel van omringende woningen dan wel een geluidsniveau van maximaal 75 dB(C) op vijftien meter van de geluidsbron;

    • e.

      ten hoogste twee kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 50m2, waarbij er geen object groter is dan 25 m2 of hoger dan 5 meter mag zijn;

    • f.

      op de weg geen alcoholhoudende drank bedrijfsmatig wordt verstrekt en geen etenswaren of andere goederen te koop worden aangeboden;

    • g.

      het evenement geen commercieel karakter heeft;

    • h.

      er bij het evenement geen dieren worden gebruikt anders dan dieren die onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering;

    • i.

      sprake is van een aanwijsbare organisator; en

    • j.

      het evenement niet plaatsvindt in een natuurpark, in ruigtegebieden/struinnatuur of als landschapspark aangegeven gebieden.

  • 2.

    De organisator van het evenement als bedoeld in het eerste lid stelt de burgemeester tenminste twee weken voorafgaand aan het evenement van het houden daarvan in kennis. Hij maakt hierbij gebruik van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid geldt voor een evenement op het openbaar water een termijn van tenminste zes weken.

  • 4.

    De burgemeester kan voorschriften stellen met het oog op een ordelijk en veilig verloop van een evenement als bedoeld in het eerste lid en met het oog op het voorkomen van hinder voor derden.

  • 5.

    De burgemeester kan het evenement verbieden in het belang van de openbare orde, de gezondheid of de veiligheid, in geval van uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte en in verband met de bijzondere weigeringsgronden genoemd in artikel 2.43.

  • 6.

    De burgemeester kan gebieden en periodes aanwijzen waar de uitzondering als bedoeld in het eerste lid niet geldt of waar beperkingen worden gesteld aan het aantal te houden evenementen.

  • 7.

    Het is verboden een evenement te houden of hieraan deel te nemen als:

    • a.

      geen kennisgeving is gedaan overeenkomstig het tweede lid;

    • b.

      wordt afgeweken van de bij de kennisgeving verstrekte gegevens;

    • c.

      in strijd wordt gehandeld met de door de burgemeester gegeven voorschriften zoals bedoeld in het vierde lid;

    • d.

      het evenement in strijd is met een aanwijzing door de burgemeester op grond van het zesde lid of

    • e.

      de burgemeester het evenement heeft verboden.

E

 

Aan artikel 2.43 wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

 

  • 1.

    de aanvraag voor een vergunning voor een evenement dat is opgenomen op de evenementenkalender niet overeenkomt met het verzoek dat is geplaatst op de evenementenkalender.

F

 

Artikel 2.47 wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

Artikel 2.47 Evenementen in gebouwen

 

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester in een vaartuig of gebouw of daaraan of daarbij behorende aanhorigheden een voor publiek toegankelijk evenement te houden of te laten houden.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:

    • a.

      manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties;

    • b.

      bioscoop-, theater- of muziekvoorstellingen, voor zover deze worden gehouden in gebouwen die daarvoor zijn bestemd of overwegend worden gebruikt;

    • c.

      sportwedstrijden, met uitzondering van door de burgemeester aan te wijzen categorieën van vechtsportwedstrijden of -gala's en

    • d.

      activiteiten in horecabedrijven die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn.

  • 3.

    De organisator van een evenement waarvoor krachtens het tweede lid, onder c, een vergunning is vereist, is niet van slecht levensgedrag.

  • 4.

    De burgemeester weigert een vergunning als de organisator van een evenement als bedoeld in het derde lid van slecht levensgedrag is.

  • 5.

    Artikel 2.43 en 2.44 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 6.

    De burgemeester kan andere categorieën van voor het publiek toegankelijke evenementen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt.

G

 

Artikel 2.50A lid 2 komt te luiden:

 

  • 2.

    Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden aangeboden op P+R parkeerterreinen en op voertuigen waarvoor het college een autodeelvergunning als bedoeld in de Parkeerverordening heeft verleend.

H

 

Aan artikel 3.67 wordt toegevoegd een nieuw onderdeel luidende:

 

  • g.

    de wijze van bedrijfsvoering daartoe aanleiding geeft.

I

 

Artikel 4.3 lid 3 komt te luiden:

 

  • 3.

    Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet en geldt niet voor zover in het onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of de Telecommunicatiewet of de verordening Wior.

