4e Wijziging Verordening rioolheffing Schiedam 2021

De raad van de gemeente Schiedam;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025 (nummer 25INT00218;

 

gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de:

 

4e Wijziging Verordening rioolheffing Schiedam 2021

Artikel I  

De Verordening rioolheffing Schiedam 2021 wordt gewijzigd als volgt:

 

Artikel 7 komt te luiden:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 7 Tarieven

De belasting bedraagt per perceel per jaar € 271,44 .

Artikel 7 Tarieven

De belasting bedraagt per perceel per jaar

€ 258,32

 

Toelichting op de wijziging

Voorgesteld wordt om het tarief per 2026 te verlagen met 4,8%. Hiermee is het tarief rioolheffing nagenoeg kostendekkend. De daling is mogelijk doordat met het vaststellen van het programma Water en Riolering het besluit is genomen te stoppen met sparen en investeringen gedeeltelijk te financieren uit het opgebouwde spaarsaldo. Het gevolg hiervan is dat de kapitaallasten geen grote stijging laten zien.

Toepassing van de inflatiecorrectie van volgens Programma Water en riolering 2024-2027 (PWR 2024-2027) ophet huidige tarief van € 271,44 (2025) betekent voor 2026 een kostendekkendheid van meer dan 100%.

In afwijking van PWR 2024-2027 worden de tarieven daarom verlaagd met 4,8% naar € 258,32. De rioolheffing is hiermee bijna 100% kostendekkend.

 

Artikel 10 wijzigt als volgt:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 10 Termijnen van betaling

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    De In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet de rioolheffing worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

  • 1.

    De In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet de rioolheffing worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven volgens het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep”, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Toelichting op de wijziging

Ad lid 2 Met ingang van 2025 is de mogelijkheid voor automatische incasso opengesteld voor vrijwel alle belastingen die de RBG oplegt en int. Daarbij moet in de verordeningen verwezen worden naar het incassoreglement van de RBG. In het incassoreglement is de maximale grens voor het kunnen betalen van belastingaanslagen via de automatische incasso verhoogd van € 5.000 naar € 15.000. Het grensbedrag van € 5.000 is ruim tien jaar geleden vastgesteld en niet meer geactualiseerd. Nu krijgen steeds meer klanten (met een actieve automatische incasso) belastingaanslagen hoger dan € 5.000. Voor de RBG betekent de verhoging tot € 15.000 minder telefonische contacten voor de RBG met klanten die in de veronderstelling zijn dat hun aanslag via AIC wordt geïnd of die een aanslagbiljet van € 5.000 of meer ontvangen en die een betalingsregeling willen treffen. Het zorgt ook voor minder werkzaamheden voor invoeren en controleren van deze betalingsregelingen.

 

Artikel II  

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 3.

    De bepalingen die op grond van deze verordening worden gewijzigd blijven van toepassing op belastbare feiten die zich voor de in het tweede lid genoemde datum hebben voorgedaan.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 11 november 2025.

de griffier,

mr. M. Pe MEC

de voorzitter,

mr. H.M. Bergmann

Naar boven