Gemeenteblad van Almere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2025, 511479 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2025, 511479 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Almere 2025
HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEPALINGEN
In deze verordening wordt verstaan onder:
HOOFDSTUK 2: AANVRAGEN EN MELDEN VAN WERKZAAMHEDEN
ARTIKEL 4 INSTEMMINGS- EN VERGUNNINGSVEREISTE
Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen instemmingsbesluit of vergunning, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een door burgemeester en wethouders goedgekeurde melding. De raad is bevoegd om redenen van veiligheid delen van het grondgebied aan te wijzen waarvoor het voorgaande niet van toepassing is.
Behoudens in geval van spoedeisende werkzaamheden zijn bij weersomstandigheden, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden, burgemeester en wethouders bevoegd een breekverbod in te stellen. De vaststelling dat er sprake is van deze weersomstandigheden is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Tijdens door de gemeente vergunde evenementen geldt ter plaatse altijd een breekverbod. De termijnen zoals bedoeld in het derde en vierde lid worden automatisch verlengd met de periode van het breekverbod. Uiterlijk een dag voor beëindiging van het breekverbod, zullen burgemeester en wethouders de betrokken uitvoerende partij(en) hierover informeren.
Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op openbare gronden van een andere gedoogplichtige of grondeigenaar dan de gemeente en/of als er een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager burgemeester en wethouders hiervan op de hoogte.
Spoedeisende werkzaamheden moeten voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders of bij een daartoe door hen gemachtigd ambtenaar. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen één werkdag na de aanvang van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan.
ARTIKEL 6 GEGEVENSVERSTREKKING
Bij een aanvraag voor een instemmingsbesluit of vergunning, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, moeten in ieder geval de volgende gegevens worden verstrekt:
Voor een melding, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, moet gebruik worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders gehanteerd (digitaal) formulier of registratiesysteem. De volgende gegevens moeten daarbij in ieder geval worden verstrekt:
In geval van spoedeisende werkzaamheden moeten tevens worden verstrekt:
ARTIKEL 8 (MEDE)GEBRUIK VAN VOORZIENINGEN
Op verzoek van burgemeester en wethouders wordt bij de werkzaamheden zoveel mogelijk (mede)gebruik gemaakt van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van burgemeester en wethouders aangelegde, voorzieningen voor zover dit technisch en economisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid.
Indien een instemmingsbesluit of vergunning niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden genomen of verstrekt, delen burgemeester en wethouders dit aan de aanvrager mede en noemen daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen het instemmingsbesluit of vergunning wel kan worden genomen of verstrekt.
HOOFDSTUK 3: OVERIGE BEPALINGEN
De netbeheerder stelt burgemeester en wethouders onverwijld en schriftelijk in kennis van het in of uit gebruik nemen van een kabel en/of leiding. Dit geldt als een kabel en/of leiding niet langer ten dienste staat van een netwerk in of op openbare gronden. Burgemeester en wethouders kunnen hiervoor een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen verlangen.
HOOFDSTUK 4: TOEZICHT EN HANDHAVINGSBEPALINGEN
ARTIKEL 14 TOEZICHT EN HANDHAVING
Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kunnen burgemeester en wethouders besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een instemmingsbesluit of vergunning is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 5: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
ARTIKEL 15 INTREKKING OUDE VERORDENING
De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Almere 2016 wordt ingetrokken.
ARTIKEL 16 OVERGANGSBEPALINGEN
De verordening, genoemd onder artikel 15, en de Algemene plaatselijke verordening (APV) blijven van kracht op instemmings- en vergunningsverzoeken en meldingen waarop reeds krachtens diezelfde verordeningen is beslist, maar waarvan de uitvoering op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog niet is gerealiseerd.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Almere in zijn openbare vergadering van 16 oktober 2025
de griffier,
G.J. Broer
de voorzitter,
W.H.J.M. van der Loo
Nadeelcompensatieregeling Kabels en Leidingen Almere
Nadere regels over nadeelcompensatie als gevolg van het op verzoek van burgemeester en wethouders verplaatsen, of het anderszins nemen van maatregelen, ten aanzien van in of op openbare grond aanwezige kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen (met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet).
Burgemeester en wethouders van de gemeente Almere,
overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen met het oog op een zorgvuldige afdoening van eventuele aanvragen voor nadeelcompensatie voor situaties als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Almere (hierna aan te duiden als: “de AVOI”);
gelet op artikel 10, eerste lid, van de AVOI alsmede artikel 3:4, tweede lid en het bepaalde in Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
vast te stellen de volgende beleidsregels: Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Almere; nadere regels over nadeelcompensatie als gevolg van het verplaatsen op verzoek van burgemeester en wethouders of het anderszins nemen van maatregelen ten aanzien van in de openbare ruimte aanwezige kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen (met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet).
De begripsbepalingen van de AVOI zijn op deze regeling van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in artikel 2.
In deze regeling wordt verstaan onder:
2.1. Nadeelcompensatie algemeen
Indien een netbeheerder, als gevolg van een aanwijzing als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de AVOI, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale maatschappelijke risico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kennen burgemeester en wethouders hem op zijn aanvraag een vergoeding toe, in de vorm van nadeelcompensatie.
2.2. Nadeelcompensatie voor het geval de kabel en/of leiding van belanghebbende ligt in openbare ruimte ( met vergunning )
Artikel 6: nadeelcompensatie binnen vijf jaar na aanleg
Indien de netbeheerder binnen vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing, bedraagt de nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag. Dit geldt zowel voor natte als droge infrastructuur.
Artikel 7: nadeelcompensatie tussen zes jaar en vijftien jaar c.q. tussen zes en dertig jaar na aanleg
Voor droge infrastructuur geldt dat indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing in de periode gelegen vanaf vijf tot en met vijftien jaren, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de betrokken vergunning, zal de gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het zesde jaar tot 0% vanaf het zestiende jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 2.
Voor natte infrastructuur geldt dat indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing in de periode gelegen vanaf vijf tot en met dertig jaren, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de betrokken vergunning, zal de gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het zesde jaar tot 0% vanaf het eenendertigste jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 3.
Artikel 8: geen nadeelcompensatie
Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing na vijftien jaar (droge infrastructuur) cq. dertig jaar (natte infrastructuur), gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van zijn vergunning, wordt geen nadeelcompensatie uitgekeerd.
Artikel 9: nadeelcompensatie voor Stadswarmteleidingen
Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van Stadswarmteleidingen op grond van een aanwijzing, in de periode gelegen vanaf een tot en met vijftig jaren, gerekend vanaf de datum van inwerkingtreding van zijn vergunning, zal de gemeente 100% van het schadebedrag vanaf het 1e jaar tot 0% vanaf het 51e jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 6. Dit geldt zowel voor natte als droge infrastructuur.
2.3. Nadeelcompensatie ingeval de kabel en/of leiding van de belanghebbende niet ligt in openbare ruimte
De nadeelcompensatie bedraagt 100% van het schadebedrag (zie bijlage 4), indien:
Rusten op de kabel en/of leiding van de netbeheerder geen van de rechten als bedoeld in artikel 10, dan is het basisbedrag voor de berekening van de nadeelcompensatie gelijk aan de som van de kosten voor ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten (zie bijlage 5). De materiaalkosten en de kosten voor het uit en in bedrijf stellen worden niet vergoed.
2.4. Algemene bepalingen bij vaststelling van nadeelcompensatie
Burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken.
Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van het schadebedrag ten laste van de netbeheerder moet blijven dan uit de toepassing van de paragrafen 2.2. of 2.3. voortvloeit, kunnen burgemeester en wethouders van de bepalingen van die paragrafen gemotiveerd afwijken.
Indien vanwege een gemeentelijk project sprake is van meerdere (tijdelijke) maatregelen op dezelfde locatie (binnen een periode van vijf jaar) die ten aanzien van dezelfde kabel en/of leiding genomen moeten worden, is op de eerste tijdelijke maatregel deze regeling (zoals aangegeven in paragraaf 2.2) van toepassing. De kosten van de overige maatregelen komen ten laste van de gemeente.
Het eerste lid is niet van toepassing op tijdelijke voorzieningen van fysieke aard, zoals extra kabel- en leidingvoorzieningen die weer worden opgeheven zodra de definitieve maatregel die genomen moet worden ten aanzien van de kabel en/of leiding is gerealiseerd in samenhang met de uitvoering van het gemeentelijke project. Dit wordt niet gezien als een (tijdelijke) maatregel, maar als een noodzakelijke uitvoeringswijze.
Geen nadeelcompensatie vindt plaats als in de vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning, het nemen van maatregelen ten aanzien van de desbetreffende kabel en/of leiding is te voorzien in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden in de openbare ruimte waarin, of waarop de kabel en/of leiding is gelegen en in deze periode daadwerkelijk een aanwijzing als bedoeld in artikel 18 van deze regeling wordt gegeven.
Als de aanwijzing niet wordt gegeven binnen de periode bedoeld in artikel 15 dan geldt het toepasselijke vergoedingsregime zoals in de paragrafen 2.2. of 2.3. van deze regeling is opgenomen.
Hoofdstuk 3 Bepalingen van procedurele aard
Burgemeester en wethouders streven naar overeenstemming met de netbeheerder over het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen (een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten), uitvoering en planning. Burgemeester en wethouders voeren hiertoe vooroverleg met de netbeheerder.
Burgemeester en wethouders nemen het besluit tot een schriftelijke aanwijzing voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, op grond van artikel 10, eerste lid, van de AVOI, zo mogelijk op basis van overeenstemming zoals bereikt in het vooroverleg, als bedoeld in artikel 17.
In de schriftelijke aanwijzing is een omschrijving van het werk opgenomen met vermelding van het nemen van noodzakelijke maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen.
3.2. Verzoek om vaststelling nadeelcompensatie
Indien niet kan worden aangetoond, of aannemelijk kan worden gemaakt, op welke datum vergunning is verleend, dan wel op welke datum het leggen is aangevangen, wordt ervan uit gegaan dat de betreffende kabel en/of leiding langer dan vijftien jaar (droge infrastructuur) c.q. dertig jaar (natte infrastructuur) c.q. vijftig jaar (Stadswarmteleidingen) aanwezig is.
Belanghebbende dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een termijn van vijf jaar, nadat hij een aanwijzing heeft gekregen tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen bij burgemeester en wethouders een verzoek in om vaststelling van nadeelcompensatie. Het streven is echter om binnen 6 maanden na de aanwijzing het verzoek om nadeelcompensatie ingediend en afgehandeld te hebben. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het formulier, opgenomen in bijlage 1.
Het verzoek bevat, naast de gegevens bedoeld in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, ten minste:
3.3. Besluit vaststelling nadeelcompensatie
Burgemeester en wethouders nemen binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit:
om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet of onvoldoende is onderbouwd en nadat de netbeheerder in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een termijn van vier weken nadat het verzuim is kenbaar gemaakt aan de netbeheerder;
3.4. Betaling nadeelcompensatie
Hoofdstuk 4 Kostentechnische bepalingen
4.2. Kosten van ontwerp en begeleiding
4.3. Kosten van uit- en in bedrijfstellen
Onder de kosten van het uit- en in bedrijfstellen worden verstaan:
Onder uitvoeringskosten worden verstaan:
Onder materiaalkosten worden verstaan de kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de kabel en/of leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies.
Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende netbeheerders geeft de belanghebbende burgemeester en wethouders inzicht in de verdeling van het gezamenlijke financiële nadeel.
Hoofdstuk 5 Overige en slotbepalingen
De Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Almere 2016 wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
De regeling wordt aangehaald als:
Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Almere.
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2025.
Burgemeester en wethouders voornoemd,
Schaderegeling voor kabels en/of leidingen (droge infrastructuur) die liggen in de openbare ruimte.
Het bedrag van de nadeelcompensatie is dan gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp & begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten.
Schaderegeling voor kabels en/of leidingen (natte infrastructuur) die liggen in de openbare ruimte.
Het bedrag van de nadeelcompensatie is dan gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp & begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten.
Schaderegeling voor kabels en/of leidingen die niet liggen in de openbare ruimte met zakelijke recht, grondeigendom of BP-gedoogplicht.
Het bedrag van de nadeelcompensatie is gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp en begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten.
Schaderegeling voor kabels en/of leidingen die niet liggen in openbare ruimte zonder zakelijk recht, eigendom of BP-gedoogplicht.
Het bedrag van de nadeelcompensatie is gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp, begeleiding en uitvoering.