J

 

Aan artikel 4.27 wordt toegevoegd een nieuw onderdeel luidende:

 

  • e.

    op plaatsen waar wegens de uitvoering van werkzaamheden door het bevoegd gezag is aangegeven dat parkeren tijdelijk is verboden.

Artikel II  

De toelichting bij de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

De toelichting op Hoofdstuk 2. Orde en veiligheid wordt als volgt gewijzigd:

 

  • a.

    Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen kom te luiden: Paragraaf 1 Definities

  • b.

    Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen komt te luiden: Artikel 2.1 Definities

  • c.

    De tekst van artikel 2.1 Definities komt te luiden:

Artikel 2.1 Definities

Evenement: De definitie van evenement moet ruim worden opgevat, er is grote variatie in evenementen. Niet alleen buurtfeesten, straatfestivals, kermissen en openluchtconcerten vallen onder de definitie, maar ook bijzondere huldigingen, herdenkingen, sportwedstrijden en grote spektakels. Evenementen kunnen zowel buiten worden gehouden als in gebouwen of binnenplaatsen daarvan. Wel vallen een aantal activiteiten die in andere wetten zijn gereguleerd buiten de definitie. Dit geldt met name voor manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties (Wom) en markten in de zin van de Marktverordening. Voor optochten en voetbalwedstrijden in het betaald voetbal staan de regels in de APV zelf. Ze zijn uitgezonderd van de definitie van evenement omdat ze met het beperkter aantal regels kunnen worden beheerst.

 

Bij activiteiten die mogelijk onder beide begrippen vallen moet er een keuze worden gemaakt, dat gebeurt per geval door het bevoegd orgaan. Zo zal bij twijfel over of sprake is van een evenement of een activiteit onder de (Wom) eerder voor de Wom worden gekozen, kunnen optochten naar aard en omvang worden beoordeeld en bieden de Marktverordening en de APV zelf aanknopingspunten om te kiezen tussen markt of evenement.

 

Evenementenkalender: De Evenementenkalender is een instrument waarmee het college de verdeling van evenementen vaststelt die per kalenderjaar in Amsterdam plaats kunnen vinden op de daartoe aangewezen locaties. De Evenementenkalender wordt vastgesteld op basis van verzoeken die door organisatoren worden ingediend voor plaatsing van een evenement op de kalender.

 

Evenemententerrein: De definitie is opgenomen voor de juridische afbakening van de plaats waar het evenement zich afspeelt, gelet op de mogelijkheden van het opstellen van locatieprofielen, aanwijzen van geschikte evenementenlocaties in planregels, samenloop van vergunningplichten (zie artikel 2.45) en het behoud van privaatrechtelijke bevoegdheden van de gemeente (zie artikel 2.46).

 

Handelaar: Het gaat hier om opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen zoals edelmetalen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto’s en andere al dan niet motorische voertuigen en allerlei mediagerelateerde apparatuur zoals videoapparatuur. Zij moeten op grond van artikel 437 eerste lid Wetboek van Strafrecht administratie voeren over inkoop en inventaris van deze zaken.

 

Onder samenscholing wordt verstaan het groepsgewijs bijeenkomen van mensen die een dreigende houding aannemen, kwade bedoelingen hebben of bedreigend op anderen overkomen. Het is afhankelijk van de concrete situatie en de feiten en omstandigheden of dit het geval is. Als er kennelijk kwade bedoelingen in het spel zijn kan er dus sprake zijn van een samenscholing.

 

B

 

In de toelichting op artikel 2.40 komt de volgende passage te vervallen:

 

Voor grote evenementen geldt dat een plek op de evenementenkalender een voorwaarde is voor het in behandeling nemen van de vergunningaanvraag. Plaatsing op de kalender geeft op zichzelf geen garantie of rechtens afdwingbare aanspraak op een evenementenvergunning. Aanvragen voor evenementen die niet op de kalender zijn geplaatst, worden buiten behandeling gesteld en komen daarmee niet voor vergunningverlening in aanmerking. Slechts in uitzonderlijke situaties kan de burgemeester besluiten om een aanvraag voor een vergunning voor een evenement dat niet op de Evenementenkalender is geplaatst toch in behandeling te nemen. Het moet dan gaan om onvoorziene evenementen met een grote maatschappelijke of culturele betekenis, zoals de huldiging van Ajax of het Nederlands voetbalelftal.

