Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021 (1e wijziging)

De raad van de gemeente Zutphen,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders met nummer 694187;

 

overwegende, dat het gewenst is regels te herzien over de bescherming van bomen en houtopstanden;

 

gelet op artikel(en) 149, 154 en 229 van de Gemeentewet en 2.4, 2.16, 4.1 en 22.4 van de Omgevingswet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de:

 

Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021 (1e wijziging)

Artikel I Wijziging verordening

De Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021 wordt als volgt gewijzigd:

 

A. Artikel 4:1 Groene Kaart en Bomenlijst wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:1 Groene Kaart en Bomenlijst

  • 1.

    Het college stelt eens in de 5 jaar een Groene Kaart vast, die een samenhangend geheel bevat van de volgende beschermde houtopstanden:

    • a.

      boomstructuren;

    • b.

      aangewezen aandachtsgebieden.

  • 2.

    Het college stelt eens per jaar een Bomenlijst vast, die kan worden uitgebreid met nieuwe bomen. De Bomenlijst bevat tenminste de volgende gegevens:

    • a.

      soort boom of bomen;

    • b.

      aantal;

    • c.

      straatnaam/ locatie;

    • d.

      eigendomsgegevens.

  • 3.

    De zakelijk gerechtigde van een boom kan het college verzoeken zijn boom op de Bomenlijst te plaatsen.

  • 4.

    Het college stelt een bijdrageregeling vast voor een tegemoetkoming in de kosten die noodzakelijk zijn voor het duurzaam in stand houden van een beschermde boom in privaat eigendom.

Artikel 4:1 Bomenlijst

  • 1.

    Het bevoegd gezag stelt eens per 10 jaar een Bomenlijst vast, die kan worden uitgebreid met nieuwe bomen. De Bomenlijst bevat tenminste de volgende gegevens:

    • a.

      soort boom of bomen;

    • b.

      aantal;

    • c.

      straatnaam/ locatie;

    • d.

      eigendomsgegevens.

  • 2.

    De zakelijk gerechtigde van een boom kan het bevoegd gezag verzoeken zijn boom op de Bomenlijst te plaatsen.

  • 3.

    Het bevoegd gezag stelt een bijdrageregeling vast voor een tegemoetkoming in de kosten die noodzakelijk zijn voor het duurzaam in stand houden van een beschermde boom in privaat eigendom.

 

B. Artikel 4:2 Kapverbod Groene Kaart en Bomenlijst wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:2 Kapverbod Groene Kaart en Bomenlijst

  • 1.

    Het is verboden bomen die zijn opgenomen op de Groene kaart of Bomenlijst te vellen, te doen vellen of te laten vellen.

  • 2.

    Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod volgens de criteria vermeld in artikel 4:3.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      bomen die moeten worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag;

    • b.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • c.

      het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • d.

      het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan bomen met achterstallig onderhoud;

    • e.

      dunning van de bomen;

    • f.

      bomen binnen een vastgesteld bestemmingsplan in relatie tot een herstructureringsplan, als de uitvoering geschiedt conform dat bestemmingsplan.

  • 4.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen behorend tot houtopstand als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet natuurbescherming zoals:

    • a.

      wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;

    • b.

      fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

    • c.

      fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    • d.

      kweekgoed;

    • e.

      houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:

      • i.

        ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;

      • ii.

        ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen.

  • 5.

    Het bevoegd gezag kan, als een boom direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.

Artikel 4:2 Toepassingsbereik kapverbod

  • 1.

    Het is verboden, zonder vergunning van het bevoegd gezag, bomen met een stamomtrek van 65 cm of meer, gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld te vellen.

  • 2.

    Het is verboden bomen en/ of houtopstand, met een stamomtrek van 50 cm of meer, te vellen die zich bevinden binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht.

  • 3.

    Het is verboden bomen die zijn opgenomen op de Bomenlijst te vellen.

  • 4.

    Het is verboden houtopstanden te vellen als deze is geplant op grond van artikel 4:8 van deze verordening. In afwijking van het eerste lid geldt voor deze houtopstand, waaronder een of meer bomen, geen minimale stamomtrek.

  • 5.

