5e Wijziging Verordening Parkeerbelastingen Schiedam 2021

De raad van de gemeente Schiedam,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025 (nummer 25INT00218);

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Gemeente Schiedam 2013;

 

besluit vast te stellen de:

 

5e Wijziging Verordening Parkeerbelastingen Schiedam 2021

Artikel I  

De Verordening Parkeerbelastingen Schiedam 2021 wordt gewijzigd als volgt:

 

A

De overzichtskaart (bijlage 2), behorende bij de ‘Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021’ wijzigt conform de bij dit besluit behorende bijlage 2 Overzichtskaart behorende bij de Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021 (25BIJ02165).

 

B

Artikel 9 wijzigt als volgt:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 9 Kosten

Artikel 9 Kosten

1.

De kosten van de naheffings-aanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen

 

€ 71,20

1.

De kosten van de naheffings-aanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen

€ 82 ,00

2.

De kosten van het aanbrengen en het verwijderen van de wielklem bedragen

 

€ 71,20

2.

De kosten van het aanbrengen en het verwijderen van de wielklem bedragen

€ 73,80

3.

 

 

De kosten van de overbrenging bedragen

€193,18 

3.

 

 

De kosten van de overbrenging bedragen

€ 200,32

en voor de bewaring

per etmaal met dien verstande dat daarenboven voor het bewaren gedurende

€ 57,05

en voor de bewaring

per etmaal met dien verstande dat daarenboven voor het bewaren gedurende

€ 59,16

elk aansluitend half etmaal kosten berekend worden.

 

€ 28,44

elk aansluitend half etmaal kosten berekend worden.

€ 29,49

4.

 

De kosten voor de opsporing van degene aan wie de kennisgeving van de overbrenging en bewaring wordt gezonden bedragen

€ 26,00

4.

 

De kosten voor de opsporing van degene aan wie de kennisgeving van de overbrenging en bewaring wordt gezonden bedragen

€ 26,96

per daaraan besteed kwartier, vermeerderd met

voor het doen van de kennisgeving.

€ 81,71

per daaraan besteed kwartier, vermeerderd met

voor het doen van de kennisgeving.

 

€ 84,73

5.

De kosten voor de verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van het voertuig bedragen

per daaraan besteed uur.

 

€ 104,37

5.

De kosten voor de verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van het voertuig bedragen

per daaraan besteed uur.

 

€ 108,23

6.

Voor de berekening van de in het derde tot en met vijfde lid bedoelde kosten wordt een gedeelte van een in deze leden genoemde eenheden voor een volle eenheid gerekend.

 

 

6.

Voor de berekening van de in het derde tot en met vijfde lid bedoelde kosten wordt een gedeelte van een in deze leden genoemde eenheden voor een volle eenheid gerekend.

 

 

7.

Het bedrag van de ingevolge het derde tot en met vijfde lid in rekening te brengen kosten wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.

 

 

7.

Het bedrag van de ingevolge het derde tot en met vijfde lid in rekening te brengen kosten wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.

 

Toelichting op de wijziging

Voorgesteld wordt om de tarieven per 2026 te verhogen met 3,7% volgens prijscompensatie (inflatiecorrectie) CPB maart 2025 met uitzondering van het tarief voor de kosten van de naheffingsaanslag. Voor dit tarief is het voorstel een verhoging naar het wettelijk maximum van € 82,00. De kostendekkendheid van dit tarief blijft hiermee met 82% onder het maximum van 100%.

 

C

De Tarieventabel 2025 (bijlage 1) , behorende bij de ‘Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021’ wijzigt conform de bij dit besluit behorende bijlage 1 Tarieventabel 2026 behorende bij de Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021 (25BIJ02164).

Artikel II  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 3.

    De bepalingen die op grond van dit besluit worden gewijzigd blijven van toepassing op belastbare feiten die zich voor de in het tweede lid genoemde datum hebben voorgedaan.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 11 november 2025

de griffier,

mr. M. Pe MEC

de voorzitter,

mr. H.M. Bergmann

Bijlage 1 Tarieventabel 2026 behorende bij de Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021

 

Bijlage behorende bij de 4e Wijziging Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021 (25VR054/25BIJ02163./25BIJ02164 en 25BIJ02165)

 

 

 

 

 

 

De Tarieventabel wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

 

 

 

 

 

 

 

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Bijlage 1Tarieventabel 2025 behorende bij de 'Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021'

Bijlage 1 Tarieventabel 2026 behorende bij de 'Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021'

1.

Het tarief voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt voor sector A:

 

1.

Het tarief voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt voor sector A:

 

 

a.

€ 3,20

 

a.

