Artikel I
De Verordening Participatiewet Nissewaard 2023 wordt gewijzigd als volgt.
A,
In artikel 1.1 worden de opgesomde definities in alfabetische volgorde geplaatst. In de alfabetische volgorde wordt een definitie ingevoegd, luidende:
inburgeraar: de inwoner die op grond van artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is;
B.
Artikel 3.1. het zesde lid wordt vervangen door:
- 6.
Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per 12 maanden € 150,- per huishouden, aangevuld met een toeslag van € 300,- voor elk ten laste komend kind in de leeftijd van 4 tot 18 jaar oud.
C.
Onder vernummering van hoofdstuk 8 en de artikelen 8.1, 8.2, 8.3 en 8.4 tot hoofdstuk 9 en de artikelen 9.1, 9.2, 9.3 en 9.4, wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
Hoofdstuk 8 Uitvoering handhaving inburgeringsplicht bij ontvangst van bijstand
Artikel 8.1 Verrekenen boete met bijstandsuitkering
Het college kan de bestuurlijke boete, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet inburgering 2021, verrekenen met de uitkering.
D.
In de toelichting op de Verordening Participatiewet Nissewaard 2023 wordt, onder vernummering van hoofdstuk 8 tot hoofdstuk 9 een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
Hoofdstuk 8 Uitvoering handhaving inburgeringsplicht bij ontvangst van bijstand
Artikel 4:93, eerste lid, van de Awb bepaalt dat verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering alleen gebeurt als in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien. Een verordening is een wettelijk voorschrift in de zin van artikel 4:93 lid 1 Awb. Hoewel de oude Wet Inburgering 2007 een apart voorschrift bevatte (artikel 44) op grond waarvan het college de bestuurlijke boete kon verrekenen met algemene bijstand, is een dergelijk voorschrift in de nieuwe wet niet teruggekeerd. Uit de wetgeschiedenis blijkt echter niet dat dit een bewuste keuze is geweest van de wetgever. Daarom levert de bepaling over de verrekening met de uitkering in deze verordening geen strijd op met de Wet Inburgering.