    Het is verboden bomen en houtopstanden te vellen die zich bevinden op erven en in tuinen zoals genoemd in het tweede lid, onder b. van artikel 11.111 Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 6.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      bomen die moeten worden geveld op grond van de Plantgezondheidswet of vanwege een op grond van artikel 172, tweede lid van de Gemeentewet of artikel 4, tweede lid van de Wet veiligheidsregio’s gegeven bevel;

    • b.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • c.

      het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • d.

      het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan bomen met achterstallig onderhoud;

    • e.

      dunning van de bomen;

    • f.

      bomen binnen een vastgesteld omgevingsplan in relatie tot een herstructurering, als de uitvoering geschiedt conform dat omgevingsplan.

  • 7.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen behorend tot houtopstand als bedoeld in artikel 11.111 Besluit activiteiten leefomgeving zoals:

    • a.

      wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;

    • b.

      fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

    • c.

      fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    • d.

      kweekgoed;

    • e.

      houtopstand die gelegen is buiten de bebouwingscontour, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:

      • i.

        ofwel een oppervlakte beslaat kleiner dan 10 are;

      • ii.

        ofwel bestaat uit rijbeplanting van minder dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen.

  • 8.

    Als zich de noodzaak tot onmiddellijke kap voordoet, kan het bevoegd gezag toestemming geven tot noodkap. Dit betreft een schriftelijke toestemming na beoordeling schriftelijke en/ of mondelinge aanvraag tot noodkap. Het besluit treedt onmiddellijk in werking en wordt zo spoedig mogelijk nadien schriftelijk bekend gemaakt.

 

C. Artikel 4:3 Criteria ontheffing komt te vervallen:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:3 Criteria ontheffing

  • 1.

    Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen om bomen van de Groene Kaart of Bomenlijst te vellen, te doen vellen of te laten vellen, dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

  • 2.

    De ontheffing voor het vellen van een beschermde boom kan, mits alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht, slechts worden verleend als:

    • a.

      een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, van niet-tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de boom, of

    • b.

      naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

Artikel 4:3 Criteria ontheffing

[Vervallen]

 

D. Artikel 4:4 Kapverbod overig komt te vervallen:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:4 Kapverbod overig

  • 1.

    Het is verboden, onverminderd het gestelde in artikel 4:2, eerste lid, zonder vergunning van het bevoegd gezag, bomen die staan op een privaat perceel groter dan 2.500 m2 te vellen, te doen vellen of te laten vellen.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      bomen die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag;

    • b.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • c.

      het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • d.

      het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan bomen met achterstallig onderhoud;

    • e.

      dunning van de bomen;

    • f.

      bomen, opgenomen op de Bomenlijst.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen behorend tot houtopstand als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet natuurbescherming zoals:

    • a.

      wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;

    • b.

      vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;

    • c.

      fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    • d.

      kweekgoed;

    • e.

      houtopstand die deel gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:

      • i.

        ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;

      • ii.

        ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan, als een boom direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.

Artikel 4:4 Kapverbod overig

[Vervallen]

 

E. Artikel 4:5 Criteria vergunning wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:5 Criteria vergunning

  • 1.

    Het bevoegd gezag kan vergunning om te vellen te doen vellen of te laten vellen als bedoeld in artikel 4:4 weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

  • 2.

    De vergunning voor het vellen van een boom als bedoeld in artikel 4:4 wordt geweigerd, als de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de boom op basis van één of meer van de volgende waarden:

    • a.

      de ecologische waarde van de boom;

    • b.

      de landschappelijke waarde van de boom;

    • c.

      de waarde van de boom voor stads- en dorpsschoon;

    • d.

      de beeldbepalende waarde van de boom;

    • e.

      de cultuurhistorische waarde van de boom;

    • f.

      de recreatieve functie van de boom.

Artikel 4:5 Criteria vergunning

  • 1.

    Het bevoegd gezag kan vergunning om te vellen als bedoeld in artikel 4:2 weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

  • 2.

    De vergunning kan worden verleend:

    • a.

      als de boom of houtopstand gevaar of ernstige hinder veroorzaakt;

    • b.

      vanwege een individueel of maatschappelijk belang, dat zwaarder moet wegen dan het belang van behoud van de boom of houtopstand, als bedoeld in het derde lid.

  • 3.

