Beleidsregel verwijderen (brom)fietsen Helmond 2025

Het college van burgemeester en wethouders van Helmond,

 

overwegende dat toezichthouders (brom)fietsen verwijderen in bepaalde gebieden waar overlast is van (brom)fietsen die buiten de daarvoor bestemde ruimte of plaats zijn gestald en ook van (brom)fietsen die zijn achtergelaten,

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikelen 5.1.11 en 6.2 van de Algemene plaatselijke verordening Helmond 2020,

 

gezien het Uitvoeringsbesluit aanwijzing gebieden verwijderen van (brom)fietsen Helmond 2025 en het Uitvoeringsbesluit aanwijzing stallingsverbod (brom)fietsen Helmond 2025.

 

Besluit:

 

  • I.

    Vast te stellen de Beleidsregel verwijderen (brom)fietsen Helmond 2025.

  • II.

    Te bepalen dat deze Beleidsregel een dag na de bekendmaking in werking treedt.

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    APV: Algemene plaatselijke verordening Helmond 2020;

  • b.

    college: Het college van burgemeester en wethouders van Helmond;

  • c.

    toezichthouder: de persoon zoals beschreven in artikel 6.2 van de APV;

  • d.

    (brom)fiets: een voertuig zoals beschreven in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

  • e.

    verwijderingsprocedure: het toepassen van de herstelsanctie bestuursdwang op grond van artikel 5:24 Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • f.

    rechthebbende: degene die aannemelijk kan maken dat de (brom)fiets hem of haar in eigendom toebehoort (door beschrijving of overhandigen (brom)fietssleutel).

Artikel 2

Het doel van deze beleidsregel is het voorkomen en bestrijden van overlast door verkeerd gestalde en achtergelaten (brom)fietsen en de ontsiering van het straatbeeld.

Artikel 3
  • 1.

    Hoofdstuk 2 gaat over het verbod op de door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen (brom)fietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimte of plaatsen te laten staan (artikel 5.1.11, eerste lid, van de APV). Tekeningen van de aangewezen plaatsen zijn als bijlage 1 en 2 bijgevoegd.

  • 2.

    Hoofdstuk 3 gaat over het verbod op de door het college aangewezen plaatsen (brom)fietsen langer dan vier weken te laten staan (artikel 5.1.11, tweede lid, van de APV). Tekeningen van de aangewezen plaatsen zijn als bijlage 1 tot en met 5 bijgevoegd.

HOOFDSTUK 2 PROCEDURE STALLINGSVERBOD

Dit hoofdstuk gaat over het verbod op de door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen (brom)fietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimte of plaatsen te laten staan (artikel 5.1.11, eerste lid, van de APV). In dit hoofdstuk wordt de handhavingsprocedure beschreven.

Artikel 4

Met de verwijderingsprocedure wordt niet eerder een aanvang gemaakt dan nadat door een toezichthouder is geconstateerd, dat de (brom)fiets op de in artikel 3, eerste lid, aangewezen plaatsen langer dan 10 minuten onbeheerd is achtergelaten of neergezet buiten de daarvoor bestemde ruimte of plaatsen.

Artikel 5

De verwijderingsprocedure wordt gestart door middel van het maken van een foto van de situatie ter plekke met daarop de (brom)fiets en de bevestigde mededeling aan de (brom)fiets. Daarop staat:

  • -

    de aankondiging van de verwijdering van de (brom)fiets na de in artikel 4 genoemde termijn;

  • -

    het tijdstip van de mededeling;

  • -

    de overtreding;

  • -

    de aanzegging van het kostenverhaal; en

  • -

    de mogelijkheid van bezwaar en beroep na verwijdering van de (brom)fiets.

Artikel 6

Het verwijderen van de (brom)fiets vindt niet eerder plaats dan 20 minuten na de start van de verwijderingsprocedure, zoals vermeld in artikel 5, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie. De mededeling blijft aan de (brom)fiets hangen.

