Beleidsregel bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk gemeente Leidschendam-Voorburg 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

overwegende dat,

 

het gewenst is een beleidsregel vast te stellen omtrent:

  • de bestuurlijke aanpak van illegaal vuurwerk in woningen, lokalen en op erven binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg,

omdat:

  • de aanwezigheid van illegaal vuurwerk in woningen, lokalen en op erven zonder de benodigde veiligheidsvoorzieningen en door ondeskundig gebruik gevaarlijk is voor de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid van de directe leefomgeving van een locatie;

  • de afgelopen jaren diverse malen illegaal vuurwerk is aangetroffen in woningen;

  • het voorkomen van (verdere) vuurwerkoverlast en overtredingen wenselijk is,

gelet op:

  • de artikelen 1:3, vierde lid, 4:81, eerste lid en 4:83 Algemene wet bestuursrecht;

  • het Vuurwerkbesluit;

  • de Omgevingswet, in het bijzonder de artikelen 1.6, 4.3, 4.21 en 5.1;

  • het Besluit bouwwerken leefomgeving, in het bijzonder de artikelen 6.1 t/m 6.4;

  • het Besluit activiteiten leefomgeving, in het bijzonder artikel 3.31;

  • het Besluit kwaliteit leefomgeving, in het bijzonder bijlage 8;

  • de regels van het Omgevingsplan gemeente Leidschendam-Voorburg;

  • de Woningwet, in het bijzonder artikel 17;

  • artikel 125 Gemeentewet in samenhang met artikel 5:21 Algemene wet bestuursrecht.

besluit:

vast te stellen de “Beleidsregel bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk gemeente Leidschendam-Voorburg 2025”.

 

Inleiding

De opslag en aanwezigheid van zwaar professioneel vuurwerk en grote hoeveelheden consumentenvuurwerk zorgt voor zeer gevaarlijke situaties. Het brengt aanzienlijke risico’s op ontploffing en brand met zich mee. Naast grote materiële schade kan dit leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel bij bewoners en omwonenden. Een vaak onderschat risico betreft de positie van hulpverleners bij calamiteiten. Brandweer, politie en ambulancepersoneel handelen op basis van informatie die op dat moment beschikbaar is. Als zij een locatie betreden zonder te weten dat daar vuurwerk ligt opgeslagen, worden zij onbewust blootgesteld aan (levens-)gevaarlijke situaties.

 

In verband met het beëindigen en voorkomen van herhaling van de opslag en aanwezigheid van illegaal vuurwerk kan een bestuursrechtelijke maatregel worden opgelegd. In dit beleid wordt beschreven op welke wijze en onder welke omstandigheden het college van burgemeester en wethouders gebruik maakt van zijn bevoegdheid om een waarschuwing of een bestuursrechtelijke maatregel op te leggen.

 

Doelstelling

Tot op heden ontbrak beleid met betrekking tot de aanpak van opslag en aanwezigheid van illegaal vuurwerk. Met de vaststelling van dit beleid wil het college van burgemeester en wethouders duidelijke richtlijnen stellen voor de aanpak van overtredingen op dit gebied. Doel van het beleid is tevens het voorkomen en beheersen van de (mogelijk levensbedreigende) risico’s en nadelige gevolgen die gepaard gaan met de opslag en aanwezigheid van illegaal vuurwerk.

 

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1. Begrippen en definities

In het kader van deze beleidsregel wordt onder de volgende begrippen en definities verstaan:

  • Vuurwerk: pyrotechnische artikelen voor vermaak;

  • Pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat, die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook, dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van een zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties (Vuurwerkbesluit);

  • Vuurwerkbesluit: het geldende Vuurwerkbesluit;

  • Consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 of F2 en dat bij of krachtens het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;

  • Professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of F3 alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en dat niet bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;

  • Categorie F1, F2, F3, F4: categorie F1, F2, F3 onderscheidenlijk F4 als bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

  • Categorie F1: vuurwerk dat zeer weinig gevaar en een te verwaarlozen geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik binnenshuis;

  • Categorie F2: vuurwerk dat weinig gevaar en een laag geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een afgebakende plaats;

  • Categorie F3: vuurwerk dat middelmatig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een grote open ruimte, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;

  • Categorie F4: vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;

  • Illegaal vuurwerk: vuurwerk dat niet aan de daarvoor bij of krachtens het Vuurwerkbesluit gestelde eisen voldoet, daaronder begrepen het in Nederland brengen van, handel in, ter beschikking stellen van, opslag van, het vervaardigen van, het voorhanden hebben van, bewerken van en/of afsteken buiten toegestane tijden van vuurwerk;

  • Handreiking bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk: een door het functioneel parket van de Politie en het Openbaar Ministerie opgestelde handreiking voor de gezamenlijke bestuursrechtelijke aanpak van illegaal vuurwerk, versie 2024 of latere versies;

  • Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten: aanwijzing op grond van artikel 130 Wet RO, opgesteld door het College van procureurs-generaal, kenmerk 2024R011, datum inwerkingtreding 01-12-2024 of latere versies;

  • Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk: regeling tot aanwijzing van consumentenvuurwerk gewijzigd 01-01-2024 of latere versies;

  • Lijsten: indeling van soorten vuurwerk in lijsten, zoals vermeld in de Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten, waarbij deze lijsten een indeling bevatten in de algemene gevaarzetting, die van dat vuurwerk uitgaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het vuurwerk is aangetroffen;

  • Lijst I: in Nederland toegestaan consumentenvuurwerk, zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (verder te noemen: RAC);

  • Lijst II: professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk aangewezen in de RAC en professioneel vuurwerk F3. Daarnaast betreft Lijst II pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van de categorie T1/T2. Verder is deze lijst van toepassing op handfakkels;

  • Lijst III: professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4, of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F-categorie en daarnaast vuurwerk P1/P2, met uitzondering van handfakkels;

  • Lijst IV: geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of is aangepast);

  • Locatie: een woning, lokaal en/of erf;

  • Woning: een voor bewoning bestemd gebouw;

  • Lokaal: een voor het publiek toegankelijk gebouw of een niet voor het publiek toegankelijk gebouw;

  • Erf: een bij een pand bijbehorend deel zoals een tuin of binnenplaats.

Paragraaf 2: Handhavingsmaatregelen

Artikel 2: Handhavingsmaatregelen

  • 1.

    Bij aangetroffen illegaal vuurwerk op een locatie kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding, een waarschuwing geven aan de overtreder/rechthebbende van die locatie, of bij ernstigere gevaarzetting een last onder dwangsom opleggen om herhaling van de overtreding(en) te voorkomen;

  • 2.

    Bij herhaalde overtreding van bij of krachtens de Omgevingswet gestelde eisen op dezelfde locatie, waarbij eerder wegens aangetroffen illegaal vuurwerk een waarschuwing is afgegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, en die eerdere last onder dwangsom volledig is uitgewerkt, kan het college van burgemeester en wethouders de locatie tijdelijk sluiten op grond van artikel 17 Woningwet onder de condities zoals aangegeven in dit artikel;

  • 3.

    Bij het afgeven van een waarschuwing, het opleggen van een last onder dwangsom en/of het sluiten van een locatie hanteert het college van burgemeester en wethouders de in tabel 1, 2 en 3 weergegeven handhavingsmatrixen en de daar weergegeven uitgangspunten voor hoogten van dwangsommen en lengten van sluitingstermijnen;

  • 4.

    De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst IV van Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten, waarbij geldt hoe hoger het lijstnummer, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid op of in de directe nabijheid van de locatie;

  • 5.

    De in de handhavingsmatrixen gebruikte criteria zijn slechts een richtlijn. Per situatie kan de opgelegde dwangsomhoogte of sluitingstermijn aangepast worden, als verzwarende of verzachtende omstandigheden dit rechtvaardigen;

  • 6.

    Bij de toepassing van in deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, maakt het college van burgemeester en wethouders omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van tevoren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning.

Tabel 1: Lijst I Consumentenvuurwerk zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk

 

Hoeveelheid vuurwerk

1e overtreding

1e herhaling

2e herhaling

3e herhaling

26 - 50 kg

Waarschuwing

Oplegging dwangsom van € 1.000,- per overtreding met een maximum van € 2.000,-

Verbeuring 1e dwangsom van € 1.000,-

Verbeuring 2e dwangsom van € 1.000,-

51 - 100 kg

Oplegging dwangsom van € 1.500,- per overtreding met een maximum van € 4.500,-

Verbeuring 1e dwangsom van € 1.500,-

Verbeuring 2e dwangsom van € 1.500,-

Verbeuring 3e dwangsom van € 1.500,-

> 100 kg

Oplegging dwangsom van € 2.000,- per overtreding met een maximum van € 6.000,-

Verbeuring 1e dwangsom van € 2.000,-

Verbeuring 2e dwangsom van € 2.000,-

Verbeuring 3e dwangsom van € 2.000,-

 

Tabel 2: Lijst II Professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk is aangewezen in de RAC en professioneel vuurwerk F 3, daarnaast pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van de categorie T1/T2 en handfakkels

 

Hoeveelheid vuurwerk

1e overtreding

1e en 2e herhaling

3e herhaling

< 50 kg

< 50 stuks

Waarschuwing/Oplegging dwangsom van € 2.500,- per overtreding met een maximum van € 5.000,-

Verbeuring 1e en 2e dwangsom van € 2.500,-

Sluiting locatie 6 weken

51 - 100 kg

51 - 100 stuks

Waarschuwing/Oplegging dwangsom van € 3.000,- per overtreding met een maximum van € 6.000,-

Verbeuring 1e en 2e dwangsom van € 3.000,-

Sluiting locatie 10 weken

> 100 kg

> 100 stuks

Oplegging dwangsom van € 3.500,- per overtreding met een maximum van € 7.000,-

Verbeuring 1e en 2e dwangsom van € 3.500,-

Sluiting locatie 12 weken

 

Tabel 3: Lijst III professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F categorie (categorie F1, F2, F3) en daarnaast vuurwerk P1/P2 met uitzondering van handfakkels en lijst IV geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of is aangepast)

