Nadere subsidieregeling indicatievrije dagbesteding en algemene voorziening niet aangeboren hersenletsel gemeente Loon op Zand

Het College van burgmeester en wethouders van Loon op Zand;

 

gelet op de Algemene subsidieverordening gemeente Loon op Zand;

 

besluit de volgende nadere regeling vast te stellen:

 

'Nadere subsidieregeling indicatievrije dagbesteding en algemene voorziening niet aangeboren hersenletsel gemeente Loon op Zand'

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze subsidieverordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de op dat moment geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Loon op Zand en de op dat moment geldende Algemene subsidieverordening gemeente Loon op Zand.

  • 2.

    In deze subsidieverordening wordt verstaan onder:

    • a.

      algemene voorziening: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruiker, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning.

    • b.

      ASV: Algemene Subsidieverordening gemeente Loon op Zand.

    • c.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand.

    • d.

      indicatievrije dagbesteding: een aanbod van diensten en activiteiten gericht op ontwikkeling die, zonder voorafgaande beschikking, toegankelijk is voor inwoners van 18 jaar tot de AOW-leeftijd die in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie.

    • e.

      NAH: niet aangeboren hersenletsel.

    • f.

      ontmoetingsplekken: plek waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en waar door de inwoners zelf, door welzijnswerkers en vrijwilligers activiteiten worden georganiseerd die tegemoet komen aan de behoeften van (potentiële) deelnemers.

    • g.

      gespecialiseerde dagbesteding: dagbesteding aan inwoners die vanwege hun ondersteuningsvraag geen gebruik kunnen maken van voorzieningen voor indicatievrije dagbesteding, welke na onderzoek op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon op basis van een individuele beschikking wordt verleend.

    • h.

      sociale basis: het geheel van organisaties, diensten, voorzieningen en betrekkingen die het mogelijk maken dat mensen in redelijkheid in sociale verbanden samen kunnen leven en participeren in de samenleving.

    • i.

      sociale basisvoorzieningen: alle openbare en vrij toegankelijke voorzieningen die bijdragen aan sociale doeleinden.

    • j.

      Wmo : Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

    • k.

      subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies, bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Doelgroep indicatievrije dagbesteding

Een inwoner tussen de 18 jaar en de AOW-leeftijd van De Moer, Kaatsheuvel en Loon op Zand die in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie. Sociale basisvoorzieningen zijn voor de inwoner onvoldoende passend.

Artikel 3. Doelgroep algemene voorziening NAH

  • 1.

    Een inwoner tussen de 18 jaar en de AOW-leeftijd van De Moer, Kaatsheuvel en Loon op Zand die in verband met niet aangeboren hersenletsel behoefte heeft aan ondersteuning, ontmoeting, ontplooiing en lotgenotencontact, ten behoeve van de zelfredzaamheid van de inwoner.

  • 2.

    Een mantelzorger van iemand met niet aangeboren hersenletsel die behoefte heeft aan advies, ondersteuning of lotgenotencontact.

Artikel 4. Doel

  • 1.

    Met indicatievrije dagbesteding wordt beoogd dat:

    • a.

      inwoners met een ondersteuningsbehoefte op het gebied van dagbesteding, ter voorkoming van sociaal isolement en/of ter ontlasting van mantelzorgers laagdrempelig terecht kunnen in hun omgeving voor activiteiten, waarbij focus ligt op het ontwikkelen van de zelfredzaamheid en ontplooiing van het individu.

    • b.

      inwoners die door de aard van hun beperking of vraagstuk niet kunnen deelnemen aan een vorm van werk, laagdrempelig terecht kunnen in hun omgeving voor activiteiten die hen voorbereiden op een volgende stap richting (vrijwillige) arbeid.

  • 2.

    Met een algemene voorziening voor niet aangeboren hersenletsel wordt beoogd dat:

    • a.

      inwoners met niet aangeboren hersenletsel, ter voorkoming van sociaal isolement en/of ter ontlasting van mantelzorgers laagdrempelig terecht kunnen in hun omgeving, waarbij focus ligt op ontmoeting en ontplooiing van het individu.

Artikel 5. Subsidieaanvrager

Alleen rechtspersonen kunnen een subsidieaanvraag indienen. De aanvraag moet worden ingediend door een bevoegde vertegenwoordiger van de rechtspersoon.

Artikel 6. De te subsidiëren activiteiten

  • 1.

    De subsidie wordt verleend voor kosten die noodzakelijk zijn voor:

    • a.

      het uitvoeren van activiteiten en de noodzakelijke professionele ondersteuning die de doelstellingen realiseren zoals beschreven in artikel 4;

    • b.

      de door vrijwilligers gemaakte onkosten verbonden aan de inzet voor de activiteiten en/of vrijwilligersvergoeding.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    • a.

      oprichtingskosten van rechtspersonen;

    • b.

      activiteiten welke op grond van deze nadere regeling zijn uitgesloten;

    • c.

      bezoldigingen van topfunctionarissen van gesubsidieerde organisaties die het bezoldigingsmaximum van de Wet normering topinkomens overstijgen.

  • 3.

    Het is voor organisaties niet toegestaan om vermogensoverdrachten aan derden te doen zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van het college. Zonder schriftelijke goedkeuring wordt dit als onredelijke, niet subsidiabele kosten aangemerkt.

