Gemeenteblad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2025, 514158 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2025, 514158 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regel subsidie sociale basis gemeente Utrecht
Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
- gelet op artikel 156 Gemeentewet en artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;
- De hervormingen binnen het sociaal domein vragen om een aanpassing van de subsidieregelingen binnen de sociale basis, waaraan met deze nadere regel een bijdrage wordt geleverd;
Deze nadere regel verstaat onder:
Basiszorg: Hulp en ondersteuning dichtbij huis, waarbij inwoners en hun omgeving vrijwillig hulp krijgen om veerkrachtiger te worden en hun eigen netwerk in te zetten. Dit gebeurt als aanvulling op wat al in de sociale basis beschikbaar is. De basiszorg gebruikt 13 leefgebieden om de hulpvraag van inwoners in kaart te brengen: werk, zingeving, meedoen & activiteiten, sociale contacten, verslaving, persoonlijke verzorging, wonen, geld, huishouden, gezin & opvoeden, taal & leren, geestelijke gezondheid en politie & justitie;
Ervaringsdeskundige: een beroepskracht met een mbo- of hbo-opleiding (bijvoorbeeld in de ggz, armoede- of jeugdzorg) die de eigen en gedeelde ervaringskennis inzet als specialisme. Deze beroepskracht werkt binnen een organisatie die werkt vanuit ervaringsdeskundigheid of binnen een algemene hulp/zorginstantie;
Gemeenschappelijke sociale basis: een van de 3 sferen van de sociale basis uit het model van Verwey-Jonker. In de gemeenschappelijke sociale basis komt het initiatief uit de stad zelf. Het gaat om kleinschalige bewonersinitiatieven en buurtorganisaties en grote vrijwilligersorganisaties die in de stad actief zijn op verschillende thema’s. Honderden vrijwilligers zijn hierbij betrokken;
Ggz: geestelijke gezondheidszorg: zorg voor mensen met psychische problemen. Deze zorg richt zich op het voorkomen, behandelen en genezen van psychische aandoeningen. Ook helpt ggz mensen met een psychische aandoening om mee te doen in de samenleving. Daarnaast biedt ggz hulp aan mensen die ernstig verward/verslaafd zijn en die uit zichzelf geen hulp zoeken;
Samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid dat bestaat uit ten minste 2 deelnemers en is opgericht om activiteiten uit te voeren. Een penvoerder is een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die namens het samenwerkingsverband optreedt en daarvoor gemachtigd is;
Sociale basis: de sociale basis bestaat uit inwoners, hun directe omgeving en algemene voorzieningen die goed toegankelijk en bereikbaar zijn voor iedereen. Het gaat om onderwijs, sport, welzijn, cultuur, openbare gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg en meer. Bewoners die zich vrijwillig inzetten voor elkaar en voor de buurt en veel organisaties en maatschappelijke initiatieven zijn onderdeel van deze sociale basis;
Zorgexpertise: het niveau van kennis en vaardigheden dat nodig is om mensen met chronische psychische of psychosociale problemen te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving. Deze ondersteuning gaat verder dan wat redelijkerwijs verwacht kan worden van informele zorg of welzijnswerk.
Het doel is om een sterke gemeenschappelijke sociale basis in de Utrechtse wijken en buurten te creëren, zodat alle inwoners die in een kwetsbare situatie zitten, ongeacht leeftijd, mee kunnen blijven doen in de samenleving.
Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast met de subsidiestaat. Deze nadere regel heeft de volgende subsidieplafonds:
Als het subsidieplafond voor een bepaalde subsidiabele activiteit niet wordt bereikt, worden de resterende middelen als volgt herverdeeld:
Resterend budget voor subsidiabele activiteiten binnen Categorie B wordt verleend aan de hoogst scorende aanvra(a)g(en) van de andere subsidiabele activiteiten binnen Categorie B die geen subsidie heeft/hebben ontvangen. Eventueel overig resterend budget wordt verleend aan de hoogst scorende aanvra(a)gen van de subsidiabele activiteiten binnen Categorie C;
Resterend budget voor subsidiabele activiteiten binnen Categorie C (met uitzondering van het subsidieplafond Dagactiviteiten) wordt verleend aan de hoogst scorende aanvra(a)gen van de andere subsidiabele activiteiten binnen Categorie C die geen subsidie heeft/hebben ontvangen. Eventueel overig resterend budget wordt verleend aan de hoogst scorende aanvra(a)gen van de subsidiabele activiteiten binnen Categorie B.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
Activiteiten die stimuleren dat Utrechters omzien naar elkaar, elkaar helpen en die de samenhang in de buurt versterken. Kenmerken van deze categorie zijn: hoofdzakelijk gericht op wijk- en/of buurtactiviteiten, activiteiten met een structureel karakter. Wijkinformatiepunten vallen onder deze categorie.
Artikel 6 Eisen aan de aanvraag
De aanvraag bestaat uit de volgende documenten:
Een sluitende begroting met een financiële onderbouwing die aansluit op het activiteitenoverzicht. In deze onderbouwing staat per jaar en per activiteit aangegeven welke middelen nodig zijn voor de activiteiten. Het gevraagde subsidiebedrag moet duidelijk worden onderbouwd in de begroting. In de begroting moeten ook alle (overige) inkomsten staan.
Als een rechtspersoon of een natuurlijke persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven in de voorgaande 3 jaar geen subsidie heeft ontvangen of als onderstaande gegevens zijn gewijzigd, moet de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aanleveren:
Een aanvrager kan voor Laagdrempelige onafhankelijke cliëntondersteuning of Formele onafhankelijke cliëntondersteuning subsidie aanvragen, niet voor beide. Een aanvrager die beslist over de formele toewijzing naar een maatwerkvoorziening kan geen aanvraag indienen voor onafhankelijke clientondersteuning.
Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag
Subsidieaanvragen in de subsidiabele categorieën B en C (artikel 5) kunnen eens in de 4 jaar worden ingediend, vóór 1 april (uiterlijk 31 maart 23.59 uur) van het jaar voorgaand aan het jaar waarin de activiteiten starten. De eerstvolgende aanvraagmomenten zijn: 1 april 2026, 1 april 2030, 1 april 2034, etc.
Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een extra indieningsmoment open te stellen als er subsidie beschikbaar is. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden:
Een extra indieningsmoment wordt minstens 1 maand voor de deadline bekend gemaakt via Subsidiehulp | gemeente Utrecht inclusief voor welke subsidiabele activiteiten (artikel 5) dit geldt;
Voor werving en training van vrijwilligers is per aanvrager beperkt budget beschikbaar, omdat het de bedoeling is dat organisaties hierin samen optrekken en gebruik maken van bestaande campagnes en scholingsmogelijkheden. Als in de begroting toch kosten voor werving of training worden opgenomen, moet worden onderbouwd waarom dit niet via gezamenlijk aanbod kan worden uitgevoerd;
Alle aanvragen die volledig en op tijd zijn ingediend, worden in de 1e beoordelingsronde gescoord op grond van beoordelingscriteria. In deze ronde zijn maximaal 10 punten te behalen. Per criterium kan een aanvraag de score onvoldoende, voldoende of goed krijgen. In de tabel hieronder staan de criteria en het aantal punten dat bij elke score hoort. Deze tabel is juridisch bindend. De criteria zijn gerangschikt van meest naar minst zwaarwegend. De punten van alle criteria worden bij elkaar opgeteld. Zo ontstaat een score tussen 0 en 10. Een nadere beschrijving op de criteria en een rekenvoorbeeld zijn opgenomen in de bijlage bij artikel 9. Een voorbeeldberekening van een totaalscore is opgenomen in de toelichting van de nadere regel.