Schaderegeling voor Stadswarmteleidingen die liggen in openbaar gebied. Het bedrag van de nadeelcompensatie is gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten van ontwerp en begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten.
Als gevolg van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in en op openbare gronden ontstaat schade aan straatwerk, overige verhardingen of groenvoorzieningen.
Die schade moet worden hersteld en de herstelkosten komen altijd voor rekening van de netbeheerder.
In deze Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen zijn (onder andere) de voorwaarden en tarieven vastgelegd met betrekking tot de wijze van verrekening van de herstelkosten van straatwerk, gesloten verharding, natuursteenverhardingen en groenvoorzieningen en de beheer- en degeneratiekosten.
De begripsbepalingen van de vigerende Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI) en het Handboek kabels en leidingen zijn op deze Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen van toepassing, tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken.
Alle technische en procedurele aspecten die verband houden met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen zijn opgenomen in het Handboek kabels en leidingen Almere.
Deze regeling is van toepassing op alle werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in of op de openbare grond van de gemeente Almere, behoudens voor de aspecten waarin is voorzien in privaatrechtelijke overeenkomsten.
Artikel 3. Uitgangspunten bij verrekening van herstelkosten
Voor variant A geldt dat de netbeheerder de gemeente vijf werkdagen vooraf moet informeren over het moment waarop de herstelwerkzaamheden kunnen aanvangen. Indien deze termijn wordt overschreden moet de netbeheerder op zijn kosten de elementenverharding eerst provisorisch herstellen (terugbrengen van de verhardingsmaterialen in hetzelfde verband als voor de werkzaamheden aanwezig was, zodanig dat geen gevaar bestaat voor de weggebruiker). Vervolgens vindt definitief herstel plaats door de gemeente.
Voor variant B1 geldt dat de netbeheerder op zijn kosten het herstel en onderhoud (met 12 maanden garantie conform RAW garantiebepalingen) verzorgt. Voor variant B2 geldt dat de netbeheerder op zijn kosten het herstel (met 12 maanden garantie in geval van overschrijding RAW garantienormen) verzorgt en dat de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud.
Voor variant C geldt dat het herstel wordt uitgevoerd door de gemeente, voorafgaand aan gehele herbestrating. In onderling overleg tussen de gemeente en de netbeheerder kan dit tarief in incidentele gevallen, afwijkend van de standaard keuze (zie artikel 5, eerste lid), toegepast worden als bijvoorbeeld grootschalige saneringen samenvallen met renovatie of reconstructie door de gemeente.
De herstel-, onderhouds-, beheer-, en degeneratiekosten worden in alle gevallen berekend volgens de vigerende tarieven, zie artikel 5, eerste lid.
Bij werkzaamheden waar ter plaatse gesloten verharding aanwezig is en de netbeheerder toestemming heeft gekregen van de gemeente om de gesloten verharding open te breken, moet de netbeheerder ervoor zorgen dat nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd de sleuf tijdelijk dicht gestraat wordt met betonklinkers. De netbeheerder moet de betonstenen zelf aanleveren. Het opbreken van de gesloten verharding en het dichtstraten van de sleuf moet gebeuren conform de voorschriften uit het Handboek kabels en leidingen.
Omdat de gemeente streeft naar een hoogwaardig fietsnetwerk en hierdoor de hoofdfietsroutes verbreed worden naar 4 meter, kunnen kabels en/of leidingen onder het asfalt komen te liggen (als verleggen niet mogelijk of wenselijk is). In overleg met gemeente kan bij noodzakelijk onderhoud of calamiteiten het asfalt opengebroken worden. De gemeente zal 50% van de marktconforme herstelkosten doorberekenen aan de netbeheerder, zie artikel 5 tweede lid.
De gemeente verzorgt het definitieve herstel van gesloten verhardingen. De gesloten verharding wordt tijdens het periodieke onderhoudsprogramma in opdracht van de gemeente hersteld. Hiervoor geldt een tarief behorend bij variant D, zie artikel 5, tweede lid.
De gemeente voert werkzaamheden aan c.q. het definitieve herstel van groenvoorzieningen (exclusief bermen en gazons) in eigen beheer uit of laat dit uitvoeren door een door de gemeente geselecteerde aannemer. Hiervoor geldt een tarief behorend bij variant D, zie artikel 5, derde lid.
Als de netbeheerder (projectmatig) toestemming krijgt van de gemeente om de werkzaamheden aan c.q. het herstel van groenvoorzieningen zelf uit te voeren, worden vóór verstrekking van het instemmingsbesluit of vergunning specifieke afspraken tussen de gemeente en de netbeheerder gemaakt. Afhankelijk van de omvang van het werk geldt dan voor de netbeheerder een garantietermijn van een jaar of een volledig groeiseizoen (week 13 t/m 45) na oplevering. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in het instemmingsbesluit.
Werkzaamheden aan bomen worden te allen tijde uitgevoerd door of in opdracht van de gemeente, zie artikel 5, derde lid.
Indien (projectmatig) vooraf tussen de gemeente en de netbeheerder de afspraak is gemaakt dat de gemeente zelf zorg draagt voor de herstelwerkzaamheden zal de gemeente de marktconforme kosten in rekening brengen bij de netbeheerder.
In het stadshart van Almere bestaat de verharding grotendeels uit natuursteen (Chinees graniet). Voor de ligging hiervan zie de kaart in artikel 6. Hiervoor geldt dat dit in opdracht van de gemeente door een door de gemeente geselecteerde aannemer opgebroken en hersteld moet worden. Hiervoor geldt het tarief behorend bij variant D, zie artikel 5, vierde lid.
In het park aan de stadhuispromenade ligt een halfverharding met daarop een gefundeerd stalen kunst/zit element. Hiervoor geldt dat dit in opdracht van de gemeente door een door de gemeente geselecteerde aannemer opgebroken en hersteld moet worden. Indien er ter plaatse werkzaamheden noodzakelijk zijn dient dit altijd vooraf met de gemeente te worden afgestemd.
Alle kosten voor het verwijderen en herstellen van de halfverharding, fundering en het kunst/zit element zijn voor rekening van de gemeente Almere.
De gemeente kan bij in gebreke blijven van de grondroerder (als de voorgeschreven (herstel)termijnen verstreken zijn en/of als herstel onvoldoende is of uitblijft) zelf noodzakelijke (herstel)werkzaamheden uit laten voeren door een door de gemeente geselecteerde aannemer. Dit zal tegen marktconforme tarieven geschieden en de kosten worden aan de netbeheerder doorberekend. De gemeente zal de netbeheerder er vooraf (schriftelijk) van in kennis stellen dat zij het herstel zal laten verrichten.
Alle overige (extra) kosten1 die door de grondroerder (of de gemeente) gemaakt moeten worden vanwege door de netbeheerder geïnitieerde werkzaamheden met betrekking tot kabels en/of leidingen en/of een gevolg zijn van de voorwaarden en eisen die zijn opgenomen in de AVOI, het instemmingsbesluit of de vergunning en het Handboek komen in principe voor rekening van de grondroerder c.q. de netbeheerder. Over de eventuele verrekening van overige (extra) kosten zullen nadere afspraken worden gemaakt.
Artikel 4. Verhalen van overige schade
Niet alle schades die de gemeente als gevolg van kabel en/of leidingwerkzaamheden lijdt, kunnen door de vooraf vastgestelde schadehersteltarieven worden gedekt.
Met betrekking tot het opnemen van beplanting zullen al vóór het verstrekken van het instemmingsbesluit of vergunning specifieke afspraken worden vastgelegd, zie ook artikel 3, vierde lid.
Als bomen worden beschadigd of zonder toestemming van de gemeente worden gerooid, kan de netbeheerder aansprakelijk worden gesteld voor de schade. De schade aan bomen wordt achteraf vastgesteld door de gemeente. Het totale schadebedrag wordt opgebouwd uit de getaxeerde schade inclusief taxatiekosten, beredderingskosten en overige bijkomende kosten zoals voor het verhalen van schade.
De aansprakelijkheidsstelling voor de schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht.
Van schade die ontstaat buiten de directe werkomgeving van de grondroerder is sprake als ten gevolge van werkzaamheden schade ontstaat aan materialen, lichtmasten, verkeersregelinstallaties (VRI’s), geparkeerde auto's, en dergelijke. Voor zover het gemeentelijke eigendommen betreft, kan de gemeente conform het civiele aansprakelijkheidsrecht deze schade verhalen op de veroorzaker. Afhankelijk van de specifieke situatie kan het wenselijk zijn dat voorafgaand aan de werkzaamheden een gezamenlijke (toezichthouder en grondroerder) schouw van de werkomgeving plaatsvindt. De bevindingen moeten vastgelegd worden door de grondroerder.
Verborgen gebreken zijn buitenproportionele oneffenheden van opgeleverd en goedgekeurd hersteld straatwerk, aantoonbaar het gevolg van werkzaamheden van die grondroerder die als laatste werkzaamheden op de onderhavige locatie heeft uitgevoerd. In dergelijke gevallen heeft de grondroerder vijf werkdagen na eerste aanzegging van de gemeente de tijd om de verharding opnieuw te herstellen. Als norm voor "buitenproportioneel" wordt een oneffenheid aangehouden van meer dan 0,03 m, die zich binnen een jaar na het eerste herstel voordoet (= CROW-norm voor "ernstige schade").
Artikel 5. Tarieven, garantie en onderhoud
De herstel-, onderhouds-, beheer- en degeneratiekosten voor elementenverhardingen, bermen en gazons worden berekend volgens de vigerende VNG richtlijn Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom en de daarbij behorende Tarieven (her)straatwerkzaamheden kabels- en/of leidingwerken. Deze tarieven worden voor alle netbeheerders gehanteerd en worden jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld door de VNG en zijn marktconform. In Almere wordt het tarief behorende bij variant B2 gehanteerd.
Herstel en onderhoud van asfalt verharding wordt uitgevoerd door de gemeente. Hiervoor gelden de volgende tarieven behorende bij variant D:
Per locatie is er een bijdrage van € 400,00 voor verkeersmaatregelen en de aanvoer- en afvoerkosten.
Per locatie is er een bijdrage van € 500,00 aan vaste kosten per (deel) opdracht.
De volgende componenten worden gebruikt voor vaststellen van het tarief voor het herstel van asfalt.
Herstel en onderhoud van groenvoorzieningen wordt uitgevoerd door de gemeente. Hiervoor gelden de volgende tarieven behorende bij variant D:
Per locatie is er een bijdrage van € 400,00 voor verkeersmaatregelen en de aanvoer- en afvoerkosten.
Herstel en onderhoud van bijzondere bestratingen wordt uitgevoerd door de gemeente. Hiervoor gelden de volgende tarieven behorende bij variant D:
Per locatie is er een bijdrage van € 400,00 voor verkeersmaatregelen en de aanvoer- en afvoerkosten.
Per locatie is er een bijdrage van € 315,00 aan vaste kosten
De volgende componenten worden gebruikt voor vaststellen van het tarief voor het herstel van natuursteen.
De totale herstelkosten gebaseerd op de tarieven uit het tweede, derde en vierde lid worden verhoogd met 14% (V&T) voorbereiding en toezicht met een minimum van € 175,00 excl. BTW.
De tarieven genoemd in het tweede, derde en vierde lid zijn vastgesteld in 2025, jaarlijkse indexering vindt plaats conform het landelijke prijsindexcijfer van de grond-, weg-, en waterbouw, onderwerp “wegen met gesloten verharding” van het CBS. Dit indexcijfer wordt steeds bepaald in januari, april, juli en oktober. Het indexcijfer van de maand oktober bepaalt het tarief voor het volgende jaar.
Besteksprijzen: De tarieven zijn gebaseerd op de aanbestede eenheidsprijzen van de gemeentelijke aannemer. Indien er een nieuwe aanbesteding plaatsvind zullen de tarieven worden aangepast.
Artikel 6. Overige en slotbepalingen
Deze regeling is van toepassing op werkzaamheden waarover op het moment van in werking treden geen andere overeenkomsten zijn aangegaan tussen de gemeente en belanghebbende(n).
Deze regeling is niet van toepassing op gemeentelijke kabels en/of leidingen.
Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
Deze regeling wordt aangehaald als: Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen Almere.
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2025.
Burgemeester en wethouders voornoemd,
Handboek Kabels en Leidingen 2025
Binnen de gemeente Almere verlenen burgemeester en wethouders instemming of vergunning voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van (ondergrondse) infrastructuren (kabels en/of leidingen), conform de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI). De mandatering van medewerkers van de gemeente voor de afhandeling van de instemmings- of vergunningaanvragen en handhaving van het beleid is vastgelegd in de mandaatregeling van de gemeente.
