U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten

De gemeenteraad van de Gemeente Rijssen-Holten

gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten ” d.d. 14 november 2025

Overwegende dat:

  • gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025; 

  • gezien de behandeling in de commissie Grondgebied op 16 oktober 2025;

  • met een amendement een wijziging in de tekst van subparagraaf 2.2.5.1 onder bullet ‘slimme en duurzame mobiliteit’ is aangenomen met de strekking dat parkeren waar kan eerst op eigen terrein moet worden opgelost. 

 

Besluit;

De eerste wijziging Omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten gewijzigd vast te stellen.

Artikel I Nieuwe regeling (geconsolideerd)

"Omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten " opgenomen in Bijlage A vast te stellen. Dit besluit treedt in werking op 27 november 2025.

Artikel II Inhoud wijziging

Deze eerste wijziging bevat op hoofdlijnen:

Deel 1:

De benodigde wijzigingen ten behoeve van de onderdelen die hieronder zijn aangegeven voor Deel 2.

Deel 2:

  • 2.2.5. Ontwikkelgebieden met 2.2.5.1 Ontwikkelgebied de Banis

  • 2.1 t/m 2.11 gevuld voor het deelgebied buitengebied

  • 2.9 Recreatie en Toerisme 

 

Artikel III Kennisgeving 

De publicatie van de kennisgeving vaststelling Omgevingsvisie gemeente Rijssen Holten is te vinden op https://rijssen-holten.nl/bekendmakingen 

Aldus voor vastgesteld door de gemeenteraad van de Gemeente Rijssen-Holten,  14 november 2025

De gemeenteraad van de Gemeente Rijssen-Holten

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

1 Omgevingsvisie deel 1

1.1 Inleiding

1.1.1 Een visie op de leefomgeving voor de lange termijn

Met de omgevingsvisie Rijssen-Holten geven we een toekomstbeeld waarmee we laten zien hoe onze gemeente er over tien jaar uit kan zien en waar onze doelen en ambities liggen. Dit toekomstbeeld gaat over de fysieke leefomgeving: alles wat we buiten zien en nodig hebben om te kunnen leven, wonen, werken en ontspannen. Zowel binnen de kernen als in ons buitengebied.

Met de omgevingsvisie geven we richting, sturing en duidelijkheid over de wijze waarop we Rijssen-Holten willen ontwikkelen, zowel voor onze inwoners als voor onze partners waarmee we samen optrekken en investeren in een toekomstbestendig Rijssen-Holten. We zoeken hierbij een balans tussen het beschermen en benutten van onze leefomgeving en geven richting over de wijze waarop we ontwikkelingen kunnen en willen bevorderen en faciliteren. We maken ruimte voor dat wat we belangrijk vinden en zetten in op behoud van dat we koesteren. Zo werken we samen aan een toekomstbestendig Rijssen-Holten voor de generaties van nu en in de toekomst.

Beschermen, bevorderen en faciliteren zijn drie perspectieven op een gezonde leefomgeving van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het model van het PBL laat zien dat de drie verschillende perspectieven elkaar raken en overlappen, zo hebben het fysieke en sociale domein elkaar nodig om doelen te bereiken. Wij hebben benutten als vierde perspectief toegevoegd, omdat wij dit perspectief vonden ontbreken. Elk perspectief zegt iets over de rol die wij als gemeente innemen. Hieronder worden de perspectieven toegelicht:

1. Het beschermen gaat over het zorgen dat de schade aan de leefomgeving zo laag mogelijk is. Dit betreft bijvoorbeeld normeringen of milieuzoneringen die bepalend zijn in de planontwikkeling. Wanneer wij als gemeente ruimtelijk gezien iets willen of moeten beschermen, nemen wij daarvoor regels op in het omgevingsplan. Op basis van deze regels kunnen we als gemeente handhaven als dat nodig is.

2. Het benutten gaat over het gebruiken van de kwaliteiten en kansen die de leefomgeving biedt. Het is daarbij belangrijk dat de activiteiten die plaatsvinden geen significante negatieve effecten hebben op de leefomgeving. Als gemeente stellen we in het omgevingsplan welke activiteiten zijn toegestaan of onder voorwaarden kunnen worden toegestaan.

3. Het bevorderen gaat over het actief stimuleren van verbetering van de leefomgeving. Bijvoorbeeld ervoor zorgen dat gezond gedrag een makkelijke keuze is in de leefomgeving. Hierbij werken we als gemeente actief samen met inwoners en gebruikers.

4. Het faciliteren gaat over het nemen van eigen initiatief en verantwoordelijkheid van inwoners: de zelf- en samenredzaamheid. De gemeente heeft hierbij slechts een ondersteunende rol en kan randvoorwaarden stellen.

 

1.1.2 Leeswijzer 

In deel 1 van de omgevingsvisie Rijssen-Holten wordt het overkoepelende beeld voor de gehele gemeente geschetst. Dit gedeelte bevat de inleiding, de relatie met het landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid, en de kenmerken, opgaven, strategie en ambities per thema voor de gehele gemeente.

In deel 2 van de omgevingsvisie Rijssen-Holten worden beleidsuitgangspunten per thema vertaald naar de kaart. Hierin komen de verschillende deelgebieden die onze gemeente kent: de centra, de woonwijken, het bedrijventerrein en het buitengebied tot uiting. De thema's waar we op in gaan zijn: leefbaarheid en omgeving; milieu en gezondheid; klimaat en energie; bodem en water; natuur, landschap en groen; mobiliteit; recreatie en toerisme; economie en wonen. 

1.1.3 Aanpak omgevingsvisie

Aanleiding

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en zorgt voor een nieuw stelsel van regels voor de gehele fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft als doel dat alle thema's binnen de fysieke leefomgeving integraal worden opgepakt en afgestemd. De wet heeft daarnaast als doel de regels voor de ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving eenvoudiger en inzichtelijker te maken. De Omgevingswet biedt zes kerninstrumenten om overheidsinstanties hierbij te helpen. De omgevingsvisie is één van deze kerninstrumenten. De Omgevingswet stelt dat gemeenten een omgevingsvisie op moeten stellen net als de provincie en het Rijk.De gemeente Rijssen-Holten heeft de verplichting tot het opstellen van een omgevingsvisie vooral aangegrepen als kans. We zien het als kans om vanuit onze unieke positie in de regio te kijken naar wie wij zijn als gemeente, welke ambities we hebben en welke beleidsuitgangspunten hierbij horen. Daarnaast zien we het als gemeente als uitdaging om op een andere manier aan onze beleidsvoorbereiding, beleidsdoorwerking, monitoring en evaluatie te werken. Hierbij zetten we in op inwonersparticipatie en een integrale benadering, waarbij naast fysieke ook sociale belangen afgewogen worden.

Aanpak omgevingsvisie

Het proces om te komen tot de omgevingsvisie Rijssen-Holten bestaat uit twee hoofdstappen.

Stap 1 Omgevingsagenda Rijssen-Holten:

De eerste stap voor de omgevingsvisie Rijssen-Holten is gezet bij het maken van 'De Foto van Nu' (maart 2019). 'De Foto van Nu' heeft inzicht gegeven in een gedeeld beeld van het profiel van Rijssen-Holten, onze karakteristieken, kwaliteiten en de positie die wij in de regio hebben. Vanuit 'De Foto van Nu' zijn perspectieven en kernopgaven vastgesteld (juni 2019). Vervolgens zijn deze kernopgaven verder uitgewerkt en is een aanpak geformuleerd om te komen tot een gemeentebrede omgevingsvisie Rijssen-Holten. Hierbij komen de ambitie, opgaven en de aanpak op het terrein van de fysieke leefomgeving samen in de Omgevingsagenda Rijssen-Holten. Deze Omgevingsagenda is de basis voor stap 2: de omgevingsvisie Rijssen-Holten.

Stap 2 omgevingsvisie Rijssen-Holten:

De aanpak om te komen tot een omgevingsvisie Rijssen-Holten is vastgesteld in de Omgevingsagenda Rijssen-Holten. Het opstellen van een omgevingsvisie voor de gehele gemeente werd hierbij als een te grote stap in één keer gezien. Daarom is gekozen voor een gefaseerde en gebiedsgerichte aanpak.

Gebiedsgerichte aanpak

Met een gebiedsgerichte aanpak proberen we zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de 'werkelijke leefwereld' van onze inwoners. Daarbij worden de gebiedspartners betrokken (zie 1.1.6 Participatie). Binnen de gebiedsgerichte aanpak wordt de gemeentebrede omgevingsvisie stap voor stap opgebouwd aan de hand van vier verschillende deelgebieden: buitengebied, bedrijventerreinen, centra en wijken.In hoofdstuk 2 van de omgevingsvisie is de gebiedsgerichte uitwerking van de deelgebieden te vinden. Dit deel wordt gekoppeld aan de kaart, om zo inwoners ook gebiedsgericht de visie te laten zien. Wanneer je als inwoner op een locatie klinkt zullen alle relevante visieteksten voor die locatie getoond worden.

Thema's omgevingsvisie

De omgevingsvisie is opgebouwd vanuit thema's die de fysieke leefomgeving raken. Binnen de verschillende deelgebieden worden dezelfde thema's besproken, waarbij per thema bekeken wordt in welke mate er beschermd, benut, bevorderd of gefaciliteerd moet worden.

Actualisering van de omgevingsvisie Rijssen-Holten

De omgevingsvisie Rijssen-Holten wordt geen statisch document. Na vaststelling is het een kwestie van actualiseren en bijstellen waar nodig. Dat kan gebiedsgericht, maar ook thematisch. In de tijd zal de omgevingsvisie Rijssen-Holten zich verder ontwikkelen op basis van nieuwe trends, ontwikkelingen en opgaven binnen de gemeente.

Beleidscyclus Omgevingswet
afbeelding binnen de regelingAan de slag met de Omgevingswet

 

1.1.4 Relatie landelijk, provinciaal en lokaal beleid
1.1.4.1 Wettelijke kaders omgevingsvisie

Wij zijn als gemeente niet de enige overheid die een omgevingsvisie opstelt. Het Rijk heeft een nationale omgevingsvisie (NOVI) opgesteld en ook de provincie Overijssel is druk bezig met het opstellen van een provinciale omgevingsvisie (POVI). Het fundament voor deze laatste visie is in juni 2022 door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Bij de verdere uitwerking van de nieuwe provinciale omgevingsvisie zullen wij als gemeente betrokken blijven en deze spiegelen aan onze gemeentelijke omgevingsvisie. Daarnaast hebben we te maken met wettelijke kaders waaraan onze gemeentelijke omgevingsvisie moet voldoen. De omgevingsvisie moet rekening worden houden met/moet het volgende bevatten:

  • a.

    een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (wat is er en wat is de kwaliteit daarvan);

  • b.

    de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied (wat gebeurt er/gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied);

  • c.

    de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid (wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt);

  • d.

    de milieubeginselen: 

    • 1.

      het voorzorgsbeginsel en hoe dat vormgegeven wordt;

    • 2.

      het beginsel van preventief handelen en hoe dat vormgegeven wordt;

    • 3.

      het beginsel dat milieuaantastingen bij voorkeur aan de bron dienen te worden bestreden;

    • 4.

      het beginsel dat de vervuiler betaalt.

1.1.4.2 Relatie landelijk beleid

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Nederland staat voor grote ruimtelijke uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De NOVI zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten:

1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie:

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2. Duurzaam economisch groeipotentieel:

Nederland werkt naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede kwaliteit van leven. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3. Sterke en gezonde steden en regio's:

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stellen en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.

4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied:

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, zijn ongewenst en worden tegengegaan.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiervoor worden drie afwegingsprincipes gebruikt:1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Landelijk Gebied

Het landelijk gebied zal flink moeten veranderen. We willen de kwaliteit van onze natuur verbeteren, ons watersysteem robuuster en gezonder maken en op weg naar een klimaatneutraal landelijk gebied. De natuur kan niet langer wachten en op meerdere vlakken zullen grote stappen moeten worden gezet, niet in de laatste plaats op het terrein van de overbelasting aan stikstofdepositie. Een forse inzet op natuurherstel en -behoud is ook nodig om zo ruimte te creëren voor duurzame, economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast geldt dat Nederland zich op meerdere terreinen Europees en internationaal verplicht heeft aan diverse natuur-, water- en klimaatdoelstellingen. 

1. Natuur: 

Voor de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) hebben de verplichtingen betrekking op de instandhouding van Europees beschermde soorten en habitats binnen Natura 2000-gebieden, maar ook daarbuiten. Op dit moment vormt de overbelasting van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden een grote belemmering om te voldoen aan de verplichtingen van de VHR, met alle gevolgen van dien. Het realiseren van de wettelijke stikstofdoelstellingen, ofwel het terugbrengen van overmatige depositie/emissie, van groot belang.

2. Water: 

Vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Nitraatrichtlijn en de EU Grondwaterrichtlijn wordt de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater bepaald. In 2027 moeten de benodigde KRW-maatregelen genomen zijn.

3. Klimaat: 

De internationale klimaatafspraken, de Europese klimaatwetgeving, de nationale Klimaatwet en het Klimaatakkoord landbouw en landgebruik (terugdringen broeikasgassen door landbouw en landgebruik) bepalen de opgave voor landbouw en landgebruik: veeteelt, glastuinbouw, veenweide, landbouwbodems en bomen, bossen en natuur. Met het coalitieakkoord is het nationale reductiedoel in de Klimaatwet aangescherpt. Hier zijn indicatieve emissiedoelen voor 2030 van afgeleid voor de verschillende sectoren. Op basis van de ramingen in de Klimaat- en Energieverkenning 2022 worden definitieve restemissiedoelen 2030 voor alle sectoren, en dus ook voor de landbouw en voor het landgebruik, vastgesteld. De hiervoor benodigde broeikasgasreductie zal voor een belangrijk deel gerealiseerd moeten worden met de integrale aanpak in het landelijk gebied. In het coalitieakkoord is een indicatieve broeikasgasreductie van 5 megaton gekoppeld aan deze aanpak. De klimaatopgave voor de glastuinbouw maakt overigens geen onderdeel uit van de integrale aanpak in het landelijk gebied.

 

Ladder voor duurzame verstedelijking

Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig ruimtegebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijk ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wordt een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk gemaakt, dan moet gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk is.

Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49 % ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Mocht een aangescherpte doelstelling in de EU niet haalbaar blijken, dan zal Nederland ernaar streven om met gelijkgestemde Noordwest-Europese landen tot ambitieuzere afspraken te komen dan de door de EU toegewezen landenallocatie. Omdat de uitkomst van de internationale gesprekken nog niet vaststaat, kan de uiteindelijke doelstelling voor 2030 afwijken van de 49% waar het kabinet nu van uitgaat. Een betekenisvolle stap is gezet in de Europese Raad van 20 juni 2019, waarbij een grote meerderheid van de lidstaten klimaatneutraliteit voor 2050 heeft omarmd.

Het centrale doel van het Klimaatakkoord, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, raakt aan het leven van alledag. De transitie is in de eerste plaats een maatschappelijke transitie. Burgers en bedrijven staan voor een reeks beslissingen die van invloed zijn op hoe we wonen, ons verplaatsen, wat we eten, de producten die we kopen, hoe we ons geld verdienen. Het zijn niet altijd gemakkelijke keuzes, waarbij burgers en bedrijven bovendien op elkaar en op de overheid zijn aangewezen. Een bundeling van daadkracht, investeringen, kennis en kunde is nodig.

Sinds februari 2018 hebben daarom meer dan 100 partijen gewerkt aan een samenhangend pakket aan voorstellen waarmee het CO2-reductiedoel in 2030 gerealiseerd kan worden. Het eindresultaat is het voorliggende Klimaatakkoord. Dit Klimaatakkoord is zodoende een pakket aan maatregelen met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak, dat de actieve steun heeft van zoveel mogelijk bijdragende partijen en waarmee het politieke reductiedoel van 49% in 2030 wordt gerealiseerd. Per sector zijn de volgende afspraken gemaakt:

1. Elektriciteit: In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas door schone stroom. Gebouwen gaan van het gas af en zullen meer stroom nodig hebben voor verwarmen en koken. Omdat de stroomvoorziening meer afhankelijk wordt van het grillige weer zijn veel maatregelen nodig om de levering betrouwbaar te houden.

2. Gebouwde omgeving: In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Er moet flink wat gebeuren. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Dat gaat wijk voor wijk, maar wel in een steeds hoger tempo. Bewoners worden daarbij betrokken. Het is de bedoeling dat de investering in verduurzaming betaald kan worden uit de opbrengst van een lagere energierekening. 

3. Industrie: In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas. De grondstoffen komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte gebruikt de industrie zelf of levert die aan de tuinbouw of gebouwen en woningen. De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie. In 2030 moet de industrie al flink minder CO2 uitstoten. Dat is een tussenstap op weg naar volledige duurzaamheid. Veel van de nieuwe manieren van produceren staat nog in de kinderschoenen en is nog te duur. Bedrijven investeren zelf in deze vernieuwing. Er is ook subsidie om de ontwikkeling op gang te krijgen. Op die manier kan de industrie uitgroeien tot de meest CO2-efficiënte industrie in Europa, en wel op een manier die de internationale concurrentiepositie niet in gevaar brengt.

4. Landbouw en landgebruik: In 2050 moet de landbouw en het landgebruik klimaatneutraal zijn. Een ingewikkelde uitdaging, omdat een deel van de uitstoot van broeikasgas niet te vermijden is. Koeien produceren methaan (CH4) en uit kunstmest komt lachgas (N2O) vrij, beide zijn broeikasgassen. Anderzijds legt de sector ook CO2 vast: in de bomen, de bodem en het gras. Dat draagt weer bij aan de reductiedoelstelling. Het klimaatbeleid staat ook niet op zichzelf, maar is onderdeel van de noodzakelijke verduurzaming van onze voedselproductie en -consumptie. Er is dan ook zo veel mogelijk synergie gezocht met andere doelen, zoals beschreven in de visie Landbouw, Natuur en Voedsel ‘Waardevol en verbonden’. Voor ondernemers is dit van groot belang, omdat de verschillende maatregelen samenkomen op het boerenerf. Een integrale aanpak maakt de slagingskans groter.

5. Mobiliteit: Mobiliteit in 2050 is emissieloos en van hoge kwaliteit. Nog niet alle oplossingen zijn voorhanden, bijvoorbeeld voor het vrachtvervoer. Toch moet het wel schoner, slimmer en dus anders. Hierover zijn tientallen afspraken gemaakt tussen betrokken partijen en de overheid. Die zorgen dat er voor 2030 structurele veranderingen in gang worden gezet. Elektrisch rijden is daarbij belangrijk. 

1.1.4.3 Relatie provinciaal beleid

Omgevingsvisie en omgevingsverordening Overijssel

In 2030 ziet Overijssel er anders uit dan nu. En in 2050 zal er weer van alles veranderd zijn. De provincie Overijssel heeft samen met experts, boegbeelden, bewoners, studenten, het Rijk, gemeenten en waterschappen de toekomst verkend. De conclusie: het is niet te voorspellen hoe Overijssel er in 2030 precies uitziet, laat staan in 2050. Wel is bekend wat van waarde is in Overijssel en waar opgaven en kansen liggen om de provincie leefbaar en vitaal te houden. Kortom, het is bekend waarvoor ruimte gemaakt en behouden moet worden.

De omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in de Omgevingswet. In de omgevingsvisie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang bekeken voor een duurzame ontwikkeling van Overijssel. Ontwikkeling die nodig is om Overijssel toekomstbestendig te houden.

De hoofdambitie van de provincie is om een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi en vitaal landschap (ruimtelijke kwaliteit). De centrale kwaliteitsambitie hierbij is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn (sociale kwaliteit) met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden (duurzaamheid). Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Duurzaamheid wil de provincie realiseren door een transparante en evenwichtige afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door naast bescherming in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zet de provincie Overijssel in op de sociale kwaliteit. Dit gaat over welzijn of 'goed voelen' van de mens. Daarbij spelen zaken als gezondheid en vitaliteit een belangrijke rol, maar ook arbeidsparticipatie (mede in relatie tot onderwijs), sociale uitsluiting en armoede. In de omgevingsvisie ligt de focus ten aanzien van sociale kwaliteit op het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

De omgevingsverordening is een uitvoeringsinstrument van de omgevingsvisie. In de omgevingsverordening zijn onderwerpen juridisch geborgd waar de provincie belang aan hecht. Er wordt dus niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in de omgevingsvisie is verwoord. De verordening voorziet ten opzichte van de omgevingsvisie niet in nieuw beleid.

Op weg naar een nieuwe omgevingsvisie Overijssel

Op dit moment is de provincie Overijssel bezig met het vernieuwen van het beleid voor de leefomgeving in Overijssel. In het beleid komen belangrijke thema's aan de orde, zoals klimaatverandering, energie, wonen, werken, natuur, landbouw, duurzaamheid, mobiliteit en gezondheid. Gedeputeerde Staten hebben hierbij de keuze gemaakt voor het perspectief 'Zelfbewust Overijssel'. Op basis van dit perspectief zijn beleidsvoorstellen uitgewerkt vanuit vier leidende principes:

  • Water en bodem als basis (uitgaan van het natuurlijke systeem);

  • Zuinig en meervoudig ruimtegebruik (het combineren van functies op één plek);

  • Krachtige en complementaire DUS-regio's (dit zijn grotere en kleinere steden en dorpen waar dagelijks gewoond, gewerkt en geleefd wordt, die liggen in regio's die elkaar aanvullen en versterken);

  • Voortbouwen op sterke netwerken.

Daarnaast zijn in de beleidsvoorstellen vier belangrijke waarden voor het provinciale Omgevingsbeleid meegenomen, ofwel rode draden: sociale kwaliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Samen vormen de leidende principes en de rode draden het fundament van de omgevingsvisie Overijssel.

1.1.4.4 Relatie lokaal beleid

Strategische visie Rijssen-Holten

In 2030 ziet de gemeente Rijssen-Holten er anders uit dan nu. Hoe anders, dat is lastig te zeggen, maar met de strategische visie wordt richting gegeven aan deze ontwikkeling. De ontwikkeling zoals opgeschreven in de strategische visie is gebaseerd op drie pijlers:

  • Pijler 1: Eigen identiteit De kernen van Rijssen-Holten hebben een eigen identiteit. Door die te erkennen, te koesteren en te versterken krijgt onze gemeente meer uitstraling naar buiten. De kern Rijssen en de kern Holten met zijn buurtschappen hebben elk eigen sterke punten. Die ondersteunen we en stimuleren we.

  • Pijler 2: Ondernemend Rijssen-Holten! Het ondernemerschap zit bij veel inwoners in de genen en het is er goed wonen en werken. De gemeente steunt en stimuleert het ondernemende klimaat. Daarmee is Rijssen-Holten aantrekkelijk voor het bedrijfsleven en een economische factor om rekening mee te houden in de regio.

  • Pijler 3: Modern noaberschap Modern noaberschap betekent dat we als inwoners van Rijssen-Holten voor elkaar zorgen. We zijn trots op de samenhang die inwoners ervaren in onze gemeente. Om dat te behouden en te versterken heeft dit gevolgen voor de inwoners en het bestuur. Hierbij kunnen we denken aan sociaal ondernemerschap, aan welzijnsactiviteiten en aan een aanpak waarin de wensen en mogelijkheden van de wijk centraal staan. 

 

Verdere relevante aspecten over de fysieke leefomgeving die genoemd worden zijn:

  • Cultureel erfgoed is onlosmakelijk verbonden met de identiteit van Rijssen-Holten. Als gemeente stellen we heldere kaders om de kwaliteit van monumenten te waarborgen, daarnaast hebben we een visie op het behoud van (materieel en immaterieel) erfgoed en houden we oog op nieuw cultureel erfgoed.

  • We willen als gemeente een goed vestigingsklimaat bieden. Hierbij horen een prettige woonomgeving, een mooi aanbod aan detailhandel, cultuur en horeca.

  • De commerciële leegstand in onze gemeente behoort tot de laagste in Overijssel. Dit willen we zo houden en we spannen ons in om leegstand waar mogelijk te reduceren, de verblijfskwaliteit verder te verbeteren en functieverandering mogelijk te maken. Dit komt de vitaliteit en aantrekkelijkheid van onze centra ten goede.

  • Het toerisme is een belangrijke pijler onder de economie en de Holterberg is daarbij een natuurlijk voordeel en een krachtig merk. Voorwaarde voor de ontwikkeling in de recreatiesector is dat de recreatievorm past binnen de gewenste uitstraling van onze gemeente.

  • Rijssen-Holten is trots en zuinig op haar groene omgeving en wil investeren in behoud en verbetering van leefkwaliteit. Inbreiding en vernieuwing gaan hierbij in beginsel voor uitbreiding van de stedelijke bebouwing, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een duurzaam aantrekkelijke (en groene) leefomgeving.

  • Er wordt ecologisch gebruik gemaakt van het landschap en er is een gezonde balans in het beschermen en benutten van de omgeving en de natuurwaarden. Waarbij aandacht is voor het verminderen van druk op kwetsbare gebieden.

  • Het landelijk gebied is een gebied met een grote economische, sociale, ecologische en landschappelijke component. Het is geen 'leeg gebied' waarin de niet-stedelijke functies gepland worden.

  • De gemeente werkt samen met inwoners en partners aan een aantrekkelijke, groene en herkenbare leefomgeving. Groenstructuren worden gehandhaafd en waar mogelijk versterkt tot een duurzaam, samenhangend en daardoor herkenbaar raamwerk van groenelementen.

  • Biodiversiteit wordt bevorderd en er is aandacht voor klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress.

  • Richting 2030 verwachten we een toenemende ruimtevraag, met name door de transitie binnen de maakindustrie naar een meer digitale en innovatieve industrie en de ontwikkelingen in dienstverlening binnen de logistieke sector. We spannen ons in om zoveel mogelijk openingen te creëren voor ondernemersinitiatieven. Hierbij houden we rekening met de beperkte ruimte binnen onze gemeentegrenzen, het Natuurnetwerk Nederland en stimuleren we intensief ruimtegebruik, met mogelijkheden voor hoogbouw. 

 

Coalitieakkoord 'Met daadkracht, in vertrouwen'

Met daadkracht, in vertrouwen hebben de coalitiepartners in 2022 hun schouders onder de grote maatschappelijke opgaven gezet waar Rijssen-Holten mee te maken heeft. In het coalitieakkoord 2022-2026 zijn afspraken vastgelegd. Deze afspraken zijn:

  • In Rijssen-Holten hebben we oog voor elkaar. Gezondheid, eigen regie over je zorg en meedoen in de maatschappij is voor iedereen belangrijk. We koesteren ons modern noaberschap. Die doen we door te werken aan een sociale, inclusieve samenleving;

  • Rijssen-Holten is een ondernemende gemeente. Onze ondernemers spelen een essentiële rol in de lokale economie, zorgen voor veel werkgelegenheid en bevorderen daarmee de vitaliteit van Rijssen-Holten. we willen een MKB-vriendelijk klimaat, met ruimte voor ondernemerschap en aandacht voor duurzaam ondernemen. Dit vraagt een balans tussen economische groei en leefomgeving. We gaan voor levendige centra en op de bedrijventerreinen gaan we naast de in gang gezette uitbreidingen aan de slag met herstructurering. We staan open voor groei, maar deze groei heeft grenzen;

  • Rijssen-Holten heeft een vitaal buitengebied en een sterke agrarische sector. De ontwikkelingen die op de agrarische sector afkomen zijn uitdagend. Toch moeten agrarische bedrijven zich kunnen ontwikkelen om levensvatbaar te blijven, passend bij het karakter en de schaal van ons landschap. Het buitengebied geeft ook plek aan toerisme, verkoop van streekproducten en zorg als nevenfunctie bij agrarische bedrijven. Nieuwe of extra functies worden gestimuleerd.

  • Wonen in een goed, duurzaam en betaalbaar huis is een basisbehoefte;

  • Mooie en groene wijken dragen bij aan de leefbaarheid en veiligheid en nodigen uit om naar buiten te gaan, te ontmoeten en te bewegen;

  • Er wordt ingezet op groene en veilige wijken, waarbij specifiek aandacht is voor klimaatadaptatie en de gevolgen van hittestress, maar ook voor veiligheid en sociale aspecten;

  • De duurzame groei en ontwikkeling van de gemeente Rijssen-Holten speelt een centrale rol in het coalitieakkoord. Er wordt ingezet op de transitie naar schone energie, een toekomstbestendige leefomgeving en er is aandacht voor biodiversiteit.

 

Thematische visies

De thematische visies die de gemeente Rijssen-Holten kent worden waar mogelijk integraal verwerkt in de visie, waarbij gebiedsgericht een ruimtelijke vertaling gemaakt zal worden van de verschillende thema's. Het gaat hierbij om:

  • Het landschapontwikkelingsplan;

  • Kadernota Landelijk Gebied;

  • Duurzaamheidsvisie 2021-2024;

  • Visie vrijetijdseconomie Rijssen-Holten;

  • Visie westrand Holterberg;

  • Watervisie;

  • Structuurvisie Rijssen-Holten 2012;

  • Woonvisie 2021-2023;

  • Ambitieplan Nationaal Park Sallandse Heuvelrug en Twents Reggedal;

  • Integraal veiligheidsplan;

  • Lichtbeleid;

  • Visie en programma Water en Riolering 2024-2028;

  • Externe veiligheidsbeleid;

  • Transitievisie warmte;

  • Themalaag landschap en groen (verwerking Groenstructuurvisie); 

1.1.5 Procesverantwoording 
1.1.5.1 Algemeen

De omgevingsvisie is een dynamisch document. Dit betekent dat de visie met enige regelmaat geactualiseerd en / of aangevuld wordt. Dit kan plaatsvinden op basis van thema's, gebieden of in zijn geheel. Per actualisatie wordt het gehele document opnieuw aangeboden. Deze eerste omgevingsvisie bestaat uit de vertaling van de Omgevingsagenda Rijssen-Holten naar opgaven en ambities per thema (deel 1 Omgevingsvisie). In 2022 heeft de gemeenteraad de themalaag 'landschap en groen' voor de omgevingsvisie vastgesteld. Deze themalaag is verwerkt in deze omgevingsvisie (zowel in deel 1 als in deel 2). 

In onderliggende sub-paragrafen wordt de procesverantwoording beschreven over de betreffende actualisatie in de omgevingsvisie. 

1.1.5.2 Thema mobiliteit

De gemeente heeft het doel gesteld om te komen tot een integrale en actuele visie op het thema mobiliteit. Hierbij zijn de volgende stappen doorlopen:

  • Begin 2023 is gestart met de visie op basis van een bestuursopdracht;

  • Start ambitiebepaling en participatie;

  • Vaststelling nota van uitgangspunten door college als koersdocument voor de uitwerking van de visie op mobiliteit in september 2023;

  • Vervolg participatie en uitwerking visie;

  • Concept visie maart 2024;

  • Ontwerp visie juni 2024.

1.1.6 Participatie 
1.1.6.1 Algemeen

Rijssen-Holten hecht grote waarde aan inbreng van haar inwoners en partners. Zij krijgen de kans om mee te denken en te praten over onderwerpen die hen aangaan, mits dit passend en haalbaar is binnen het vraagstuk. Samen komen we tot betere ideeën en gezamenlijke beelden. Samen vergroten we de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het beleid. 

Door participatie willen wij betrokkenheid creëren bij de totstandkoming en uitvoering van beleid binnen de fysieke leefomgeving. Een goede betrokkenheid kan leiden tot draagvlak, maar draagvlak is geen doel op zichzelf. Het is het gevolg van een goede 'noaber' zijn, het maken van betere plannen en zorgvuldige en transparante besluitvorming.

Voorafgaand aan de start van het opstellen van de omgevingsvisie Rijssen-Holten heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden bij het opstellen van de Foto van Nu. Dit proces wordt toegelicht in 1.2.

Bij het opstellen van de omgevingsvisie Rijssen-Holten vindt per deelgebied of per thema gefaseerd ook participatie plaats.

1.1.6.2 Thema mobiliteit

Voor het thema mobiliteit heeft participatie plaatsgevonden. Onderstaande is in een kort overzicht weergegeven welke partijen hebben mee-geparticipeerd, op welk niveau zij hebben mee-geparticipeerd en welke rol zij hadden binnen het participatieproces:

Overzicht participatie thema Mobiliteit

Participanten

Participatieniveau

Rol

Externe stakeholders 

- Adviesraad Sociaal Domein (ASD) 

- Verkeersoverleggroep (VOG: gemeente, politie, VVN) 

- Buurtbusvereniging (FlexRRReis)

- Hulpdiensten (Brandweer, politie) 

- GGD 

- Onderwijsinstellingen 

- Winkeliersverenigingen (HABI / HHV)

- Bedrijfsverenigingen (Werkgroep Mobiliteit: HIG, KWR, Bij de Tijd)

Adviseren

Meedenken

Inwoners

Raadplegen

Mening geven

 
1.1.6.3 Participatieaanpak buitengebied [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

1.1.6.4 Participatieaanpak bedrijventerreinen [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

1.1.6.5 Participatieaanpak centra [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

1.1.6.6 Participatieaanpak wijken [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

1.2 Perspectief en principes

1.2.1 Profiel Rijssen-Holten en positie in de regio

Rijssen-Holten heeft een unieke ligging tussen drie stedelijke regio's (regio Twente, regio Zwolle en regio Deventer-Apeldoorn). Het maakt Rijssen-Holten een erg aantrekkelijke woongemeente: wel de eigen voorzieningen en de lusten van de voorzieningen van de grotere steden binnen handbereik, maar niet de lasten en de agglomeratienadelen van deze grotere steden. Dit maakt, gecombineerd met de unieke ligging in het groen, Rijssen-Holten een bijzonder aantrekkelijke plek om te wonen. Voornamelijk voor gezinnen met jonge kinderen. 

Rijssen-Holten is bovendien de MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland. Het MKB is en blijft de basis voor een regionale en landelijke economie. Met deze sterke uitgangspositie en centrale ligging heeft Rijssen-Holten een belangrijke troef in handen om als onmisbare schakel te functioneren tussen kennis en praktijk.

De unieke ligging in het groen, met bijbehorende rust, ruimte en natuur maken van Rijssen en Holten ook in recreatieve zin een economische pijler van formaat. Ook hier zorgt de centrale ligging tussen de stedelijke regio's voor alle gemakken van de stad binnen handbereik en andersom. 

Kortom, Rijssen-Holten is door de unieke strategische ligging tussen de drie grootstedelijke regio's een belangrijke woongemeente, en heeft een schakelfunctie als MKB- én (verblijfs)recreatieve gemeente in de regio voor nu en in de toekomst.  

Profiel Rijssen-Holten en positie in de regio
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)

 

 

1.2.2 Identiteit

Naast het profiel en onze positie in de regio vinden we ook onze identiteit belangrijk. We nemen daarom de Rijssen-Holtense identiteit als vertrekpunt voor onze toekomst. Dat doen we omdat we uiteindelijk willen komen tot een gemeenschap waar men goed en prettig kan wonen, werken en leven. In de 'foto van nu' wordt een beeld gegeven van onze karakteristieken en kwaliteiten. 

Als er één woord is dat de inwoners van de gemeente Rijssen-Holten kenmerkt, dan is het ondernemerschap. Zowel de inwoners van Rijssen als de inwoners van Holten. Ook noaberschap is alomvertegenwoordigd. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. Rijssenaren worden gezien als harde werkers, betrouwbaar, wat behoudend en spaarzaam, maar ook enigszins eigenwijs. Holtenaren worden als meer vrijgevochten, liberaal en open minded gekarakteriseerd. In Holten is er ook meer sprake van 'import' (inwoners van elders) dan in Rijssen. Holtenaren kenmerken zich verder door gastvrijheid en ze zijn goed in feestjes bouwen, iets wat goed van pas komt in een omgeving die aantrekkelijk is voor toerisme en recreatie. De verschillen in volksaard van de inwoners van Rijssen en Holten zijn deels te verklaren door het verschil in de rol van het geloof in de gemeenschap, maar ook door het verschil in streekgevoel. In Rijssen voelen mensen zich Twents, in Holten voelen inwoners over het algemeen meer verbinding met Salland.

Identiteit Rijssen en Holten
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten - De foto van nu (2019)
1.2.3 Maatschappelijke opgaven

De maatschappelijke opgaven waar wij de komende jaren voor aan de lat staan zijn groot, complex en er is een sterke onderlinge samenhang. Denk hierbij aan klimaatverandering en de energietransitie, de opgaven in het landelijk gebied en de woningbouwopgave. Deze opgaven zijn niet op te lossen door de opgaven sectoraal te benaderen. De omgevingsvisie geeft een richting waarbinnen de uitwerking plaats kan vinden. Invulling geven aan deze opgaven kan alleen door samen te werken met onze inwoners, maatschappelijke partners, ondernemers en medeoverheden. 

Naast de grootte en de samenhang van de opgaven, doen ze ook allemaal een beroep op de beperkte ruimte die we hebben binnen onze gemeente. Niet alles kan overal. Dat vraagt om (ruimtelijke) keuzes, die in deze omgevingsvisie tot uitdrukking komen. Hierbij is ons doel om deze keuzes en ons handelen aan te laten sluiten bij ons profiel en onze identiteit, te kijken wat we als gemeente kunnen en willen zijn in 2030 en wat en wat we daarvoor nodig hebben om dat te bereiken.   

1.2.4 Perspectief 2030

 

Rijssen-Holten: 'De onmisbare schakel tussen stad en platteland: dynamiek aan de voordeur, rust en ruimte aan de achterdeur'.

Met deze hoofdambitie willen we onze unieke positie in de regio behouden en versterken en werken aan een mooi en toekomstbestendig Rijssen-Holten.

Hierbij staan vier perspectieven centraal:

  • Ondernemen: de schakel tussen kennis en praktijk

  • Leven: aantrekkelijk wonen in het groen

  • Recreëren: de schakel tussen rust, ruimte en vermaak

  • Noaberschap: als de verbindende schakel

 

 

Ondernemen: de schakel tussen kennis en praktijk.
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)

 

 

Leven: aantrekkelijk wonen in het groen.
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)

 

Recreëren: de schakel tussen rust, ruimte en vermaak.
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)

 

 

Noaberschap: als de verbindende schakel.
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)
1.2.5 De tien kernopgaven voor Rijssen-Holten

Via tien kernopgaven geven wij invulling aan ons toekomstperspectief voor 2030. Deze tien kernopgaven werken hierbij als een vliegwiel voor een duurzame, ruimtelijk-economische ontwikkeling van onze gemeente en zijn daarmee richtinggevende kaders voor onze gemeentelijke omgevingsvisie:

1. Het profiel van MKB-gemeente benutten, versterken en aanvullen;

2. Zorg voor voldoende en 'goed' geschoold personeel;

3. Het profiel van recreatief aantrekkelijke gemeente benutten, versterken en aanvullen;

4. Bereikbaarheid: zorg voor goede verbindingen met de stedelijke regio's;

5. Het vergroten van de leefkwaliteit: zorg voor een gezond en aantrekkelijk leefklimaat;

6. Een duurzame woningvoorraad (zowel kwalitatief als kwantitatief);

7. Vitale centra;

8. Vitaal platteland;

9. Benut vooral de eigen sociale kracht;

10. Zet in op een maatwerksamenwerking.

1.2.6 Rode draden en leidende principes

De aanpak van de maatschappelijke opgaven en kernopgaven zoals hiervoor beschreven vraagt om het maken van ruimtelijke keuzes. Deze keuzes hebben impact op onze leefomgeving, waarbij we een aantal belangrijke rode draden en leidende principes voorop willen stellen. De rode draden worden gezien als doorsnijdende thema's die in elke opgave een plek krijgen. De leidende principes vormen een gezamenlijk kompas binnen de opgave. Deze twee samen ondersteunen bij het maken van de keuzes en het uitwerken van ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. 

Rode draden

De rode draden in de gemeente Rijssen-Holten zijn:

1. Duurzaamheid

  • a.

    Ecologische duurzaamheid

  • b.

    Economische duurzaamheid 

  • c.

    Sociale duurzaamheid 

2. Leefbaarheid en veiligheid

3. Gezondheid; en

4. Ruimtelijke kwaliteit

  • a.

    Belevingswaarde

  • b.

    Gebruikerswaarde, en

  • c.

    Toekomstwaarde

Met duurzaamheid bedoelen we dat we keuzes die we nu maken er ook in de toekomst voor zorgen dat we fijn kunnen blijven wonen en werken in de gemeente Rijssen-Holten. Met leefbaarheid en veiligheid bedoelen we dat de gemeente samen met inwoners en partners werkt aan een aantrekkelijke, groene, veilige en herkenbare leefomgeving. Fysieke en sociale veiligheid zijn een belangrijk element bij de inrichting van onze leefomgeving. Met gezondheid bedoelen we dat onze leefomgeving uitnodigt tot bewegen en er ruimte is voor ontmoeting wat bijdraagt aan de geestelijke gezondheid en veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. Met ruimtelijke kwaliteit bedoelen we dat ontwikkelingen in de leefomgeving passen bij de plek en het landschap, ruimte bieden voor mens, dier en natuur, cultuurhistorische waarden worden gerespecteerd en toekomstbestendig worden ingericht.  

De rode draden staan niet op zichzelf, maar komen bij elk ruimtelijk initiatief in samenhang naar voren. Aan de hand van de rode draden wordt er een basisambitie neergelegd voor de kwaliteit bij de planvorming en de uitvoering.  

Leidende principes

Naast de rode draden zijn er een aantal leidende principes die richtinggevend zijn voor de ruimtelijke keuzes om onze gemeente op een toekomstbestendige manier in te richten. Als gemeente Rijssen-Holten vinden we het belangrijk om inkleuring te geven aan de leidende principes van het Rijk en de provincie Overijssel. Hierbij geven wij onze eigen blik op de invulling van de leidende principes en vullen we deze aan met onze gebiedseigen principes.

