Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Alle begrippen die worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de geldende Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen (hierna: Vfl).
Artikel 2 Toepassingsbereik
Deze beleidsregel is van toepassing op de bevoegdheid van het college om een vergunning om te vellen te verlenen of te weigeren, als bedoeld in artikel 4:5 jo. artikel 4:2 Vfl.
Artikel 3 Afwegingskader
- 1.
Bij de beoordeling of een vergunning, als bedoeld in artikel 4:2 Vfl, kan worden verleend of geweigerd, zoals bepaald in artikel 4:5 Vfl, hanteert het college het in het tweede neergelegde afwegingskader. De beoordeling per waarde geschiedt aan de hand van de drie kernwaarden:
- 2.
De vergunning voor het vellen van een boom of houtopstand wordt verleend vanwege een individueel of maatschappelijk belang dat zwaarder weegt dan het belang van behoud van de boom of houtopstand respectievelijk geweigerd als de belangen van verlening niet opwegen tegen het belang van behoud van de boom of houtopstand met het oog op één of meer van de volgende waarden:
- a.
Ecologische waarde van de boom of houtopstand
|
Met de Zutphense ambitie om de biodiversiteit te verhogen en de soortenrijkdom te vergoten, is het van belang dat de verschillende (natuur)gebieden met elkaar verbonden zijn, zodat dieren zich makkelijk van de ene habitat naar de andere habitat kunnen verplaatsen. Hierdoor ontstaan minder snel geïsoleerde populaties. Kleine zoogdieren, vleermuizen, vogels en insecten kunnen zich van boom tot boom verplaatsen van de ene naar de andere ‘groene oase’. Om de biodiversiteit in de ‘groene oases’ te vergroten, blijft dood hout liggen op plaatsen waar dat mogelijk is.
- •
In de uiterwaarden van Zutphen is een Natura 2000-gebied de Tichelbeeksewaard gesitueerd.
- •
Rondom Zutphen is een aantal gebieden die deel uit maken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebieden).
- •
In de omgevingsvisie zijn de groen-blauwe longen en de groen/ blauwe dooradering opgenomen.
|
Bijzondere ecologische waarde
|
Het ecologisch onderzoek (quick scan flora en fauna, uit te voeren door de boomeigenaar) geeft aan of de onderzochte boom/ houtopstand over een ‘Bijzondere ecologische waarde’ beschikt. De mate waarin ecologische waarden toe te schrijven zijn aan een specifieke boom is hierbij van belang. Bijvoorbeeld één boom in een vliegroute van vleermuizen hoeft geen bijzondere waarde te hebben, wanneer de functie van deze boom wordt overgenomen door de resterende bomen, gebouwen of andere factoren. Een bijzondere waarde is alléén van toepassing als de boom een essentiële functie voor de ecologische waarde heeft.
De houtopstand huisvest bijzondere flora of fauna zoals maretak, korstmossen, vleermuizen, marterachtigen of broedvogels of andere dieren die beschermd zijn volgens de Omgevingswet.
De houtopstand maakt onderdeel uit van een ecologische eenheid en voegt als habitat voor flora en fauna een duidelijke schakel toe in het geheel. Daarnaast bestaat de houtopstand uit inheemse soorten en maakt onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk zoals deze is vastgesteld door de provincie.
|
|
Verhoogde ecologische waarde
|
Er is sprake van een verhoogde ecologische waarde als de boom/ houtopstand onderdeel is van een lijnbeplanting (vliegroute), er holtes in de boom zitten, de boom in een park of natuurgebied staat of wanneer er nesten van jaarrond broedende vogels aanwezig zijn. Bij een verhoogde ecologische waarde moet een ecologisch onderzoek uitgevoerd worden (quick scan flora en fauna, uit te voeren door de boomeigenaar) om te bepalen of er sprake is van een ‘Verhoogde ecologische waarde’.
|
|
Minimale ecologische waarde
|
Elke boom heeft een ecologische waarde. Vogels, insecten en kleine zoogdieren leven immers in bomen en eten er de vruchten van. Als in de boom geen nesten aanwezig zijn en de boom geen verhoogde of bijzondere ecologische waarde heeft, dan wordt de ecologische waarde als minimaal beoordeeld.
|
- b.