Als beheerder van de openbare ruimte voert de gemeente de regie en coördinatie bij de aanleg van kabels en/of leidingen van netbeheerders. De coördinatie heeft als doel zorg te dragen voor de veiligheid, de beperking van overlast, het bevorderen van het voorkomen van schade en het borgen van de kwaliteit van de openbare ruimte. Voor een goede uitoefening van deze taken hebben burgemeester en wethouders nadere regels vastgelegd in dit Handboek kabels en leidingen gemeente Almere (verder het Handboek). Het Handboek is vastgesteld door burgemeester en wethouders als nadere regel, ter uitwerking van de AVOI. Het Handboek is van toepassing op alle werkzaamheden ten behoeve van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in de openbare ruimte van de gemeente. Over de regelgeving uit het Handboek is altijd nader overleg mogelijk met de gemeente om tot overeenstemming te komen inzake tijd, plaats en wijze van uitvoering van de werkzaamheden van een grondroerder, waarbij voor beide partijen de regels van redelijkheid en billijkheid gelden.
In dit Handboek zijn onder andere uniforme richtlijnen, voorwaarden en eisen gesteld ten aanzien van de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden.
Het Handboek bestaat uit twee hoofdthema’s:
Rangorde van wetten, verordeningen en het Handboek kabels en leidingen:
Parallel aan bovenstaande regelgeving gelden eventuele privaatrechtelijke overeenkomsten.
1.1. Spoedeisende werkzaamheden
Let op: Ook in geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten moeten alle aspecten uit dit Handboek zoveel als mogelijk in acht genomen en/of opgevolgd worden.
Als dit vanwege het spoedeisende karakter van de werkzaamheden niet mogelijk is en/of de gebruikelijke voorafgaande kennisgeving van de werkzaamheden niet gedaan kan worden geldt:
dat als er voor spoedeisende werkzaamheden een wegafsluiting noodzakelijk is de grondroerder daarover zelf direct de hulpdiensten moet inlichten via telefoonnummer 0900-8844 en wegwerkzaamheden@brandweerflevoland.nl. Ook moeten de OV-diensten op de hoogte worden gebracht via telefoonnummer 088-0331495;
DEEL A: ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE
2. BEGRIPSBEPALINGEN, ROLVERDELING EN VERWIJZINGEN
De begripsbepalingen van de AVOI zijn van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in dit hoofdstuk. De definities uit de AVOI zijn hier ook vermeld ten behoeve van de leesbaarheid van het Handboek in de praktijk.
2.2.1. Gemeente, netbeheerder, grondroerder
In de praktijk kan een rolverdeling bestaan tussen de netbeheerder en de grondroerder. Soms worden die twee rollen door een en dezelfde partij vervuld.
De gemeente zal in het algemeen veel zaken rechtstreeks afhandelen met de grondroerder, maar de netbeheerder is ook aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) opvolgen van de bepalingen in dit Handboek. Dit geldt met name als er gebruik wordt gemaakt van (een) grondroerder(s) die middels een machtiging werkzaamheden verricht(en) voor de netbeheerder.
De gemeente behoudt zich desondanks wel het recht voor om in dringende gevallen ook handhavingsmaatregelen rechtstreeks met de grondroerder af te handelen en de netbeheerder daarvan zo snel mogelijk in kennis te stellen.
2.2.2. Gemeentelijke toezichthouder kabels & leidingen en technicus kabels & leidingen
De gemeentelijke organisatie rondom kabels en leidingen is verdeeld over twee rollen. Deze rollen zijn toegewezen aan één of meerdere medewerkers van de gemeente. Het is mogelijk dat bij afwezigheid van personen de rollen door andere personen overgenomen worden.
In dit Handboek wordt op diverse onderdelen verwezen naar normen en richtlijnen die van toepassing zijn op de uit te voeren werkzaamheden. Hieronder volgt een beknopte omschrijving:
NEN (Nederlands Normalisatie instituut)
Het Nederlandse centrum van normalisatie helpt bedrijven en andere partijen om onderling heldere en toepasbare afspraken te maken. NEN draagt bij aan veiligheid, gezondheid, milieu en innovatie.
Bedrijfsleven en andere partijen maken in normcommissies zelf afspraken over producten en werkwijzen. NEN bemiddelt in het afwegen van de verschillende belangen en zorgt voor neutrale procesbegeleiding. NEN biedt direct toegang tot Europese (NEN-EN) en mondiale normalisatieplatforms.
De NPR (Nederlandse Praktijk Richtlijnen) geeft toelichting op en aanwijzingen voor het verantwoord gebruik van de NEN- (nationaal) en NEN-EN (Europees) normen.
CROW (oorspronkelijk: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek)
CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Deze stichting zonder winstoogmerk ontwikkelt, verspreidt en beheert praktisch toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud. Dat gebeurt in de vorm van handleidingen, richtlijnen en aanbevelingen en in samenwerking met alle belanghebbende partijen, waaronder Rijk, provincies, gemeenten, adviesbureaus, uitvoerende bouwbedrijven in de grond-, water- en wegenbouw, toeleveranciers en vervoerorganisaties.
RAW (Rationalisatie en Automatisering in de Grond-, Water- en Wegenbouw)
De RAW-systematiek, beheerd en onderhouden door CROW, is sinds jaar en dag de standaard voor bestekken in de grond-, water- en wegenbouw (GWW). Bij de meeste werken in de GWW wordt de systematiek gevolgd.
Alle relevante (technische) eisen uit de meest recente Standaard RAW bepalingen voor onder andere grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk zijn leidend en bindend betreffende de uitvoeringsmethodiek.
VCA (Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers)
VCA is bedoeld om aannemers veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. VCA biedt een concrete en praktische invulling van wettelijke regelingen of vult deze aan. Elke VCA gecertificeerde aannemer voldoet aantoonbaar aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet.
Het Norminstituut Bomen heeft als doel de kwaliteitszorg rond bomen te verbeteren. Het instituut ontwikkelt en standaardiseert kwaliteitseisen, richtlijnen en normen voor werkzaamheden in, rond en met bomen. De bomenposter 'Werken rond bomen' toont de kwetsbare boomzone direct rond een boom en laat zien welke belangrijke randvoorwaarden er gelden binnen deze kwetsbare boomzone voor de uitvoering van werkzaamheden.
3. BEREIKBAARHEID, VERKEERSMAATREGELEN, OVERLASTBEPERKING
3.1. Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen
De werkzaamheden moeten qua tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor voetgangers, (brom)fietsers, gemotoriseerd (bestemmings)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven.
Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten moet een goede toegankelijkheid geboden worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en voetgangers die gebruik maken van hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobielen. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopplanken een minimale vereiste. De loopplanken moeten vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst en in stand gehouden worden.
In de CROW-publicatie 337 ‘Richtlijn Toegankelijkheid’ zijn richtlijnen opgenomen voor het toegankelijk inrichten van de openbare buitenruimte voor mensen met een beperking.
Indien de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen benaderen of de bereikbaarheid van winkels, bedrijven of percelen van andere belanghebbenden niet gegarandeerd kan worden dan moet de grondroerder minimaal vier werkweken vooraf overleggen met de toezichthouder k&l of technicus k&l zodat tijdig afspraken in het WIU overleg gemaakt kunnen worden om de juiste maatregelen te kunnen nemen.
3.2. Maatregelen in het belang van het verkeer
Als de gemeente het noodzakelijk acht, bijvoorbeeld wanneer vanwege werkzaamheden een belangrijke verkeersweg moet worden afgesloten, kan de gemeente de grondroerder verplichten om de werkzaamheden zo veel mogelijk in de weekeinden, avonduren of ´s nachts uit te voeren. Indien een weg volledig afgesloten moet worden geldt het bepaalde in artikel 3.1, eerste lid.
Ten behoeve van de bereikbaarheid voor gemotoriseerd (bestemmings-)verkeer kan toepassing van tijdelijke verkeersmaatregelen en/of aanbrengen van tijdelijke verkeersvoorzieningen (zoals rijplaten, tijdelijke waterkruisingen of doorsteken door groenstroken en dergelijke) noodzakelijk zijn. Bermen, gazons en boomspiegels moeten altijd beschermd worden tegen ongewenste verdichting.
De vereiste verkeersmaatregelen - waaronder tijdelijke verkeersregelinstallaties (VRI) of de inzet van verkeersregelaars– ten behoeve van omleidingen of ten behoeve van werkzaamheden bij hoofdwegen, kruispunten, voet- en fietspaden, en dergelijke moet de grondroerder vastleggen in een gedetailleerd verkeers-, werk-, en tijdsplan en dit ter goedkeuring voorleggen aan de gemeente. Dit moet ten minste vier werkweken voor aanvang van de werkzaamheden gebeuren. Binnen drie (3) werkdagen na melding wordt dit in het WIU overleg ingediend. Aanwijzingen e.d. van die afdeling moeten door de grondroerder worden opgevolgd voordat de tijdelijke VRI in gebruik wordt genomen. Indien een straat volledig afgesloten moet worden geldt het bepaalde in artikel 3.1, eerste lid.
De verkeersvoorzieningen mogen niet eerder dan 72 uur voor aanvang van de werkzaamheden, met de voor- of beeldzijde afgedraaid van het verkeer, worden aangebracht. De verkeersvoorzieningen mogen niet aan bijvoorbeeld lichtmasten worden bevestigd en mogen het zicht op de overige bebording en het zicht van eventuele camera’s niet ontnemen. De verkeersvoorzieningen moeten op de dag van en voor aanvang van de werkzaamheden met de voor- of beeldzijde naar het verkeer worden geplaatst.
De grondroerder is 24 uur per dag en zeven dagen per week verantwoordelijk voor de instandhouding van de door hem geplaatste verkeersvoorzieningen. Indien van toepassing zorgt de grondroerder voor een zo spoedig mogelijk herstel. Eventuele aanwijzingen van een toezichthouder k&l met betrekking tot de instandhouding van de verkeersmaatregelen moeten meteen worden opgevolgd.
3.3. Maatregelen ten behoeve van de overlastbeperking
Behoudens het bepaalde in artikel 3.2, tweede lid, is het niet toegestaan om op zaterdagen, zondagen en nationale feest- en gedenkdagen of wanneer er een evenement plaatsvindt (zie ook artikel 4.3, breekverbod) werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. Dit geldt niet voor spoedeisende werkzaamheden. De sleuf, inclusief verharding, moet volledig afgewerkt zijn en er mag geen puin en/of afval meer binnen de werkomgeving aanwezig zijn.
Op vrijdag of de dag voorafgaande aan een nationale feest- of gedenkdag of een vakantieperiode van de grondroerder moet de sleuf worden aangevuld en verdicht en de verharding moet weer worden aangebracht. Uiterlijk om 17.00 uur moeten alle werkzaamheden gereed zijn en de werkomgeving moet opgeruimd zijn.
Het derde lid van dit artikel is overeenkomstig van toepassing op de dag voorafgaande aan alle namens de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt enzovoort, inclusief de opbouw- en afbreekperiode) op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan en in winkelgebieden op de dag(en) waarop de koopavond(en) worden gehouden.
De grondroerder moet alles doen wat verwacht mag worden en wat redelijkerwijs mogelijk is om hinder als gevolg van bijvoorbeeld lawaai, stank, modder, en dergelijke veroorzaakt door voertuigen, machines, apparaten enzovoort tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De grondroerder moet voldoen aan alle wettelijke kaders en regelgeving op dat gebied.
Tevens is in dat kader in verband met de verspreiding van fijn stof het droog slijpen van verhardingsmaterialen niet toegestaan.
Indien de grondroerder (bij uitzondering) door de gemeente wordt toegestaan of verplicht om op zaterdagen, zondagen, nationale feestdagen of ’s avonds c.q. ‘s nachts te werken is de grondroerder verplicht alle nadere aanwijzingen van de gemeente op te volgen en zelf zorg te dragen voor eventuele benodigde aanvullende vergunningen of ontheffingen.
4. COMMUNICATIE, MELDINGEN, BREEKVERBOD EN INSTEMMING NIET OPENBARE NETWERKEN
4.1. Communicatie op de graaflocatie, (bouw)overleg
Namens de grondroerder moet er tijdens de uitvoering van de werkzaamheden altijd een contactpersoon op het werk aanwezig zijn. De naam en het mobiele telefoonnummer van de contactpersoon moeten bij alle betrokken partijen bekend zijn. De contactpersoon moet controleren en verifiëren of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de tracétekeningen en de gemaakte afspraken, alsmede dat de uitvoering conform het instemmingsbesluit of de vergunning verloopt.