De leidende principes in Rijssen-Holten zijn:

1. Water en bodem is de basis: 

Het eerste principe is dat water en bodem de basis vormen van waaruit we werken. Door klimaatverandering staat het water- en bodemsysteem onder druk. We merken dit in de vorm van extreme wateroverlast of juist extreme droogte, ook in onze gemeente. Vanwege de klimaatopgave stelt het Rijk en daarmee ook de Provincie Overijssel het water- en bodemsysteem voorop bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat we bij ruimtelijke ontwikkelingen goed moeten afwegen of de ontwikkeling past bij het aanwezige water- en bodemsysteem en wat de effecten van de ontwikkeling zijn op het water- en bodemsysteem. De plek wordt niet meer aangepast aan (nieuwe) functies, maar de functies moeten passend zijn op de plek. Het ruimtelijke ontwerp van een ontwikkeling moet dus rekening houden met het aanwezige bodem- en watersysteem. Dit betekent voor ons als gemeente niet dat we alle mogelijke technische oplossingen achterwege laten. Dit houdt in dat we wel voor een technische oplossing kiezen wanneer er een zwaarwegend maatschappelijk belang aan de ontwikkeling vast zit.  

2. Duurzaam omgaan met onze ruimte: 

Het tweede principe is duurzaam omgaan met onze ruimte. De lokale economie en onze lokale ambities vragen om groei, maar we zijn ons ervan bewust dat de ruimte voor groei beperkt is. Als gemeente willen we bij ruimtelijke ontwikkelingen slim omgaan met de ruimte die er is. Dit betekent dat meervoudig ruimtegebruik, of een combinatie van functies wenselijker is dan enkelvoudig ruimtegebruik. Daarnaast leidt dit principe tot keuzes of bepaalde functies wel of niet wenselijk zijn in bepaalde gebieden.  Waar we als gemeente met dit principe ook aandacht op willen vestigen bij ruimtelijke ontwikkelingen is klimaat- en natuurinclusief bouwen. In beginsel gaat inbreiding en vernieuwing voor uitbreiding van de stedelijke bebouwing, mits de ontwikkeling bijdraagt aan een duurzaam aantrekkelijk (en groene) leefomgeving. Dit ondersteunt het eerste principe door met technische en innovatieve oplossingen bij te dragen aan biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en wateroverlast met als doel een kwalitatief goede leefomgeving.  

3. Inzetten op leefbare kernen en hierop voortbouwen: 

Het derde principe gaat uit van het inzetten op leefbare kernen. Onze kernen Dijkerhoek, Holten en Rijssen hebben elk hun eigen identiteit en structuur. We zien als gemeente graag dat ontwikkelingen deze identiteit en structuur versterken en verbeteren. Dat gaat onder andere over geschikte en duurzame woningen, (sociale) voorzieningen, onderwijs, werkgelegenheid, bedrijven, detailhandel, horeca, bereikbaarheid en infrastructuur. Het is hierin belangrijk om onze kernen in samenhang met elkaar te bekijken en elkaar te laten versterken met hun eigen identiteit. Zoals eerder benoemd staan we ruimtelijk gezien voor een grote opgave als het gaat om het meewerken aan oplossingen voor alle (maatschappelijke) opgaven. De drie leidende principes hierboven, met in achtneming van de rode draden, zijn de basis voor de te maken ruimtelijke keuzes.   

1.3 Opgaven en ambities per thema

1.3.1 Thema Leefbaarheid en Omgeving
1.3.1.1 Kenmerken en opgaven 

1.3.1.1.1 Leefbaarheid en Omgeving

Ruimte, rust, natuur, een breed voorzieningenaanbod, aantrekkelijke woonbuurten, aanbod van werkgelegenheid en een goede ligging en bereikbaarheid maken Rijssen en Holten aantrekkelijke kernen. Het rijke en gevarieerde landschap vol wandel-, fietspaden en mountainbikeroutes biedt bovendien een aantrekkelijke omgeving voor recreatie. Karakteristiek zijn de Holterberg, kerken, het Parkgebouw, de Pelmolen, de beide centrale pleinen in de centra en natuurlijk de paasvuren. Op het gebied van duurzaamheid zijn er steeds meer initiatieven die bijdragen aan Rijssen-Holten als groene en toekomstbestendige gemeente. Ondanks deze initiatieven is er nog een slag te maken.

Inwoners stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit en veiligheid van hun woon- en leefomgeving. De keuze om ergens te (gaan) wonen wordt steeds vaker genomen op grond van de leefkwaliteit. Belangrijk hierbij is het gemak dat werk, gezin, sport en ontspanning gecombineerd kunnen worden met de mogelijkheid om van daaruit banen te bereiken. Wat betreft een veilige woon- en leefomgeving is het belangrijk om bij de inrichting van een gebied ook door een veiligheidsbril te kijken. Dit houdt in dat er nagedacht wordt over bijvoorbeeld de aanrijroute naar woonwijken en bedrijventerreinen. Daarnaast voorkomen we ongewenste donkere plekken in de omgeving die zorgen voor een onveilig gevoel.

Bovendien draait het bij een goede leefkwaliteit, naast een gezonde en veilige leefomgeving, ook om een eigen identiteit. We gaan aan de slag om de leefkwaliteit en hiermee de aantrekkelijkheid van onze gemeente te vergroten. We hebben aandacht voor klimaatadaptatie, de energietransitie en het tegengaan van hittestress (meer groen). Onze leefomgeving is veilig en er is ruimte voor ontmoeting. Daarnaast nodigt een groene omgeving uit tot beweging en draagt bij aan de positieve gezondheid en veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. We maken hierbij gebruik van onze eigen sociale kracht, ons noaberschap.

Voorzieningen dragen voor een belangrijk deel bij aan de leefbaarheid van een buurt, wijk of kern. Denk hierbij aan scholen, dorpshuizen, medische voorzieningen, winkels, culturele- en sportvoorzieningen en parken. Niet alle voorzieningen hoeven overal te zijn, want we kunnen terugvallen op de voorzieningen in omliggende steden. Door in te zetten op goede verbindingen met deze steden, zijn de voorzieningen goed bereikbaar. 

Ook hebben we aandacht voor ons verleden, door ons erfgoed te beschermen en te bewaren. Denk hierbij aan monumenten, oude landschappen, bomenrijen, holle wegen, sloten, oude hessenwegen, mini reliëf, archeologie en karakteristieke bebouwing. Erfgoed is tenslotte een verbindende factor voor de samenleving, het is ons DNA. Toch is er niet altijd voldoende kennis over erfgoed. Er liggen kansen om de kennis over erfgoed te vergroten, denk daarbij aan onderwijs en recreatie en toerisme.

1.3.1.2 Strategie en ambities voor het thema leefbaarheid en omgeving

1.3.1.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt de leefkwaliteit van haar inwoners door:

  • onze ruimte, rust en natuur te beschermen;

  • ons brede voorzieningenaanbod op peil te houden;

  • onze aantrekkelijke woonbuurten in stand te houden;

  • erfgoedwaardige structuren of (onderdelen van) panden te beschermen door ze aan te wijzen als gemeentelijk monument, karakteristiek of waardevol.

1.3.1.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut kansen om de leefkwaliteit van haar inwoners beter te benutten door:

  • bestaande aantrekkelijke factoren in onze leefomgeving behouden.

1.3.1.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert de leefkwaliteit van haar inwoners door:

  • de aantrekkelijkheid van onze gemeente te vergroten

  • aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, de energietransitie en hittestress;

  • aandacht te hebben voor erfgoed;

  • onze werkgelegenheid te vergroten;

  • erfgoed te koppelen aan recreatie, toerisme en onderwijs;

  • de realisatie van basissportvoorzieningen, waarbij kwaliteit gaat voor kwantiteit.

1.3.1.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert:

  • in de openbare ruimte een groene leefomgeving die uitnodigt om in beweging te komen;

  • een bedrijventerrein met een aantrekkelijk vestigingsklimaat;

  • levendige centra;

  • de samenwerking tussen verschillende partners om te werken aan cultuureducatie en het belang van ons cultuurhistorisch erfgoed;

  • de lokale en streekgebonden cultuur;

  • de samenwerking tussen onderwijs, sport, jeugd- en jongerenwerk, politie, kerken, welzijnswerk en culturele instellingen.

1.3.2 Thema Gezondheid en Milieu
1.3.2.1 Kenmerken en opgaven

1.3.2.1.1 Gezondheid

Mensen die niet kunnen meekomen in de maatschappij verdienen aandacht en zorg. Dit staat hoog in het vaandel bij onze gemeente. Het is de gezamenlijke uitdaging van de gemeente en de gemeenschap om voldoende aandacht te geven en zorg te verlenen in een veranderend zorgstelsel, waarbij de menselijke maat het uitgangspunt is. We kantelen van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij. Van een samenleving die draait om welvaart naar een samenleving die meer gericht is op welzijn. Preventie en leefstijl zijn belangrijk. Hier ligt een stimulerende rol voor de gemeente.

Leefbaarheid en welzijn beginnen in de straat, de wijk en in de eigen netwerken van mensen. Netwerken en vertrouwen vormen de basis voor leefbaarheid en welzijn. Ook wordt meer aandacht geschonken aan een gezonde leefstijl. Dat gebeurt door de gemeente, maar ook door zorgverzekeraars en andere instanties. We schenken aandacht aan meer bewegen, ontspanning en gezonde voeding en aan minder roken en alcoholconsumptie. Dit doen we niet alleen, maar samen met de maatschappelijke partijen in het veld. 

De gemeente Rijssen-Holten wil naast gezondheidspreventie ook gaan inzetten op gezondheidsbevordering. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving worden kansen op gezondheidsbevordering benut. Het Beweegvriendelijke Omgeving Model (BVO-model) geeft inzicht in het nut, de mogelijkheden en de (sociale) effecten van een beweegvriendelijke omgeving. Een omgeving die uitdaagt tot bewegen draagt binnen een gemeente immers bij aan een betere gezondheid van de inwoners, betere leefbaarheid en meer participatie van kwetsbare groepen.

Een gezonde fysieke leefomgeving draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze gemeente voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. In hoeverre fysieke ingrepen direct bijdragen aan het verminderen van gezondheidsverschillen is niet eenduidig aan te tonen. Er zijn diverse onderzoeken met data beschikbaar bij de GGD Twente (Gezondheidsmonitor VO 2020). Eén van de onderzochte dingen is of inwoners van de gemeente Rijssen-Holten voldoen aan de beweegrichtlijn. Volwassenen en ouderen voldoen aan de beweegrichtlijn als ze 150 minuten per week matig intensief bewegen, en daarnaast twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten doen. In Rijssen-Holten voldoet 53% van de volwassenen en 35% van de ouderen aan deze richtlijn. Daarnaast geven 61% van de volwassenen en 72% van de ouderen aan meer te bewegen door aanwezigheid van groen in de buurt. 

Hoewel maatregelen in de fysieke leefomgeving niet één op één te relateren zijn aan gezondheidswinst is het wel duidelijk dat combinaties van maatregelen ervoor zorgen dat de leefomgeving hoger wordt gewaardeerd en de gezondheid van bewoners verbetert. 

Maatregelen waar je aan zou kunnen denken zijn: een omgeving die uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten. Waar fietsen, wandelen en het gebruik van openbaar vervoer worden gestimuleerd. Er plekken zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Een goede milieukwaliteit aanwezig is (geluid, lucht, bodem en externe veiligheid). Er voldoende groen, natuur en water en aandacht voor klimaatadaptatie is. Er duurzame woningen met een gezond binnenklimaat zijn. En er een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte is. Ook is een gevarieerd aanbod van voorzieningen, zoals scholen, winkels, cultuur, bedrijven een sport belangrijk. Tot slot dragen investeringen in veiligheid en noaberschap bij aan een gezonde fysieke leefomgeving en mogelijk het verminderen van gezondheidsverschillen.

1.3.2.1.2 Milieu

Bij een gezonde leefomgeving is een goede milieukwaliteit een randvoorwaarde. Daarom moet in de omgevingsvisie expliciet rekening worden gehouden met de vier milieubeginselen. Dit zijn:

  • Het voorzorgsbeginsel;

  • Het beginsel van preventief handelen;

  • Het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden;

  • Het beginsel dat de vervuiler betaalt. 

 

De milieubeginselen dragen samen met de algemene rechtsbeginselen bij aan de kwaliteit van beleid en regelgeving en aan het vinden van een goede balans tussen bescherming en benutting van de fysieke leefomgeving. Om de milieubeginselen en het begrip milieu concreet te maken hebben we het specifiek over: luchtkwaliteit, geluid, trillingen, geur, licht en donkerte en externe veiligheid. Per milieu-onderdeel volgt hieronder een toelichting.

Luchtkwaliteit

Luchtverontreiniging levert een belangrijke bijdrage aan ziektelast door milieufactoren. In de lucht komen allerlei verontreinigde stoffen voor. Dit zijn bijvoorbeeld de gassen stikstofdioxide (NO2) en ozon (O3), maar daarnaast ook deeltjes fijnstof. Fijnstof is een verzamelnaam voor alle deeltjes die in de lucht zweven en kleiner zijn dan 10 micrometer (=0,01 mm) in doorsnede. Verkeer, industrie, landbouw en huishoudens (o.a. houtstook) zijn belangrijke bronnen van fijnstof. Zo is bijvoorbeeld bandenslijtage een bron van fijne stofdeeltjes in de lucht (PM2,5). Deze deeltjes kunnen schadelijk zijn voor de luchtwegen en de menselijke gezondheid, voornamelijk in de vorm van luchtweg aandoeningen en een toenemend risico op hart- en vaatziekten.Voor NO2 is het autoverkeer de grootste bron. Als er zich veel verontreinigde stoffen in de lucht bevinden, dan is er sprake van een slechte luchtkwaliteit. Dit heeft effect op de gezondheid. We zetten daarom in op de drie V's (verminderen, verschuiven en verschonen). Dit betekent eerst nadenken over of je wel moet verplaatsen, daarna welk vervoersmiddel het best geschikt is en vervolgens probeer je de impact van je verplaatsing te beperken (bijvoorbeeld  door het gebruik van een elektrische (deel)auto).

Voor fijnstof voldoen wij als gemeente aan de norm die de World Health Organisation stelt. Deze waarde is strenger dan de landelijke omgevingswaarde (ondergrens). Om deze norm ook in de toekomst te kunnen behouden is het van belang dat nieuwe ontwikkelingen niet in betekende mate bijdragen aan de voorgrondbelasting. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een toename van 1,2 µg/m3 niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Beide normen zullen geborgd worden in het omgevingsplan.

Voor stikstof (NO2) geldt de bestaande emissie als maximaal. De bestaande emissie is voor (agrarische) bedrijven en infrastructurele projecten vastgelegd in een vergunning of melding op basis van de Wet natuurbescherming, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor bedrijfsmatige activiteiten blijft hogere regelgeving onverkort van toepassing. Dat betekent dat bedrijven nog steeds een melding moeten indienen of een omgevingsvergunning voor de activiteiten milieu of beperkte milieutoets moeten aanvragen als hogere regels dat voorschrijven. De milieuregels uit het omgevingsplan zijn afgestemd op eventuele hogere regelgeving.

Niet alleen de veehouderijen leveren een bijdrage aan de concentraties verontreinigende stoffen, maar ook het wegverkeer en industrie. De verkeersaantrekkende werking als gevolg van nieuwe voorzieningen, woonwijken en/of uitbreiding van bedrijfsbebouwing kan leiden tot een toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Per functie kan sprake zijn van sterk uiteenlopende verkeersgeneraties. Voor wat betreft luchtkwaliteit zijn de volgende stoffen van belang: PM1, PM2,5  en PM10 (fijnstof), NOx, en NH3. 

Geluidshinder

Voor geluid gelden regels rondom (agrarische) bedrijven en (spoor)wegen om omliggende gevoelige functies te beschermen. Als gemeente willen we niet dat het aantal geluidgehinderde woningen toeneemt. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over geluid op te nemen in het omgevingsplan.

Trillingshinder

Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn of schade aan gebouwen veroorzaken. Bronnen van trillingen kunnen bijvoorbeeld weg- en railverkeer en bouw- en sloopwerkzaamheden zijn. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over trillingen op te nemen in het omgevingsplan.

Geurhinder

Voor geur gelden er regels rondom (agrarische) bedrijven om omliggende gevoelige functies te beschermen. Als gemeente willen we niet dat het aantal geur-gehinderde woningen toeneemt. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over geur op te nemen in het omgevingsplan en regelmatig te monitoren of de geurhinder niet toeneemt. 

Licht/donkerte

Donkerte is een kwaliteit waar de gemeente Rijssen-Holten trots op is. Sommige plekken van het buitengebied behoren tot de donkerste plekken van Nederland. Ontwikkelingen in het buitengebied mogen niet leiden tot aantasting van donkerte. Dit borgen we door regels over licht/donkerte op te nemen in het omgevingsplan. Nieuwe ontwikkelingen moeten hier aan voldoen. 

Ten aanzien van het gebruik van licht in de openbare ruimte worden in het centrumgebied en de woongebieden de thema's sociale veiligheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en economie belangrijk gevonden. Verlichting in centrum- en woongebieden is nodig in het kader van veiligheid. De inrichting van deze gebieden moet daarom altijd vanuit het veiligheidsoogpunt bekeken worden. Denk hierbij aan donkere plekken die leiden tot (jeugd)overlast, maar ook hotspots van verkeer of thuisroutes van uitgaanspubliek. Wel wordt de uitstraling van licht van stedelijk gebied naar het buitengebied zoveel mogelijk voorkomen. 

Bedrijventerreinen zijn een grote bron van lichtvervuiling. Bij een bedrijventerrein worden verkeersveiligheid en economie (snelle doorstroom van verkeer) hoog gewaardeerd. 's Avonds en 's nachts ligt het accent op donkerte. Voorwaarde daarbij is dat de verkeersveiligheid en sociale veiligheid worden gewaarborgd.

Externe veiligheid

GERESERVEERD

1.3.2.2 Strategie en ambitie voor gezondheid en milieu

1.3.2.2.1 Beschermen

Leefomgevingskwaliteit die gezondheid geen schade doet, waarin:

  • blootstelling aan schadelijke factoren wordt beperkt, door regels te stellen aan een goede milieukwaliteit (geluid, trillingen, geur, lucht, bodem en externe veiligheid);

  • schadelijke uitstoot wordt teruggedrongen;

  • gevaarlijke situaties worden gesaneerd;

  • ruimtelijke functies worden gescheiden waar nodig.

1.3.2.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar leefomgeving voor gezondheid door:

  • de huidige aanwezigheid van mogelijkheden om te bewegen: fiets- en wandelpaden, mountainbikeroutes etc. te behouden;

  • een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte;

  • een gevarieerd aanbod van voorzieningen, zoals scholen, winkels, cultuur, bedrijven, openbaar vervoer en sport te behouden.

1.3.2.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert gezondheid door:

  • een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, spelen, sporten en ontmoeten;

  • wandelen, het gebruik van de fiets en openbaar vervoer te stimuleren;

  • wandel-, fietspaden en routestructuren een kwaliteitsimpuls te geven;

  • de leefomgeving aantrekkelijk en (bio-)divers in te richten, met voldoende groene en blauwe elementen en waarbij aandacht is voor rust en stilte;

  • de leefomgeving klimaatadaptief in te richten;

  • rekening te houden met de behoeften van (toekomstige) bewoners en specifieke doelgroepen (kinderen, ouderen, chronisch zieken, gehandicapten en lagere inkomensgroepen).

1.3.2.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert samen met maatschappelijke partners een gezonde leefomgeving, die:

  • maximaal begaanbaar is;

  • toegankelijke basisvoorzieningen heeft;

  • vertrouwd en veilig is;

  • sociale samenhang bevordert en waar mensen elkaar kunnen ontmoeten;

  • zelf- en samenredzaamheid gemakkelijk maakt.

1.3.3 Thema Klimaat en Energie
1.3.3.1 Kenmerken en opgaven

1.3.3.1.1 Klimaat

Ons dagelijks leven heeft een grote impact op onze leefomgeving. Door de vele grondstoffen die we gebruiken en de uitstoot van broeikasgassen putten we onze aarde uit. De uitstoot van broeikasgassen heeft weerslag op ons klimaat en ecosystemen staan onder druk. Daarom liggen er voor de gemeente grote uitdagingen op het gebied van klimaat en energie.

Rijssen-Holten is in 2050 100% circulair. We hebben nagenoeg geen zwerfafval meer, voedsel wordt niet verspild en al onze materialen en gebouwen komen uit en keren terug in gezonde kringlopen. Ons afval dient als bouwsteen voor een volgend leven. Recycling en hergebruik van al onze huishoudelijke afvalstromen vinden vooral lokaal of regionaal plaats. Dit stimuleert de lokale en regionale economie met sociale werkgelegenheid en vergroot de zichtbaarheid en bewustwording van een circulaire economie. 

Dit vraagt een aanpassing van onze manier van leven met minder afval en het hergebruiken van materialen. We kennen in onze gemeente nog steeds veel lineair consumptiegedrag waardoor er ook diverse reststromen zijn die we niet hergebruiken of recyclen, maar afdanken. Dit gebeurt door zowel bedrijven als door inwoners zelf. In 2020 bedroeg ons huishoudelijk restafval circa 134 kilogram per inwoner per jaar. Hierdoor verspillen we schaarse grondstoffen en vernietigen we waarde. De landelijke doelstelling voor 2025 bedraagt maximaal 30 kilogram restafval per inwoner per jaar.

Ook wordt de samenwerking met het bedrijfsleven opgezocht. Er zijn veel bedrijven in Rijssen-Holten die de ontwikkeling richting een circulaire economie hoog op de agenda hebben staan. Als gemeente sluiten we aan bij regionale en lokale overleggen waarin ontwikkelingen en kennis met elkaar wordt gedeeld. Er wordt samen met het bedrijfsleven steeds meer gewerkt om kringlopen korter te sluiten en af te stappen van lineaire productieprocessen. 

Op het gebied van circulariteit is binnen de gemeente Rijssen-Holten nog een slag te maken. Al wordt circulariteit steeds meer meegenomen in de (her)ontwikkeling van de openbare ruimte en wordt het meegenomen in aanbestedingen, er is altijd ruimte voor verbetering. De transitie richting een circulaire economie kost tijd. 

Naast het bereiken van een circulaire economie in het kader van klimaatverandering, moet ook de fysieke leefomgeving aangepast worden aan het veranderende klimaat. Binnenstedelijk gaat het daarbij vooral over de aanpak van hittestress en wateroverlast. In het buitengebied speelt vooral verdroging een grote rol.

In 2050 is Rijssen-Holten klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. De gemeente Rijssen-Holten zet tot 2050 in op het kunnen opvangen van wateroverlast tot buien van 70 millimeter en het verkoelen van centra en wijken door het versterken van de groene leefomgeving. Zo zorgen wij ervoor dat in 2050 de veiligheid op orde is door de robuustheid van onze vitale infrastructuur en dat de leefbaarheid voor onze inwoners in stand blijft. Dit doen wij samen met onze inwoners, ondernemers en sociale partners.

De leefbaarheid wordt vergroot door het creëren van een veilige, groene en gezonde leefomgeving waarin we wateroverlast tegengaan door onder andere vergroening en ontstening van de openbare ruimte te bevorderen. Er zijn vijf pijlers gedefinieerd waarop de visie op een klimaatadaptief Rijssen-Holten in 2050 steunt:

1. Gezonde en groene kernen;

2. Een robuuste en vitale infrastructuur;

3. Klimaatadaptieve ontwikkelingen;

4. Betrokken en actieve mensen;

5. Een adaptief landelijk gebied.

1.3.3.1.2 Energie

Volgens de klimaatmonitor wordt in Rijssen-Holten gemiddeld per inwoner 36,8 gigajoule (GJ) energie (gas en elektra) op jaarbasis gebruikt. Deze hoeveelheid is net onder het gemiddelde van gemeenten binnen de provincie Overijssel (37,8 GJ). In de totale energiebalans van de gemeente zijn verkeer en vervoer de grootste verbruiker van energie. Het totaal bekend energieverbruik (incl. auto) van de gemeente Rijssen-Holten ligt op 3.568 terajoule (TJ). Hiervan wordt 265 TJ hernieuwbaar opgewekt. Kortom ongeveer 7% van het totaal bekende energieverbruik binnen de gemeente is afkomstig van hernieuwbare energie.

We volgen de landelijke doelstellingen uit het Nationale Klimaatakkoord als het gaat over het afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Dit betekent dat we in 2030 naar 49% minder CO2-uitstoot willen ten opzichte van 1990 en richting 2050 inzetten op 95% CO2-reductie ten opzichte van 1990.

Om deze doelstellingen te halen wordt ingezet op drie verschillende sporen:

  • Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord moeten realistische plannen worden gemaakt. Op regionaal niveau wordt gewerkt aan de Regionale Energie Strategie Twente (RES Twente). De RES is een instrument om te komen tot regionaal gedragen keuzes voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving, de opwekking van duurzame elektriciteit en de daarvoor benodigde infrastructuur en opslagcapaciteit. In juli 2021 is de RES Twente 1.0 vastgesteld, echter heeft de gemeente Rijssen-Holten zich hier niet aan gecommitteerd. Wel steunt het college van B&W de gezamenlijke ambitie van 1,5 TWh duurzame energie op te wekken en de energietransitie te realiseren. Eind 2023 wordt de RES 2.0 vastgesteld. Hierin wordt de verhouding in opwekking van zon- en windenergie vastgelegd en ruimtelijk vertaald. Op dit moment wordt er regiobreed toegewerkt naar RES 2.0;

  • Vanuit de kant van bedrijven wordt ook een substantiële inspanning verwacht. Acties vloeien voort vanuit de tafel "industrie" (behorende bij het landelijk Klimaatakkoord). We zetten samen in op een efficiënter gebruik van fossiele bronnen door betere benutting van industriële restwarmte met als doel: CO2-emissievrij;

  • Voor de gebouwde omgeving betekent dit dat alle 7 miljoen woningen en 1 miljoen (commerciële) gebouwen in Nederland van het aardgas af moeten. Rijssen-Holten heeft als doel gesteld om voor 2030 44% aardgasreductie te realiseren ten opzichte van 2017. Dit is een flinke opgave voor de gemeente. Maar het is nodig om stapsgewijs toe de besparing in 2050 te komen die het Rijk ons oplegt. In de Transitievisie Warmte Rijssen-Holten, stapsgewijs naar een aardgasvrij Rijssen-Holten (2021) zijn de ambities, doelstellingen en aanpak van de warmtetransitie voor Rijssen-Holten verwoord. Hierbij wordt uitgegaan van individuele oplossingen, zoals het aanschaffen van een warmtepomp of aanschaffen van zonnepanelen. Dit vraagt om actie van de inwoner, waarbij de gemeente Rijssen-Holten alleen maar ondersteunt en faciliteert. Deze ontwikkeling is dus afhankelijk zowel intrinsieke motivatie als beschikbare middelen van de inwoners. De gemeente zoekt samenwerking met de woningcorporaties bij het verduurzamen van wijken waar ook huurwoningen staan. Daarnaast gaat het toenemende aantal elektrische voertuigen een groeiende druk leggen op het bestaande energie netwerk. Gezien de problematiek (capaciteit van het net en de teruglopende salderingsregeling) is het kunnen opslaan van eigen opgewekte duurzame energie in de toekomst belangrijk. Daarbij bieden elektrische voertuigen kansen voor inwoners om eigen opgewekte duurzame energie op piekmomenten te kunnen opslaan en te gebruiken op momenten van energieschaarste.

1.3.3.2 Ambitie en strategie voor het thema klimaat en energie

1.3.3.2.1 Beschermen

Een leefomgeving waarbij we de basis beschermen door ervoor te zorgen dat:

  • een basisveiligheidsniveau wordt gehanteerd: door normeringen en eisen te stellen aan nieuwbouw en herinrichtingen;

  • bebouwing geen schade ondervindt bij hevige neerslag (een bui van 70 mm/u);

  • geen onveilige situaties ontstaan bij hevige neerslag (een bui van 70 mm/u);

  • de kans op nachthitte verlaagd is bij hitte;

  • hittestress bij kwetsbare groepen tot de verleden tijd behoort;

  • schade aan openbaar groen beperkt blijft bij droogte;

  • nooddiensten beschikbaar blijven bij hevige neerslag;

  • vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval ondervinden bij hevige neerslag;

  • schade aan landbouwgewassen en natuur beperkt blijft bij wateroverlast en droogte;

  • open water en grondwater van voldoende kwaliteit blijven bij droogte en hitte;

  • voldoende (drink)water beschikbaar blijft voor inwoners bij droogte.

1.3.3.2.2 Benutten

Een leefomgeving waarbij we gebruik maken van:

  • beschikbare reststromen/bronnen om invulling te geven aan de warmte- en energietransitie;

  • bestaande groenstructuren voor het klimaatbestendig inrichten van onze buitenruimte.

1.3.3.2.3 Bevorderen

Een leefomgeving die toekomstbestendig, circulair en klimaatrobuust is door:

  • als gemeenschap onze leefomgeving klimaatadaptief in te richten;

  • bewustwording te creëren en mensen te activeren hun eigen perceel energieneutraal en klimaatadaptief in te richten;

  • 10% van de bestaande woningen voor 2030 van het aardgas af te koppelen ten opzichte van 2017;

  • 10% van de oude woningen te slopen en te vervangen voor 2030 voor duurzame, toekomstbestendige woningen ten opzichte van 2017;

  • 20% te besparen op het gasverbruik van overige woningen voor 2030 ten opzichte van 2017 via het verduurzamen van de bestaande bouw en grootschalige isolering;

  • bewustwording rondom afvalscheiding te vergroten;

  • meer dan 30% schaduw op openbare verblijfsplekken in de kernen tegen hittestress en er is binnen 300 meter een koelteplek aanwezig;

  • meer dan 40% schaduw op loop- en fietsroutes;

  • het toegankelijk blijven van hoofdontsluitingen bij hevige neerslag;

  • het binnen een uur weer toegankelijk zijn van overige wegen voor calamiteitenverkeer bij hevige neerslag;

  • het hanteren van een 'basisveiligheidsniveau' om nieuwbouw en herinrichtingen alleen nog maar klimaatadaptief te realiseren. Totdat het 'basisveiligheidsniveau' er is, benutten we meekoppelkansen maximaal;

  • de toename van biodiversiteit en de weerbaarheid van flora en fauna aanzienlijk is versterkt bij droogte;

  • verkoeling die mensen en dier bij hitte kunnen vinden in het (open) landelijk gebied.

1.3.3.2.4 Faciliteren

Als gemeente creëren we voorwaarden zodat:

  • inwoners zelf in staat zijn om hun eigen perceel klimaatadaptief in te richten;

  • het gesprek/particitpatieproces rondom de energietransitie gevoerd kan worden;

  • we het goede voorbeeld geven op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie;

  • particuliere groene initiatieven in overweging genomen kunnen worden;

  • er regionaal samengewerkt kan worden op het thema klimaatadaptatie;

  • er toegewerkt kan worden naar een mogelijkheid voor verplichte natuurinclusieve bouw;

  • inwoners en bedrijven zich bewust zijn van de effecten van wateroverlast, hitte en droogte op hun leefomgeving;

  • inwoners kennis hebben van welke maatregelen zij kunnen nemen om risico's op wateroverlast, hittestress en droogte tegen te gaan.

1.3.4 Thema Bodem en Water
1.3.4.1 Kenmerken en opgaven

1.3.4.1.1 Bodem en water

Bodem en water sturend

Ons bodem- en watersysteem staat onder druk. Dit systeem kan de effecten van de klimaatverandering, zoals wateroverlast of extreme droogte, niet meer aan. De Rijksoverheid en de Provincie kiezen er daarom voor om het bodem- en watersysteem sturend te laten zijn. Wij willen daarbij aansluiten door een bodem- en watersysteem te realiseren dat klimaateffecten opvangt, aansluit bij het natuurlijke systeem en zorgt voor een zo goed mogelijke beschikbaarheid van water voor verschillende functies, zoals landbouw, natuur en wonen.We houden bij water de strategie van "vasthouden, bergen, afvoeren" aan. Waarbij water eerst vastgehouden wordt in het gebied, als dat niet kan wordt water tijdelijk geborgen en als dat niet kan wordt het water afgevoerd. Hiermee houden we water zo lang mogelijk vast in het gebied, zodat het kan infiltreren in de bodem en het op een later moment beschikbaar kan komen voor gebruikers (natuur, landbouw, etc.).De bodem en de ondergrond vervullen veel functies waar mensen afhankelijk van zijn: het bouwen van woningen, het verbouwen van landbouwgewassen, etc. Voor het goed uitvoeren van deze functies is een draagkrachtige, vruchtbare en schone bodem nodig. Ook bewaart de bodem een deel van onze geschiedenis in de vorm van archeologische bijzonderheden en het landschap. Daarnaast zijn de bodem en de ondergrond van belang voor maatschappelijke vraagstukken als klimaatadaptatie, energietransitie en biodiversiteit.Het leidende principe water en bodem sturend betekent dat het bodem- en watersysteem niet meer wordt aangepast aan (nieuwe) functies. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten zich aanpassen aan het bodem- en watersysteem ter plaatse. We willen een robuust bodem- en watersysteem realiseren dat klimaateffecten opvangt en zorgt voor een zo goed mogelijke beschikbaarheid van water voor verschillende functies, zoals steden, natuur of landbouw. Op sommige plekken is het bodem- en watersysteem niet meer geschikt voor bepaalde nieuwe functies, op andere plekken wel. Gebieden die een grote kans op overstromingen hebben, zijn bijvoorbeeld niet geschikt voor extra woningbouw. Gebieden die droogte kennen zijn niet meer geschikt voor hoogproductieve landbouw. Het betekent voor ons als gemeente niet dat we alle mogelijke technische oplossingen achterwege laten. Als er een zwaarwegend maatschappelijk belang aan een ontwikkeling vast zit, kiezen wij in overleg met andere overheden voor technische oplossingen. 

Stedelijk afvalwater

Om de uitdagingen met water aan te gaan en de kwaliteit van de leefomgeving in de gemeente op niveau te houden, is het van belang om de openbare ruimte met de onderliggende systemen en structuren te onderhouden. Eén van de kernfactoren hierbij is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen omtrent de riolering en het watersysteem. Deze hebben immers de volgende belangrijke doelen voor het dagelijks leven:

  • het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten;

  • het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater;

  • het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte in de bebouwde omgeving;

  • het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater. 

 

Het inzamelen en verwerken van afvalwater en hemelwater is een taak van de gemeente. We hebben als gemeente een zorgplicht voor de samenstelling van het in te zamelen (bedrijfs)afvalwater via de gemeentelijke riolering (indirecte lozingen). Het waterschap zorgt vervolgens voor de zuivering van het afvalwater. Tevens heeft de gemeente een regierol in de aanpak van structurele grondwateroverlast in het stedelijke gebied. De riool- en watertaken gaan verder dan alleen de buizen onder de grond. Onder meer de gemalen, sloten en greppels dragen bij aan de bovenstaande doelen. De effecten van klimaatverandering raken nauw aan de gemeentelijke watertaken en zorgplichten; de gevolgen van hevige regenbuien, meer hittestress en toenemende droogte komen nu al aan het licht. Ook leidt het verstenen van de bebouwde omgeving, zeker in combinatie met de klimaatverandering tot een grotere kwetsbaarheid van woon-, werk- en winkelgebieden. Van belang is dat, zodra de openbare ruimte meerdere functies vervult (zoals berging van water-op-straat, verwerking van water in groenvoorzieningen), dit duidelijk wordt gecommuniceerd naar de gebruikers hiervan. Door de klimaatadaptatie mee te nemen bij de invulling van de watertaken, blijft de kwaliteit van de leefomgeving ook in de toekomst op niveau. Een doorvertaling van bovenstaande doelen naar concretere ambities en maatregelen voor de gemeentelijke watertaken en zorgplichten is gemaakt in het Programma Water en Riolering 2024-2028. 

Drinkwater

De gemeente Rijssen-Holten heeft op haar grondgebied twee drinkwaterwinningen: Espelose Broek en Holten. Daar omheen liggen verschillende beschermingszones (grondwaterbeschermingsgebied en intrekgebied) om de kwaliteit van het drinkwater te waarborgen. De gemeente heeft, net als alle overheden, een drinkwaterzorgplicht. Ten behoeve van de gezondheid van onze inwoners streeft de gemeente samen met de waterschappen, de provincie Overijssel, het Rijk en Vitens, naar een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Dat betekent dat functies binnen drinkwaterbeschermingsgebieden geen negatieve invloed hebben op de drinkwaterkwaliteit. De provincie is leidend in de bescherming van grondwater bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening. De gemeente volgt het beleid dat hiervoor in de provinciale omgevingsvisie en - verordening wordt opgenomen en neemt de ruimtelijke beschermingsregels van de provincie over die gelden voor de gebieden aangewezen als: waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, koude-warmteopslagvrije zone, boringsvrije zone en intrekgebied. In deel 2 van deze omgevingsvisie zijn de verschillende beschermingszones voor drinkwater opgenomen. Onder de zorgplicht valt ook het beschermen van de infrastructuur en de productiemiddelen (zoals pompen) die nodig zijn voor de levering van drinkwater aan inwoners. Ook de hoofdtransportleidingen die het water vervoeren van de waterwinlocatie naar de productielocatie en van de productielocatie naar de afnemers van het water vallen onder de zorgplicht. Deze transportleidingen worden planologisch beschermd, zodat voorkomen wordt dat deze leidingen verlegd hoeven te worden, niet worden beschadigd en beheer en onderhoud aan de leidingen plaats kan vinden. Dit voorkomt veiligheidsrisico's en hoge maatschappelijke kosten. Ook ligt er een taak in het bewust maken van inwoners en bedrijven van de consequenties van het wonen en werken binnen een grondwaterbeschermingsgebied/intrekgebied en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit en drinkwaterkwantiteit. 

Drinkwaterbesparing

Drinkwater is een onmisbare grondstof en het is van belang dat we daar spaarzaam mee omgaan. De gemeente zet daarom in op het duurzaam omgaan met/gebruik van drinkwater. Dit kan bijvoorbeeld door haar eigen gebouwen te verduurzamen, door groen/blauwe (klimaatadaptieve) inrichting van het stedelijk gebied om droogte en hittestress te voorkomen (zo hebben we minder energie en drinkwater nodig), door berging van water in tijden van hevige neerslag (zo hebben we voldoende water in tijden van droogte) en door het minimaliseren van verharding en het vergroenen van bestaande verharding (zo kan meer regenwater infiltreren naar het grondwater). Daarnaast zal de gemeente sturen op vermindering van waterverbruik bij bouwplannen. Stedelijke uitbreiding vergroot namelijk de watervraag, maar waterbesparende maatregelen kunnen vraagstijging afvlakken. Tot slot stimuleert de gemeente waterbesparing bij inwoners door te werken aan bewustwording over drinkwatergebruik.

Bodemenergiesystemen

Met de energietransitie wordt steeds vaker naar de (diepe) ondergrond gekeken. Het gaat dan om aardwarmte (geothermie) en bodemwarmte (bijvoorbeeld warmte-koudeopslag). Deze systemen brengen risico's met zich mee voor de kwaliteit van het grondwater. De belangrijkste zijn het doorboren van de afdekkende kleilaag, de risico's op lekkage van boor- en vloeistoffen of afdracht van warmte aan het grondwater. In waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones zijn energiesystemen niet toegestaan. Voor intrekgebieden wordt per situatie beoordeeld of de risico’s van het bodemenergiesysteem acceptabel zijn en worden eventueel aanvullende eisen gesteld aan de installatie. Geothermie is nooit toegestaan in drinkwaterbeschermingsgebieden.

1.3.4.2 Ambitie en strategie voor het thema bodem en water

1.3.4.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar bodem- en watersysteem op de volgende manieren:

  • we zorgen voor een balans tussen het beschermen en benutten van de bodem en ondergrond. Daarbij houden we er rekening mee dat de bodem een traag werkend systeem is;

  • we beschermen de bodem als grootste en meest geschikte reservoir om water vast te houden en te bergen;

  • functie volgt bodem en water; functies plaatsen wij bij voorkeur op de plekken met de juiste kwaliteiten van bodem en ondergrond. Initiatieven moeten bijdragen aan het beschermen en waar mogelijk herstellen van de kwaliteiten van bodem en ondergrond. Het bodem- en watersysteem is daarom leidend bij ontwikkelingen;

  • de bescherming van het bodem- en watersysteem heeft een plek in regels en normeringen;

  • door het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten met een afdoende vuilwaterafvoer;

  • door het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater in samenwerking met de waterschappen;

  • door het voorkomen van schade door hevige regenval én extreme droogte in de bebouwde omgeving;

  • door het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen voor grondwater;

  • door het beschermen van de drinkwatervoorziening en daarbij behorende infrastructuur.

1.3.4.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar bodem- en watersyteem op de volgende manieren, door:

  • te zorgen voor een balans tussen het beschermen en benutten van de bodem en ondergrond. Daarbij houden we er rekening mee dat de bodem een traag werkend systeem is; 

  • het meegeven van voorwaarden voor het gebruik van bodem en ondergrond. Het gebruik moet passend zijn bij een duurzame regionale ontwikkeling en de risico's zijn aanvaardbaar en beheersbaar;

  • geen van de maatschappelijke opgaven volledig leidend te laten zijn in het gebruik van de ondergrond. We maken een integrale afweging van de functies die bodem en ondergrond (kunnen) vervullen in het betreffende gebied;

  • nagenoeg al het afvalwater in te zamelen via riolering en centraal te zuiveren. Op enkele locaties in het buitengebied wordt het afvalwater niet via riolen ingezameld, maar wordt dit lokaal verwerkt (gezuiverd). Stankklachten en/of verontreinigingen van sloten en bodem komen hierdoor nauwelijks voor; 

  • de rioleringsinspectie op een gedetaileerde wijze uit te voeren en te monitoren in het beheersysteem. Reparaties, relinen en vervangingen worden doelmatig en adequaat uitgevoerd, na een transparante en integrale afweging. Overlast voor bewoners bij storingen/calamiteiten is beperkt tot een minimum;

  • de huidige technische staat en onderhoud van bermsloten en gemeentelijke watergangen te blijven voortzetten;

  • de huidige reactieve aanpak van klachten bij grondwateroverlast voort te zetten;

  • de huidige monitoring van de grondwatersituatie in stedelijk gebied goed in beeld te blijven houden ten behoeve van grondwateroverlast.