    De vergunning voor het vellen van een boom of houtopstand wordt geweigerd, als de belangen van verlening niet opwegen tegen het belang van behoud van de boom of houtopstandmet het oog op één of meer van de volgende waarden:

    • a.

      de ecologische waarde van de boom of houtopstand;

    • b.

      de landschappelijke en stedenbouwkundige waarde van de boom of houtopstand;

    • c.

      de beeldbepalende waarde van de boom of houtopstand;

    • d.

      de cultuurhistorische waarde van de boom of houtopstand;

    • e.

      de waarde voor een goed woon- en leefklimaat.

 

F. Artikel 4:6 Aanvraag wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:6 Aanvraag

  • 1.

    De ontheffing of vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd door middel van het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier worden aangevraagd, door, namens of met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom te beschikken, onder overlegging van een overzicht van de overige vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project.

  • 2.

    Bij een bouwwerk of bij technische ingrepen in het terrein binnen de invloedssfeer van de boom moeten bovendien een bomeneffectanalyse dan wel een advies van een gemeentelijk boomdeskundige, een compensatieplan en een taxatierapport met boomwaarde van alle bomen staande binnen de invloedssfeer van de te vellen boom worden overlegd.

Artikel 4:6 Bijzondere aanvraagvereisten vergunning

  • 1.

    Bij de aanvraag om een vergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een aanduiding van de te vellen boom (met stamomtrek) of houtopstand op een kaart, foto of tekening;

    • b.

      de reden voor het vellen van de boom of houtopstand;

    • c.

      de mogelijkheid tot herbeplanten en, als het voornemen tot herbeplanten bestaat, de locatie daarvan, het aantal en de soorten.

  • 2.

    Bij een bouwwerk of bij technische ingrepen in het terrein binnen de invloedssfeer van de boom moeten bovendien een bomeneffectanalyse dan wel een advies van een gemeentelijk boomdeskundige en een compensatieplan worden overgelegd.

 

G. Artikel 4:7 Bijzondere voorschriften komt te vervallen:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:7 Bijzondere voorschriften

  • 1.

    Tot de aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften, kan behoren het voorschrift dat binnen drie jaar en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.

  • 2.

    Als niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort moet worden in het gemeentelijk Bomenfonds.

  • 3.

    De in het tweede lid bedoelde bijdrage geldt uitsluitend voor bomen in eigendom van de gemeente Zutphen.

  • 4.

    In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  • 5.

    Tot de aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften, kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de boom op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan als andere ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.

  • 6.

    Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 4:7 Bijzondere voorschriften

[Vervallen]

 

H. Artikel 4:8 Herplant- en instandhoudingsplicht wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:8 Herplant - en instandhoudingsplicht

  • 1.

    Als een boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder ontheffing of vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de boom bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

  • 2.

    Als niet ter plaatse kan worden herplant wordt een financiële bijdrage gestort in het gemeentelijk Bomenfonds.

  • 3.

    De in het tweede lid bedoelde bijdrage geldt uitsluitend voor bomen in eigendom van de gemeente Zutphen.

  • 4.

    Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  • 5.

    Als een boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de boom bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

    • a.

      overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;

    • b.

      een bomeneffectanalyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag.

  • 6.

    Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 4:8 Herbeplanting- en instandhoudingsplicht

  • 1.

    Bij vergunningvoorschrift kan een verplichting tot herbeplanten worden opgelegd.

  • 2.

    Als niet ter plaatse kan worden herbeplant, kan tot de aan een vergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort moet worden in het gemeentelijke Bomenfonds.

  • 3.

    Als een boom of houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, legt het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de boom bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting op tot herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

  • 4.

    Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste en derde lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herbeplanting en op welke wijze niet aangeslagen herbeplanting moet worden vervangen.

  • 5.

    Als een boom of houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de boom bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

    • a.

      overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;

    • b.

      een bomeneffectanalyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag.

  • 6.

    Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen

.

 

I. Artikel 4:9 Schadevergoeding komt te vervallen:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:9 Schadevergoeding

Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een ontheffing of vergunning tot vellen op grond van artikel 6.3 van de Wet natuurbescherming.

