Nadere regels vergunnen prostitutie en seksbranche Leusden

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden,

 

Ieder voor wat hun bevoegdheden betreft;

 

Overwegende dat

 

  • -

    de Algemene Plaatselijke Verordening Leusden 2025 (hierna: ‘APV’) het mogelijk maakt om een seksbedrijf te exploiteren;

  • -

    overwegende dat een vergunning voor een seksbedrijf een schaarse vergunning betreft;

  • -

    dat, gelet op deze schaarste, vanuit het zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel aan een ieder gelegenheid moet worden geboden om met gelijke kansen mee te dingen naar de schaarse vergunning;

  • -

    dat ten behoeve van het bieden van dergelijke gelijke kansen een passende mate van openbaarheid moet worden gegarandeerd met betrekking tot de beschikbaarheid van de vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria;

Gelet op

 

  • -

    artikel 3:1 lid 2 APV betreffende het vaststellen van nadere regels;

Besluit(en)

 

Tot vaststelling van de ‘Nadere regels vergunnen prostitutie en seksbranche Leusden

 

Inleiding

In de gemeente Leusden is de APV van kracht. Op basis van de APV heeft de burgemeester bevoegdheden ter beschikking om vergunningen voor seksbedrijven te reguleren.

 

De APV omvat het kader voor het aanvragen van vergunningen voor een seksbedrijf. Het afwegingskader bestaat uit regels over de vergunningplicht, de vergunningprocedure en bijbehorende voorschriften. Een verordening bevat in beginsel voldoende regels om tot vergunningverlening over te gaan. Het vergunnen van een seksbedrijf in Leusden is echter bijzonder, omdat er slechts twee vergunningen kunnen worden verleend.

 

Onderhavige nadere regels zijn opgesteld op basis van artikel 3 lid 1 van de APV. In dit artikel wordt bepaald dat nadere regels kunnen worden gesteld voor het bepaalde in hoofdstuk 3 van de APV (‘Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen’). Doordat slechts twee vergunningen worden toegestaan, is sprake van een schaarse vergunning. Dit betekent dat alle gegadigden gelijke kansen dienen te hebben om in aanmerking te kunnen komen voor deze vergunning.

Artikel 1. Bekendmaking te vergeven schaarse vergunning

  • 1.

    De burgemeester maakt bekend dat een vergunning voor het exploiteren van een seksbedrijf is vrijgekomen dan wel vrijkomt.

  • 2.

    De openbare bekendmaking vindt in elk geval, minimaal acht weken voor aanvang van het aanvraagtijdvak, plaats via het elektronische Gemeenteblad en de website van Leusden.

  • 3.

    In de bekendmaking wordt in ieder geval vermeld:

    • a.

      de termijn waarbinnen een aanvraag om een vergunning moet worden ingediend;

    • b.

      de indieningsvereisten waaraan een aanvraag moet voldoen;

    • c.

      de procedure hoe de vergunning wordt verleend; en

    • d.

      de geldigheidsduur van de vergunning.

  • 4.

    In de bekendmaking wordt verwezen naar de APV en de Beleidsregel en nadere regels prostitutie en seksbranche gemeente Leusden.

Artikel 2. Indieningstermijn aanvraag

  • 1.

    De aanvraag om een vergunning moet binnen uiterlijk zes weken na de dag van de bekendmaking, als bedoeld in artikel 1 lid 1, worden ingediend.

  • 2.

    Een aanvraag die na het aflopen van de indieningstermijn is ontvangen wordt in beginsel geweigerd, tenzij:

    • a.

      in de indieningstermijn geen andere aanvraag is ingediend; of

    • b.

      na het aflopen van de verdelingsprocedure nog een vergunning te verlenen is.

Artikel 3. Beleidsuitgangspunten

  • 1.

    De aanvraag dient te voldoen aan de vereisten zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van de APV;

  • 2.

    Bij het verlenen van een vergunning voor een seksbedrijf geldt het uitgangspunt dat voor maximaal twee seksbedrijven een vergunning kan worden verleend;

  • 3.

    Een vergunning voor de exploitatie van een seksbedrijf kan slechts worden verleend wanneer de voorgenomen locatie voor de inrichting van het seksbedrijf is gelegen binnen de aangewezen gebieden waar de exploitatie van een seksbedrijf is toegestaan;

  • 4.