 

En wordt vervangen door:

 

Voor evenementen met meer dan 1500 bezoekers geldt dat een plaats op de evenementenkalender een voorwaarde is voor het in behandeling nemen van de vergunningaanvraag.

 

Plaatsing op de evenementenkalender brengt op zichzelf geen garantie of rechtens afdwingbaar aanspraak op een evenementenvergunning met zich. Aanvragen voor evenementen die niet op de evenementenkalender zijn geplaatst, worden buiten behandeling gesteld en komen daarmee niet voor vergunningverlening in aanmerking. Een uitzondering hierop vormen evenementenvergunningen die later worden aangevraagd en een laag risicoprofiel (A of A+) hebben voor zover zij geen aanspraak maken op een schaarse plek, omdat zij maar zeer beperkt impact hebben op de omgeving en een gering beroep doen op de capaciteit van nood- en hulpdiensten of evenementen die op voorhand niet voorzienbaar waren.

 

C

 

Onder de toelichting op artikel 2.40 Vergunningplicht wordt ingevoegd de toelichting op artikel 2.40a (nieuw) luidende:

 

Artikel 2.40a Evenementenkalender

Het college stelt jaarlijks de evenementenkalender vast op basis van verzoeken die daartoe worden ingediend. Verzoeken voor evenementen met meer dan 1500 bezoekers zijn verplicht zich aan te melden voor de evenementenkalender. De wijze van vaststellen van de evenementenkalender gebeurt aan de hand van door het college vastgestelde nadere regels.

 

D

 

De toelichting op artikel 2.41 wordt als volgt gewijzgd

 

De derde alinea van de toelichting op artikel 2.41 komt te luiden:

 

Eerste lid onder a: ‘op enig moment’ impliceert dat het denkbaar is dat er, gerekend over de hele duur van het evenement, in totaal meer dan 250 bezoekers zijn geweest mits deze maar niet allemaal op hetzelfde moment aanwezig zijn; onder ‘bezoekers’ worden ook ‘deelnemers’ verstaan.

 

De zesde alinea van de toelichting op artikel 2.41 komt te luiden:

 

Eerste lid onder d: deze normen worden regelmatig gesteld bij vergunningplichtige evenementen waarbij versterkte muziek ten gehore wordt gebracht en verschaft helderheid indien handhaving toch nodig is. Een gevelbelasting van 75 dB(C) wordt als acceptabel beschouwd omdat hiermee, rekening houdend met een gemiddelde gevelisolatie van 20 dB(C), de verstaanbaarheid binnen in de woningen niet in het geding is.

 

De achtste alinea van de toelichting op artikel 2.41 komt te luiden:

 

Eerste lid onder e: bedoeld worden objecten zoals een kleine partytent, waaronder wordt verstaan een aan één of meer zijden open tent met een maximaal vloeroppervlak van 10 m², een barbecuetoestel, een springkussen voor kinderen en dergelijke; om de kleinschaligheid van het evenement te waarborgen is het maximaal toegestane oppervlakte van objecten samen 50m2, waarbij er geen object groter is dan 25 m2 of hoger dan 5 meter mag zijn.

 

Na de tiende alinea wordt een nieuwe elfde alinea toegevoegd. Deze elfde alinea van de toelichting op artikel 2.41 komt te luiden:

 

Eerste lid onder i: bedoeld worden natuurparken zoals aangegeven in het (concept) Beleidskader Hoofdgroenstructuur, het binnen het nog geldende Beleidskader Hoofdgroenstructuur genoemde ruigtegebieden/struinnatuur en binnen de Omgevingsvisie 2050 als landschapspark aangegeven gebieden. Dit zijn kwetsbare natuurgebieden waar het bijeenkomen van personen op kleine schaal schade aan het milieu kunnen toebrengen.

 

E

 

Aan de toelichting op artikel 2.43 wordt een passage toegevoegd, luidende:

 

Tenslotte kan de vergunning voor een evenement worden geweigerd als de aanvraag om de vergunning niet overeenkomt met de weergave van het evenement op de Evenementenkalender. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin het concept waarmee een organisator op de evenementenkalender staat afwijkt van het evenement waar een vergunning voor wordt aangevraagd. Daarnaast kan een vergunning geweigerd worden indien een aanvraag voor een andere datum dan de datum die op de Evenementenkalender is vastgelegd, met een vroeger begin, latere eindtijd, meer bezoekers of langere op- en afbouwtijd.