1.3.4.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert het duurzaam gebruik van haar bodem- en watersysteem op de volgende manieren, door:

  • duurzaam, veilig en efficiënt bodem- en ondergrondgebruik om de maatschappelijke opgaven en gemeentelijke ambities voor de leefomgeving uit onze omgevingsvisie te realiseren;

  • rekening te houden met nationale en provinciale kaders. Waar die kaders onze ambities in de weg staan gaan wij in gesprek over (technische) oplossingsrichtingen om het duurzaam benutten van de bodem en ondergrond te bevorderen en te faciliteren;

  • het stimuleren van meervoudig gebruik bij initiatieven. We reserveren ruimte in de ondergrond voor toekomstig gebruik;

  • het bodem- en watersysteem meer ruimte te geven, zodat het ruimte houdt en krijgt om te functioneren;

  • te zorgen voor een robuust bodem- en watersysteem dat in staat is om hevige neerslag op te vangen en vast te houden en daarnaast een goede basis is voor het vergroten van de biodiversiteit, natuur en groen;

  • regenwater te zien als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem, niet als afvalwater, waarbij de voorkeursvolgorde van vasthouden-bergen-afvoeren wordt aangehouden;

  • de riolering robuuster te maken met behulp van het afkoppelen van verhard oppervlak, waarbij inwoners gevraagd wordt hun hemelwater te bergen en verwerken op eigen terrein;

  • nieuwe systemen robuust aan te leggen. Enig water-op-straat is acceptabel, zolang er geen wateroverlast optreedt. Anticiperend op de verwachte toename van hevige regenbuien als gevolg van klimaatverandering is de maatstaf van een bui van 70 mm in één uur;

  • samen met waterschappen met het regulier beheer in te zetten op de optimale uitstraling en het functioneren van de watergangen en (retentie)vijvers;

  • de belevingswaarde en biodiversiteit van het oppervlaktewater, gezamenlijk met de waterschappen, te vergroten.

  • het bevorderen van waterbesparende maatregelen bij nieuwbouw, om zo de watervraag af te vlakken.

1.3.4.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert het duurzaam gebruik van het bodem- en watersysteem door: 

  • rekening te houden met de nationale en provinciale kaders. Waar die onze ambities in de weg staan gaan wij in gesprek over oplossingsrichtingen om het duurzaam benutten van de bodem en ondergrond te bevorderen en te faciliteren;

  • samenwerking tussen initiatiefnemers, belanghebbenden en gemeente te stimuleren en te faciliteren bij beleidsvorming en projecten rondom water, bodem en ondergrond;

  • samenwerking tussen verschillende partijen in het buitengebied (waterschap, agrariërs en andere grondeigenaren) te stimuleren om water beter bovenstrooms vast te houden;

  • het vergroten van kennis rondom bodem en bodemgebruik bij grondgebruikers in het buitengebied;

  • bewoners bewust te maken van het positieve effect van het vergroenen van tuinen;

  • het creëren van een aantrekkelijke woonomgeving waar genieten van water mag, om zo het waterbewustzijn van inwoners te vergroten;

  • het creëren van bewustwording over de consequenties van wonen en werken in een grondwaterbeschermingsgebied en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit en drinkwaterkwantiteit;

  • het vergroten van kennis over het nut en de noodzaak van de openbare ruimte als het gaat om opvang van water etc.  

1.3.5 Thema Natuur, Landschap en Groen
1.3.5.1 Kenmerken en opgaven

1.3.5.1.1 Natuur

De meest markante waarden in de natuurlijke ondergrond van de gemeente Rijssen-Holten zijn de stuwwallen van de Sallandse Heuvelrug (de Holterberg) en de Rijsserberg, Beuseberg en Zuurberg. De stuwwallen zijn in de ijstijd opgeduwde aardlagen, die nu nog tientallen meters hoger liggen dan de omgeving. Daarmee zijn ze goed zichtbaar in de wijde omgeving en bieden wijdse uitzichten over de omgeving. De stuwwallen bestaan uit zandgronden die nu zijn begroeid met heide en bos.

De rest van de gemeente bestaat uit dekzandvlakten en beekdalen, die overigens nauw verbonden zijn met elkaar. De dekzandvlakten zijn een door de wind gevormd zandlandschap. Door de aanwezigheid van reliëf in het zandpakket kent het dekzandlandschap natte en droge delen, waarbij de grote reliëfverschillen in de loop der jaren vaak zijn geëgaliseerd om de productieomstandigheden van de landbouw te verbeteren. Tussen de dekzandruggen liggen de beekdalen. In deze laagtes verzamelde het water zich, wat leidde tot broekbossen en beken, zoals de Regge, de Oude Schipbeek en Schipbeek, Boterbeek, Soestwetering, Peters Waterleiding, Koordes Waterleiding en de Maatgraven. De van oorsprong meanderende loop van de beken is ten behoeve van de waterhuishouding recht getrokken, maar deze wordt nu op een aantal locaties teruggebracht in oude staat. Zo is de natuurlijke veerkracht van o.a. de Regge vergroot.Op dit moment scoort de natuur in Rijssen-Holten op de GDI-index twee keer zo hoog als de landelijke score vanwege het groene buitengebied. Tegelijkertijd is de natuur in onze gemeente kwetsbaar voor verdroging en zien we dat de natuur (mede) daardoor onder druk komt te staan en de kans op natuurbranden wordt vergroot. Daarnaast speelt de negatieve invloed van stikstof op natuur op dit moment een grote rol.

Natuur is net als landschap in belangrijke mate kaderstellend voor nieuwe ontwikkelingen, doordat ze een belangrijke basis vormt voor de ambities van de gemeente op het vlak van duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De natuur is een basisfunctie in het buitengebied en één van de belangrijkste trekpleisters van de gemeente, met de Sallandse Heuvelrug als letterlijk en figuurlijk hoogtepunt. Natuur en recreatie trekken samen op. Inwoners en toeristen kunnen op velerlei manieren van de natuurlijke omgeving genieten. De kwaliteiten van de natuur zijn hoog en dragen in grote mate bij aan de belevingswaarde van het landelijk gebied. Het in stand houden en beschermen van de bestaande natuurwaarden staat voorop. De gemeente vindt gezonde ecosystemen van belang. De provincie Overijssel werkt op dit moment aan de uitwerking de methodiek Basiskwaliteit Natuur (afhankelijk van de keuze van Provinciale Staten). Als gemeente houden we deze ontwikkeling in de gaten en waar nodig zal de gemeente de basiskwaliteit van de natuur buiten de natuurgebieden vergroten. We stimuleren biodiversiteit bij inwoners reeds door diverse subsidies (bloemmengsels voor akkerranden, boomplantdag, 1001ha kruidenrijk grasland, etc.) en zijn ook actief als gemeente bezig met bijvoorbeeld het omvormen van naaldbos naar loofbos. 

In de gemeente liggen meerdere natuurgebieden. Voor het overgrote deel zijn de natuurwaarden beschermd op bovengemeentelijk niveau. De gemeente hecht veel waarde aan de bestaande natuurgebieden. Het gaat dan om de op landelijk niveau aangewezen Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden, maar ook de gemeentelijke basisfunctielaag natuurlandschap in het omgevingsplan Buitengebied. De gemeente wil hier de natuurfunctie beschermen. Daarnaast zijn er de landelijke opgaven om het bosareaal uit te breiden (bossenstrategie) en het vergroten van de groen-blauwe dooradering. Ook zijn er de Weidevogelgebieden. Deze gebieden hebben als uitgangspunt dat zij verschillende flora en fauna beschermen, zodat deze niet verdwijnen. Nieuwe grootschalige functies worden in en nabij de natuurgebieden niet toegestaan, tenzij er toch voldaan wordt aan alle relevante wetgeving en geldende beleidsuitgangspunten. De door de gemeente aangewezen ecologische verbindingszones (Visie thema landschap en groen) zorgen voor verbindingen tussen natuurgebieden. Binnen de ecologische verbindingszone ligt de focus op het versterken van de biodiversiteit in de zones, waarbij ook rekening wordt gehouden met klimaatadaptatie.

Recreatieve druk en de bescherming van de natuurwaarden gaan niet altijd samen. Waar nodig zal de gemeente de recreatieve druk beperken om kwetsbare natuur de ruimte te geven, door middel van zoneringen. Verbinden en verweven van natuurgebieden in de recreatieve infrastructuur wordt door de gemeente ondersteund, daar waar kan en behoefte is. De gemeente wil de toegankelijkheid van de natuurgebieden optimaliseren waar dat mogelijk is, waarbij bezoekers ook daadwerkelijk de kwaliteiten van de natuurgebieden kunnen ervaren. Daarbij gaat het om zaken als het ervaren van rust en ruimte, geuren, echte duisternis en natuurgeluiden.

Verder willen we als gemeente proberen landbouw en natuurbehoud te verbinden door ons in te zetten voor natuur-inclusieve landbouw, waarbij meer balans wordt gezocht tussen economische rendabele landbouw en natuurbehoud en -verbetering.

1.3.5.1.2 Landschap en groen

"De gemeente werkt samen met inwoners en partners aan een aantrekkelijke, groene en herkenbare leefomgeving. We zetten in op het handhaven waar mogelijk en versterken van groenstructuren tot een duurzaam, samenhangend en daardoor herkenbaar raamwerk van groenelementen. Onze leefomgeving nodigt hierbij uit tot bewegen en er is ruimte voor ontmoeting, wat bijdraagt aan de gezondheid van veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. Samen met de inwoners en partners gaan we aan de slag met het vergroenen van openbare en particulieren ruimtes (meer groen, water en minder asfalt en stenen). We bevorderen biodiversiteit, zetten in op soortenbescherming en passen ons wijk- en gebiedsbeheer hierop aan. Binnen ons beleid hebben we aandacht voor klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress en door het toepassen van ruimtelijke adaptatie bij ontwikkelingen wordt de inrichting van onze leefomgeving aangepast op de effecten van klimaatverandering" (Strategische Visie 2022).

Bovenstaand citaat uit de Strategische visie onderstreept het cruciale belang van groen voor een leefomgeving die klaar is voor de toekomst. Groen vormt geen op zichzelf staand element, maar is integraal verbonden met de bredere benadering van de leefomgeving. Het openbaar groen speelt een essentiële rol in het streven naar een gezonde, duurzame en aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De waarde van groen is veelzijdig: het biedt een habitat voor planten en dieren, draagt bij aan natuurwaarden, is een krachtig middel tegen hittestress, reguleert wateroverlast en droogte, fungeert als toeristische trekpleister, is een drager van de gemeentelijke identiteit, en bevordert de gezondheid door bij te dragen aan schone lucht en mentaal welbevinden.

De ambities op het gebied van landschap en groen benadrukken het behoud en de versterking van bestaand groen en kenmerkende landschappen. Onze gemeente kent diverse landschapstypen en -elementen. Dit diverse karakter koesteren we en willen we voor de toekomst zichtbaar en beleefbaar houden. Er wordt daarnaast actief ingezet op het verder vergroenen van de kernen, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Deze ambities vinden aansluiting bij verschillende pijlers, waaronder biodiversiteit en natuurwaarde, klimaatadaptatie en duurzaamheid, economie, recreatie en toerisme, identiteit en beleving, en een vitale leefomgeving. Deze geïntegreerde aanpak vormt de basis voor een leefomgeving die niet alleen groen is maar ook veerkrachtig, duurzaam, en aantrekkelijk voor de huidige en toekomstige generaties.

De ambitie is om de totale oppervlakte aan openbaar groen minimaal gelijk te houden en bij voorkeur te vergroten. Dit gaat hand in hand met het versterken van de biodiversiteit en het creëren van een robuust groen-blauw netwerk met verbindingen op grote en kleine schaal. De groene trekpleisters blijven een blijvende bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het groen dat de toeristische trekpleisters met elkaar en met de centra verbindt, wordt versterkt. Op toeristisch belangrijke locaties is het openbaar groen van een hoger niveau dan het gemiddelde binnen de gemeente. 

1.3.5.2 Ambitie en strategie voor het thema natuur, landschap en groen

1.3.5.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar natuurlijke waarden op de volgende manieren, door

  • het diverse karakter van de verschillende landschapstypen te koesteren en voor de toekomst zichtbaar en beleefbaar te houden;

  • onze landschapselementen te behouden en te versterken;

  • het totale oppervlakte aan openbaar groen te behouden, waarbij de totale oppervlakte minimaal gelijk blijft en bij voorkeur toeneemt.

  • het belang van groen op het gebied van een goede luchtkwaliteit, het voorkomen van ziekten en plagen en het mentale welbevinden te erkennen; 

  • op toeristisch belangrijke plekken het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente te laten zijn; 

  • specifiek voor de oude wal van Rijssen de cultuurhistorie te waarborgen in het groen;

  • gemeentelijk groen in eigendom te houden en geen nieuwe ontwikkelingen met bebouwing toe te staan in gemeentelijk groen. Wel is het mogelijk om met grondruil het bestaande areaal te vergroten of robuuster te maken;

  • te zorgen dat recreatieve druk zo veel mogelijk verspreid wordt over de gemeente. Daar waar nodig gaan we het gesprek aan over recreatieve zoneringen.

1.3.5.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar natuurlijke waarden op de volgende manieren, door:

  • de natuurlijke waarden te gebruiken in het vermarkten van onze gemeente in de toeristische sector; 

  • inwoners de ruimte en mogelijkheid te bieden om te bewegen, ontspannen en recreëren;

  • de aantrekkelijkheid van haar gemeente in te zetten in het aantrekken van nieuwe inwoners en bedrijven.

1.3.5.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert kansen om de natuurlijke waarden te versterken, door:

  • het stimuleren van biodiversiteit door milieuvriendelijker bermbeheer;

  • de biodiversiteit te versterken en het creëren van een robuust groen-blauw netwerk met verbindingen op grote en kleine schaal; 

  • een klimaatadaptieve, duurzame en groene inrichting van de openbare ruimte die bestand is tegen het veranderende klimaat en zorgt voor minder hittestress;

  • het koesteren van de verschillende landschappen, landschapstypen en -elementen. Deze willen we behouden, beschermen en waar mogelijk versterken;

  • het bevorderen van de groene trekpleisters in onze gemeente, omdat ze blijvend bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de gemeente;

  • de relatie tussen bebouwde kom en het omliggende landschap te versterken en biodiversiteit te vergroten met gebiedskarakteristieke beplanting;

  • het vasthouden van water op de hoger gelegen gebieden van de kernen te vergroten; 

  • het groenareaal optimaal in te zetten voor waterberging en klimaatadaptatie, waarbij koppelkansen worden gezocht met biodiversiteit;

  • verhard oppervlak te vergroenen en optimaal in te zetten voor klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door het stimuleren van groene daken en gevels, het benutten van bermen bij het vasthouden regenwater;

  • openbaar groen ook voor natuurlijk spelen, aankleding van recreatieve routes, sport en spelen te gebruiken;

  • waar mogelijk de hoogwaardige groenstructuur uit te breiden en het groen oppervlak te vergroten;

  • stads- en dorpsranden groen in te kleden, om de overgang van kern naar buitengebied zo natuurlijk mogelijk te laten verlopen.

1.3.5.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten heeft een faciliterende rol, door:

  • samenwerking met verschillende partijen in de natuurgebieden te stimuleren;

  • samen met inwoners en bedrijven te werken aan een groener, biodiversere en klimaatadaptieve leefomgeving, waarbij middelen beschikbaar worden gesteld voor bijvoorbeeld: akkerranden, groen-blauwe diensten, operatie steenbreek en boomplantdag.

1.3.6 Thema Mobiliteit 
1.3.6.1 Kenmerken en opgaven

1.3.6.1.1 Kenmerken en opgaven

De gemeente Rijssen-Holten ligt in het hart van de driehoek gevormd door de stedelijke regio's Zwolle, Enschede-Hengelo en Deventer-Apeldoorn-Zutphen. De ligging van de A1 en de treinstations zorgen ervoor dat Rijssen en Holten in oostelijke en westelijke richting goed verbonden zijn met hun omgeving, met de grotere steden Deventer, Almelo, Hengelo en Enschede en met Randstad en Duitsland. We zien Rijssen-Holten hiermee als de verbindende schakel tussen stad en platteland.

Vanuit landelijke regelgeving worden gemeenten geconfronteerd met ruimtelijke uitdagingen. Denk hierbij aan de verduurzaming van mobiliteit, het verbeteren van verkeersveiligheid en het verlagen van maximumsnelheden. Als gemeente willen we aantrekkelijk blijven voor inwoners en ondernemers. We willen blijven ontwikkelen op het gebied van wonen en bedrijvigheid, wat hand in hand gaat met verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. 

Verkeersveiligheid 

Vanaf 1970 is er door overheden sterk ingezet op een verbetering van de verkeersveiligheid. Zo zijn er verplichte maatregelen voor voertuigen toegepast zoals gordels op achterbanken en airbags voor bestuurders en bijrijders. Door zowel maatregelen voor voertuigen als voor de infrastructuur te nemen is het aantal verkeersdoden door de jaren heen flink gedaald. Landelijke cijfers laten zien dat dit blijft steken boven de zeshonderd doden per jaar. 

Het aandeel betrokken fietsers bij verkeersongevallen is flink gestegen. Niet alleen ongevallen met andere voertuigen en andere fietsers, maar ook eenzijdige ongevallen onder 70-plussers is sterk toegenomen. De elektrische fiets biedt naast de bewegingsvrijheid van ouderen ook gevaren voor deze groep. De elektrische aandrijving leidt tot hogere snelheden, wat vooral binnen de bebouwde kom kan leiden tot verkeersonveiligheid.  

Als gemeente willen we dat mensen meer en vaker kiezen voor de fiets. Daarbij is het belangrijk dat we als gemeente beschikken over fietsvoorzieningen van hoge kwaliteit, welke afgezonderd zijn van rijbanen met minimale conflictpunten. Daarbij moet rekening gehouden worden met de directheid van fietsroutes en de snelheid die daarop gereden kan en mag worden. Ook voorrangssituaties tussen motorvoertuigen en fietsers moet goed afgewogen worden, waarbij de veiligheid van fietsers altijd bovenaan dient te staan. Het aannemen van dit standpunt, samen met het uitvoeren van de hoogwaardige fietsvoorzieningen draagt bij aan de verkeersveiligheid van fietsers. 

We borgen en verbeteren onze verkeersveiligheid door: 

  • Proactief en risico-gestuurd in te zetten op het verder terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers; 

  • Adequate maatregelen te nemen ten aanzien van harde cijfers en statistieken, zoals ongevallenstatistieken en snelheidsmetingen;

  • De rijsnelheden voor gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk te verlagen.

 

Bereikbaarheid

Bereikbaarheid is een belangrijke factor in de toegankelijkheid van essentiële voorzieningen zoals winkels en scholen, alsook voor de bevordering van economische groei. Het vergemakkelijkt de mobiliteit van werknemers, wat de werkgelegenheid stimuleert. Bovendien draagt goede bereikbaarheid bij aan sociale inclusie door ervoor te zorgen dat alle burgers gelijke kansen hebben om deel te nemen aan de samenleving. Daarnaast speelt het een belangrijke rol bij het verminderen van verkeerscongestie en luchtverontreiniging, waardoor de milieubelasting wordt verminderd.

We houden onze gemeente bereikbaar, waarbij: 

  • Inwoners, bedrijven en bezoekers beschikken over toegang tot betrouwbare verbindingen welke een voorspelbare reistijd hebben met minimale verstoringen; 

  • Inwoners, bedrijven en bezoekers veilig, makkelijk en voldoende snel van A naar B kunnen reizen; 

  • Mobiliteitsarmoede wordt bestreden zodat eenieder over de mogelijkheden en voorzieningen kan beschikken om zich vrij te kunnen verplaatsen.  

 

Leefbaarheid 

De mate van mobiliteit in een straat heeft een aanzienlijke invloed op de leefbaarheid. Factoren zoals de snelheid van het verkeer, het aantal passerende auto's en de hoeveelheid parkeerplaatsen bepalen in grote mate de ervaren veiligheid, rust en uitstraling van de straat. Deze aspecten dragen bij aan de identiteit van de straat en hebben een directe impact op de algehele verblijfs- en woonkwaliteit.

Onze visie op leefbaarheid in woonwijken draait om het creëren van aangename leefstraten waar bewoners zich thuis voelen en veilig kunnen leven. We streven naar verbeterde infrastructuur voor voetgangers en fietsers om de leefstraten groener, rustiger en socialer te maken. Duurzame mobiliteit staat centraal, waarbij we actief wandelen, fietsen en openbaar vervoer aanmoedigen en autoverkeer verminderen. Toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen blijven belangrijk. Leefstraten vormen het kloppende hart van de buurt, waar mensen verbonden zijn met elkaar en met hun omgeving. Door te investeren in een gezonde mix van mobiliteit, groen en sociale interactie, streven we naar een plek waar mensen graag wonen, werken en ontspannen.

Mobiliteitstransitie

De mobiliteitstransitie verwijst naar een verandering in hoe onze inwoners zich verplaatsen. Deze transitie is een reactie op diverse uitdagingen, waaronder klimaatverandering, congestie, luchtvervuiling en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Het doel van de mobiliteitstransitie is om het transportsysteem te transformeren naar een duurzamer, efficiënter en meer geïntegreerd systeem dat voldoet aan de behoeften van de samenleving, terwijl het de impact op het milieu vermindert.

Om bij te dragen aan de mobiliteitstransitie zetten we als gemeente in op de drie V's. Dit houdt in dat de volgende punten nodig zijn:

1) een vermindering van automobiliteit;

2) een verschuiving van de automobiliteit naar openbaar vervoer, fietsen en wandelen;

3) het verschonen van de resterende conventionele automobiliteit naar elektrische automobiliteit.

Daarnaast maken we gebruik van het STOMP-principe bij het opstellen van ons mobiliteitsbeleid en de inrichting van de fysieke leefomgeving. Dit principe staat voor het Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility-as-a-service (deelmobiliteit) en Personenauto. We houden hierbij rekening met het karakter en de schaal van onze gemeente, de verschillende kernen en deelgebieden. Dit principe geeft de prioritering van vervoerswijzen (modaliteiten) aan. Binnen deze visie is ervoor gekozen om per deelgebied een andere prioritering te geven aan deze modaliteiten. 

1.3.6.2 Ambitie en strategie voor het thema mobiliteit

1.3.6.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar weggebruikers door: 

  • veilige en directe looproutes en oversteekpunten te realiseren om onze kwetsbare verkeersdeelnemers te beschermen; 

  • toegankelijkheid voor mindervalide verkeersdeelnemers te borgen, met name in de centrumgebieden en woonwijken; 

  • fietsers als kwetsbare verkeersdeelnemer extra te beschermen; 

  • fietsers veilige fietsvoorzieningen te bieden langs gebiedsontsluitingswegen; 

  • deelmobiliteit in de toekomst te reguleren; 

  • het gebruik van de auto door onze inwoners positief te ontmoedigen; 

  • de personenauto een ondergeschikte plaats te geven binnen centrumgebieden en woonwijken; 

  • de interne verkeersuitwisseling van de auto te verminderen tussen woonwijken en centrumgebieden en tussen woonwijken en bedrijventerreinen; 

  • de externe autobereikbaarheid tussen andere gemeenten, de bedrijventerreinen en de centrumgebieden te borgen; 

  • bestaande en toekomstige woon- en werkgebieden op hoofdstructuur te ontsluiten op een toekomstbestendige manier; 

  • sluipverkeer in het buitengebied te weren / tegen te gaan; 

  • te blijven lobbyen bij hogere overheden om verkeersveiligheid op wegvakken buiten onze jurisdictie te verbeteren; 

  • de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer in schoolomgevingen te verminderen; 

  • de Dorpsstraat tussen rotonde Larenseweg en Kerstraat voor gemotoriseerd verkeer af te sluiten; 

  • het Zwartepad in te richten als voetgangerszone; 

  • de verkeersveiligheid op de Nijverdalseweg te verbeteren. 

1.3.6.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar infrastructuur door: 

  • de 3 V's samen met het STOMP-principe te gebruiken om deelgebieden in te richten; 

  • het voetgangersnetwerk te benutten en te versterken, met name in centrumgebieden en woonwijken; 

  • het fietsnetwerk beter te benutten; 

  • de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de personenauto in de centrumgebieden en woonwijken te borgen; 

  • de bestaande weginfrastructuur in te richten naar de geldende maximum snelheid;

  • bestemmings- en doorgaand verkeer zoveel mogelijk te geleiden over de hoofdinfrastructuur; 

  • onderzoek te doen naar de mogelijkheden om parkeren op eigen terrein in bestaande woonwijken mogelijk te maken; 

  • ondernemers op bedrijventerreinen te verplichten om voldoende parkeergelegenheden op eigen terrein te gaan regelen; 

  • de huidige Nota Parkeernormen te herzien.

1.3.6.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar infrastructuur door: 

  • proactief en risico-gestuurd in te zetten op het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers; 

  • adequate maatregelen te nemen ten aanzien van harde cijfers en statistieken, zoals ongevallenstatistieken en snelheidsmetingen; 

  • onze straten in te richten aan de hand van de multidimensionale ontwerpmethode waarbij we meer ruimte geven aan leefbaarheidsaspecten; 

  • als gemeente aansluiting te zoeken bij de provinciale ambitie om bovenregionale fietsverbindingen, samen met fietssnelwegen, te realiseren om intergemeentelijk fietsverkeer te bevorderen; 

  • een variantenstudie te doen naar een ongelijkvloerse fietsverbinding om de noord- en zuidzijde van het station Holten met elkaar te verbinden; 

  • zich in te zetten om openbaar vervoer binnen de gemeente te behouden en te bevorderen; 

  • actief samen te werken met RRReisFlex en Arriva voor verdere doorontwikkeling; 

  • ontwikkelingen op het gebied van Mobility-as-a-Service te volgen en te kijken bij andere gemeenten in de regio; 

  • alternatieve mobiliteitsvoorzieningen te bieden waarmee gestuurd wordt op een vermindering van het autobezit onder onze inwoners; 

  • alternatieve mobiliteitsvoorzieningen te bieden waarmee het buitengebied toegankelijker wordt voor andere modaliteiten; 

  • duurzame (stads)logistiek te stimuleren om een beter leefklimaat in bebouwde gebieden te realiseren; 

  • onderzoek te doen op welke wijze de frequentie van pakketbezorging in woonwijken kunnen verminderen (/ de efficiëntie te verbeteren); 

  • veilige en korte aanrijroutes voor bevoorrading te borgen en dit te bespreken met onze ondernemers; 

  • ons als gemeente in te zetten voor een robuust transportnetwerk tussen en van Rijssen en Holten over provinciale wegen en naar Rijkswegen; 

  • landelijk beleid omtrent GOW30 (gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u) te implementeren. Op basis hiervan herzien we het huidige hoofdwegennet en het onderliggend wegennet; 

  • de robuuste verbindingen van bedrijventerreinen met het hoofdwegennet en Rijkswegen te bevorderen; 

  • alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als gebiedsontsluitingswegen (GOW50) met verplaatsingsfunctie, in te richten als 50 km/uur wegen; 

  • alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als gebiedsontsluitingswegen (GOW30) met verplaatsingsfunctie, in te richten als 30 km/uur wegen; 

  • alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als erftoegangswegen (ETW30) met verblijfsfunctie, in te richten als 30 km/uur wegen; 

  • alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als erven met verblijfsfunctie, in te richten als 15 km/uur gebieden; 

  • in ieder geval tot en met 2030 aangesloten te blijven bij de regionale laadconcessie van Gelderland en Overijssel (GO-RAL); 

1.3.6.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert mobiliteit voor haar inwoners, bedrijven en bezoekers door: 

  • toegang te bieden tot betrouwbare verbindingen welke voorspelbare reistijd hebben met minimale verstoringen; 

  • veilig, makkelijk en voldoende snel van A naar B te kunnen laten reizen; 

  • lokale en regionale ontwikkelingen van deelmobiliteit binnen de gemeente te ondersteunen; 

  • onderzoek te doen naar de mogelijkheid om gemeentelijke voertuigen in te zetten als deelauto; 

  • te ondersteunen in de aanstaande mobiliteitstransitie; 

  • rondom mobiliteitsknooppunten binnen de kernen van Rijssen en Holten hubs te realiseren, met daarbij als doel om op de middellange termijn een netwerk van hubs te realiseren op strategische locaties binnen de gehele gemeente; 

  • parkeervoorzieningen voor de centrumgebieden in de nabije toekomst gratis en goed toegankelijk met de auto te houden; 

  • hoogwaardige parkeervoorzieningen te realiseren met meervoudige voorzieningen; 

  • meer fietsparkeervoorzieningen in centrumgebieden en rond openbare (mobiliteits)voorzieningen te realiseren; 

  • op strategische locaties openbare laadlocaties aan te wijzen door: 

    • aanvragen van inwoners in te willigen; 

    • proactief laadlocaties aanwijzen, op basis van: 

      • beschikbare laadgegevens (gebruiksintensiteit); 

      • gaten in het netwerk (dichtheid). 

1.3.7 Thema Recreatie en Toerisme
1.3.7.1 Kenmerken en opgaven

1.3.7.1.1 Recreatie en toerisme

Met de landschappelijke en natuurlijke rijkdom en status van het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug, is het niet verwonderlijk dat er sprake is van veel natuurrecreatie. Deze wordt gefaciliteerd met een uitgebreid routenetwerk voor fietsers, wandelaars, ruiters en mountainbikers.

Naast het landschap en de natuur zijn er ook andere toeristische trekpleisters. De Canadese Begraafplaats markeert niet alleen een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis, maar trekt ook veel bezoekers. Ook zorgen evenementen als de Triathlon Holten en de Ronde van Overijssel voor grote aanloop van buitenaf. 

Toeristen kunnen onderdak vinden in verschillende vakantieparken, campings en hotels. Holten biedt horeca en speciaalzaken en Rijssen is een prettige winkelomgeving en beschikt over cultuurhistorische bezienswaardigheden als de Pelmolen/Zomp, de Oosterhof, het Parkgebouw en het Leemspoor. Al met al zorgen de verschillende vormen van en mogelijkheden tot verblijfsrecreatie ervoor dat het gebied interessant is voor (dag)recreanten en toeristen.

De toeristische sector blijft landelijk en regionaal groeien. Met onze goede bereikbaarheid en landschappelijke rijkdom hebben we daarbij alle troeven in handen om een recreatief aantrekkelijke gemeente te zijn en te blijven. Er is ruimte voor kwaliteitsverbetering, vitalisering, diversificatie en uitbreiding van het recreatieve aanbod. Op dit moment zijn er zowel positieve als negatieve ontwikkelingen in het aanbod van verblijfsrecreatie. Daarnaast willen we het aanbod aan (slechtweer-) voorzieningen uitbreiden.

De aantrekkingskracht van Rijssen-Holten houdt niet op bij de gemeentegrens. Bij het vermarkten van Rijssen-Holten zijn we onderdeel van Salland Marketing en Twente Marketing. De lokale toeristische informatie wordt verzorgd door Toerisme Rijssen-Holten. 

Duurzaamheid is een breed begrip en moet in het kader van recreatie en toerisme gezien worden vanuit een goede balans tussen ecologie en economie. Natuur moet je beleven, maar als het te druk is dan gaat dat ten koste van de natuur en van de recreatiebeleving. Het zoneren van natuur en recreatie om de recreatiedruk te spreiden kan hierbij helpen. Daarnaast zien we duurzame recreatie als vergroening van de sector. Stimuleren van duurzaam (recreatief) vervoer en minder auto's in de kwetsbare natuurgebieden zijn hier voorbeelden van.

1.3.7.2 Ambitie en strategie voor het thema recreatie en toerisme

1.3.7.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar recreatief potentieel door:

  • het beschermen van de natuur door zoneringen aan te brengen, zodat de natuur ook in de toekomst een kernwaarde blijft;

  • geen toevoegingen van nieuwe permanente verblijfsrecreatie binnen natuurlandschap.

1.3.7.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar recreatief potentieel door:

  • het versterken van bestaande routestructuren, waaronder het realiseren van een aantal nieuwe startpunten;

  • het verbeteren van de kwaliteit en vitaliteit van de bestaande (verblijfs)recreatie en vakantieparken, naar duurzame hoogwaardige en toekomstbestendige (verblijfs)recreatie.

1.3.7.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar recreatief potentieel door:

  • de toegankelijkheid van routes vergroten, zodat iedereen de kans krijgt om van de natuur te genieten;

  • seizoensverlenging te stimuleren, bijvoorbeeld door het realiseren van dagrecreatieve slechtweervoorzieningen;

  • de interactie tussen het dorp Holten en de Holterberg te stimuleren en vergroten;

  • recreatie als nevenactiviteit bij agrarische bedrijven te stimuleren;

  • het toevoegen van innovatieve duurzame kwalitatief hoogwaardige (verblijfs)recreatie bij bijvoorbeeld vrijkomende agrarische bebouwing.

1.3.7.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert haar recreatief potentieel door middel van:

  • regionale samenwerking het gebied beter op de kaart te zetten en te houden (naamsbekendheid eer aan doen). 

1.3.8 Thema Economie
1.3.8.1 Kenmerken en opgaven

1.3.8.1.1 Economie

Rijssen-Holten is ondernemend! Het ondernemerschap dat de volksaard kenmerkt, komt tot uiting in het sterk ontwikkelde midden- en kleinbedrijf en de relatief grote hoeveelheid werkgelegenheid in de gemeente. Rijssen profileert zich als stad van de bouw, de metaalindustrie en de transportsector. In Holten drukken bedrijven in transport en de metaalindustrie hun stempel, maar Holten staat toch vooral bekend om het toerisme. Enkele lokale bedrijven zijn uitgegroeid tot grote landelijke spelers en zijn internationaal actief. De lokale economie presteert hierbij goed en het bedrijfsleven werkt goed samen, iets wat tot uiting komt in de unieke praktijkopleidingen die in Rijssen worden aangeboden. 

Belangrijke trends voor de lokale economie zijn het toenemende belang van innovatie en verduurzaming door bedrijven, en daarmee het belang van goed geschoold personeel. Vergrijzing is een bedreiging voor de arbeidsmarkt, maar biedt met de groeiende senioreneconomie ook kansen. Voor bedrijven is er op dit moment in Rijssen maar beperkt ruimte voor uitbreiding. De verdere opmars van online winkelen drukt op het functioneren van de winkelgebieden in de gemeente. Tot slot groeit het belang van strategische samenwerking tussen ondernemers, overheid en onderwijs en de strategische samenwerking tussen gemeenten op regionaal niveau.

Als gemeente gaan we voor een MKB-vriendelijk klimaat, met ruimte voor ondernemerschap en aandacht voor duurzaam ondernemen. We dragen ons ondernemerschap actief uit. We zetten in op circulair ondernemerschap, besparing van energie, circulair bouwen en hebben een focus op een duurzame vervoersbranche. Daarnaast hebben we aandacht voor klimaatadaptatie en de energietransitie. Met andere woorden we zoeken naar een balans tussen economische groei en leefomgeving. Hierbij maken we gebruik van onze eigen sociale kracht om onze ambities samen met ons bedrijfsleven in de praktijk te brengen.

Een levendig en aantrekkelijk centrum is van groot belang voor onze inwoners en is een visitekaartje voor bezoekers van buitenaf. Als gemeente Rijssen-Holten willen we compacte en levendige centra en een goed vestigingsklimaat, waarbij we leegstand tegen proberen te gaan.

Onze bedrijventerreinen zijn de plekken waar ondernemers elkaar ontmoeten, banen worden gecreëerd en werknemers de hele dag werken. Het is de verwachting dat de bedrijventerreinen in Rijssen en Holten de komende jaren groeien met minimaal 15 ha tot maximaal 33 ha. Naast de in gang gezette uitbreidingen is het ook van belang om aan de slag te gaan met herstructurering van het bestaande bedrijventerrein, om tegemoet te komen aan veranderende behoeftes van bedrijven. De gemeente Rijssen-Holten wil toekomstbestendige, vitale en economisch sterke bedrijventerreinen waar ondernemen en een gezonde leefomgeving samengaan met duurzaamheid als leidend principe. Als gemeente sturen we hierbij actief op functies op een passende plek. Samen met ondernemers bekijken we hoe we op bestaande terreinen creatief ruimte en banen kunnen creëren.

In het buitengebied is de landbouwsector een belangrijke economische drager. Hier ligt een uitdaging door de huidige stikstofproblematiek. De huidige landbouw zal op veel plekken een transitie door gaan maken; extensivering, kringlooplandbouw en natuur inclusieve landbouw. Voor ons als gemeente is het belangrijk in gesprek te blijven met onze agrariërs over deze transitie. Daarbij is een gebiedsgerichte aanpak, in samenwerking met de Provincie, met (economisch) perspectief en maatwerk van belang. Ook voor agrariërs die stoppen is het belangrijk hen waar mogelijk te ondersteunen naar een andere plek op de arbeidsmarkt. Ondanks deze ontwikkelingen zal de landbouw de grootste sector blijven als het gaat om het grondgebruik van het buitengebied. Daarnaast zal meer ruimte ontstaan voor andere bedrijvigheid in de vrijkomende agrarische bebouwing (vab's). Recreatie als nevenfunctie in het buitengebied zal een belangrijke rol blijven spelen. Hierbij is het van belang om in gebieden de juiste economische balans van (neven)functies te vinden. Hiervoor is maatwerk nodig, waarbij het bestaande erf de basis voor nieuwe (economische) ontwikkelingen.

1.3.8.2 Ambitie en strategie voor het thema economie

1.3.8.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar economische belangen door:

  • de bedrijven zich op de juiste en passende plek te laten vestigen;

  • in het buitengebied gebieden aan te wijzen waar de agrarische sector het primaat heeft en door gebieden aan te wijzen waar ruimte is voor de natuur en de recreatieve sector.

1.3.8.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar economische belangen door:

  • bestaande bedrijventerreinen te herstructureren, om tegemoet te komen aan de veranderende ruimtevraag van bedrijven;

  • het opnieuw bezien van de milieuzonering op bedrijventerreinen (Milieuzonering nieuwe stijl), omdat dit kansen biedt voor het creëren van een gezondere en veiligere leefomgeving en bedrijven ruimte geeft om de best beschikbare technieken toe te passen.

1.3.8.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar economische belangen door:

  • actief ondernemerschap aan te jagen;

  • te streven naar een MKB-vriendelijk klimaat;

  • ontwikkelingen die bijdragen aan een levendig compact centrum te stimuleren;

  • de eigen identiteit en representativiteit van de verschillende bedrijventerreinen te verstevigen;

  • het inzetten op het verduurzamen van bedrijfsgebouwen en -processen;

  • de transitie van intensieve grondgebonden landbouw naar extensieve kringlooplandbouw of natuurinclusieve landbouw te bevorderen;

  • bedrijvigheid onder voorwaarden in vrijkomende agrarische bebouwing toe te staan.

1.3.8.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert haar ondernemers door:

  • te zoeken naar mogelijkheden voor samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen overheid en het bedrijfsleven;

  • het samen met ondernemers zoeken naar oplossingen voor de parkeerdruk. 

1.3.9 Thema Wonen
1.3.9.1 Kenmerken en opgaven

1.3.9.1.1 Wonen

De woonomgeving van Rijssen-Holten wordt gevormd door de stad Rijssen (circa 28.000 inwoners), het dorp Holten (circa 6.600 inwoners) en het buitengebied met acht buurtschappen waarin totaal zo'n 3.250 mensen wonen.

Hoewel Rijssen-Holten meer inwoners heeft dan alle omliggende plattelandsgemeenten, staan er minder woningen. De gemiddelde woonbezetting is dankzij de grote gezinnen hoog. Kijken we naar de woningvoorraad, dan is deze relatief eenzijdig. In de gemeente staan vooral eengezinswoningen en koopwoningen. Het aantal appartementen en huurwoningen is beperkt. Ook het aandeel sociale huur is lager dan gemiddeld in Nederland. Per jaar verhuizen er gemiddeld zo'n 1.000 huishoudens, waarvan zo'n drie op de vijf huishoudens verhuist binnen de eigen gemeente. Ouderen blijven het liefst zo lang mogelijk wonen in de huidige woning.

Een regionale samenwerking is van belang bij de aanpak van de woonopgaven. Hierbij bouwen we in beginsel voor eigen behoefte, maar zijn ook bereid om een steentje bij te dragen aan het oplossen van de landelijke woningnood. Concreet betekent dit dat we in Rijssen-Holten tot 2030, 1800 nieuwe woningen willen bouwen. Daarnaast hebben we de ambitie dat elke woning en woonlocatie 'raak' moet zijn en dat wonen voor iedereen beschikbaar moet zijn.

De wijzigende bevolkings- en huishoudsamenstelling en de energietransitie maken het noodzakelijk de bestaande woningvoorraad in kwalitatieve zin te transformeren. Bij deze transformatie hoort het aanzienlijk reduceren van de CO2-uitstoot van woningen (isolatie, gasloos, zonnepanelen, gebruik van geothermie, warmtepompen e.d.) wat een aanzienlijke opgave is. Daarnaast ligt er een opgave om de bestaande woningvoorraad meer levensloopbestendig te maken en invulling te geven aan de stijgende vraag naar meer differentiatie in (alternatieve en innovatieve) woonvormen, hierbij kan circulariteit ook een belangrijke rol spelen.

Actueel is het gebrek aan beschikbaarheid van betaalbare woningen vooral voor jongeren. Op dit moment is er door de hoge bouwkosten nauwelijks een passende woning voor deze doelgroep beschikbaar. Naast jongeren zijn er andere doelgroepen waarvoor passende huisvesting noodzakelijk is. Het gaat hierbij om doelgroepen als mensen met een laag inkomen, zorgdoelgroepen en statushouders. Daarnaast blijft er, met name in Rijssen, behoefte aan zelfbouwlocaties. Wel zien we dat de financiering van deze zelfbouwlocaties steeds lastiger wordt.

1.3.9.2 Ambitie en strategie voor het thema wonen

1.3.9.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar woningvoorraad door:

  • eisen te stellen aan een goed woon- en leefklimaat;

  • woningen te bouwen voor eigen behoefte;

  • bij het bouwen van nieuwe woningen rekening te houden met de verschillende doelgroepen (sociale huur, sociale koop, reguliere koop).