    Een vergunning voor een seksbedrijf is inrichting gebonden. Per seksbedrijf wordt slechts één inrichting toegestaan.

Artikel 4. Procedure vergunningverlening (toetsingsfases)

  • 1.

    De verlening van de vergunning vindt plaats via het doorlopen van twee fasen:

    • a.

      Fase 1: het toetsen van de criteria genoemd in de artikelen 3:5 en 3:6 van de APV en de Wet Bibob;

    • b.

      Fase 2: een vergelijkende inhoudelijke toetsing van de aanvragen.

  • 2.

    Wanneer er binnen de termijn als bedoeld in artikel 2 lid 1 meerdere aanvragen, dan het aantal te vergeven vergunningen, dan wel meer dan één aanvraag voor eenzelfde locatie is ingediend, dan zal de aanvrager zijn aanvraag moeten aanvullen, wanneer nog niet alle documenten zijn ontvangen, met de fase-2 documenten zoals genoemd in artikel 9. Het bestuursorgaan zal de aanvragers verzoeken de aanvraag aan te vullen en binnen welke termijn dat dient te gebeuren. Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Wanneer binnen de termijn als bedoeld in artikel 2 lid 1 evenveel of minder aanvragen dan het aantal te vergeven vergunningen zijn ingediend, dan blijft de toets op basis van fase 2 achterwege.

  • 4.

    Wanneer sprake is van een aanvraag zoals bedoeld in artikel 2 lid 2, dan geldt dat:

    • a.

      de aanvraag die als eerst is ingediend ook als eerst wordt behandeld; en

    • b.

      de toets van fase 2 achterwege blijft.

Artikel 5. Indienen en indieningsvereisten van de aanvraag

  • 1.

    Gegadigden dienen de aanvraag om een vergunning in middels een schriftelijke aanvraag.

  • 2.

    De aanvraag moet uiterlijk op de, in de openbare bekendmaking genoemde, datum en tijd zijn ontvangen.

  • 3.

    Een aanvraag is persoonsgebonden. Dit betekent dat de indiener van het aanvraagformulier dezelfde persoon dient te zijn als degene die na het verkrijgen van de vergunning als zodanig het seksbedrijf gaat exploiteren en dus als exploitant op de vergunning vermeld wordt.

  • 4.

    De aanvraag dient te voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 3:5 van de APV.

  • 5.

    Bij een aanvraag om een vergunning worden documenten aangeleverd zoals aangegeven in het aanvraagformulier.

Artikel 6. Ontvankelijkheid

Aanvragen worden in eerste instantie beoordeeld op de ontvankelijkheid. Hiervoor wordt beoordeeld of de aanvraag voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 3:5 van de APV. Wanneer de aanvraag niet ontvankelijk is, dan geeft de burgemeester de aanvrager een redelijke termijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen.

Artikel 7. Weigeringsgronden

Wanneer de aanvraag ontvankelijk is, dan zal worden beoordeeld of zich een weigeringsgrond voordoet op grond van artikel 3:6 van de APV of de Wet Bibob. Daarbij kan het bestuursorgaan tevens andere informatie betrekken dan de door de aanvrager overgelegde informatie. Wanneer meer dan één aanvraag ontvankelijk blijkt en er geen weigeringsgronden aanwezig zijn, wordt overgegaan tot een inhoudelijke beoordeling van de aanvragen (fase 2). Wanneer tijdens de toets van fase 1 wel sprake is van een weigeringsgrond, dan wordt de vergunning geweigerd. In dit geval wordt die aanvraag dan ook buiten beschouwing gelaten bij fase 2.

Artikel 8. De beoordeling

De beoordeling wordt gedaan door de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving (hierna: ‘VTH’). Deze afdeling wordt voorts geadviseerd door medewerkers van de volgende afdelingen:

 

  • -

    Veiligheid;

  • -

    Handhaving;

  • -

    Ruimtelijke Ordening;

  • -

    Sociaal Domein;

  • -

    Economische Zaken;

  • -

    Juridische zaken; en

  • -

    Externe partijen (indien van toepassing, denk aan: politie, GGD, (verslavings)zorg en/of financieel economisch deskundigen).

Alle adviseurs ontvangen de volledige aanvragen met bijbehorende bescheiden en beoordelen deze individueel op de voor hen beschikbare beoordelingscriteria van het beoordelingsformulier. Deze beoordelingen worden verzameld en per aanvraag en per criteria in een matrix gezet. De matrix wordt met alle adviseurs plenair besproken.

