Verordening tot 10e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem 2012

De raad van de gemeente Kaag en Braassem;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30-9-2025;

 

gelet op het bepaalde in art. 149 van de Gemeentewet;

 

 

b e s l u i t:

 

De APV Kaag en Braassem als volgt te wijzigen:

 

 

A: In artikel 1:1 wordt ‘- gebouw’ en de bijbehorende definitie vervangen door:

  • -

    gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaand in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

 

B: Artikel 2:31a vervalt

 

C: Artikel 2:34b wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen

  • 1.

    Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend zwak-alcoholhoudende drank van maandag tot en met zondag na 12:00 uur, beginnende met 1 uur voor aanvang en eindigende met 2 uur na beëindiging van de activiteiten zoals die zijn beschreven in het bestuursreglement van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.

  • 2.

    De burgemeester kan zes keer per jaar ontheffing verlenen van de schenktijden zoals opgenomen in lid 1.

  • 3.

    Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens Bijeenkomsten van persoonlijke aard (bijeenkomsten waarbij minimaal de helft van de aanwezigen niet of niet rechtstreeks betrokken is bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon). Hier mag ten hoogste vier keer per jaar een uitzondering op worden gemaakt.

  • 4.

    Van het bepaalde in lid 3 zijn uitgezonderd de dorpshuizen, de culturele centra met een dorpshuisfunctie en de kerkelijke centra. Deze rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank verstrekken tijdens ten hoogste 26 bijeenkomsten per jaar van persoonlijke aard, niet zijnde recepties en bruiloftsfeesten.

  • 5.

    De paracommerciële rechtspersonen houden een jaarlijks overzicht bij van de in de vorige leden benoemde bijeenkomsten. Dit overzicht dient in het bedrijf aanwezig te zijn en op eerste aanvraag ter inzage worden gegeven.

 

D: Na artikel 2:50 wordt een artikel ingevoegd luidende:

Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen

  • 1.

    Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

 

 

E: Artikel 2:71 begripsbepalingen wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2:71 Definitie

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van

artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking

mag worden gesteld voor particulier gebruik.

 

 

F: Artikel 2:74a wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek

toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop

gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten

of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

 

 

G: Artikel 2:78 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan aan een persoon in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 2.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 3.

    De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

  • 4.

    Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

  • 5.

    Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

 

 

H: Na artikel 4:5 wordt een artikel ingevoegd luidende:

Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht

  • 1.

    Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigensvoor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 3.

    Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder.

  • 4.

    De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op:

    • a.

      het maximale geluidsniveau;

    • b.

      de situering van geluidsbronnen;

    • c.

      de frequentie en tijden van gebruik.

  • 5.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

 

I: Na artikel 4:5c wordt een artikel ingevoegd luidende:

Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen

Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig

te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder

ontstaat.

 

 

J: Na artikel 4:9a wordt een artikel ingevoegd luidende:

Artikel 4:9b Verbod oplaten ballonnen

  • 1.

    In dit artikel wordt onder een ballon verstaan: een herdenkingsballon, een vuurballon, een gelukslampion, een (Thaise) wensballon, een papierballon, een geluksballon en andere daarmee vergelijkbare voorwerpen.

  • 2.

    Het is verboden ballonnen en daarmee vergelijkbare voorwerpen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten.

 

 

K: Artikel 4:10 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 4:10 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Houtopstanden: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;

  • 2.

    Toekomstboom: een boom die aangeplant is met een kwalitatief goed aangelegde groeiplaats met het oog op de gestelde ambitieleeftijd.

  • 3.

    Vellen: het rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan 30% van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen en knotten, evenals het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging van de boom of houtopstand tot gevolg kunnen hebben;

 

L: Artikel 4:11 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 4:11 Toepassingsbereik

Deze groenregels zijn van toepassing op alle bomen die op de lijst beschermwaardige bomen, de Bomenlijst, van de gemeente Kaag en Braassem staan.

 

 

M: Artikel 4:12 wordt ingevoegd luidende:

Aanwijzingen (in de fysieke leefomgeving)

Artikel 4:12 aanwijzing bebouwingscontouren houtkap

De bebouwingscontour houtkap van de gemeente beslaat het gebied binnen de grenzen zoals oor het bevoegd gezag is vastgesteld als bebouwingscontour als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving.