De grondroerder moet bij alle voor de gemeente relevante bouwvergaderingen die worden gehouden de technicus k&l of toezichthouder k&l uitnodigen. Van deze vergaderingen moet de grondroerder notulen maken en deze binnen tien werkdagen naar de deelnemers toesturen. Deze notulen zullen op de gebruikelijke wijze worden beoordeeld en vastgesteld door de vergadering.
Bij (grootschalige) projecten die een bovengemiddelde impact hebben op de openbare ruimte en de veiligheid van de leefomgeving kan op initiatief van de gemeente op regelmatige tijden een voortgangsoverleg met alle betrokken partijen worden vereist. Van deze vergaderingen zal de gemeente notulen maken en deze binnen tien werkdagen naar de deelnemers toesturen. Deze notulen zullen op de gebruikelijke wijze worden beoordeeld en vastgesteld door de vergadering.
Voorafgaand aan de werkzaamheden moet de grondroerder de belanghebbenden schriftelijk op de hoogte stellen met een bewonersbrief. Deze brief moet minimaal vijf werkdagen voor de start van de werkzaamheden bezorgd zijn en tevens bij het indienen van de melding verstrekt worden aan de gemeente.
In de bewonersbrief wordt in ieder geval informatie gegeven over:
4.2. Melding aanvang en einde werkzaamheden
Zodra de werkzaamheden zijn uitgevoerd moeten deze, na (gezamenlijke) oplevering, gereed gemeld worden bij de gemeente middels het door de gemeente gehanteerde (digitale) formulier of registratiesysteem. De gemeente beschouwt de werkzaamheden als gereed wanneer:
de eenheden inzake herstel sleufbedekking (digitaal) opgeleverd zijn2;
Klachten van belanghebbenden moeten zo veel mogelijk afgehandeld of adequaat opgepakt zijn.
Indien bij werkzaamheden van niet ingrijpende aard twee weken na uitvoering de eenheden inzake herstel sleufbedekking (straatwerk) nog niet in het door gemeente gehanteerde registratiesysteem ingevoerd zijn, zal gemeente dit zelf opvoeren tegen de maximale lengte van 25 meter en de bijbehorende tarieven hanteren.
Zolang de (klad)revisiegegevens via het Kadaster - sectie KLIC nog niet beschikbaar zijn moet de netbeheerder desgevraagd deze gegevens verstrekken.
In geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten mag het werk, als het niet anders kan, zonder de vereiste voorafgaande melding worden uitgevoerd. Wel moeten de activiteiten altijd telefonisch doorgegeven worden aan de gemeente. Buiten kantooruren is dit mogelijk via de piketdienst van de gemeente, via telefoonnummer 036-5484446 (zie artikel 1.1). Zodra de mogelijkheid zich voordoet, maar uiterlijk binnen een werkdag na aanvang, moeten de spoedeisende werkzaamheden via de reguliere weg bij de gemeente gemeld worden middels het door de gemeente gehanteerde (digitale) formulier of registratiesysteem.
De gemeente kan een breekverbod instellen bij weersomstandigheden waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden. Bijvoorbeeld bij vorst, maar ook bij wateroverlast, zware sneeuwval of ijzel (dit betreft geen limitatieve opsomming). Onder andere breuk van vastgevroren bestratingsmateriaal en/of niet goed kunnen verdichten van de ondergrond wordt voorkomen door het instellen van het breekverbod.
Tijdens alle door de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt enzovoort, inclusief de opbouw- en afbreekperiode) is het breekverbod op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan altijd van kracht. De grondroerder moet hiermee rekening houden in zijn planning. Na afloop van het evenement kan de grondroerder zijn werkzaamheden op de gebruikelijke wijze hervatten.
Behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel geeft de gemeente in alle gevallen (op digitale wijze) aan wanneer het breekverbod van kracht is en de gemeente geeft minimaal een dag van tevoren aan wanneer het breekverbod weer is opgeheven. De grondroerder moet zich aan het breekverbod houden en de werkzaamheden mogen na beëindiging van het breekverbod pas weer worden hervat.
4.4. Instemming niet openbare netwerken
De aanleg van een openbaar netwerk wordt standaard toegestaan in de openbare ruimte door de gemeente. De gemeente is op basis van de Telecommunicatiewet en de AVOI niet verplicht om ook de aanleg van niet openbaar netwerk toe te staan. Voorbeelden van niet openbare netwerken zijn warmtenetten en point-to-point (glasvezel)verbindingen of particuliere laadpalen.
In het algemeen gaat de gemeente terughoudend om met het geven van toestemming voor de aanleg van niet openbare netwerken. Als echter de aanleg van een niet openbaar netwerk het algemeen belang dient, dan zal de gemeente hier in de meeste gevallen aan meewerken. Bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom de energietransitie kunnen aanleiding zijn om de aanleg van niet openbare netwerken toe te staan. Om een duidelijk kader aan te geven en om precedentwerking te voorkomen zijn voor het goedkeuren van aanvragen voor de aanleg van niet openbare netwerken criteria opgesteld die de gemeente daarbij hanteert. Indien de gemeente separaat aan die criteria nog nadere regels heeft opgesteld, gaan die nadere regels altijd boven de criteria zoals genoemd in artikel 4.4.2.
Instemming voor de aanleg van niet openbare netwerken in de openbare ruimte wordt verleend, indien:
er sprake is van de aanleg van netwerken in een straat, wijk of stadsdeel (dit moet een logisch aaneengesloten gebied zijn) voor bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet en alle gebouweigenaren, huurders, utiliteitsgebouwen en bedrijven binnen het aanleggebied hebben de mogelijkheid om een aansluiting te krijgen op het netwerk.
5. ZORGVULDIGHEID, SCHADE, VERZEKERINGEN EN VEILIGHEID
Ongeacht de instemming- of vergunningverlening door de gemeente en/of goedkeuring door andere bevoegde instanties, is de netbeheerder tegenover de gemeente en/of derden verantwoordelijk voor een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden. De grondroerder is tegenover de gemeente en/of derden aansprakelijk voor schade als gevolg van de uitvoering van het werk. Dit geldt ook voor werkzaamheden die op verzoek van of na aanwijzing van de gemeente uitgevoerd moeten worden. Bij gecombineerde kabel- en/of leidingaanleg draagt elk van de belanghebbende netbeheerders verantwoordelijkheid tegenover de gemeente. De coördinerende netbeheerder(s) is (zijn) daarvoor dan het aanspreekpunt voor de gemeente. De eventuele aansprakelijkheidsstelling voor schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht.
De netbeheerder zal, al dan niet na een aanwijzing (tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen), de gemeente tijdig op de hoogte stellen van eventuele werkzaamheden in verband met een project van de gemeente. De gemeente en de netbeheerder zullen afspraken maken over de planning van de bedoelde werkzaamheden. Beide partijen zullen maximale inspanningen verrichten om de afgesproken planning te realiseren. Daarvoor zal de netbeheerder de instemmings-, vergunningen- en meldingsprocedure en de daarin gehanteerde termijnen in acht nemen, zodat de afgesproken planning van het project gehaald wordt en dat eventuele vertragingsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Wordt desondanks schade aan eigendommen van de gemeente of derden (bijvoorbeeld: kabels en leidingen van andere netbeheerders, verkeersborden, eigendommen van particulieren, bodemverontreiniging tijdens het werk enzovoort) toegebracht dan moet de grondroerder dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 24 uur, schriftelijk doorgeven aan de toezichthouder k&l en/of aan betrokken derden.
5.2.2. Herstel van schade en vergoeding van kosten
Voor de schade die ten gevolge van werkzaamheden ontstaat en/of de schade die aan andere eigendommen van de gemeente wordt toegebracht, moet de gemeente door of namens de netbeheerder gecompenseerd worden.
De gemeente beslist zelf of zij de schade door of namens de netbeheerder laat herstellen of dat de marktconforme herstelkosten van de schade (inclusief eventuele kosten die de gemeente daarbij moet maken) door of namens de netbeheerder vergoed moeten worden.
Ook alle overige (extra) kosten die door de grondroerder (of de gemeente) gemaakt moeten worden vanwege werkzaamheden en/of een gevolg zijn van de voorwaarden en eisen die zijn opgenomen in de AVOI, het instemmingsbesluit of de vergunning en dit Handboek komen in principe voor rekening van de grondroerder c.q. de netbeheerder (zie ook artikel 3 van de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen).
5.2.3. Onderhoud kabels en/of leidingen en bovengrondse voorzieningen
Bovengrondse voorzieningen die eigendom zijn van netbeheerders en zich bevinden in de openbare ruimte moeten door de netbeheerder onderhouden worden en voorzien zijn van een duidelijke opdruk met daarop eigenaar en storingsnummer benoemd. Aanstootgevende graffiti, leuzen, posters en dergelijke die aangebracht zijn op voornoemde bovengrondse voorzieningen moeten worden verwijderd.
Markeringen die ten behoeve van de maatvoering van kabels en/of leidingen of ter aanduiding van kruisingen van watergangen (zinkers) worden aangebracht moeten op een deugdelijke wijze geplaatst en/of bevestigd worden en altijd goed zichtbaar te zijn. Indien de markeringen op enig moment niet meer voldoen aan de bij plaatsing gestelde eisen moeten deze worden hersteld of op initiatief van de netbeheerder worden verwijderd.
Herstel of verwijdering van de in het eerste lid genoemde aanstootgevende zaken moet op eerste aanzegging van de gemeente uitgevoerd worden binnen 24 uur. De in het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel genoemde punten moeten op eerste aanzegging van de gemeente binnen vijf werkdagen uitgevoerd worden door of in opdracht van de netbeheerder, tenzij anders is overeengekomen met de toezichthouder k&l. De in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel genoemde gebreken is geen limitatieve opsomming. De genoemde termijn geldt voor elk door de toezichthouder k&l geconstateerd gebrek als gevolg van werkzaamheden en/of in situaties die niet meer voldoen aan de bij aanleg gestelde eisen.
Kabels en/of leidingen (inclusief de aansluitingen), die meer dan 0,40 m ten opzichte van het uitgiftepeil zijn verzakt moeten worden gerezen (het verticaal omhoog brengen van kabels en/of leidingen zonder onderbreking). Die werkzaamheden moeten zoveel mogelijk gelijktijdig met een straatophoging worden uitgevoerd. De gemeente en de netbeheerders moeten hier gezamenlijk afspraken over maken.
5.3. Risicodekking en Verzekeringen
Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel moeten de grondroerder en haar (onder)aannemers en/of ZZP’ers die bij de uitvoering van werkzaamheden betrokken zijn zorgdragen voor de verzekeringen tegen schade als gevolg van Wettelijke Aansprakelijkheid die voortvloeit uit het gebruik van aannemersmaterieel bij de uitvoering van het werk.
5.4. Veiligheid en Calamiteiten
Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld bij extreem lage of hoge gevoelstemperaturen mogen werknemers niet doorwerken). De voorschriften die op dit gebied van kracht zijn (zie: www.arboportaal.nl) moeten (digitaal) op het werk beschikbaar zijn en de betrokken werknemers moeten volledig geïnstrueerd worden. Ook moeten alle (onder)aannemers VCA gecertificeerd zijn. De grondroerder is verantwoordelijk voor de naleving hiervan.
Indien vereist conform de VCA en de Arbowet moet voor de aanvang van de werkzaamheden een Veiligheids-, Gezondheids- en Milieuplan (VG&M-plan) zijn opgesteld door de grondroerder. Wanneer er geen VG&M-plan wordt opgesteld door de grondroerder moet de grondroerder aan de gemeente voorafgaand aan de werkzaamheden onderbouwd aangeven waarom er geen VG&M-plan wordt opgesteld. In het VG&M-plan moet, indien van toepassing, minimaal het volgende zijn opgenomen:
De gemeente kan de grondroerder in het kader van de veiligheid (en vanwege verkeerstechnische redenen, zie artikel 3.2, elfde lid) verplichten om buiten werktijden bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. Rondom het opslagterrein van de grondroerder is het plaatsen van bouwhekken altijd verplicht.