€ 3,32

 

per 60 minuten met een minimum van

€ 0,10

 

per 60 minuten met een minimum van

€ 0,10

 

tot een maximum van 6x het uurtarief

€ 19,20

 

tot een maximum van 6x het uurtarief

€ 19,92

 

In geval er minder dan een uur geparkeerd wordt, wordt het uurtarief naar rato berekend. Hierbij geldt dat er altijd een veelvoud van

€ 0,10

 

In geval er minder dan een uur geparkeerd wordt, wordt het uurtarief naar rato berekend.

 

 

wordt berekend. Als hierdoor afronding noodzakelijk is, wordt de parkeertijd altijd afgerond in het voordeel van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

 

 

 

 

 

Voor de sectoren B, C, D of E:

 

 

Voor de sectoren B, C, D E of F:

 

 

b.

€ 2,30

 

b.

€ 2,39

 

per 60 minuten met een minimum van

€ 0,10

 

per 60 minuten met een minimum van

€ 0,10

 

tot een maximum van 5,5x het uurtarief

€ 12,60

 

tot een maximum van 5,5x het uurtarief

€ 13,15

 

c.

 

 

c.

 

 

De onder b. genoemde tarieven zijn ook van toepassing voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen gelegen buiten de sectoren A, B, C, D en E.

 

 

De onder b. genoemde tarieven zijn ook van toepassing voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen gelegen buiten de sectoren A, B, C, D, E en F.

 

 

d.

 

 

 

 

 

Voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen die zijn aangewezen voor kortparkeren voor winkels, de eerste 60 minuten

€ 0,10

 

 

 

 

daarna per uur in alle sectoren m.u.v. sector A:

€ 2,30

 

 

 

 

daarna per uur in sector A:

€ 3,20

 

 

 

 

Het tarief voor de eerste 60 minuten geldt uitsluitend indien de eventuele voorafgaande aanvang van het parkeren minimaal 4 uur in het verleden ligt.

 

 

 

 

2.

Het tarief van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:

 

2.

Het tarief van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:

 

 

Bewoners:

 

 

Bewoners:

 

2.1

Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onder a, van de Parkeerverordening 2013:

 

2.1

Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onder a, van de Parkeerverordening 2013:

 

 

a.

 

 

a.

 

 

voor de eerste vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

voor de eerste vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

per jaar

€ 86,90

 

per jaar

€ 90,10

 

b.

 

 

b.

 

 

Voor de tweede vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

Voor de tweede vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

per jaar

€ 216,70

 

per jaar

€ 224,70

 

c.

 

 

c.

 

 

voor een derde vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

voor een derde vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

per jaar

€ 347,60

 

per jaar

€ 360,45

 

 

 

 

 

 

 

Beroep/bedrijf:

 

 

Beroep/bedrijf:

 

2.2

Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3 onder b, van de Parkeerverordening 2013:

 

2.2

Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3 onder b, van de Parkeerverordening 2013:

 

 

a.

 

 

a.

 

 

Voor een vergunning van maandag tot en met zaterdag, inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

Voor een vergunning van maandag tot en met zaterdag, inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

per jaar

€ 425,70

 

per jaar

€ 441,45

 

b.

 

 

b.

 

 

Voor een vergunning van maandag tot en met vrijdag met uitzondering van de koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

Voor een vergunning van maandag tot en met vrijdag met uitzondering van de koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

per jaar

€ 290,40

 

per jaar

€ 301,10

 

 

 

 

 

 

 

Zorginstellingen, maatschappelijke instellingen en onderwijsinstellingen

 

 

Zorginstellingen, maatschappelijke instellingen en onderwijsinstellingen

 

2.3

Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3 onder b, van de Parkeerverordening 2013:

 

2.3

Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3 onder b, van de Parkeerverordening 2013:

 

 

a.

 

 

a.

 

 

voor een eerste vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

voor een eerste vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

per jaar

€ 86,90

 

per jaar

€ 90,10

 

b.

 

 

b.

 

 

voor een tweede, derde en vierde vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

voor een tweede, derde en vierde vergunning van maandag tot en met zaterdag inclusief koopavond, waarin een bepaald deel van de gemeente is aangewezen:

 

 

per jaar

€ 216,70

 

per jaar

€ 224,70

 

c.

 

 

c.

 

 

voor grote bedrijven voor de vijfde en verdere vergunning:

 

 

voor grote bedrijven voor de vijfde en verdere vergunning:

 

 

per jaar

€ 347,60

 

per jaar

€ 360,45

2.4

voor een vergunning waarin een bepaald parkeerterrein binnen de gemeente is aangewezen met plaatsgarantie

 

2.4

voor een vergunning waarin een bepaald parkeerterrein binnen de gemeente is aan- gewezen met plaatsgarantie

 

 

per jaar

€ 701,80

 

per jaar

€ 727,75

2.5

Gereserveerde standplaats

 

2.5

Gereserveerde standplaats

 

 

(onder andere autodate):

 

 

(onder andere autodate):

 

 

Voor een vergunning voor een bepaald kenteken of bepaalde kentekens op één of meerdere standplaatsen

 

 

Voor een vergunning voor een bepaald kenteken of bepaalde kentekens op één of meerdere standplaatsen

 

 

per jaar

€ 425,70

 

per jaar

€ 441,45

2.6

Functionele bedrijfsvergunning

 

2.6

Functionele bedrijfsvergunning

 

 

per jaar

€ 522,50

 

per jaar

€ 541,80

3.