Artikel 7. Subsidievereisten indicatievrije dagbesteding

Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor indicatievrije dagbesteding wordt in ieder geval voldaan aan de volgende vereisten:

  • 1.

    de activiteiten sluiten aan bij de kaders zoals gesteld in het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030;

  • 2.

    de activiteiten worden uitgevoerd op een locatie binnen De Moer, Kaatsheuvel of Loon op Zand;

  • 3.

    de activiteiten sluiten aan bij de behoefte, de interesses, de cognitieve en fysieke mogelijkheden en beperkingen van de deelnemers;

  • 4.

    de activiteiten zijn gevarieerd en vraaggericht;

  • 5.

    de activiteiten dragen bij aan het vergroten van de zelfredzaamheid van de inwoner;

  • 6.

    de activiteiten worden op kwalitatief verantwoorde wijze aangeboden;

  • 7.

    er wordt voortdurend beoordeeld of de inwoner voldoet aan de doelgroep zoals gesteld onder artikel 2;

  • 8.

    indien mogelijk wordt in samenwerking met het Sterk Lokaal Team en het voorliggende veld afgeschaald;

  • 9.

    er vindt afstemming en samenwerking plaats met relevante partners in de gemeente. Kennis, inzet van (vrijwillig) personeel en locaties worden met elkaar gedeeld ten behoeve van het aanbod;

  • 10.

    het personeel kan naast professionele krachten bestaan uit vrijwilligers. De professionele krachten worden te allen tijde ingezet bij activiteiten waarbij professionele begeleiding noodzakelijk is;

  • 11.

    per deelnemer wordt in een kennismaking gekeken naar de ondersteuningsvraag en worden doelen en beoogde resultaten opgesteld, en

  • 12.

    met de deelnemer wordt geëvalueerd of dat de activiteiten bijdragen aan de opgestelde doelen en beoogde resultaten. Indien nodig worden de activiteiten aangepast naar aanleiding van de evaluatie.

Artikel 8. Subsidievereisten Algemene voorziening NAH

Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor een algemene voorziening niet aangeboren hersenletsel wordt in ieder geval voldaan aan de volgende vereisten:

  • 1.

    de activiteiten sluiten aan bij de kaders zoals gesteld in het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030;

  • 2.

    de activiteiten worden uitgevoerd op een locatie binnen De Moer, Kaatsheuvel of Loon op Zand;

  • 3.

    de activiteiten sluiten aan bij de behoefte, de interesses, de cognitieve en fysieke mogelijkheden en beperkingen van de deelnemers;

  • 4.

    de activiteiten zijn gevarieerd en vraaggericht;

  • 5.

    de activiteiten dragen bij aan de ontplooiing van de inwoner;

  • 6.

    de activiteiten worden op kwalitatief verantwoorde wijze aangeboden;

  • 7.

    er wordt beoordeeld of de inwoner voldoet aan de doelgroep zoals gesteld onder artikel 3;

  • 8.

    indien mogelijk wordt de deelnemer in samenwerking met het Sterk Lokaal Team en het voorliggende veld begeleidt naar andere vrij toegankelijke activiteiten;

  • 9.

    er vindt afstemming en samenwerking plaats met relevante partners in de gemeente. Kennis, inzet van (vrijwillig) personeel en locaties worden met elkaar gedeeld ten behoeve van het aanbod;

  • 10.

    het personeel kan naast professionele krachten bestaan uit vrijwilligers. De professionele krachten worden te allen tijde ingezet bij activiteiten waarbij professionele begeleiding noodzakelijk is, en

  • 11.

    met de deelnemers wordt geëvalueerd of dat de activiteiten bijdragen aan de behoeften. Indien nodig worden de activiteiten aangepast naar aanleiding van de evaluatie.

Artikel 9. Professionele begeleiding

  • 1.

    Professionele begeleiding wordt geboden door een professional met een minimaal MBO-3 opleiding, richting Zorg en Welzijn, waarbij op de groep minimaal 50% van de professionele begeleiding bestaat uit professionals met minimaal een MBO-4 opleiding, richting Zorg en Welzijn.

  • 2.

    De professionele begeleiding beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag.

  • 3.

    De professionele begeleiding:

    • a.

      is betrokken bij de deelnemers;

    • b.

      creëert een veilige en goede sfeer binnen de voorziening;

    • c.

      creëert een laagdrempelige ontmoetingsplek;

    • d.

      heeft proactief aandacht voor deelnemers;

    • e.

      heeft generieke deskundigheid en signalerend vermogen;

    • f.

      is in het geval van indicatievrije dagbesteding gericht op het behalen van de doelen en resultaten zoals bepaald bij de kennismaking of in het verloop van de deelname aan de activiteiten;

    • g.

      monitort de ontwikkeling van inwoners en stelt activiteiten na evaluatie bij waar nodig;

    • h.

      is gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en/of ontplooiing van de deelnemers

    • i.

      anticipeert op de mogelijk sterk fluctuerende ondersteuningsbehoefte van de deelnemers en schaalt waar nodig op en af naar het Sterk Lokaal Team, en

    • j.

      houdt rekening met de situatie en draagkracht van de mantelzorger.

Artikel 10. Locatie vereisten

  • 1.

    Locaties voor indicatievrije dagbestedingsvoorzieningen en een algemene voorziening voor NAH zijn in ieder geval:

    • a.

      gevestigd in de gemeente Loon op Zand;

    • b.

      veilig, schoon en bieden de passende faciliteiten voor een gevarieerd aanbod;

    • c.

      bij voorkeur laagdrempelig van karakter die uitnodigen om binnen te lopen;

    • d.

      ingespeeld op de individuele behoeften van de deelnemers;

    • e.

      volledig rolstoeltoegankelijk,

    • f.

      passend in het op dat moment geldende accommodatiebeleid.

Artikel 11. Vereisten subsidieaanvraag

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen tussen 1 januari en 1 maart 2026 worden ingediend.

  • 2.

    De aanvraag voor subsidie omvat:

    • a.

      een bewijs van beschikbaarheid van een locatie waar de dagbesteding wordt geleverd die gelegen is in De Moer, Kaatsheuvel of Loon op Zand.

    • b.