 

In geval van onduidelijkheden over de inhoud van de aanvraag, zal een medewerker van de afdeling VTH de verduidelijkende vragen stellen bij de aanvrager.

 

Er wordt hierbij uitdrukkelijk opgemerkt dat in een geval van onduidelijkheden over de inhoud van de aanvraag, expliciet geen sprake is van een herkansing. Ook wordt de inhoud van de aanvraag niet gewijzigd. Een verduidelijking veronderstelt slechts dat de aanvrager zijn aanvraag uitsluitend op de gevraagde onderdelen nader concretiseert. Dit met als doel om de adviseurs een duidelijker beeld te geven van hetgeen wat de aanvraag bedoelt te verwoorden.

Artikel 9. De vergelijkende inhoudelijke toetsing (fase 2)

 

Onderwerp

Beoordelingscriteria

Te behalen score

Waardering

(Sociaal Domein)

  • a)

    plan van aanpak ter bescherming van de gezondheid van de werknemers en hun klanten (gezondheidsplan)

De door de aanvrager te treffen voorzieningen voor het waarborgen van de veiligheid en gezondheid

0-10

25%

Een beschrijving van de maatregelen die het bedrijf neemt om de gezondheidsrisico’s te beperken.

0-10

Het te voeren personeelsbeleid.

0-10

(Veiligheid)

  • b)

    plan van aanpak ter voorkoming van overlast (veiligheidsplan)

De te treffen voorzieningen om overlast door (en voor) bezoekers te voorkomen.

0-10

20%

De wijze waarop de algemene sociale controle nog kan plaatsvinden (toezicht).

0-10

De huis- en gedragsregels die gelden en de handhaving daarvan.

0-10

Een volledige inventarisatie van risico’s voor openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat. Tezamen met de maatregelen die worden genomen tegen deze risico’s en de wijze waarop de aanvrager wil samenwerken met bevoegde instanties in het kader van de openbare orde en veiligheid.

0-10

(Economisch zaken)

  • c)

    het bedrijfsplan

Het voldoen aan de voorwaarden voor het bedrijfsplan zoals opgenomen in de opsomming onder lid 1 van artikel 10, waarbij de volgende punten worden toegekend:

 

  • -

    bij het voldoen aan 0 – 7 van de voorwaarden

  • -

    bij het voldoend aan 8 – 15 van de voorwaarden

  • -

    bij het voldoen aan 16 – 21 van de voorwaarden

(Totaal 0-10)

0-3

4–7

8–10

20%

(Integraal)

  • d)

    de referenties

Aan te tonen ervaring in het exploiteren van een seksinrichting.

0-10

20%

De door de aanvrager aangereikte referenties die betrekking hebben op de beoogde exploitant van de seksinrichting.

0-10

Aangesloten bij één van de belangenverenigingen voor sekswerk (bijvoorbeeld PROUD, ACS of ESSM)

0-10

Een Verklaring Omtrent het Gedrag voor natuurlijke personen en rechtspersonen.

0-10

Omgeving

  • e)

    het woon- en leefklimaat.

De wijze waar en waarop de seksinrichting wordt ingepast in de omgeving.

0-10

10%

Het beschikken over voldoende parkeerplaatsen.

0-10

Het al dan niet gebruiken van reclame-uitingen en op welke wijze.

0-10

(Integraal)

  • f)

    de presentatie

Eenduidig en helder verhaal waardoor er geen onduidelijkheden of vragen meer zijn bij de beoordelaars.

0-10

5%

De visie op de samenwerking met de gemeente.

0-10

Artikel 10. Bedrijfs- en gezondheidsplan

  • 1.

