Wijziging Verordening fysieke leefomgeving Harderwijk – 2025-01

Inzake:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 7 Parkeren

Hoofdstuk 13 Haven

 

Leeswijzer: in de nieuwe tekst zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.

 

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN – PARKEREN (hoofdstuk 7)

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(…)

PARKEREN (HOOFDSTUK 7)

  • a.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb 459;

  • b.

    Motorvoertuig: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen, als bedoeld in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;

  • c.

    Parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen, als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

  • d.

    Houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

  • e.

    Algemene vergunning: de door burgemeester en wethouders verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op alle daartoe aangewezen vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen en de kelder van het stadhuis;

  • f.

    Bewoner: de belanghebbende die blijkens de BRP in de binnenstad woont;

  • g.

    Gehandicaptenparkeerkaart: zoals bedoeld in artikel 85 van het RVV 1990;

  • h.

    Gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;

  • i.

    Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van centrale parkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • j.

    Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur;

  • k.

    Parkeerplaats: het als zodanig aangegeven gedeelte van een weg of terrein dat bestemd is om te parkeren;

  • l.

    Parkeerkelder stadhuis: de onder het stadhuis aanwezige parkeerkelder die als zodanig op de kaart is aangegeven op de kaart behorende bij het besluit, bedoeld in artikel 7.1 van deze verordening;

  • m.

    Vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of vergunningplaatsen en/of in de parkeerkelder stadhuis;

  • n.

    Vergunningbewijs: het schriftelijk bewijsstuk van de vergunning, verstrekt door burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder;

  • o.

    Vergunningplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 of gelegen is binnen een zone, aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

  • p.

    Vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;

  • q.

    Werker: de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar vergunningplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;

  • r.

    Zware werker: werker die valt onder ten minste één van de volgende categorieën:

    • -

      zij die levensreddende of spoedeisende medische hulp verrichten of moeten verrichten in de binnenstad;

    • -

      zij die geregeld zware materialen moeten vervoeren of omvangrijk gereedschap bij zich hebben;

    • -

      zij die een winkel in de binnenstad gevestigd hebben in de uitvoering waarvan bezorging essentieel is, zijnde uitsluitend bloemenzaken, bakkers en groentezaken.

    • -

      (...)

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(…)

PARKEREN (HOOFDSTUK 7)

  • a.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb 459;

  • b.

    Motorvoertuig: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen, als bedoeld in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;

  • c.

    Parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen, als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

  • d.

    Houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

  • e.

    Algemene vergunning: de door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op alle daartoe aangewezen vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen en de kelder van het stadhuis;

  • f.

    Bewoner: de belanghebbende die volgens de Basisregistratie Personen in het vergunningengebied woont;

  • g.

    Gehandicaptenparkeerkaart: zoals bedoeld in artikel 85 van het RVV 1990;

  • h.

    Gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;

  • i.

    Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van centrale parkeermeters, centraal register en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • j.

    Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur;

  • k.

    Parkeerplaats: het als zodanig aangegeven gedeelte van een weg of terrein dat bestemd is om te parkeren, dan wel parkeergarages zoals Stadhuis, Bleek, Houtwal, Vuldersbrink en Hortus;

  • l.

    Centraal register: register van het ServiceHuis Parkeer- en Verblijfsrechten bestemd voor de registratie van parkeerrechten in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van gereguleerd parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel;

  • m.

    Vergunning: door het college van burgemeester en wethouders verleende parkeervergunning, waarmee het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaats vergunningplaats en/of in een parkeergarage;

  • n.

    Vergunningbewijs: het schriftelijk en/of digitaal bewijs van de vergunning, verstrekt door het college van burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder;

  • o.

    Vergunningplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 of gelegen is binnen een zone, aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 voor zover deze plaats niet is uitgezonderd dan wel parkeergarages zoals Stadhuis, Bleek, Houtwal, Vuldersbrink en Hortus;

  • p.

    Vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;

  • q.

    Werker: de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of bedrijf uitoefent in het vergunningengebied;

  • r.

    POET: adres met parkeren op eigen terrein: adres met een parkeerplaats op eigen terrein al dan niet in een garage of garagebox die volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst toebehoort aan een specifiek adres;

  • s.

    GROP: adres met geen recht op een parkeervergunning:

    • I.

      adres die onderdeel uitmaakt van een bouwplan waarbij volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein is gerealiseerd;

    • II.

      adres waarbij volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst vrijstelling is verleend voor het aanleggen van parkeerplaatsen;

  • t.

    Deelauto: motorvoertuig met herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;

  • u.

    Deelautoplaats: parkeerplaats aangewezen voor het parkeren van een deelauto.