      Een volledig ingevuld aanvraagformulier met voldoende informatie betrekking hebbende op de volgende beoordelingsitems:

      • 1)

        Doelgroep en bereik;

      • 2)

        Passende ondersteuning;

      • 3)

        Monitoring en kwaliteit;

      • 4)

        Samenwerking, en

      • 5)

        Financieel

    • c.

      Een uitgewerkte begroting, waarin de kosten en opbrengsten waar de subsidie voor wordt aangevraagd op een transparante wijze wordt weergegeven en voldoende wordt onderbouwd, met inachtneming van artikel 4 en 6.

  • 3.

    Indien u voor de eerste maal een subsidie aanvraagt bij de gemeente Loon op Zand, voegt u aan het aanvraagformulier de volgende bijlagen toe:

    • a.

      een exemplaar van de oprichtingsakte;

    • b.

      een overzicht van de bestuurssamenstelling;

    • c.

      de statuten;

    • d.

      het jaarverslag;

    • e.

      de jaarrekening van het voorgaande jaar, en

    • f.

      een gelakt bankafschrift.

  • 4.

    Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen, tenzij anders aangegeven, te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te kunnen nemen.

  • 5.

    Een aanvraag kan door het college buitenbehandeling worden gesteld indien niet is voldaan aan de vereisten, als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid.

Artikel 12. Subsidie weigering

  • 1.

    In aanvulling op het bepaalde in de ASV weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval, indien:

    • a.

      de organisatie geen aantoonbare expertise heeft op het gebied van aanbieden van passende activiteiten;

    • b.

      uit de aanvraag niet of onvoldoende duidelijk is of de activiteiten die de aanvrager aanbiedt voorzien in een behoefte;

    • c.

      de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet primair een gemeentelijke verantwoordelijkheid is;

    • d.

      de totale kosten per deelnemer per dagdeel 10% hoger ligt dan van het regionale Hart van Brabant tarief voor ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding per deelnemer per dagdeel.

    • e.

      de aanvraag voor het behalen van de resultaten afhankelijk is van voorwaarden terwijl onvoldoende verzekerd is dat aan die voorwaarden op datum aanvraag is voldaan.

    • f.

      de aanvraag op grond van de beoordelingsitems als onvoldoende wordt beoordeeld, bedoeld in artikel 14, derde lid.

    • g.

      uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend onder andere naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid.

    • h.

      uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;

    • i.

      de activiteiten in de aanvraag niet in verhouding staan tot het bereik van de in de aanvraag opgenomen doelgroep;

    • j.

      er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. De aanvraag wordt dan geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde heeft;

    • k.

      er twijfel bestaat over de integriteit van een betrokkene, op basis van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, of

    • l.

      het door het college vastgestelde subsidieplafond bereikt is.

Artikel 13. Subsidieplafond

  • 1.

    Het totale en maximaal te verstrekken bedrag aan subsidies wordt jaarlijks in de gemeentebegroting vastgesteld.

  • 2.

    Subsidies worden alleen toegekend voor zover het door het bestuursorgaan van Loon op Zand daartoe beschikbaar gestelde budget in de gemeentebegroting, toereikend is.

  • 3.

    Vanaf het moment dat in het lopende boekjaar het subsidieplafond, zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel, is bereikt, worden aanvragen voor een subsidie op grond van deze regeling afgewezen.

Artikel 14. Wijze van verdeling en beoordeling

  • 1.

    Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst, mits het aanvraagformulier, bedoeld in bijlage 1, volledig is ingevuld. De datum waarop de aanvraag volledig is geldt als de datum van binnenkomst.

  • 2.

    Bij de beoordeling van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende beoordelingsitems:

    • a.

      Doelgroep en bereik;

    • b.

      Passende ondersteuning;

    • c.

      Monitoring en kwaliteit;

    • d.

      Samenwerking, en

    • e.

      Financieel.

  • 3.

    Aanvragen kunnen enkel worden goedgekeurd indien deze worden beoordeeld met een score boven de 75 punten, waarbij geen van de beoordelingsitems een score kan hebben van 0, bedoeld in bijlage 2 bij deze nadere subsidieregeling.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid kan een aanvraag alsnog worden afgewezen indien het niet voldoet aan de subsidievereisten, bedoeld in artikelen 7 en 8, of weigeringsgronden bevat, bedoeld in artikel 12.

  • 5.

    Om te bevorderen dat de beschikbare voorzieningen gericht zijn op alle doelgroepen, wordt bij de beoordeling rekening gehouden met de nog te bereiken doelgroepen.

  • 6.

    Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 13, kan worden bereikt voor de uiterlijke aanleveringsdatum, bedoeld in artikel 11, eerste lid. Er kan dan geen subsidie meer verstrekt worden.

  • 7.

    De subsidieverlening vindt plaats twee weken na positief collegebesluit.

Artikel 15. Monitoring en evaluatie

  • 1.

    De subsidieontvanger monitort de volgende gegevens en geeft desgevraagd volledig inzicht aan het college:

    • a.

      aantal deelnemers dat gebruik maakt van de voorziening;

    • b.

      percentage van deelnemers dat uitstroomt, naar ontmoetingsplekken, maatwerkdagbesteding, (vrijwilligers)werk of anders nader te specificeren;

    • c.

      percentage deelnemers waarbij het welzijn verbeterd door deelname aan de activiteiten;

    • d.

      percentage deelnemers dat naast de dagbesteding ook gebruik maakt van andere voorzieningen binnen de gemeente Loon op Zand;

    • e.

      de cliëntervaring en cliënttevredenheid, en

    • f.

      eventuele knelpunten en verbetervoorstellen.

  • 2.

    De te monitoren gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn onderdeel van de gesprekken met de gemeente, de tussenbeoordeling en de subsidievaststelling.

  • 3.