De toezichthouder k&l kan vanuit de publieke taakstelling van de gemeente controleren of het werk veilig wordt uitgevoerd. De toezichthouder k&l is bevoegd om bij onveilige situaties correctieve maatregelen af te dwingen en/of de werkzaamheden stil te leggen. Dit geldt ook als er onveilige situaties aan een bestaand netwerk van een netbeheerder worden geconstateerd.
Storingen of schades aan gas- en stroomvoorzieningen moet de grondroerder melden bij het nationale nummer 0800-9009. Storingen of schades aan warmteleidingen dient de grondroerder te melden bij het storingsnummer 0800-0513. Storingen of schades aan kabels en/of leidingen van overige disciplines moeten gemeld worden bij de betreffende netbeheerders.
Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat er hulpdiensten moeten worden ingeschakeld moet de grondroerder dit direct melden via telefoonnummer 0900-8844 en wegwerkzaamheden@brandweerflevoland.nl.
Indien het noodzakelijk is dat, voor de (verkeers-)veiligheid en/of bescherming van de volksgezondheid, direct afzettingen worden geplaatst en/of (een deel van) de weg(-en) wordt afgesloten dan moet dit ook gemeld worden bij de OV-diensten via telefoonnummer 088-0331495 en bij de technicus k&l of bij de toezichthouder k&l.
Voor werkzaamheden in of met verontreinigde grond is de Wet bodembescherming (Wbb) of de opvolger daarvan onverkort van toepassing. De door het CROW uitgebrachte richtlijn “Werken in en met verontreinigde bodem” (publicatie 400) geldt ook. De grondroerder moet altijd werken volgens de meest recente versie van deze richtlijn.
De initiatiefnemer van een project moet vooraf inventariseren (CROW-publicatie 400) of er zich verdachte locaties binnen het werkgebied bevinden. Onder andere via de websites www.bodemloket.nl (initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk) en www.rwsleefomgeving.nl (Rijkswaterstaat) is te achterhalen waar zich verontreinigde of verdachte locaties bevinden. Indien de grondroerder initiatiefnemer is kan hij voor de meest recente informatie en/of detailinformatie contact opnemen met de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV).
Indien de gemeente initiatiefnemer is zal zij die maatregelen nemen die noodzakelijk zijn vanwege wetgeving en eventueel aanvullende eisen die de gemeente zelf of het bevoegd gezag stelt in het kader van het betreffende project. De gemeente is niet gehouden te voldoen en geeft geen invulling aan kwaliteitseisen die netbeheerders zelf stellen ten aanzien van hun netstructuur in (voormalig) verontreinigde grond.
5.5. Peilen en hoofdafmetingen
De grondroerder moet zelf door middel van eenvoudig meetwerk, zowel qua horizontale als verticale maatvoering, het tracé in detail uitzetten. De grondroerder is zelf verantwoordelijk voor de juiste uitvoering daarvan en de gemeente treedt slechts toetsend c.q. controlerend op. Het gewenste tijdstip moet door de grondroerder ten minste één week van tevoren aan de toezichthouder k&l kenbaar gemaakt worden.
Bij de aanleg van kabels en/of leidingen in een nieuwbouwplan, waarbij (nog) geen woningen enzovoort aanwezig zijn om als vast punt voor maatvoering te dienen, zal de gemeente in overleg en op verzoek van grondroerder een aantal punten middels piketpaaltjes en/of krijtmarkeringen aangeven. Dit verzoek moet door de grondroerder ten minste twee weken van tevoren aan de toezichthouder k&l kenbaar gemaakt worden en alleen voor gronden die eigendom zijn van de gemeente. Bij werkzaamheden in particulier eigendom moet de grondroerder met betreffende grondeigenaar en/of projectontwikkelaar rechtstreeks afspraken maken, de gemeente is hierin geen partij.
5.6. Grondwaterstanden en bronbemaling
Indien naar inzicht van de grondroerder bronbemaling noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren moet de grondroerder zelf zorgen voor de noodzakelijke vergunning. Voor het onttrekken van grondwater en voor lozing op het oppervlaktewater is in veel gevallen een watervergunning van het Waterschap Zuiderzeeland nodig.
Bij het verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van te handhaven bomen of beplanting, moeten in het groeiseizoen eventueel beschermende maatregelen worden genomen voor de beplanting. De grondroerder moet in overleg met de toezichthouder k&l de beplanting water geven. Hiervoor moet schoon water worden gebruikt. Er mag geen bronneringswater of oppervlaktewater voor worden gebruikt.
Indien blijkt dat werknemers van de grondroerder en/of haar (onder)aannemers zich niet houden aan de gemaakte afspraken of zij zich op de werkvloer onbehoorlijk en/of overlast gevend gedragen, dat er zich tijdens de uitvoering onregelmatigheden voordoen of dat de werkzaamheden niet naar behoren worden uitgevoerd, kan de gemeente handhavend optreden in het kader van openbare orde, veiligheid of het voorkomen van overlast. Binnen de gemeente wordt gewerkt met een escalatie proces grondroering (zie Hoofdstuk 12, bijlage 9)
DEEL B: (TECHNISCHE) EISEN / VOORSCHRIFTEN
7. RICHTLIJNEN TEN BEHOEVE VAN DE (TRACÉ)ENGINEERING EN ONDERGRONDSE ORDENING
7.1. Tracé-inspectie t.b.v. de aanleg van kabels en/of leidingen
De grondroerder moet het beoogde tracé waarop de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd moeten gaan worden vooraf inspecteren en moet onderzoeken of de werkzaamheden (verkeers-)technisch uitvoerbaar zijn ten aanzien van de aanwezige wegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, spoorwegen, metro- en trambanen, (waterkerende) dijken, overige kabels en/of leidingen, bomen, wegmeubilair, taluds en gebouwen. De grondroerder moet bij de aanvraag van het instemmingsbesluit of de vergunning de gemeente ervan overtuigen (bijvoorbeeld met een dwarsprofiel met daarin aangegeven de bestaande kabels en/of leidingen en het gewenste ruimtebeslag voor de aanleg van de nieuwe kabels en/of leidingen) dat er voldoende ruimte is voor de juiste ondergrondse ordening.
Om er zeker van te zijn dat er voldoende ruimte is in de ondergrond voor de aanleg van kabels en/of leidingen is het raadzaam dat de grondroerder al in de engineeringsfase inventariseert welke overige netbeheerders belangen hebben in het beoogde tracé. Indien nodig en zinvol kunnen die overige netbeheerders dan in een vroegtijdig stadium geïnformeerd worden over de voorgenomen werkzaamheden en er kan onderzoek gedaan worden naar de aard en ligging van betreffende kabels en/of leidingen van de overige netbeheerders. Daartoe kan de grondroerder bijvoorbeeld een oriëntatieverzoek doen bij het Kadaster- sectie KLIC en/of proefsleuven maken. De grondroerder en de overige netbeheerders kunnen zo nodig in overleg treden om nadere afspraken te maken over bijvoorbeeld de ongestoorde ligging van ieders kabels en/of leidingen.
De grondroerder moet zelf inventariseren of er, behalve het instemmingsbesluit of de vergunning, voor bepaalde uit te voeren activiteiten een (omgevings)vergunning of andersoortige toestemmingen noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor werkzaamheden in een gebied met landschappelijke of cultuurhistorische waarde (al dan niet met nadere voorschriften in het kader van de bescherming van monumentale of archeologische waarden), het kappen van bomen, het oprichten/plaatsen van bovengrondse voorzieningen, bouwketen of portakabins, materiaalcontainers, parkeren van voertuigen enzovoort. Ook moet de grondroerder alle voor het werk benodigde vergunningen, ontheffingen enzovoort die noodzakelijk zijn vanuit de Algemene plaatselijke verordening (APV) en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) of de opvolger daarvan aanvragen.
Indien de werkzaamheden de aanleg van een bodemenergiesysteem betreffen, moet de grondroerder eerst de hiervoor benodigde vergunning(en) regelen die de aanleg van een dergelijk systeem toestaan. Daarna is ook op basis van de AVOI nog steeds een vergunning vereist voor het mogen uitvoeren van de werkzaamheden in de openbare gronden van de gemeente.
De aanvraag tot het plaatsen van een bovengrondse voorziening start met het indienen van de aanvraag voor een instemming of vergunning op basis van de AVOI. In verband met het afstemmen en overeenkomen van de locatie voor de bovengrondse voorziening moet de grondroerder een vooroverleg aangaan met de gemeente.
7.2. Ondergrondse ordening bij de aanleg van kabels en/of leidingen
Bij de inrichting van de ondergrond moeten de belangen van diverse belanghebbenden en disciplines gewaarborgd worden. Op basis van de uitgangspunten zoals bepaald in artikel 7.2.1 tot en met 7.2.4 wordt door de gemeente en de netbeheerders in overleg een tracé en een dwarsprofiel opgesteld. In Hoofdstuk 12, bijlage 2 en 3 zijn dwarsprofielen opgenomen ten behoeve van nieuwbouwplannen. Deze beknopte uitgangspunten zijn gebaseerd op de NEN 7171-1 en de NPR-7171. Indien de uitgangspunten niet voldoen, dan wordt de volledige procedure van de NEN 7171-1 en NPR-7171 gevolgd.
Bij bestaande wijken moet bij werkzaamheden aan de boven en/of ondergrond bepaald worden of dit een natuurlijk moment is om de ondergrondse ordening aan te passen. De netbeheerders moeten aan gemeente aangeven en onderbouwen of alle netten die in de ondergrond liggen nog in gebruik zijn. Indien dit niet het geval is dan moet afgewogen worden of deze nog hergebruikt gaan worden en heeft de netbeheerder expliciete toestemming nodig van gemeente om een net te laten liggen. Eventuele vrijgekomen ruimte moet of beschikbaar blijven of toegewezen worden aan nieuw aan te leggen netten.
7.2.1. Uitgangspunten tracébepaling
7.2.2. Uitgangspunten horizontale ligging
Primaire (hoogste orde) kabels- en leidingen, zoals transportleidingen voor (hogedruk) gas, een warmtenet, water en hoogspanningskabels moeten in een leidingenstraat gesitueerd worden. Een leidingenstraat is obstakelvrij (geen opstallen), er staan geen bomen of diepwortelende beplanting, er is geen gesloten verharding aanwezig, heeft een milieuvriendelijke inrichting en is behalve voor fietsers en wandelaars verboden voor alle verkeer met uitzondering van bestemmingsverkeer. In Hoofdstuk 12, bijlage 7 zijn richtlijnen opgenomen.
Binnen het kabel- en leidingentracé worden de kabels en/of leidingen qua horizontale maatvoering, waar mogelijk, volgens een vaste volgorde ten opzichte van elkaar ingedeeld. Daarbij wordt er rekening mee gehouden dat de afstand tussen leidingen en kabels ten minste 0,50 m bedraagt. De horizontale indeling is weergegeven in het schema Ruimtebeslag kabels en leidingen, zie Hoofdstuk 12, bijlage 1.
Distributie- en/of mutatiepunten mogen niet aangebracht worden in kabel- en leidingentracés, rijbanen, parkeerplaatsen, uitwegen, op kruisingen, ter plaatse van de in- en uitritten van percelen, binnen een afstand van 3,00 m vanaf bomen en (tenzij het vanwege netwerk technische redenen niet anders kan) in kabel- en leidingtracés. De distributie- en/of mutatiepunten dienen bij voorkeur geplaatst te worden in voetpaden, bermen of groenvoorzieningen.
Bij de bepaling van het tracé moet rekening gehouden worden met bestaande bovengrondse voorzieningen, bomen of andere groenvoorzieningen.
Voor bestaande bomen wordt de afstand tussen binnenste rand werksleuf en hart stamvoet van de boom bepaald door de leidraad minimale graafafstanden (zie de bomenposter, bijlage 4).
De precieze definitie van het begrip boomgrootte is vastgelegd en gekoppeld aan iedere boom in het Boombeheerplan van de gemeente Almere.
Het bovengenoemde basisprincipe moet zoveel mogelijk worden nagestreefd. In bijzondere gevallen kan de gemeente een andere indeling toestaan c.q. voorschrijven.
7.2.3. Uitgangspunten verticale ligging
7.2.4. Plan kabels & leidingen / Plan in rood
De gemeente Almere heeft een Plan kabels & leidingen voor nagenoeg elke woonwijk, bedrijventerrein, sportpark, etc.. In dit plan zijn de (hoofd)tracés vastgelegd voor de aan te leggen kabels en/of leidingen in nieuwbouw- en overige uitbreidingsplannen. Het Plan kabels & leidingen is essentieel in het proces van bouwrijp maken van de gemeente Almere. De in het plan vastgestelde tracés dienen als leidraad voor nieuwe tracé aanvragen. In het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel worden de stappen uitgelegd in de procedure hoe het Plan kabels & leidingen tot stand dient te komen.