Landschappelijke en stedenbouwkundige waarde van de boom of houtopstand
|
Zutphen heeft net als ieder ander dorp of stad een stedenbouwkundige opbouw, die voornamelijk bestaat uit gebouwen, bestrating, water en plantsoenen. Door een variatie in vormgeving, afmeting, materiaalgebruik en verschillende combinaties daarvan kan je eenvoudig je weg vinden in de stad. Bomen op verschillende locaties in de stad of dorp hebben een belangrijke rol in de stedenbouwkundige opbouw:
- •
Langs de hoofdwegenstructuren zoals deze in de Wegencategorisering va de gemeente Zutphen (vastgesteld 2008, herziening 2022) staan benoemd worden doorgaande bomenrijen aangeplant ter oriëntatie. Vooral de wijk- en buurtonsluitingswegen worden begeleid door doorgaande structuren (zie 4.2.1 Boomstructuren, Bomenbeleidsplan 2021). Deze structuren hebben een bijzondere landschappelijke en stedenbouwkundige waarde.
- •
Ook parken, hofjes en pleinen zijn een belangrijk onderdeel van de stedenbouwkundige opbouw van Zutphen. Dit zijn belangrijke verblijfs- en ontmoetingsruimtes in de stad.
- •
De begraafplaatsen zijn (groene) verblijfsplekken, die belangrijk zijn voor de stedenbouwkundige structuur. Op de begraafplaatsen staan veel oude bomen,
Bomen in het buitengebied langs wegen en perceelsranden vormen belangrijk onderdeel van het gebieds-DNA, behorend bij het landschapstype waarin de boom zich bevindt. Onder het Besluit activiteiten leefomgeving (bevoegd gezag Provincie) behoren houtopstanden die bestaan uit:
- •
rijbeplanting minder dan 20 bomen, óf
- •
wegbeplanting op of langs landbouwgronden bestaand uit populieren of wilgen (tenzij deze zijn geknot), óf
- •
fruitbomen en windschermen om boomgaarden, óf
- •
fijnsparren niet ouder dan 12 jaar, bestemd voor kerstbomen, óf
- •
|
Bijzondere en landschappelijke en stedenbouwkundige waarde
|
Langs de gebiedsontsluitingswegen staan veelal bomen van de 1e grootte (15m of hoger). De bomen die deel uitmaken van de hoofdboomstructuur zijn onderdeel van de stedenbouwkundige structuur van Zutphen. Deze bomen hebben een bijzondere landschappelijke en stedenbouwkundige waarde. Daarnaast kunnen grote bomen op specifieke plekken, bijvoorbeeld in het stadscentrum, op begraafplaatsen, in parken, hofjes of op pleinen, een belangrijk oriëntatiepunt in de stad zijn. Daardoor hebben deze bomen een bijzondere landschappelijke en stedenbouwkundige waarde.
De boom maakt onderdeel uit van de landschappelijke beplanting die het oorspronkelijke landschapstype karakteriseert, het zogenaamde gebiedsDNA (zie Omgevingsvisie Landelijk gebied).
De boom vormt een onderdeel van een boomgroep of uniforme laan- of wegbeplanting die een karakteristieke structuur in het landschap zichtbaar maakt.
|
|
Verhoogde landschappelijke en stedenbouwkundige waarde
|
Bomen en/ of houtopstanden langs de wijkontsluitingswegen hebben een verhoogde landschappelijke of stedenbouwkundige waarde. Individuele bomen kunnen een belangrijke bijdrage leveren als oriëntatiepunt in de wijk. Ook dan is er sprake van een verhoogde landschappelijke of stedenbouwkundige waarde.
|
|
Minimale landschappelijke en stedenbouwkundige waarde
|
Alle bomen dragen in meer of mindere mate bij aan de ruimtelijke beleving in de stad. Zonder bomen zou het er kaal en onherbergzaam zijn. Een grote boom draagt meer bij aan de ruimtelijke beleving dan een kleine boom. Ook bomen in groenarme wijken hebben een grotere impact op de leefomgeving. Een boom met een minimale landschappelijke of stedenbouwkundige waarde is vervangbaar.
|
- c.
