5e Wijziging Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021

De raad van de gemeente Schiedam,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025 (nummer 25INT00218);

 

gelet op artikel 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de:

 

5e Wijziging Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021

Artikel I  

De Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021 wordt gewijzigd als volgt:

 

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 5 Tarieven

Artikel 5 Tarieven

  • 1.

    Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

    • a.

      de gebruikersbelasting 0,2490%

    • b.

      de eigenarenbelasting

      • 1.

        Voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0763%

      • 2.

        Voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3560%

  • 1.

    Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

    • a.

      de gebruikersbelasting 0,2740 %

    • b.

      de eigenarenbelasting

      • 1.

        Voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0757%

      • 2.

        Voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3680%

Toelichting op de wijziging

Voorgesteld wordt om de tarieven per 2026 te verhogen met 8% hetgeen een extra verhoging ten opzichte van het percentage van 3,7% volgens CPB maart 2025 betekent. Deze extra verhoging draagt bij aan de gemeentelijke bezuinigingsopgave.

 

Artikel 7 wijzigt als volgt:

Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 7 Termijnen van betaling

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    De In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de onroerende-zaakbelastingen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

  • 1.

    De In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de onroerende-zaakbelastingen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven volgens het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep”, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Toelichting op de wijziging

Ad lid 2 Met ingang van 2025 is de mogelijkheid voor automatische incasso opengesteld voor vrijwel alle belastingen die de RBG oplegt en int. Daarbij moet in de verordeningen verwezen worden naar het incassoreglement van de RBG. In het incassoreglement is de maximale grens voor het kunnen betalen van belastingaanslagen via de automatische incasso verhoogd van € 5.000 naar € 15.000. Het grensbedrag van € 5.000 is ruim tien jaar geleden vastgesteld en niet meer geactualiseerd. Nu krijgen steeds meer klanten (met een actieve automatische incasso) belastingaanslagen hoger dan € 5.000. Voor de RBG betekent de verhoging tot € 15.000 minder telefonische contacten voor de RBG met klanten die in de veronderstelling zijn dat hun aanslag via AIC wordt geïnd of die een aanslagbiljet van € 5.000 of meer ontvangen en die een betalingsregeling willen treffen. Het zorgt ook voor minder werkzaamheden voor invoeren en controleren van deze betalingsregelingen.

 

Artikel II  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 3.

    De bepalingen die op grond van dit besluit in de verordening worden gewijzigd blijven van toepassing op belastbare feiten die zich voor de in het tweede lid genoemde datum hebben voorgedaan.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 11 november 2025

de griffier,

mr. M. Pe MEC

de voorzitter,

mr. H.M. Bergmann

Naar boven