 

 

N: Na artikel 4:12 wordt een artikel toevoegt luidende:

Artikel 4:12a Bomenlijst

  • 1.

    Het college stelt een lijst met beschermwaardige bomen vast. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bomen van de gemeente en bomen van derden, eigenaren van bomen niet zijnde de gemeente. Een boom moet een minimale toekomstverwachting hebben van 10 jaar én voldoen aan tenminste één van de volgende criteria om in aanmerking te komen voor de Bomenlijst;

  • Gemeentelijke:

    • a.

      Bomen met een stamdiameter van minimaal 30 centimeter of een stamomtrek van minimaal 94 centimeter gemeten op 130 centimeter boven maaiveld; of

    • b.

      Leeftijd van minimaal 60 jaar oud; of

    • c.

      Cultuurhistorische status; of

    • d.

      Aangewezen als toekomstboom; of

  •  

  • Niet-gemeentelijke:

  • a. Bomen met een stamdiameter van minimaal 60 centimeter of een stamomtrek van minimaal 188 centimeter gemeten op 130 centimeter boven maaiveld; of

  • b. Leeftijd van minimaal 60 jaar oud; of

  • c. Cultuurhistorische status; of

  • d. Herplantbomen/vervangende bomen.

  •  

  • 2.

    De Bomenlijst wordt iedere 5 jaar geactualiseerd.

 

 

O: Na artikel 4:12a wordt een artikel ingevoegd luidende:

Activiteiten

Artikel 4:12b Verbod op het vellen van bomen

  • 1.

    Het is verboden bomen op de door het college aangenomen Bomenlijst te vellen of doen vellen zonder een door het college verleende omgevingsvergunning voor de activiteit ‘boom kappen of houtopstand vellen’;

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      Bomen en houtopstanden die moeten worden geveld in het kader van de Plantgezondheidswet;

    • b.

      Bomen en houtopstanden die moeten worden geveld op bevel van de Burgemeester of diens gemachtigde, in het kader van de openbare orde en veiligheid;

    • c.

      Bomen en houtopstanden die moeten worden geveld in het kader van artikel 4:12f;

    • d.

      Bomen die conform een goedgekeurd beheerplan geveld worden;

    • e.

      Boomsoorten die staan vermeldt op de Unielijst invasieve exoten van Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

  • 3.

    In geval van een vrijstelling in het kader van het eerste lid van dit artikel, blijft het bepaalde in artikel 4:12e en/of artikel 4:12f onverminderd van toepassing.

 

 

P: Na Artikel 4:12b wordt een artikel ingevoegd luidende: wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 4:12c Gronden voor verlening

  • 1.

    Het vellen van één of meerdere bomen die zijn opgenomen op de Bomenlijst is een vergunningsplichtige activiteit en wordt afgewogen door het bevoegd gezag;

  • 2.

    Een omgevingsvergunning voor het vellen van bomen op de Bomenlijst kan worden toegekend in geval van:

    • a.

      Gevaar voor de openbare orde en veiligheid;

    • b.

      Onomkeerbare aantasting van de boomconditie of kwaliteitsvermindering;

    • c.

      Zwaarwegende maatschappelijke/persoonlijke belangen, dit vereist een college besluit.

 

 

Q: Artikel 4:12d wordt ingevoegd luidende:

Artikel 4:12d Indieningsvereisten vergunningaanvraag

  • 1.

    Een vergunning zoals bedoeld in artikel 4:12b wordt aangevraagd door de rechthebbende van de betreffende boom of bomen of de gemachtigde daarvan;

  • 2.

    De aanvrager levert bij de aanvraag in ieder geval de volgende stukken en documenten aan bij het bevoegd gezag:

    • a.

      Een kaart waarop de betreffende boom/bomen en de huidige ruimtelijke situatie zijn weergegeven;

    • b.

      Tenminste één (1) duidelijke foto per boom;

    • c.

      Een onderbouwing van de in lid 2 van artikel 4:12c gestelde situaties, ofwel een motivatie waarom de boom gekapt dient te worden;

    • d.