Artikel 7

Met het verwijderen van de (brom)fiets wordt geacht een aanvang te zijn gemaakt als het (dienst)voertuig, bestemd om weg te slepen, is gestart met het feitelijk oppakken van de (brom)fiets.

Artikel 8

Voordat tot het feitelijk verwijderen van de (brom)fiets wordt overgegaan, wordt door de toezichthouder een proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal bevat een omschrijving van de (brom)fiets, een foto van de situatie ter plekke met daarop de (brom)fiets, een opgave van het tijdstip en de plaats waar de (brom)fiets is verwijderd en een beschrijving van de algemene staat van de (brom)fiets (inclusief gebreken en bestaande beschadigingen).

Artikel 9

Als de (brom)fiets met een (ketting)slot is vastgemaakt of vastgezet aan een ander object, wordt dit door middel van gereedschap verbroken.

Artikel 10

De verwijderde (brom)fiets wordt overgebracht naar de bewaarruimte van de gemeentewerf, Beemdweg 10, 5705 BJ te Helmond. Verwijderde (brom-)fietsen worden in een afgesloten (open) ruimte bewaard.

Artikel 11

Zodra een (brom)fiets in bewaring is genomen, wordt deze - aanvullend op het proces verbaal als vermeld in artikel 8 - digitaal geregistreerd op een speciaal hiervoor bestemd registratieformulier.

Artikel 12

De meegevoerde en opgeslagen (brom)fiets met daaraan de mededeling wordt - tenzij de situatie zoals omschreven in artikel 13 zich voordoet - tegen betaling van de kosten als vermeld in artikel 14 ter beschikking gesteld aan de rechthebbende.

Artikel 13
  • 1.

    Een meegevoerde en opgeslagen (brom)fiets die niet binnen 13 weken na verwijdering is opgehaald door de rechthebbende, wordt verkocht en als deze niet verkoopbaar blijkt aan een derde ter vernietiging aangeboden.

  • 2.

    Een meegevoerde en opgeslagen (brom)fiets kan eerder worden verkocht, zodra de in artikel 14 verschuldigde kosten, vermeerderd met de voor de verkoop geraamde kosten, in verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog worden. Verkoop vindt niet eerder plaats dan binnen twee weken na de verstrekking van het afschrift van het in artikel 8 genoemde proces-verbaal van meevoeren en opslaan aan degene die de zaak onder zijn beheer had.

Artikel 14
  • 1.

    De kosten, verbonden aan het verwijderen en/of het meevoeren van de (brom)fiets naar de bewaarruimte als vermeld in artikel 10 bedragen € 25,- voor een fiets en € 50,- voor een bromfiets.

  • 2.

    De kosten voor vervanging van een verbroken (ketting)slot zijn voor de rechthebbende van de verwijderde (brom)fiets.

HOOFDSTUK 3 PROCEDURE ACHTERGELATEN (BROM)FIETSEN

Dit hoofdstuk gaat over het verbod op de door het college aangewezen plaatsen (brom)fietsen langer dan vier weken te laten staan (artikel 5.1.11, tweede lid, van de APV). In dit hoofdstuk wordt de handhavingsprocedure beschreven.

Artikel 15

Met de verwijderingsprocedure wordt niet eerder een aanvang gemaakt dan nadat door een toezichthouder is geconstateerd, dat de (brom)fiets op de in artikel 3, tweede lid, aangewezen plaatsen langer dan vier weken is achtergelaten of neergezet.

Artikel 16

De verwijderingsprocedure wordt gestart door middel van het maken van een foto van de situatie ter plekke met daarop de (brom)fiets en de bevestigde mededeling aan de (brom)fiets. Daarop staat:

  • -

    de aankondiging van de verwijdering van de (brom)fiets na de in artikel 15 genoemde termijn;

  • -

    het tijdstip van de mededeling;

  • -

    de overtreding;

  • -

    de aanzegging van het kostenverhaal; en

  • -

    de mogelijkheid van bezwaar en beroep na de verwijdering van de (brom)fiets.