1.3.9.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut kansen om haar woningvoorraad te verbeteren door:

  • de initiatieven voor het toevoegen van woningen door middel van inbreidingen mogelijk te maken waar dat kan.

1.3.9.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar woningvoorraad door:

  • tot 2030 1800 woningen bij te bouwen op verschillende locaties in de gemeente; 

  • de duurzaamheid van de bestaande woningen te vergroten;

  • differentiatie in woningen te stimuleren;

  • specifiek te bouwen voor doelgroepen;

  • het bouwen van flexwoningen, zodat er op korte termijn woningen beschikbaar komen.

1.3.9.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert in de zoektocht naar een goede woningvoorraad door:

  • samen te werken met organisaties en partijen die bijdragen aan diversiteit in de woningvoorraad, zoals woningcoöperaties;

  • inwoners te informeren over het verduurzamen van hun woning. 

1.1 Inleiding

1.1.1 Een visie op de leefomgeving voor de lange termijn

Met de omgevingsvisie Rijssen-Holten geven we een toekomstbeeld waarmee we laten zien hoe onze gemeente er over tien jaar uit kan zien en waar onze doelen en ambities liggen. Dit toekomstbeeld gaat over de fysieke leefomgeving: alles wat we buiten zien en nodig hebben om te kunnen leven, wonen, werken en ontspannen. Zowel binnen de kernen als in ons buitengebied.

Met de omgevingsvisie geven we richting, sturing en duidelijkheid over de wijze waarop we Rijssen-Holten willen ontwikkelen, zowel voor onze inwoners als voor onze partners waarmee we samen optrekken en investeren in een toekomstbestendig Rijssen-Holten. We zoeken hierbij een balans tussen het beschermen en benutten van onze leefomgeving en geven richting over de wijze waarop we ontwikkelingen kunnen en willen bevorderen en faciliteren. We maken ruimte voor dat wat we belangrijk vinden en zetten in op behoud van dat we koesteren. Zo werken we samen aan een toekomstbestendig Rijssen-Holten voor de generaties van nu en in de toekomst.

Beschermen, bevorderen en faciliteren zijn drie perspectieven op een gezonde leefomgeving van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het model van het PBL laat zien dat de drie verschillende perspectieven elkaar raken en overlappen, zo hebben het fysieke en sociale domein elkaar nodig om doelen te bereiken. Wij hebben benutten als vierde perspectief toegevoegd, omdat wij dit perspectief vonden ontbreken. Elk perspectief zegt iets over de rol die wij als gemeente innemen. Hieronder worden de perspectieven toegelicht:

1. Het beschermen gaat over het zorgen dat de schade aan de leefomgeving zo laag mogelijk is. Dit betreft bijvoorbeeld normeringen of milieuzoneringen die bepalend zijn in de planontwikkeling. Wanneer wij als gemeente ruimtelijk gezien iets willen of moeten beschermen, nemen wij daarvoor regels op in het omgevingsplan. Op basis van deze regels kunnen we als gemeente handhaven als dat nodig is.

2. Het benutten gaat over het gebruiken van de kwaliteiten en kansen die de leefomgeving biedt. Het is daarbij belangrijk dat de activiteiten die plaatsvinden geen significante negatieve effecten hebben op de leefomgeving. Als gemeente stellen we in het omgevingsplan welke activiteiten zijn toegestaan of onder voorwaarden kunnen worden toegestaan.

3. Het bevorderen gaat over het actief stimuleren van verbetering van de leefomgeving. Bijvoorbeeld ervoor zorgen dat gezond gedrag een makkelijke keuze is in de leefomgeving. Hierbij werken we als gemeente actief samen met inwoners en gebruikers.

4. Het faciliteren gaat over het nemen van eigen initiatief en verantwoordelijkheid van inwoners: de zelf- en samenredzaamheid. De gemeente heeft hierbij slechts een ondersteunende rol en kan randvoorwaarden stellen.

 

1.1.2 Leeswijzer

In deel 1 van de omgevingsvisie Rijssen-Holten wordt het overkoepelende beeld voor de gehele gemeente geschetst. Dit gedeelte bevat de inleiding, de relatie met het landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid, en de kenmerken, opgaven, strategie en ambities per thema voor de gehele gemeente.

In deel 2 van de omgevingsvisie Rijssen-Holten worden beleidsuitgangspunten per thema vertaald naar de kaart. Hierin komen de verschillende deelgebieden die onze gemeente kent: de centra, de woonwijken, het bedrijventerrein en het buitengebied tot uiting. De thema's waar we op in gaan zijn: leefbaarheid en omgeving; milieu en gezondheid; klimaat en energie; bodem en water; natuur, landschap en groen; mobiliteit; recreatie en toerisme; economie en wonen. 

1.1.3 Aanpak omgevingsvisie

Aanleiding

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en zorgt voor een nieuw stelsel van regels voor de gehele fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft als doel dat alle thema's binnen de fysieke leefomgeving integraal worden opgepakt en afgestemd. De wet heeft daarnaast als doel de regels voor de ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving eenvoudiger en inzichtelijker te maken. De Omgevingswet biedt zes kerninstrumenten om overheidsinstanties hierbij te helpen. De omgevingsvisie is één van deze kerninstrumenten. De Omgevingswet stelt dat gemeenten een omgevingsvisie op moeten stellen net als de provincie en het Rijk.

De gemeente Rijssen-Holten heeft de verplichting tot het opstellen van een omgevingsvisie vooral aangegrepen als kans. We zien het als kans om vanuit onze unieke positie in de regio te kijken naar wie wij zijn als gemeente, welke ambities we hebben en welke beleidsuitgangspunten hierbij horen. Daarnaast zien we het als gemeente als uitdaging om op een andere manier aan onze beleidsvoorbereiding, beleidsdoorwerking, monitoring en evaluatie te werken. Hierbij zetten we in op inwonersparticipatie en een integrale benadering, waarbij naast fysieke ook sociale belangen afgewogen worden.

Aanpak omgevingsvisie

Het proces om te komen tot de omgevingsvisie Rijssen-Holten bestaat uit twee hoofdstappen.

Stap 1 Omgevingsagenda Rijssen-Holten:

De eerste stap voor de omgevingsvisie Rijssen-Holten is gezet bij het maken van 'De Foto van Nu' (maart 2019). 'De Foto van Nu' heeft inzicht gegeven in een gedeeld beeld van het profiel van Rijssen-Holten, onze karakteristieken, kwaliteiten en de positie die wij in de regio hebben. Vanuit 'De Foto van Nu' zijn perspectieven en kernopgaven vastgesteld (juni 2019). Vervolgens zijn deze kernopgaven verder uitgewerkt en is een aanpak geformuleerd om te komen tot een gemeentebrede omgevingsvisie Rijssen-Holten. Hierbij komen de ambitie, opgaven en de aanpak op het terrein van de fysieke leefomgeving samen in de Omgevingsagenda Rijssen-Holten. Deze Omgevingsagenda is de basis voor stap 2: de omgevingsvisie Rijssen-Holten.

Stap 2 omgevingsvisie Rijssen-Holten:

De aanpak om te komen tot een omgevingsvisie Rijssen-Holten is vastgesteld in de Omgevingsagenda Rijssen-Holten. Het opstellen van een omgevingsvisie voor de gehele gemeente werd hierbij als een te grote stap in één keer gezien. Daarom is gekozen voor een gefaseerde en gebiedsgerichte aanpak.

Gebiedsgerichte aanpak

Met een gebiedsgerichte aanpak proberen we zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de 'werkelijke leefwereld' van onze inwoners. Daarbij worden de gebiedspartners betrokken (zie 1.1.6 Participatie). Binnen de gebiedsgerichte aanpak wordt de gemeentebrede omgevingsvisie stap voor stap opgebouwd aan de hand van vier verschillende deelgebieden: buitengebied, bedrijventerreinen, centra en wijken.

In hoofdstuk 2 van de omgevingsvisie is de gebiedsgerichte uitwerking van de deelgebieden te vinden. Dit deel wordt gekoppeld aan de kaart, om zo inwoners ook gebiedsgericht de visie te laten zien. Wanneer je als inwoner op een locatie klinkt zullen alle relevante visieteksten voor die locatie getoond worden.

Thema's omgevingsvisie

De omgevingsvisie is opgebouwd vanuit thema's die de fysieke leefomgeving raken. Binnen de verschillende deelgebieden worden dezelfde thema's besproken, waarbij per thema bekeken wordt in welke mate er beschermd, benut, bevorderd of gefaciliteerd moet worden.

Actualisering van de omgevingsvisie Rijssen-Holten

De omgevingsvisie Rijssen-Holten wordt geen statisch document. Na vaststelling is het een kwestie van actualiseren en bijstellen waar nodig. Dat kan gebiedsgericht, maar ook thematisch. In de tijd zal de omgevingsvisie Rijssen-Holten zich verder ontwikkelen op basis van nieuwe trends, ontwikkelingen en opgaven binnen de gemeente.

Beleidscyclus Omgevingswet
afbeelding binnen de regelingAan de slag met de Omgevingswet

 

1.1.4 Relatie landelijk, provinciaal en lokaal beleid
1.1.4.1 Wettelijke kaders omgevingsvisie

Wij zijn als gemeente niet de enige overheid die een omgevingsvisie opstelt. Het Rijk heeft een nationale omgevingsvisie (NOVI) opgesteld en ook de provincie Overijssel is druk bezig met het opstellen van een provinciale omgevingsvisie (POVI). Het fundament voor deze laatste visie is in juni 2022 door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Bij de verdere uitwerking van de nieuwe provinciale omgevingsvisie zullen wij als gemeente betrokken blijven en deze spiegelen aan onze gemeentelijke omgevingsvisie. Daarnaast hebben we te maken met wettelijke kaders waaraan onze gemeentelijke omgevingsvisie moet voldoen. De omgevingsvisie moet rekening worden houden met/moet het volgende bevatten:

  • a.

    een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (wat is er en wat is de kwaliteit daarvan);

  • b.

    de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied (wat gebeurt er/gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied);

  • c.

    de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid (wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt);

  • d.

    de milieubeginselen: 

    • 1.

      het voorzorgsbeginsel en hoe dat vormgegeven wordt;

    • 2.

      het beginsel van preventief handelen en hoe dat vormgegeven wordt;

    • 3.

      het beginsel dat milieuaantastingen bij voorkeur aan de bron dienen te worden bestreden;

    • 4.

      het beginsel dat de vervuiler betaalt.

1.1.4.2 Relatie landelijk beleid

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Nederland staat voor grote ruimtelijke uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De NOVI zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten:

1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie:

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2. Duurzaam economisch groeipotentieel:

Nederland werkt naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede kwaliteit van leven. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3. Sterke en gezonde steden en regio's:

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stellen en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.

4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied:

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, zijn ongewenst en worden tegengegaan.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiervoor worden drie afwegingsprincipes gebruikt:1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Landelijk Gebied

Het landelijk gebied zal flink moeten veranderen. We willen de kwaliteit van onze natuur verbeteren, ons watersysteem robuuster en gezonder maken en op weg naar een klimaatneutraal landelijk gebied. De natuur kan niet langer wachten en op meerdere vlakken zullen grote stappen moeten worden gezet, niet in de laatste plaats op het terrein van de overbelasting aan stikstofdepositie. Een forse inzet op natuurherstel en -behoud is ook nodig om zo ruimte te creëren voor duurzame, economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast geldt dat Nederland zich op meerdere terreinen Europees en internationaal verplicht heeft aan diverse natuur-, water- en klimaatdoelstellingen. 

1. Natuur: 

Voor de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) hebben de verplichtingen betrekking op de instandhouding van Europees beschermde soorten en habitats binnen Natura 2000-gebieden, maar ook daarbuiten. Op dit moment vormt de overbelasting van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden een grote belemmering om te voldoen aan de verplichtingen van de VHR, met alle gevolgen van dien. Het realiseren van de wettelijke stikstofdoelstellingen, ofwel het terugbrengen van overmatige depositie/emissie, van groot belang.

2. Water: 

Vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Nitraatrichtlijn en de EU Grondwaterrichtlijn wordt de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater bepaald. In 2027 moeten de benodigde KRW-maatregelen genomen zijn.

3. Klimaat: 

De internationale klimaatafspraken, de Europese klimaatwetgeving, de nationale Klimaatwet en het Klimaatakkoord landbouw en landgebruik (terugdringen broeikasgassen door landbouw en landgebruik) bepalen de opgave voor landbouw en landgebruik: veeteelt, glastuinbouw, veenweide, landbouwbodems en bomen, bossen en natuur. Met het coalitieakkoord is het nationale reductiedoel in de Klimaatwet aangescherpt. Hier zijn indicatieve emissiedoelen voor 2030 van afgeleid voor de verschillende sectoren. Op basis van de ramingen in de Klimaat- en Energieverkenning 2022 worden definitieve restemissiedoelen 2030 voor alle sectoren, en dus ook voor de landbouw en voor het landgebruik, vastgesteld. De hiervoor benodigde broeikasgasreductie zal voor een belangrijk deel gerealiseerd moeten worden met de integrale aanpak in het landelijk gebied. In het coalitieakkoord is een indicatieve broeikasgasreductie van 5 megaton gekoppeld aan deze aanpak. De klimaatopgave voor de glastuinbouw maakt overigens geen onderdeel uit van de integrale aanpak in het landelijk gebied.

Ladder voor duurzame verstedelijking

Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig ruimtegebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijk ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wordt een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk gemaakt, dan moet gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk is.

Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49 % ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Mocht een aangescherpte doelstelling in de EU niet haalbaar blijken, dan zal Nederland ernaar streven om met gelijkgestemde Noordwest-Europese landen tot ambitieuzere afspraken te komen dan de door de EU toegewezen landenallocatie. Omdat de uitkomst van de internationale gesprekken nog niet vaststaat, kan de uiteindelijke doelstelling voor 2030 afwijken van de 49% waar het kabinet nu van uitgaat. Een betekenisvolle stap is gezet in de Europese Raad van 20 juni 2019, waarbij een grote meerderheid van de lidstaten klimaatneutraliteit voor 2050 heeft omarmd.

Het centrale doel van het Klimaatakkoord, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, raakt aan het leven van alledag. De transitie is in de eerste plaats een maatschappelijke transitie. Burgers en bedrijven staan voor een reeks beslissingen die van invloed zijn op hoe we wonen, ons verplaatsen, wat we eten, de producten die we kopen, hoe we ons geld verdienen. Het zijn niet altijd gemakkelijke keuzes, waarbij burgers en bedrijven bovendien op elkaar en op de overheid zijn aangewezen. Een bundeling van daadkracht, investeringen, kennis en kunde is nodig.

Sinds februari 2018 hebben daarom meer dan 100 partijen gewerkt aan een samenhangend pakket aan voorstellen waarmee het CO2-reductiedoel in 2030 gerealiseerd kan worden. Het eindresultaat is het voorliggende Klimaatakkoord. Dit Klimaatakkoord is zodoende een pakket aan maatregelen met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak, dat de actieve steun heeft van zoveel mogelijk bijdragende partijen en waarmee het politieke reductiedoel van 49% in 2030 wordt gerealiseerd. Per sector zijn de volgende afspraken gemaakt:

1. Elektriciteit: In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas door schone stroom. Gebouwen gaan van het gas af en zullen meer stroom nodig hebben voor verwarmen en koken. Omdat de stroomvoorziening meer afhankelijk wordt van het grillige weer zijn veel maatregelen nodig om de levering betrouwbaar te houden.

2. Gebouwde omgeving: In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Er moet flink wat gebeuren. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Dat gaat wijk voor wijk, maar wel in een steeds hoger tempo. Bewoners worden daarbij betrokken. Het is de bedoeling dat de investering in verduurzaming betaald kan worden uit de opbrengst van een lagere energierekening. 

3. Industrie: In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas. De grondstoffen komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte gebruikt de industrie zelf of levert die aan de tuinbouw of gebouwen en woningen. De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie. In 2030 moet de industrie al flink minder CO2 uitstoten. Dat is een tussenstap op weg naar volledige duurzaamheid. Veel van de nieuwe manieren van produceren staat nog in de kinderschoenen en is nog te duur. Bedrijven investeren zelf in deze vernieuwing. Er is ook subsidie om de ontwikkeling op gang te krijgen. Op die manier kan de industrie uitgroeien tot de meest CO2-efficiënte industrie in Europa, en wel op een manier die de internationale concurrentiepositie niet in gevaar brengt.

4. Landbouw en landgebruik: In 2050 moet de landbouw en het landgebruik klimaatneutraal zijn. Een ingewikkelde uitdaging, omdat een deel van de uitstoot van broeikasgas niet te vermijden is. Koeien produceren methaan (CH4) en uit kunstmest komt lachgas (N2O) vrij, beide zijn broeikasgassen. Anderzijds legt de sector ook CO2 vast: in de bomen, de bodem en het gras. Dat draagt weer bij aan de reductiedoelstelling. Het klimaatbeleid staat ook niet op zichzelf, maar is onderdeel van de noodzakelijke verduurzaming van onze voedselproductie en -consumptie. Er is dan ook zo veel mogelijk synergie gezocht met andere doelen, zoals beschreven in de visie Landbouw, Natuur en Voedsel ‘Waardevol en verbonden’. Voor ondernemers is dit van groot belang, omdat de verschillende maatregelen samenkomen op het boerenerf. Een integrale aanpak maakt de slagingskans groter.

5. Mobiliteit: Mobiliteit in 2050 is emissieloos en van hoge kwaliteit. Nog niet alle oplossingen zijn voorhanden, bijvoorbeeld voor het vrachtvervoer. Toch moet het wel schoner, slimmer en dus anders. Hierover zijn tientallen afspraken gemaakt tussen betrokken partijen en de overheid. Die zorgen dat er voor 2030 structurele veranderingen in gang worden gezet. Elektrisch rijden is daarbij belangrijk. 

1.1.4.3 Relatie provinciaal beleid

Omgevingsvisie en omgevingsverordening Overijssel

In 2030 ziet Overijssel er anders uit dan nu. En in 2050 zal er weer van alles veranderd zijn. De provincie Overijssel heeft samen met experts, boegbeelden, bewoners, studenten, het Rijk, gemeenten en waterschappen de toekomst verkend. De conclusie: het is niet te voorspellen hoe Overijssel er in 2030 precies uitziet, laat staan in 2050. Wel is bekend wat van waarde is in Overijssel en waar opgaven en kansen liggen om de provincie leefbaar en vitaal te houden. Kortom, het is bekend waarvoor ruimte gemaakt en behouden moet worden.

De omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in de Omgevingswet. In de omgevingsvisie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang bekeken voor een duurzame ontwikkeling van Overijssel. Ontwikkeling die nodig is om Overijssel toekomstbestendig te houden.

De hoofdambitie van de provincie is om een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi en vitaal landschap (ruimtelijke kwaliteit). De centrale kwaliteitsambitie hierbij is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn (sociale kwaliteit) met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden (duurzaamheid). Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Duurzaamheid wil de provincie realiseren door een transparante en evenwichtige afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door naast bescherming in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zet de provincie Overijssel in op de sociale kwaliteit. Dit gaat over welzijn of 'goed voelen' van de mens. Daarbij spelen zaken als gezondheid en vitaliteit een belangrijke rol, maar ook arbeidsparticipatie (mede in relatie tot onderwijs), sociale uitsluiting en armoede. In de omgevingsvisie ligt de focus ten aanzien van sociale kwaliteit op het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

De omgevingsverordening is een uitvoeringsinstrument van de omgevingsvisie. In de omgevingsverordening zijn onderwerpen juridisch geborgd waar de provincie belang aan hecht. Er wordt dus niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in de omgevingsvisie is verwoord. De verordening voorziet ten opzichte van de omgevingsvisie niet in nieuw beleid.

Op weg naar een nieuwe omgevingsvisie Overijssel

Op dit moment is de provincie Overijssel bezig met het vernieuwen van het beleid voor de leefomgeving in Overijssel. In het beleid komen belangrijke thema's aan de orde, zoals klimaatverandering, energie, wonen, werken, natuur, landbouw, duurzaamheid, mobiliteit en gezondheid. Gedeputeerde Staten hebben hierbij de keuze gemaakt voor het perspectief 'Zelfbewust Overijssel'. Op basis van dit perspectief zijn beleidsvoorstellen uitgewerkt vanuit vier leidende principes:

  • Water en bodem als basis (uitgaan van het natuurlijke systeem);

  • Zuinig en meervoudig ruimtegebruik (het combineren van functies op één plek);

  • Krachtige en complementaire DUS-regio's (dit zijn grotere en kleinere steden en dorpen waar dagelijks gewoond, gewerkt en geleefd wordt, die liggen in regio's die elkaar aanvullen en versterken);

  • Voortbouwen op sterke netwerken.



Daarnaast zijn in de beleidsvoorstellen vier belangrijke waarden voor het provinciale Omgevingsbeleid meegenomen, ofwel rode draden: sociale kwaliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Samen vormen de leidende principes en de rode draden het fundament van de omgevingsvisie Overijssel.

1.1.4.4 Relatie lokaal beleid

Strategische visie Rijssen-Holten

In 2030 ziet de gemeente Rijssen-Holten er anders uit dan nu. Hoe anders, dat is lastig te zeggen, maar met de strategische visie wordt richting gegeven aan deze ontwikkeling. De ontwikkeling zoals opgeschreven in de strategische visie is gebaseerd op drie pijlers:

  • Pijler 1: Eigen identiteit 

    De kernen van Rijssen-Holten hebben een eigen identiteit. Door die te erkennen, te koesteren en te versterken krijgt onze gemeente meer uitstraling naar buiten. De kern Rijssen en de kern Holten met zijn buurtschappen hebben elk eigen sterke punten. Die ondersteunen we en stimuleren we.

  • Pijler 2: Ondernemend Rijssen-Holten! 

    Het ondernemerschap zit bij veel inwoners in de genen en het is er goed wonen en werken. De gemeente steunt en stimuleert het ondernemende klimaat. Daarmee is Rijssen-Holten aantrekkelijk voor het bedrijfsleven en een economische factor om rekening mee te houden in de regio.

  • Pijler 3: Modern noaberschap 

    Modern noaberschap betekent dat we als inwoners van Rijssen-Holten voor elkaar zorgen. We zijn trots op de samenhang die inwoners ervaren in onze gemeente. Om dat te behouden en te versterken heeft dit gevolgen voor de inwoners en het bestuur. Hierbij kunnen we denken aan sociaal ondernemerschap, aan welzijnsactiviteiten en aan een aanpak waarin de wensen en mogelijkheden van de wijk centraal staan.

Verdere relevante aspecten over de fysieke leefomgeving die genoemd worden zijn:

  • Cultureel erfgoed is onlosmakelijk verbonden met de identiteit van Rijssen-Holten. Als gemeente stellen we heldere kaders om de kwaliteit van monumenten te waarborgen, daarnaast hebben we een visie op het behoud van (materieel en immaterieel) erfgoed en houden we oog op nieuw cultureel erfgoed.

  • We willen als gemeente een goed vestigingsklimaat bieden. Hierbij horen een prettige woonomgeving, een mooi aanbod aan detailhandel, cultuur en horeca.

  • De commerciële leegstand in onze gemeente behoort tot de laagste in Overijssel. Dit willen we zo houden en we spannen ons in om leegstand waar mogelijk te reduceren, de verblijfskwaliteit verder te verbeteren en functieverandering mogelijk te maken. Dit komt de vitaliteit en aantrekkelijkheid van onze centra ten goede.

  • Het toerisme is een belangrijke pijler onder de economie en de Holterberg is daarbij een natuurlijk voordeel en een krachtig merk. Voorwaarde voor de ontwikkeling in de recreatiesector is dat de recreatievorm past binnen de gewenste uitstraling van onze gemeente.

  • Rijssen-Holten is trots en zuinig op haar groene omgeving en wil investeren in behoud en verbetering van leefkwaliteit. Inbreiding en vernieuwing gaan hierbij in beginsel voor uitbreiding van de stedelijke bebouwing, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een duurzaam aantrekkelijke (en groene) leefomgeving.

  • Er wordt ecologisch gebruik gemaakt van het landschap en er is een gezonde balans in het beschermen en benutten van de omgeving en de natuurwaarden. Waarbij aandacht is voor het verminderen van druk op kwetsbare gebieden.

  • Het landelijk gebied is een gebied met een grote economische, sociale, ecologische en landschappelijke component. Het is geen 'leeg gebied' waarin de niet-stedelijke functies gepland worden.

  • De gemeente werkt samen met inwoners en partners aan een aantrekkelijke, groene en herkenbare leefomgeving. Groenstructuren worden gehandhaafd en waar mogelijk versterkt tot een duurzaam, samenhangend en daardoor herkenbaar raamwerk van groenelementen.

  • Biodiversiteit wordt bevorderd en er is aandacht voor klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress.

  • Richting 2030 verwachten we een toenemende ruimtevraag, met name door de transitie binnen de maakindustrie naar een meer digitale en innovatieve industrie en de ontwikkelingen in dienstverlening binnen de logistieke sector. We spannen ons in om zoveel mogelijk openingen te creëren voor ondernemersinitiatieven. Hierbij houden we rekening met de beperkte ruimte binnen onze gemeentegrenzen, het Natuurnetwerk Nederland en stimuleren we intensief ruimtegebruik, met mogelijkheden voor hoogbouw.

Coalitieakkoord 'Met daadkracht, in vertrouwen'

Met daadkracht, in vertrouwen hebben de coalitiepartners in 2022 hun schouders onder de grote maatschappelijke opgaven gezet waar Rijssen-Holten mee te maken heeft. In het coalitieakkoord 2022-2026 zijn afspraken vastgelegd. Deze afspraken zijn:

  • In Rijssen-Holten hebben we oog voor elkaar. Gezondheid, eigen regie over je zorg en meedoen in de maatschappij is voor iedereen belangrijk. We koesteren ons modern noaberschap. Die doen we door te werken aan een sociale, inclusieve samenleving;

  • Rijssen-Holten is een ondernemende gemeente. Onze ondernemers spelen een essentiële rol in de lokale economie, zorgen voor veel werkgelegenheid en bevorderen daarmee de vitaliteit van Rijssen-Holten. we willen een MKB-vriendelijk klimaat, met ruimte voor ondernemerschap en aandacht voor duurzaam ondernemen. Dit vraagt een balans tussen economische groei en leefomgeving. We gaan voor levendige centra en op de bedrijventerreinen gaan we naast de in gang gezette uitbreidingen aan de slag met herstructurering. We staan open voor groei, maar deze groei heeft grenzen;

  • Rijssen-Holten heeft een vitaal buitengebied en een sterke agrarische sector. De ontwikkelingen die op de agrarische sector afkomen zijn uitdagend. Toch moeten agrarische bedrijven zich kunnen ontwikkelen om levensvatbaar te blijven, passend bij het karakter en de schaal van ons landschap. Het buitengebied geeft ook plek aan toerisme, verkoop van streekproducten en zorg als nevenfunctie bij agrarische bedrijven. Nieuwe of extra functies worden gestimuleerd.

  • Wonen in een goed, duurzaam en betaalbaar huis is een basisbehoefte;

  • Mooie en groene wijken dragen bij aan de leefbaarheid en veiligheid en nodigen uit om naar buiten te gaan, te ontmoeten en te bewegen;

  • Er wordt ingezet op groene en veilige wijken, waarbij specifiek aandacht is voor klimaatadaptatie en de gevolgen van hittestress, maar ook voor veiligheid en sociale aspecten;

  • De duurzame groei en ontwikkeling van de gemeente Rijssen-Holten speelt een centrale rol in het coalitieakkoord. Er wordt ingezet op de transitie naar schone energie, een toekomstbestendige leefomgeving en er is aandacht voor biodiversiteit.



Thematische visies

De thematische visies die de gemeente Rijssen-Holten kent worden waar mogelijk integraal verwerkt in de omgevingsvisie, waarbij gebiedsgericht een ruimtelijke vertaling gemaakt zal worden van de verschillende thema's. Het gaat hierbij om:

  • Het landschapontwikkelingsplan;

  • Kadernota Landelijk Gebied;

  • Duurzaamheidsvisie 2021-2024;

  • Visie vrijetijdseconomie Rijssen-Holten;

  • Visie westrand Holterberg;

  • Watervisie;

  • Structuurvisie Rijssen-Holten 2012;

  • Woonvisie 2021-2023;

  • Ambitieplan Nationaal Park Sallandse Heuvelrug en Twents Reggedal;

  • Integraal veiligheidsplan;

  • Lichtbeleid;

  • Visie en programma Water en Riolering 2024-2028;

  • Transitievisie warmte;

  • Themalaag landschap en groen (verwerking Groenstructuurvisie).

 

Voorrangsbepaling lokaal beleid

Deze omgevingsvisie gaat, tenzij expliciet anders in deze omgevingsvisie is bepaald, voor op de voorgaande structuurvisies en beleidsdocumenten voor zover ze: 

a.    hetzelfde regelen, 

b.    hetzelfde beogen te regelen; of 

c.    zien op hetzelfde onderwerp. 

1.1.5 Procesverantwoording
1.1.5.1 Algemeen

De omgevingsvisie is een dynamisch document. Dit betekent dat de visie met enige regelmaat geactualiseerd en / of aangevuld wordt. Dit kan plaatsvinden op basis van thema's, gebieden of in zijn geheel. Per actualisatie wordt het gehele document opnieuw aangeboden. Deze eerste omgevingsvisie bestaat uit de vertaling van de Omgevingsagenda Rijssen-Holten naar opgaven en ambities per thema (deel 1 Omgevingsvisie). In 2022 heeft de gemeenteraad de themalaag 'landschap en groen' voor de omgevingsvisie vastgesteld. Deze themalaag is verwerkt in deze omgevingsvisie (zowel in deel 1 als in deel 2). 

In onderliggende sub-paragrafen wordt de procesverantwoording beschreven over de betreffende actualisatie in de omgevingsvisie. 

1.1.5.2 Buitengebied

De gemeente heeft het doel gesteld om te komen tot een integrale en actuele visie op het buitengebied. Hierbij zijn de volgende stappen doorlopen:

  • bestaand gemeentelijk beleid samengevoegd en geïntegreerd aan de hand van de thema's in de omgevingsvisie;

  • uitwerken concept omgevingsvisie deel 1;

  • vragenlijst inwoners buitengebied (zomer 2023);

  • uitwerken concept omgevingsvisie deel 2: buitengebied;

  • inhoudelijke input partners op concept omgevingsvisie (zomer 2024);

  • collegevoorstel ontwerp omgevingsvisie buitengebied en opinie commissie grondgebied (oktober/november 2024);

  • ontwerp omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten (inclusief recreatie en toerisme en De Banis) - (januari-februari 2025).

1.1.5.3 Thema recreatie en toerisme

De huidige visie op vrijetijdseconomie gemeente Rijssen-Holten vroeg om een actualisatie/herziening. Hierbij zijn de volgende stappen doorlopen:

  • presentatie en voorbereiding op basis van bestaande visie vrijetijdseconomie (2017-2021);

  • werkatelier met externe stakeholders (april 2024);

  • concept visie recreatie en toerisme en thema-avond voor raadsleden (september 2024);

  • collegevoorstel concept visie recreatie en toerisme en opinie commissie grondgebied (oktober 2024);

  • ontwerp omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten (inclusief buitengebied en de Banis) - (januari-februari 2025).

1.1.5.4 Ontwikkelgebied De Banis

De nieuw te ontwikkelen woonwijk de Banis is gelegen aan de zuidwestrand van Rijssen. Begin 2024 is gestart met het uitwerken van de omgevingsvisie voor deze nieuwe woonwijk. Hierbij zijn de volgende stappen doorlopen:

  • er zijn een zevental onderzoeken uitgevoerd op het gebied van archeologie, flora en fauna, milieu- en bedrijvenzonering, stikstof, verkeer, geohydrologie en bodem (2024);

  • er is een participatietraject uitgevoerd met omwonenden waar deelnemers samen hebben gewerkt aan het formuleren van de opgaven en ambities en de vertaling hiervan voor de omgevingsvisie (juni -december 2024);

  • college en opiniërend commissievoorstel visie De Banis (december 2024/januari 2025);

  • ontwerp omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten met daarin het gebied De Banis (inclusief buitengebied en thema recreatie en toerisme) (januari-februari 2025).

1.1.6 Participatie
1.1.6.1 Algemeen

Rijssen-Holten hecht grote waarde aan inbreng van haar inwoners en partners. Zij krijgen de kans om mee te denken en te praten over onderwerpen die hen aangaan, mits dit passend en haalbaar is binnen het vraagstuk. Samen komen we tot betere ideeën en gezamenlijke beelden. Samen vergroten we de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het beleid. 

Door participatie willen wij betrokkenheid creëren bij de totstandkoming en uitvoering van beleid binnen de fysieke leefomgeving. Een goede betrokkenheid kan leiden tot draagvlak, maar draagvlak is geen doel op zichzelf. Het is het gevolg van een goede 'noaber' zijn, het maken van betere plannen en zorgvuldige en transparante besluitvorming.

Voorafgaand aan de start van het opstellen van de omgevingsvisie Rijssen-Holten heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden bij het opstellen van de Foto van Nu. Dit proces wordt toegelicht in 1.2.

Bij het opstellen van de omgevingsvisie Rijssen-Holten vindt per deelgebied of per thema gefaseerd ook participatie plaats.

1.1.6.2 Participatieaanpak buitengebied

Voor het onderdeel buitengebied heeft participatie plaatsgevonden. Onderstaande is in een kort overzicht weergegeven welke partijen hebben mee-geparticipeerd, op welk niveau zij hebben mee-geparticipeerd en welke rol zij hadden binnen het participatieproces:

Overzicht participatie buitengebied

Participanten

Participatieniveau

Rol

Externe stakeholders 

- Buurgemeenten

- GGD 

- Landschap Overijssel

- LTO Noord (West Twente)

- Omgevingsdienst Twente

- Provincie Overijssel

- Staatsbosbeheer

- Veiligheidsregio Twente

- Vitens

- Waterschappen

Adviseren 

Meedenken

Inwoners 

Raadplegen 

Mening geven 

Participatieverslag Omgevingsvisie buitengebied 2024
1.1.6.3 Participatieaanpak thema recreatie en toerisme

Voor het onderdeel recreatie en toerisme heeft participatie plaatsgevonden. Onderstaande is in een kort overzicht weergegeven welke partijen hebben mee-geparticipeerd, op welk niveau zij hebben mee-geparticipeerd en welke rol zij hadden binnen het participatieproces:

Overzicht participatie thema recreatie en toerisme

Participanten

Participatieniveau

Rol

Externe stakeholders 

- Toerisme Rijssen-Holten

- Kring Bewoners Holterberg

- Duurzaam Holten

- Staatsbosbeheer 

- Landal

- Enterse Zomp (stichting)

- Rijssens musea

- Holland Schwarzwald 

- Landgoed Holterberg 

- Gastvrij Overijssel – Nationaal Park De Sallandse heuvelrug en Twents Reggedal

Raadplegen

Mening geven

Samenvatting input werkatelier vrijetijdseconomie Rijssen-Holten (24‑4‑2024)
1.1.6.4 Participatieaanpak De Banis

Voor het onderdeel De Banis heeft participatie plaatsgevonden. Onderstaande is in een kort overzicht weergegeven welke partijen hebben mee-geparticipeerd, op welk niveau zij hebben mee-geparticipeerd en welke rol zij hadden binnen het participatieproces:

Overzicht participatie De Banis

Participanten

Participatieniveau

Rol

Externe stakeholders 

Omgevingstafel Twente met:

- GGD 

- Omgevingsdienst Twente

- Provincie Overijssel

- Veiligheidsregio Twente

- Waterschap Vechtstromen

Adviseren 

Meedenken

Omwonenden

Adviseren

Meedenken

Participatieverslag werkplaatsen De Banis
1.1.6.5 Participatieaanpak bedrijventerreinen [GERESERVEERD]

[Gereserveerd]

1.1.6.6 Participatieaanpak centra [GERESERVEERD]

[Gereserveerd]

1.1.6.7 Participatieaanpak wijken [GERESERVEERD]

[Gereserveerd]

1.2 Perspectief en principes

1.2.1 Profiel Rijssen-Holten en positie in de regio

Rijssen-Holten heeft een unieke ligging tussen drie stedelijke regio's (regio Twente, regio Zwolle en regio Deventer-Apeldoorn). Het maakt Rijssen-Holten een erg aantrekkelijke woongemeente: wel de eigen voorzieningen en de lusten van de voorzieningen van de grotere steden binnen handbereik, maar niet de lasten en de agglomeratienadelen van deze grotere steden. Dit maakt, gecombineerd met de unieke ligging in het groen, Rijssen-Holten een bijzonder aantrekkelijke plek om te wonen. Voornamelijk voor gezinnen met jonge kinderen. 

Rijssen-Holten is bovendien de MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland. Het MKB is en blijft de basis voor een regionale en landelijke economie. Met deze sterke uitgangspositie en centrale ligging heeft Rijssen-Holten een belangrijke troef in handen om als onmisbare schakel te functioneren tussen kennis en praktijk.

De unieke ligging in het groen, met bijbehorende rust, ruimte en natuur maken van Rijssen en Holten ook in recreatieve zin een economische pijler van formaat. Ook hier zorgt de centrale ligging tussen de stedelijke regio's voor alle gemakken van de stad binnen handbereik en andersom. 

Kortom, Rijssen-Holten is door de unieke strategische ligging tussen de drie grootstedelijke regio's een belangrijke woongemeente, en heeft een schakelfunctie als MKB- én (verblijfs)recreatieve gemeente in de regio voor nu en in de toekomst.  

Profiel Rijssen-Holten en positie in de regio
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)

 

 

1.2.2 Identiteit

Naast het profiel en onze positie in de regio vinden we ook onze identiteit belangrijk. We nemen daarom de Rijssen-Holtense identiteit als vertrekpunt voor onze toekomst. Dat doen we omdat we uiteindelijk willen komen tot een gemeenschap waar men goed en prettig kan wonen, werken en leven. In de 'foto van nu' wordt een beeld gegeven van onze karakteristieken en kwaliteiten. 

Als er één woord is dat de inwoners van de gemeente Rijssen-Holten kenmerkt, dan is het ondernemerschap. Zowel de inwoners van Rijssen als de inwoners van Holten. Ook noaberschap is alomvertegenwoordigd. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. Rijssenaren worden gezien als harde werkers, betrouwbaar, wat behoudend en spaarzaam, maar ook enigszins eigenwijs. Holtenaren worden als meer vrijgevochten, liberaal en open minded gekarakteriseerd. In Holten is er ook meer sprake van 'import' (inwoners van elders) dan in Rijssen. Holtenaren kenmerken zich verder door gastvrijheid en ze zijn goed in feestjes bouwen, iets wat goed van pas komt in een omgeving die aantrekkelijk is voor toerisme en recreatie. De verschillen in volksaard van de inwoners van Rijssen en Holten zijn deels te verklaren door het verschil in de rol van het geloof in de gemeenschap, maar ook door het verschil in streekgevoel. In Rijssen voelen mensen zich Twents, in Holten voelen inwoners over het algemeen meer verbinding met Salland.

Identiteit Rijssen en Holten
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten - De foto van nu (2019)
1.2.3 Maatschappelijke opgaven

De maatschappelijke opgaven waar wij de komende jaren voor aan de lat staan zijn groot, complex en er is een sterke onderlinge samenhang. Denk hierbij aan klimaatverandering en de energietransitie, de opgaven in het landelijk gebied en de woningbouwopgave. Deze opgaven zijn niet op te lossen door de opgaven sectoraal te benaderen. De omgevingsvisie geeft een richting waarbinnen de uitwerking plaats kan vinden. Invulling geven aan deze opgaven kan alleen door samen te werken met onze inwoners, maatschappelijke partners, ondernemers en medeoverheden. 

Naast de grootte en de samenhang van de opgaven, doen ze ook allemaal een beroep op de beperkte ruimte die we hebben binnen onze gemeente. Niet alles kan overal. Dat vraagt om (ruimtelijke) keuzes, die in deze omgevingsvisie tot uitdrukking komen. Hierbij is ons doel om deze keuzes en ons handelen aan te laten sluiten bij ons profiel en onze identiteit, te kijken wat we als gemeente kunnen en willen zijn in 2030 en wat en wat we daarvoor nodig hebben om dat te bereiken.   

1.2.4 Perspectief 2030

 

Rijssen-Holten: 'De onmisbare schakel tussen stad en platteland: dynamiek aan de voordeur, rust en ruimte aan de achterdeur'.

Met deze hoofdambitie willen we onze unieke positie in de regio behouden en versterken en werken aan een mooi en toekomstbestendig Rijssen-Holten.

Hierbij staan vier perspectieven centraal:

  • Ondernemen: de schakel tussen kennis en praktijk

  • Leven: aantrekkelijk wonen in het groen

  • Recreëren: de schakel tussen rust, ruimte en vermaak

  • Noaberschap: als de verbindende schakel

 

 

Ondernemen: de schakel tussen kennis en praktijk.
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)

 

 

Leven: aantrekkelijk wonen in het groen.
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)

 

Recreëren: de schakel tussen rust, ruimte en vermaak.
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)

 

 

Noaberschap: als de verbindende schakel.
afbeelding binnen de regelingOmgevingsagenda Rijssen-Holten (2019)
1.2.5 De tien kernopgaven voor Rijssen-Holten

Via tien kernopgaven geven wij invulling aan ons toekomstperspectief voor 2030. Deze tien kernopgaven werken hierbij als een vliegwiel voor een duurzame, ruimtelijk-economische ontwikkeling van onze gemeente en zijn daarmee richtinggevende kaders voor onze gemeentelijke omgevingsvisie:

1. Het profiel van MKB-gemeente benutten, versterken en aanvullen;

2. Zorg voor voldoende en 'goed' geschoold personeel;

3. Het profiel van recreatief aantrekkelijke gemeente benutten, versterken en aanvullen;

4. Bereikbaarheid: zorg voor goede verbindingen met de stedelijke regio's;

5. Het vergroten van de leefkwaliteit: zorg voor een gezond en aantrekkelijk leefklimaat;

6. Een duurzame woningvoorraad (zowel kwalitatief als kwantitatief);

7. Vitale centra;

8. Vitaal platteland;

9. Benut vooral de eigen sociale kracht;

10. Zet in op een maatwerksamenwerking.

1.2.6 Rode draden en leidende principes

De aanpak van de maatschappelijke opgaven en kernopgaven zoals hiervoor beschreven vraagt om het maken van ruimtelijke keuzes. Deze keuzes hebben impact op onze leefomgeving, waarbij we een aantal belangrijke rode draden en leidende principes voorop willen stellen. De rode draden worden gezien als doorsnijdende thema's die in elke opgave een plek krijgen. De leidende principes vormen een gezamenlijk kompas binnen de opgave. Deze twee samen ondersteunen bij het maken van de keuzes en het uitwerken van ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. 