Artikel 4:9 Schadevergoeding

[Vervallen]

 

J. Artikel 4:12 Bescherming gemeentelijke houtopstanden wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:12 Bescherming gemeentelijke houtopstanden

  • 1.

    Het is verboden om houtopstanden, die eigendom van de gemeente zijn, te beschadigen, te bekladden, te vellen of te beplakken, daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door of namens ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak.

  • 2.

    Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een houtopstand in eigendom van de gemeente aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens ontheffing van het college.

  • 3.

    Het is verboden binnen de kroonprojectie van gemeentelijke houtopstanden, behoudens ontheffing:

    • a.

      te graven;

    • b.

      grond op te hogen of weg te nemen;

    • c.

      in de invloedssfeer van de houtopstand water te onttrekken.

  • 4.

    Het gestelde in het derde lid geldt niet voor werken die volgens hoofdstuk 9 worden uitgevoerd.

Artikel 4:12 Bescherming gemeentelijke houtopstanden

  • 1.

    Het is verboden om houtopstand, dat eigendom van de gemeente is te beschadigen, te bekladden, te vellen of te beplakken, daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door of namens ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak.

  • 2.

    Het is verboden één of meer voorwerpen in of aan een houtopstand in eigendom van de gemeente aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens ontheffing van het bevoegd gezag.

  • 3.

    Het is verboden binnen de kroonprojectie van een houtopstand, dat in eigendom van de gemeente is, behoudens ontheffing:

    • a.

      te graven;

    • b.

      grond op te hogen of weg te nemen;

    • c.

      te verdichten;

    • d.

      in de invloedssfeer van de houtopstand water te onttrekken.

  • 4.

    Het gestelde in het derde lid geldt niet voor de aanleg, instandhouding inclusief het nemen van maatregelen, waaronder de verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden.

 

K. In Bijlage 1 Begrippen en definities wordt artikel 1;4 gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:4 Bomen en houtopstanden

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    aangewezen aandachtsgebieden: door het college vastgestelde gebieden op gemeentelijk terrein;

  • b.

    bebouwde kom: bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 4.1, aanhef en onder a. van de Wet natuurbescherming;

  • c.

    beschermde bomen: bomen of gebieden met bomen die zijn vastgelegd op Groene Kaart of Bomenlijst;

  • d.

    bomeneffectanalyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand;

  • e.

    bomenfonds: fonds met daarin gelden die bestemd zijn voor het herplanten van bomen;

  • f.

    Bomenlijst: het door het college vastgestelde register met bomen;

  • g.

    boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 55 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 55 cm geldt geen minimale stamomtrek als het bomen zijn, geplant op grond van de artikelen 10, 11 en bij bomen als bedoeld in de artikelen 13, 14 en 15 van deze verordening;

  • h.

    boomstructuren: door het college vastgestelde structuren;

  • i.

    boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

  • j.

    compensatieplan: overzicht waarin opgenomen:

    • i.

      boomwaarde van alle bomen in het plangebied behorend bij het project van de aanvraag;

    • ii.

      aantal en soort te plaatsen nieuwe bomen in het plangebied als vervanging van aantal en soort te kappen bomen in hetzelfde plangebied;

    • iii.

      financiële bijdrage aan het Bomenfonds, zijnde boomwaarde van de bomen die niet binnen het plangebied behorend bij het project van de aanvraag kunnen worden vervangen;

  • k

    dunning: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende bomen;

  • l.

    Groene Kaart: door het college vastgestelde topografische kaart met daarop aangegeven Boomstructuren en Aangewezen aandachtsgebieden;

  • m.

    herplant:

    • i.

      het opnieuw (elders) planten van een te verplanten boom;

    • ii.

      het vervangen van een gevelde boom door nieuwe aanplant;

  • n.

    herstructureringsplan: een binnen een begrensd gebied te realiseren plan, dat voorziet in een aanpassing en/ of gehele dan wel gedeeltelijke vervanging van het zich binnen dat gebied bevindende vastgoed en/ of een gehele dan wel gedeeltelijke herinrichting van de tot dat gebied behorende openbare ruimte, overeenkomstig een daarvoor vastgesteld bestemmingsplan;

  • o.

    houtopstand: één of meer bomen, boomvormers, houtwal, hakhout of ander houtig gewas;