 

G

 

Aan de toelichting op artikel 2.44 wordt een passage toegevoegd, luidende:

 

Door aan een evenementenvergunning in ieder geval het voorschrift te verbinden dat de vergunninghouder de vergunning zelfstandig exploiteert, zonder dat een derde in belangrijke mate invloed uitoefent op de wijze van exploitatie kan hierop gedurende de exploitatie gemakkelijk worden gehandhaafd als blijkt dat een ander dan vergunninghouder de vergunning exploiteert.

 

H

 

De toelichting op artikel 4.27 komt te luiden

 

Artikel 4.27 verbiedt hinderlijk parkeren van fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen. Deze voertuigen moeten op grond van wegenverkeerswetgeving op het trottoir, voetpad, de berm of ‘andere door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen’ worden geparkeerd. De APV reguleert dat hoewel parkeren dus is toegestaan, dit wel wordt verboden als hierdoor hinderlijke of gevaarlijke situaties ontstaan. Het verbod heeft betrekking op parkeren ‘op de weg’ zoals de APV deze definieert, dus ook openbare voorzieningen zoals de fietspont bij het Centraal station vallen onder deze regels.

 

Het belemmeren van de doorgang in onderdeel a wordt beoordeeld aan de hand van het Handboek Inrichting Openbare ruimte, waarbij uitgegaan wordt van een obstakelvrije ruimte van minimaal 1,80 meter breed. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij een grotere of mindere ruimte dan 1,80 nodig of voldoende kan worden geacht.

 

Onderdeel e ziet op de uitvoering van werkzaamheden. Het kan zijn dat voor de uitvoering van werkzaamheden (brom)fietsen, die in de openbare ruimte zijn geplaatst, in de weg staan. De uitvoering van werkzaamheden is in dit verband een breed begrip. Het kan gaan om het opbreken van de straat, maar bijvoorbeeld ook om filmopnames die worden gemaakt in de openbare ruimte of werkzaamheden aan een gebouw ten behoeve waarvan de openbare ruimte moet worden vrijgemaakt. Voor aanvang van de werkzaamheden wordt op borden ter plaatse aangegeven vanaf wanneer er geen (brom)fietsen geparkeerd mogen staan.

 

Het tweede lid van dit artikel geeft het college in onderdeel a de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar fietsen en bromfietsen slechts een beperkte tijd geplaatst mogen worden, ongeacht of ze in of buiten de daartoe bestemde fietsparkeervoorzieningen zijn geplaatst. Gedacht kan worden aan gebieden met een hoge fietsparkeerdruk, zoals rondom trein- en metrostations, onderwijsinstellingen, uitgaans- en winkelgebieden. Daar is het onwenselijk dat de schaarse fietsparkeercapaciteit en overige plekken in de openbare ruimte worden ingenomen door fietsen die niet of nauwelijks worden gebruikt.

 

Onderdeel b van het tweede lid maakt het verwijderen van fietsen mogelijk die door de eigenaar of gebruiker in de openbare ruimte zijn achtergelaten nadat er kennelijk technische mankementen zijn opgetreden of schade is ontstaan of als de fiets zichtbaar lange tijd niet is gebruikt. Als gevolg van het laten staan of laten liggen van de fiets wordt onnodig parkeerruimte ingenomen en kan afbreuk worden gedaan aan het aanzien van de openbare ruimte. Deze is niet bedoeld om nietgebruikte goederen op te slaan, daarvoor is ze te schaars. In de praktijk worden dergelijke fietsen eerst voorzien van een label of een sticker om de eigenaar/gebruiker in de gelegenheid te stellen zelf actie te ondernemen voordat ze uit de openbare ruimte worden verwijderd.

 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen achtergelaten fietsen en fietswrakken. De verwijdering van de laatste categorie vindt plaats op basis van de regelgeving voor de inzameling en verwijdering van afvalstoffen. Belangrijkste onderscheidende kenmerk tussen de beide categorieën is dat in het geval van een fietswrak, behalve de criteria van het rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeren en het zich in een kennelijk verwaarloosde toestand bevinden, in economische zin niet meer de moeite is om de fiets nog te repareren.