Bij aanvang van de realisatie van een inbreidings-, uitbreidings- of nieuwbouwproject wordt het ontwikkelingsplan (zie Hoofdstuk 12, bijlage 5) door de gemeente tijdig naar de netbeheerders en naar het vakteam riolering en openbare verlichting van de gemeente toegestuurd. Het ontwikkelingsplan is een tekening met daarin het totale beeld van de te vormen wijk of stadsdeel waarin de hoofdinfrastructuur wordt vastgelegd. De netbeheerders en het vakteam riolering en openbare verlichting van de gemeente geven hierop (globale) informatie aan over de locaties van bovengrondse voorzieningen zoals regelkamers, transformatoren, POP’s etc..
Met alle informatie uit het ontwikkelingsplan wordt een verkavelingsplan gerealiseerd. Op het verkavelingsplan zijn de visuele verhoudingen tussen uit te geven terrein en openbare grond binnen het te ontwikkelen gebied zichtbaar. Het verkavelingsplan is een ‘praatprent’ en dient als basis om met alle belanghebbende partijen tot een gemeenschappelijk standpunt te komen met betrekking tot de (hoofd)tracering van alle kabels en/of leidingen binnen het onderhavige uitbreidingsplan; het zogenaamde ‘Plan in rood’. Nadat partijen het met elkaar eens zijn stuurt de gemeente het Plan in rood naar de netbeheerders. De netbeheerders dienen het Plan in rood vier (4) weken na verzending door de gemeente getekend retour te sturen.
Met alle informatie uit het verkavelingsplan wordt een inrichtingsplan gerealiseerd. Het inrichtingsplan is het definitief ontwerp voor de openbare ruimte. Inrichtingsplan is gericht op de uitvoering, ondersteund door ruimtelijke profielen en detailtekeningen. Onderdelen van een inrichtingsplan zijn de overgangen van privé naar openbaar, bomen, verhardingen, groenvoorzieningen, ondergrondse afvalcontainers, verlichting, kloken/molgoot etc. Deze elementen zijn van belang voor het beoordelen / ontwerpen van het plan kabels & leidingen.
Nadat de netbeheerders het ‘Plan in rood’ ondertekend teruggestuurd hebben ontwerpt de technicus k&l een concept Plan kabels & leidingen. Dit geschiedt aan de hand van een goedgekeurd matenplan 2 en een inrichtingsplan. Hierbij wordt de tabel Ruimtebeslag kabels & leidingen gebruikt (zie Hoofdstuk 12, bijlage 1). Op het concept Plan kabels & leidingen worden behalve tracés en bovengrondse voorzieningen ook vloerpeilen, kunstwerken, lichtmasten, verhardingstype, bomen en duikers weergegeven. Afhankelijk van de grootte van het project hebben de netbeheerders twee (2) tot vier (4) weken de tijd om op- of aanmerkingen te plaatsen bij het concept Plan kabels & leidingen.
Nadat het intern (door alle relevante diensten) bij de gemeente het ‘Matenplan 2’ en inrichtingsplan ondertekend is, wordt het concept Plan kabels & leidingen definitief gemaakt. Het Plan kabels & leidingen (zie Hoofdstuk 12, bijlage 6) wordt verstuurd naar de netbeheerders. De uitvoeringsplanning van de werkzaamheden wordt vervolgens in onderling overleg tussen gemeente en netbeheerder(s) bepaald.
7.2.5. Aan te leveren (tracé)tekeningen
Alle (aanvraag)tekeningen die naar de gemeente Almere worden gestuurd moeten aangeleverd worden in een digitale tekening, tenzij anders overeengekomen wordt met de technicus k&l.
7.3. Opruimen uit gebruik genomen kabels en/of leidingen
De netbeheerder moet ervoor zorgen dat zijn uit gebruik genomen kabels en/of leidingen zo snel en zo veel als mogelijk worden opgeruimd, om ruimte te creëren voor nieuwe kabels en/of leidingen. Dit is belangrijk met het oog op ruimte voor nieuwe bestemmingen. Tenzij het opruimen (gedeeltelijk) technisch wordt belemmerd, de kabels en/of leidingen binnen afzienbare tijd kunnen worden hergebruikt en/of als er tussen de gemeente en de netbeheerder andere afspraken gemaakt worden, bijvoorbeeld over het moment waarop opgeruimd wordt en/of als er bomen nabij of op het tracé aanwezig zijn.
Tijdelijke kabels en/of leidingen (bijvoorbeeld bouwaansluitingen) moeten na afloop van de bouwactiviteiten verwijderd worden. Indien na afloop van de bouwactiviteiten blijkt dat deze kabels en/of leidingen niet verwijderd zijn zal de gemeente deze, conform de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen, artikel 3, zesde lid, laten verwijderen.
Als een uit gebruik genomen leiding, conform het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, in beginsel niet opgeruimd wordt moet de inhoud van die leiding worden verwijderd. Leidingen die niet bestemd zijn voor hergebruik moeten worden opgevuld (bijvoorbeeld met dämmer of een ander vulmiddel) en de kopeinden moeten worden afgedicht. Bij HDPE-buizen ten behoeve van glasvezelkabels kan worden volstaan met het afdichten van de kopeinden.
8. VOORWAARDEN EN TECHNISCHE EISEN TEN AANZIEN VAN DE UITVOERING
8.1. Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot de uitvoering
Bij groot geprogrammeerd werk moet de grondroerder, voor aanvang van de werkzaamheden, de gemeente uitnodigen voor een gezamenlijke (voor)schouw van de werkomgeving. De bevindingen moeten door de grondroerder vastgelegd en aangeleverd worden in het digitale registratie- en communicatiesysteem wat door de gemeente gehanteerd wordt.
De grondroerder moet ervoor zorgen dat een afschrift en/of een digitale versie van het instemmingsbesluit, de vergunning of het meldingsformulier inclusief de tekening(en), het Handboek, alsmede de afschriften van de toestemmingen van derden inclusief de voorwaarden en de gegevens van de KLIC-melding op de graaflocatie aanwezig zijn. Deze documenten moeten desgevraagd aan de toezichthouder k&l getoond worden.
De grondroerder moet zich houden aan de CROW-richtlijnen (onder andere) “Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen” en “Schade voorkomen aan kabels en leidingen” (respectievelijk de publicaties 280 en 500), de meest recente Standaard RAW-bepalingen (voor grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk) alsmede de AVOI-, Handboek en WIBON-bepalingen inclusief eventuele recente aanvullingen.
Indien het voor aanvang bekend is dat er kabels en/of leidingen van meerdere netbeheerders in de directe nabijheid van of aansluitend aan een te roeren tracé gelegd of opgeruimd moeten worden, dan moeten deze werkzaamheden zoveel mogelijk gecombineerd of aansluitend aan elkaar in een werkgang en in ieder geval conform de gezamenlijk afgesproken planning uitgevoerd worden. De grondroerder(s) moet(en) dit als zodanig onderling of met de betreffende netbeheerder(s) en met de technicus k&l afstemmen (combiwerk).
Verder kunnen ook projecten aan de orde zijn waarbij werkzaamheden van de gemeente en netbeheerder(s) binnen een gezamenlijk afgesproken tijdvak uitgevoerd moeten worden. Deze werkzaamheden komen tot stand vanuit proactieve regie en zijn voorafgaand aan de instemmings- of vergunningsaanvraag bekend.
De locatie van het opslagterrein van de grondroerder moet in overleg met de gemeente bepaald worden. Hiervoor is een objectvergunning benodigd (aan te vragen via www.almere.nl/bouwen/vergunningen-toezicht-handhaving). De gemeente stelt de volgende voorwaarden aan inrichting en oplevering van het opslagterrein:
Tenzij3 met de toezichthouder k&l anders is overeengekomen, mag er in principe per dag geen grotere sleuflengte worden opengemaakt, dan op die dag weer volledig kan worden dichtgemaakt. Alle montage- c.q. lasgaten moeten aan het einde van de dag dicht gemaakt worden. Inclusief (tijdelijke) bestrating.
Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare ruimte een grondroerder werkzaamheden moet uitvoeren en de grondroerder zelf zorg draagt voor herstel van de elementenverharding, moet voorafgaand aan de werkzaamheden met de technicus k&l overlegd worden over de wijze waarop de grondroerder de kwaliteit van de huidige verharding wil bereiken en kan garanderen. Indien de huidige kwaliteit niet kan worden gegarandeerd kunnen de gemeente en de grondroerder gezamenlijk besluiten dat de kabels en/of leidingen via een ander tracé worden gelegd of dat de verharding over een grotere of volle breedte opnieuw wordt gelegd, zodat de huidige kwaliteit wel kan worden gegarandeerd.
Bij werkzaamheden moet definitief herstel binnen twee werkdagen gereed zijn en bij werkzaamheden van niet ingrijpende aard of spoedeisende werkzaamheden binnen vierentwintig uur, tenzij met de toezichthouder k&l anders overeengekomen wordt. Uitzonderingen hierop zijn artikel 3.3, derde en vierde lid, en de locaties waar gesloten verharding aanwezig is, daarvoor geldt artikel 8.3.
De gemeente kan ervoor kiezen om de open verharding in (gedeelten van) de openbare ruimte in eigen beheer te (laten) herstellen. Afspraken hierover worden voor aanvang van het werk gemaakt.
In deze gevallen zorgt de grondroerder ervoor dat de opgebroken verhardingsmaterialen onder handbereik langs het tracé worden opgetast. De grondroerder herstelt de sleuf, inclusief verdichting en brengt het zandbed voor de bestrating aan.
Als er direct naast de sleuf geen ruimte is moet de plaats van tijdelijke opslag van (bestratings-) materialen vooraf in overleg met de toezichthouder k&l worden bepaald. Voorafgaand aan de oplevering van het werk (of tussentijds op eerste aanzegging van de gemeente binnen vijf werkdagen) moeten deze (bestratings-)materialen worden verwijderd. Indien van toepassing moet de ondergrond worden hersteld in de staat zoals vooraf aanwezig was.
Al het te gebruiken (bestratings-)materiaal moet van dezelfde soort en minimaal dezelfde kwaliteit zijn als het aanwezige (bestratings-)materiaal en de door de gemeente gebruikelijk toe te passen (bestratings-)materialen. (Voor verharding van Chinees graniet gelden andere voorwaarden, zie artikel 8.3, elfde lid).
Indien de toezichthouder k&l constateert dat een distributie- of mutatiepunt of bovengrondse voorziening niet conform de gemaakte afspraak is geplaatst, of dat de verdichting van de sleuf en/of het herstel van de sleufverharding niet voldoet aan de bij aanleg gestelde eisen moet dit op eerste aanzegging van de gemeente binnen 5 werkdagen door of in opdracht van de netbeheerder worden verplaatst of hersteld.
Nadat de werkzaamheden gereed zijn moet het tracé volledig hersteld zijn en de werkomgeving moet opgeruimd achtergelaten worden. Bermen en onverharde grond moeten vrij van stenen en dergelijke en indien van toepassing ingezaaid zijn. Al het overtollige puin, grond, zand, beplantingsresten en/of afval van de werkzaamheden moet afgevoerd worden naar een erkende, gecertificeerde verwerker. Er mag ook geen zand of vuil achterblijven in (mol)goten, lijnafwatering en straat- en trottoirkolken (indien nodig moet de grondroerder de gemeente verzoeken deze te reinigen). Eventueel gemaakte bronneringsgaten moeten weer opgevuld worden. De grondroerder en toezichthouder k&l leveren het tracé gezamenlijk op.
8.2. Opbreken en (indien van toepassing) herstellen open verharding
Wegkruisingen in wegen (uitgezonderd bouwwegen) met een open verharding met een (gebonden) puinfundering of met een waterdoorlatende verharding en -fundering opbouw moeten altijd gerealiseerd worden door middel van een persing of (gestuurde) boring conform artikel 8.5, tenzij met de technicus k&l anders wordt overeengekomen.
Wegkruisingen in wegen met een open verharding met een zandfundering mogen in open ontgraving (in 2 gedeelten) gerealiseerd worden. Ter plaatse van de wegkruising moet bij voorkeur een mantelbuis gelegd worden waardoorheen de kabel en/of leiding moet worden gevoerd. De mantelbuis moet minimaal 0,50 m aan weerszijden van het te kruisen vlak door lopen, tenzij met de technicus k&l anders wordt overeengekomen.