  • p.

    privaat perceel: perceel of cluster van aaneengesloten percelen in eigendom bij één eigenaar;

  • q.

    vellen:

    • i.

      betreft vellen, doen vellen of laten vellen. Dit is rooien, kappen, of verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen;

    • ii.

      betreft het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 1:4 Bomen en houtopstanden

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

 

  • a.

    acuut gevaar: een boom of houtopstand vormt sneller dan de termijnen die voorzien zijn in de normale aanvraagprocedure voor een vergunning een risico voor zijn omgeving. Acuut gevaar moet worden vastgesteld door een boomexpert die minimaal gecertificeerd is als Boom Veiligheids Controleur (BVC);

  • b.

    bebouwingscontour houtkap: de bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • c.

    beschermde bomen: bomen die zijn vastgelegd in de Bomenlijst;

  • d.

    bevoegd gezag: college van burgemeester en wethouders;

  • e.

    bomeneffectanalyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand;

  • f.

    Bomenfonds: gemeentelijk fonds met daarin gelden die bestemd zijn voor het herbeplanten;

  • g.

    Bomenlijst: door het bevoegd gezag vastgesteld register met bomen;

  • h.

    boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 50 cm gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 50 cm geldt geen minimale stamomtrek als het bomen zijn, geplant op grond van artikel 4.8en bij bomen als bedoeld in de artikelen 4:10, 4:11 en 4:12 van deze verordening;

  • i.

    boomwaarde: de monetaire waarde van de huidige boom en/ of houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

  • j.

    compensatieplan: overzicht waarin opgenomen:

    • i.

      boomwaarde van alle bomen en houtopstanden in het plangebied behorend bij het project van de aanvraag;

    • ii.

      aantal en soort te plaatsen nieuwe bomen en houtopstanden in het plangebied als vervanging van aantal en soort te kappen bomen in hetzelfde plangebied;

    • iii.

      financiële bijdrage aan het Bomenfonds, zijnde boomwaarde van de bomen en houtopstanden die niet binnen het plangebied behorend bij het project van de aanvraag kunnen worden vervangen;

  • k.

    dunning: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende bomen;

  • l.

    hakhout: boomvormers of andere houtachtige gewassen, die door een frequente kapcyclus (minstens om de 10-15 jaar) nooit het stadium van opgaand bos bereikt en na te zijn gekapt tot op de stobbe opnieuw uitlopen;

  • m.

    herbeplanting:

    • i.

      het opnieuw (elders) planten van een te verplanten boom;

    • ii.

      het vervangen van een gevelde boom door nieuwe aanplant;

  • n.

    herstructurering: een binnen een begrensd gebied te realiseren plan, dat voorziet in een aanpassing en/ of gehele dan wel gedeeltelijke vervanging van het zich binnen dat gebied bevindende vastgoed en/ of een gehele dan wel gedeeltelijke herinrichting van de tot dat gebied behorende openbare ruimte, overeenkomstig een daarvoor vastgesteld omgevingsplan;

  • o.

    houtopstand: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of ander houtig gewas;

  • p.

    noodkap: kap vanwege de dreiging van acuut gevaar veroorzaakt door één of meer bomen of houtopstand(en);

  • q.

    vellen:

    • i.

      betreft vellen of verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen;

    • ii.

      betreft het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom of houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

 

L. De toelichting op artikel 4:1 wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:1 Groene Kaart en Bomenlijst

 

Dit artikel behoeft geen toelichting. Bij deze verordening zijn als Bijlage 2 respectievelijk Bijlage 3 de Groene Kaart respectievelijk de Bomenlijst opgenomen.

Artikel 4:1 Bomenlijst

 

Dit artikel behoeft geen toelichting. De bomenlijst wordt door het bevoegd gezag, zijnde het college van burgemeester en wethouders, vastgesteld.

 

M. De toelichting op artikel 4:2 wordt gewijzigd als volgt: wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:2 Kapverbod Groene kaart en Bomenlijst

 

Bij het tweede lid: Er is bewust gekozen voor een ontheffingstelsel voor toestemmingverlening tot vellen van beschermde bomen. Dit in plaats van een vergunningstelsel, om aan te geven dat in beginsel toestemming slechts bij zeer hoge uitzondering wordt verleend.