Als het subsidieplafond binnen een subsidiabele activiteit (artikel 5) bereikt wordt, vindt binnen deze categorie een 2e beoordelingsronde plaats. In deze ronde wordt gekeken naar de verspreiding over de stad. In geval van Categorie B 1 – Zorgen Voor Elkaar wordt per thema gekeken naar de verspreiding over de stad. Zie de bijlage van artikel 5 voor de thema’s. Als binnen dezelfde wijk (bij wijkgericht aanbod), binnen dezelfde buurt (bij buurtgericht aanbod) of op stedelijk niveau (bij stedelijk aanbod) al vergelijkbare activiteiten worden georganiseerd, wordt de aanvraag met de hoogste score gehonoreerd. Lager scorende aanvragen worden (geheel of gedeeltelijk) geweigerd. Zo ontstaat een rangorde die bijdraagt aan een goede spreiding van activiteiten over de stad. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie, gevolgd door de overige aanvragen in aflopende volgorde, totdat het subsidieplafond binnen de betreffende subsidiabele activiteit is bereikt.
De volgende nadere regels worden ingetrokken:
Nadere regel subsidie vrijwillige inzet voor elkaar, zoals vastgesteld op 16 juni 2020;
Nadere regel Sociale Prestatie en Dagondersteuning, zoals vastgesteld op 16 juni 2020.
Artikel 14 Overgangsbepalingen
De Nadere regel subsidie vrijwillige inzet voor elkaar, zoals vastgesteld op 16 juni 2020 en de Nadere regel Sociale Prestatie en Dagondersteuning, zoals vastgesteld op 30 juni 2020 blijven van toepassing op aanvragen die onder de werking van die nadere regels zijn ingediend en op subsidiebesluiten die onder de werking van die nadere regels zijn genomen.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 18 november 2025.
De burgemeester,
Sharon A.M. Dijksma
De secretaris,
Michiel J. Ruis
Bijlage bij artikel 5 – Subsidiabele activiteiten
Alle subsidieaanvragen tot een maximum van € 35.000 per jaar vallen in categorie A.
Categorie A is een categorie voor activiteiten die stimuleren dat mensen omzien naar elkaar, elkaar helpen en die de gemeenschapskracht versterken. Het gaat om activiteiten met een structureel karakter en er is aandacht voor het versterken van de persoonlijke sociale basis van Utrechters voor wie meedoen niet vanzelfsprekend is.
Activiteiten in categorie A zijn in principe buurt- en/of wijkgericht. Het zijn activiteiten van buurt-/wijkbewoners voor buurt-/wijkbewoners. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk, op voorwaarde dat goed onderbouwd wordt waarom de activiteit niet buurt- en/of wijkgericht kan. De activiteiten worden in principe uitgevoerd op vrijwillige basis, met waar nodig beperkte ondersteuning van een (ervaringsdeskundige) betaalde kracht, bijvoorbeeld voor het coördineren en begeleiden van vrijwilligers).
Voorbeelden van activiteiten zijn samen eten, kleinschalige buurtnetwerken, samen sporten, samen bewegen, oudergroepen en culturele activiteiten. Deze activiteiten worden ingezet om de maatschappelijke doelen uit artikel 2 te behalen.
Wijkinformatiepunten vallen onder categorie A. Dit zijn activiteiten van inwoners voor buurt- en wijkgerichte informatievoorziening op het brede terrein van zorg en welzijn, met name gericht op Utrechters die met moeite zelfstandig de benodigde informatie kunnen vinden en/of begrijpen.
Activiteiten in categorie B zijn gericht op het ondersteunen van Utrechters in een kwetsbare situatie (die geen of beperkt toegang hebben tot alternatief aanbod), waardoor zij beter mee kunnen doen en/of hun leefsituatie verbetert. Dat kan groepsgericht en waar nodig of passend individueel.
(Ervaringsdeskundige) vrijwilligers voeren de activiteiten uit met ondersteuning van (ervaringsdeskundige) betaalde beroepskrachten. De betaalde beroepskrachten matchen, ondersteunen, begeleiden en coördineren vrijwilligers. Inzet van betaalde beroepskracht bij de uitvoering van groepsactiviteiten kan gesubsidieerd worden als goed onderbouwd wordt waarom een betaalde beroepskracht in de uitvoering noodzakelijk is.
