Wijzigingsregeling op de Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân

DE COLLEGES VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ACHTKARSPELEN, HEERENVEEN,

LEEUWARDEN, OOSTSTELLINGWERF, OPSTERLAND, SMALLINGERLAND, TYTSJERKSTERADIEL EN

WESTSTELLINGWERF,

 

ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

 

  • -

    gelet op artikel 1, tweede lid, van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw);

  • -

    gelet op artikel 1 en artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr);

  • -

    gelet op de Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen (wijzigingswet);

OVERWEGENDE DAT:

 

  • de bovengenoemde colleges verenigd zijn in de Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân

  • (de regeling), aan wie de colleges taken voortvloeiende uit de Wsw hebben overgedragen;

  • de regeling sinds 2019 een bedrijfsvoeringsorganisatie is in de zin van de Wgr en de colleges toen, in samenspraak met de raden, hebben besloten de beleidskeuzes voor de Wsw op gemeentelijk niveau in te zullen vullen;

  • de Wsw geen nieuwe instroom meer toelaat en op termijn (uitsterfconstructie) volledig wordt vervangen door de Participatiewet 2015, maar de gemeenten hebben besloten de arbeidsovereenkomsten tussen de sw-medewerkers en de regeling in stand laten;

  • de naamloze vennootschap Caparis N.V. door de regeling is aangewezen als uitvoeringsorganisatie in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Wsw;

  • de wijzigingswet aanleiding is om de regeling te actualiseren;

BESLUITEN:

  • 1.

    de bijgaande Wijzigingsregeling op de Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân vast te stellen;

  • 2.

    de Wijzigingsregeling in werking te laten treden op de in artikel 10.1 genoemde datum;

  • 3.

    de Wijzigingsregeling inclusief de geconsolideerde tekst bekend te maken op www.overheid.nl en te publiceren in het gemeenteblad van de gemeente Smallingerland.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Achtkarspelen 18 november 2025

de secretaris,

de burgemeester.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen 18 november 2025

de secretaris,

de burgemeester.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden 18 november 2025

de secretaris,

de burgemeester.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf 18 november 2025

de secretaris,

de burgemeester.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Opsterland 18 november 2025

de secretaris,

de burgemeester.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland 18 november 2025

de secretaris,

de burgemeester.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel 18 november 2025

de secretaris,

de burgemeester.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf 18 november 2025

de secretaris,

de burgemeester.

Wijzigingsregeling op de Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân

 

Wijziging 1

 

In artikel 1.1, onder e, van de Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân (hierna: de regeling) is de definitie voor ‘gemeenten’ gewijzigd in:

 

de gemeente Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel en Weststellingwerf;”

 

In artikel 1.1, onder g, is de term ‘colleges’ vervangen door ‘deelnemers’. Als gevolg hiervan, is deze vervanging in de regeling consistent doorgevoerd.

 

Wijziging 2

 

Artikel 3.2, tweede en vierde lid, van de regeling zijn samengevoegd. Daarnaast is toegevoegd dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie bevoegd is arbeidsovereenkomsten met werknemers te beëindigen, naast het continueren, aanpassen en onderhouden daarvan.

 

Wijziging 3

 

Aan artikel 4.9 worden de leden 4 en 5 toegevoegd, luidend:

 

  • ''4.

    Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.

  • 5.

    Het bestuur zendt in ieder geval het verslag van de bestuursvergadering aan de raden.”

Wijziging 4

 

Artikel 5.1 is komen te vervallen, omdat in de aanwijzing van de voorzitter reeds wordt voorzien door artikel 4.2, tweede lid. Als gevolg hiervan zijn de overige artikelen uit hoofdstuk 5 omgenummerd.

 

Wijziging 5

 

Aan het begin van hoofdstuk is een nieuw artikel 6.1 ingevoegd betreffende de kadernota. De bepaling luidt als volgt:

 

“Het bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.”

 

Als gevolg van deze invoeging zijn de overige artikelen betreffende de begroting en de jaarrekening uit hoofdstuk 6 omgenummerd.

 

Wijziging 6

 

Het artikel inhoudende bepalingen over de begroting (inmiddels 6.2) wordt aangepast, zodat deze weer in overeenstemming is met de (gewijzigde) Wet gemeenschappelijke regelingen. Het artikel komt als volgt te luiden:

 

  • ''1.

    Het bestuur zendt de ontwerpbegroting tenminste twaalf weken voordat zij door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt vastgesteld toe aan de raden van de gemeenten.

  • 2.

    De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.

  • 3.

    Het bestuur stelt de raden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede over eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

  • 4.

    Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

  • 5.

    Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

  • 6.

    Het bestuur kan de begroting gedurende het jaar wijzigen, zonder dat daarvoor om een zienswijze aan de raden wordt gevraagd, indien de mutatie in de deelnemersbijdrage ten gevolge van deze wijziging binnen de 5% blijft.”

Wijziging 7

 

Het artikel inhoudende bepalingen over de jaarrekening (inmiddels 6.3) wordt aangepast, zodat deze weer in overeenstemming is met de (gewijzigde) Wet gemeenschappelijke regelingen. Het artikel komt als volgt te luiden:

 

  • ''1.

    Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 2.

    Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten.”

Wijziging 8

 

Aan het begin van hoofdstuk 8 is een artikel ingevoegd, getiteld ‘Procedure’. Het artikel komt als volgt te luiden:

 

  • ''1.

    Op de procedures uit dit hoofdstuk gelden de volgende bepalingen.

  • 2.

    Een procedure tot toetreding, uittreding, wijziging of opheffing wordt ingeleid door een voorstel van de deelnemers aan de raden.

  • 3

    De raden kunnen gedurende acht weken na ontvangst desgewenst een zienswijze indienen.

  • 4.

    Na ontvangst van alle zienswijzen passen de deelnemers zo nodig het voorstel aan en leggen dat opnieuw ieder voor zich voor aan de raad voor, nu voor toestemming. De raad besluit binnen maximaal 13 weken na verzending door de deelnemer of binnen 26 weken als de raad besluit de beslistermijn te verlengen. Beslist de raad niet binnen de termijn, dan is de toestemming van rechtswege verleend.

  • 5.

    Na ontvangst van toestemming van de raad besluit iedere individuele deelnemer tot toetreding, uittreding, wijziging of opheffing en maken dat besluit bekend door publicatie in het gemeenteblad.

  • 6.

    Nadat alle deelnemers besloten hebben over toetreding, uittreding, wijziging of opheffing, wordt het besluit bekend gemaakt in het gemeenteblad van Smallingerland.”

Wijziging 9

 

Artikel 8.2 inhoudende bepalingen over toetreding (was: artikel 8.1) is tekstueel gewijzigd. Daarnaast is de bekendmaking over toetreding aangepast aan de nieuwe Bekendmakingswet (zie lid 3).

 

Wijziging 10

 

Artikel 8.3 inhoudende bepalingen over uittreding (was: artikel 8.2) is tekstueel gewijzigd. Daarnaast zijn de woorden ‘na de inwerkingtreding van deze regeling’ verwijderd, omdat de regeling inmiddels meer dan 4 jaar in werking is.

 

Wijziging 11

 

Artikel 8.4 inhoudende bepalingen over wijziging van de regeling (was: artikel 8.3) is tekstueel gewijzigd. Daarnaast is de bekendmaking van wijzigingen aangepast aan de nieuwe Bekendmakingswet (zie lid 2).

 

Wijziging 12

 

Artikel 8.5 inhoudende bepalingen over opheffing van de regeling (was: artikel 8.4) is tekstueel gewijzigd. Daarnaast is een zienswijzeprocedure ingevoegd voor raden voorafgaand aan het vaststellen van een liquidatieplan (zie lid 3).

 

Wijziging 13

 

Artikel 9.1 is tekstueel gewijzigd. Het artikel komt als volgt te luiden:

 

  • ''1.

    In geval van een geschil tussen de bedrijfsvoeringsorganisatie en een of meer van de gemeenten over de uitvoering van de taken, treden het bestuur en het betreffende deelnemer of de betreffende deelnemers terstond met elkaar in overleg, teneinde het geschil verder te verkennen en zo mogelijk op te lossen. Per situatie wordt bezien welke oplossingswijze het best bij het probleem past.

  • 2.

    Met betrekking tot geschillen tussen de deelnemers en/of het bestuur van de regeling onderling over de toepassing van de regeling beslissen, conform artikel 28 van de wet, gedeputeerde staten.

  • 3.

    In geval van een geschil dat niet ziet de toepassing van de regeling zoals bedoeld in het tweede lid, kan een der partijen het geschil aan een door de deelnemers aangewezen onafhankelijke arbiter voorleggen, nadat minnelijk overleg niet tot een bevredigend resultaat heeft geleid. Het bestuur en de deelnemers zullen de uitkomst van de arbitrage respecteren. De arbiter doet ook een uitspraak over de verdeling van de kosten van de arbitrage.”

Wijziging 14

 

Aan artikel 10.1 is een tweede lid toegevoegd, luidende:

 

  • ''2.

    De eerste wijzigingsregeling treedt, nadat zij bekend is gemaakt, in werking op [datum].”

Wijziging 15

 

Artikel 10.3 inhoudende bepalingen over de aanwijzing van het bestuur en 10.4 over de toezending van de regeling aan gedeputeerde staten zijn komen te vervallen, omdat deze elders in de regeling een plek hebben gekregen. Omnummering heeft plaatsgevonden, waardoor de Overige bepalingen nu in het nieuwe artikel 10.3 zijn opgenomen. Bij dit nieuwe artikel zijn tevens twee nieuwe leden ingevoegd, luidende:

 

  • ''1.

    Evaluatie vindt niet periodiek plaats, maar in incidentele gevallen kan daartoe besloten worden, indien een meerderheid van de deelnemers daartoe aanleiding ziet.

  • 2.

    Inspraak vindt plaats via de raden van de deelnemers.”

Wijziging 16

 

Tot slot zijn er een aantal tekstuele wijzigingen doorgevoerd ter verbetering van (de leesbaarheid van) de regeling.

Naar boven