 

Bij het vijfde lid: Als een boom direct gevaar oplevert kan het bevoegd gezag besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Dit houdt in dat dan direct tot kap overgegaan kan worden. Belanghebbenden hebben dan wel nog steeds de mogelijkheid tot het indienen van bezwaar. Dit is van belang omdat aan de verleende omgevingsvergunning voorschriften kunnen zijn verbonden.

Artikel 4:2 Toepassingsbereik kapverbod

 

[vervallen]

 

N. De toelichting op artikel 4:3 wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:3 Criteria ontheffing

 

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 4:3 Criteria ontheffing

 

[Vervallen]

 

O. De toelichting op artikel 4:4 wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:4 Kapverbod overig

 

Bij het vierde lid: Als een boom direct gevaar oplevert kan het bevoegd gezag besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Dit houdt in dat dan direct tot kap overgegaan kan worden. Belanghebbenden hebben dan wel nog steeds de mogelijkheid tot het indienen van bezwaar. Dit is van belang omdat aan de verleende omgevingsvergunning voorschriften kunnen zijn verbonden.

Artikel 4:4 Kapverbod overig

 

[Vervallen]

 

P. De toelichting op artikel 4:7 wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:7 Bijzondere voorschriften

 

De voorschriften voor herplant moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de herplantplicht nodig is.

Artikel 4:7 Bijzondere voorschriften

 

[Vervallen]

 

Q. De toelichting op artikel 4:8 wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:8 Herplant - en instandhoudingsplicht

 

Herplantvoorschriften, ook bij illegale kap, zijn concreet en eenduidig en moeten zeer gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven. De wijze waarop deze zelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, gebeurt ook op beleidsmatige wijze. De uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn: de ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant.

 

Artikel 5:18 Wabo biedt de mogelijkheid, als sprake is van een herstel- of instandhoudingssanctie van het velverbod, onder oplegging van een last onder bestuursdwang of dwangsom bij het besluit tot herplantverplichting , tevens te bepalen dat de uitvoering van het besluit tevens geldt voor de rechtsopvolger.

Artikel 4:8 Herplant - en instandhoudingsplicht

 

Herplantvoorschriften, ook bij illegale kap, zijn concreet en eenduidig en moeten zeer gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven. De wijze waarop deze zelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, gebeurt ook op beleidsmatige wijze. De uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn: de ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant.

 

 

 

R. De toelichting op artikel 4:9 wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:9 Schadevergoeding

 

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 4:9 Schadevergoeding

 

[Vervallen]

 

S. De toelichting op artikel 4:12 wordt gewijzigd als volgt:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:12 Bescherming gemeentelijke houtopstanden

 

Dit artikel is onder andere bedoeld om te voorkomen dat gemeentelijke houtopstand beschadigd raakt door voorwerpen zoals verlichtingsdraden die lange tijd in houtopstanden blijven hangen wat overlast veroorzaakt, houtopstand afknelt en snoeiwerk onmogelijk maakt.

 

Het vierde lid zondert werkzaamheden uit die worden uitgevoerd volgens hoofdstuk 9. Hierin is onder andere geregeld hoe te handelen bij werkzaamheden voor kabels en leidingen in de nabijheid van bomen.

Artikel 4:12 Bescherming gemeentelijke houtopstanden

 

Dit artikel is onder andere bedoeld om te voorkomen dat gemeentelijke houtopstand beschadigd raakt door voorwerpen zoals verlichtingsdraden die lange tijd in houtopstanden blijven hangen wat overlast veroorzaakt, houtopstand afknelt en snoeiwerk onmogelijk maakt.

 

Het vierde lid zondert werkzaamheden uit die worden uitgevoerdde aanleg, instandhouding inclusief het nemen van maatregelen, waaronder de verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden uit.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel III Overgangsrecht

Besluiten, genomen krachtens de artikelen 4:1 tot en met 4:12 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021, blijven van kracht gedurende een jaar na inwerkingtreding van deze verordening, met uitzondering van de in artikel 4.8 opgelegde verplichting tot herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

Artikel IV Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021 (1e wijziging).

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 17 november 2025

De voorzitter,

de griffier,

Naar boven