Rode draden

De rode draden in de gemeente Rijssen-Holten zijn:

1. Duurzaamheid

  • a.

    Ecologische duurzaamheid

  • b.

    Economische duurzaamheid 

  • c.

    Sociale duurzaamheid 

2. Leefbaarheid en veiligheid

3. Gezondheid; en

4. Ruimtelijke kwaliteit

  • a.

    Belevingswaarde

  • b.

    Gebruikerswaarde, en

  • c.

    Toekomstwaarde

Met duurzaamheid bedoelen we dat we keuzes die we nu maken er ook in de toekomst voor zorgen dat we fijn kunnen blijven wonen en werken in de gemeente Rijssen-Holten. Met leefbaarheid en veiligheid bedoelen we dat de gemeente samen met inwoners en partners werkt aan een aantrekkelijke, groene, veilige en herkenbare leefomgeving. Fysieke en sociale veiligheid zijn een belangrijk element bij de inrichting van onze leefomgeving. Met gezondheid bedoelen we dat onze leefomgeving uitnodigt tot bewegen en er ruimte is voor ontmoeting wat bijdraagt aan de geestelijke gezondheid en veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. Met ruimtelijke kwaliteit bedoelen we dat ontwikkelingen in de leefomgeving passen bij de plek en het landschap, ruimte bieden voor mens, dier en natuur, cultuurhistorische waarden worden gerespecteerd en toekomstbestendig worden ingericht.  

De rode draden staan niet op zichzelf, maar komen bij elk ruimtelijk initiatief in samenhang naar voren. Aan de hand van de rode draden wordt er een basisambitie neergelegd voor de kwaliteit bij de planvorming en de uitvoering.  

Leidende principes

Naast de rode draden zijn er een aantal leidende principes die richtinggevend zijn voor de ruimtelijke keuzes om onze gemeente op een toekomstbestendige manier in te richten. Als gemeente Rijssen-Holten vinden we het belangrijk om inkleuring te geven aan de leidende principes van het Rijk en de provincie Overijssel. Hierbij geven wij onze eigen blik op de invulling van de leidende principes en vullen we deze aan met onze gebiedseigen principes.

De leidende principes in Rijssen-Holten zijn:

1. Water en bodem is de basis: 

Het eerste principe is dat water en bodem de basis vormen van waaruit we werken. Door klimaatverandering staat het water- en bodemsysteem onder druk. We merken dit in de vorm van extreme wateroverlast of juist extreme droogte, ook in onze gemeente. Vanwege de klimaatopgave stelt het Rijk en daarmee ook de Provincie Overijssel het water- en bodemsysteem voorop bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat we bij ruimtelijke ontwikkelingen goed moeten afwegen of de ontwikkeling past bij het aanwezige water- en bodemsysteem en wat de effecten van de ontwikkeling zijn op het water- en bodemsysteem. De plek wordt niet meer aangepast aan (nieuwe) functies, maar de functies moeten passend zijn op de plek. Het ruimtelijke ontwerp van een ontwikkeling moet dus rekening houden met het aanwezige bodem- en watersysteem. Dit betekent voor ons als gemeente niet dat we alle mogelijke technische oplossingen achterwege laten. Dit houdt in dat we wel voor een technische oplossing kiezen wanneer er een zwaarwegend maatschappelijk belang aan de ontwikkeling vast zit.  

2. Duurzaam omgaan met onze ruimte: 

Het tweede principe is duurzaam omgaan met onze ruimte. De lokale economie en onze lokale ambities vragen om groei, maar we zijn ons ervan bewust dat de ruimte voor groei beperkt is. Als gemeente willen we bij ruimtelijke ontwikkelingen slim omgaan met de ruimte die er is. Dit betekent dat meervoudig ruimtegebruik, of een combinatie van functies wenselijker is dan enkelvoudig ruimtegebruik. Daarnaast leidt dit principe tot keuzes of bepaalde functies wel of niet wenselijk zijn in bepaalde gebieden.  

Waar we als gemeente met dit principe ook aandacht op willen vestigen bij ruimtelijke ontwikkelingen is klimaat- en natuurinclusief bouwen. In beginsel gaat inbreiding en vernieuwing voor uitbreiding van de stedelijke bebouwing, mits de ontwikkeling bijdraagt aan een duurzaam aantrekkelijk (en groene) leefomgeving. Dit ondersteunt het eerste principe door met technische en innovatieve oplossingen bij te dragen aan biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en wateroverlast met als doel een kwalitatief goede leefomgeving.  

3. Inzetten op leefbare kernen en hierop voortbouwen: 

Het derde principe gaat uit van het inzetten op leefbare kernen. Onze kernen Dijkerhoek, Holten en Rijssen hebben elk hun eigen identiteit en structuur. We zien als gemeente graag dat ontwikkelingen deze identiteit en structuur versterken en verbeteren. Dat gaat onder andere over geschikte en duurzame woningen, (sociale) voorzieningen, onderwijs, werkgelegenheid, bedrijven, detailhandel, horeca, bereikbaarheid en infrastructuur. Het is hierin belangrijk om onze kernen in samenhang met elkaar te bekijken en elkaar te laten versterken met hun eigen identiteit. 

Zoals eerder benoemd staan we ruimtelijk gezien voor een grote opgave als het gaat om het meewerken aan oplossingen voor alle (maatschappelijke) opgaven. De drie leidende principes hierboven, met in achtneming van de rode draden, zijn de basis voor de te maken ruimtelijke keuzes.   

1.3 Opgaven en ambities per thema

1.3.1 Thema Leefbaarheid en Omgeving
1.3.1.1 Kenmerken en opgaven

1.3.1.1.1 Leefbaarheid en Omgeving

Ruimte, rust, natuur, een breed voorzieningenaanbod, aantrekkelijke woonbuurten, aanbod van werkgelegenheid en een goede ligging en bereikbaarheid maken Rijssen en Holten aantrekkelijke kernen. Het rijke en gevarieerde landschap vol wandel-, fietspaden en mountainbikeroutes biedt bovendien een aantrekkelijke omgeving voor recreatie. Karakteristiek zijn de Holterberg, kerken, het Parkgebouw, de Pelmolen, de beide centrale pleinen in de centra en natuurlijk de paasvuren. Op het gebied van duurzaamheid zijn er steeds meer initiatieven die bijdragen aan Rijssen-Holten als groene en toekomstbestendige gemeente. Ondanks deze initiatieven is er nog een slag te maken.

Inwoners stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit en veiligheid van hun woon- en leefomgeving. De keuze om ergens te (gaan) wonen wordt steeds vaker genomen op grond van de leefkwaliteit. Belangrijk hierbij is het gemak dat werk, gezin, sport en ontspanning gecombineerd kunnen worden met de mogelijkheid om van daaruit banen te bereiken.  Wat betreft een veilige woon- en leefomgeving is het belangrijk om bij de inrichting van een gebied ook door een veiligheidsbril te kijken. Dit houdt in dat er nagedacht wordt over bijvoorbeeld de aanrijroute naar woonwijken en bedrijventerreinen. Daarnaast voorkomen we ongewenste donkere plekken in de omgeving die zorgen voor een onveilig gevoel.

Bovendien draait het bij een goede leefkwaliteit, naast een gezonde en veilige leefomgeving, ook om een eigen identiteit. We gaan aan de slag om de leefkwaliteit en hiermee de aantrekkelijkheid van onze gemeente te vergroten. We hebben aandacht voor klimaatadaptatie, de energietransitie en het tegengaan van hittestress (meer groen). Onze leefomgeving is veilig en er is ruimte voor ontmoeting. Daarnaast nodigt een groene omgeving uit tot beweging en draagt bij aan de positieve gezondheid en veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. We maken hierbij gebruik van onze eigen sociale kracht, ons noaberschap.

Voorzieningen dragen voor een belangrijk deel bij aan de leefbaarheid van een buurt, wijk of kern. Denk hierbij aan scholen, dorpshuizen, medische voorzieningen, winkels, culturele- en sportvoorzieningen en parken. Niet alle voorzieningen hoeven overal te zijn, want we kunnen terugvallen op de voorzieningen in omliggende steden. Door in te zetten op goede verbindingen met deze steden, zijn de voorzieningen goed bereikbaar. 

Ook hebben we aandacht voor ons verleden, door ons erfgoed te beschermen en te bewaren. Denk hierbij aan monumenten, oude landschappen, bomenrijen, holle wegen, sloten, oude hessenwegen, mini reliëf, archeologie en karakteristieke bebouwing. Erfgoed is tenslotte een verbindende factor voor de samenleving, het is ons DNA. Toch is er niet altijd voldoende kennis over erfgoed. Er liggen kansen om de kennis over erfgoed te vergroten, denk daarbij aan onderwijs en recreatie en toerisme.

1.3.1.2 Strategie en ambities voor het thema leefbaarheid en omgeving

1.3.1.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt de leefkwaliteit van haar inwoners door:

  • onze ruimte, rust en natuur te beschermen;

  • ons brede voorzieningenaanbod op peil te houden;

  • onze aantrekkelijke woonbuurten in stand te houden;

  • erfgoedwaardige structuren of (onderdelen van) panden te beschermen door ze aan te wijzen als gemeentelijk monument, karakteristiek of waardevol.

1.3.1.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut kansen om de leefkwaliteit van haar inwoners beter te benutten door:

  • bestaande aantrekkelijke factoren in onze leefomgeving behouden.

1.3.1.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert de leefkwaliteit van haar inwoners door:

  • de aantrekkelijkheid van onze gemeente te vergroten

  • aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, de energietransitie en hittestress;

  • aandacht te hebben voor erfgoed;

  • onze werkgelegenheid te vergroten;

  • erfgoed te koppelen aan recreatie, toerisme en onderwijs;

  • de realisatie van basissportvoorzieningen, waarbij kwaliteit gaat voor kwantiteit.

1.3.1.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert:

  • in de openbare ruimte een groene leefomgeving die uitnodigt om in beweging te komen;

  • een bedrijventerrein met een aantrekkelijk vestigingsklimaat;

  • levendige centra;

  • de samenwerking tussen verschillende partners om te werken aan cultuureducatie en het belang van ons cultuurhistorisch erfgoed;

  • de lokale en streekgebonden cultuur;

  • de samenwerking tussen onderwijs, sport, jeugd- en jongerenwerk, politie, kerken, welzijnswerk en culturele instellingen.

1.3.2 Thema Gezondheid en Milieu
1.3.2.1 Kenmerken en opgaven

1.3.2.1.1 Gezondheid

Mensen die niet kunnen meekomen in de maatschappij verdienen aandacht en zorg. Dit staat hoog in het vaandel bij onze gemeente. Het is de gezamenlijke uitdaging van de gemeente en de gemeenschap om voldoende aandacht te geven en zorg te verlenen in een veranderend zorgstelsel, waarbij de menselijke maat het uitgangspunt is. We kantelen van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij. Van een samenleving die draait om welvaart naar een samenleving die meer gericht is op welzijn. Preventie en leefstijl zijn belangrijk. Hier ligt een stimulerende rol voor de gemeente.

Leefbaarheid en welzijn beginnen in de straat, de wijk en in de eigen netwerken van mensen. Netwerken en vertrouwen vormen de basis voor leefbaarheid en welzijn. Ook wordt meer aandacht geschonken aan een gezonde leefstijl. Dat gebeurt door de gemeente, maar ook door zorgverzekeraars en andere instanties. We schenken aandacht aan meer bewegen, ontspanning en gezonde voeding en aan minder roken en alcoholconsumptie. Dit doen we niet alleen, maar samen met de maatschappelijke partijen in het veld. 

De gemeente Rijssen-Holten wil naast gezondheidspreventie ook gaan inzetten op gezondheidsbevordering. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving worden kansen op gezondheidsbevordering benut. Het Beweegvriendelijke Omgeving Model (BVO-model) geeft inzicht in het nut, de mogelijkheden en de (sociale) effecten van een beweegvriendelijke omgeving. Een omgeving die uitdaagt tot bewegen draagt binnen een gemeente immers bij aan een betere gezondheid van de inwoners, betere leefbaarheid en meer participatie van kwetsbare groepen.

Een gezonde fysieke leefomgeving draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze gemeente voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. In hoeverre fysieke ingrepen direct bijdragen aan het verminderen van gezondheidsverschillen is niet eenduidig aan te tonen. Er zijn diverse onderzoeken met data beschikbaar bij de GGD Twente (Gezondheidsmonitor VO 2020). Eén van de onderzochte dingen is of inwoners van de gemeente Rijssen-Holten voldoen aan de beweegrichtlijn. Volwassenen en ouderen voldoen aan de beweegrichtlijn als ze 150 minuten per week matig intensief bewegen, en daarnaast twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten doen. In Rijssen-Holten voldoet 53% van de volwassenen en 35% van de ouderen aan deze richtlijn. Daarnaast geven 61% van de volwassenen en 72% van de ouderen aan meer te bewegen door aanwezigheid van groen in de buurt. 

Hoewel maatregelen in de fysieke leefomgeving niet één op één te relateren zijn aan gezondheidswinst is het wel duidelijk dat combinaties van maatregelen ervoor zorgen dat de leefomgeving hoger wordt gewaardeerd en de gezondheid van bewoners verbetert. 

Maatregelen waar je aan zou kunnen denken zijn: een omgeving die uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten. Waar fietsen, wandelen en het gebruik van openbaar vervoer worden gestimuleerd. Er plekken zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Een goede milieukwaliteit aanwezig is (geluid, lucht, bodem en externe veiligheid). Er voldoende groen, natuur en water en aandacht voor klimaatadaptatie is. Er duurzame woningen met een gezond binnenklimaat zijn. En er een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte is. Ook is een gevarieerd aanbod van voorzieningen, zoals scholen, winkels, cultuur, bedrijven een sport belangrijk. Tot slot dragen investeringen in veiligheid en noaberschap bij aan een gezonde fysieke leefomgeving en mogelijk het verminderen van gezondheidsverschillen.

1.3.2.1.2 Milieu

Bij een gezonde leefomgeving is een goede milieukwaliteit een randvoorwaarde. Daarom moet in de omgevingsvisie expliciet rekening worden gehouden met de vier milieubeginselen. Dit zijn:

  • Het voorzorgsbeginsel;

  • Het beginsel van preventief handelen;

  • Het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden;

  • Het beginsel dat de vervuiler betaalt.

De milieubeginselen dragen samen met de algemene rechtsbeginselen bij aan de kwaliteit van beleid en regelgeving en aan het vinden van een goede balans tussen bescherming en benutting van de fysieke leefomgeving. Om de milieubeginselen en het begrip milieu concreet te maken hebben we het specifiek over: luchtkwaliteit, geluid, trillingen, geur, licht en donkerte en externe veiligheid. Per milieu-onderdeel volgt hieronder een toelichting.

Luchtkwaliteit

Luchtverontreiniging levert een belangrijke bijdrage aan ziektelast door milieufactoren. In de lucht komen allerlei verontreinigde stoffen voor. Dit zijn bijvoorbeeld de gassen stikstofdioxide (NO2) en ozon (O3), maar daarnaast ook deeltjes fijnstof. Fijnstof is een verzamelnaam voor alle deeltjes die in de lucht zweven en kleiner zijn dan 10 micrometer (=0,01 mm) in doorsnede. Verkeer, industrie, landbouw en huishoudens (o.a. houtstook) zijn belangrijke bronnen van fijnstof. Zo is bijvoorbeeld bandenslijtage een bron van fijne stofdeeltjes in de lucht (PM2,5). Deze deeltjes kunnen schadelijk zijn voor de luchtwegen en de menselijke gezondheid, voornamelijk in de vorm van luchtweg aandoeningen en een toenemend risico op hart- en vaatziekten.

Voor NO2 is het autoverkeer de grootste bron. Als er zich veel verontreinigde stoffen in de lucht bevinden, dan is er sprake van een slechte luchtkwaliteit. Dit heeft effect op de gezondheid. We zetten daarom in op de drie V's (verminderen, verschuiven en verschonen). Dit betekent eerst nadenken over of je wel moet verplaatsen, daarna welk vervoersmiddel het best geschikt is en vervolgens probeer je de impact van je verplaatsing te beperken (bijvoorbeeld  door het gebruik van een elektrische (deel)auto).

Voor fijnstof voldoen wij als gemeente aan de norm die de World Health Organisation stelt. Deze waarde is strenger dan de landelijke omgevingswaarde (ondergrens). Om deze norm ook in de toekomst te kunnen behouden is het van belang dat nieuwe ontwikkelingen niet in betekende mate bijdragen aan de voorgrondbelasting. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een toename van 1,2 µg/m3 niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Beide normen zullen geborgd worden in het omgevingsplan.

Voor stikstof (NO2) geldt de bestaande emissie als maximaal. De bestaande emissie is voor (agrarische) bedrijven en infrastructurele projecten vastgelegd in een vergunning of melding op basis van de Wet natuurbescherming, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor bedrijfsmatige activiteiten blijft hogere regelgeving onverkort van toepassing. Dat betekent dat bedrijven nog steeds een melding moeten indienen of een omgevingsvergunning voor de activiteiten milieu of beperkte milieutoets moeten aanvragen als hogere regels dat voorschrijven. De milieuregels uit het omgevingsplan zijn afgestemd op eventuele hogere regelgeving.

Niet alleen de veehouderijen leveren een bijdrage aan de concentraties verontreinigende stoffen, maar ook het wegverkeer en industrie. De verkeersaantrekkende werking als gevolg van nieuwe voorzieningen, woonwijken en/of uitbreiding van bedrijfsbebouwing kan leiden tot een toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Per functie kan sprake zijn van sterk uiteenlopende verkeersgeneraties. Voor wat betreft luchtkwaliteit zijn de volgende stoffen van belang: PM1, PM2,5  en PM10 (fijnstof), NOx, en NH3. 

Geluidshinder

Voor geluid gelden regels rondom (agrarische) bedrijven en (spoor)wegen om omliggende gevoelige functies te beschermen. Als gemeente willen we niet dat het aantal geluidgehinderde woningen toeneemt. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over geluid op te nemen in het omgevingsplan.

Trillingshinder

Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn of schade aan gebouwen veroorzaken. Bronnen van trillingen kunnen bijvoorbeeld weg- en railverkeer en bouw- en sloopwerkzaamheden zijn. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over trillingen op te nemen in het omgevingsplan.

Geurhinder

Voor geur gelden er regels rondom (agrarische) bedrijven om omliggende gevoelige functies te beschermen. Als gemeente willen we niet dat het aantal geur-gehinderde woningen toeneemt. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over geur op te nemen in het omgevingsplan en regelmatig te monitoren of de geurhinder niet toeneemt. 

Licht/donkerte

Donkerte is een kwaliteit waar de gemeente Rijssen-Holten trots op is. Sommige plekken van het buitengebied behoren tot de donkerste plekken van Nederland. Ontwikkelingen in het buitengebied mogen niet leiden tot aantasting van donkerte. Dit borgen we door regels over licht/donkerte op te nemen in het omgevingsplan. Nieuwe ontwikkelingen moeten hier aan voldoen. 

Ten aanzien van het gebruik van licht in de openbare ruimte worden in het centrumgebied en de woongebieden de thema's sociale veiligheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en economie belangrijk gevonden. Verlichting in centrum- en woongebieden is nodig in het kader van veiligheid. De inrichting van deze gebieden moet daarom altijd vanuit het veiligheidsoogpunt bekeken worden. Denk hierbij aan donkere plekken die leiden tot (jeugd)overlast, maar ook hotspots van verkeer of thuisroutes van uitgaanspubliek. Aan het bewaren van donkerte en biodiversiteit wordt minder waarde gehecht. Wel wordt de uitstraling van licht van stedelijk gebied naar het buitengebied zoveel mogelijk voorkomen. 

Bedrijventerreinen zijn een grote bron van lichtvervuiling. Bij een bedrijventerrein worden verkeersveiligheid en economie (snelle doorstroom van verkeer) hoog gewaardeerd. 's Avonds en 's nachts ligt het accent op donkerte. Voorwaarde daarbij is dat de verkeersveiligheid en sociale veiligheid worden gewaarborgd.

Externe veiligheid

GERESERVEERD

1.3.2.2 Strategie en ambitie voor gezondheid en milieu

1.3.2.2.1 Beschermen

Leefomgevingskwaliteit die gezondheid geen schade doet, waarin:

  • blootstelling aan schadelijke factoren wordt beperkt, door regels te stellen aan een goede milieukwaliteit (geluid, trillingen, geur, lucht, bodem en externe veiligheid);

  • schadelijke uitstoot wordt teruggedrongen;

  • gevaarlijke situaties worden gesaneerd;

  • ruimtelijke functies worden gescheiden waar nodig.

1.3.2.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar leefomgeving voor gezondheid door:

  • de huidige aanwezigheid van mogelijkheden om te bewegen: fiets- en wandelpaden, mountainbikeroutes etc. te behouden;

  • een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte;

  • een gevarieerd aanbod van voorzieningen, zoals scholen, winkels, cultuur, bedrijven, openbaar vervoer en sport te behouden.

1.3.2.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert gezondheid door:

  • een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, spelen, sporten en ontmoeten;

  • wandelen, het gebruik van de fiets en openbaar vervoer te stimuleren;

  • wandel-, fietspaden en routestructuren een kwaliteitsimpuls te geven;

  • de leefomgeving aantrekkelijk en (bio-)divers in te richten, met voldoende groene en blauwe elementen en waarbij aandacht is voor rust en stilte;

  • de leefomgeving klimaatadaptief in te richten;

  • rekening te houden met de behoeften van (toekomstige) bewoners en specifieke doelgroepen (kinderen, ouderen, chronisch zieken, gehandicapten en lagere inkomensgroepen).

1.3.2.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert samen met maatschappelijke partners een gezonde leefomgeving, die:

  • maximaal begaanbaar is;

  • toegankelijke basisvoorzieningen heeft;

  • vertrouwd en veilig is;

  • sociale samenhang bevordert en waar mensen elkaar kunnen ontmoeten;

  • zelf- en samenredzaamheid gemakkelijk maakt.

1.3.3 Thema Klimaat en Energie
1.3.3.1 Kenmerken en opgaven

1.3.3.1.1 Klimaat

Ons dagelijks leven heeft een grote impact op onze leefomgeving. Door de vele grondstoffen die we gebruiken en de uitstoot van broeikasgassen putten we onze aarde uit. De uitstoot van broeikasgassen heeft weerslag op ons klimaat en ecosystemen staan onder druk. Daarom liggen er voor de gemeente grote uitdagingen op het gebied van klimaat en energie.

Rijssen-Holten is in 2050 100% circulair. We hebben nagenoeg geen zwerfafval meer, voedsel wordt niet verspild en al onze materialen en gebouwen komen uit en keren terug in gezonde kringlopen. Ons afval dient als bouwsteen voor een volgend leven. Recycling en hergebruik van al onze huishoudelijke afvalstromen vinden vooral lokaal of regionaal plaats. Dit stimuleert de lokale en regionale economie met sociale werkgelegenheid en vergroot de zichtbaarheid en bewustwording van een circulaire economie. 

Dit vraagt een aanpassing van onze manier van leven met minder afval en het hergebruiken van materialen. We kennen in onze gemeente nog steeds veel lineair consumptiegedrag waardoor er ook diverse reststromen zijn die we niet hergebruiken of recyclen, maar afdanken. Dit gebeurt door zowel bedrijven als door inwoners zelf. In 2020 bedroeg ons huishoudelijk restafval circa 134 kilogram per inwoner per jaar. Hierdoor verspillen we schaarse grondstoffen en vernietigen we waarde. De landelijke doelstelling voor 2025 bedraagt maximaal 30 kilogram restafval per inwoner per jaar.

Ook wordt de samenwerking met het bedrijfsleven opgezocht. Er zijn veel bedrijven in Rijssen-Holten die de ontwikkeling richting een circulaire economie hoog op de agenda hebben staan. Als gemeente sluiten we aan bij regionale en lokale overleggen waarin ontwikkelingen en kennis met elkaar wordt gedeeld. Er wordt samen met het bedrijfsleven steeds meer gewerkt om kringlopen korter te sluiten en af te stappen van lineaire productieprocessen. 

Op het gebied van circulariteit is binnen de gemeente Rijssen-Holten nog een slag te maken. Al wordt circulariteit steeds meer meegenomen in de (her)ontwikkeling van de openbare ruimte en wordt het meegenomen in aanbestedingen, er is altijd ruimte voor verbetering. De transitie richting een circulaire economie kost tijd. 

Naast het bereiken van een circulaire economie in het kader van klimaatverandering, moet ook de fysieke leefomgeving aangepast worden aan het veranderende klimaat. Binnenstedelijk gaat het daarbij vooral over de aanpak van hittestress en wateroverlast. In het buitengebied speelt vooral verdroging een grote rol.

In 2050 is Rijssen-Holten klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. De gemeente Rijssen-Holten zet tot 2050 in op het kunnen opvangen van wateroverlast tot buien van 70 millimeter en het verkoelen van centra en wijken door het versterken van de groene leefomgeving. Zo zorgen wij ervoor dat in 2050 de veiligheid op orde is door de robuustheid van onze vitale infrastructuur en dat de leefbaarheid voor onze inwoners in stand blijft. Dit doen wij samen met onze inwoners, ondernemers en sociale partners.

De leefbaarheid wordt vergroot door het creëren van een veilige, groene en gezonde leefomgeving waarin we wateroverlast tegengaan door onder andere vergroening en ontstening van de openbare ruimte te bevorderen. Er zijn vijf pijlers gedefinieerd waarop de visie op een klimaatadaptief Rijssen-Holten in 2050 steunt:

1. Gezonde en groene kernen;

2. Een robuuste en vitale infrastructuur;

3. Klimaatadaptieve ontwikkelingen;

4. Betrokken en actieve mensen;

5. Een adaptief landelijk gebied.

1.3.3.1.2 Energie

Volgens de klimaatmonitor wordt in Rijssen-Holten gemiddeld per inwoner 36,8 gigajoule (GJ) energie (gas en elektra) op jaarbasis gebruikt. Deze hoeveelheid is net onder het gemiddelde van gemeenten binnen de provincie Overijssel (37,8 GJ). In de totale energiebalans van de gemeente zijn verkeer en vervoer de grootste verbruiker van energie. Het totaal bekend energieverbruik (incl. auto) van de gemeente Rijssen-Holten ligt op 3.568 terajoule (TJ). Hiervan wordt 265 TJ hernieuwbaar opgewekt. Kortom ongeveer 7% van het totaal bekende energieverbruik binnen de gemeente is afkomstig van hernieuwbare energie.

We volgen de landelijke doelstellingen uit het Nationale Klimaatakkoord als het gaat over het afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Dit betekent dat we in 2030 naar 49% minder CO2-uitstoot willen ten opzichte van 1990 en richting 2050 inzetten op 95% CO2-reductie ten opzichte van 1990.

Om deze doelstellingen te halen wordt ingezet op drie verschillende sporen:

  • Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord moeten realistische plannen worden gemaakt. Hierbij zijn wij volgend op het provinciaal beleid ten aanzien van de energiestrategie.

  • Vanuit de kant van bedrijven wordt ook een substantiële inspanning verwacht. Acties vloeien voort vanuit de tafel "industrie" (behorende bij het landelijk Klimaatakkoord). We zetten samen in op een efficiënter gebruik van fossiele bronnen door betere benutting van industriële restwarmte met als doel: CO2-emissievrij;

  • Voor de gebouwde omgeving betekent dit dat alle 7 miljoen woningen en 1 miljoen (commerciële) gebouwen in Nederland van het aardgas af moeten. Rijssen-Holten heeft als doel gesteld om voor 2030 44% aardgasreductie te realiseren ten opzichte van 2017. Dit is een flinke opgave voor de gemeente. Maar het is nodig om stapsgewijs toe de besparing in 2050 te komen die het Rijk ons oplegt. In de Transitievisie Warmte Rijssen-Holten, stapsgewijs naar een aardgasvrij Rijssen-Holten (2021) zijn de ambities, doelstellingen en aanpak van de warmtetransitie voor Rijssen-Holten verwoord. Hierbij wordt uitgegaan van individuele oplossingen, zoals het aanschaffen van een warmtepomp of aanschaffen van zonnepanelen. Dit vraagt om actie van de inwoner, waarbij de gemeente Rijssen-Holten alleen maar ondersteunt en faciliteert. Deze ontwikkeling is dus afhankelijk zowel intrinsieke motivatie als beschikbare middelen van de inwoners. De gemeente zoekt samenwerking met de woningcorporaties bij het verduurzamen van wijken waar ook huurwoningen staan. Daarnaast gaat het toenemende aantal elektrische voertuigen een groeiende druk leggen op het bestaande energie netwerk. Gezien de problematiek (capaciteit van het net en de teruglopende salderingsregeling) is het kunnen opslaan van eigen opgewekte duurzame energie in de toekomst belangrijk. Daarbij bieden elektrische voertuigen kansen voor inwoners om eigen opgewekte duurzame energie op piekmomenten te kunnen opslaan en te gebruiken op momenten van energieschaarste.

1.3.3.2 Ambitie en strategie voor het thema klimaat en energie

1.3.3.2.1 Beschermen

Een leefomgeving waarbij we de basis beschermen door ervoor te zorgen dat:

  • een basisveiligheidsniveau wordt gehanteerd: door normeringen en eisen te stellen aan nieuwbouw en herinrichtingen;

  • bebouwing geen schade ondervindt bij hevige neerslag (een bui van 70 mm/u);

  • geen onveilige situaties ontstaan bij hevige neerslag (een bui van 70 mm/u);

  • de kans op nachthitte verlaagd is bij hitte;

  • hittestress bij kwetsbare groepen tot de verleden tijd behoort;

  • schade aan openbaar groen beperkt blijft bij droogte;

  • nooddiensten beschikbaar blijven bij hevige neerslag;

  • vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval ondervinden bij hevige neerslag;

  • schade aan landbouwgewassen en natuur beperkt blijft bij wateroverlast en droogte;

  • open water en grondwater van voldoende kwaliteit blijven bij droogte en hitte;

  • voldoende (drink)water beschikbaar blijft voor inwoners bij droogte.

1.3.3.2.2 Benutten

Een leefomgeving waarbij we gebruik maken van:

  • beschikbare reststromen/bronnen om invulling te geven aan de warmte- en energietransitie;

  • bestaande groenstructuren voor het klimaatbestendig inrichten van onze buitenruimte.

1.3.3.2.3 Bevorderen

Een leefomgeving die toekomstbestendig, circulair en klimaatrobuust is door:

  • als gemeenschap onze leefomgeving klimaatadaptief in te richten;

  • bewustwording te creëren en mensen te activeren hun eigen perceel energieneutraal en klimaatadaptief in te richten;

  • 10% van de bestaande woningen voor 2030 van het aardgas af te koppelen ten opzichte van 2017;

  • 10% van de oude woningen te slopen en te vervangen voor 2030 voor duurzame, toekomstbestendige woningen ten opzichte van 2017;

  • 20% te besparen op het gasverbruik van overige woningen voor 2030 ten opzichte van 2017 via het verduurzamen van de bestaande bouw en grootschalige isolering;

  • bewustwording rondom afvalscheiding te vergroten;

  • meer dan 30% schaduw op openbare verblijfsplekken in de kernen tegen hittestress en er is binnen 300 meter een koelteplek aanwezig;

  • meer dan 40% schaduw op loop- en fietsroutes;

  • het toegankelijk blijven van hoofdontsluitingen bij hevige neerslag;

  • het binnen een uur weer toegankelijk zijn van overige wegen voor calamiteitenverkeer bij hevige neerslag;

  • het hanteren van een 'basisveiligheidsniveau' om nieuwbouw en herinrichtingen alleen nog maar klimaatadaptief te realiseren. Totdat het 'basisveiligheidsniveau' er is, benutten we meekoppelkansen maximaal;

  • de toename van biodiversiteit en de weerbaarheid van flora en fauna aanzienlijk is versterkt bij droogte;

  • verkoeling die mensen en dier bij hitte kunnen vinden in het (open) landelijk gebied.

1.3.3.2.4 Faciliteren

Als gemeente creëren we voorwaarden zodat:

  • inwoners zelf in staat zijn om hun eigen perceel klimaatadaptief in te richten;

  • het gesprek/particitpatieproces rondom de energietransitie gevoerd kan worden;

  • we het goede voorbeeld geven op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie;

  • particuliere groene initiatieven in overweging genomen kunnen worden;

  • er regionaal samengewerkt kan worden op het thema klimaatadaptatie;

  • er toegewerkt kan worden naar een mogelijkheid voor verplichte natuurinclusieve bouw;

  • inwoners en bedrijven zich bewust zijn van de effecten van wateroverlast, hitte en droogte op hun leefomgeving;

  • inwoners kennis hebben van welke maatregelen zij kunnen nemen om risico's op wateroverlast, hittestress en droogte tegen te gaan.

1.3.4 Thema Bodem en Water
1.3.4.1 Kenmerken en opgaven

1.3.4.1.1 Bodem en water

Bodem en water sturend

Ons bodem- en watersysteem staat onder druk. Dit systeem kan de effecten van de klimaatverandering, zoals wateroverlast of extreme droogte, niet meer aan. De Rijksoverheid en de Provincie kiezen er daarom voor om het bodem- en watersysteem sturend te laten zijn. Wij willen daarbij aansluiten door een bodem- en watersysteem te realiseren dat klimaateffecten opvangt, aansluit bij het natuurlijke systeem en zorgt voor een zo goed mogelijke beschikbaarheid van water voor verschillende functies, zoals landbouw, natuur en wonen.

We houden bij water de strategie van "vasthouden, bergen, afvoeren" aan. Waarbij water eerst vastgehouden wordt in het gebied, als dat niet kan wordt water tijdelijk geborgen en als dat niet kan wordt het water afgevoerd. Hiermee houden we water zo lang mogelijk vast in het gebied, zodat het kan infiltreren in de bodem en het op een later moment beschikbaar kan komen voor gebruikers (natuur, landbouw, etc.).

De bodem en de ondergrond vervullen veel functies waar mensen afhankelijk van zijn: het bouwen van woningen, het verbouwen van landbouwgewassen, etc. Voor het goed uitvoeren van deze functies is een draagkrachtige, vruchtbare en schone bodem nodig. Ook bewaart de bodem een deel van onze geschiedenis in de vorm van archeologische bijzonderheden en het landschap. Daarnaast zijn de bodem en de ondergrond van belang voor maatschappelijke vraagstukken als klimaatadaptatie, energietransitie en biodiversiteit.

Het leidende principe water en bodem sturend betekent dat het bodem- en watersysteem niet meer wordt aangepast aan (nieuwe) functies. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten zich aanpassen aan het bodem- en watersysteem ter plaatse. We willen een robuust bodem- en watersysteem realiseren dat klimaateffecten opvangt en zorgt voor een zo goed mogelijke beschikbaarheid van water voor verschillende functies, zoals steden, natuur of landbouw. Op sommige plekken is het bodem- en watersysteem niet meer geschikt voor bepaalde nieuwe functies, op andere plekken wel. Gebieden die een grote kans op overstromingen hebben, zijn bijvoorbeeld niet geschikt voor extra woningbouw. Gebieden die droogte kennen zijn niet meer geschikt voor hoogproductieve landbouw. Het betekent voor ons als gemeente niet dat we alle mogelijke technische oplossingen achterwege laten. Als er een zwaarwegend maatschappelijk belang aan een ontwikkeling vast zit, kiezen wij in overleg met andere overheden voor technische oplossingen. 

Stedelijk afvalwater

Om de uitdagingen met water aan te gaan en de kwaliteit van de leefomgeving in de gemeente op niveau te houden, is het van belang om de openbare ruimte met de onderliggende systemen en structuren te onderhouden. Eén van de kernfactoren hierbij is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen omtrent de riolering en het watersysteem. Deze hebben immers de volgende belangrijke doelen voor het dagelijks leven:

  • het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten;

  • het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater;

  • het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte in de bebouwde omgeving;

  • het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater.

Het inzamelen en verwerken van afvalwater en hemelwater is een taak van de gemeente. We hebben als gemeente een zorgplicht voor de samenstelling van het in te zamelen (bedrijfs)afvalwater via de gemeentelijke riolering (indirecte lozingen). Het waterschap zorgt vervolgens voor de zuivering van het afvalwater. Tevens heeft de gemeente een regierol in de aanpak van structurele grondwateroverlast in het stedelijke gebied. De riool- en watertaken gaan verder dan alleen de buizen onder de grond. Onder meer de gemalen, sloten en greppels dragen bij aan de bovenstaande doelen.

De effecten van klimaatverandering raken nauw aan de gemeentelijke watertaken en zorgplichten; de gevolgen van hevige regenbuien, meer hittestress en toenemende droogte komen nu al aan het licht. Ook leidt het verstenen van de bebouwde omgeving, zeker in combinatie met de klimaatverandering tot een grotere kwetsbaarheid van woon-, werk- en winkelgebieden. Van belang is dat, zodra de openbare ruimte meerdere functies vervult (zoals berging van water-op-straat, verwerking van water in groenvoorzieningen), dit duidelijk wordt gecommuniceerd naar de gebruikers hiervan. Door de klimaatadaptatie mee te nemen bij de invulling van de watertaken, blijft de kwaliteit van de leefomgeving ook in de toekomst op niveau.

Een doorvertaling van bovenstaande doelen naar concretere ambities en maatregelen voor de gemeentelijke watertaken en zorgplichten is gemaakt in het Programma Water en Riolering 2024-2028. 

Drinkwater

De gemeente Rijssen-Holten heeft op haar grondgebied twee drinkwaterwinningen: Espelose Broek en Holten. Daar omheen liggen verschillende beschermingszones (grondwaterbeschermingsgebied en intrekgebied) om de kwaliteit van het drinkwater te waarborgen. 

De gemeente heeft, net als alle overheden, een drinkwaterzorgplicht. Ten behoeve van de gezondheid van onze inwoners streeft de gemeente samen met de waterschappen, de provincie Overijssel, het Rijk en Vitens, naar een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Dat betekent dat functies binnen drinkwaterbeschermingsgebieden geen negatieve invloed hebben op de drinkwaterkwaliteit. De provincie is leidend in de bescherming van grondwater bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening. De gemeente volgt het beleid dat hiervoor in de provinciale omgevingsvisie en - verordening wordt opgenomen en neemt de ruimtelijke beschermingsregels van de provincie over die gelden voor de gebieden aangewezen als: waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, koude-warmteopslagvrije zone, boringsvrije zone en intrekgebied. In deel 2 van deze omgevingsvisie zijn de verschillende beschermingszones voor drinkwater opgenomen.

Onder de zorgplicht valt ook het beschermen van de infrastructuur en de productiemiddelen (zoals pompen) die nodig zijn voor de levering van drinkwater aan inwoners. Ook de hoofdtransportleidingen die het water vervoeren van de waterwinlocatie naar de productielocatie en van de productielocatie naar de afnemers van het water vallen onder de zorgplicht. Deze transportleidingen worden planologisch beschermd, zodat voorkomen wordt dat deze leidingen verlegd hoeven te worden, niet worden beschadigd en beheer en onderhoud aan de leidingen plaats kan vinden. Dit voorkomt veiligheidsrisico's en hoge maatschappelijke kosten.

Ook ligt er een taak in het bewust maken van inwoners en bedrijven van de consequenties van het wonen en werken binnen een grondwaterbeschermingsgebied/intrekgebied en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit en drinkwaterkwantiteit.

Drinkwaterbesparing

Drinkwater is een onmisbare grondstof en het is van belang dat we daar spaarzaam mee omgaan. De gemeente zet daarom in op het duurzaam omgaan met/gebruik van drinkwater. Dit kan bijvoorbeeld door haar eigen gebouwen te verduurzamen, door groen/blauwe (klimaatadaptieve) inrichting van het stedelijk gebied om droogte en hittestress te voorkomen (zo hebben we minder energie en drinkwater nodig), door berging van water in tijden van hevige neerslag (zo hebben we voldoende water in tijden van droogte) en door het minimaliseren van verharding en het vergroenen van bestaande verharding (zo kan meer regenwater infiltreren naar het grondwater).

Daarnaast zal de gemeente sturen op vermindering van waterverbruik bij bouwplannen. Stedelijke uitbreiding vergroot namelijk de watervraag, maar waterbesparende maatregelen kunnen vraagstijging afvlakken. Tot slot stimuleert de gemeente waterbesparing bij inwoners door te werken aan bewustwording over drinkwatergebruik.

Bodemenergiesystemen

Met de energietransitie wordt steeds vaker naar de (diepe) ondergrond gekeken. Het gaat dan om aardwarmte (geothermie) en bodemwarmte (bijvoorbeeld warmte-koudeopslag). Deze systemen brengen risico's met zich mee voor de kwaliteit van het grondwater. De belangrijkste zijn het doorboren van de afdekkende kleilaag, de risico's op lekkage van boor- en vloeistoffen of afdracht van warmte aan het grondwater. In waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones zijn energiesystemen niet toegestaan. Voor intrekgebieden wordt per situatie beoordeeld of de risico’s van het bodemenergiesysteem acceptabel zijn en worden eventueel aanvullende eisen gesteld aan de installatie. Geothermie is nooit toegestaan in drinkwaterbeschermingsgebieden.