Indien het herstel van open verharding door de netbeheerder uitgevoerd moet worden en tijdens het opbreken van open verharding elementen breken of beschadigen moet de grondroerder deze zelf vervangen door elementen van gelijke samenstelling en hoedanigheid. Indien voorradig kunnen deze eventueel worden geleverd door de gemeente. Indien tijdens een vooropname gezamenlijk (toezichthouder k&l en grondroerder) geïnventariseerd is dat een verharding van een nog op te breken tracé een bovengemiddeld aantal (> 5%) gebroken of beschadigde elementen bevat zal het vervangende materiaal door de gemeente om niet beschikbaar worden gesteld.
Lijnafwatering heeft vaak een fundering van (stamp)beton of gestabiliseerd zand, beiden mogen nooit worden verwijderd. De lijnafwatering inclusief funderingsconstructie moet intact blijven. Wanneer een lijnafwatering of een gefundeerde trottoirband gekruist moet worden moet over de toe te passen werkwijze overlegd worden met de toezichthouder k&l.
Het opbreken en herstellen van bijzondere (sier)bestrating (onder andere natuursteen en gepolijste tegels) kan een specifieke werkwijze vereisen. Om ervoor te zorgen dat het zichtoppervlak van het bestratingsmateriaal niet beschadigt, moet de grondroerder de nodige beschermende maatregelen nemen waarbij aanwijzingen van de toezichthouder k&l altijd opgevolgd moeten worden.
Bij herbestrating moeten de elementen onderling en ten opzichte van de ongeroerde elementen even hoog zijn gestraat. Binnen het teruggebrachte straatwerk mogen geen oneffenheden voorkomen. Het straatwerk moet onder hetzelfde profiel en verband worden gestraat als voor de werkzaamheden aanwezig was. Er mogen geen klinkers op z’n kant terug gestraat worden. Elementen kleiner dan een halve tegel of klinker mogen niet worden gebruikt.
Uitgevoerd straatwerk moet schoongeveegd afgetrild worden en moet daarna, bij voorkeur meerdere keren en met tussenpozen van 24 uur, ingeveegd worden met schoon brekerzand (bij beton-klinkers), schoon straatzand (bij tegels). Alle voegen in het straatwerk moeten in de eindsituatie voldoende met zand zijn gevuld.
8.3. Opbreken en (indien van toepassing) herstellen gesloten verharding
Het is in beginsel verboden ontgravingen te verrichten in wegen met een gesloten verharding, behalve wanneer in deze wegen al kabels en/of leidingen aanwezig zijn die moeten worden gerepareerd of dat er aansluitingen op moeten worden gemaakt. In die gevallen wordt er gewerkt met voorafgaande (schriftelijke) toestemming van de gemeente.
Binnen de gemeente Almere zijn, of worden op termijn, alle hoofdfietsroutes verbreed naar een breedte van 4 m. De verbreding vindt plaats met asfaltverharding. Bij noodzakelijk onderhoud aan kabels en/of leidingen en/of bij calamiteiten is het de netbeheerder toegestaan om in overleg met de toezichthouder K&L het asfalt van die fietsroutes open te (laten) breken. Tijdens het reguliere asfaltonderhoud zal het asfalt definitief hersteld worden door de gemeente Almere. Voor de verrekening van deze herstelkosten gelden separate afspraken.
Beide moeten worden afgevoerd conform de CROW-publicatie 210:
'Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt'.
Indien van toepassing moet de grondroerder zelf voor de benodigde afvalstroomnummers zorgen. Een kopie van de acceptatie- of stortbonnen van een erkend en gecertificeerd verwerkingsbedrijf moet direct overhandigd worden aan de technicus k&l of toezichthouder k&l.
Sleuven of montage- c.q. lasgaten in de gesloten verharding moeten nadat de kabels en/of leidingen zijn gelegd, over de volle breedte worden opgevuld en verdicht en de funderingsconstructie moet worden hersteld met betongranulaat 0/40 mm. De ondergrond van de fundering en de fundering moet na verdichting voldoen aan de technische eisen uit de meest recente standaard RAW bepalingen.
De te herstellen sleuf of montage- c.q. lasgat in de gesloten verharding moet dichtgestraat worden in een zandbed van tenminste 0,05 m brekerzand met betonstenen (BSS KF 80mm dik, zo mogelijk in de kleur van de aanwezige verharding) in blokverband op een wijze die geen gevaar oplevert. De bovenzijde van de stenen moeten gelijk liggen met de aansluitende verharding. De stenen moeten vlak ten opzichte van elkaar worden gestraat. Voor het onderhoud van de met klinkers herstelde sleuf geldt het bepaalde in de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen.
Indien het dichtstraten van een sleuf of montage- c.q. lasgat niet op deugdelijke wijze wordt uitgevoerd kan dat tot gevolg hebben dat de aansluitende verhardingen als gevolg van het gebruik door het verkeer verzakken en/of beschadigen. Binnen de afgesproken onderhoudstermijn die geldt voor straatwerk moet dergelijke schade door de grondroerder worden hersteld.
In het stadshart van Almere bestaat de verharding grotendeels uit gesloten verharding in de vorm van natuursteen (Chinees graniet) met daaronder een fundering. Daarvoor geldt dat dit, in overleg met de grondroerder, door een door de gemeente geselecteerde aannemer opgebroken en hersteld dient te worden. Voor de verrekening van de kosten gelden separate afspraken.
8.4. Opbreken en herstellen bermen, gazons en sleuven zonder bedekking
In bermen waar gras aanwezig is en waar het steken van regelmatige zoden niet mogelijk is moet de sleufbedekking (graspollen en dergelijke) worden afgevoerd. Nadat de kabels en/of leidingen zijn gelegd en de sleuf tot op de juiste hoogte is aangevuld en verdicht moet het oppervlak van de berm, vrij van stenen en dergelijke, gefreesd en ingezaaid worden met een door de gemeente goedgekeurd grasmengsel.
8.5. Weg-, water- of boomkruising door sleufloze technieken of baggeren
Indien bij een wegkruising de aanleg van kabels en/of leidingen door middel van een persing of (gestuurde) boring onder het wegdek wordt gerealiseerd, moet dit haaks op de wegas minimaal 1,00 m uit de tangentpunten en zodanig uitgevoerd worden zodat er geen verzakking of bolling in de verharding kan optreden. Ook moet deze op minimaal 3,00 m vanaf het zichtbare deel van de stamvoet van een boom gesitueerd worden. De persing of (gestuurde) boring moet bij voorkeur voorafgaand aan het graven van de sleuf voor het hoofdtracé gerealiseerd worden. Het aanbrengen van een (stalen) mantelbuis is daarbij verplicht, tenzij met de technicus k&l anders wordt overeengekomen.
Bij een wegkruising moet de aangebrachte mantelbuis minimaal 0,75 m aan weerszijden van het te kruisen vlak doorlopen, tenzij met de toezichthouder k&l anders wordt overeengekomen. De verharding mag nooit ondergraven worden (bijvoorbeeld voor het opzoeken van de buiseinden). Bij gescheiden rijbanen en/of fietspaden met tussenliggende groenstroken moet de mantelbuis indien mogelijk uit één lengte bestaan.
Bij een kruising van een watergang die in eigendom en beheer is van de gemeente moet de aanleg van kabels en/of leidingen door middel van een (gestuurde) boring of door in baggeren onder de vaste bodem van de watergang worden gerealiseerd. Een minimale gronddekking van 1,00 m ten opzichte (van de ontwerpdiepte) van de vaste bodem van de watergang is daarbij vereist. De realisatie van de kruising van de watergang moet bij voorkeur voorafgaand aan het graven van de sleuf voor het hoofdtracé gerealiseerd worden.
Na realisatie van de kruising van de watergang moeten, indien van toepassing, de taluds en bodem weer in de oude staat teruggebracht worden. Op de oevers kan de ligging van de kruising van de watergang gemarkeerd worden. Indien de toezichthouder k&l het noodzakelijk acht moet er op het in- en uittredepunt van een in gebaggerde kruising van een watergang een beschoeiing aangebracht worden.
Indien een boomkruising middels een zogenaamde boomboring met een mantelbuis wordt uitgevoerd moet de mantelbuis in ieder geval onder de wortelzone van de boom door aangebracht worden. Aan de uitvoeringseisen (onder andere verticale maatvoering) van de boring en de materiaalkeuze van de mantelbuis kunnen door de gemeente nadere eisen gesteld worden. De boring moet bij voorkeur voorafgaand aan het graven van de sleuf voor het hoofdtracé gerealiseerd worden.
De toe te passen methode van het realiseren van een weg- water- of boomkruising behoeft vooraf de goedkeuring van de gemeente. Hiertoe moet bij de gemeente een boorplan aangeleverd worden ter goedkeuring. Het aanbrengen met behulp van waterdruk is nooit toegestaan. Ongestuurde raketboringen in de openbare ruimte zijn niet toegestaan (tenzij met de toezichthouder k&l en technicus k&l anders wordt overeengekomen) en bij het kruisen van een watergang kan toepassing van een (gestuurde) boring worden vereist, bijvoorbeeld om hinder voor het scheepvaartverkeer te voorkomen.
8.6. Graaf- en grondwerkzaamheden
Te ontgraven grond, zand, half verharding (grind en dergelijke), teelaarde, funderingsmateriaal enzovoort moet gescheiden ontgraven, vervoerd en/of in depot gezet of aangevuld worden. Het opbreken van een waterdoorlatende verharding en -fundering opbouw, bufferings- en infiltratievoorziening (bv. Wadi constructie) of fundering die is opgebouwd uit IBC-bouwstoffen vereist vaak een speciale werkwijze die afgestemd moet worden met de toezichthouder k&l. De aanwijzingen van de toezichthouder k&l moeten altijd opgevolgd worden.
Alle werkzaamheden moeten bij voorkeur in een droge sleuf plaats vinden. Nadat de kabels en/of leidingen gelegd zijn moet de sleuf worden aangevuld en verdicht. Om de profielopbouw van de ondergrond zo optimaal mogelijk te herstellen moet het uitgegraven materiaal, vrij van stenen en dergelijke, over de volle breedte van de sleuf laagsgewijs en met zorg in de juiste volgorde terug in de sleuf worden gebracht. De dikten van grond-, fundering- en zandlaag en/of de laag teelaarde moeten gelijk zijn aan de aanwezige laagdikten.
Bermen en groenstroken moeten met voldoende overhoogte aangevuld worden. Bevroren grond en/of zand, sneeuw, (groen)afval en puin mag niet worden verwerkt in de aanvulling. De grondroerder levert zand of grond bij een tekort daaraan of zorgt voor afvoer van zand of grond indien er materiaal overblijft.
Daar waar open verharding aanwezig is moet het aanwezige zandbed direct onder de verharding, de straatlaag, hersteld worden. Als herstel van de verharding in oude staat technisch gezien niet mogelijk is doordat te weinig (minder dan 0,05 m) straatzand beschikbaar is, zal de grondroerder het tekortkomende zand leveren en aanbrengen.
De controle op het aanvullen en verdichten van de sleuven moet plaats vinden door of namens de grondroerder. De grondroerder moet de referentiewaarden en de gemeten sondeerwaarden vastleggen. De metingen moeten verricht worden met een (hand)sondeerapparaat of met een nucleaire verdichtingsmeter (of eventueel door middel van de proctorproef). Indien de toezichthouder k&l hierom vraagt moet de grondroerder de meetgegevens overleggen. Op aanwijzing van de toezichthouder k&l moet de grondroerder steekproeven uitvoeren. De toezichthouder k&l kan ook zelf steekproeven uitvoeren.
Indien de oorzaak van slechte verdichtingsresultaten is, dat de uitgekomen grond niet voor aanvulling/verdichting geschikt is moet deze afgevoerd worden. De grondroerder moet dan nieuwe voor aanvulling benodigde grond en/of zand op het werk leveren en opnieuw verwerken. Daarna vindt wederom een controle door de toezichthouder k&l plaats.
8.7. Kabel- en/of leidingwerkzaamheden
De grondroerder moet zich overtuigen van de plaats van alle reeds in het werk gelegen kabels en/of leidingen. Hiertoe moeten in het beoogde tracé (handmatig) proefsleuven gegraven worden. De grondroerder moet ervoor zorgen dat de gegevens van de gemaakte proefsleuven en de maatvoeringen van de daarin aangetroffen kabels en/of leidingen getoond kunnen worden aan de technicus k&l of toezichthouder k&l indien daarom wordt verzocht.