  • v.

    Zware werker: werker die valt onder ten minste één van de volgende categorieën:

    • -

      zij die levensreddende of spoedeisende medische hulp verrichten of moeten verrichten in de binnenstad;

    • -

      zij die geregeld zware materialen moeten vervoeren of omvangrijk gereedschap bij zich hebben;

    • -

      zij die een winkel in de binnenstad gevestigd hebben in de uitvoering waarvan bezorging essentieel is, zijnde uitsluitend bloemenzaken, bakkers en groentezaken.

 

Toelichting:

  • -

    Sub l. komt te vervallen en wordt samengevoegd met de definitie van sub k. over parkeerplaats.

  • -

    Er wordt een nieuwe sub l. ingevoegd met een definitie over het Centraal Register. In verband met de invoering van digitale parkeervergunningen, is toevoeging van deze definitie noodzakelijk.

  • -

    Sub m.is aangepast in verband met het algemene begrip parkeergarages.

  • -

    Sub n. is aangepast in verband met de invoering van digitale parkeervergunningen.

  • -

    Sub r. hier is de definitie POET, ‘parkeren op eigen terrein’ toegevoegd. Hieronder wordt verstaan een adres met een parkeerplaats op eigen terrein. Deze regeling was in de oorspronkelijke verordening ook al van toepassing en als zodanig opgenomen onder artikel 7. lid 2, maar de verkorte naam POET was nog niet in gebruik. Deze is nu opgenomen in artikel 7.2, lid 7.

  • -

    Sub s. hier is de definitie GROP, ‘geen recht op parkeervergunning’ toegevoegd. Hieronder wordt verstaan een adres waarbij de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein is gerealiseerd of indien er volgens (bestuurlijke) besluitvorming vrijstelling is verleend voor de aanleg van parkeerplaatsen.

  • -

    Sub t. hier is de definitie van deelauto toegevoegd.

  • -

    Sub u. hier is de definitie deelautoplaats toegevoegd.

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN

 

(Artikel 1.10 Handhaving door toezichthouders en/of opsporingsambtenaren)

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.10 Handhaving door toezichthouders en/of opsporingsambtenaren

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen.

Artikel 1.10 Handhaving door toezichthouders en/of opsporingsambtenaren

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze Verordening en de Algemene Verordening Harderwijk zijn belast:

    • a.

      personen werkzaam bij team Stadstoezicht;

    • b.

      buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de Omgevingsdienst Veluwe of een rechtsopvolger van de omgevingsdienst; en

    • c.

      personen die bij besluit van het college van burgemeester en wethouders zijn aangewezen;

  • tenzij anders bepaald in de hoofdstukken van deze Verordening of in de Algemene Verordening Harderwijk

  • 2

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.

 

Toelichting:

Met de aanscherping van dit artikel wordt duidelijker omschreven wie bevoegd en belast zijn met het toezicht en de handhaving op de bepalingen de Verordening Fysieke Leefomgeving en daarop gebaseerde Toezicht- en strafbepalingen in de Algemene Verordening Harderwijk.

 

HOOFDSTUK 7: PARKEREN

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7.2 Vergunningverlening

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel regels geven voor het aanvragen en verlenen van een vergunning.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek vergunning verlenen voor het parkeren op daartoe aangewezen vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen of in de kelder van het stadhuis.

  • 3.

    De vergunning, bedoeld in lid 1, geeft geen recht op een parkeerplaats.

Artikel 7.2 Vergunningverlening

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders kan met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel regels geven voor het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van parkeervergunningen en het maximaal aantal uit te geven vergunningen per categorie en/of per locatie.

  • 3.

    De volgende categorieën parkeervergunningen kunnen worden verleend:

    • a.

      Bewonersvergunning;

    • b.

      Werkersvergunning;

    • c.

      Deelautoparkeervergunning.

  • 4

    Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op daartoe aangewezen vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen of voor parkeergarages.

  • 5.

    De vergunning, bedoeld in lid 1, geeft geen recht op een parkeerplaats.

  • 6

    Adressen die op de GROP-lijst staan, komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning.

  • 7.

    Op adressen die beschikken over POET wordt het aantal eigen parkeerplaatsen in mindering gebracht op het maximaal aantal uit te geven vergunningen voor dat adres.

 

Toelichting:

  • -

    Wijziging artikel 7.2 lid 2: Het woord aanvraag sluit aan bij het begrip 1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • -

    Een nieuw lid 2 geeft aan dat burgemeester en wethouders nadere regels kunnen vaststellen over dit onderwerp.