1.3.4.2 Ambitie en strategie voor het thema bodem en water

1.3.4.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar bodem- en watersysteem op de volgende manieren:

  • we zorgen voor een balans tussen het beschermen en benutten van de bodem en ondergrond. Daarbij houden we er rekening mee dat de bodem een traag werkend systeem is;

  • we beschermen de bodem als grootste en meest geschikte reservoir om water vast te houden en te bergen;

  • functie volgt bodem en water; functies plaatsen wij bij voorkeur op de plekken met de juiste kwaliteiten van bodem en ondergrond. Initiatieven moeten bijdragen aan het beschermen en waar mogelijk herstellen van de kwaliteiten van bodem en ondergrond. Het bodem- en watersysteem is daarom leidend bij ontwikkelingen;

  • de bescherming van het bodem- en watersysteem heeft een plek in regels en normeringen;

  • door het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten met een afdoende vuilwaterafvoer;

  • door het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater in samenwerking met de waterschappen;

  • door het voorkomen van schade door hevige regenval én extreme droogte in de bebouwde omgeving;

  • door het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater;

  • door het beschermen van de drinkwatervoorziening en daarbij behorende infrastructuur.

1.3.4.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar bodem- en watersyteem op de volgende manieren, door:

  • te zorgen voor een balans tussen het beschermen en benutten van de bodem en ondergrond. Daarbij houden we er rekening mee dat de bodem een traag werkend systeem is; 

  • het meegeven van voorwaarden voor het gebruik van bodem en ondergrond. Het gebruik moet passend zijn bij een duurzame regionale ontwikkeling en de risico's zijn aanvaardbaar en beheersbaar;

  • geen van de maatschappelijke opgaven volledig leidend te laten zijn in het gebruik van de ondergrond. We maken een integrale afweging van de functies die bodem en ondergrond (kunnen) vervullen in het betreffende gebied;

  • nagenoeg al het afvalwater in te zamelen via riolering en centraal te zuiveren. Op enkele locaties in het buitengebied wordt het afvalwater niet via riolen ingezameld, maar wordt dit lokaal verwerkt (gezuiverd). Stankklachten en/of verontreinigingen van sloten en bodem komen hierdoor nauwelijks voor; 

  • de rioleringsinspectie op een gedetaileerde wijze uit te voeren en te monitoren in het beheersysteem. Reparaties, relinen en vervangingen worden doelmatig en adequaat uitgevoerd, na een transparante en integrale afweging. Overlast voor bewoners bij storingen/calamiteiten is beperkt tot een minimum;

  • de huidige technische staat en onderhoud van bermsloten en gemeentelijke watergangen te blijven voortzetten;

  • de huidige reactieve aanpak van klachten bij grondwateroverlast voort te zetten;

  • de huidige monitoring van de grondwatersituatie in stedelijk gebied goed in beeld te blijven houden ten behoeve van grondwateroverlast.

1.3.4.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert het duurzaam gebruik van haar bodem- en watersysteem op de volgende manieren, door:

  • duurzaam, veilig en efficiënt bodem- en ondergrondgebruik om de maatschappelijke opgaven en gemeentelijke ambities voor de leefomgeving uit onze omgevingsvisie te realiseren;

  • rekening te houden met nationale en provinciale kaders. Waar die kaders onze ambities in de weg staan gaan wij in gesprek over (technische) oplossingsrichtingen om het duurzaam benutten van de bodem en ondergrond te bevorderen en te faciliteren;

  • het stimuleren van meervoudig gebruik bij initiatieven. We reserveren ruimte in de ondergrond voor toekomstig gebruik;

  • het bodem- en watersysteem meer ruimte te geven, zodat het ruimte houdt en krijgt om te functioneren;

  • te zorgen voor een robuust bodem- en watersysteem dat in staat is om hevige neerslag op te vangen en vast te houden en daarnaast een goede basis is voor het vergroten van de biodiversiteit, natuur en groen;

  • regenwater te zien als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem, niet als afvalwater, waarbij de voorkeursvolgorde van vasthouden-bergen-afvoeren wordt aangehouden;

  • de riolering robuuster te maken met behulp van het afkoppelen van verhard oppervlak, waarbij inwoners gevraagd wordt hun hemelwater te bergen en verwerken op eigen terrein;

  • nieuwe systemen robuust aan te leggen. Enig water-op-straat is acceptabel, zolang er geen wateroverlast optreedt. Anticiperend op de verwachte toename van hevige regenbuien als gevolg van klimaatverandering is de maatstaf van een bui van 70 mm in één uur;

  • samen met waterschappen met het regulier beheer in te zetten op de optimale uitstraling en het functioneren van de watergangen en (retentie)vijvers;

  • de belevingswaarde en biodiversiteit van het oppervlaktewater, gezamenlijk met de waterschappen, te vergroten.

  • het bevorderen van waterbesparende maatregelen bij nieuwbouw, om zo de watervraag af te vlakken.

1.3.4.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert het duurzaam gebruik van het bodem- en watersysteem door: 

  • rekening te houden met de nationale en provinciale kaders. Waar die onze ambities in de weg staan gaan wij in gesprek over oplossingsrichtingen om het duurzaam benutten van de bodem en ondergrond te bevorderen en te faciliteren;

  • samenwerking tussen initiatiefnemers, belanghebbenden en gemeente te stimuleren en te faciliteren bij beleidsvorming en projecten rondom water, bodem en ondergrond;

  • samenwerking tussen verschillende partijen in het buitengebied (waterschap, agrariërs en andere grondeigenaren) te stimuleren om water beter bovenstrooms vast te houden;

  • het vergroten van kennis rondom bodem en bodemgebruik bij grondgebruikers in het buitengebied;

  • bewoners bewust te maken van het positieve effect van het vergroenen van tuinen;

  • het creëren van een aantrekkelijke woonomgeving waar genieten van water mag, om zo het waterbewustzijn van inwoners te vergroten;

  • het creëren van bewustwording over de consequenties van wonen en werken in een grondwaterbeschermingsgebied en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit en drinkwaterkwantiteit;

  • het vergroten van kennis over het nut en de noodzaak van de openbare ruimte als het gaat om opvang van water etc.  

1.3.5 Thema Natuur, Landschap en Groen
1.3.5.1 Kenmerken en opgaven

1.3.5.1.1 Natuur

De meest markante waarden in de natuurlijke ondergrond van de gemeente Rijssen-Holten zijn de stuwwallen van de Sallandse Heuvelrug (de Holterberg) en de Rijsserberg, Beuseberg en Zuurberg. De stuwwallen zijn in de ijstijd opgeduwde aardlagen, die nu nog tientallen meters hoger liggen dan de omgeving. Daarmee zijn ze goed zichtbaar in de wijde omgeving en bieden wijdse uitzichten over de omgeving. De stuwwallen bestaan uit zandgronden die nu zijn begroeid met heide en bos.

De rest van de gemeente bestaat uit dekzandvlakten en beekdalen, die overigens nauw verbonden zijn met elkaar. De dekzandvlakten zijn een door de wind gevormd zandlandschap. Door de aanwezigheid van reliëf in het zandpakket kent het dekzandlandschap natte en droge delen, waarbij de grote reliëfverschillen in de loop der jaren vaak zijn geëgaliseerd om de productieomstandigheden van de landbouw te verbeteren. Tussen de dekzandruggen liggen de beekdalen. In deze laagtes verzamelde het water zich, wat leidde tot broekbossen en beken, zoals de Regge, de Oude Schipbeek en Schipbeek, Boterbeek, Soestwetering, Peters Waterleiding, Koordes Waterleiding en de Maatgraven. De van oorsprong meanderende loop van de beken is ten behoeve van de waterhuishouding recht getrokken, maar deze wordt nu op een aantal locaties teruggebracht in oude staat. Zo is de natuurlijke veerkracht van o.a. de Regge vergroot.

Op dit moment scoort de natuur in Rijssen-Holten op de GDI-index twee keer zo hoog als de landelijke score vanwege het groene buitengebied. Tegelijkertijd is de natuur in onze gemeente kwetsbaar voor verdroging en zien we dat de natuur (mede) daardoor onder druk komt te staan en de kans op natuurbranden wordt vergroot. Daarnaast speelt de negatieve invloed van stikstof op natuur op dit moment een grote rol.

Natuur is net als landschap in belangrijke mate kaderstellend voor nieuwe ontwikkelingen, doordat ze een belangrijke basis vormt voor de ambities van de gemeente op het vlak van duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De natuur is een basisfunctie in het buitengebied en één van de belangrijkste trekpleisters van de gemeente, met de Sallandse Heuvelrug als letterlijk en figuurlijk hoogtepunt. Natuur en recreatie trekken samen op. Inwoners en toeristen kunnen op velerlei manieren van de natuurlijke omgeving genieten. De kwaliteiten van de natuur zijn hoog en dragen in grote mate bij aan de belevingswaarde van het landelijk gebied. Het in stand houden en beschermen van de bestaande natuurwaarden staat voorop. De gemeente vindt gezonde ecosystemen van belang. De provincie Overijssel werkt op dit moment aan de uitwerking de methodiek Basiskwaliteit Natuur (afhankelijk van de keuze van Provinciale Staten). Als gemeente houden we deze ontwikkeling in de gaten en waar nodig zal de gemeente de basiskwaliteit van de natuur buiten de natuurgebieden vergroten. We stimuleren biodiversiteit bij inwoners reeds door diverse subsidies (bloemmengsels voor akkerranden, boomplantdag, 1001ha kruidenrijk grasland, etc.) en zijn ook actief als gemeente bezig met bijvoorbeeld het omvormen van naaldbos naar loofbos.

In de gemeente liggen meerdere natuurgebieden. Voor het overgrote deel zijn de natuurwaarden beschermd op bovengemeentelijk niveau. De gemeente hecht veel waarde aan de bestaande natuurgebieden. Het gaat dan om de op landelijk niveau aangewezen Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden, maar ook de gemeentelijke basisfunctielaag natuurlandschap in het omgevingsplan Buitengebied. De gemeente wil hier de natuurfunctie beschermen. Daarnaast zijn er de landelijke opgaven om het bosareaal uit te breiden (bossenstrategie) en het vergroten van de groen-blauwe dooradering. Ook zijn er de Weidevogelgebieden. Deze gebieden hebben als uitgangspunt dat zij verschillende flora en fauna beschermen, zodat deze niet verdwijnen. Nieuwe grootschalige functies worden in en nabij de natuurgebieden niet toegestaan, tenzij er toch voldaan wordt aan alle relevante wetgeving en geldende beleidsuitgangspunten. De door de gemeente aangewezen ecologische verbindingszones (Visie thema landschap en groen) zorgen voor verbindingen tussen natuurgebieden. Binnen de ecologische verbindingszone ligt de focus op het versterken van de biodiversiteit in de zones, waarbij ook rekening wordt gehouden met klimaatadaptatie.

Recreatieve druk en de bescherming van de natuurwaarden gaan niet altijd samen. Waar nodig zal de gemeente de recreatieve druk beperken om kwetsbare natuur de ruimte te geven, door middel van zoneringen. Verbinden en verweven van natuurgebieden in de recreatieve infrastructuur wordt door de gemeente ondersteund, daar waar kan en behoefte is. De gemeente wil de toegankelijkheid van de natuurgebieden optimaliseren waar dat mogelijk is, waarbij bezoekers ook daadwerkelijk de kwaliteiten van de natuurgebieden kunnen ervaren. Daarbij gaat het om zaken als het ervaren van rust en ruimte, geuren, echte duisternis en natuurgeluiden.

Verder willen we als gemeente proberen landbouw en natuurbehoud te verbinden door ons in te zetten voor natuur-inclusieve landbouw, waarbij meer balans wordt gezocht tussen economische rendabele landbouw en natuurbehoud en -verbetering.

1.3.5.1.2 Landschap en groen

"De gemeente werkt samen met inwoners en partners aan een aantrekkelijke, groene en herkenbare leefomgeving. We zetten in op het handhaven waar mogelijk en versterken van groenstructuren tot een duurzaam, samenhangend en daardoor herkenbaar raamwerk van groenelementen. Onze leefomgeving nodigt hierbij uit tot bewegen en er is ruimte voor ontmoeting, wat bijdraagt aan de gezondheid van veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. Samen met de inwoners en partners gaan we aan de slag met het vergroenen van openbare en particulieren ruimtes (meer groen, water en minder asfalt en stenen). We bevorderen biodiversiteit, zetten in op soortenbescherming en passen ons wijk- en gebiedsbeheer hierop aan. Binnen ons beleid hebben we aandacht voor klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress en door het toepassen van ruimtelijke adaptatie bij ontwikkelingen wordt de inrichting van onze leefomgeving aangepast op de effecten van klimaatverandering" (Strategische Visie 2022).

Bovenstaand citaat uit de Strategische visie onderstreept het cruciale belang van groen voor een leefomgeving die klaar is voor de toekomst. Groen vormt geen op zichzelf staand element, maar is integraal verbonden met de bredere benadering van de leefomgeving. Het openbaar groen speelt een essentiële rol in het streven naar een gezonde, duurzame en aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De waarde van groen is veelzijdig: het biedt een habitat voor planten en dieren, draagt bij aan natuurwaarden, is een krachtig middel tegen hittestress, reguleert wateroverlast en droogte, fungeert als toeristische trekpleister, is een drager van de gemeentelijke identiteit, en bevordert de gezondheid door bij te dragen aan schone lucht en mentaal welbevinden.

De ambities op het gebied van landschap en groen benadrukken het behoud en de versterking van bestaand groen en kenmerkende landschappen. Onze gemeente kent diverse landschapstypen en -elementen. Dit diverse karakter koesteren we en willen we voor de toekomst zichtbaar en beleefbaar houden. Er wordt daarnaast actief ingezet op het verder vergroenen van de kernen, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Deze ambities vinden aansluiting bij verschillende pijlers, waaronder biodiversiteit en natuurwaarde, klimaatadaptatie en duurzaamheid, economie, recreatie en toerisme, identiteit en beleving, en een vitale leefomgeving. Deze geïntegreerde aanpak vormt de basis voor een leefomgeving die niet alleen groen is maar ook veerkrachtig, duurzaam, en aantrekkelijk voor de huidige en toekomstige generaties.

De ambitie is om de totale oppervlakte aan openbaar groen minimaal gelijk te houden en bij voorkeur te vergroten. Dit gaat hand in hand met het versterken van de biodiversiteit en het creëren van een robuust groen-blauw netwerk met verbindingen op grote en kleine schaal. De groene trekpleisters blijven een blijvende bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het groen dat de toeristische trekpleisters met elkaar en met de centra verbindt, wordt versterkt. Op toeristisch belangrijke locaties is het openbaar groen van een hoger niveau dan het gemiddelde binnen de gemeente.

1.3.5.2 Ambitie en strategie voor het thema natuur, landschap en groen

1.3.5.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar natuurlijke waarden op de volgende manieren, door

  • het diverse karakter van de verschillende landschapstypen te koesteren en voor de toekomst zichtbaar en beleefbaar te houden;

  • onze landschapselementen te behouden en te versterken;

  • het totale oppervlakte aan openbaar groen te behouden, waarbij de totale oppervlakte minimaal gelijk blijft en bij voorkeur toeneemt.

  • het belang van groen op het gebied van een goede luchtkwaliteit, het voorkomen van ziekten en plagen en het mentale welbevinden te erkennen; 

  • op toeristisch belangrijke plekken het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente te laten zijn; 

  • specifiek voor de oude wal van Rijssen de cultuurhistorie te waarborgen in het groen;

  • gemeentelijk groen in eigendom te houden en geen nieuwe ontwikkelingen met bebouwing toe te staan in gemeentelijk groen. Wel is het mogelijk om met grondruil het bestaande areaal te vergroten of robuuster te maken;

  • te zorgen dat recreatieve druk zo veel mogelijk verspreid wordt over de gemeente. Daar waar nodig gaan we het gesprek aan over recreatieve zoneringen.

1.3.5.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar natuurlijke waarden op de volgende manieren, door:

  • de natuurlijke waarden te gebruiken in het vermarkten van onze gemeente in de toeristische sector; 

  • inwoners de ruimte en mogelijkheid te bieden om te bewegen, ontspannen en recreëren;

  • de aantrekkelijkheid van haar gemeente in te zetten in het aantrekken van nieuwe inwoners en bedrijven.

1.3.5.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert kansen om de natuurlijke waarden te versterken, door:

  • het stimuleren van biodiversiteit door milieuvriendelijker bermbeheer;

  • de biodiversiteit te versterken en het creëren van een robuust groen-blauw netwerk met verbindingen op grote en kleine schaal; 

  • een klimaatadaptieve, duurzame en groene inrichting van de openbare ruimte die bestand is tegen het veranderende klimaat en zorgt voor minder hittestress;

  • het koesteren van de verschillende landschappen, landschapstypen en -elementen. Deze willen we behouden, beschermen en waar mogelijk versterken;

  • het bevorderen van de groene trekpleisters in onze gemeente, omdat ze blijvend bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de gemeente;

  • de relatie tussen bebouwde kom en het omliggende landschap te versterken en biodiversiteit te vergroten met gebiedskarakteristieke beplanting;

  • het vasthouden van water op de hoger gelegen gebieden van de kernen te vergroten; 

  • het groenareaal optimaal in te zetten voor waterberging en klimaatadaptatie, waarbij koppelkansen worden gezocht met biodiversiteit;

  • verhard oppervlak te vergroenen en optimaal in te zetten voor klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door het stimuleren van groene daken en gevels, het benutten van bermen bij het vasthouden regenwater;

  • openbaar groen ook voor natuurlijk spelen, aankleding van recreatieve routes, sport en spelen te gebruiken;

  • waar mogelijk de hoogwaardige groenstructuur uit te breiden en het groen oppervlak te vergroten;

  • stads- en dorpsranden groen in te kleden, om de overgang van kern naar buitengebied zo natuurlijk mogelijk te laten verlopen.

1.3.5.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten heeft een faciliterende rol, door:

  • samenwerking met verschillende partijen in de natuurgebieden te stimuleren;

  • samen met inwoners en bedrijven te werken aan een groener, biodiversere en klimaatadaptieve leefomgeving, waarbij middelen beschikbaar worden gesteld voor bijvoorbeeld: akkerranden, groen-blauwe diensten, operatie steenbreek en boomplantdag.

1.3.6 Thema Mobiliteit
1.3.6.1 Kenmerken en opgaven

1.3.6.1.1 Kenmerken en opgaven

De gemeente Rijssen-Holten ligt in het hart van de driehoek gevormd door de stedelijke regio's Zwolle, Enschede-Hengelo en Deventer-Apeldoorn-Zutphen. De ligging van de A1 en de treinstations zorgen ervoor dat Rijssen en Holten in oostelijke en westelijke richting goed verbonden zijn met hun omgeving, met de grotere steden Deventer, Almelo, Hengelo en Enschede en met Randstad en Duitsland. We zien Rijssen-Holten hiermee als de verbindende schakel tussen stad en platteland.

Vanuit landelijke regelgeving worden gemeenten geconfronteerd met ruimtelijke uitdagingen. Denk hierbij aan de verduurzaming van mobiliteit, het verbeteren van verkeersveiligheid en het verlagen van maximumsnelheden. Als gemeente willen we aantrekkelijk blijven voor inwoners en ondernemers. We willen blijven ontwikkelen op het gebied van wonen en bedrijvigheid, wat hand in hand gaat met verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. 

Verkeersveiligheid 

Vanaf 1970 is er door overheden sterk ingezet op een verbetering van de verkeersveiligheid. Zo zijn er verplichte maatregelen voor voertuigen toegepast zoals gordels op achterbanken en airbags voor bestuurders en bijrijders. Door zowel maatregelen voor voertuigen als voor de infrastructuur te nemen is het aantal verkeersdoden door de jaren heen flink gedaald. Landelijke cijfers laten zien dat dit blijft steken boven de zeshonderd doden per jaar. 

Het aandeel betrokken fietsers bij verkeersongevallen is flink gestegen. Niet alleen ongevallen met andere voertuigen en andere fietsers, maar ook eenzijdige ongevallen onder 70-plussers is sterk toegenomen. De elektrische fiets biedt naast de bewegingsvrijheid van ouderen ook gevaren voor deze groep. De elektrische aandrijving leidt tot hogere snelheden, wat vooral binnen de bebouwde kom kan leiden tot verkeersonveiligheid.  

Als gemeente willen we dat mensen meer en vaker kiezen voor de fiets. Daarbij is het belangrijk dat we als gemeente beschikken over fietsvoorzieningen van hoge kwaliteit, welke afgezonderd zijn van rijbanen met minimale conflictpunten. Daarbij moet rekening gehouden worden met de directheid van fietsroutes en de snelheid die daarop gereden kan en mag worden. Ook voorrangssituaties tussen motorvoertuigen en fietsers moet goed afgewogen worden, waarbij de veiligheid van fietsers altijd bovenaan dient te staan. Het aannemen van dit standpunt, samen met het uitvoeren van de hoogwaardige fietsvoorzieningen draagt bij aan de verkeersveiligheid van fietsers. 

We borgen en verbeteren onze verkeersveiligheid door: 

  • Proactief en risico-gestuurd in te zetten op het verder terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers; 

  • Adequate maatregelen te nemen ten aanzien van harde cijfers en statistieken, zoals ongevallenstatistieken en snelheidsmetingen;

  • De rijsnelheden voor gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk te verlagen.

 

Bereikbaarheid

Bereikbaarheid is een belangrijke factor in de toegankelijkheid van essentiële voorzieningen zoals winkels en scholen, alsook voor de bevordering van economische groei. Het vergemakkelijkt de mobiliteit van werknemers, wat de werkgelegenheid stimuleert. Bovendien draagt goede bereikbaarheid bij aan sociale inclusie door ervoor te zorgen dat alle burgers gelijke kansen hebben om deel te nemen aan de samenleving. Daarnaast speelt het een belangrijke rol bij het verminderen van verkeerscongestie en luchtverontreiniging, waardoor de milieubelasting wordt verminderd.

We houden onze gemeente bereikbaar, waarbij: 

  • Inwoners, bedrijven en bezoekers beschikken over toegang tot betrouwbare verbindingen welke een voorspelbare reistijd hebben met minimale verstoringen; 

  • Inwoners, bedrijven en bezoekers veilig, makkelijk en voldoende snel van A naar B kunnen reizen; 

  • Mobiliteitsarmoede wordt bestreden zodat eenieder over de mogelijkheden en voorzieningen kan beschikken om zich vrij te kunnen verplaatsen. 

Leefbaarheid 

De mate van mobiliteit in een straat heeft een aanzienlijke invloed op de leefbaarheid. Factoren zoals de snelheid van het verkeer, het aantal passerende auto's en de hoeveelheid parkeerplaatsen bepalen in grote mate de ervaren veiligheid, rust en uitstraling van de straat. Deze aspecten dragen bij aan de identiteit van de straat en hebben een directe impact op de algehele verblijfs- en woonkwaliteit.

Onze visie op leefbaarheid in woonwijken draait om het creëren van aangename leefstraten waar bewoners zich thuis voelen en veilig kunnen leven. We streven naar verbeterde infrastructuur voor voetgangers en fietsers om de leefstraten groener, rustiger en socialer te maken. Duurzame mobiliteit staat centraal, waarbij we actief wandelen, fietsen en openbaar vervoer aanmoedigen en autoverkeer verminderen. Toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen blijven belangrijk. Leefstraten vormen het kloppende hart van de buurt, waar mensen verbonden zijn met elkaar en met hun omgeving. Door te investeren in een gezonde mix van mobiliteit, groen en sociale interactie, streven we naar een plek waar mensen graag wonen, werken en ontspannen.

Mobiliteitstransitie

De mobiliteitstransitie verwijst naar een verandering in hoe onze inwoners zich verplaatsen. Deze transitie is een reactie op diverse uitdagingen, waaronder klimaatverandering, congestie, luchtvervuiling en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Het doel van de mobiliteitstransitie is om het transportsysteem te transformeren naar een duurzamer, efficiënter en meer geïntegreerd systeem dat voldoet aan de behoeften van de samenleving, terwijl het de impact op het milieu vermindert.

Om bij te dragen aan de mobiliteitstransitie zetten we als gemeente in op de drie V's. Dit houdt in dat de volgende punten nodig zijn:

1) een vermindering van automobiliteit;

2) een verschuiving van de automobiliteit naar openbaar vervoer, fietsen en wandelen;

3) het verschonen van de resterende conventionele automobiliteit naar elektrische automobiliteit.

Daarnaast maken we gebruik van het STOMP-principe bij het opstellen van ons mobiliteitsbeleid en de inrichting van de fysieke leefomgeving. Dit principe staat voor het Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility-as-a-service (deelmobiliteit) en Personenauto. We houden hierbij rekening met het karakter en de schaal van onze gemeente, de verschillende kernen en deelgebieden. Dit principe geeft de prioritering van vervoerswijzen (modaliteiten) aan. Binnen deze visie is ervoor gekozen om per deelgebied een andere prioritering te geven aan deze modaliteiten. 

1.3.6.2 Ambitie en strategie voor het thema mobiliteit

1.3.6.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar weggebruikers door: 

  • veilige en directe looproutes en oversteekpunten te realiseren om onze kwetsbare verkeersdeelnemers te beschermen; 

  • toegankelijkheid voor mindervalide verkeersdeelnemers te borgen, met name in de centrumgebieden en woonwijken; 

  • fietsers als kwetsbare verkeersdeelnemer extra te beschermen; 

  • fietsers veilige fietsvoorzieningen te bieden langs gebiedsontsluitingswegen; 

  • deelmobiliteit in de toekomst te reguleren; 

  • het gebruik van de auto door onze inwoners positief te ontmoedigen; 

  • de personenauto een ondergeschikte plaats te geven binnen centrumgebieden en woonwijken; 

  • de interne verkeersuitwisseling van de auto te verminderen tussen woonwijken en centrumgebieden en tussen woonwijken en bedrijventerreinen; 

  • de externe autobereikbaarheid tussen andere gemeenten, de bedrijventerreinen en de centrumgebieden te borgen; 

  • bestaande en toekomstige woon- en werkgebieden op hoofdstructuur te ontsluiten op een toekomstbestendige manier; 

  • sluipverkeer in het buitengebied te weren / tegen te gaan; 

  • te blijven lobbyen bij hogere overheden om verkeersveiligheid op wegvakken buiten onze jurisdictie te verbeteren; 

  • de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer in schoolomgevingen te verminderen; 

  • de Dorpsstraat tussen rotonde Larenseweg en Kerstraat voor gemotoriseerd verkeer af te sluiten; 

  • het Zwartepad in te richten als voetgangerszone; 

  • de verkeersveiligheid op de Nijverdalseweg te verbeteren. 

1.3.6.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar infrastructuur door: 

  • de 3 V's samen met het STOMP-principe te gebruiken om deelgebieden in te richten; 

  • het voetgangersnetwerk te benutten en te versterken, met name in centrumgebieden en woonwijken; 

  • het fietsnetwerk beter te benutten; 

  • de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de personenauto in de centrumgebieden en woonwijken te borgen; 

  • de bestaande weginfrastructuur in te richten naar de geldende maximum snelheid;

  • bestemmings- en doorgaand verkeer zoveel mogelijk te geleiden over de hoofdinfrastructuur; 

  • onderzoek te doen naar de mogelijkheden om parkeren op eigen terrein in bestaande woonwijken mogelijk te maken; 

  • ondernemers op bedrijventerreinen te verplichten om voldoende parkeergelegenheden op eigen terrein te gaan regelen; 

  • de huidige Nota Parkeernormen te herzien.

1.3.6.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar infrastructuur door: 

  • proactief en risico-gestuurd in te zetten op het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers; 

  • adequate maatregelen te nemen ten aanzien van harde cijfers en statistieken, zoals ongevallenstatistieken en snelheidsmetingen; 

  • onze straten in te richten aan de hand van de multidimensionale ontwerpmethode waarbij we meer ruimte geven aan leefbaarheidsaspecten; 

  • als gemeente aansluiting te zoeken bij de provinciale ambitie om bovenregionale fietsverbindingen, samen met fietssnelwegen, te realiseren om intergemeentelijk fietsverkeer te bevorderen; 

  • een variantenstudie te doen naar een ongelijkvloerse fietsverbinding om de noord- en zuidzijde van het station Holten met elkaar te verbinden; 

  • zich in te zetten om openbaar vervoer binnen de gemeente te behouden en te bevorderen; 

  • actief samen te werken met RRReisFlex en Arriva voor verdere doorontwikkeling; 

  • ontwikkelingen op het gebied van Mobility-as-a-Service te volgen en te kijken bij andere gemeenten in de regio; 

  • alternatieve mobiliteitsvoorzieningen te bieden waarmee gestuurd wordt op een vermindering van het autobezit onder onze inwoners; 

  • alternatieve mobiliteitsvoorzieningen te bieden waarmee het buitengebied toegankelijker wordt voor andere modaliteiten; 

  • duurzame (stads)logistiek te stimuleren om een beter leefklimaat in bebouwde gebieden te realiseren; 

  • onderzoek te doen op welke wijze de frequentie van pakketbezorging in woonwijken kunnen verminderen (/ de efficiëntie te verbeteren); 

  • veilige en korte aanrijroutes voor bevoorrading te borgen en dit te bespreken met onze ondernemers; 

  • ons als gemeente in te zetten voor een robuust transportnetwerk tussen en van Rijssen en Holten over provinciale wegen en naar Rijkswegen; 

  • landelijk beleid omtrent GOW30 (gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u) te implementeren. Op basis hiervan herzien we het huidige hoofdwegennet en het onderliggend wegennet; 

  • de robuuste verbindingen van bedrijventerreinen met het hoofdwegennet en Rijkswegen te bevorderen; 

  • alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als gebiedsontsluitingswegen (GOW50) met verplaatsingsfunctie, in te richten als 50 km/uur wegen; 

  • alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als gebiedsontsluitingswegen (GOW30) met verplaatsingsfunctie, in te richten als 30 km/uur wegen; 

  • alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als erftoegangswegen (ETW30) met verblijfsfunctie, in te richten als 30 km/uur wegen; 

  • alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als erven met verblijfsfunctie, in te richten als 15 km/uur gebieden; 

  • in ieder geval tot en met 2030 aangesloten te blijven bij de regionale laadconcessie van Gelderland en Overijssel (GO-RAL); 

1.3.6.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert mobiliteit voor haar inwoners, bedrijven en bezoekers door: 

  • toegang te bieden tot betrouwbare verbindingen welke voorspelbare reistijd hebben met minimale verstoringen; 

  • veilig, makkelijk en voldoende snel van A naar B te kunnen laten reizen; 

  • lokale en regionale ontwikkelingen van deelmobiliteit binnen de gemeente te ondersteunen; 

  • onderzoek te doen naar de mogelijkheid om gemeentelijke voertuigen in te zetten als deelauto; 

  • te ondersteunen in de aanstaande mobiliteitstransitie; 

  • rondom mobiliteitsknooppunten binnen de kernen van Rijssen en Holten hubs te realiseren, met daarbij als doel om op de middellange termijn een netwerk van hubs te realiseren op strategische locaties binnen de gehele gemeente; 

  • parkeervoorzieningen voor de centrumgebieden in de nabije toekomst gratis en goed toegankelijk met de auto te houden; 

  • hoogwaardige parkeervoorzieningen te realiseren met meervoudige voorzieningen; 

  • meer fietsparkeervoorzieningen in centrumgebieden en rond openbare (mobiliteits)voorzieningen te realiseren; 

  • op strategische locaties openbare laadlocaties aan te wijzen door: 

    • aanvragen van inwoners in te willigen; 

    • proactief laadlocaties aanwijzen, op basis van: 

      • beschikbare laadgegevens (gebruiksintensiteit); 

      • gaten in het netwerk (dichtheid). 

1.3.7 Thema Recreatie en Toerisme
1.3.7.1 Kenmerken en opgaven

1.3.7.1.1 Recreatie en toerisme

In Rijssen-Holten streven we naar een gastvrije, duurzame en toegankelijke toeristische sector, die bijdraagt aan het welzijn van onze inwoners en bezoekers, én die je samen beleeft! Ons doel is niet enkel economische groei, maar het realiseren van brede welvaart, ofwel kwaliteit voor kwantiteit. We willen dit bereiken door balans te brengen tussen economie en leefbaarheid. Hierbij richten we ons op het beschermen van onze prachtige natuur door het verbeteren van de spreiding van onze bezoekers. Tegelijkertijd creëren we samen met de lokale toeristisch-recreatieve ondernemingen een aantrekkelijke toeristische sector, die wij ondersteunen. We staan ook open voor agrarische ondernemers in relatie tot de transitieopgave, die kansen zien in het omvormen van een VAB locatie of het starten van een nevenactiviteit in de (verblijfs)recreatieve sector. De focus moet daarbij wel liggen op kwaliteit en uniek/vernieuwend aanbod (niet meer van hetzelfde). Het moet bijdragen aan de doelgroepen die we willen aantrekken binnen de gemeente. Ook toegankelijkheid van onze voorzieningen is van groot belang, zodat ook mensen met een beperking  hiervan gebruik kunnen maken.

We erkennen dat vrije tijd essentieel is voor ons 'Bruto Twents Geluk' en willen dat zowel inwoners als bezoekers optimaal kunnen genieten van onze rijke natuur en het cultureel erfgoed. Naast de inzet op behoud van de rijke natuur, zetten we sterker in op cultuur(historie) en erfgoed waarbij de link met het Hanze verleden wordt gelegd mede als onderdeel van het Verhaal van Rijssen-Holten. Dit komt terug in het verhaal van Rijssen-Holten. Dit vereist een harmonieuze samenwerking binnen de regio's Twente, Salland en de Achterhoek, en een focus op het ontwikkelen van een samenhangend toeristisch product dat onze unieke kenmerken benadrukt en dat door gezamenlijke inspanningen beter beleefbaar wordt.

De belangrijkste kernopgaven binnen deze kenmerken en ambitie van Rijssen-Holten op het gebied van toerisme en recreatie worden onderstaand weergegeven. 

Demografisch ontwikkelperspectief: We streven er naar om de demografie richting 2050 te houden zoals die nu is. Recreatie en toerisme kan bijdragen aan het vasthouden en aantrekken van jonge gezinnen en houdt daarmee de vergrijzing en ontgroening tegen. De vrijetijdssector kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren door bij nieuwe investeringen en ontwikkelingen te kijken of deze ook een bijdrage leveren het gewenste demografische beeld. 

Balans tussen natuur en recreatie: De gemeente Rijssen-Holten zet zich in voor een versterkte natuurbeleving, waarbij de balans in kwaliteit van zowel de natuur als de recreatie centraal staat. De unieke landschappen, zoals de Sallandse Heuvelrug en het Twents Reggedal, worden gekoesterd en op duurzame wijze beschermd om bezoekers een beleving te bieden. Hierbij wordt steeds gezocht naar een evenwicht tussen het behoud van natuurwaarden en het bieden van hoogwaardige recreatiemogelijkheden. De organisatie Sallandse Heuvelrug en Twents Reggedal werkt aan het vormgeven van deze doelstelling, inclusief uitvoeringsprogramma, onderzoek en monitoring, in samenspel met Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug.

Dynamische sector: De vrijetijdseconomie in Rijssen-Holten is volop in beweging. Er is sprake van een dynamisch speelveld binnen de verblijfsrecreatie waar zowel stoppers, ontwikkelaars als mainstream ondernemers actief zijn. Omdat er veel gebeurt in de sector, wordt dit gezien als een kans om de recreatieve voorzieningen voortdurend te verbeteren en aan te passen door aan te passen op de marktontwikkelingen en bezoekersprofielen in relatie tot vraag en aanbod, onder andere door gebruik te maken van de 'kansenkaart' (Marketing-Oost) en kansrijke doelgroepen. Hierbij pakt de gemeente een actieve rol in het ondersteunen van ondernemers die willen vernieuwen en zich verder willen ontwikkelen.  

Samen met ondernemers werken aan een vitale (verblijfs-)recreatiesector: Rijssen-Holten ziet grote kansen in het ontwikkelen van de verblijfsrecreatieve sector in nauwe samenwerking met (lokale) ondernemers. De gemeente stimuleert en faciliteert nieuwe initiatieven op basis van deze visie en de overleggen die er zijn met de ondernemers. Naast onze accountmanagers bedrijven heeft ook de citymanager hierin een belangrijke rol. Daarnaast is samen met de ondernemers een quick scan uitgevoerd naar de vitaliteit van onze verblijfsrecreatieve sector. In een apart traject zal hier worden gewerkt aan de vitalisering. 

Investeren in kwaliteit van routestructuren: We willen onze lokale routestructuren doorontwikkelen tot de beste van Nederland. Naast een hoogwaardig verblijfssegment willen we ook onze TOP-routestructuren als een unique selling point in de markt kunnen zetten. De doorontwikkeling van deze routestructuren dragen ook bij aan de wens om bezoekers te verspreiden. De gemeente heeft al de nodige stappen gezet in het verbeteren van de kwaliteit van route-structuren, zoals mountainbikeroutes, wandel- en hardlooproutes en fietsroutes. Routenetwerken Twente werkt op basis van haar visie aan een toekomstbestendig routenetwerk. Lokaal doen we daar nog een flinke schep bovenop  met een lokale kwaliteitsimpuls waarbij ook aandacht is voor toegankelijkheid. Deze inspanningen worden voortgezet, om toe te werken naar het beste routenetwerk van Nederland. Ook routenetwerken en het Nationaal Park worden bij de doorontwikkeling betrokken. Het behouden van een toppositie binnen Nederland op dit gebied is essentieel, en er wordt daarom blijvend geïnvesteerd in zowel onderhoud als vernieuwing van deze routes.

Versterking van het Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug: Rijssen-Holten maakt al 20 jaar deel uit van het Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug en is actief betrokken geweest bij de verkenning van een "Nationaal Park nieuwe stijl" (2021-2023). Inmiddels zijn we bezig met het nieuwe concept dat perfect past bij de balans die de gemeente zoekt tussen economie en ecologie. Na de verkenningsfase werken we nu aan het gebiedsperspectief Samen op pad naar 2030 -Sallandse Heuvelrug en Twents Reggedal. In dit grote gebied ligt de natuurkern Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug. We werken vanuit dit samenwerkingsverband met 18 partijen samen aan het bereiken van een groot effect door ons te richten op het ontlasten van het Nationaal Park en het geven van een impuls voor sociaaleconomische ontwikkeling en leefbaarheid in het omliggende en samenhangende gebied. De belevingskwaliteit van het park wordt versterkt door deze nieuwe koers, waarbij zowel de gemeente, provincie (vanaf 2025) als het Rijk investeren in duurzame ontwikkelingen die nieuwe samenwerkingen en verbeterde monitoring mogelijk maken.

Focus op cultuur: Cultuur, in de context van evenementen, recreatie en kunst, vormt het hart van onze sociale identiteit en draagt bij aan de verrijking van onze gemeenschappen. Daarom is het belangrijk dat wij blijven investeren in cultuur door toegankelijke, inclusieve en duurzame culturele evenementen en recreatiemogelijkheden te ondersteunen. Cultuur is een belangrijke pijler binnen de recreatiesector en we moeten hier beter en meer gebruik van maken en genieten. Vanuit recreatie en toerisme willen waar door aan bijdragen en in investeren.

Het Verhaal van Rijssen-Holten: Om de gemeente Rijssen-Holten op een gestructureerde en samenhangende manier te vermarkten is een ‘paraplu’ nodig om het bestaande coalitieprogramma en lopende programma’s met elkaar te verbinden. Met een goed (promotie)verhaal versterken we onze eigen trots op de gemeente (je eigen inwoners als ambassadeurs) en zet je in op kwalitatief groeien. Wij kunnen dit voor onze gemeente gebruiken als middel om de juiste doelgroepen aan ons te binden voor nieuwe woningen, type ondernemers en type bezoekers / toeristen.

Organisatiestructuur continu in ontwikkeling: Een goed georganiseerde organisatiestructuur is cruciaal voor het succes van de vrijetijdseconomie in Rijssen-Holten. Samenwerking met regionale partijen als Nationaal Park Sallandse Heuvelrug, Recreatieschap Twente en Routenetwerken Twente is essentieel. Daarnaast is het ook van belang goed samen te werken met de regionale marketing organisatie, en lokale partijen zoals Toerisme Rijssen-Holten. Het verhaal van Rijssen-Holten moet consistent en aantrekkelijk worden verteld op verschillende niveaus, waarbij de financiering van deze inspanningen zorgvuldig wordt overwogen en geoptimaliseerd.

Toeristenbelasting inzetten binnen de sector: De afgelopen 2 decennia hebben we als gemeente veel geïnvesteerd in de sector recreatie en toerisme, waarbij deze investeringen gefinancierd zijn vanuit een stapsgewijze structurele verhoging van de toeristenbelasting. Deze waren destijds met name gericht op de openbare ruimte; de basis op orde (o.a. bewegwijzering, infrastructuur/route en ontvangstlocatie Holterbergplein). Pas als de basis op orde is, kun je dit ook vermarkten. Op basis van bovenstaande kernpunten staan we voor een nieuwe ontwikkelopgave waarbij ook nieuwe investering nodig zijn op basis van een investeringsagenda. De financiering van het uitvoeringsprogramma kan, net als in de jaren na de herindeling, worden gedekt uit een (stapsgewijze) verhoging van de toeristenbelasting gedurende een aantal jaren. Hiermee kan de sector een forse impuls worden gegeven en kunnen we tevens een bijdrage leveren aan ons gewenste demografische ontwikkelingsperspectief.

1.3.7.2 Ambitie en strategie voor het thema recreatie en toerisme

1.3.7.2.1 Beschermen

Vanuit het perspectief recreatie en toerisme betekent beschermen dat we ervoor zorgen dat de leefomgeving beschermt wordt en geen schade ondervindt. De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar recreatief potentieel door:

  • bestaande landschapskwaliteiten, -elementen en recreatieve voorzieningen (inclusief Toeristenweg een routestructuren/-netwerken) te behouden, beheren en te verbeteren.

  • Intensieve recreatie (zoals evenementen) in kwetsbare gebieden te beperken (uitwerking binnen samenwerkingsverband Nationaal Park).

1.3.7.2.2 Benutten

Vanuit het perspectief van recreatie en toerisme houdt benutten in dat we de unieke kwaliteiten en kansen van de leefomgeving optimaal gebruiken. Het is daarbij essentieel dat de recreatieve activiteiten een duurzaam karakter hebben en geen significante negatieve impact hebben op de natuur en het milieu. De gemeente Rijssen-Holten benut haar recreatief potentieel door:

  • het verbeteren van duurzame recreatie, ofwel het verbeteren van de balans tussen ecologie en economie, door spreiding van bezoekers in ruimte en tijd (seizoenverlenging). 