 

Het derde lid geeft het college de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar fietsen of bromfietsen alleen mogen worden neergezet in daarvoor bestemde parkeervoorzieningen zoals rekken, nietjes, fietsparkeervakken, bromfietsparkeervakken en stallingen. Van deze bevoegdheid kan gebruik worden gemaakt in het belang van de (verkeers)veiligheid en ter voorkoming van hinder voor passanten en andere weggebruikers. Vooral op drukbezochte punten zoals stations, winkelcentra, uitgaansgebieden en onderwijsinstellingen kan een grote en onordelijk neergezette hoeveelheid (brom)fietsen tot overlast en een onveilige verkeerssituatie voor andere weggebruikers leiden.

 

Op grond van het vierde lid is het verboden om in een aangewezen gebied een (brom)fiets buiten een voor het betreffende voertuig bestemde voorziening te parkeren. Dit betekent dat een (brom)fiets niet buiten een voorziening geplaatst mag worden en ook dat een (brom)fiets niet in een voorziening mag worden geplaatst die niet voor dat voertuig is bestemd. Ter plaatse kan door middel van bijvoorbeeld een bord of een tegel op de grond aangegeven worden voor welk(e) voertuig(en) de voorziening bestemd is. Het is van belang dat voertuigen in de juiste voorziening worden geplaatst, zodat er genoeg ruimte is voor het parkeren van de voertuigen waar de voorziening voor is bestemd zodat efficiënt gebruik gemaakt wordt van de openbare ruimte.

 

I

De toelichting op artikel 4.3 komt te luiden:

 

In artikel 4.3 is een algemene vergunningplicht opgenomen voor het plaatsen van voorwerpen in de openbare ruimte. Onder het plaatsen wordt ook begrepen het zonder toestemming achterlaten van voorwerpen zoals winkelwagentjes. Vervolgens worden daarop in het tweede lid de nodige uitzonderingen gemaakt zoals voor terrassen, markten en staanplaatsen, het aanbieden van afvalstoffen en voor reclame. Deze uitzonderingen zijn geregeld in bijzondere regelingen of paragrafen in de APV zelf. Het derde lid regelt dat geen vergunningplicht geldt wanneer het onderwerp is geregeld in verschillende hogere wetten. Zo zijn in de Wet milieubeheer bevoegdheden neergelegd bij gemeenten om nadere regels te stellen in het belang van het milieu. Deze zijn onder andere neergelegd in de Afvalstoffenveordening Amsterdam 2023. Daarin staat de verplichting voor ondernemers een prullenbak in of nabij de onderneming te plaatsen zodat minder zwerfafval ontstaat. Wel kunnen op grond van de Afvalstoffenverordening nadere regels over het plaatsen van de afvalbakken in de openbare ruimte worden gesteld. Doordat er dus sprake is van regulering krachtens de wet Milieubeheer geldt de vergunningplicht daarom niet voor het plaatsen van afvalbakken. De onder g. gebruikte begrippen ‘kortstondig' en ‘noodzakelijk' zijn lastig zodanig te omschrijven dat ze op iedere situatie hetzelfde kunnen worden toegepast. In het algemeen zal aan de uitzonderingsgrond worden voldaan als de openbare ruimte op een manier gebruikt wordt die in het maatschappelijke verkeer als normaal wordt beschouwd.

Artikel III  

De Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 17 komt te luiden:

 

Artikel 17

  • 1.

    De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:

    • 1.

      een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting gedurende de openingstijden op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten;

    • 2.

      zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd;

    • 3.

      zorg te dragen dat gedurende de openingstijden tot uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, en in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, circa 25 meter rondom de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen over de plaatsing van de in het eerste lid bedoelde afvalbak, - mand of soortgelijk voorwerp.

Artikel IV  

Deze wijzigingsverordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

Artikel V  

Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening APV Evenementenkalender 2025.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 oktober 2025.

De voorzitter

Femke Halsema

De raadsgriffier

Jolien Houtman

Algemene toelichting  

Met deze wijziging van de APV wordt de reeds lange tijd bestaande praktijk van de evenementenkalender als basis voor de verdeling van evenementen over de stad vastgelegd. De grens voor aanmelding voor de evenementenkalender wordt verlaagd naar alle evenementen in bezoekerscategorieën vanaf 1.501 bezoekers.