  • -

    Een nieuw lid 3 geeft duidelijker aan wie een vergunning kan aanvragen. Daardoor worden de volgende leden vernummerd.

  • -

    Er wordt een nieuw lid 6 toegevoegd om de nieuwe regels rondom GROP, ‘geen recht op parkeervergunning’ te implementeren. Hieronder wordt verstaan een adres waarbij de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein is gerealiseerd of indien er volgens (bestuurlijke) besluitvorming vrijstelling is verleend voor de aanleg van parkeerplaatsen. Hiermee wordt ingespeeld op de behoefte om bij nieuwbouwontwikkelingen in te zetten op alternatieve vervoerswijzen. Een voorbeeld hiervan is de woningbouwontwikkeling in het Waterfront (fase 3). Naar aanleiding van een door de raad aangenomen amendement over de woningbouwprogrammering heeft het college ingestemd om voor de kleinere woningen af te wijken van de parkeereis voor het bewonersdeel. Voor deze doelgroep is voorzien in deelauto’s waarvan toekomstige bewoners gebruik kunnen maken.

  • -

    Het nieuwe lid 7 is toegevoegd. Deze regeling was in de oorspronkelijke verordening ook al van toepassing en als zodanig opgenomen onder artikel 7.3 lid 2, maar de verkorte naam POET was nog niet in gebruik. Deze is nu opgenomen in het nieuwe lid 7.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7.3 Bewonersvergunning

  • 1.

    Een bewoner zijnde eigenaar of houder van een motorvoertuig en geen bewoner zijnde van een wooncomplex die parkeergelegenheid heeft op eigen erf, bijvoorbeeld Pius en Muntplein, kan in aanmerking komen voor een vergunningplaats en/of een plaats in de kelder van het stadhuis.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid, met uitzondering van bewoners van een wooncomplex met parkeergelegenheid op eigen erf bijvoorbeeld Pius en Muntplein, in het belang van de parkeerregulering een bewoner vergunning verlenen voor een parkeerapparatuurplaats.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen het maximaal aantal uit te geven vergunningen voor de vergunningplaatsen, parkeerkelder stadhuis en parkeerapparatuurplaatsen vaststellen. Een bewoner wordt op verzoek op een wachtlijst geplaatst wanneer het vastgestelde aantal vergunningen is uitgegeven. Een vergunning wordt steeds verleend aan de als eerste op een wachtlijst geplaatste bewoner.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het eerste en/of tweede lid genoemde voorwaarden.

Artikel 7.3 Bewonersvergunning

  • 1.

    Een bewoner die eigenaar of houder is van een motorvoertuig kan in aanmerking komen voor een vergunningplaats.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders kan het maximaal aantal uit te geven vergunningen voor de vergunningplaatsen, parkeergarages en parkeerapparatuurplaatsen vaststellen.

  • 3.

    Een bewoner wordt op verzoek op een wachtlijst geplaatst wanneer het vastgestelde aantal vergunningen is uitgegeven.

  • 4.

    Een vergunning wordt steeds verleend aan de als eerste op een wachtlijst geplaatste bewoner.

  • 5.

    Een aanvrager die nog geen vergunning in de sector heeft en niet op de POET-lijst staat, heeft voorrang op een aanvrager die al wel een vergunning in de sector heeft of op de POET-lijst staat.

  • 6.

    Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de voorwaarden zoals genoemd in artikel 7.2 dan wel het eerste lid van dit artikel.

 

Toelichting:

  • -

    De tekst is aangepast aan de huidige stand van zaken zoals een algemene aanduiding voor alle parkeergarages.

  • -

    Het tweede lid is verwijderd en opgenomen in het algemene deel van artikel 7.2. Daarmee wordt lid 3 vernummerd naar lid 2.

  • -

    Verder wordt de tweede zin van het oude lid 3 vernummerd naar een eigen nieuw lid 3.

  • -

    De verwijzingen in het vierde lid worden hierop aangepast.

  • -

    Lid 5 is toegevoegd met als reden om (nieuwe) bewoners in een vergunninggebied die niet over eigen parkeergelegenheid beschikken, voorrang te geven op bewoners die over eigen parkeergelegenheid beschikken of op de wachtlijst staan voor een tweede vergunning.

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7.4 Werkersvergunning

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek van de directie van een bedrijf een vergunning verlenen aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar vergunningplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang is van diens beroeps- of bedrijfsvoering noodzakelijk is in dit gebied een motorvoertuig te parkeren.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 1 aan een zware werker vergunning verlenen op een daartoe aangewezen vergunningplaats en/of parkeerapparatuurplaats en/of parkeerkelder stadhuis dan wel een algemene vergunning.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan de in lid 1 of 2 genoemde voorwaarden.