    De tussenbeoordeling vindt halfjaarlijks plaats.

  • 4.

    De subsidie wordt ter vaststelling aan het college aangeboden uiterlijk twaalf weken nadat de laatste gesubsidieerde activiteit heeft plaatsgevonden. Op deze aanvraag wordt uiterlijk binnen twaalf weken beschikt. Het college kan deze termijn met acht weken verlengen.

Artikel 16. Hardheidsclausule

Het college kan een of meer bepalingen van deze nadere subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepaling te dienen doelen.

Artikel 17. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze nadere subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en vervalt op 31 december 2026.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand van 18 november 2025.

Kaatsheuvel,

Het college van burgemeester en wethouders,

de gemeentesecretaris,

C.A. de Haas

de burgemeester,

D.S.C. Jansen

Bijlage 1 behorende bij artikel 14, eerste lid

 

Aanvraagformulier indicatievrije dagbesteding of algemene voorziening NAH

 

UW BEDRIJFSGEGEVENS

 

Naam organisatie

 

 

KvK nummer

 

Vestigingsnummer

 

Adresgegevens

 

 

 

 

CONTACTPERSOON

 

Voorletter(s)

 

 

Tussenvoegsel

 

Achternaam

 

Telefoonnummer

 

E-mail adres

 

Functie contactpersoon

 

 

BANKGEGEVENS

 

IBAN/ bankrekeningnummer

 

 

 

Ter name van

 

 

GEGEVENS VOORGENOMEN VOORZIENING

 

Beoogde startdatum

 

 

Beoogde openingstijden

 

Verwachte gemiddelde aantal deelnemers per dagdeel

 

 

 

Totaal aantal unieke deelnemers per week

 

 

 

BEOORDELINGSITEMS

 

DOELGROEP EN BEREIK

 

Geef een omschrijving van de beoogde te bereiken doelgroep

 

 

 

 

Geef aan waarom de voorziening zich specifiek focust op deze doelgroep(en)

 

 

 

 

Geef met concrete acties aan hoe u deze doelgroep beoogd te bereiken.

 

 

 

 

PASSENDE ONDERSTEUNING

 

Welke professionele begeleiding kan de voorziening bieden?

 

 

 

 

Waar liggen de grenzen aan de ondersteuningsmogelijkheden bij de voorziening?

 

 

 

 

Hoe draagt het aanbod bij aan de doelen van de deelnemers?

 

 

 

 

Hoe draagt het aanbod bij aan de zelfredzaamheid van de deelnemers?

 

 

 

 

MONITORING EN KWALITEIT

 

Geef een omschrijving van hoe er binnen de voorziening gemonitord zal worden

 

 

 

 

Geef een omschrijving van hoe evaluaties met deelnemers plaatsvinden

 

 

 

 

Geef een omschrijving van hoe de professionele begeleiding binnen de voorziening is vormgegeven

 

 

 

 

In welke mate zijn vrijwilligers werkzaam in de voorziening?

 

 

 

 

Hoe verhouden werkzaamheden van de vrijwilligers zich tot de werkzaamheden van de professionele begeleiding?

 

 

 

 

SAMENWERKING

 

Beschrijf de ideale samenwerking met partijen binnen de sterke gemeenschap en het Sterk Lokaal Team en geef hierbij aan wat de rol is van de voorziening in deze samenwerking

 

 

 

 

Hoe gaat de voorziening om met op- en afschalen wanneer de deelnemer niet passend (meer) is bij de doelgroep van de voorziening?

 

 

 

 

Hoe draagt de voorziening bij aan een sterke gemeenschap?

 

 

 

 

Hoe sluit de voorziening aan bij het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030

 

 

 

 

FINANCIEEL

 

Verwachte kosten

Splits de kosten per categorie uit.

 

Personele kosten

 

 

 

Huisvestingskosten

 

 

Afschrijvingen

 

 

Overige kosten

 

Verwachte kosten over het aangevraagde subsidiejaar

 

 

 

Verwachte inkomsten

Splits de inkomsten uit in soort inkomsten.

 

Totale inkomsten over het aangevraagde subsidiejaar

 

 

 

 

Hangen er risico’s aan deze inkomsten? Zo ja, welke?

 

 

 

 

Totale kosten

 

Verwachte kosten - totale inkomsten

 

 

 

 

Kosten per dagdeel per deelnemer

 

Totaal aantal dagdelen op jaarbasis

 

 

 

 

Gemiddeld aantal deelnemers per dagdeel

 

 

Kosten per dagdeel (Totale kosten / (totaal aantal dagdelen op jaarbasis x gemiddeld aantal deelnemers per dagdeel)*

 

 

 

 

* Deze kosten mogen niet 10% hoger zijn dan het regionale Hart van Brabant tarief voor ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding per deelnemer per dagdeel, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d van de Nadere subsidieregeling.

 

* Deze kosten mogen niet 10% hoger zijn dan het regionale Hart van Brabant tarief voor ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding per deelnemer per dagdeel, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d van de Nadere subsidieregeling.

 

AANVULLENDE GEGEVENS

 

In navolging op artikel 11, derde lid van de Nadere subsidieregeling levert u de volgende extra bijlagen aan indien u nog niet eerder een subsidie heeft aangevraagd bij de gemeente Loon op Zand:

 

  • 1.

    een exemplaar van de oprichtingsakte;

  • 2.

    een overzicht van de bestuurssamenstelling;

  • 3.

    de statuten;

  • 4.

    het jaarverslag;

  • 5.

    de jaarrekening van het voorgaande jaar, en

  • 6.

    een gelakt bankafschrift.