 

De verdeling van de beschikbare evenementenplekken in de openbare ruimte voor grotere evenementen in Amsterdam vindt altijd plaats naar aanleiding van een vooraankondiging van organisatoren. Sinds februari 2024 is plaatsing op de evenementenkalender een vereiste voor het krijgen van een vergunning. Hiermee wordt het proces van de vooraankondiging, in de vorm van een verzoek tot plaatsing van een evenement op de evenementenkalender, onderdeel van het vergunningsproces. Aangezien de schaarste voor grotere evenementen wordt verdeeld bij het plaatsen van verzoeken op de evenementenkalender, is de vaststelling van de kalender het juiste moment om de beschikbare plekken te verdelen onder de geïnteresseerde organisatoren.

 

Aangezien bij loting niet of nauwelijks een afweging kan worden gemaakt over de inhoudelijke impact van een evenement en de evenredige verdeling van verschillende soorten evenementen over de stad, heeft het college besloten ten aanzien van de verdeling van deze schaarse plekken over te gaan tot een verdeling op basis van inhoudelijke criteria. In de APV zijn drie selectiecriteria vastgelegd: publieksbereik, kwaliteit van het plan en binding met de stad en buurt. De criteria zijn verder uitgewerkt in nadere regels. Met een verdeelmechanisme op basis van inhoudelijke criteria wordt vermeden dat schaarse plekken moeten worden verloot onder geïnteresseerde organisatoren.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel I

 

A

 

Vanwege de toevoeging van regels over het vaststellen van de evenementenkalender is een aantal definitiebepalingen aangepast of toegevoegd. Waar afwisselend sprake was van evenementen, grote evenementen, muziekevenementen, of grote muziekevenementen, is voor verdeling van de plekken voor evenementen in de zin van artikel 2.1 van de APV gekozen voor het aanwijzen van categorieën gebaseerd op het aantal bezoekers. Evenementen in dezelfde bezoekerscategorie concurreren met elkaar voor de evenementplekken in die categorie. Het doet er dan ook niet toe of een groot evenement een muziekevenement of een ander soort evenement is. Het gebruik van een geluidsdag is wel een relevante factor. Het aantal evenementdagen met een geluidsbelasting van meer dan 75 dB(C) is begrensd. Dit kan leiden tot schaarste, los van het aantal evenementen of evenementdagen. Daarom wordt bij de verdeling niet alleen gekeken naar beschikbare evenementdagen in de bezoekerscategorie, maar ook naar de beschikbare geluidsdagen dat beschikbaar is in de betreffende categorie.

 

Daarnaast is de nummering aangepast.

 

C

 

Er wordt een artikel ingevoegd over het vaststellen van de evenementenkalender. De bevoegdheid om de evenementenkalender vast te stellen gaat over van de burgemeester naar het college. Met het verdelen van de schaarste heeft de evenementenkalender niet meer alleen een openbare orde en veiligheidsdoel, maar wordt deze ook ingezet voor het verdelen van de schaarse plekken. Met deze verandering ligt het voor de hand om de evenementenkalender voortaan door het college te laten vaststellen.

 

D

 

De verhoging van de meldingsplichtige evenementen van 100 naar 250 personen is eerst in een experimenteerperiode uitgeprobeerd. Het experiment is goed verlopen en er is besloten om de wijziging over te nemen in de APV. In de periode 1 januari 2024 tot 1 september 2024 heeft het experiment plaatsgevonden: er zijn 66 meldingen evenementen tot 250 personen ingediend. In de pilotperiode is naar voren gekomen dat de meldingen met name buurtgerichte evenementen betroffen. Uit het verrichte toezicht op deze meldingen evenementen tot 250 personen zijn geen veiligheidsrisico’s gesignaleerd. Het effect op de leefomgeving was beperkt. Bij een enkel evenement zijn overlastmeldingen ontvangen, met name over het geluidsniveau.