Binnen deze categorie is geen ruimte voor financiering van zorgexpertise in de uitvoering. Er worden 4 subsidiabele activiteiten onderscheiden met elk specifieke (aanvullende) verplichtingen.
Activiteiten binnen deze subcategorie zijn niet eenmalig, maar hebben een meer structureel karakter.
Activiteiten dragen bij aan het vergroten en versterken van het ondersteunend netwerk van de deelnemers op een manier die past bij het type activiteit. Dit kan bijvoorbeeld door het organiseren van peer to peer support, met groepsgericht werken, of in het geval van individuele ondersteuning door samen met de deelnemer te kijken naar waar deze aansluiting kan vinden in de buurt of wijk. Aanvrager zet in op betrokkenheid en verbondenheid door deelnemers te stimuleren om naar vermogen bij te dragen aan de activiteiten.
Aanvragen sluiten aan op 1 of meer van de thema’s en activiteiten hieronder:
Kansrijk opgroeien, opvoeden en ouderschap
Activiteiten die gericht zijn op de begeleiding van bijzondere vrijwilligers. Deelnemers worden ondersteund bij het doen van regulier vrijwilligerswerk op een externe locatie, zodat zij niet voortijdig uitvallen en zij met het vrijwilligerswerk een zinvolle invulling aan de dag geven. Ze worden uitgebreider ingewerkt en hebben regelmatig contact met een beroepskracht op de achtergrond, eventueel telefonisch. Een deel van de deelnemers zal na enige tijd het vrijwilligerswerk volledig zelfstandig kunnen uitvoeren en uitstromen. De organisatie die deze activiteit aanbiedt houdt regelmatig contact met de deelnemer om de voortgang en behoeften in de gaten te houden, in gemiddeld 60 minuten per week.
Buurtconflicten voorkomen, beheersbaar maken en/of oplossen volgens het model van het CCV;
Inwoners ondersteunen om hun basisvaardigheden te verbeteren. Deze activiteiten zijn uitsluitend gericht op volwassenen (18+).
Aanvragers hebben aantoonbare ervaring met en kennis van methodieken, materialen, ondersteuning van vrijwilligers in activiteiten gericht op het bijbrengen van taal-, reken- en/of digitale vaardigheden. Vrijwillige inzet is het uitgangspunt, maar vanwege de didactische component wordt ook professionele capaciteit ingezet;
4. Praktische ondersteuning waaronder grotere buurtnetwerken
Het gaat om praktische ondersteuning door vrijwilligers voor mensen die bepaalde taken niet of onvoldoende zelf kunnen uitvoeren, ook niet met behulp van hun eigen netwerk. Praktische ondersteuning is meestal kort of eenmalig.
Subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die gericht zijn op één of meer van de volgende onderdelen:
Financiën (denk aan groepsgerichte of inloopactiviteiten voor hulp bij financiën en administratie);
Het versterken van het buurtnetwerk, bijvoorbeeld door activiteiten die buurtbewoners met elkaar verbinden en gemeenschapsvorming stimuleren.
Deze categorie is voor subsidieaanvragen van minimaal € 35.000 per jaar.
De activiteiten in categorie C zijn gericht op het ondersteunen van Utrechters met een ondersteuningsbehoefte en een specifieke kwetsbaarheid die verder gaat dan wat er van een vrijwilliger verwacht kan worden. De activiteiten worden uitgevoerd door minimaal 1 gekwalificeerde beroepskracht, waar mogelijk ondersteund door vrijwilligers/ervaringsdeskundigen.
Binnen deze categorie zijn er 4 subsidiabele activiteiten (1 t/m 4) met elk specifieke (aanvullende) eisen.
Het gaat om dagactiviteiten voor Utrechters met een ondersteuningsbehoefte en een specifieke kwetsbaarheid (zoals ggz, NAH, LVB, dementie, (ex)dakloosheid, langdurige armoede of combinaties hiervan). Binnen de uitvoering van de dagactiviteiten worden, waar mogelijk en gewenst, verschillende instrumenten ingezet. Denk aan digitale instrumenten, andere passende groepsactiviteiten, scholingsaanbod, blended werken.