    In de tabel van artikel 9, voor de vergelijkende inhoudelijke toetsing, is te lezen dat er een hoge waardering wordt toegekend aan het onderdeel voor het bedrijfs- en gezondheidsplan. Een bedrijfsplan bevat in elk geval de door de exploitant te treffen maatregelen die waarborgen dat:

     

    • a.

      de exploitant zich een oordeel vormt over de voldoende mate van zelfredzaamheid van de sekswerker (door middel van intakegesprekken) voordat deze voor of bij de exploitant gaat werken;

    • b.

      de exploitant maatregelen neemt om het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerker te waarborgen;

    • c.

      de exploitant maatregelen neemt om te voorkomen dat in het bedrijf sekswerkers werkzaam zijn die het slachtoffer zijn van mensenhandel of andere vormen van (seksuele) uitbuiting;

    • d.

      de exploitant of de beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de sekswerker niet door derden gedwongen wordt tot sekswerk en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;

    • e.

      de exploitant en/of de beheerder aantoonbaar over voldoende vaardigheden beschikken op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening en dat waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;

    • f.

      de sekswerker klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat gevolgen heeft voor de werkzaamheden van de sekswerker;

    • g.

      de sekswerker alcohol en/of drugs kan weigeren te gebruiken zonder dat dat voor de werkzaamheden van de sekswerker gevolgen heeft;

    • h.

      de hygiëne in een seksbedrijf voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;

    • i.

      er maatregelen worden genomen om te waarborgen dat er voldoende toezicht plaatsvindt op het seksbedrijf;

    • j.

      inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor sekswerkers;

    • k.

      in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;

    • l.

      in de werkruimten voor de sekswerkers een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;

    • m.

      de exploitant aan de voor of bij hem werkzame sekswerkers informatie ter beschikking stelt over demogelijkheden om hulp te krijgen als een sekswerker wil stoppen met het werk in de seksbranche;

    • n.

      de sekswerker zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;

    • o.

      de sekswerkers vrij worden gelaten in het contact met organisaties die van belang zijn voor hun lichamelijke of geestelijke gezondheid;

    • p.

      er geneeskundige zorg en voorlichting met betrekking tot beroeps gerelateerde ziektes ten behoeve van de sekswerkers beschikbaar is;

    • q.

      de sekswerker vrij is in de keuze van de arts(en) die hij/zij wil bezoeken; en

    • r.

      er maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de gezondheid en veiligheid van klantenvoldoende wordt beschermd;

    • s.

      de overlast van het seksbedrijf aan de omgeving beperkt wordt;

    • t.

      de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame sekswerker kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar of hij zijn diensten aanbiedt;

    • u.

      de rechten van de sekswerker op schrift worden gesteld en in een voor de sekswerker begrijpelijke taal worden uitgereikt door de exploitant.

  • 2.

    Het gezondheidsplan is onderdeel van het bedrijfsplan. Hierin wordt het bedrijfsbeleid beschreven ten aanzien van hygiëne, gezondheid en arbeidsomstandigheden. Het gezondheidsplan bevat in elk geval:

    • a.

      welke maatregelen de exploitant neemt om te voorkomen dat in het bedrijf prostituees werkzaam zijn die het slachtoffer zijn van mensenhandel of andere vormen van uitbuiting;

    • b.

      welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het bedrijf werkzame prostituees voldoende zelfredzaam zijn;

    • c.

      welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het bedrijf werkzame prostituees niet worden verplicht tot het verrichten van seksuele handelingen tegen hun wil;

    • d.

      welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het bedrijf werkzame prostituees niet worden verplicht tot het gebruik van drugs of tot het nuttigen van alcoholhoudende dranken tegen hun wil;

    • e.

      welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het bedrijf werkzame prostituees klanten kunnen en mogen weigeren;

    • f.

      welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de gezondheid en veiligheid van klanten voldoende wordt beschermd;

    • g.

      hoe de geneeskundige zorg en voorlichting met betrekking tot beroeps gerelateerde ziektesten behoeve van de prostituees beschikbaar is;

    • h.

      hoe gewaarborgd is dat de prostituees vrij worden gelaten in het contact met organisaties die van belang zijn voor hun lichamelijke of geestelijke gezondheid; en

    • i.

      onder welke arbeids- en verhuurvoorwaarden de in het prostitutiebedrijf werkzame prostitueeswerken, waaronder in ieder geval begrepen de minimale en maximale verhuurperiode en de verhuurprijzen.

  • 3.

    Ook wordt een veiligheidsplan overgelegd, dat in elk geval bevat:

    • a.

      een risicoanalyse met betrekking tot de openbare orde en veiligheid en het omliggende woon-en leefklimaat;

    • b.

      de te nemen maatregelen ter bescherming van de openbare orde en veiligheid en het omliggende woon- en leefklimaat;

    • c.

      de wijze van toezicht in het prostitutiebedrijf en de directe omgeving daarvan; en

    • d.

      een afschrift van de huisregels.