 

Om te voorkomen dat de uitbreiding van de categorie meldingsplichtige evenementen tot 250 personen leidt tot grootschalige evenementen of overlast, worden drie andere wijzigingen voorgesteld. Ten eerste moet de geringe geluidsproductie die zonder toetsing van een geluidsplan kan worden toegelaten gewaarborgd blijven. Hiertoe wordt aangesloten bij het huidige evenementenbeleid (2018) en wordt de geluidsnormering van maximaal 75 dB(C) op de gevel van omringende woningen aangevuld met een geluidsniveau van maximaal 75 dB(C) op vijftien meter van de geluidsbron (art. 2.41 lid 1 onder d APV). Dit om te voorkomen dat bijvoorbeeld in parken, op grote afstand van de gevels van woningen, ter hoogte van de geluidbron hoge geluidsniveaus mogelijk zijn. Op deze manier zal de akoestische invloed op de omgeving bij dit soort kleinschalige evenementen beperkt blijven.

 

Daarnaast wordt voorgesteld om niet langer het aantal toegestane objecten (zoals een partytent, een barbecuestel of een springkussen) te begrenzen, maar om een begrenzing te stellen aan het maximale oppervlakte dat de aanwezige objecten gezamenlijk mogen innemen. De grens wordt gelegd bij 50 m², waarbij er geen object groter dan 25 m2 of hoger dan 5 meter mag zijn. Bij een gezamenlijk oppervlakte van meer dan 50 m² kan de kleinschaligheid van een evenement niet gewaarborgd worden en zal een beoordeling plaats moeten vinden ten aanzien van het beslag op de openbare orde en een geoorloofd gebruik van de openbare ruimte. In dat geval kan niet volstaan worden met een melding, maar dient een evenementenvergunning aangevraagd te worden. Daarbij wordt voorgesteld om uitzondering van het aantal m2 en objecten toe te staan bij meldingsplichtige evenementen van non-profit organisaties, bijvoorbeeld brandweer, politie, Rode Kruis, etc. De ervaring leert dat zij daarvoor meer ruimte nodig hebben dan vanuit de voorwaarden is toegestaan.

 

Tenslotte wordt voorgesteld om kwetsbare natuurgebieden uit te sluiten. Dit zijn kwetsbare gebieden waar het houden van kleinschalige evenementen schade aan het milieu kunnen veroorzaken. Het gemelde evenement vindt plaats buiten de natuurparken, zoals aangegeven in het (concept) Beleidskader Hoofdgroenstructuur, het binnen het nog geldende Beleidskader Hoofdgroenstructuur genoemde ruigtegebieden/struinnatuur en binnen de Omgevingsvisie 2050 als landschapspark aangegeven gebieden.

 

Er kunnen locaties zijn, zoals de Dam of het Vondelpark, waar het onwenselijk is om te volstaan met een meldingsplicht. Om dit soort plaatsen te kunnen ontzien wordt voorgesteld om de burgemeester de bevoegdheid te geven plaatsen aan te wijzen waar niet volstaan kan worden met een meldingsplicht, maar waar altijd een vergunning moet worden aangevraagd.

 

E

 

Er wordt een weigeringsgrond voor het verlenen van een evenementenvergunning toegevoegd. Als een evenement weliswaar op de evenementenkalender is geplaatst, maar vervolgens de aanvraag afwijkt van de vooraankondiging, kan de vergunning worden geweigerd. Dit is bijvoorbeeld het geval als de aanvraag voor de vergunning afwijkt van het concept dat is opgenomen op de evenementenkalender, de vergunning voor een andere dag wordt aangevraagd dan aangekondigd op de evenementenkalender. Ook kan een vergunning worden geweigerd als er meer bezoekers worden aangevraagd dan vooraf is gemeld bij de vooraankondiging, of als meer geluid wordt geproduceerd dan 75 dB(C) terwijl dit in de vooraankondiging niet is opgenomen.

 

Daartegenover zijn er ook wijzigingen die als ondergeschikt kunnen worden beschouwd en daarom wel zijn toegestaan. Voorbeelden hiervan zijn een lager bezoekersaantal, een kleine wijziging in begin- of eindtijd, of een andere titel van het concept zolang het concept, de doelgroep en organisator hetzelfde blijven.

 

Overige technische wijzigingen

 

In de deze verordening worden ook enkele reparaties en verzamelde wijzigingen verwerkt. De wijziging van artikel 4.3 lid 3 geeft ook aanleiding artikel 17 van de Afvalstoffenverordening te redigeren en daar de mogelijkheid in te bieden het college nadere regels te alten stellen over afvalbakken.

Naar boven