De activiteiten richten zich op:
Het vergroten van de zelfstandigheid in het deelnemen aan activiteiten in de buurt/wijk/stad.
Het vergroten van de zelfredzaamheid in het gebruik van sociale (emotionele) vaardigheden.
Perspectief creëren op (vrijwilligers)werk, individueel of in een groep.
Voor ouderen die niet zelfstandig naar reguliere activiteiten kunnen of willen gaan, zijn de effecten van de activiteit gericht op het behoud van vitaliteit, zelfredzaamheid en zelfregie en ontlasting van mantelzorgers.
Bij de activiteit horen ook kennismakingsgesprekken, contact opnemen als iemand niet komt opdagen en meedenken over vervoer als dat nodig is. Bij (signalen van) een toenemende zorgvraag wordt tijdig en warm doorverwezen naar het buurtteam of een zorgorganisatie.
Van deelnemers wordt verwacht dat zij minstens 2x keer per week minstens 2 uur per keer meedoen met de groepsactiviteit. Het gaat om activiteiten met groepen van minstens 6 en maximaal 15 mensen per dagdeel, begeleid door 1 beroepskracht, tenzij onderbouwd wordt waarom een afwijkende groepsnorm passend is.
Bij de groepsactiviteit is altijd een beroepskracht aanwezig die op de zorgvraag gekwalificeerd is. Deze inzet is subsidiabel voor de duur van de activiteiten.
De deelnemers moeten worden gestimuleerd om naar vermogen actief bij te dragen aan de activiteit, de locatie en/of de groep. Iedere deelnemer heeft een rol, hoe groot of klein ook. Deelnemers helpen elkaar. Deelnemers versterken hun gevoel van regie op het leven, er wordt gewerkt aan empowerment (meedoen).
2. Ondersteuningstrajecten voor jeugdigen en ouders
Deze ondersteuning bestaat uit groepsgericht aanbod voor kinderen en jongeren tot 18 jaar en ouders met minderjarige kinderen die specifieke vragen hebben over opvoeden of opgroeien. De ondersteuning kan onder andere gericht zijn op:
sociaal-emotionele vaardigheden;
De activiteiten zijn gericht op het oplossen van de hulpvraag en voorkomen dat de deelnemers onnodig de stap maken naar de basis- of aanvullende jeugdhulp voor (een deel van) hun hulpvraag. Het gaat daarmee om tertiaire preventie. Binnen de groep werken de deelnemers aan hun persoonlijke leer- en ontwikkelvragen, met ondersteuning en begeleiding van de subsidieaanvrager. De deelnemers hebben zelf een belangrijke rol in het aanbod. Dit kan bijvoorbeeld door samen de invulling en/of organisatie van de bijeenkomsten te bepalen, door (oud-)deelnemers een rol te geven vanuit hun ervaring in het programma, en/of door deelnemers elkaar als peers verder te helpen. De inhoud van de activiteiten wordt ook afgestemd op de vraag en behoefte van de groep.
De aanvrager zorgt voor een sociaal veilige omgeving, let op de groepsdynamiek en stimuleert onderlinge sociale contacten tussen de deelnemers.
De trajecten kunnen een vaste looptijd hebben met een vaste groep, of doorlopend zijn waarbij deelnemers instromen en weer uitstromen wanneer de leerdoelen zijn behaald. De aanvrager werkt continu aan de effectiviteit van de trajecten op basis van de uitkomsten en ervaringen van de deelnemers.
Aanvrager toont aan hoe de activiteiten zijn afgestemd met de coördinator van het groepsaanbod in de sociale basis (onderdeel van de Welzijnsopdracht) en eventueel 1 of meer van de volgende partijen: Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Jongerenwerk Utrecht, SportUtrecht, buurtteam en aanvullende jeugdhulppartijen.
3. Laagdrempelige onafhankelijke cliëntondersteuning
De uitvoering van deze subsidiabele activiteit wordt aan maximaal 6 aanvragers verleend.
