Subsidieregeling bijenlandschap 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;

gelezen het voorstel van 18 november 2025, zaaknummer 502101, 

gelet op de artikelen 3, 7 en 8 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017;

besluit vast te stellen de: Subsidieregeling bijenlandschap 2026.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a)

    Agrarisch bedrijf: een onderneming die zich bezighoudt met de teelt van gewassen of het houden van dieren, met als doel deze producten of hun afgeleide producten te verkopen.

  • b)

    ASV: de geldende Algemene Subsidieverordening Ede.

  • c)

    ANV: agrarische natuurvereniging.

  • d)

    Bijenlandschap: grond waarop minimaal de volgende elementen aanwezig zijn: ingezaaid biologisch en autochtoon bloemenmengsel en open, zandige plekjes en een insectenhotel.

  • e)

    BoerenNatuurVeluwe: een agrarisch natuurcollectief opgericht door de vijf ANV’s in het werkgebied Veluwe.

  • f)

    De-minimisverordening voor de landbouwsector: Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1) zoals deze verordening na wijzigingen luidt op het moment waarop de subsidie wordt verstrekt.

  • g)

    GLB: Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, lopend van 2023 tot en met 2028.

  • h)

    Instandhoudingsperiode: gedurende de GLB periode wordt het bijenlandschap onafgebroken in stand gehouden nadat het volledig is gerealiseerd.

  • i)

    Landschapsadviseur: Medewerker van gemeente Ede die, bij interesse, op afspraak langskomt om de maatregelen te bespreken en advies te geven op locatie.

Artikel 2. Beleidsdoelstelling

Met deze subsidieregeling geven wij aanvullende uitvoering aan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie en de Nationale Bijenstrategie van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor de volgende activiteiten:

  • a.

    agrarisch grond voorbereiden en inrichten als bijenlandschap;

  • b.

    agrarisch grond beschikbaar stellen voor onderzoek en monitoring op de effecten van de inrichting als bijenlandschap met een maximum van 0,75 hectare grond.

Artikel 4. Hoogte subsidie en subsidiabele kosten

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt:

    • a.

      voor de activiteit genoemd in artikel 3, onder a: maximaal € 4.300,00 eenmalig per aanvrager.

    • b.

      voor de activiteiten genoemd in artikel 3, onder b: 11,5 cent per vierkante meter bijenlandschap per jaar met een maximum van € 862,00 per aanvrager gedurende de instandhoudingsperiode.

  • 2.

    Subsidie op grond van artikel 3 onder a wordt verleend op basis van de daadwerkelijke gemaakte materiaalkosten.

 

Artikel 5. Subsidieontvanger

Voor subsidie op grond van deze paragraaf komen in aanmerking agrarische bedrijven in Ede die zich in het aangewezen gebied bevinden zoals vermeld in de gebiedsbeperking.

Artikel 6. Subsidievoorwaarden

Een subsidie op grond van deze regeling wordt slechts verleend indien:

  • 1.

    alle activiteiten worden verricht zoals benoemd in artikel 3 van deze subsidieregeling;

  • 2.

    aanvragers medewerking verlenen aan monitoring. Door middel van monitoring wordt onderzocht of de subsidie het gewenste effect heeft behaald. De locaties voor monitoring worden steekproefsgewijs bepaald en beslaan maximaal 1% van het totale oppervlakte;

  • 3.

    aanvragers medewerking verlenen aan educatie over wilde bijen en agrarisch natuurbeheer;

  • 4.

    aanvragers ermee akkoord gaan dat informatie over het bijenlandschap, altijd in overleg, kan worden gedeeld via nieuwsmedia en sociale media voor communicatie- en educatiedoeleinden;

  • 5.

    als de aanvrager een verklaring heeft ingestuurd waaruit blijkt dat de subsidieverlening voldoet aan de voorwaarden gesteld in de-minimisverordening voor de landbouwsector;

  • 6.

    materialen voor de inrichting als bedoeld in artikel 3 onder a worden aangeschaft bij leveranciers op advies van de landschapsadviseur. Materialen moeten aan de volgende basisvoorwaarden voldoen:

    • a.