 

Hoeveelheid vuurwerk

1e overtreding

1e herhaling

2e herhaling

1 - 20 stuks

Oplegging dwangsom van € 3.500,- ineens

Verbeuring dwangsom

Sluiting locatie 8 weken

20 - 40 stuks

Oplegging dwangsom van € 4.000,- ineens

Verbeuring dwangsom

Sluiting locatie 9 weken

40 – 60 stuks

Oplegging dwangsom van € 4.500,- ineens

Verbeuring dwangsom

Sluiting locatie 10 weken

60 - 100 stuks

Oplegging dwangsom van € 5.000,- ineens

Verbeuring dwangsom

Sluiting locatie 11 weken

100 - 200 stuks

Oplegging dwangsom van € 5.500,- ineens

Verbeuring dwangsom

Sluiting locatie 12 weken

200 stuks of meer

Oplegging dwangsom van € 6.000,- ineens

Verbeuring dwangsom

Sluiting locatie 13 weken

Artikel 3: Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten

  • 1.

    De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de genoemde lijsten en soorten vuurwerk. In de praktijk worden vaak meerdere soorten vuurwerk aangetroffen; er kan dus sprake zijn van een samenloop van lijsten. In dat geval zullen in beginsel de maatregelen worden toegepast die conform de handhavingsmatrixen passen bij de lijst met het zwaarste vuurwerk, tenzij sprake is van feiten en omstandigheden die toepassing van maatregelen behorende bij een lichtere lijst rechtvaardigen.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders in genoemde situatie een lagere lijst toepassen indien:

    • a.

      de aangetroffen hoeveelheden/aantallen van een lagere lijst aanzienlijk hoger zijn dan de hoeveelheden/aantallen van die hogere lijst én;

    • b.

      de totale hoeveelheden/aantallen van alle aangetroffen vuurwerksoorten bij elkaar opgeteld, gelet op de gezamenlijke gevaarzetting van al deze vuurwerksoorten bij elkaar, toepassing van een lagere lijst niet verhinderen.

Artikel 4: Verzwarende omstandigheden

Er kunnen zich situaties voordoen die ervoor zorgen dat een situatie extra gevaarlijk of bezwaarlijk is. Deze omstandigheden kunnen ertoe leiden dat enkel een waarschuwing niet afdoende is en dat om die reden direct overgegaan wordt tot het opleggen van een hogere dwangsom of, in geval van recidive, tot een (langere) sluiting. Dit kunnen de volgende situaties zijn:

  • 1.

    Als de overtreder volgens de door de politie verstrekte gegevens, voorafgaand aan de eerste ontdekking op huidige locatie, eerdere strafrechtelijke vuurwerkovertredingen of vuurwerk gerelateerde overtredingen elders heeft begaan, waardoor de kans op herhaling op de huidige locatie groter is. In geval van verzwarende omstandigheden kan de hoogte van de dwangsom met maximaal 50% worden verhoogd, alsmede de sluitingstermijn worden verlengd;

  • 2.

    Het vuurwerk ligt in een ruimte opgeslagen of wordt verwerkt binnen een veiligheidsafstand van een beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen, zoals bepaald in bijlage 8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

  • 3.

    Handel in illegaal vuurwerk waarbij ernstig vermoeden is van loop naar de locatie.

  • 4.

    Andere omstandigheden of strafbare feiten die kunnen zorgen voor gevaarlijkere of meer bezwaarlijke situatie.

Artikel 5: Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 17 Woningwet

  • 1.

    Elke betrokkene (gebruiker, eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende) van de gesloten locatie, kan het college van burgemeester en wethouders gedurende een sluitingsperiode tussentijds schriftelijk verzoeken om tijdelijk in verband met (het voorkomen van verdere) calamiteiten of noodzakelijke onderhoudsactiviteiten, de sluiting tijdelijk te schorsen;

  • 2.

    Het schriftelijke verzoek bevat ten minste;

    • a.

      de reden en noodzaak voor tijdelijke opheffing;

    • b.

      de gewenste aanvangsdatum en -tijdstip;

    • c.

      de einddatum en -tijdstip;

    • d.

      een overzicht van de te verrichten activiteiten/werkzaamheden;

    • e.

      de namen van de toe te laten personen, inclusief functie en organisatie.

  • 3.

    Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan wordt tijdelijk de verzegeling verwijderd door de gemeente gedurende de periode van de tijdelijke opheffing. Aan het einde van de activiteiten wordt de locatie opnieuw verzegeld tot aan het einde van de opgelegde sluitingstermijn;

Artikel 6: Afwijkingsbevoegdheid

Op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college van burgemeester en wethouders gemotiveerd afwijken van deze beleidsregel. Er kunnen zich immers omstandigheden voordoen waarin het volgen van de beleidsregel onredelijk is of op voorhand niet voorzienbaar was.

Artikel 7: Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk gemeente Leidschendam-Voorburg 2025”.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg in de vergadering van 18 november 2025.

de secretaris

R.J. den Haan

de burgemeester

M.W. Vroom

Naar boven