Verordening op de heffing en de invordering van Reinigingsrechten Purmerend 2026

De raad van de gemeente Purmerend;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 september 2025, zaaknummer: 855270;

 

gelet op artikel 229 lid 1 aanhef en onderdelen a en b Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van Reinigingsrechten Purmerend 2026

 

(Verordening Reinigingsrechten Purmerend 2026).

Artikel 1 Aard van de heffing/belastbaar feit

Onder de naam reinigingsrechten worden rechten geheven voor zowel het genot van door de gemeente verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 2 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarieven

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 4 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5 Wijze van heffing

De rechten worden geheven bij wege van aanslag

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.

  • 4.

    Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.

Artikel 7 Tijdstippen van verschuldigdheid en van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen reinigingsrechten of andere gemeentelijke heffingen minder bedraagt dan € 75,00 dan wel meer bedraagt dan € 6.000,00 dit bedrag moet worden betaald in één termijn welke vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet;

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag op één aanslagbiljet verenigde aanslagen reinigingsrechten of andere gemeentelijke heffingen minimaal € 75,00 of maximaal € 6.000,00 bedraagt, de aanslagen moeten worden betaald in 10 gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien bovengenoemde aanslagen in maart of later in het belastingjaar worden opgelegd, is het aantal betaaltermijnen gelijk aan de nog in het desbetreffende belastingjaar overblijvende volle kalendermaanden.

  • 4.

    In geval van automatische incasso wordt een gehele of gedeeltelijke vermindering van aanslagen verrekend met de nog openstaande betaaltermijnen, te beginnen met de laatste termijn.

  • 5.

    De in het vierde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de van toepassing zijnde termijnen, niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. In dat geval gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 8 Overgangsrecht

De Verordening Reinigingsrechten 2025 van 7 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, eerste lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

[Artikel 8 bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: De Verordening Reinigingsrechten 2025 van 7 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.]

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het derde lid genoemde datum van ingang, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van rechten in die periode plaatsvindt.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Reinigingsrechten Purmerend 2026".

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2025

de wnd. raadsgriffier,

M. Timmerman

de voorzitter,

E. van Selm

Bijlage : Tarieventabel behorende bij de verordening Reinigingsrechten Purmerend 2026

 

 

Het regelmatig ophalen van bedrijfsvuil, per pand voor bedrijven en instellingen

 

 

 

 

Inzamel

Tar

Tarief per jaar

 

 

Eenheid

middel

kode

incl. btw

excl. btw

a

max 12 inworpen ( 0,84 m³) per jaar

ondergrondse container

OB5

79,28

65,52

b

max 52 inworpen ( 3,64 m³) per jaar

ondergrondse container

OB6

206,04

170,28

c

max 120 inworpen ( 8,4 m³) per jaar

ondergrondse container

OB7

421,37

348,24

d

max 180 inworpen ( 12,6 m³) per jaar

ondergrondse container

OB9

611,58

505,44

e

max 240 inworpen ( 16,8 m³) per jaar

ondergrondse container

OB8

801,65

662,52

f

max 360 inworpen ( 25,2 m³) per jaar

ondergrondse container

OB10

1181,93

976,80

g

max 480 inworpen ( 33,6 m³) per jaar

ondergrondse container

OB11

1562,06

1.290,96

h

max 600 inworpen ( 42 m³) per jaar

ondergrondse container

OB12

1942,34

1.605,24

i

max. 840 inworpen ( 58,8 m³) per jaar

ondergrondse container

OB13

2702,75

2.233,68

j

max.1080 inworpen ( 75,6 m³) per jaar

ondergrondse container

OB14

3368,64

2.784,00

k

max.1320 inworpen ( 92,4 m³) per jaar

ondergrondse container

OB15

4108,43

3.395,40

l

max.1800 inworpen ( 126 m³) per jaar

ondergrondse container

OB16

5586,57

4.617,00

m

max.2280 inworpen ( 156,8 m³) per jaar

ondergrondse container

OB17

6943,90

5.738,76

Behoort bij besluit van de raad van 6 november 2025 van de gemeente Purmerend

 

De wnd. Raadsgriffier,

M. Timmerman

Naar boven