      Zaadmengsels zijn inheems en biologisch.

    • b.

      Plantmateriaal is autochtoon en onbespoten.

Artikel 7. Aanvragen van de subsidie

  • 1.

    In afwijking van artikel 7 van de ASV wordt een aanvraag voor subsidie ingediend uiterlijk 1 maart 2026.

  • 2.

    Voor het indienen van de subsidieaanvraag moet gebruik worden gemaakt van het (digitale) aanvraagformulier en de daarbij behorende formats.

  • 3.

    Uit de aanvraag moet blijken in hoeverre wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 6 van deze regeling.

Artikel 8. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1.

    Voor activiteiten op grond deze subsidieregeling stellen burgemeester en wethouders een subsidieplafond vast:

    • a.

      voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3 onder a bedraagt het subsidieplafond: € 25.000,-;

    • b.

      voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3 onder b bedraagt het subsidieplafond: € 5.000,-.

  • 2.

    Toekenning van de subsidie is op grond van volgorde van binnenkomst.

  • 3.

    Als burgemeester en wethouders niet kunnen vaststellen welke aanvraag eerder is ingediend, dan gaan zij over tot verdeling op basis van loting.

  • 4.

    Een subsidie op grond van deze regeling kan worden geweigerd indien het maximale subsidieplafond is bereikt.

Artikel 9. Subsidievaststelling en controle activiteiten

  • 1.

    Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 lid onder a dient de aanvrager uiterlijk 8 weken na het verrichten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling in bij het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 onder b stelt het college van burgemeester en wethouders de subsidie direct vast.

  • 3.

    Of is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 6 van deze regeling en de instandhoudingsverplichting uit artikel 10 van deze regeling wordt namens het college van burgemeester en wethouders door BoerenNatuurVeluwe (BNV) gecontroleerd. Deze controle vindt jaarlijks plaats.

Artikel 10. Instandhoudingsverplichting

  • 1.

    Burgemeester en wethouders verbinden aan de subsidie de verplichting dat het bijenlandschap, = gedurende drie aaneengesloten jaren in stand wordt gehouden. Dit is de instandhoudingsperiode.

  • 2.

    Deze instandhoudingsverplichting blijft gelden na de subsidievaststelling.

Artikel 11. Overgangs- en slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de dag van bekendmaking en komt op 1 januari 2029 te vervallen.

  • 2.

    Deze regeling blijft van toepassing op subsidies die voor 1 januari 2029 zijn verleend en waarvan de instandhoudingsverplichting nog geldt.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling bijenlandschap 2026-2028.

 

 

Vastgesteld in de vergadering van 18 november 2025, zaaknummer 502101.

Het college voornoemd,

de secretaris,

drs. M. Schlebusch

de burgemeester,

mr. L.J. Verhulst

Bijlage 1: gebiedsbeperking

Toelichting

Algemeen

Het doel van de regeling is om boeren te stimuleren en te belonen voor het inrichten van bloemrijke bijenlandschappen op hun percelen, en hun bijdrage aan monitoring, educatie en communicatie over wilde bijen.

 

Artikelsgewijze toelichting

Hieronder worden enkele artikelen nader toegelicht.

 

Artikel 8 Subsidieplafonds

Voor deze regeling is een subsidieplafond vastgesteld.

Als het subsidieplafond wordt overschreden dan wordt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst verdeeld. Dit heet ook wel ‘wie-het-eerst-komt-het-eerst-maalt’. Wij nemen alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling. Wanneer u de gelegenheid heeft gehad uw subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag. Als uw aanvraag is ontvangen nadat het subsidieplafond is bereikt, verstrekken wij geen subsidie meer.

 

Naar boven