  • een kwaliteitsimpuls lokale routestructuren met de focus op het actieprogramma voor de kwaliteitsimpuls (inclusief toegankelijkheid) van lokale routestructuren.

  • het voortzetten van de uitvoering en samenwerking binnen het Gebiedsperspectief Samen pad naar 2030 -Sallandse Heuvelrug en Twents Reggedal, gericht op het behoud en de verbetering van de kwetsbare natuur, verbetering van de leefbaarheid voor het totale gebied en kansen voor sociaaleconomische ontwikkeling. 

  • Als gemeente ondernemers te stimuleren en ondersteunen om duurzame initiatieven te omarmen en te ontwikkelen. 

  • gebruik te maken van bestaande planologische mogelijkheden en de ontwikkelruimte die binnen deze planologische mogelijkheden nog niet (volledig) is benut. Benutten van deze bestaande ruimte is de makkelijkste weg voor groei en nieuwe ontwikkelingen. Ontwikkelingen moeten daarbij een bijdrage leveren aan de kwalitatieve doelstellingen en ontwikkelen voor de juiste doelgroepen. Niet méér van hetzelfde.

1.3.7.2.3 Bevorderen

Vanuit het perspectief van recreatie en toerisme betekent bevorderen het actief stimuleren van een gezonde en aantrekkelijke omgeving voor bezoekers. De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar recreatief potentieel door:

  • Te streven naar een (minimaal) behoud van ruim 500.000 overnachtingen die we op dit moment kennen, en waar mogelijk een duurzame groei met de focus op kwaliteit. 

  • Het ontwikkelen en realiseren netwerk start- en informatiepunten. Een deel van deze start- en informatiepunten is gerealiseerd. Het is nu van belang om hierop door te ontwikkelen. 

  • actief in te spelen op ontwikkelingen door samen te werken met maatschappelijke en marktpartijen. 

  • flexibel en adaptief om te gaan met beleidsvorming, waarbij we voortdurend inspelen op veranderende omstandigheden om zowel de economische groei als de leefbaarheid van onze gemeente te waarborgen. Een voorbeeld hiervan is de transitieopgave van het landelijk gebied. Voor stoppende agrariërs en VAB's zijn er kansen om recreatieve activiteiten te ontwikkelen. We willen dit stimuleren en faciliteren. De focus moet daarbij wel liggen op kwaliteit en uniek/vernieuwend aanbod (niet meer van hetzelfde). Het moet bijdragen aan de doelgroepen die we willen aantrekken binnen de gemeente.

  • Met name ruimtelijke verbinding tussen de centra en de toeristisch-recreatieve voorzieningen verder te versterken. 

  • Algehele kwalitatieve verbetering van publieke en private recreatieve voorzieningen en infrastructuur door een betere uitstraling, optimalisatie van het gebruik en een betere onderlinge samenwerking. 

  • De rijke historie met het  Hanzeverbond meer tot leven te brengen (o.a. Holten met de Waerdenborch/Landweer en Hanzestad Rijssen). 

1.3.7.2.4 Faciliteren

Vanuit het perspectief van recreatie en toerisme betekent faciliteren dat de gemeente een ondersteunende rol heeft en randvoorwaarden kan stellen voor bepaalde initiatieven. Deze rol pakt de gemeente ook regionaal door: 

  • regionale samenwerking om het gebied beter op de kaart te zetten en te houden.

  • binnen de kader van de provinciale Omgevingsverordening nieuwvestigingen te faciliteren in relatie tot de transitie van het landelijk gebied (stoppende agrariërs en VAB's)

1.3.7.2.5 Praatplaat Recreatie en Toerisme

afbeelding binnen de regeling
Praatplaat Recreatie en Toerisme
1.3.8 Thema Economie
1.3.8.1 Kenmerken en opgaven

1.3.8.1.1 Economie

Rijssen-Holten is ondernemend! Het ondernemerschap dat de volksaard kenmerkt, komt tot uiting in het sterk ontwikkelde midden- en kleinbedrijf en de relatief grote hoeveelheid werkgelegenheid in de gemeente. Rijssen profileert zich als stad van de bouw, de metaalindustrie en de transportsector. In Holten drukken bedrijven in transport en de metaalindustrie hun stempel, maar Holten staat toch vooral bekend om het toerisme. Enkele lokale bedrijven zijn uitgegroeid tot grote landelijke spelers en zijn internationaal actief. De lokale economie presteert hierbij goed en het bedrijfsleven werkt goed samen, iets wat tot uiting komt in de unieke praktijkopleidingen die in Rijssen worden aangeboden. 

Belangrijke trends voor de lokale economie zijn het toenemende belang van innovatie en verduurzaming door bedrijven, en daarmee het belang van goed geschoold personeel. Vergrijzing is een bedreiging voor de arbeidsmarkt, maar biedt met de groeiende senioreneconomie ook kansen. Voor bedrijven is er op dit moment in Rijssen maar beperkt ruimte voor uitbreiding. De verdere opmars van online winkelen drukt op het functioneren van de winkelgebieden in de gemeente. Tot slot groeit het belang van strategische samenwerking tussen ondernemers, overheid en onderwijs en de strategische samenwerking tussen gemeenten op regionaal niveau.

Als gemeente gaan we voor een MKB-vriendelijk klimaat, met ruimte voor ondernemerschap en aandacht voor duurzaam ondernemen. We dragen ons ondernemerschap actief uit. We zetten in op circulair ondernemerschap, besparing van energie, circulair bouwen en hebben een focus op een duurzame vervoersbranche. Daarnaast hebben we aandacht voor klimaatadaptatie en de energietransitie. Met andere woorden we zoeken naar een balans tussen economische groei en leefomgeving. Hierbij maken we gebruik van onze eigen sociale kracht om onze ambities samen met ons bedrijfsleven in de praktijk te brengen.

Een levendig en aantrekkelijk centrum is van groot belang voor onze inwoners en is een visitekaartje voor bezoekers van buitenaf. Als gemeente Rijssen-Holten willen we compacte en levendige centra en een goed vestigingsklimaat, waarbij we leegstand tegen proberen te gaan.

Onze bedrijventerreinen zijn de plekken waar ondernemers elkaar ontmoeten, waar banen worden gecreëerd en werknemers de hele dag werken. Naast de in gang gezette uitbreidingen is het ook van belang om aan de slag te gaan met herstructurering van het bestaande bedrijventerrein, om tegemoet te komen aan veranderende behoeftes van bedrijven. De gemeente Rijssen-Holten wil toekomstbestendige, vitale en economisch sterke bedrijventerreinen waar ondernemen en een gezonde leefomgeving samengaan met duurzaamheid als leidend principe. Het is de verwachting dat steeds meer hindergevoelige functies en publiektrekkers zich op de bedrijventerreinen willen vestigen. Het gaat bijvoorbeeld om dienstverlening, sport, onderwijs, (volumineuze) detailhandel en andere mix aan functies. Toekomstige ontwikkelingen maken dat op verschillende schaalniveaus keuzes gemaakt moeten worden om ruimte te geven aan industriële bedrijvigheid en niet-industriële functies. Als gemeente bieden wij het kader voor passende functies op de juiste plek. Samen met ondernemers bekijken we hoe we op bestaande terreinen creatief ruimte en banen kunnen creëren.

In het buitengebied is de landbouwsector een belangrijke economische drager. Hier ligt een uitdaging door de huidige stikstofproblematiek. De huidige landbouw zal op veel plekken een transitie door gaan maken; extensivering, kringlooplandbouw en natuur inclusieve landbouw. Voor ons als gemeente is het belangrijk in gesprek te blijven met onze agrariërs over deze transitie. Daarbij is een gebiedsgerichte aanpak, in samenwerking met de Provincie, met (economisch) perspectief en maatwerk van belang. Ook voor agrariërs die stoppen is het belangrijk hen waar mogelijk te ondersteunen naar een andere plek op de arbeidsmarkt. Ondanks deze ontwikkelingen zal de landbouw de grootste sector blijven als het gaat om het grondgebruik van het buitengebied. Daarnaast zal meer ruimte ontstaan voor andere bedrijvigheid in de vrijkomende agrarische bebouwing (vab's). Recreatie als nevenfunctie in het buitengebied zal een belangrijke rol blijven spelen. Hierbij is het van belang om in gebieden de juiste economische balans van (neven)functies te vinden. Hiervoor is maatwerk nodig, waarbij het bestaande erf de basis voor nieuwe (economische) ontwikkelingen.

1.3.8.2 Ambitie en strategie voor het thema economie

1.3.8.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar economische belangen door:

  • de bedrijven zich op de juiste en passende plek te laten vestigen;

  • in het buitengebied gebieden aan te wijzen waar de agrarische sector het primaat heeft en door gebieden aan te wijzen waar ruimte is voor de natuur en de recreatieve sector.

1.3.8.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut haar economische belangen door:

  • bestaande bedrijventerreinen te herstructureren, om tegemoet te komen aan de veranderende ruimtevraag van bedrijven;

  • het opnieuw bezien van de milieuzonering op bedrijventerreinen (Milieuzonering nieuwe stijl), omdat dit kansen biedt voor het creëren van een gezondere en veiligere leefomgeving en bedrijven ruimte geeft om de best beschikbare technieken toe te passen.

1.3.8.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar economische belangen door:

  • actief ondernemerschap aan te jagen;

  • te streven naar een MKB-vriendelijk klimaat;

  • ontwikkelingen die bijdragen aan een levendig compact centrum te stimuleren;

  • de eigen identiteit en representativiteit van de verschillende bedrijventerreinen te verstevigen;

  • het inzetten op het verduurzamen van bedrijfsgebouwen en -processen;

  • de transitie van intensieve grondgebonden landbouw naar extensieve kringlooplandbouw of natuurinclusieve landbouw te bevorderen;

  • bedrijvigheid onder voorwaarden in vrijkomende agrarische bebouwing toe te staan.

1.3.8.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert haar ondernemers door:

  • te zoeken naar mogelijkheden voor samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen overheid en het bedrijfsleven;

  • het samen met ondernemers zoeken naar oplossingen voor de parkeerdruk. 

1.3.9 Thema Wonen
1.3.9.1 Kenmerken en opgaven

1.3.9.1.1 Wonen

De woonomgeving van Rijssen-Holten wordt gevormd door de stad Rijssen (circa 28.000 inwoners), het dorp Holten (circa 6.600 inwoners) en het buitengebied met acht buurtschappen waarin totaal zo'n 3.250 mensen wonen.

Hoewel Rijssen-Holten meer inwoners heeft dan alle omliggende plattelandsgemeenten, staan er minder woningen. De gemiddelde woonbezetting is dankzij de grote gezinnen hoog. Kijken we naar de woningvoorraad, dan is deze relatief eenzijdig. In de gemeente staan vooral eengezinswoningen en koopwoningen. Het aantal appartementen en huurwoningen is beperkt. Ook het aandeel sociale huur is lager dan gemiddeld in Nederland. Per jaar verhuizen er gemiddeld zo'n 1.000 huishoudens, waarvan zo'n drie op de vijf huishoudens verhuist binnen de eigen gemeente. Ouderen blijven het liefst zo lang mogelijk wonen in de huidige woning.

Een regionale samenwerking is van belang bij de aanpak van de woonopgaven. Hierbij bouwen we in beginsel voor eigen behoefte, maar zijn ook bereid om een steentje bij te dragen aan het oplossen van de landelijke woningnood. Concreet betekent dit dat we in Rijssen-Holten tot 2030, 1800 nieuwe woningen willen bouwen. Daarnaast hebben we de ambitie dat elke woning en woonlocatie 'raak' moet zijn en dat wonen voor iedereen beschikbaar moet zijn.

De wijzigende bevolkings- en huishoudsamenstelling en de energietransitie maken het noodzakelijk de bestaande woningvoorraad in kwalitatieve zin te transformeren. Bij deze transformatie hoort het aanzienlijk reduceren van de CO2-uitstoot van woningen (isolatie, gasloos, zonnepanelen, gebruik van geothermie, warmtepompen e.d.) wat een aanzienlijke opgave is. Daarnaast ligt er een opgave om de bestaande woningvoorraad meer levensloopbestendig te maken en invulling te geven aan de stijgende vraag naar meer differentiatie in (alternatieve en innovatieve) woonvormen, hierbij kan circulariteit ook een belangrijke rol spelen.

Actueel is het gebrek aan beschikbaarheid van betaalbare woningen vooral voor jongeren. Op dit moment is er door de hoge bouwkosten nauwelijks een passende woning voor deze doelgroep beschikbaar. Naast jongeren zijn er andere doelgroepen waarvoor passende huisvesting noodzakelijk is. Het gaat hierbij om doelgroepen als mensen met een laag inkomen, zorgdoelgroepen en statushouders. Daarnaast blijft er, met name in Rijssen, behoefte aan zelfbouwlocaties. Wel zien we dat de financiering van deze zelfbouwlocaties steeds lastiger wordt.

1.3.9.2 Ambitie en strategie voor het thema wonen

1.3.9.2.1 Beschermen

De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar woningvoorraad door:

  • eisen te stellen aan een goed woon- en leefklimaat;

  • woningen te bouwen voor eigen behoefte;

  • bij het bouwen van nieuwe woningen rekening te houden met de verschillende doelgroepen (sociale huur, sociale koop, reguliere koop).

1.3.9.2.2 Benutten

De gemeente Rijssen-Holten benut kansen om haar woningvoorraad te verbeteren door:

  • de initiatieven voor het toevoegen van woningen door middel van inbreidingen mogelijk te maken waar dat kan;

  • selectief in te zetten op uitbreidingslocaties om te voorzien in de groeiende woonbehoefte.

1.3.9.2.3 Bevorderen

De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar woningvoorraad door:

  • tot 2030 1800 woningen bij te bouwen op verschillende locaties in de gemeente; 

  • de duurzaamheid van de bestaande woningen te vergroten;

  • differentiatie in woningen te stimuleren;

  • specifiek te bouwen voor doelgroepen;

  • het bouwen van flexwoningen, zodat er op korte termijn woningen beschikbaar komen.

1.3.9.2.4 Faciliteren

De gemeente Rijssen-Holten faciliteert in de zoektocht naar een goede woningvoorraad door:

  • samen te werken met organisaties en partijen die bijdragen aan diversiteit in de woningvoorraad, zoals woningcoöperaties;

  • inwoners te informeren over het verduurzamen van hun woning. 

B

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

2 Omgevingsvisie deel 2 - Gebiedsgerichte vertaling 

2.1 Introductie

U heeft een locatie op de kaart opgezocht om de omgevingsvisie van de gemeente Rijssen-Holten voor die locatie specifiek te bekijken. U ziet alleen de visie teksten die op deze locatie van toepassing zijn. De thema's waar we op in gaan zijn: leefbaarheid en omgeving; milieu en gezondheid; klimaat en energie; bodem en water; natuur, landschap en groen; mobiliteit; recreatie en toerisme; economie en wonen. 

Als u de complete omgevingsvisie voor de hele gemeente Rijssen-Holten wilt lezen kunt u daarvoor klikken op het 'gehele document' openen. Daarin vindt u dan ook deel 1 waarin beschreven is hoe de omgevingsvisie tot stand is gekomen, de overkoepelende kenmerken, opgaven, strategie en ambities per thema in de fysieke leefomgeving. 

2.2 Gebieden [Gereserveerd]

2.2.1 Buitengebied [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.2.2 Centra [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.2.3 Bedrijventerreinen [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.2.4 Woonwijken [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.3 Leefbaarheid en Omgeving [Gereserveerd]

2.3.1 Leefbaarheid [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.3.2 Identiteit [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.3.3 Archeologie en erfgoed [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.4 Gezondheid en Milieu [Gereserveerd]

2.4.1 Gezondheid [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.4.2 Milieu [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.5 Klimaat en Energie [Gereserveerd]

2.5.1 Klimaat [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.5.2 Energie [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.6 Bodem en Water [Gereserveerd]

2.6.1 Bodemsysteem [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.6.2 Watersysteem [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.7 Natuur, Landschap en Groen

2.7.1 Natuur [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.7.2 Landschap
2.7.2.1 Landschap per deelgebied

2.7.2.1.1 Landschap Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek

Het coulisselandschap van Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek is kleinschalig en fijnmazig en wordt gevormd door lijnvormige groenelementen als lanen, singels en houtwallen, oude eenmansessen en erven met sterke beplantingsstructuren. De organische lijnen en de afwisseling tussen open en gesloten landschappen zorgen voor een attractief beeld. In dit gebied willen we de centrale openheid behouden en versterken en de groenblauwe functie van de Soestwetering versterken.

Landschap Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.2 Landschap Westflank Holterberg

Het coulisselandschap van de Westflank Holterberg is kleinschalig en fijnmazig en wordt gevormd door lijnvormige groenelementen als lanen, singels en houtwallen, oude eenmansessen en erven met sterke beplantingsstructuren. De organische lijnen en de afwisseling tussen open en gesloten landschappen zorgen voor een attractief beeld. Andere landschappelijke kenmerken zijn blokvormige groenelementen en landgoederen. We willen de karakteristieken van het gebied behouden, waarbij het landschappelijke beeld van 1900 het beplantingspatroon bepaalt en recreatieve functies faciliteert.

Landschap Westflank Holterberg
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.3 Landschap Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek

De open landschappen van Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek zijn van oorsprong de lagergelegen en nattere gebieden, waar rechte ontginningswegen en waterlopen de identiteit van het landschap bepalen. Beplantingselementen zijn hier dienend aan de beleving van de openheid van de omliggende landschappen. In het open landschap is veel ruimte voor de agrarische sector. In het gebied is ruimte voor de agrarische sector en het landschap is daarin volgend. 

Landschap Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.4 Landschap De Schipbeek

De open landschap bij De Schipbeek is van oorsprong de lagergelegen en nattere gebieden, waar rechte ontginningswegen en waterlopen de identiteit van het landschap bepalen. Beplantingselementen zijn hier dienend aan de beleving van de openheid van de omliggende landschappen. In het open landschap is veel ruimte voor de agrarische sector en het landschap is daarin volgend. Wel willen we de Schipbeek en het beekdal natuurlijk en cultuurlijk inrichten.

Landschap De Schipbeek
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.5 Landschap De Holterberg

De Holterberg met bospercelen, heidevelden en lange, rechte wegen zorgt voor belangrijke hoogteverschillen in het gebied. Hoogteverschillen komen voor op de flanken en langs de randen van de bospercelen en op de open velden. De beleefbaarheid van de Holterberg is een belangrijk ingrediënt die de identiteit van de regio vormt.Op deze toeristisch belangrijke plek is het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente. Het draagt blijvend bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het groen dat de toeristische trekpleisters onderling en met de centra verbindt, wordt versterkt.

Landschap De Holterberg
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.6 Landschap Holter- en Lokerenk en Look

Het coulisselandschap van Holter-, Lokerenk en Look is kleinschalig en fijnmazig en wordt gevormd door lijnvormige groenelementen als lanen, singels en houtwallen, oude eenmansessen en erven met sterke beplantingsstructuren. De organische lijnen en de afwisseling tussen open en gesloten landschappen zorgen voor een attractief beeld. Andere landschappelijke kenmerken zijn blokvormige groenelementen en landgoederen. We willen de karakteristieken van het gebied behouden, waarbij het landschappelijke beeld van 1900 het beplantingspatroon bepaalt en recreatieve functies faciliteert.

Landschap Holter- en Lokerenk en Look
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.7 Landschap Beuseberg, Zuurberg en Borkeld

De Beuseberg, Zuurberg en Borkeld met bospercelen zorgen voor belangrijke hoogteverschillen in het gebied. Hoogteverschillen komen voor op flanken en langs de randen van de bospercelen en op de open velden. Andere landschappelijke kenmerken zijn open enken en de lijn- en blokvormige beplantingselementen. We willen het kleinschalig landschap in stand houden. Op deze toeristisch belangrijke plek is het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente. Het draagt blijvend bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het groen dat de toeristische trekpleisters onderling en met de centra verbindt, wordt versterkt.

Landschap Beuseberg, Zuurberg en Borkeld
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.8 Landschap Oostflank Holterberg

Bospercelen, heidevelden en lange, rechte wegen zorgen voor belangrijke hoogteverschillen in het gebied Oostflank Holterberg. Hoogteverschillen komen voor op de flanken en langs de randen van de bospercelen en op de open velden. De beleefbaarheid van de Holterberg is een belangrijk ingrediënt die de identiteit van dit deelgebied vormt. We willen het aanwezige bebouwingslint functioneel versterken en landschappelijke doorzichten behouden.

Landschap Oostflank Holterberg
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.9 Landschap de Leiding en Overtoom

De open landschappen van de Omgeving de Leiding en Overtoom zijn van oorsprong de lagergelegen en nattere gebieden, waar rechte ontginningswegen en waterlopen de identiteit van het landschap bepalen. Beplantingselementen zijn hier dienend aan de beleving van de openheid en de omliggende landschappen. Het open landschap in Rijssen biedt onder andere plek voor de ontwikkeling van natte natuur. Andere landschappelijke kenmerken zijn de veen- en heide ontginningen. In dit deelgebied gaan melkveehouderijen en de ontwikkeling van natuur hand in hand.

Landschap de Leiding en Overtoom
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.10 Landschap De Rijsserberg

De Rijsserberg met bospercelen, heidevelden en lange, rechte wegen zorgt voor belangrijke hoogteverschillen in het gebied. Hoogteverschillen komen voor op de flanken en langs de randen van de bospercelen en op de open velden. We willen de Rijsserberg natuurlijker inrichten, waarbij ruimte is voor recreatie op de flanken. Op deze toeristisch belangrijke plek is het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente. Het draagt blijvend bij aan de aantrekkelijkheid, waarbij het groen, dat de toeristische trekpleisters onderling en met de centra verbindt, wordt versterkt.

Landschap De Rijsserberg
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.11 Landschap De Regge

Aan de noordoostzijde van Rijssen heeft De Regge een belangrijke invloed. Het Regge landschap wordt gevormd door groene structuren die de kleinschaligheid creëren, afgewisseld met grote, open velden zoals De Mors en Het Opbroek, die bebouwd worden. Door de ligging van het Volkspark en Landgoed De Oosterhof (Rijssens Museum) rijkt het landschap met groene elementen hier tot ver richting het centrum van Rijssen.Andere landschappelijke kenmerken zijn rechte wegen met waterlopen, waarbij laanstructuren passend zijn. We willen een meer beleefbare Regge. Op deze toeristisch belangrijke plek is het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente. Het draagt blijvend bij aan de aantrekkelijkheid, waarbij het groen, dat de toeristische trekpleisters onderling en met de centra verbindt, wordt versterkt.

Landschap De Regge
afbeelding binnen de regelingLandschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)
2.7.2.2 Landschapstypen

2.7.2.2.1 Stuwwallandschap

Het stuwwallandschap is gevormd door het reliëf van de Sallandse Heuvelrug, waarvan de Holterberg onderdeel is. Het landschap kenmerkt zich door afwisseling van bos en heide. Het bos is ontstaan op voormalige beleidsterreinen. Het stuwwallandschap kenmerkt zich door grote bospercelen die overgaan in bebouwd gebied en cultuurlandschap, met oude wegen die aangezet werden met lanen, of juist door open velden en over essen liepen. We willen de verbinding van de kernen Rijssen en Holten versterken met respectievelijk de Rijsserberg en de Holter- en Beuseberg.

2.7.2.2.2 Kampenlandschap

Het kampenlandschap wordt gevormd door restanten van een van oorsprong kleinschalig reliëfrijk oud ontginningslandschap met kleine verspreid gelegen akkers en graslanden. Met daarnaast een rijkdom aan beplanten steilranden, houtwallen en gegroepeerde boerderijen. Dit kampenlandschap vinden we nog terug op de flanken van de Holterberg rond Neerdorp en Espelo en bij Dijkerhoek. De ruimtelijke karakteristieken worden gevormd en verwerkt door lijn- en blokvormige beplantingselementen, afgewisseld met open en gesloten (beplantings-)kamers. We willen de verbinding tussen de essen versterken en de hoogteverschillen benadrukken.

2.7.2.2.3 Maten- en flierenlandschap

Het maten- en flierenlandschap bestond oorspronkelijk uit vochtige, lagergelegen hooilanden met een netwerk van singels van zwarte els langs de perceelsgrenzen. Inmiddels bestaat het matenlandschap uit weidegronden. Een groot deel van de singels is ondertussen verloren gegaan. Het gebied is daardoor behoorlijk open. Matenlandschap vinden we bij Waterhoek, Holterbroek, Lokerbroek, Fliermaten en de Schipbeek. Beplanting versterkt het open karakter van het landschap met wegen en waterlopen als structuurdragers en versterkt de herkenbaarheid van een plek. We willen in dit landschap het groen-blauwe netwerk behouden en versterken en biodivers inrichten.

2.7.2.2.4 Jong (heide-)ontginningslandschap

Het jong (heide-)ontginningslandschap is relatief open en vlak met een onregelmatig rechthoekig verkavelingspatroon en is geaccentueerd door verspreide weg- en erfbeplantingen. Het jong (heide-)ontginningslandschap is ontstaan door de ontwatering en ontginning van deze van oorsprong zeer natte gebieden. Ook de ruilverkaveling die heeft plaatsgevonden in de 70-er jaren van de vorige eeuw heeft een grote bijdrage geleverd aan hoe het landschap er nu uit ziet. Ten westen van de Holterberg vinden we dit vooral terug langs de Soestwetering en tussen het kampenlandschap van Dijkerhoek, Neerdorp en Espelo.Ook aan de oostzijde van de Holterberg (o.a. Overtoom, De Leiding en het Ligtenbergerveld) is het jong ontginningslandschap te vinden. Bijzondere elementen in dit gebied zijn de dijk wegen en de oude markegrenzen in de vorm van greppels en wallen (o.a. de Zunasche Wal). De openheid van het ontginningslandschap met zijn rechte slagenverkaveling vormt een contrast met het hoger gelegen bos op de Holterberg. Beplanting versterkt het open karakter van het landschap met wegen en waterlopen als structuurdragers, en versterkt herkenbaarheid van een plek. We willen in dit landschap het groen-blauwe netwerk behouden en versterken en biodivers inrichten.

2.7.2.2.5 Enkenlandschap

Het enkenlandschap is een van oorsprong kleinschalig reliëfrijk oud ontginningslandschap met enkcomplexen (Holterenk en Lokerenk). Er zijn kleine verspreid gelegen akkers en graslanden, een rijkdom aan beplante steilranden, houtwallen, en gegroepeerde boerderijen in de omgeving van de Borkeld en de Biesterij. We willen in dit landschap het landschapsbeeld van 1900 terugbrengen en versterken daar waar mogelijk.

2.7.2.2.6 Reggelandschap

In dit gebied is de Regge een bepalende factor in het landschap. Ook de aanwezigheid van landgoederen is een belangrijke factor. Verder zijn er open gebieden te vinden die veelal volgebouwd zijn of worden. We willen in dit Regge landschap de link met de cultuurhistorie benadrukken en waar mogelijk versterken.

2.7.2.3 Landschapselementen

2.7.2.3.1 Grote groenpercelen

Verspreid over het grondgebied van de gemeente Rijssen-Holten zijn grote groenpercelen te vinden. Deze percelen willen we versterken, diverser maken en de gradiënten en soortenrijkdom vergroten. Dat doen we door het toepassen van inheemse soorten.

2.7.2.3.2 Gradiënten biodiversiteit

Op de flanken van de Holter- en Rijsserberg zijn van nature veel gradiënten biodiversiteit aanwezig. Kansen voor biodiversiteit moeten in deze gebieden benut worden.

2.7.2.3.3 Ecologische verbindingszones

Ecologische verbindingszones zijn groenblauwe kaders die zorgen voor verbindingen tussen natuurgebieden. Binnen de ecologische verbindingszones wordt biodiversiteit versterkt en worden kansen voor klimaatadaptatie optimaal benut.

2.7.2.3.4 Relatie heuvelrug

De beleving van de heuvelrug moet gewaarborgd worden. Het is daarom van belang dat beplantingselementen bijdragen aan deze beleving en relatie heuvelrug.

2.7.2.3.5 Waterlopen

Waterlopen zijn structuurdragende elementen in het landschap en in bijna alle deelgebieden te vinden. Rondom waterlopen liggen kansen voor het versterken van de biodiversiteit door bijvoorbeeld het aanleggen van natuurlijke oevers.

2.7.2.3.6 Beschermde landschapselementen

In het buitengebied bevinden zich een aantal beschermde landschapselementen met een grote landschappelijke-, cultuurhistorische- of beeldbepalende waarde. Deze elementen hebben een divers karakter. Van stuwwalcomplexen tot holle wegen. Van prehistorische bosgebieden tot houtwallen met bijzondere kenmerken. Deze elementen zijn uniek in hun soort en willen we extra beschermen en versterken. Dat doen we onder andere door regels op te nemen in het omgevingsplan en het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan het beschermen en versterken van deze landschapselementen.

2.7.2.3.7 Beplantingselementen

Beplantingselementen versterken de landschappelijke en de cultuurhistorische beleving, waarbij kansen liggen om de ecologische ambities in de beplantingselementen in te passen. Hierbij moet gedacht worden aan soortenkeuze, gradiënten, etc.Elke nieuwe ontwikkeling moet een bijdrage leveren aan het versterken van beplantingselementen, door onder andere landschappelijke inpassing.

2.7.3 Groen
2.7.3.1 Groen per deelgebied

2.7.3.1.1 Groen in centra

Om de binnenstedelijke groenambities te behalen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd voor groen in centra:

  • De verkoop van openbaar groen aan particulieren is in principe niet mogelijk;

  • Het uitgangspunt is de 30-300 regel:

 

1. Het percentage groen binnen de gehele gemeente neemt de komende jaren toe, waarbij het streven 30% is in 2050 (situatie in 2021 is 20%);

2. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat minimaal 30% van de gemeentegrond groen wordt ingericht;

3. Wijken (centra en woonwijken) met een laag percentage (<15%) groen krijgen voorrang bij de vergroening (o.a. vanuit het bomenfonds);

4. In 2035 kan iedereen binnen 300 meter een koele plek (lees: relatief grote groene plek die aantoonbaar koeler is op hete dagen) bereiken. De opgavekaarten geven aan waar deze doelstelling nog niet is behaald en geeft daarmee prioriteit aan waar te starten met het creëren van extra koele plekken.

Voor de verschillende groenelementen in de centra geldt het volgende:

Bomen

Bomen zijn erg belangrijk en dragen bij aan een gezonden en duurzame leefkwaliteit. Bomen komen in verschillende vormen, grootten en soorten voor. Er wordt gestreefd naar vitale bomen die waarde opleveren. Kwaliteit is daarbij belangrijker dan kwantiteit. Waar mogelijk worden op grote verharde oppervlakten bomen toegevoegd ten behoeve van schaduwwerking. Bij soortkeuze van bomen is de cultuurhistorische beleving leidend en waar mogelijk worden biodiverse soorten toegepast. Boomspiegels bieden ruimte voor onderbeplanting, aansluitend op de cultuurhistorische beleving, waarbij de beeldkwaliteit aansluit bij de representatieve uitstraling van het centrum. Bij invulling door hangen of heesters kan op prominente plekken gekozen worden voor bloemrijke onderbeplanting.Bij de aanplant van nieuwe bomen zijn locatie, landschappelijke ondergrond en functie bepalend voor de soortkeuze. Noodzakelijke groeiruimte dient voldoende aanwezig te zijn, zowel boven- als ondergronds. Alle boomspiegels hebben hierbij minimaal een grootte van 2 m2, tenzij anders aangegeven. Indien bestaande boomspiegel kleiner zijn dan 2 m2, wordt op natuurlijke ingrijpmomenten gekeken of de boomspiegel groter kan worden, of dat een andere inrichting beter past. Per boom dient minimaal 15 m3 verbeterde bomenmengsel aanwezig te zijn (bomengrond, bomenzand), zodat een nieuwe boom voldoende ruimte en voeding heeft om tot volle wasdom uit te groeien. Beheer is gericht op het behoud van bomen, waarbij het gewenste beeld en de gewenste functie (bijvoorbeeld schaduwwerking) het uitgangspunt is. Bomen met groei- of gezondheidsproblemen dien niet op te lossen zijn (bijvoorbeeld beperkte groeiruimte of aanwezige schimmels) worden vervangen. In de beleidsnotitie Bomen en Zonnepanelen (2014) is vastgelegd wat de afspraken zijn voor bomen en zonnepanelen: het daarin opgenomen stroomschema blijft van toepassing. Bij aanplant van bomen op een nieuwe plek (waar nog geen boom stond) en bij nieuwbouw wordt rekening gehouden met het plaatsen van bomen t.o.v. zonnepanelen. Dat kan bijvoorbeeld door te zorgen dat bomen wat verder weg van daken staan, kiezen voor een transparante boomkroon of door kleinere bomen te kiezen. Kandelaberen, een ingrijpende beheersmaatregel, wordt alleen toegepast als de boom in zijn uitstraling een toegevoegde waarde heeft (bijvoorbeeld stamomvang, bijzondere kenmerken). Bij vervanging is de doelstelling (bijvoorbeeld schaduwwerking i.v.m. hittestress, biodiversiteit) van de boom leidend t.o.v. het aantal (kwaliteit en kwantiteit). Bij vervanging van de bomen kan de plek gewijzigd worden ten behoeve van betere groeikansen en bereiken van doelstellingen. Wanneer bomen gekapt moeten worden en op die locatie (op dat moment) herplant niet mogelijk is, wordt een vergoeding in een op te zetten Bomenfonds gestort. Deze vergoeding wordt uit het te realiseren project betaald, bijvoorbeeld een reconstructieplan. Uit dit fonds kan herplant worden gefinancierd en kunnen ook grootschaliger projecten worden opgezet. Er wordt gezorgd voor een goede bescherming van bomen bij werkzaamheden. Dit vermindert het vroegtijdig vervangen van bomen als gevolg van schade door werkzaamheden. Het Handboek Bomen wordt hiervoor gebruikt.

Gras

Onder gras vallen alle grasachtige beplantingen, zoals gazon en bloemrijk grasveld. Bermen, oevers en wadi's bestaan voor een deel ook uit gras (ruw/bloemenrijk/gazon). Gras wordt veel gebruikt langs wegen, paden en in woonwijken. Gras heeft een belangrijke functie in het gebruik van groen (denk aan spelen, hond uitlaten en bewegen). Grasvelden en gazons kunnen ook water bufferen. Binnen het centrum is gras representatief voor de uitstraling en identiteit van het centrumgebied. De toepassing van gras is mogelijk op grote verharde oppervlakten, al dan niet in de vorm met zitrand (referentie rond de Schildkerk). In verband met gebruikersdruk worden grondverbetering en sterke mengels toegepast.

Hagen

Hagen worden over het algemeen ingezet om ruimten te scheiden, waarbij de toepassing vaak plaatsvindt langs parkeerplaatsen, het spoor en door particulieren als erfafscheiding. Hagen hebben een dichte en strakke uitstraling, aansluiten op de hoogwaardige kwaliteit van het centrumgebied. Waar mogelijk worden parkeerterreinen ingekleed met hagen. Soortkeuze van hagen is gebaseerd op cultuurhistorie.

Natuurlijke beplanting

Natuurlijke beplanting oogt zo natuurlijk mogelijk. Binnen de bebouwde kom gaat het vooral om bosplantsoen en natuurlijke oevers. Buiten de bebouwde kom gaat het om bos, struweel en houtsingels en -wallen. We voegen meer natuurlijke beplanting toe in de openbare ruimte. Dit vraagt relatief minder onderhoud en draagt bij aan de biodiversiteit door gelaagdheid. Bij toepassing van biodiverse soorten in borders en groenstroken is de cultuurhistorische beleving bepalend.

Cultuurlijke beplanting

Cultuurlijke beplanting ontwikkelt zich niet op natuurlijke wijze en de beplanting moet intensief onderhouden worden om te zorgen dat de beplanting zijn vorm behoudt. Het gaat om heesters, rozenstruiken en vaste planten. Deze kunnen ook in plantenbakken voorkomen. Cultuurlijke beplanting is met name gericht op beleving en uitstraling. Cultuurlijke beplanting is representatief voor de uitstraling van het centrumgebied. Op prominente plekken (zoals entrees, rotondes, pleinen en winkelstraten) kan de toepassing van groen afwijken om de plek te markeren. Waar mogelijk worden grote verharde plekken ontdaan van stenen en worden borders toegepast. Plantenbakken worden voorzien van bloemrijke beplanting welke past bij de representatieve uitstraling van het centrum. In plantvakken wordt ingezet op sierwaarde van heesters in plaats van bosplantsoen en waar mogelijk worden biodiverse soorten in border en groenstroken toegepast, waarbij cultuurhistorische beleving leidend is.

2.7.3.1.2 Groen in woonwijken

Om de binnenstedelijke groenambities te behalen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd voor groen in woonwijken:

  • De verkoop van openbaar groen aan particulieren is in principe niet mogelijk;

  • Het uitgangspunt is de 30-300 regel:

 

1. Het percentage groen binnen de gehele gemeente neemt de komende jaren toe, waarbij het streven 30% is in 2050 (situatie in 2021 is 20%);

2. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat minimaal 30% van de gemeentegrond groen wordt ingericht;

3. Wijken (centra en woonwijken) met een laag percentage (<15%) groen krijgen voorrang bij de vergroening (o.a. vanuit het bomenfonds);

4. In 2035 kan iedereen binnen 300 meter een koele plek (lees: relatief grote groene plek die aantoonbaar koeler is op hete dagen) bereiken. De opgavekaarten geven aan waar deze doelstelling nog niet is behaald en geeft daarmee prioriteit aan waar te starten met het creëren van extra koele plekken.

Voor de verschillende groenelementen in de woonwijken geldt het volgende:

Bomen

Bomen zijn erg belangrijk en dragen bij aan een gezonden en duurzame leefkwaliteit. Bomen komen in verschillende vormen, grootten en soorten voor. Er wordt gestreefd naar vitale bomen die waarde opleveren. Kwaliteit is daarbij belangrijker dan kwantiteit. Het totaal aantal bomen in woonwijken neemt de komende jaren toe. Door toepassen van bomen (van de eerste categorie) wordt schaduw toegevoegd op verblijfsplekken, in het bijzonder bij speelplekken en gebieden rondom ouderencomplexen. Waar mogelijk wordt schaduw toegevoegd langs logische loop- en fietsroutes. Boomspiegels bieden ruimten voor heesters, bloemrijke beplanting of ruig gras. Het adopteren van boomspiegels in de woonstraten door bewoners wordt als optie aangeboden. Bomen in woongebied dragen bij aan beleving en activiteiten in het gebied, bijvoorbeeld door het toepassen van klimbomen, fruitbomen, etc.Bij de aanplant van nieuwe bomen zijn locatie, landschappelijke ondergrond en functie bepalend voor de soortkeuze. Noodzakelijke groeiruimte dient voldoende aanwezig te zijn, zowel boven- als ondergronds. Alle boomspiegels hebben hierbij minimaal een grootte van 2 m2, tenzij anders aangegeven. Indien bestaande boomspiegel kleiner zijn dan 2 m2, wordt op natuurlijke ingrijpmomenten gekeken of de boomspiegel groter kan worden, of dat een andere inrichting beter past. Per boom dient minimaal 15 m3 verbeterde bomenmengsel aanwezig te zijn (bomengrond, bomenzand), zodat een nieuwe boom voldoende ruimte en voeding heeft om tot volle wasdom uit te groeien. Beheer is gericht op het behoud van bomen, waarbij het gewenste beeld en de gewenste functie (bijvoorbeeld schaduwwerking) het uitgangspunt is. Bomen met groei- of gezondheidsproblemen dien niet op te lossen zijn (bijvoorbeeld beperkte groeiruimte of aanwezige schimmels) worden vervangen. In de beleidsnotitie Bomen en Zonnepanelen (2014) is vastgelegd wat de afspraken zijn voor bomen en zonnepanelen: het daarin opgenomen stroomschema blijft van toepassing. Bij aanplant van bomen op een nieuwe plek (waar nog geen boom stond) en bij nieuwbouw wordt rekening gehouden met het plaatsen van bomen t.o.v. zonnepanelen. Dat kan bijvoorbeeld door te zorgen dat bomen wat verder weg van daken staan, kiezen voor een transparante boomkroon of door kleinere bomen te kiezen. Kandelaberen, een ingrijpende beheersmaatregel, wordt alleen toegepast als de boom in zijn uitstraling een toegevoegde waarde heeft (bijvoorbeeld stamomvang, bijzondere kenmerken). Bij vervanging is de doelstelling (bijvoorbeeld schaduwwerking i.v.m. hittestress, biodiversiteit) van de boom leidend t.o.v. het aantal (kwaliteit en kwantiteit). Bij vervanging van de bomen kan de plek gewijzigd worden ten behoeve van betere groeikansen en bereiken van doelstellingen. Wanneer bomen gekapt moeten worden en op die locatie (op dat moment) herplant niet mogelijk is, wordt een vergoeding in een op te zetten Bomenfonds gestort. Deze vergoeding wordt uit het te realiseren project betaald, bijvoorbeeld een reconstructieplan. Uit dit fonds kan herplant worden gefinancierd en kunnen ook grootschaliger projecten worden opgezet. Er wordt gezorgd voor een goede bescherming van bomen bij werkzaamheden. Dit vermindert het vroegtijdig vervangen van bomen als gevolg van schade door werkzaamheden. Het Handboek Bomen wordt hiervoor gebruikt.

Gras

Onder gras vallen alle grasachtige beplantingen, zoals gazon en bloemrijk grasveld. Bermen, oevers en wadi's bestaan voor een deel ook uit gras (ruw/bloemrijk/gazon). Gras wordt veel gebruikt langs wegen, paden en in woonwijken. Gras heeft een belangrijke functie in het gebruik van groen (denk aan spelen, hond uitlaten en bewegen). Grasvelden en gazons kunnen ook water bufferen. Het natuurlijk spelen wordt gestimuleerd, door het toepassen van verschillende speelaanleidingen. Om biodiversiteit te vergroten worden ruigere mengsels en aangepast beheer op specifieke plekken toegepast.