Alle kabels en/of leidingen (dus inclusief de in- en uitgaande kabels en/of leidingen bij distributie- en/of mutatiepunten en bovengrondse voorzieningen) moeten zodanig geplaatst worden dat het beheer van andere, reeds aanwezige, kabels en/of leidingen niet in gevaar wordt gebracht of zonder noodzaak wordt bemoeilijkt. De netbeheerder die hierin strijdig handelt, neemt op eigen kosten maatregelen ten aanzien van het betreffende onderdeel van zijn netwerk, waaronder zo nodig het verplaatsen daarvan, om aan de strijdigheid onverwijld een einde te maken.
Indien tijdens de uitvoering het ingestemde tracé (in horizontale of verticale zin) niet gevolgd kan worden, moet de grondroerder in overleg treden met de technicus k&l. De uitgangspunten in artikel 7.2 moeten toegepast worden om het alternatieve tracé te bepalen. Het gewijzigde en door de gemeente goedgekeurde tracé zal opgenomen worden in het instemmings- of vergunningsdossier.
Tijdelijk aan te brengen voorzieningen (zoals bijvoorbeeld damwanden, sleufbekisting enzovoort) ten behoeve van werkzaamheden in de openbare ruimte moeten de goedkeuring hebben van de technicus k&l. Deze tijdelijke voorzieningen moeten na het voltooien van de werkzaamheden worden verwijderd, tenzij in overleg met de technicus k&l anders wordt besloten.
Voorbereide aansluitingen, waarbij de voor de aansluiting bedoelde buis of kabel op de benodigde lengte in de openbare grond wordt opgeborgen (vooral bij CAI en FttX) moeten zo strak mogelijk worden opgerold, gebundeld en verticaal op de juiste diepte onder een beschermende voorziening evenwijdig aan en tegen de perceelgrens worden weggezet.
De exacte locaties van distributie- en/of mutatiepunten en bovengrondse voorzieningen moeten in overleg met de technicus k&l bepaald worden. Conform het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel moet vooraf vastgesteld worden of de gekozen locatie vrij is van overige kabels en/of leidingen.
Bij plaatsing van bovengrondse voorzieningen van grotere afmeting in of nabij een groenvoorziening kan de gemeente nadere eisen, zoals de kleurstelling, stellen. Er kan bijvoorbeeld aanplant van extra groenvoorziening gewenst zijn om de bovengrondse voorziening zoveel als mogelijk aan het zicht te onttrekken. Deze extra voorwaarden worden door de gemeente zoveel mogelijk opgenomen in het instemmingsbesluit of de vergunning, echter de aanwijzingen van de technicus k&l of toezichthouder k&l moeten eveneens altijd opgevolgd worden.
Het deksel van een distributie- en/of mutatiepunt dat op maaiveldniveau wordt geplaatst, moet minimaal voldoen aan verkeersklasse D400(NEN-EN 124) en op gelijke hoogte met de aanwezige bestrating of (berm)verharding geplaatst te worden. Aanwezige elementenverharding rond het distributie- en/of mutatiepunt moet geknipt worden in het bestaande verband.
Nadat alle werkzaamheden gereed zijn moet de grondroerder de ligging gegevens van de kabels en/of leidingen, inclusief (voorbereide) aansluitingen, distributie- en/of mutatiepunten en bovengrondse voorzieningen (digitaal) inmeten en deze op een revisietekening digitaal beschikbaar te hebben voor raadpleging door derden (conform WIBON).
8.8. Werken in of met (voormalig) verontreinigde grond
De grondroerder moet de werknemers volledig instrueren over de in het VG&M-plan (zie ook artikel 5.4 en 5.4.1) voorgeschreven (beschermings-)maatregelen bij het werken in of nabij een verontreinigde grondlocatie. De grondroerder zal ervoor zorgen dat de voorgeschreven (beschermings-) maatregelen worden nageleefd.
De grondroerder moet de vereiste (wettelijke) procedures voor ontgraven en hergebruik van grond volgen. Indien de ontgraven grond niet hergebruikt mag worden, moet deze naar een erkend en gecertificeerd verwerkingsbedrijf worden gebracht. Een afschrift en/of een digitale versie van de correspondentie met betrokken instanties en/of de acceptatie- of stortbonnen van het verwerkingsbedrijf moet op het werk aanwezig zijn. Een kopie daarvan moet op verzoek overhandigd of getoond worden aan de technicus k&l of toezichthouder k&l.
De grondroerder zorgt dat de vervangende grond schoon en voor verwerking geschikt is conform alle gestelde (wettelijke) eisen. Een afschrift en/of een digitale versie van de leveringsbon moet op het werk aanwezig zijn. Een kopie daarvan moet op verzoek overhandigd of getoond worden aan de technicus k&l of toezichthouder k&l.
9. WERKEN AAN OF NABIJ GROENVOORZIENINGEN
Werkzaamheden aan of bij bomen of andere groenvoorzieningen moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Is het werken aan of bij bomen of andere groenvoorzieningen toch onvermijdelijk dan bij bomen 1e categorie 1,5 meter buiten de kroonprojectie blijven en moet er eerst overleg met de technicus k&l gevoerd worden.
9.1. Groenvoorzieningen algemeen
In relatie tot werkzaamheden ten behoeve van kabels en/of leidingen kan het noodzakelijk zijn dat er tevens snoeiwerkzaamheden aan groenvoorzieningen moeten worden uitgevoerd. Dit kan voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden van de grondroerder nodig zijn. De grondroerder moet dit tijdig afstemmen met de technicus k&l. De snoeiwerkzaamheden aan groenvoorzieningen worden altijd door of in opdracht van de gemeente uitgevoerd.
Ter voorkoming van verspreiding van invasieve exoten moet gewerkt worden volgens het Landelijk protocol Aziatische duizendknopen. Meer informatie hierover is te vinden op www.bestrijdingduizendknoop.nl/protocol.
9.2. Werken nabij bomen (tevens rooi en herplant)
Voorafgaand aan de engineering moet door de grondroerder bij de gemeente het (digitale) Plan kabels & leidingen opgevraagd worden. Hierop zijn de bomen aangegeven. Te handhaven bomen die zich in het tracé bevinden, moeten (incl. de kroonprojectie) weergegeven worden op de instemmings- of vergunningstekening.
Bij het passeren van bomen moeten door de grondroerder voorzorgsmaatregelen worden getroffen die schade aan de betreffende boom voorkomt. De maatregelen en aanwijzingen zijn (onder andere) aangegeven op de Bomen poster (bijlage 4) en in het Handboek bomen van het Norminstituut bomen. Wanneer er toch een boom wordt beschadigd moet dit direct gemeld worden bij de toezichthouder k&l.
Indien de afstand van te leggen kabels en/of leidingen tot de bomen minder is dan bepaald op de Bomenposter (bijlage 4), moeten proefsleuven gemaakt worden om te beoordelen of een Boom Effect Analyse (BEA) noodzakelijk is of uitvoering middels een (gestuurde) boring mogelijk is. Daarnaast moeten er in ieder geval beschermende maatregelen toegepast worden, tenzij -na een wederzijdse belangenafweging- anders wordt overeengekomen met de technicus k&l.
In het wortelgestel van bomen mag slechts bij hoge uitzondering worden gegraven en in dat geval alleen handmatig, dit is echter alleen toegestaan met goedkeuring van de toezichthouder k&l en toezichthouder groen. Wortels dikker dan 0,025 m in diameter mogen nooit worden verwijderd of beschadigd. Wortels kleiner dan 0,025 m in diameter mogen verwijderd worden door middel van zagen of knippen zonder de wortels te breken of eraan te trekken. Ontgraven wortels moeten worden beschermd tegen uitdrogen, vorst en andere beschadigingen.
Indien de grondroerder toestemming krijgt van de gemeente om een boom te rooien moet de grondroerder tevens de stobben verwijderen en afvoeren en het ontstane gat laagsgewijs met grond aanvullen en verdichten. Ten slotte moet er, afhankelijk van de locatie, een laag Almeerse klei of teelaarde worden aangebracht. De grond moet op een zodanige wijze worden afgewerkt dat er na inklinking sprake is van een vlakke overgang naar de ongeroerde grond. Reservering voor inklinking mag max. 0,10 m bedragen. In overleg met de toezichthouder k&l moet het eventuele inzaaien geschieden conform artikel 8.4, vijfde lid.
9.3. Opname en herstellen heesters en beplanting
Dit artikel is alleen van toepassing als het de grondroerder wordt toegestaan om zelf herstelwerkzaamheden uit te voeren aan groenvoorzieningen.
Dit Handboek kabels en leidingen is van toepassing op werkzaamheden waarover op het moment van in werking treden geen andere overeenkomsten zijn aangegaan tussen de gemeente en belanghebbende(n).
Dit Handboek kabels en leidingen treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
Deze regeling wordt aangehaald als: Handboek kabels en leidingen gemeente Almere.
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2025.
Burgemeester en wethouders voornoemd,
12.1. Ruimtebeslag Kabels en Leidingen
12.2. Dwarsprofiel All-electric
12.4. Bomenposter: werken rondom bomen
12.6. Plan kabels en leidingen
12.7. Richtlijnen in gebruik geven / nemen van Leidingenstraat
De leidingenstraat mag niet voorzien worden van gesloten verharding (bijv. asfalt) of andersoortige verharding die kostenverhogend werken bij de werkzaamheden aan kabels of leidingen in deze zone. Bij kruisingen met asfaltwegen moeten ten behoeve van de kabels- en leidingen beschermende voorzieningen worden getroffen, zodat zonder inbreuk op de verharding beheer en onderhoud mogelijk blijven.
Registreren van Vergunningen / Instemmingen en Meldingen
Bijna alle aannemers gebruiken voor de registratie het WoW portaal. Dit portaal is gekoppeld met het MOOR portaal van de gemeente.
Het aanvragen van een vergunning
U gaat naar de website: https://mijn.wowportaal.nl/MVC/
Hier voert u uw gebruikersnaam en wachtwoord in en klikt op de knop Inloggen of Enter op uw toetsenbord.
Afhankelijk van uw instellingen komt u in het werkplein of in de lijstweergave. In deze handleiding wordt het werkplein uitgelegd.
Na het accepteren van de voorwaarden kunt u de aanvraag opslaan of goedkeuring aanvragen bij de gemeente. Een opgeslagen aanvraag is niet te zien bij de gemeente. Vul daarnaast zoveel mogelijk gegevens in ook al zijn deze niet verplicht. Hoe vollediger de aanvraag is ingevuld hoe sneller de gemeente de aanvraag kan behandelen.
Het WoW biedt heel veel mogelijkheden. Deze zijn niet beschreven. Via de helpdesk helpdesk@wowportaal.nl kunt u altijd uw vragen kwijt.
12.9. Escalatie proces grondroering
Indien de grondroerder herhaaldelijk (2 overtredingen) in de fout gaat, nodigt de toezichthouder de grondroerder uit op het stadhuis voor een overleg.
Tijdens dit overleg worden afspraken gemaakt om herhaling van de gemaakte fouten te voorkomen. De afspraken worden door de toezichthouder vastgelegd in een verslag en verstrekt aan de grondroerder. Daarnaast wordt een kopie van het verslag verstuurd naar de contactpersoon (grondroerder) (in geval van escalatie) zoals vermeld in het registratiesysteem.
Indien de grondroerder na het overleg opnieuw in de fout gaat (1 overtreding), worden de werkzaamheden stil gelegd. Bij het stilleggen van het werkzaamheden wordt de netbeheerder daar zo snel mogelijk van op de hoogte gebracht.
De technicus K&L nodigt de aanvrager (grondroerder) van de vergunning, instemming of melding uit voor een overleg op het stadhuis.
In dit overleg moet de grondroerder met een verbeterplan komen waarin aangegeven staat hoe hij (herhaling van) fouten in de toekomst gaat voorkomen en hoe hij dit borgt.
Indien de grondroerder na het overleggen van het verbeterplan opnieuw in de fout gaat, volgt de 3e escalatie. De Senior Technicus nodigt de netbeheerder en grondroerder van de vergunning, instemming of melding uit voor een overleg op het stadhuis.
In dit overleg wordt het verbeterplan van de grondroerder geëvalueerd en besproken waarom het opnieuw mis is gegaan. Hier wordt tekst en uitleg gevraagd aan de netbeheerder over de werkzaamheden van de grondroerder/huisaannemer.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-511479.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.