Beeldbepalende waarde van de boom of houtopstand
|
Bij ‘beeldbepalend’ wordt gedacht aan bomen die voor de beeldkwaliteit van de leefomgeving van groot belang zijn of die een belangrijke positieve bijdrage leveren aan het karakter en de herkenbaarheid op straat-, wijk- of stadsniveau. Bomen in particuliere tuinen kunnen in het straatbeeld een grote rol spelen doordat de vorm van de boom zo volledig mogelijk zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied. Voorwaarden voor beeldbepalendheid zijn:
- •
Zichtbaarheid: een boom moet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg;
- •
Conditie: een houtopstand mag niet in een onherstelbare conditie verkeren. Houtopstanden moeten minimaal gezond zijn en een goede toekomstverwachting hebben (geen verval binnen 10 jaar). Dit is een basisvoorwaarde om een houtopstand als beschermwaardig te kwalificeren. Daarnaast moet de locatie van de boom zodanig zijn dat de boom volwassen kan worden (ondergronds en bovengronds moeten de groeiomstandigheden hiervoor voldoende zijn);
- •
Zeldzaamheid: de aanduiding zeldzaam is van toepassing op soorten die in Nederland zeer beperkt aanwezig zijn. De aanduiding van zeldzaamheid in de Nederlandse dendrologie is hiervoor in eerste instantie bepalend.
|
Bijzondere beeld-bepalende waarde
|
Een beschermwaardige houtopstand is ten minste voor 50% zichtbaar vanaf de openbare weg of openbare ruimte. Hiermee levert de houtopstand een belangrijke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van een kern, woonwijk of het landschap en aan de waarden voor recreatie en beleving (het uiterlijk aanzien van dorp, buurt of woning of een ander gebouw). Daarnaast is de boom in goede conditie (levensverwachting hoger dan 10 jaar).
De boom is zeldzaam en heeft grote dendrologische waarde.
|
|
Verhoogde beeld- bepalende waarde
|
Er is sprake van verhoogde beeldbepalende waarde als de boom beperkt zichtbaar is vanaf de openbare weg en/ of alleen een grote rol speelt op wijkniveau.
|
|
Minimale beeld- bepalende waarde
|
Er is sprake van minimale beeldbepalende waarde als de boom beperkt zichtbaar is vanaf de openbare weg en alleen een rol speelt op straatniveau.
|
- d.
Cultuurhistorische waarde van de boom of houtopstand
|
Zutphen heeft veel (landschappelijk) erfgoed; zowel binnen als buiten de bebouwingscontouren. Een deel van dit erfgoed is aangemerkt als landschappelijk Groen erfgoed door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Dit erfgoed is terug te vinden in het omgevingsplan.
Binnen Zutphen zijn twee gebieden aangewezen als ‘beschermd stads- en dorpsgezicht’. Voor deze gebieden geldt een vergunningsplicht.
Voor de archeologische waarde geldt dat voor het planten en verwijderen van bomen in gebieden waar in het omgevingsplan de bestemming archeologische waarde van toepassing is, er een omgevingsvergunning nodig is voor het kappen en/ of planten van bomen. Het is van belang dat de archeologische waarden behouden blijven en schade aan (of verloren gaan van) archeologische waarden in de bodem voorkomen wordt. Het omgevingsplan is hierin leidend.
Bomen op erven of in tuinen
In het tweede lid van artikel 11.111 Besluit activiteiten leefomgeving wordt benoemd dat de afdeling niet gaat over houtopstanden op erven of in tuinen (onder b.). Bomen op erven of in tuinen hebben een verhoogde cultuurhistorische waarde als zij onderdeel uitmaken van het gebieds-DNA van het landschapstype waarin zij zich bevinden (zie omgevingsplan landelijk gebied).
|
Bijzondere cultuurhistorische waarde
|
Bomen met een leeftijd van meer dan tachtig jaar en een levensverwachting van meer dan tien jaar hebben een bijzondere cultuurhistorische waarde. Daarnaast hebben de bomen die op de Bomenlijst staan en op de lijst Landschappelijk Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een bijzondere cultuurhistorische waarde.
Bomen binnen beschermd stads- en dorpsgezicht hebben een grote meerwaarde doordat deze gebieden sterk versteend zijn. Daarnaast zijn dit ook gebieden waar een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt.
|
|
Verhoogde cultuurhistorische waarde
|
Er is sprake van een verhoogde cultuurhistorische waarde als de boom historisch gezien op een bijzondere locatie staat. Bijvoorbeeld bomen bij een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument of in gebieden van archeologische waarde staan. De boom of houtopstand speelt een rol van betekenis in de geschiedenis van de omgeving. Voorbeelden van bomen met bijzondere betekenis zijn:
- -
- -
- -
- -
boom met een bijzondere snoeivorm of groeivorm.