Deze ondersteuning gaat over het bieden van informatie, advies en ondersteuning aan inwoners op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. Daarnaast gaat deze ondersteuning over het helpen van deze inwoners om passende zorg of ondersteuning te vinden. Deze vorm van ondersteuning is laagdrempelig en richt zich op inwoners die slecht in beeld zijn bij reguliere zorg en ondersteuning, bijvoorbeeld door taal, cultuur of wantrouwen richting formele instanties. De ondersteuning vervult hiermee een brugfunctie. Voor deze activiteit geldt:
De activiteit wordt uitgevoerd door ondersteuners met actuele basiskennis van wet- en regelgeving op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. De ondersteuners hebben daarnaast kennis van de gemeentelijke toegangssystematiek tot de basiszorg en aanvullende zorg;
Een aanvrager die beslist over de formele toewijzing naar een maatwerkvoorziening kan geen aanvraag indienen voor laagdrempelige onafhankelijke clientondersteuning;
Wanneer wordt gesignaleerd dat er in de stad specifieke ondersteuning ontbreekt, wordt dit gemeld bij de formele onafhankelijke cliëntondersteuning en/of bij de gemeente;
Inwoners worden begeleid bij klachten en/of bezwaar of worden hiervoor doorverwezen naar de formele OCO (onafhankelijke cliëntondersteuning). Hierbij wordt herkend wanneer een vraag juridisch of qua kennis beter door de formele cliëntondersteuning kan worden behandeld. Er vindt dan een warme overdracht plaats.
Partijen die subsidie ontvangen (een aanvrager kan slechts voor 1 vorm van OCO subsidie aanvragen) vormen een samenwerkingsverband. Zij sluiten een convenant met afspraken over onder andere coördinatie, monitoring, rapportage, consultatie, kennisdeling en samenwerking met partners. De inhoudelijke verantwoording wordt gezamenlijk opgesteld.
4. Formele onafhankelijke cliëntondersteuning
De uitvoering van deze subsidiabele activiteit wordt aan 1 aanvrager gegund.
Ook deze ondersteuning gaat over het bieden van informatie, advies en ondersteuning aan inwoners op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. De ondersteuning helpt inwoners om passende zorg of ondersteuning te vinden. Deze vorm van ondersteuning richt zich op inwoners die aanvullende/specialistische kennis en hulp nodig hebben om hun te weg vinden binnen het zorg- en welzijnssysteem.
De formele onafhankelijke cliëntondersteuning:
Wordt uitgevoerd door beroepskrachten met aantoonbare kennis van formele, juridische en procedurele taken, in elk geval bij maatwerkwerkvoorzieningen vanuit de Wmo. Ook hebben de beroepskrachten aantoonbare specialistische kennis van wet- en regelgeving op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen en kennis van de gemeentelijke toegangssystematiek tot de aanvullende zorg;
Werkt samen met de onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit de Wlz, als de inwoner een Wlz-indicatie heeft gekregen, zodat de overgang van Wmo naar Wlz soepel verloopt;
Signaleert actief knelpunten en onrechtvaardigheden in (de uitvoering van) landelijke en lokale wet- en regelgeving en meldt deze bij de desbetreffende (overheids)instanties, beleidsmakers en partijen om bij te dragen aan verbeteringen in beleid, regelgeving en uitvoering;
Coördineert de laagdrempelige en formele onafhankelijke cliëntondersteuning in zijn geheel en ontwikkelt, beheert en verspreidt relevante informatie over de OCO.
Partijen die subsidie ontvangen (een aanvrager kan slechts voor 1 vorm van OCO subsidie aanvragen) voor laagdrempelige of formele OCO vormen een samenwerkingsverband. Zij sluiten een convenant met afspraken over onder andere coördinatie, monitoring, rapportage, consultatie, kennisdeling en samenwerking met partners. De inhoudelijke verantwoording wordt gezamenlijk opgesteld.
Bijlage bij artikel 9 – Verdeling subsidie
Tabel 2. Toelichting op de beoordeling van de beoordelingscriteria. Deze tabel is juridisch bindend.