      Welke alternatieven voor het behouden van de boom of bomen, in de vorm van boomsparende maatregelen, verplanting, of mitigerende maatregelen, zijn onderzocht conform de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen, en niet houdbaar zijn bevonden;

    • e.

      In het geval dat de aanvraag wordt ingediend in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling;

      I. een bomen effect analyse (BEA) waarin ui de conclusie te herleiden valt dat de te vellen bomen niet duurzaam te behouden is; of;

      II. Indien aangegeven door het bevoegd gezag een compensatieplan zoals bedoeld in artikel 4:12f;

    • f.

      Een invulling van de beoogde herplant;

    • g.

      Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt in het kader van veiligheid of beheerbaarheid omwille een sterk teruggelopen boomkwaliteit of boomconditie, of ter preventie van schade of letsel, moet ook het afschrift en bevindingen van de meest recente boomveiligheidscontrole toegevoegd worden.

  • 3.

    Ter aanvulling op de in dit artikel opgenomen indieningsvereisten, kunnen derden die in eigendom zijn van een boom op de Bomenlijst op kosten van de gemeente een boominspectie aanvragen (in de vorm van een VTA, Visual Tree Assessment). De uitkomst van deze inspectie is leidend voor de verdere afhandeling van de vergunningsaanvraag. Indien de overlast met een snoeimaatregel verholpen kan worden, zijn deze kosten voor de eigenaar en wordt de omgevingsvergunning geweigerd.

 

 

R: Artikel 4:12e wordt ingevoegd luidende:

Artikel 4:12e Herplantplicht

  • 1.

    Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning een herplantplicht met voorschriften;

  • 2.

    Bomen die herplant worden hebben een minimale plantmaat van 16/18 centimeter;

  • 3.

    Herplant gebeurt altijd conform de herplantladder, te weten:

    • a.

      Op dezelfde locatie, soort van gelijke boomgrootte klasse; anders,

    • b.

      Op dezelfde locatie, soort van kleinere boomgrootte klasse; anders,

    • c.

      Binnen dezelfde perceelsgrenzen; anders,

    • d.

      Grenzend aan of nabij de locatie tot maximaal 300 meter; anders,

    • e.

      Financiële compensatie;

  • Bij iedere lagere keuze dan stap a. moet gemotiveerd worden waarom er afgeweken wordt. Nadere toelichting op de herplantladder is opgenomen in het beheerplan Bomen.

  • 4.

    De vergunninghouder dient zelf aan te tonen dat de herplant is uitgevoerd binnen de termijn zoals gesteld in de vergunningsvoorschriften en binnen 2 weken na aanplant, de herplant te melden bij het bevoegd gezag;

  • 5.

    Wanneer een boom gedurende een nazorgperiode van 3 jaar verloren gaat, teniet gedaan is of anderzijds in onbeheerbare staat opgeleverd wordt, is de betreffende vergunninghouder verplicht de boom te vervangen voor eenzelfde soort en plantmaat en gaat opnieuw een nazorgperiode van 3 jaar in;

  • 6.

    Bij het verlenen van een vergunning voor vellen wordt als voorschrift opgenomen dat de vergunning 4 weken na de vergunningverlening inwerking treedt;

  • 7.

    Bij een gecombineerde aanvraag waarbij meerdere vergunningsplichtige activiteiten in één procedure gezamenlijk worden ingediend en beoordeeld, wordt in ieder geval het voorschrift opgenomen dat de activiteit vellen pas mag starten als ook voor de andere onderdelen van de aanvraag toestemming is verleend;

  • 8.

    Bij het vellen van bomen zonder benodigde vergunning zoals bedoeld in artikel 4:12b legt het college een boetebedrag op volgens artikel 6:1a. Daarnaast legt het college ook een herplantplicht op;

  • 9.

    Ter uitzondering op de in dit artikel opgenomen voorschriften op de herplantplicht, wordt door een particulier die eigenaar is van een beschermwaardige boom én een omgevingsvergunning voor de activiteit kap hierop heeft aangevraagd, in samenwerking met het bevoegd gezag een maatwerkprocedure aangegaan voor de invulling van de herplant.

 

 

S: Artikel 4:12f wordt ingevoegd luidende:

Artikel 4:12f Compensatieplan

  • 1.