  • 4.

    Voorts wordt aangeleverd: een plan van aanpak ruimtelijke ordening inhoudende een ruimtelijke onderbouwing van de planologische aanvaardbaarheid van het prostitutiebedrijf op de voorgestelde locatie blijkend uit:

    • a.

      de ligging van het prostitutiebedrijf, de ruimtelijk -functionele c.q. planologische inpasbaarheid, de stedenbouwkundige inpassing en bereikbaarheid voor alle vormen van vervoer;

    • b.

      de ruimtelijke uitstralingseffecten van de aanwezigheid van het prostitutiebedrijf op de beoogde locatie en de wijze waarop de ondernemer maatregelen treft om deze met het oog op een goed woon-, werk, leef- of verblijfsklimaat in de directe omgeving zoveel mogelijk te voorkomen, verzachten of in goede banen te leiden;

    • c.

      de wijze waarop de ondernemer pogingen in het werk heeft gesteld of zal stellen om zelf te communiceren over of draagvlak te verwerven voor de vestiging van het prostitutiebedrijf in de directe omgeving, evenals de mate waarin hij bereid is rekening te houden met ruimtelijkrelevante wensen van omwonenden of winkels en bedrijven in de directe omgeving van het prostitutiebedrijf.

  • 5.

    Een aanvraag die niet voldoet aan bovengenoemde indieningsvereisten wordt, na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, buiten behandeling gesteld.

Artikel 11. Verlening vergunning

  • 1.

    De burgemeester of het college verleent de vergunning aan de aanvrager die het hoogst aantal punten heeft behaald uit de toetsing van artikel 9.

  • 2.

    Wanneer het totaal behaalde aantal punten bij meerdere aanvragen gelijk is, wordt de vergunning verleend aan de aanvrager die de hoogste score heeft behaald voor het onderdeel veiligheid.

  • 3.

    In de gevallen waarbij geen fase 2 toets wordt doorlopen, dan wordt de vergunning, in afwijking van lid 1, verleend als de aanvraag voldoet aan de fase 1 toets.

  • 4.

    Een vergunning voor exploitatie van een seksbedrijf wordt uitsluitend verleend wanneer de voorgenomen locatie is gelegen binnen het aangewezen gebied waarin exploitatie van sekswerk wordt toegestaan.

Artikel 12. Bibob

  • 1.

    Voor de exploitatie van het seksbedrijf is het Bibob-beleid van de gemeente van toepassing.

  • 2.

    De aanvraag welke als beste wordt beoordeeld en dus in aanmerking komt voor een vergunning, wordt gevraagd om een volledig ingevuld en ondertekend Bibob-vragenformulier, inclusief de daarin gevraagde bijlagen, aan te leveren bij de gemeente binnen een redelijke termijn van twee weken.

  • 3.

    Wanneer de Bibob-toets daartoe aanleiding geeft, kan de burgemeester beslissen om advies te vragen aan het Landelijk Bureau Bibob. De termijn uit lid 2 wordt in een dergelijk geval, op basis van artikel 31 van de Wet Bibob, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies is aangevraagd. De opschorting eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen, met dien verstande dat de opschorting niet langer duurt dan de termijn uit artikel 15 van de Wet Bibob.

Artikel 13. Geldigheidsduur vergunning

Schaarse vergunningen kunnen niet voor onbepaalde tijd worden verleend. Voor de exploitatievergunning voor een seksbedrijf is dit bepaald op 5 jaar.

Artikel 14. Besluitvorming

  • 1.

    De burgemeester beslist binnen de termijn als bedoeld in artikel 3:3 van de APV, op basis van de weigeringsgronden (artikel 3:6 van de APV), de rapportage van de beoordelingsprocedure, de adviezen van externe deskundigen en de Bibob-toets, welke aanvrager een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal krijgt.

  • 2.

    Nadat de aanvrager die als beste wordt beoordeeld de exploitatievergunning heeft gekregen ontvangt elke aanvrager een individueel afschrift van de puntentelling en motivering op zijn of haar aanvraag.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking de dag nadat ze zijn bekendgemaakt.

Artikel 16. Citeertitel

Deze nadere regels worden als volgt geciteerd: Nadere regels vergunnen prostitutie en seksbranche Leusden.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden

Leusden op 4 november 2025.

Naar boven