Bijlage 2 behorende bij artikel 14, derde lid

 

Beoordelingskader

 

De items worden beoordeeld aan de hand van de antwoorden die behoren bij de deelvragen van het aanvraagformulier. Elk antwoord wordt voorzien van een score die leidt tot een totaal score. In totaal zijn er 100 punten te verdelen. Een subsidieaanvraag wordt enkel in overweging genomen bij minimaal 75 punten, waarbij geen van de beoordelingsitems een score bevat van 0, bedoeld in artikel 14, derde lid.

 

Voldoet niet

Voldoet deels

Voldoet

Motivatie van de score

Beoordelingsitems

Doelgroep en Bereik

  • 1.

    Er wordt duidelijk omschreven en gemotiveerd op welke doelgroep(en) wordt gericht.

  • 2.

    Er wordt duidelijk omschreven hoe de doelgroep(en) worden bereikt en welke acties daartoe worden ondernomen.

0

0

2

2

5

5

Passende ondersteuning

  • 1.

    Er wordt duidelijk omschreven welke professionele begeleiding de voorziening kan bieden.

  • 2.

    Er wordt duidelijk omschreven waar de grenzen aan de eigen ondersteuningsmogelijkheden liggen.

  • 3.

    Er wordt duidelijk omschreven hoe het aanbod gaat bijdragen aan de doelen van de deelnemers.

  • 4.

    Het aanbod draagt bij aan de zelfredzaamheid van de inwoners.

0

0

0

0

2

2

2

5

5

5

5

10

Monitoring en kwaliteit

  • 1.

    Er wordt duidelijk omschreven hoe er gemonitord wordt.

  • 2.

    Er wordt duidelijk omschreven hoe er geëvalueerd wordt met deelnemers.

  • 3.

    Er wordt duidelijk omschreven hoe de professionele begeleiding binnen de voorziening eruitziet.

  • 4.

    Er wordt duidelijk omschreven hoe de professionele begeleiding en vrijwilligers zich tot elkaar verhouden op een groep, qua aantallen en werkzaamheden. 

0

0

0

0

2

2

2

2

5

5

5

5

Samenwerking

  • 1.

    Er wordt een duidelijke visie omschreven op de samenwerking met het voorliggende veld en het Sterk Lokaal Team.

  • 2.

    De wijze van op- en afschalen wordt duidelijk omschreven, wanneer een deelnemer niet langer tot de doelgroep behoord.

  • 3.

    Er wordt duidelijk omschreven hoe de voorziening bijdraagt aan een sterke gemeenschap en aansluit op het Beleidskader Sociaal Domein.

0

0

0

5

5

5

10

10

10

Financieel

  • 1.

    De begroting heeft een goede prijs/kwaliteitverhouding.

  • 2.

    Het aangevraagde subsidiebedrag per deelnemer is reëel in relatie tot bereik, de openstelling en de doelgroep.

0

0

3

3

7,5

7,5

 

De punten zijn als volgt verdeeld over de beoordelingsitems:

Beoordelingsitems

Aantal vragen

Max. aantal punten

Percentage van totaal

Doelgroep en Bereik

2

10

10%

Passende ondersteuning

4

25

25%

Monitoring en kwaliteit

4

20

20%

Samenwerking

3

30

30%

Financieel

2

15

15%

 

Toelichting

Aanleiding

Op maandag 22 september 2025 heeft de gemeenteraad van Loon op Zand het Beleidskader Sociaal Domein vastgesteld. Om de samenhang tussen de diverse visies binnen het sociaal domein te waarborgen, is er één integraal beleidskader opgesteld.

 

Binnen het beleidskader wordt gewerkt met een tredenstructuur, die de ondersteuning in vier niveaus verdeelt:

  • 1.

    Algemeen collectief – vrij toegankelijke voorzieningen voor iedereen

  • 2.

    Algemeen selectief – lichte ondersteuning specifiek voor bepaalde doelgroepen

  • 3.

    Indicatievrije zorg – laagdrempelige begeleiding zonder indicatie

  • 4.

    Maatwerkvoorzieningen – individuele specialistische hulp op basis van een indicatie

De beweging gaat van maatwerk (trede 4) naar lichtere vormen van ondersteuning en begeleiding (treden 1 tot en met 3). Trede 3 fungeert als een brugfunctie. Inwoners maken namelijk niet zomaar de overstap van maatwerk naar volledig zelfstandige deelname in de gemeenschap. Een breed aanbod in de tussenliggende treden is daarom essentieel.

 

Indicatievrije dagbesteding en een algemene voorziening NAH

Binnen het Sociaal Domein willen we inwoners in hun kracht zetten door het versterken van het eigen netwerk. Wanneer inwoners niet op eigen kracht kunnen deelnemen in de gemeenschap kunnen zij in eerste instantie gebruik maken van de vrij toegankelijke voorzieningen in het voorliggende veld. We zorgen ervoor dat er voorliggend, zonder indicatie, zoveel mogelijk beschikbaar is voor onze inwoners

om de druk van de zorg af te halen. Op deze manier blijft specialistische zorg beschikbaar voor onze meest kwetsbare inwoners.

 

In 2026 wil de gemeente Loon op Zand ontwikkelingsgerichte dagbesteding omvormen naar een voorliggende, indicatievrije dagbesteding en een algemene voorziening voor niet aangeboren hersenletsel. Hiermee gaan we terug naar de bedoeling en de eenvoud, met als uitgangspunt “geen stempel, geen drempel”. Voor onze kwetsbare inwoners, waarvoor geen passend aanbod beschikbaar is binnen deze voorliggende voorzieningen, blijft een indicatie voor ontwikkelingsgerichte dagbesteding beschikbaar door middel van een Persoonlijk Passend Pakket.