De houtopstand vormt een onderdeel van een cultuurhistorisch waardevol object. Bijvoorbeeld een boom op het erf bij een oude boerderij die onderdeel uitmaakt van het gebieds-DNA.
De houtopstand stamt van de periode van vóór de aanleg van de wijk. De houtopstand is kenmerkend voor de omgeving, de geschiedenis van het landschap of deze specifieke plek.
Hierbij zijn naast de locatie ook de leeftijd van de boom (minimaal zestig jaar) en de levensverwachting van de boom (meer dan tien jaar) van belang bij de beoordeling van de cultuurhistorische waarde van de individuele boom.
|
|
Minimale cultuurhistorische waarde
|
Bij bomen met een minimale cultuurhistorische waarde hebben bomen cultuurhistorisch gezien een minimaal onderscheidend vermogen ten opzichte van andere bomen in de buurt.
|
- e.
Waarde voor een goed woon- en leefklimaat
|
Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan het klimaat. Een boom zet CO2 om in zuurstof, geeft verkoeling door schaduwwerking en verdamping, vangt (regen)water op en voert dit water vertraagd af. Bovendien vangt de boom fijnstof af. In alle gevallen geldt: hoe groter de boom, hoe groter het effect van de boom op het klimaat. In een groenarme wijk is de aanwezigheid van een grote boom van groot belang. In een wijk met een hoge kroonbedekking is het effect van de boom minder.
Meerwaarde door bomen voor het leefklimaat wordt bepaald door:
- •
Koele plekken: door schaduwwerking op plekken waar veel kwetsbare mensen samenkomen (bijvoorbeeld verpleeghuizen, scholen enzovoort) hebben bomen een hogere klimaatwaarde. Op de hittestresskaart wordt aangegeven op welke plekken hitte de meeste problemen geeft;
- •
Koele routes: Naast de aanwezigheid van voldoende verkoelende plekken (zoals parken en plantsoenen) is het van belang dat in het kader van de hittestress ook de routes naar deze plekken toe voorzien zijn van voldoende schaduw (klimaatroutes);
- •
Afvangen fijnstof: Op plaatsen waar veel auto’s rijden, zoals op stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen, wordt meer fijnstof geproduceerd. De bomen langs deze wegen kunnen (een deel van) het fijnstof afvangen.
|
Bijzondere
klimaatwaarde
|
In het kader van de hittestress is er een aantal kwetsbare groepen, zoals ouderen, (kleine) kinderen en zieken. Op locaties waar hitte een knelpunt is en waar veel kwetsbare groepen verblijven, hebben bomen een bijzondere klimaatwaarde. Dit is in de directe omgeving van verpleeg-/ verzorgingshuizen, het ziekenhuis, scholen en kinderdagverblijven.
|
|
Verhoogde
klimaatwaarde
|
Bomen in de wijken met een kroonbedekking van minder dan 20% en bomen in gebieden waar hitte een knelpunt is, hebben een verhoogde klimaatwaarde.
Grote bomen langs doorgaande wegen hebben een verhoogde klimaatwaarde als ze bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit door het afvangen van fijnstof en het bieden van verkoeling aan fiets- en wandelpaden.
|
|
Minimale
klimaatwaarde
|
Alle bomen hebben een positief effect op het klimaat. Hoe ouder en hoe groter de boom, hoe meer deze in positieve zin bijdraagt aan het klimaat. Bomen met weinig bladvolume hebben een minimale klimaatwaarde
|
Artikel 4 Bomen of houtopstand met een bijzondere waarde
- 1.
Als er sprake is van een boom of houtopstand met een bijzondere waarde, geldt de stelregel: ‘Nee, tenzij …’.
- 2.
Voor een dergelijke boom of houtopstand wordt alleen vergunning voor het vellen verleend, als:
- a.
de boom of houtopstand ernstig ziek is, dood is of aantoonbaar gevaar oplevert, en
- b.
de levensverwachting van de boom of houtopstand minder dan vijf jaar is.
Artikel 5 Bomen of houtopstand met een verhoogde waarde
- 1.