Artikel 17

Het verwijderen van de (brom)fiets vindt niet eerder plaats dan vier weken na de start van de verwijderingsprocedure, zoals vermeld in artikel 16, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie.

De mededeling blijft aan de (brom)fiets hangen.

Artikel 18

Met het verwijderen van de (brom)fiets wordt geacht een aanvang te zijn gemaakt als het (dienst)voertuig, bestemd om weg te slepen, is gestart met het feitelijk oppakken van de (brom)fiets.

Artikel 19

Voordat tot het feitelijk verwijderen van de (brom)fiets wordt overgegaan, wordt door de toezichthouder een proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal bevat een omschrijving van de (brom)fiets, een foto van de situatie ter plekke met daarop de (brom)fiets, een opgave van het tijdstip en de plaats waar de (brom)fiets is verwijderd en een beschrijving van de algemene staat van de (brom)fiets (inclusief gebreken en bestaande beschadigingen).

Artikel 20

Als de (brom)fiets met een (ketting)slot is vastgemaakt of vastgezet aan een ander object, wordt dit door middel van gereedschap verbroken.

Artikel 21

De verwijderde (brom)fiets wordt overgebracht naar de bewaarruimte van de gemeentewerf, Beemdweg 10, 5705 BJ te Helmond. Verwijderde (brom-)fietsen worden in een afgesloten (open) ruimte bewaard.

Artikel 22

Zodra een (brom)fiets in bewaring is genomen, wordt deze - aanvullend op het proces verbaal als vermeld in artikel 19 - digitaal geregistreerd op een speciaal hiervoor bestemd registratieformulier.

Artikel 23

De meegevoerde en opgeslagen (brom)fiets met daaraan de mededeling wordt - tenzij de situatie zoals omschreven in artikel 24 zich voordoet - tegen betaling van de kosten als vermeld in artikel 25 ter beschikking gesteld aan de rechthebbende.

Artikel 24
  • 1.

    Een meegevoerde en opgeslagen (brom)fiets die niet binnen 13 weken na verwijdering is opgehaald door de rechthebbende, wordt verkocht en als deze niet verkoopbaar blijkt aan een derde ter vernietiging aangeboden.

  • 2.

    Een meegevoerde en opgeslagen (brom)fiets kan eerder worden verkocht, zodra de in artikel 25 verschuldigde kosten, vermeerderd met de voor de verkoop geraamde kosten, in verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog worden. Verkoop vindt niet eerder plaats dan binnen twee weken na de verstrekking van het afschrift van het in artikel 19 genoemde proces-verbaal van meevoeren en opslaan aan degene die de zaak onder zijn beheer had.

Artikel 25
  • 1.

    De kosten, verbonden aan het verwijderen en/of het meevoeren van de (brom)fiets naar de bewaarruimte als vermeld in artikel 21 bedragen € 25,- voor een fiets en € 50,- voor een bromfiets.

  • 2.

    De kosten voor vervanging van een verbroken (ketting)slot zijn voor de rechthebbende van de verwijderde (brom)fiets.

HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

De Beleidsregel verwijderen (brom)fietsen Helmond 2008 wordt ingetrokken.

Artikel 27

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 28

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verwijderen (brom)fietsen Helmond 2025.

Aldus vastgesteld op 11 november 2025.

Burgemeester en wethouders van Helmond,

de burgemeester,

mr. S.C.C.M. Potters

de gemeentesecretaris,

E.P.H. Koop, MSc

Bijlage 1: Tekening gebied Centrum (blauw gemarkeerd)

 

Bijlage 2: Tekening Stationsgebied Centraal (blauw gemarkeerd)

 

Bijlage 3: Tekening stationsgebied Brouwhuis (blauw gemarkeerd)

 

Bijlage 4: Tekening stationsgebied Helmond ’t Hout (blauw gemarkeerd)

 

Bijlage 5: Tekening stationsgebied Brandevoort (blauw gemarkeerd)

 

Naar boven