 

Pilot indicatievrije dagbesteding

Indicatievrije dagbesteding is binnen de gemeente Loon op Zand bedoeld voor inwoners die langdurig bijstandsgerechtigd zijn moeilijk bemiddelbaar naar werk, inwoners die nu in het bezit zijn van een Wmo indicatie voor ontwikkelingsgerichte en arbeidsmatige dagbesteding, en inwoners tussen de 18 en 67 jaar die momenteel niet in beeld zijn bij de gemeente én die het door een beperking, chronisch psychische en psychosociale problemen niet lukt om zonder hulp of met hulp van anderen in de directe omgeving deel te nemen aan dagdagelijkse activiteiten. Binnen de indicatievrije dagbesteding wordt er gewerkt aan ontwikkelvraagstukken, aan de hand van doelen en resultaten. Inwoners kunnen rechtstreeks contact opnemen met aanbieders van indicatievrije dagbesteding. Zij hoeven voor deelname geen indicatie te hebben vanuit de Wmo. Inwoners houden zelf de regie om dagbesteding te vinden die passend is bij de eigen interesses en kwaliteiten. Met deze nadere subsidieregeling wordt beoogd een divers landschap neer te zetten, passend bij de behoeften van onze doelgroep.

 

Indicatievrije dagbesteding is gepositioneerd op trede 3. Deelnemers van indicatievrije dagbesteding werken aan bepaalde doelen en resultaten. Hierbij zetten we in op het versterken van de zelfredzaamheid van onze inwoners. Waar mogelijk zullen we doorstroom naar onze sterke gemeenschap faciliteren. Binnen de indicatievrije dagbesteding is professionele begeleiding aanwezig die de ontwikkeling van deelnemers begeleidt en stimuleert. Dit wordt gedaan door het bieden van passend aanbod van activiteiten aansluitend bij de hulpvraag van de deelnemende inwoners. Wanneer de inwoner zijn/haar doelen heeft bereikt wordt er afgeschaald naar trede 1 en 2 binnen het voorliggend veld, eventueel onder begeleiding van het Sterk Lokaal Team.

 

Ook wanneer de zorgaanbieder constateert dat de ondersteuningsvraag van de inwoner niet passend is bij het aanbod wat zij aanbieden of wanneer er een dusdanige zorgbehoefte is, kan het Sterk Lokaal Team ingezet worden. Het Sterk Lokaal Team zal samen met de inwoner verder kijken naar wat dan wel passend aanbod is aansluitend bij de behoeften van de inwoner. Voor de meest kwetsbare inwoners kan er nog steeds opgeschaald worden naar maatwerkvoorzieningen op trede 4.

 

Pilot Algemene voorziening Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH)

Binnen de huidige doelgroep ontwikkelingsgerichte dagbesteding heeft één derde niet aangeboren hersenletsel. Het overgrote gedeelte van deze groep gaat naar een voorziening buiten de gemeente specifiek voor niet aangeboren hersenletsel. Deze voorzieningen sluiten beter aan bij de behoeften van deze inwoners omdat de voorzieningen prikkelarm zijn ingericht, er ruimte is voor ontmoeten en lotgenotencontact, en er oog is voor talentontwikkelingen.

 

Na contact met ervaringsdeskundigen, voorzieningen speciaal ingericht voor niet aangeboren hersenletsel en een huisartsenpraktijk is ervoor gekozen om een aparte pilot te starten voor een algemene voorziening NAH. Hiermee creëren we ruimte voor onze inwoners met niet aangeboren hersenletsel om lokaal mee te kunnen doen in onze sterke gemeenschap. Niet alleen inwoners met niet aangeboren hersenletsel kunnen hier terecht, maar ook mantelzorgers van deze inwoners. Zij kunnen advies inwinnen en kunnen terecht bij lotgenoten.

 

De pilot is gepositioneerd op trede 2 en wordt gekenmerkt als een algemene voorziening. We stimuleren ontwikkeling bij deze inwoners en ondersteunen hen bij het versterken van de zelfredzaamheid. Waar mogelijk begeleiden we de inwoner naar andere activiteiten op trede 1 en 2. Echter, niet aangeboren hersenletsel is een blijvende schade aan de hersenen. We positioneren de algemene voorziening op trede 2 omdat we het belangrijk vinden dat inwoners die hiermee te maken hebben terug kunnen blijven vallen op deze voorziening voor lotgenotencontact.

 

Maatwerkvoorzieningen door middel van een Persoonlijk Passend Pakket

Het kan voorkomen dat er geen passend aanbod is voor de inwoner in ons voorliggende veld, bij de algemene voorziening NAH en vanuit indicatievrije dagbesteding omdat er een dusdanige zorgbehoefte is. Voor deze inwoners maken wij per 1 januari 2026 Ontwikkelingsgerichte Arbeidsmatige Dagbesteding mogelijk vanuit een Persoonlijk Passend Pakket. Met een Persoonlijk Passend Pakket kunnen we door middel van een maatwerkvoorziening, op trede 4, op zoek naar de juiste ondersteuning. Hierbij ligt de nadruk op de persoonlijke behoeften en wensen van de inwoner. We sluiten per maatwerkvoorziening een overeenkomst met de zorgaanbieder. Hierbij gaan we uit van de regionale tarieven voor Ontwikkelingsgerichte Arbeidsmatige Dagbesteding.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1

In dit artikel worden de begrippen uitgelegd die niet eerder uitgelegd zijn in de Wmo, de ASV en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Loon op Zand.

 

Artikel 2

Indicatievrije dagbesteding is voor inwoners tussen de 18 en 67 jaar waarbij het door een beperking, chronisch psychische en psychosociale problemen niet lukt om zonder hulp of met hulp van anderen in de directe omgeving deel te nemen aan dagdagelijkse activiteiten.

 

Artikel 3

De algemene voorziening voor niet aangeboren hersenletsel is bedoeld voor inwoners die niet aangeboren hersenletsel hebben en voor inwoners die mantelzorg dragen voor bekenden met niet aangeboren hersenletsel. Hierbij ligt de focus van de algemene voorziening op het bieden van ontmoeting, ontwikkeling en lotgenotencontact.