Informatieve toelichting bij Nadere regel subsidie sociale basis
Burgemeester en wethouders hebben deze nadere regel vastgesteld om de sociale basis in Utrechtse wijken en buurten te versterken voor alle inwoners, ook de mensen die tijdelijk in een kwetsbare situatie zitten, ongeacht leeftijd. Het doel is dat inwoners prettig en gezond kunnen (samen)leven, zelfredzaam zijn en actief mee kunnen doen in de maatschappij. Ondersteuning wordt daarom zo dicht mogelijk bij het normale leven georganiseerd en er wordt gestimuleerd dat mensen naar elkaar omzien. Als onderdeel van de hervormingen in het sociaal domein is het nodig de groeiende vraag naar aanvullende (jeugd)zorg en maatschappelijke ondersteuning te verminderen. Want deze groei is op lange termijn niet houdbaar vanwege het verwachte tekort aan geld, personeel en ruimte. Het versterken van de sociale basis is hierbij essentieel. Deze Nadere regel draagt hieraan bij.
Het eigenaarschap en initiatief voor het organiseren van activiteiten in de gemeenschappelijke sociale basis ligt bij de partijen in de stad. De gemeente ondersteunt dit zo goed mogelijk. Subsidie is daar het meest passende instrument voor.
Voorbeeldberekening totaalscore.
Stel dat een aanvraag als volgt wordt beoordeeld:
De totaalscore voor deze aanvraag is 6.25
Na het doorlopen van een tenderprocedure is bekend wie de subsidieontvanger(s) word(t)(en) en hoeveel subsidie zij ontvang(t)(en). Op dat moment kan beoordeeld worden of de subsidieverlening staatssteun oplevert en zo ja, of deze steun rechtmatig verstrekt kan worden.
Wanneer de subsidieontvanger een natuurlijke persoon is die geen economische activiteiten verricht, is de subsidie geen staatssteun.
Wanneer de subsidieontvanger een natuurlijke persoon of rechtspersoon is die wel economische activiteiten verricht is de verwachting dat de subsidie (hierna: de steun) staatssteun betreft die rechtmatig verleend kan worden. Afhankelijk van de subsidieaanvraag kan de steun rechtmatig zijn op grond van de regelgeving voor Diensten van Algemeen Economisch Belang en/of de reguliere De-minimisverordening.
Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB)
De activiteiten waarvoor steun wordt verstrekt kunnen als Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) worden aangewezen. Daarvoor is onder andere vereist dat enigszins sprake is van marktfalen. Omdat de gemeente hierbij een ruime beoordelingsmarge heeft, is de verwachting dat dit toereikend gemotiveerd kan worden. Het aanwijzen van DAEB is een collegebesluit. Burgemeester en wethouders dienen de subsidieaanvrager(s) in de subsidiebeschikking te belasten met het uitvoeren van die DAEB en daarvoor compensatie in de vorm van subsidie te verstrekken. De compensatie (de steun) mag niet hoger zijn dan nodig is om de kosten van de uitvoering van de diensten (de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd) geheel of gedeeltelijk te dekken. Daarbij mag wel rekening worden gehouden met de opbrengsten en een redelijk winst.
Reguliere De-minimisverordening
Voor kleinere bedragen kan de reguliere De-minimisverordening mogelijkheden bieden. Die verordening biedt de mogelijkheid om maximaal € 300.000 subsidie te verstrekken wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
Melding bij Europese Commissie of Afwijzen subsidieaanvraag
Als blijkt dat de steun (de subsidie) op grond van het bovenstaande niet rechtmatig verstrekt kan worden kan de voorgenomen subsidieverstrekking alsnog rechtmatig verstrekt worden wanneer de Europese Commissie (EC) deze goedkeurt. Daarvoor dienen burgemeester en wethouders de voorgenomen subsidieverstrekking bij de EC voor goedkeuring aan te melden.
Wanneer het burgemeester en wethouders dat niet wenst te doen, zullen zij de subsidieaanvraag moeten afwijzen omdat het in strijd is met het staatssteunrecht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-514158.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.