Verordening BIZ Heemstede centrum 2026-2030

De raad van de gemeente Heemstede;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 mei 2025;

 

gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones en artikel 4 van de Algemene subsidieverordning Heemstede;

 

gezien de uitvoeringsovereenkomst van X gesloten met de Stichting BIZ Heemstede centrum;

 

besluit vast te stellen de:

 

Verordening BIZ Heemstede centrum 2026-2030

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

 

  • -

    BIZ: Bedrijveninvesteringszone: het aangewezen en gearceerde gebied op de van deze verordening deel uitmakende, en als bijlage 1 toegevoegde, kaart waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven;

  • -

    BIZ-plan: het plan van aanpak dat door de Stichting is opgesteld waarin is aangegeven hoe de Stichting voornemens is de BIZ-subsidie te besteden;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede;

  • -

    Stichting: Stichting BIZ Heemstede Centrum;

  • -

    uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Heemstede en de Stichting BIZ Heemstede centrum gesloten uitvoeringsovereenkomst van X, als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;

  • -

    wet: Wet op de bedrijveninvesteringszone.

Artikel 2 Aanwijzing Stichting

De Stichting BIZ Heemstede Centrum wordt aangewezen als stichting als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder b, van de wet. Met de Stichting is een overeenkomst, als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen

Artikel 3 Belastbaar feit en aard van de belasting

  • 1.

    Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de BIZ gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.

  • 2.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, de veiligheid in de BIZ, de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ.

Artikel 4 Voorwerp van de belasting

  • 1.

    Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.

    Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 5 Belastingplicht

  • 1.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de BIZ gelegen onroerende zaak gebruikt;

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven. Degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven.

  • 3.

    Als een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar.

Artikel 6 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar.

  • 2.

    Als met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 7, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 7 Vrijstellingen

  • 1.

    In afwijking van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde, voor zover dit niet reeds is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, van:

    • a.

      voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;

    • b.

      glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onder a bedoelde grond;

    • c.

      onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

    • d.

      één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;

    • e.

      natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;

    • f.

      openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

    • g.

      waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

    • h.

      werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

    • i.

      werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;

    • j.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid;

    • k.

      straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – die zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s , hekken en palen;

    • l.

      plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

    • m.

      begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

    • n.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs;

    • o.

      onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard;

    • p.

      onbebouwde kavels c.q. braakliggende bouwterreinen;

    • q.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het verlenen van (medische) zorg en verpleging;

    • r.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor levering van energie, water en telecommunicatie.

  • 2.

    In afwijking van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 8 Tarief BIZ-bijdrage

Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt bij een waarde van:

 

WOZ KLASSE

WOZ VANAF

WOZ T/M

BIJDRAGE

1

€ 1

€ 100.000

€ 550

2

€ 100.001

€ 200.000

€ 650

3

€ 200.001

€ 500.000

€ 750

4

€ 500.001

€ 700.000

€ 850

5

€ 700.001

€ 1.000.000

€ 1.000

6

€ 1.000.001

>

€ 1.200

Artikel 9 Wijze van heffing

De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, betaald.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Looptijd belastingheffing

De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van vijf jaar.

Artikel 12 Nadere regels door het college

Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.

Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen

Artikel 13 Subsidieverlening

  • 1.

    De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de Stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.

  • 2.

    De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

  • 3.

    De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen.

Artikel 14 Subsidieverplichtingen

Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de Stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de Stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 15 Subsidievaststelling

  • 1.

    De Stichting is verplicht om uiterlijk op 1 mei van het jaar volgende op het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen.

  • 2.

    De subsidie wordt vastgesteld op basis van de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen.

  • 3.

    In de uitvoeringsovereenkomst worden nadere afspraken gemaakt over de wijze van bevoorschotting en de verrekening van meer- en minderopbrengsten van de ontvangen BIZ-bijdragen.

  • 4.

    De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk zes weken na ontvangst van de in het eerste lid genoemde stukken.

Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen

De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van:

 

  • a.

    meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie;

  • b.

    een wijziging van de statuten;

  • c.

    verandering of beëindiging van activiteiten.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 17 Intrekken oude verordening

De Verordening BIZ Heemstede centrum 2012-2025 wordt ingetrokken.

[Artikel 17 bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: De Verordening BIZ Heemstede centrum 2021-2025 wordt ingetrokken.]

Artikel 18 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026, onder voorbehoud dat is gebleken van voldoende steun onder de bijdrageplichtige voor de inwerkingtreding van deze verordening, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening BIZ Heemstede centrum 2026-2030.

Vastgesteld door de raad op 26 juni 2025

Bijlage 1 behorende bij de Verordening BIZ Heemstede Centrum 2026 – 2030

 

 

Het gaat hier om ondernemers van de niet-woningen binnen de gebiedsafbakening gelegen aan de volgende straatnamen:

 

  • Binnendoor 1 t/m 13

  • Binnenweg 1 t/m 211

  • Blekersvaartweg 57,70B

  • Blekersvaartweg 72 t/m 84

  • Bronsteeweg 2 en 8

  • Haemstedelaan 2A

  • Julianalaan 6 en 6A

  • Kerklaan 1

  • Raadhuisplein 1

  • Raadhuisstraat 4 t/m 103

Naar boven