 

Artikel 4

Indicatievrije dagbesteding heeft als doel dat inwoners zonder obstakels terecht kunnen bij activiteiten die bijdragen aan de zelfredzaamheid en de ontwikkeling van hunzelf. Hiermee stimuleren we dat deze inwoners kunnen meedoen in onze gemeenschap en nemen we zorgen bij mantelzorgers weg. Daarnaast kan indicatievrije dagbesteding worden ingezet voor het ontwikkelen van bepaalde werknemersvaardigheden, waardoor deze inwoners op termijn mogelijk weer aan het werk kunnen of kunnen deelnemen aan vrijwilligerswerk.

 

Een algemene voorziening voor inwoners met niet aangeboren hersenletsel heeft als doel dat inwoners zonder obstakels gebruik kunnen maken van een ontmoetingsplek voor lotgenotencontact. Daarnaast staat de ontwikkeling van talenten binnen deze voorziening centraal.

 

Artikel 5

Een rechtspersoon is een juridische benaming voor een organisatie die rechts- en handelingsbevoegdheid heeft. Een rechtspersoon kan bijvoorbeeld een bedrijf, vereniging of stichting zijn.

 

Artikel 6

In het eerste lid wordt gesteld dat de subsidie enkel besteed kan worden aan kosten die voortkomen uit activiteiten en professionele ondersteuning die nodig is om de doelen in artikel 4 te behalen.

 

Uit het tweede lid komt naar voren dat de kosten niet mogen voortkomen vanuit oprichtingskosten, activiteiten die niet behoren tot deze nadere subsidieregeling en het bekostigen van topfunctionarissen die het maximumbedrag overstijgen zoals opgenomen in artikel 2.3, tweede tot en met vierde lid, van de Wet normering topinkomens.

 

In het derde lid is aangegeven dat vermogensoverdrachten naar bijvoorbeeld dochterondernemingen niet gedaan mogen worden zonder instemming van het college.

 

Artikelen 7 en 8

Artikel 7 is van toepassing op subsidies die worden aangevraagd voor indicatievrije dagbesteding en artikel 8 is van toepassing op de subsidie die wordt aangevraagd voor een algemene voorziening NAH.

 

In de beide artikelen wordt aangegeven dat de activiteiten aan moeten sluiten op het Beleidskader Sociaal Domein. Daarnaast is het een vereiste dat de activiteiten lokaal, in onze gemeenschap, dichtbij onze inwoners plaatsvinden. Over de aard van de activiteiten wordt gesteld dat deze moeten aansluiten bij de behoeften, de interesses, de mogelijkheden en de beperkingen van de deelnemers, waarbij er een gevarieerd en vraaggericht aanbod aan activiteiten moet ontstaan die bijdragen aan de zelfredzaamheid en/of ontplooiing van de deelnemers. De activiteiten worden met de deelnemers geëvalueerd om na te gaan of dat de activiteiten aansluiten bij de ondersteuningsvraag van de deelnemers. Waar nodig worden er andere activiteiten opgezet door de betreffende voorziening.

 

Passende inzet is bij beide voorzieningen het uitgangspunt. Wat hiermee wordt bedoeld is dat inwoners passen binnen de doelgroepen van de voorzieningen (artikelen 2 en 3 van deze nadere subsidieregeling) en dat zij worden begeleid naar een volgende stap binnen het voorliggende veld wanneer dit mogelijk voor hen is. De samenwerking wordt hierin opgezocht met het Sterk Lokaal Team en het voorliggende veld. Ook zoeken de voorzieningen samenwerkingen op met andere relevante partners zodat zij van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen ondersteunen. Hierbij kan gedacht worden aan de andere partijen die zich inschrijven op deze subsidies.

 

De voorzieningen kunnen zowel vakspecialisten in dienst hebben als vrijwillige ondersteuning. Het is van belang dat de vakspecialisten met expertise worden ingezet op de momenten dat professionele ondersteuning noodzakelijk is. Denk hierbij aan coaching en begeleiding op de ondersteuningsvraag van de deelnemer.

 

Artikel 9

In het eerste lid wordt aangegeven dat minimaal 50% van de professionele begeleiding op een groep bestaat uit een MBO 4 of hoger geschoolde beroepskracht. De beroepskracht dient een opleiding gevolgd te hebben in de richting van Zorg en Welzijn. Maximaal 50% van de professionele begeleiding kan bestaan uit beroepskrachten met een MBO 3 niveau. Ook deze beroepskrachten zijn opgeleid in de richting van Zorg en Welzijn.

 

In het tweede lid wordt aangegeven dat elke professionele kracht in het bezit is van een verklaring omtrent gedrag.

 

In het derde lid wordt gespecificeerd waar professionele begeleiding oog voor moet hebben. Dit is een niet uitputtende lijst, maar zijn de minimaal vereisten.

 

Artikel 10

In artikel 10 wordt ingegaan op de locatie vereisten. De voorziening dient gevestigd te zijn in De Moer, Kaatsheuvel of Loon op Zand. Het dient een locatie te zijn die veilig en schoon is en waarbij faciliteiten de mogelijkheden bieden voor een gevarieerd aanbod aan activiteiten. Met een laagdrempelige locatie wordt bedoeld dat iedereen zich er welkom voelt en er eenvoudig gebruik van kan maken, ongeacht achtergrond of omstandigheden. De focus ligt op het wegnemen van barrières, zodat meer inwoners kunnen deelnemen of ondersteuning kunnen krijgen. Inwoners in een rolstoel dienen ook de locatie kunnen te betreden. Ook wordt er geacht dat er rekening gehouden wordt met de behoeften van de individuele behoeften van de deelnemers. Bijvoorbeeld ruimten waar de deelnemers zich terug kunnen trekken op het moment dat zij teveel prikkels ervaren. Daarnaast is de accommodatie van de voorziening passend binnen het op dat moment geldende accommodatiebeleid.