Als er sprake is van een boom of houtopstand met een verhoogde waarde, gelde de stelregel: ‘Nee, tenzij …’.
- 2.
Voor een dergelijke boom of houtopstand wordt alleen vergunning voor het vellen verleend als:
- a.
er een zwaarwegende reden is om de boom of houtopstand te kappen (bijvoorbeeld vanwege bouwkundige schade aan een gebouw), én
- b.
er geen mogelijkheid is om de boom of houtopstand duurzaam te behouden.
Artikel 6 Bomen of houtopstand met een minimale waarde
- 1.
Als de boom of houtopstand bij alle vijf kernwaarden over een minimale waarde beschikt, geldt de stelregel: ‘Ja, mits …’.
- 2.
Voor een dergelijke boom of houtopstand wordt alleen vergunning voor het vellen verleend als:
- a.
er een gegronde reden om de boom of houtopstand te kappen, en
- b.
er geen mogelijkheid is om de boom of houtopstand duurzaam te behouden.
Artikel 7 Geen zwaarwegende of gegronde reden
- 1.
Overlast door bladval, bloeisel, stuifmeel, zaden/ vruchten, schaduw op zonnepanelen/ woning/ tuin, overhangende takken en plaagsoorten worden niet als zwaarwegende of gegronde reden aangemerkt om een boom te vellen, tenzij er sprake is van overmatige overlast.
- 2.
Het is aan het college om de mate van overlast, als bedoeld in het eerste lid, te bepalen.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
Artikel 9 Overgangsrecht
Besluiten, die in het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel zijn genomen op grond van de artikelen 4:1 tot en met 4:12 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021, blijven van kracht, gedurende een jaar na inwerkingtreding van deze beleidsregel.
Artikel 10 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel vellen boom of houtopstand gemeente Zutphen 2025.
Toelichting
Algemene toelichting
Omdat alle bomen en houtopstand in Zutphen waardevol worden geacht, betekent dat niet dat er geen bomen of houtopstand meer geveld (in de volksmond: gekapt) mogen worden. Maar het betekent wel dat er altijd een gegronde reden moet zijn om een kapvergunning aan te vragen en vervolgens te verlenen. Bij elke kapaanvraag vindt daarom een belangenafweging plaats. Hierbij is het uitgangspunt dat alle bomen een minimale waarde hebben.
Als er voor minimaal één kernwaarde een verhoogde waarde van toepassing is, dan valt de boom in de zwaardere beoordelingsklasse (verhoogde waarde). Als er sprake is van een boom met een bijzondere kernwaarde, dan valt deze in de zwaarste beschermingsklasse.
Artikel 3 is het belangrijkste artikel in deze beleidsregel. Hierin wordt per kernwaarde aangegeven wanneer er sprake is een minimale waarde, een verhoogde waarde en wanneer de betreffende boom of houtopstand een bijzondere waarde heeft.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit artikel worden de in deze beleidsregel gehanteerde begrippen omschreven.
Artikel 2 Toepassingsbereik
In dit artikel wordt het toepassingsbereik van deze beleidsregel bepaald.
Artikel 3 Afwegingskader
In dit artikel wordt het afwegingskader voor het college gegeven om een vergunning te verlenen of een vergunning te weigeren, gelet op de verschillende in acht te nemen waarden. Dit artikel vormt dan ook de kernbepaling van deze beleidsregel.
Artikel 4 Bomen of houtopstand met een bijzondere waarde
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 5 Bomen of houtopstand met een verhoogde waarde
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 6 Bomen of houtopstand met een minimale waarde
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 7 Geen zwaarwegende of gegronde reden
In de praktijk van alledag zijn de in dit artikel vermelde oorzaken vaak aanleiding om een kapvergunning aan te vragen. Met deze bepaling wordt duidelijk dat dit geen reden is om een kapvergunning te verlenen. Uiteraard is het altijd mogelijk om bij bijzondere omstandigheden van deze bepaling af te wijken, op grond van artikel 4:84 Awb. Bij het toepassen van de beleidsregel moet echter ook het evenredigheidsbeginsel in acht worden genomen, gelet op de heersende jurisprudentie.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 9 Overgangsrecht
In dit artikel is het overgangsrecht opgenomen.
Artikel 10 Citeertitel
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.