Het tarief van de belasting bedraagt voor een:

 

3.

Het tarief van de belasting bedraagt voor een:

 

3.1

Visiteparkeervergunning

 

3.1

Visiteparkeervergunning

 

 

Voor de in artikel 3 lid 3 sub a en b Parkeerverordening 2013 genoemde eigenaren of houders van motorvoertuigen,

 

 

Voor de in artikel 3 lid 3 sub a Parkeerverordening 2013 genoemde eigenaren of houders van motorvoertuigen,

 

 

per uur

€ 0,44

 

per uur

€ 0,46

 

met een maximum van 400 uur per jaar

 

 

met een maximum van 400 uur per jaar

 

3.2

Voor de in artikel 3 lid 3 sub b Parkeerverordening 2013 genoemde eigenaren of houders van motorvoertuigen,

 

3.2

Voor de in artikel 3 lid 3 sub b Parkeerverordening 2013 genoemde eigenaren of houders van motorvoertuigen,

 

 

per uur

€ 1,10

 

per uur

€ 1,14

 

met een maximum van 400 uur per jaar

 

 

met een maximum van 400 uur per jaar

 

3.3

Voor de in artikel 3 lid 3 sub b Parkeerverordening 2013 genoemde eigenaren of houders van motorvoertuigen, indien het gaat om zorginstellingen, maatschappelijke instellingen en onderwijsinstellingen,

 

3.3

Voor de in artikel 3 lid 3 sub b Parkeerverordening 2013 genoemde eigenaren of houders van motorvoertuigen, indien het gaat om zorginstellingen, maatschappelijke instellingen en onderwijsinstellingen,

 

 

per uur

€ 0,44

 

per uur

€ 0,46

 

met een maximum van 400 uur per jaar

 

 

met een maximum van 400 uur per jaar

 

3.4

mantelzorgparkeervergun-ning

 

3.4

mantelzorgparkeervergun-ning

 

 

per uur

€ 0,44

 

per uur

€ 0,46

 

met een maximum van 200 uur per jaar per mantelzorgvrager, te verstrekken via een door het college aangewezen instantie.

 

 

met een maximum van 200 per jaar per mantelzorgvrager, te verstrekken via een door het college aangewezen instantie.

 

Toelichting op de wijziging

 

 

 

 

Ad. 1. Het tarief voor parkeren op straat, per uur, wordt geheel digitaal betaald. Hiermee vervalt de noodzaak om af te ronden op veelvouden van 10 eurocent. Voorgesteld wordt de uurtarieven met 3,7% te verhogen volgens prijscompensatie (inflatiecorrectie) CPB maart 2025. Het dagarief in sector A wordt bereikt na 6 uur aaneengesloten parkeren. Het dagtarief in de overige sectoren wordt bereikt an 5,5 uur aaneengesloten parkeren. Aan de sectoren is sector F (Nieuw-Mathenesse) toegevoegd (1.b en 1.c) in relatie besluitvorming gereguleerd parkeren en invoering naar verwachting begin 2026. Er zijn geen kortparkeerlocaties meer aanwezig, daarmee kan het tarief hiervoor (1.d) vervallen.

Ad 2 en 3. Vergunningen bewoners en bedrijven.

 

 

 

Ad 2.1 , 2.2 en 2.3 Voorgesteld wordt de tarieven voor sectorgebonden parkeervergunningen voor respectievelijk bewoners, bedrijven en instellingen met 3,7% te verhogen volgens prijscompensatie (inflatiecorrectie ) CPB maart 2025, en af te ronden op € 0,05.

Ad 2.4, 2.5 en 2.6 Voorgesteld wordt de tarieven voor de overige vergunningen te verhogen met 3,7%, en af te ronden op € 0,05.

Ad. 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4 Voorgesteld wordt de tarieven voor de visiteparkeervergunningen te verhogen met 3,7% volgens prijscompensatie (inflatiecorrectie) CPB maart 2025. Dit product is gerelateerd aan de vergunninghouder en is alleen digitaal te gebruiken. Daarom hoeven deze bedragen niet afgerond te worden.

 

 

Behorende bij raadsbesluit van 11 november 2025

 

De griffier van Schiedam,

 

Bijlage 2 Overzichtskaart behorende bij de Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021

Naar boven