 

Artikel 11

In artikel 11 zijn de vereisten voor een subsidieaanvraag opgenomen. De subsidies dienen ingediend te worden tussen 1 januari en 1 maart 2026.

 

De vereisten in het tweede lid zijn altijd van toepassing bij het indienen van een subsidieaanvraag. De vereisten in het derde lid zijn enkel van toepassing als de rechtspersoon nog niet eerder een aanvraag voor een subsidie heeft ingediend bij de gemeente. Deze informatie is nodig om met zekerheid te kunnen vaststellen dat de rechtspersoon bestaat en voldoet aan de vereisten van de subsidieaanvraag. Op het gelakte bankafschrift moet zichtbaar zijn de tenaamstelling en het banknummer, de overige informatie mag weggelaten worden. Dit is nodig om te controleren dat het opgegeven banknummer juist is.

 

Volgens het vierde lid van dit artikel kunnen er verduidelijkende vragen gesteld worden door het college. Op deze manier krijgt het college meer zicht op het beoogde van de subsidieaanvrager. Zij nemen de beantwoording mee in de toetsing van de aanvraag, mits deze binnen de gestelde termijn is beantwoord. De termijn is 5 werkdagen, maar hiervan kan worden afgeweken indien dit door het college is aangegeven.

 

Als de subsidie niet voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in het eerste tot en met vierde lid, kan de subsidie niet getoetst worden en hoeft deze dus niet meegenomen te worden in het verdere proces.

 

Artikel 12

In artikel 12 is een opsomming gegeven van redenen waarop het college de subsidieaanvraag kan weigeren, naast de weigeringsgronden die zijn opgenomen in de ASV. Kortom, als één van de aangehaalde zaken in artikel 12 van deze nadere subsidieregeling of weigeringsgronden vanuit de ASV van toepassing is, zal de subsidieaanvraag geweigerd worden.

 

Artikel 13

Het totale subsidiebedrag wordt jaarlijks vastgesteld in de gemeentebegroting van Loon op Zand. Subsidies worden alleen verstrekt zolang het daarvoor beschikbare budget niet is uitgeput. Zodra het subsidieplafond in een boekjaar is bereikt, worden nieuwe aanvragen afgewezen. Dit zorgt ervoor dat er geen meer subsidies worden toegekend dan het beschikbare budget toelaat.

 

Artikel 14

De aanvragen voor subsidies worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Het aanvraagformulier, zoals vastgesteld in bijlage 1, dient volledig ingevuld te zijn. Wanneer het aanvraagformulier niet volledig is ingevuld kan de aanvraag niet getoetst worden. De datum dat het volledige aanvraagformulier ontvangen is, is de datum van binnenkomst.

 

De subsidies worden beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, welke als bijlage is toegevoegd bij deze nadere subsidieregeling. Een subsidie wordt enkel verstrekt aan een voorziening met een score boven de 75 punten, waarbij er geen 0 score mag zijn op één van de beoordelingsitems. Ook wanneer een voorziening voldoet aan een voldoende score kan het college de aanvraag afwijzen. Om een zo goed mogelijk dekkend landschap te krijgen, wordt er gekeken dat de subsidieverstrekking wordt verdeeld over partijen die gezamenlijk een zo’n groot mogelijk gedeelte van onze doelgroep kunnen bereiken.

 

Het subsidieplafond kan bereikt zijn voor de uiterlijke aanleveringsdatum van de subsidies. Dit wil zeggen dat er geen geld meer beschikbaar is voor nieuwe aanvragen. De subsidieaanvraagprocedure sluit dan voortijdig.

 

Artikel 15

Artikel 15 ziet op de wijze van monitoring en evaluatie. Op het moment dat de subsidieaanvrager een subsidie ontvangt, wordt er gesproken over een subsidieontvanger. Ter verantwoording van de ontvangen subsidie worden de volgende zaken gemonitord: 1) het aantal deelnemers dat over het gehele jaar gebruik maakt van de subsidie, 2) het percentage van deelnemers wat uitstroomt naar ontmoetingsplekken, maatwerkdagbesteding, (vrijwilligers)werk of andere nader te specificeren plekken, 3) het percentage van deelnemers waarbij het welzijn verbeterd door deelname aan de activiteiten, 4) het percentage van deelnemers die naast deze voorziening ook gebruik maken van andere voorzieningen binnen de gemeente, 5) de cliëntervaring en -tevredenheid, en 6) de eventuele knelpunten en verbetervoorstellen. Waarbij bij het tweede punt aangegeven wordt hoeveel uitstroom er is in aantallen en hoe dit zich procentueel verhoudt tot de genoemde categorieën. Alle vijf de punten worden meegenomen in de monitoringsgesprekken tussen de gemeente en de voorziening. Elk half jaar vindt er een tussenbeoordeling plaats. De eindverantwoording ontvangt de gemeente drie maanden na afloop van de subsidieperiode.

 

Artikel 16

In dit artikel wordt aangegeven dat het college een uitzondering mag maken op eisen die benoemd zijn binnen deze nadere subsidieregeling, wanneer de gevolgen voor de subsidieaanvrager niet in verhouding zijn als dit toegepast zou worden. De strakke handhaving van de regels zouden op dat moment het doel van de nadere subsidieregeling voorbijgaan.

 

Artikel 17

Dit artikel bepaalt dat de ingangsdatum van deze nadere subsidieregeling 1 januari 2026 is en dat de nadere subsidieregeling loopt tot 31 december 2026, zonder tijdige verlenging.

Naar boven