Artikel 7.4 Werkersvergunning

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag van of namens de directie van een bedrijf een vergunning verlenen aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar vergunningplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang is van diens beroeps- of bedrijfsvoering noodzakelijk is in dit gebied een motorvoertuig te parkeren.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders kan in afwijking van het bepaalde in lid 1 aan een zware werker vergunning verlenen op een daartoe aangewezen vergunningplaats en/of parkeerapparatuurplaats en/of parkeergarages.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de voorwaarden zoals genoemd in artikel 7.2 dan wel het eerste lid van dit artikel.

 

Toelichting:

Ook in dit artikel zijn de teksten gemoderniseerd en opgefrist.

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7.5 Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan de vergunning, bedoeld in de artikelen 7.3 en 7.4, kunnen door burgemeester en wethouders zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning de volgende voorschriften verbinden:

    • a.

      aanwijzingen van politieambtenaren en andere door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren dient onmiddellijk gevolg te worden gegeven;

    • b.

      op een daartoe strekkend verzoek van de hiervoor genoemde ambtenaren dient het vergunningbewijs onmiddellijk aan hen overhandigd te worden;

    • c.

      het is de vergunninghouder niet toegestaan om zijn vergunningbewijs, al dan niet tegen betaling, aan derden beschikbaar te stellen, met uitzondering van werkgevers die deze vergunningen aan de werknemers beschikbaar stellen;

    • d.

      de vergunninghouder is verplicht om wijzigingen in één of meer van de omstandigheden die relevant waren voor het verstrekken van de vergunning terstond te melden aan burgemeester en wethouders;

    • e.

      bij het parkeren in het vergunningengebied moet een doorrijbreedte worden vrijgelaten die zodanig is dat een voertuig met een breedte van 2.60 meter te allen tijde ongehinderd kan passeren;

    • f.

      indien de vergunning geldig is voor de kelder van het stadhuis mag daarvan geen gebruikgemaakt worden door auto's voorzien van een L.P.G.-installatie.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

Artikel 7.5 Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan de vergunning, bedoeld in de artikelen 7.3 en 7.4, kan door het college van burgemeester en wethouders zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning de volgende voorschriften verbinden:

    • a.

      aanwijzingen van politieambtenaren en andere door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren of toezichthouders dient onmiddellijk gevolg te worden gegeven;

    • b.

      de vergunninghouder is verplicht om wijzigingen in één of meer van de omstandigheden die relevant waren voor het verstrekken van de vergunning terstond te melden aan het college van burgemeester en wethouders;

    • c.

      bij het parkeren in het vergunningengebied moet een doorrijbreedte worden vrijgelaten die zodanig is dat een voertuig met een breedte van 2.60 meter te allen tijde ongehinderd kan passeren;

    • d.

      indien de vergunning geldig is voor de kelder van het stadhuis mag daarvan geen gebruikgemaakt worden door auto's voorzien van een L.P.G.-installatie.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

 

Toelichting:

Artikel 7.5 lid 2, sub b en c worden verwijderd omdat deze niet meer van toepassing zijn op de wijze waarop parkeervergunningen worden uitgegeven. Vergunninguitgifte is uitsluitend digitaal en op kenteken. De overige onderdelen sub d. t/m f. worden vernummerd naar sub b. t/m d.

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7.6 Vergunningtermijn en vergunningvorm

  • 1.

    Een vergunning wordt verleend voor een kalenderjaar of het deel daarvan. Binnen dat tijdvak kan de geldigheidsduur worden beperkt tot bepaalde dagen en/of tot bepaalde tijden en/of tot bepaalde parkeerplaatsen.

  • 2.

    het vergunningsbewijs vermeldt ten minste:

    • a.

      naam van het bedrijf;

    • b.

      het kenteken van het motorvoertuig;

    • c.

      het gebied waarvoor de vergunning geldt;

    • d.

      de periode waarvoor de vergunning geldt.

Artikel 7.6 Vergunningtermijn en vergunningvorm

  • 1.

    Een vergunning wordt verleend voor een kalenderjaar of het deel daarvan. Binnen dat tijdvak kan de geldigheidsduur worden beperkt tot bepaalde dagen en/of tot bepaalde tijden en/of tot bepaalde parkeerplaatsen.

  • 2.

    Het vergunningbewijs vermeldt ten minste:

    • a.

      het kenteken van het motorvoertuig;

    • b.

      het gebied waarvoor de vergunning geldt;

    • c.

      de periode waarvoor de vergunning geldt.