    Het bevoegd gezag kan de aanvrager van een omgevingsvergunning opleggen een compensatieplan op te stellen voor bomen wanneer de aanvraag een ruimtelijke ontwikkeling betreft;

  • 2.

    Het compensatieplan kan deel uitmaken van de indieningsvereiste voor een te verlenen omgevingsvergunning voor het vellen van bomen op de Bomenlijst;

  • 3.

    In het compensatieplan wordt tenminste het volgende opgenomen:

    • a.

      Waar zal worden herplant onderbouwd met verwijzing naar de herplantladder zoals gesteld in artikel 4:12e;

    • b.

      Een omschrijving van de te herplanten boom of bomen met hierin aangegeven ten minste: soortnaam, wetenschappelijke naam, maatvoering, wortel-/kluittype en herkomst van het materiaal;

    • c.

      Een omschrijving van de groeiplaats, zowel boven- en ondergronds, met onderbouwing dat deze groeiplaats van voldoende kwalitatieve waarde is om de te herplanten boom ter plaatse duurzaam te handhaven met inachtneming van de gestelde ambitieleeftijd van 60 jaar;

    • d.

      De invulling van een zorgvuldige nazorg om een succesvolle start van de boom te garanderen. Bomen in openbaar gebied worden na 3 jaar vanuit de ruimtelijke ontwikkeling aan het gemeentelijke beheer overgedragen.

 

 

T: Artikel 4:12g wordt ingevoegd luidende:

Artikel 4:12g Bestrijding van boomziekten

  • 1.

    Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag of door melding aan het licht gekomen zijn gevaar opleveren voor de verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn de boom of bomen te vellen;

  • 2.

    De gevelde boom of houtopstand dient conform de richtlijnen van de gemeente direct zodanig te worden behandeld dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die een boomziekte kan verspreiden;

  • 3.

    Voor het gestelde verbod onder het tweede lid van dit artikel kan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (een BOPA) worden afgegeven voor de uitvoering van de werkzaamheden;

  • 4.

    Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

 

 

U: Artikel 4:12h wordt ingevoegd luidende:

Artikel 4:12h Beschadigen van bomen en houtopstanden

  • 1.

    Het is verboden om bomen en houtopstanden, die publiek eigendom zijn:

    • a.

      te beschadigen, te bekladden of te beplakken;

    • b.

      daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen onderhoudstaken.

  • 2.

    Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan publieke bomen aan te brengen of anderszins te bevestigen zonder voorafgaande vergunning van het college.

 

 

V: Na artikel 6:2 wordt een artikel ingevoegd luidende:

Artikel 6:2a Toezicht en handhaving op groen

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze groenregels zijn belast: opsporingsambtenaren van de regionale politie eenheid Den Haag en de medewerkers die zijn aangewezen als toezichthouder van de groenregels;

  • 2.

    Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze groenregels belast de bij besluit van het bevoegd gezag aan te wijzen personen.

 

 

W: Artikel 6:1a wordt toegevoegd luidende:

Artikel 6:1a Strafbepaling voor groen

  • 1.

    Overtreding van het bepaalde in de artikelen van deze groenregels en de krachtens deze artikelen gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie;

  • 2.

    Naast het bepaalde in lid 1 van dit artikel kan in de vorm van een last onder bestuursdwang of dwangsom, een financiële compensatie worden geëist door het bevoegd gezag waarbij het oogmerk wordt aangehouden om de verloren waarde van de boom of bomen te compenseren. De financiële compensatie wordt toegevoegd aan het budget voor onderhoud/aanleg groen van de gemeente. De waarde van de betreffende boom wordt berekend aan de hand van de boomwaarde-indextabel uit de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Voor de financiële waardebepaling geldt de volgende correctiefactor:

    • a.

      Bij bomen met een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar wordt de financiële waarde voor 100% gecompenseerd;

    • b.

      Bij bomen met een toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar wordt de financiële waarde voor 60% gecompenseerd;

  • 3.

    Lid 1 en 2 zijn niet van toepassing voor zover de Omgevingswet en de Wet economische delicten van toepassing zijn.

 

X: Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Kaag en Braassem gehouden op 17 november 2025,

De griffier,

T.P. Scherpenzeel

De voorzitter,

A. Heijstee-Bolt

Naar boven