 

Toelichting:

Artikel 7.6 lid 2, sub a. wordt verwijderd. De naam van het bedrijf is niet relevant voor het vergunningsbewijs. De onderdelen b. t/m d. worden daardoor vernummerd naar sub a. t/m c.

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7.8 Gebruik parkeerplaats

  • 1.

    Het is verboden enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan:

    • a.

      op een parkeerapparatuurplaats;

    • b.

      op een vergunningplaats;

    • c.

      in de kelder van het stadhuis.

  • 2.

    Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij een parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan dat daardoor een normaal gebruik van die meter belemmerd of verhinderd wordt.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 7.8 Gebruik parkeerplaats

  • 1.

    Het is verboden enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan:

    • a.

      op een parkeerapparatuurplaats;

    • b.

      op een vergunningplaats;

    • c.

      in parkeergarages.

  • 2.

    Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij een parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan dat daardoor een normaal gebruik van die meter belemmerd of verhinderd wordt.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

 

Toelichting:

Artikel 7.8 lid 1 sub c wordt gewijzigd omdat dit voor alle parkeergarages van toepassing is.

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7.10 Parkeren motorvoertuig

  • 1.

    Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een vergunningplaats of in de kelder van het stadhuis slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

    • a.

      zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van het vergunningbewijs;

    • b.

      in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bestuurders van gehandicaptenvoertuigen en bestuurders van motorvoertuigen, waarin op de voorgeschreven wijze een geldige en behoorlijk leesbare gehandicaptenparkeerkaart is aangebracht. Zij mogen niet langer dan drie uur parkeren en bestuurders van een motorvoertuig moeten daarbij duidelijk zichtbaar een parkeerschijf voeren waarmee het tijdstip waarop met parkeren is begonnen wordt aangegeven.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 7.10 Parkeren motorvoertuig

  • 1.

    Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een parkeerapparatuurplaats, vergunningplaats of in parkeergarages slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bestuurders van gehandicaptenvoertuigen en bestuurders van motorvoertuigen, waarin op de voorgeschreven wijze een geldige en behoorlijk leesbare gehandicaptenparkeerkaart is aangebracht. Zij mogen niet langer dan drie uur parkeren en bestuurders van een motorvoertuig moeten daarbij duidelijk zichtbaar een parkeerschijf voeren waarmee het tijdstip waarop met parkeren is begonnen wordt aangegeven.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

 

Toelichting:

Lid 1 sub a komt te vervallen omdat de vergunning alleen digitaal wordt verleend. Daarmee kan de letter “b” komen te vervallen.

 

HOOFDSTUK 13: HAVEN

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

(nieuw artikel 13.10.a wordt toegevoegd)

Artikel 13.10.a overschrijven woonvergunning na overlijden

  • 1.

    Na het overlijden van de vergunninghouder kan ieder volwassen lid van het gezin van de vergunninghouder burgemeester en wethouders verzoeken om overschrijving van de ligplaatsvergunning en de bijbehorende woonvergunning op zijn of haar naam.

  • 2.

    Het verzoek als bedoeld in lid 1 kan alleen worden gedaan door een volwassen persoon die ten tijde van het overlijden van de vergunninghouder deel uitmaakte van het gezin van de vergunninghouder én die voorafgaande aan de dag van het overlijden tenminste 180 dagen op hetzelfde adres als de vergunninghouder staat ingeschreven in de Basisregistratie personen.

  • 3.

    Onder gezin wordt in dit artikel verstaan: het leefverband van één of meer volwassenen, die op hetzelfde adres als de vergunninghouder woonachtig zijn ten tijde van het overlijden van de vergunninghouder.

  • 4.

    Het college van burgemeester en wethouders wijzigt, indien het verzoek als bedoeld in lid 1 wordt gehonoreerd, de ligplaatsvergunning en/of woonvergunning door deze op naam van de volwassen persoon te zetten die het verzoek als bedoeld in lid 1 heeft ingediend.

 

Toelichting:

Om te voorkomen dat bij overlijden van de vergunninghouder de woonvergunning voor een historisch schip voor de overige gezinsleden vervalt, is in artikel 13.10.a vastgelegd dat ieder volwassen lid van het gezin een verzoek kan indienen om de ligplaatsvergunning en bijbehorende woonvergunning over te schrijven op zijn of haar naam mits wordt voldaan aan de in het artikel opgenomen criteria. Zo wordt voorkomen dat de gezinsleden geen gebruik meer kunnen maken van de ligplaats- en woonfunctie van het schip bij overlijden van de vergunninghouder.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente

Harderwijk in zijn openbare vergadering van 13 november 2025

De heer J. Joon

Voorzitter

De heer H.R. Lanning

Raadsgriffier

Naar boven