Hagen

Hagen worden over het algemeen ingezet om ruimten te scheiden, waarbij de toepassing vaak plaatsvindt langs parkeerplaatsen, het spoor en door particulieren als erfafscheiding. Het toepassen van hagen op erfafscheidingen, bijvoorbeeld door middel van het delen van kennis en stimuleringsprogramma's, wordt gestimuleerd. Ten behoeve van biodiversiteit wordt de soortendiversiteit van hagen en de afwisseling van hagen bestaande uit verschillende soorten vergroot. Bij ontwikkelingen (uitbreiding of inbreiding) is het toepassen van hagen op de erfafscheiding de norm.

Natuurlijke beplanting

Natuurlijke beplanting oogt zo natuurlijk mogelijk. Binnen de bebouwde kom gaat het vooral om bosplantsoen en natuurlijke oevers. Buiten de bebouwde kom gaat het om bos, struweel en houtsingels en -wallen. We voegen meer natuurlijke beplanting toe in de openbare ruimte. Dit vraagt relatief minder onderhoud en draagt bij aan de biodiversiteit door gelaagdheid. Eentonig struikborders maken plaats voor diverse inheemse planten en kruiden. (Sociale) veiligheid is leidend bij toepassing van natuurlijke beplanting in woonwijken en bij beheer. Strak bijgehouden oevers worden zo beheerd dat ze uitgroeien tot natuurlijke oevers die de biodiversiteit vergroten. Op de overgang van woonwijken en (grote) groenarealen wordt natuurlijk beplanting toegepast.

Cultuurlijke beplanting

Cultuurlijke beplanting ontwikkelt zich niet op natuurlijke wijze en de beplanting moet intensief onderhouden worden om te zorgen dat de beplanting zijn vorm behoudt. Het gaat om heesters, rozenstruiken en vaste planten. Deze kunnen ook in plantenbakken voorkomen. Cultuurlijke beplanting is met name gericht op beleving en uitstraling. Bij entrees op wijkniveau, of overgangen tussen verschillende wijken, is de beheerintensiteit groter en heeft het groen een meer representatieve en herkenbare uitstraling. Kleur en fleur toepassen is de norm ten behoeve van de beleving van groen. 

2.7.3.1.3 Groen op bedrijventerreinen

Om de binnenstedelijke groenambities te behalen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd voor groen op bedrijventerreinen:

  • De verkoop van openbaar groen aan particulieren is in principe niet mogelijk;

  • Het uitgangspunt is de 30-300 regel:

 

1. Het percentage groen binnen de gehele gemeente neemt de komende jaren toe, waarbij het streven 30% is in 2050 (situatie in 2021 is 20%);

2. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat minimaal 30% van de gemeentegrond groen wordt ingericht;

3. In 2035 kan iedereen binnen 300 meter een koele plek (lees: relatief grote groene plek die aantoonbaar koeler is op hete dagen) bereiken. De opgavekaarten geven aan waar deze doelstelling nog niet is behaald en geeft daarmee prioriteit aan waar te starten met het creëren van extra koele plekken. 

Voor de verschillende groenelementen op de bedrijventerreinen geldt het volgende:

Bomen

Bomen zijn belangrijk en dragen bij aan een gezonden en duurzame leefkwaliteit. Bomen kom in verschillende vormen, grootten en soorten voor. Er wordt gestreefd naar vitale bomen die waarde opleveren. Kwaliteit is daarbij belangrijker dan kwantiteit. Op bedrijventerreinen is de ambitie om gemiddeld één boom per 100 m2, op het onbebouwde deel van het privaat terrein te hebben. Ambitie is om minimaal de tweede grootte toe te passen, met soortkeuze die aansluit bij de ondergrond. Soorten dragen hierbij bij aan de biodiversiteit.Bij de aanplant van nieuwe bomen zijn de locatie, landschappelijke ondergrond en functie bepalend voor de soortkeuze. Noodzakelijke groeiruimte dient voldoende aanwezig te zijn, zowel boven- als ondergronds. Alle boomspiegels hebben hierbij minimaal een grootte van 2 m2, tenzij anders aangegeven. Indien bestaande boomspiegels kleiner zijn dan 2 m2, wordt op natuurlijke ingrijpmomenten gekeken of de boomspiegel groter kan worden, of dat een andere inrichting beter past. Per boom dient minimaal 15 m3 verbeterde bomenmengsel aanwezig te zijn (bomengrond, bomenzand), zodat een nieuwe boom voldoende ruimte en voeding heeft om tot volle wasdom uit te groeien. Beheer is gericht op het behoud van bomen, waarbij het gewenste beeld en de gewenste functie (bijvoorbeeld schaduwwerking) het uitgangspunt is. Bomen met groei- of gezondheidsproblemen die niet op te lossen zijn, bijvoorbeeld beperkte groeiruimte of aanwezige schimmels, worden vervangen. In de beleidsnotitie Bomen en Zonnepanelen (2014) is vastgelegd wat de afspraken zijn voor bomen en zonnepanelen: het daarin opgenomen stroomschema blijft van toepassing. Bij aanplant van bomen op een nieuwe plek, waar nog geen boom stond, en bij nieuwbouw wordt rekening gehouden van het plaatsen van bomen t.o.v. zonnepanelen. Dat kan bijvoorbeeld door te zorgen dat bomen wat verder weg van daken staan, kiezen voor een transparante boomkroon of door kleinere bomen te kiezen. Kandelaberen, een ingrijpende beheersmaatregel, wordt alleen toegepast als de boom in zijn uitstraling een toegevoegde waarde heeft. Bijvoorbeeld door de stamomvang of bijzondere kenmerken. Bij vervanging is de doelstelling, bijvoorbeeld schaduwwerking i.v.m. hittestress of biodiversiteit, van de boom leidend t.o.v. het aantal. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Bij vervanging van de bomen kan de plek gewijzigd worden ten behoeve van betere groeikansen en het bereiken van de doelstellingen. Wanneer bomen gekapt moeten worden en op die locatie, op dat moment, herplant niet mogelijk is, wordt een vergoeding in een op te zetten Bomenfonds gestopt. Deze vergoeding wordt uit het te realiseren project betaald, bijvoorbeeld een reconstructieplan. Uit dit fonds kan herplant worden gefinancierd en kunnen ook grootschaliger projecten worden opgezet. Er wordt gezorgd voor een goede bescherming van bomen bij werkzaamheden. Dit vermindert het vroegtijdig vervangen van bomen als gevolg van schade door werkzaamheden. Het Handboek Bomen wordt hiervoor gebruikt.

Gras

Onder gras vallen alle grasachtige beplantingen, zoals gazon en bloemrijk grasveld. Bermen, oevers en wadi's bestaan voor een deel uit gras (ruw/bloemrijk/gazon). Gras wordt veel gebruikt langs wegen, paden en in woonwijken. Gras heeft een belangrijke functie in het gebruik van groen, denk aan spelen, hond uitlaten en bewegen. Grasvelden en gazons kunnen ook water bufferen. Om biodiversiteit te vergroten worden waar mogelijk ruigere grassoorten en een aangepast maaibeheer toegepast.

Hagen

Hagen worden over het algemeen ingezet om ruimten te scheiden, waarbij de toepassing vaak plaatsvindt langs parkeerterreinen, het spoor en door particulieren als erfafscheiding. Om biodiversiteit te vergroten is de ambitie om landschappelijk hagen met verschillende inheemse soorten op erfafscheidingen toe te passen, al dan niet in combinatie met hekwerken. Bij nieuwe ontwikkelingen en inbreiding is het toepassen van hagen op de erfafscheiding de norm, al dan niet in combinatie met hekwerken.

Natuurlijke beplanting

Natuurlijke beplanting oogt zo natuurlijk mogelijk. Binnen de bebouwde kom gaat het vooral om bosplantsoen en natuurlijke oevers. Buiten de bebouwde kom gaat het om bos, struweel en houtsingels en -wallen. We voegen meer natuurlijke beplanting toe in de openbare ruimte. Dit vraag relatief minder onderhoud en draagt bij aan de biodiversiteit door gelaagdheid. Waar mogelijk worden natuurvriendelijke oevers toegepast, waarbij klimaatadaptatie leidend is. Plantvakken worden in principe natuurlijk ingericht. Hoogte en vorm van de beplanting dienen de veiligheid niet in de weg te staan.

Cultuurlijke beplanting

Cultuurlijke beplanting ontwikkelt zich niet op natuurlijke wijze en de beplanting moet intensief onderhouden worden om te zorgen dat de beplanting zijn vorm behoudt. Het gaat om heesters, rozenstruiken en vaste planten. Deze kunnen ook in plantenbakken voorkomen. Cultuurlijke beplanting is met name gericht op beleving en uitstraling. Op bedrijventerreinen worden waar mogelijk open verharding en/of plantenvakken toegepast.

2.7.3.2 Groengradiënten

2.7.3.2.1 Groen in radialen

Het groen in radialen draagt bij aan de beleving van de spinnenwebstructuur van Rijssen-Holten. Ze vormen herkenbare, doorgaande lijnen waarlangs biodiversiteit versterkt wordt. De relatie tussen de bebouwde kern en het omliggende landschap wordt versterkt door deze lijnen aan te kleden met gebiedskarakteristieke beplanting. Fragmentatie van deze lijnen moet vermeden worden. Binnen de radialen gelden per groenelement aanvullende uitgangspunten.

Bomen

Waar mogelijk worden bomen toegepast, waarbij laanstructuur passend is in Holten en in Rijssen toepassing meer luchtig en informeel is. Met uitzondering van cultuurhistorische plekken, landgoederen en het gebied langs de Regge. Op deze plekken is een laanstructuur passend. Soortkeuze draagt bij aan biodiversiteit en cultuurhistorische beleving, waarbij fragmentatie van lijnen vermeden moet worden. Bij bomen in radialen moet een monotype bomen tegen worden gegaan en moet zorg gedragen worden voor variatie in soorten en onderlinge afstanden. Ambitie is om, afwijkend op de algemene doelstelling van 2 m2 boomspiegels, boomspiegels in radialen toe te passen van minimaal 4 m2. Hierdoor worden de radialen vergroend.

Gras

Binnen de radialen zorgt ruige, bloemrijke onderbeplanting voor vergroting van de biodiversiteit. Toepassen van natuurlijk bermbeheer is de norm, waarbij wordt ingezet op kleurrijke soorten.

Hagen

Hagen in de radialen zijn structuren in de openbare ruimte en een toevoeging voor de biodiversiteit, waarbij soorten afgewisseld worden en beheer meer los en natuurlijk is.

Natuurlijke beplanting

Inheemse soorten, zoals heesters, planten en grassen, als onderbeplanting om de biodiversiteit te vergroten.

Cultuurlijke beplanting

Rond entrees kan gekozen worden voor meer cultuurlijke beplanting om een strakker beeld te creëren en het contrast te markeren. Daarbij mogen de lijnen niet gefragmenteerd raken.

2.7.3.2.2 Groen in klimaatlinten

Water wordt zoveel mogelijk vastgehouden op de hoger gelegen gebieden van de kernen. Om ruimte te bieden voor huidige en toekomstige waterproblematiek op kernniveau, bijvoorbeeld piekregenwater of droogte, vormt het groen in klimaatlinten verbindingen dwars op de overgangen van hoog naar laag. Op deze manier wordt water langer vastgehouden en vertraagd afgevoerd. Het groenareaal wordt optimaal ingezet voor waterberging en klimaatadaptatie. Hierbij moet gedacht worden aan de uitbreiding van open water, wadi's etc., waarbij waar mogelijk koppelkansen gezocht worden met biodiversiteit. Specifiek voor de oude wal van Rijssen geldt dat cultuurhistorie gewaarborgd moet worden. Verhard oppervlak wordt vergroend, of in ieder geval optimaal ingezet om water vast te houden en te bergen. Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door het stimuleren van groene daken en gevels en het benutten van bermen bij het vasthouden van regenwater. Binnen de klimaatlinten gelden per groenelement aanvullende maatregelen.

Bomen

Ambitie is om bomen te behouden, tenzij deze klimaatadaptieve doelstellingen in de weg staan, bijvoorbeeld bij vernatting of vergroten oppervlakte open water. De boomkeuze is primair gericht op het leveren van een bijdrage aan het klimaatvraagstuk op de locatie. Mocht een boom niet de juiste oplossing zijn, dan wordt een andere inrichting gekozen. Soortkeuze wordt bepaald door klimaatadaptieve ambities, en pas daarna door de landschappelijke ondergrond of cultuurhistorische waarde. Er wordt gestreefd naar boomspiegels van minimaal 4 m2, waarbij deze ingezet worden om water vast te houden. Op verblijfsplekken en langs doorgaande routes voor wandelaar en fietsers moeten grote bomen aanwezig zijn voor de schaduwwerking.

Gras

Het toepassen van combinaties van gras, ruigte en beplanting, waarbij functionaliteit voor water vasthouden en bergen leidend is, is de norm. Biodiversiteit wordt waar mogelijk gekoppeld. Binnen klimaatlinten worden wadi's ingezet om ruimte te bieden aan piekregenval, water vast te houden en vertraagd af te voeren. Langs wegen, die bol worden aangelegd, is zoveel mogelijk groen aanwezig waar water op afgevoerd of vastgehouden kan worden. Natuurvriendelijke oevers zijn gewenst, mits zij geen belemmering vormen voor de doorstroming.

Hagen

Wanneer hagen worden toegepast, ondersteunen deze klimaatadaptieve doelstellingen.

Natuurlijke beplanting

Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie.

Cultuurlijke beplanting

Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie.

2.7.3.2.3 Groen in hoogwaardige groenstructuren

Om de relatie met het omliggende en onderliggende landschap te versterken, worden er naast radialen ook in de hoogwaardige groenstructuren biodiverse verbindingen de woonkernen ingetrokken. Daarnaast bieden deze zones en verbindingen ruimte voor een robuust groen netwerk waar kansen liggen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie; en waar groen naast plek specifiek ook ingezet kan worden op de andere pijlers (natuurlijk spelen, aankleding van recreatieve routes, sport en spelen, etc). Waar mogelijk dient de hoogwaardige groenstructuur te worden uitgebreid en groen oppervlak te worden vergroot. Bestaande (bebouwde) functies kunnen worden behouden, maar extra bebouwing mag niet worden toegepast. Verkoop van gemeentelijk groen is niet mogelijk en nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan doelstellingen van een of meerdere pijlers. Wel is het mogelijk middels grondruil het bestaande areaal groen vergroot wordt en/of robuuster gemaakt kan worden. Binnen de hoogwaardige groenstructuren gelden per groenelement de volgende uitgangspunten.

Bomen 

Biodiversiteit wordt vergroot door toepassing van diverse, inheemse soorten, waarbij monoculturen vermeden dienen te worden. Waar mogelijk worden bomen toegevoegd ten behoeve van biodivers netwerk en schaduwwerking (hittestress/klimaatadaptatie). Bij mogelijke inboet is herplantplicht binnen het hoogwaardige groenelement, waarbij planten in de zeer nabije omgeving het uitgangspunt is. Bij nieuwe aanplant is het onderliggend landschap, zoals beschreven in de groenstructuurvisie, uitgangspunt voor de soortkeuze van bomen.

Gras

Meer afwisseling in beheer toepassen voor een gevarieerder beeld en vergroten van de biodiversiteit, waarbij de beleving van onderliggende (landschappelijke en cultuurhistorische) laag leidend is.

Hagen 

Biodiversiteit wordt vergroot door het toepassen van meer landschappelijke hagen, bestaand uit verschillende soorten.

Natuurlijke beplanting

Onderplanting bestaat uit inheemse en diverse soorten, met afwisseling van bijvoorbeeld heesterbeplanting, bloemrijke grasvelden en ruigere grassen. In/rondom natuurlijke beplanting worden speelaanleidingen gecreëerd, zodat natuurlijk spelen wordt gestimuleerd.

Cultuurlijke beplanting 

Wanneer cultuurlijke beplanting wordt toegepast, is deze ondergeschikt ten opzichte van beleving van het omliggende en onderliggende landschap dat de kernen in getrokken wordt en de biodiversiteit en klimaatadaptatie.

2.7.3.2.4 Groen in stads- en dorpsranden

Het groen in stads- en dorpsranden.

Stadsranden Rijssen

De rand van de Veeneslagen en het bedrijventerrein bestaat uit een ecologische zone met open, natte natuur. Er zijn verschillende recreatieve verbindingen vanuit de wijk het landschap in. Deze landschappelijke en recreatieve verbindingen worden versterkt daar waar het open landschap meer de kern in wordt getrokken. Het zicht op de Holterberg vanuit de stadsrand van Rijssen wordt behouden en versterkt door het open landschap dat ertussen ligt. 

De stadsrand van Braakmanslanden is gerafeld en woningen zijn veelal met hun achterzijden naar het landschap gericht. De afscheiding van percelen vormen veelal de rand richting het open landschap. Groene erfafscheidingen zijn de norm. Om de openheid te behouden wordt in het openbaar gebied geen opgaand groen toegepast.

Tot slot zijn de stadsranden in het Reggelandschap meer rafelig, waarbij beplantingselementen als lanen, houtwallen, bosperceeltjes afgewisseld worden met (grote) open ruimten.

De rand op de Rijsserberg wordt gekenmerkt door functies als het sportcomplex, een manage of de begraafplaats. De vrij harde rand van de overige bebouwing wordt ingepast met singels en houtwallen, waar hier en daar relatie wordt gelegd met naastgelegen functies. Op plekken waar NNN gelegen is tegen de stadsrand aan, moet er een natuurlijke overgang blijven richting het buitengebied.

Dorpsranden Holten

Het bedrijventerrein van Holten is ontstaan in het open ontginningslandschap en is voor een deel nog in ontwikkeling. Rechte wegen en watergangen zijn structuurdragers. Lijnvormige beplantingselementen passen daarom bij de rand van het bedrijventerrein.

Op de Beuseberg zijn oude holle wegen aanwezig, welke langs de enken leiden. De dorpsrand van Holten verdwijnt hier karakteristiek achter zo'n enk, waarbij de achterliggende Holterberg ook beleefbaar is. Dit specifieke beeld dient behouden te blijven en daarom zal de rand niet ingepast worden met opgaande beplanting.

De rand langs de N350 wordt gevormd door afwisselende bebouwing uit verschillende bouwtijden, langs de parallelweg. Afwisselende voor-, zij- en achterkantsituaties met verschillende erfafscheidingen kenmerken het beeld. Passend langs deze parallelweg is laanbeplanting, al dan niet met een strakke haagstructuur. Aan de oostzijde van Holten is een groen gebied met diverse functies (o.a. wonen, recreatie, natuur en waterwinning) Het gebied biedt kansen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Toepassing van verschillende soorten groenbeplanting en afwisseling van massa en ruimte zijn hier passend.

De spoorlijn is tot slot de harde grens ten noorden van Holten. De beleving van de Holterberg is belangrijk aan de overzijde van het spoor en ook vanuit verschillende plekken in de woonwijken. Deze beleving moet behouden blijven. Daarnaast is de spoorzone een versnipperde ruimte waarbinnen groen veelal klimaatadaptieve en duurzame doelen dient. Groen in deze dorpsrand dient dit te versterken.

Dorpsranden Dijkerhoek

Dijkerhoek is een kleine kern in het kampenlandschap. De beleving en/of relatie tussen de kern en het buitengebied kan worden versterkt, door het omliggende kampenlandschap zoveel mogelijk de kern in te laten lopen. Het gebruik van groene radialen biedt kansen, waarbij ook aandacht moet zijn voor de molenbiotoop.

Binnen de stads- en dorpsranden gelden per groenelement aanvullende uitgangspunten.

Bomen

Boomsoortenkeuze, grootte, toepassing volgt de karakteristieken van de verschillende randen in Rijssen, Holten en Dijkerhoek en het onderliggende (cultuur)landschap.

Gras

Waar binnen de stads- en dorpsranden openheid wordt voorgeschreven, is er ruimte voor ruigere grassoorten of kleurrijke bloemenmengsels.

Hagen

De biodiversiteit wordt vergroot door het toepassen van meer landschappelijke hagen, bestaande uit verschillende inheemse soorten, tenzij dit cultuurhistorisch niet passend is.

Natuurlijke beplanting

In de voormalige jonge ontginningen en broekgebieden wordt natuurlijke beplanting toegepast om de openheid te benadrukken, zichtlijnen te begeleiden en/of plekken te markeren. Beplantingselementen als houtwallen en singels worden doorgezet, gelijk aan schaal en maat van aanwezige elementen en fijnmazigheid van het onderliggende (cultuur)landschap. Soortenkeuze, grootte, toepassing van beplanting volgt de karakteristiek van de stads- en dorpsranden en onderliggend (cultuur)landschap.

Cultuurlijke beplanting

Rond entrees kan ervoor gekozen worden meer cultuurlijke beplanting en een meer strak beeld te creëren, om het contrast en de plekken te markeren.

2.7.3.2.5 Groen in spoorzone

Door de ligging van de spoorzone tussen de heuvelruggen, op verschillende lage punten in het gebied, zal waterproblematiek hier het eerst zichtbaar zijn. Het groen in de spoorzone biedt ruimte aan waterberging en (toekomstige) opgaven rondom het omgaan met piekregenwater. Nieuwe ontwikkelingen in deze zone dragen hieraan bij. Daarnaast zijn er koppelkansen met biodiversiteit, waarbij klimaatadaptatie altijd leidend zal zijn. Waar mogelijk zullen ecologische dwarsverbindingen gelegd worden met de hoogwaardige groenstructuren en het omliggende landschap. Overhoekjes worden zoveel mogelijk ingeplant te worden met biodiverse soorten om waterberging te optimaliseren. Binnen de spoorzone gelden per groenelement aanvullende uitgangspunten.

Bomen

Bomen zijn primair gericht op een bijdrage aan klimaatadaptatie. Waar mogelijk worden bomen toegepast op overhoeken en nabij kruisingen, daarbij wel dienend aan de verkeersveiligheid. Eisen van NS/ProRail zijn leidend bij het toepassen van bomen met betrekking tot afstand tot het spoor, soortkeuze en grootte.

Gras

Voor het toepassen van combinaties van gras, ruigte en beplanting, is de functionaliteit voor water vasthouden en bergen leidend en biodiversiteit kan daaraan gekoppeld worden. Binnen klimaatlinten worden wadi's ingezet om ruimte te bieden aan piekregenval, om water vast te houden en om water vertraagd af te voeren. Langs wegen, die bol worden aangelegd, is zoveel mogelijk groen aanwezig waar water op afgevoerd en vastgehouden kan worden. Geen overhoeken beplanten of inzaaien met gras.

Hagen

Wanneer hagen worden toegepast, zijn deze ondergeschikt ten opzichte van klimaatadaptieve doelstellingen. Hagen kunnen bijvoorbeeld ingezet worden ten behoeve van afscheiding.

Natuurlijke beplanting

Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie. Overhoeken worden ingeplant met biodiverse inheemse soorten.

Cultuurlijke beplanting

Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie.

2.7.3.2.6 Groen rondom entrees

Punt of locatie dat een entree aangeeft van een wijk, kern of buitengebied (landschap), waarbij verbijzonderd groen de locatie markeert. Het groen rondom entrees heeft hier een 'poortfunctie' en geeft extra identiteit aan het aanliggende gebied door middel van een markante boom, bijzondere bloeiende heesters, of groen ontworpen plek.

2.7.3.2.7 Fijnmazige groenstructuur

Groene openbare gebieden die kenmerkend zijn voor de stedenbouwkundige opbouw en identiteit van de wijk of buurt. Deze groene gebieden (fijnmazige groenstructuren) kunnen, in samenspraak met bewoners, ingezet worden voor de biodiversiteit en natuurwaarden, klimaatadaptatie en duurzaamheid en/of vitale leefomgeving. Deze groene plekken krijgen hierdoor meer ruimtelijke, klimaatadaptieve, biodiverse en sociale betekenis voor de buurt.

2.7.3.3 Beheer

2.7.3.3.1 Uitgangspunten beheer groen

Waar mogelijk wordt ecologisch beheer toegepast. De principes van de circulaire economie worden gehanteerd. Exoten worden beheersbaar gehouden om gewenste soorten voldoende ruimte te geven en overlast tegen te gaan. Nieuw aangelegd groen is duurzaam en goed te beheren. Op toeristisch belangrijke plekken (zoals entrees en centra) geldt een hogere inrichtings- en beheerkwaliteit, gericht op aantrekkelijkheid. Er is sprake van schoon, heel en veilig groen, gekoppeld aan afgesproken beeldkwaliteit. Op belangrijke zichtplekken in de gemeente, zoals rotondes, pleinen, winkelstraten en centrale plekken in wijken geldt een hogere inrichtings- en beheerkwaliteit gericht op herkenbaarheid van de plek. 

2.8 Mobiliteit

2.8.1 Mobiliteit per deelgebied
2.8.1.1 Mobiliteit in Rijssen-Holten

Rijssen-Holten, een dynamische gemeente met een bloeiend ondernemersklimaat, benadrukt het belang van mobiliteit in zowel het centrum als op bedrijventerreinen. Om duurzaamheid, gezondheid en leefbaarheid te waarborgen, hanteert de gemeente principes die deze mobiliteitsthema's ondersteunen. Het STOMP-principe en de 3 V's van duurzame mobiliteit staan hierbij centraal.

Veiligheid en bereikbaarheid zijn topprioriteiten, met een focus op het verminderen van verkeersslachtoffers, vooral onder kwetsbare weggebruikers. Het STOMP-principe rangschikt mobiliteitsvormen per gebied. De 3 V's adviseren over het verminderen, verschuiven en verschonen van verplaatsingen in en tussen alle gebieden.

Belangrijk is ook de verschuiving van mobiliteit naar leefbaarheid, waarbij straatinrichting diverse behoeften en waarden van de gemeenschap integreert. Dit omvat aspecten als toegankelijkheid, veiligheid, groen, en sociale interactie, met als doel een integrale en aantrekkelijke stedelijke omgeving te creëren.

2.8.1.2 Mobiliteit in centrumgebieden

Mobiliteit in centrumgebieden kenmerkt zich als winkelgebieden waarbij voetgangers en fietsers de overhand hebben. Het is een gebied met de sterkste OV-verbindingen. Dit komt door de aanwezigheid het station en de hogere halte-dichtheid van bus- en flexRRReis-haltes.

Rond de centrumgebieden beschikken we over veel gratis parkeervoorzieningen, welke goed te bereiken zijn via bestaande infrastructuur. De mate waarin het centrum te bereiken is met de personenauto, de prioriteit die de auto heeft boven andere modaliteiten, is buiten proportioneel gegroeid. Tijdens drukke momenten is het voor voetgangers en fietsers bijna onmogelijk, en soms zelfs gevaarlijk, om van en naar het centrum te lopen of te fietsen. De personenauto is daarmee de dominerende modaliteit rond het centrum.

We willen naar een situatie toe dat het prettig en veilig is, en dat het loont om wandelend of met de fiets naar het centrum te gaan. Wel willen we dat het mogelijk blijft om met de personenauto naar het centrum te kunnen komen. We vinden dan wel dat de personenauto meer mag uitwijken voor voetgangers en fietsers, zodat zij een betere plek krijgen in en om het centrum, maar ook van en naar het centrum.

2.8.1.3 Mobiliteit in woonwijken

Mobiliteit in woonwijken is belangrijk voor al onze inwoners. Het streven naar het verbeteren van de leefbaarheid in woonwijken is een voortdurende inspanning om een omgeving te creëren die niet alleen duurzaam is, maar ook uitnodigend en gemeenschapsgericht. Dit begint met het nauw betrekken van bewoners bij het ontwerp en de planning van de woonomgeving, waardoor ze een gevoel van eigenaarschap en trots kunnen ontwikkelen over hun buurt.

Een belangrijk aspect van het verbeteren van de leefbaarheid is het creëren van veilige en toegankelijke ruimtes. We vinden het belangrijk dat we de leefbaarheid in woonwijken verbeteren, en bijdragen aan het creëren van veilige en toegankelijke ruimtes. Het gaat hier over goed (dynamisch en duurzaam) verlichte wandel- en fietspaden, drempels om de snelheid van voertuigen te verminderen en voldoende ruimte voor voetgangers en spelende kinderen. Door deze maatregelen te nemen, kunnen we ervoor zorgen dat bewoners zich veilig voelen en vrij kunnen bewegen in hun eigen buurt.

Een ander belangrijk punt is het verminderen van de hoeveelheid bestrating in woongebieden, waardoor ruimte ontstaat voor groenelementen die de biodiversiteit bevorderen en een gezonde leefomgeving ondersteunen. Door bomen, struiken en bloembedden te planten, en gemeenschappelijke tuinen of speelplekken te creëren, kunnen we niet alleen de uitstraling van de buurt verbeteren, maar ook bijdragen aan de kwaliteit van leven van de bewoners.

Duurzame mobiliteit speelt ook een belangrijke rol in het verbeteren van de leefbaarheid van woongebieden. Door duurzame vervoerswijzen zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer te stimuleren, kunnen we niet alleen de CO2-uitstoot verminderen, maar ook de gezondheid en het welzijn van bewoners bevorderen. Het is belangrijk om voldoende parkeergelegenheid aan de rand van de woonerven te bieden om het autoverkeer te ontmoedigen en het verblijfskarakter in de woonomgeving te behouden.

Tot slot is sociale interactie een essentieel onderdeel van een leefbare buurt. Door ruimtes en voorzieningen te creëren die sociale interactie en gemeenschapsvorming bevorderen, zoals gemeenschappelijke ontmoetingsplekken, bankjes, speelplaatsen en buurtactiviteiten, kunnen we het sociale netwerk versterken en het gevoel van saamhorigheid binnen de buurt vergroten. Het is belangrijk om regelmatig onderhoud en beheer van de woonerven te waarborgen om de aantrekkelijkheid en functionaliteit ervan te waarborgen, en zo een leefomgeving te creëren waarin bewoners zich thuis voelen en trots op kunnen zijn.

Door deze aspecten in overweging te nemen en in te zetten op een integrale aanpak, kunnen woonerven niet alleen bijdragen aan een veilig woongebied, maar ook aan een leefbare, meer sociale en duurzame leefomgeving voor alle bewoners.

2.8.1.4 Mobiliteit op bedrijventerreinen

Mobiliteit op bedrijventerreinen speelt een belangrijke rol. Het zijn gebieden met veel activiteiten en bewegingen. Daarbij is het wenselijk dat deze gebieden een hoge toegankelijkheid hebben waarbij efficiënt verplaatsingen een belangrijke rol spelen. Een goede organisatie van de infrastructuur is daarin doorslaggevend. Het gaat daarbij niet alleen om de reguliere wegen. Ook fietspaden en het OV-netwerk zijn belangrijk om het bedrijventerrein bereikbaar, veilig en toegankelijk te houden.

Met alleen de ontsluiting van bedrijventerreinen is nog niet alles gezegd. Veel verkeersbewegingen van en naar het bedrijventerrein zijn lokaal. Zo zijn veel werknemers afkomstig uit de directe omgeving en de eigen gemeente. Door te investeren in robuuste fietsverbindingen en OV-mogelijkheden kunnen bedrijventerreinen en woongebieden beter op elkaar worden aangesloten, wat de bereikbaarheid verbetert, de verkeers- en parkeerdruk vermindert en de leefbaarheid van zowel de werk- als de woonomgeving ten goede komt.

Los van de behoefte om werknemers op locatie te krijgen, is de logistiek binnen de gemeente Rijssen-Holten een belangrijk thema op de bedrijventerreinen. In zowel Rijssen als Holten zijn grote logistieke partijen gevestigd. Zij hebben een grote economische impact op de gemeenschap en bieden veel werkgelegenheid. Daarbij hebben deze logistieke partijen een grote behoefte naar een robuust en bereikbaar mobiliteitsnetwerk met weinig congestie.

Onze wegen hebben goede regionale verbindingen, waarbij de N350, N347, de A1 en A35 een belangrijke rol speelt in vervoersbewegingen door het hele land. Het waarborgen van de bereikbaarheid op onze eigen infrastructuur richting Rijks- en provinciale wegen zijn daarbij essentieel. Daarmee waarborgen we niet alleen het verkeer vanuit onze bedrijventerreinen naar de rest van het land, maar ook de bereikbaarheid vanuit de regio naar Rijssen-Holten.

Om fietsgebruik voor woon-werkverkeer te stimuleren beperken we het directe autoverkeer tussen woonwijken en bedrijventerreinen. We verminderen de hoeveelheid openbare parkeerplekken op bedrijventerreinen zodat er meer ruimte ontstaat voor andere activiteiten. Parkeren op bedrijventerreinen moet voornamelijk op eigen terrein plaatsvinden.

2.8.1.5 Mobiliteit in het buitengebied

Buiten de bebouwde kom van Rijssen-Holten hebben we een groot buitengebied. Mobiliteit in het buitengebied is ook belangrijk.

Het mobiliteitssysteem in het buitengebied is anders dan binnen de bebouwde kom. In het buitengebied domineren landweggetjes het mobiliteitsnetwerk, waarbij provinciale- en Rijkswegen de assen van het landschap doorkruisen. Bij deze andere inrichting dan binnen de bebouwde kom spelen ook andere problemen op het gebied van mobiliteit. Zo zijn snelheidsovertredingen en sluipverkeer door gemotoriseerd verkeer orde van de dag, terwijl het buitengebied ook veelvuldig gebruikt wordt door (recreatieve) fietsers en voetgangers.

Daarnaast heeft het buitengebied een agrarische functie, waarbij veel landbouwvoertuigen gebruik maken van de wegen om akkergronden en percelen te benaderen. Deze vaak grote voertuigen hebben veel ruimte nodig op de weg en rijden een gematigde snelheid.

We willen sluipverkeer in het buitengebied tegengaan, zowel door fysieke maatregelen te nemen als digitale maatregelen. Waar het wenselijk is om sluipverkeer tegen te gaan sluiten we wegen. Hierdoor zal er in het buitengebied soms omgereden moet worden. Op deze manier is het minder aantrekkelijk om af te wijken van de hoofdinfrastructuur en wordt het buitengebied een aantrekkelijkere en veiligere omgeving om te wonen, verplaatsen en recreëren. Ook gaan we als gemeente actiever digitale maatregelen nemen zodat navigatiesystemen bestuurders niet zomaar binnendoor sturen. De gevolgen van deze potentiële wegafsluitingen, op het gebied van verplaatsing van verkeersstromen en mogelijke congestievorming, worden inzichtelijk gemaakt om indien nodig samen met de provincie Overijssel te kijken naar deze of andere oplossingsrichtingen.

Door mobiliteit in het buitengebied te concentreren op de hoofdassen streven we naar een rustigere omgeving, waar je eigenlijk alleen komt als je een bestemming hebt of komt recreëren. Bestemmingsverkeer moet goed op locatie kunnen komen en er wordt voldoende ruimte geboden voor wandelen en fietsen. Een doorsteek maken door het buitengebied maken we lastiger, waardoor het minder loont.

2.8.2 Modaliteiten (vervoersmiddelen)
2.8.2.1 STOMP-principe

2.8.2.1.1 Wandelen (Stappen)

2.8.2.1.1.1 Wandelen in centrumgebieden

Binnen centrumgebieden heersen voornamelijk voetgangersgebieden. Op de meeste momenten is het enkel toegestaan om deze gebieden als voetganger te betreden.

De centrumgebieden vormen het kloppende hart van onze kernen. Een verscheidenheid aan winkels en voorzieningen trekt bezoekers uit de directe omgeving en daarbuiten aan. Binnen de centrumgebieden behouden en krijgen voetgangers de ruimte om zich veilig te verplaatsen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid binnen onze centrumgebieden geborgd. 

Daarbij is het belangrijk dat de veiligheid van en de toegankelijkheid voor voetgangers gewaarborgd blijft. We zetten ons in voor de realisatie en onderhoud van voorzieningen voor inwoners en bezoekers, en zorgen voor een goede afbakening van andere modaliteiten biedt welke in en rondom de centrumgebieden.

2.8.2.1.1.2 Wandelen in woonwijken

Woonwijken zijn de gebieden waar onze inwoners het overgrote deel van hun dagelijkse leven leiden. Het is een dynamische omgeving met veel en verschillende behoeften en belangen. Het bieden van een veilige woonomgeving is essentieel, vooral voor kwetsbare verkeersgroepen zoals voetgangers.

Als gemeente vinden we het belangrijk dat bewoners van woonwijken voldoende mogelijkheden hebben om zich vrij en veilig te voet te kunnen verplaatsen. Het realiseren en onderhouden van degelijke voetpaden, openbare attributen, looproutes van en naar bushaltes en een veilige wandelomgeving zijn essentieel om inwoners ten alle tijden met een veilig gevoel over straat te kunnen laten wandelen.

2.8.2.1.1.3 Wandelen op bedrijventerreinen

Werknemers op bedrijventerreinen gebruiken vaak de pauzes om even de benen te strekken en een wandeling in de omgeving te maken.

Bedrijventerreinen zijn drukke omgevingen met veel vervoersbewegingen: zowel van mensen die het bedrijven bezoeken of om te werken, maar ook de logistieke bewegingen. Wandelen en veel vervoersbewegingen gaan vaak slecht samen.

Als gemeente onderkennen we het belang van vitale werknemers, daarom maken we het mogelijk dat er op een veilige manier op en rondom bedrijventerreinen gewandeld kan worden. Daarbij betrekken we de wandelverbindingen van en naar bushaltes richting locaties op de bedrijventerreinen.

2.8.2.1.1.4 Wandelen in het buitengebied

Het open en natuurlijke karakter van het buitengebied maakt het een aantrekkelijke omgeving om te wandelen. Dit is voornamelijk vanuit het recreatieve aspect. 

Als gemeente vinden we het belangrijk dat onze inwoners en bezoekers deze natuurlijke waarde van dit gebied op een veilige manier te kunnen beleven. 

2.8.2.1.2 Fietsen (Trappen)

2.8.2.1.2.1 Fietsen in centrumgebieden

Centrumgebieden kennen veel reuring, waar voetgangers de overhand hebben. Veel mensen gebruik de fiets om van en naar het centrum te bewegen. Fietsers en wandelaars gaan relatief goed samen, maar kunnen ook voor ergernissen zorgen bij ondernemers en winkelend publiek. Het goed afbakenen van waar je mag fietsen en waar de fietsen geparkeerd mogen worden is belangrijk om fietsen goed te integreren met de centrumgebieden.

Als gemeente vinden we het belangrijk dat mensen blijven fietsen. We blijven faciliteren voor fietsers in centrumgebieden. Dit doen we door duidelijke fietsroutes van en naar het centrum te realiseren en onderhouden, te faciliteren in voldoende plekken om de fiets (veilig) te parkeren en het veiliger te maken om met de fiets in en rond het centrum te fietsen. 

2.8.2.1.2.2 Fietsen in woonwijken

Fietsen draagt bij aan een duurzame levensstijl en een betere gezondheid. Daarom willen we het gebruik van de fiets binnen woonwijken en van en naar woonwijken vergroten. Fietsen draagt daarnaast bij aan een veiligere en rustigere leefomgeving door de lager gereden snelheden. Ook nemen fietsen minder ruimte in beslag tijdens het rijden en met het parkeren. 

We bevorderen het fietsgebruik in de woonwijken door versterking van het fietsnetwerk en zetten in op een verbetering van de kwaliteit van fietsinfrastructuur. We realiseren voldoende fietsparkeervoorzieningen bij wijkcentra, OV-haltes en andere voorzieningen. We verlagen de maximumsnelheid van wegen waar fietsers de weg delen met gemotoriseerd verkeer. Ook willen we meer automobilisten op de fiets krijgen door fietsen aantrekkelijker te maken ten opzichte van de auto, vooral voor de kortere afstanden.

2.8.2.1.2.3 Fietsen op bedrijventerreinen

Op bedrijventerreinen zijn meer vervoersbewegingen te vinden, vooral vervoersbewegingen van vrachtverkeer en regulier gemotoriseerd verkeer spelen hier een belangrijke rol. Daarom kan het fietsen op bedrijventerreinen risico's met zich meebrengen. We willen de fietsveiligheid op bedrijven vergroten en zoeken hierbij naar een balans tussen fietsbereikbaarheid- en veiligheid en de bereikbaarheid van gemotoriseerd verkeer is daarbij belangrijk. Daarbij moeten fietsers over zoveel mogelijk eigen infrastructuur beschikken indien de snelheidsverschillen tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer té hoog is. Op deze manier wordt de fietser in mindere mate gebruikt als remmend middel.

Als gemeente vinden we het belangrijk dat bedrijven op onze bedrijventerreinen goed te bereiken zijn met de fiets. Dit geldt met name voor de fietsverbindingen tussen woonwijken en bedrijventerreinen, maar ook de fietsverbindingen tussen omliggende gemeenten. Deze routes moeten veilig en aantrekkelijk zijn om te gebruiken. Daarnaast ondersteunen we ondernemers om hun werknemers met gezondere en duurzamere modaliteiten te laten reizen.

2.8.2.1.2.4 Fietsen in het buitengebied

Rijssen-Holten heeft een aantrekkelijk buitengebied waar veel recreanten op afkomen. Fietsen is daarbij één van de voornaamste vormen van verplaatsen voor recreanten. Ook liggen veel schoolfietsroutes in het buitengebied, waar schoolgaande jongeren gebruik van maken.

We borgen en verbeteren de fietsveiligheid in het buitengebied. We hebben hierbij aandacht voor het verbeteren van gevaarlijke kruispunten in het buitengebied. Als gemeente zetten we ons in om de fietsverbinding tussen de verschillende kernen te verbeteren, waarbij rekening wordt gehouden met de veiligheid, het comfort en de directheid van deze fietsverbindingen. Daarnaast zoeken we toenadering met omliggende gemeenten om een gezamenlijk invulling te geven aan gemeente-overstijgende fietsverbindingen.

2.8.2.1.3 Openbaar vervoer (OV)

2.8.2.1.3.1 Openbaar vervoer in Rijssen-Holten

Regulier openbaar vervoer

Openbaar vervoer is een provinciale aangelegenheid. Als gemeente is het lastig om te sturen op de verdere ontwikkeling van openbaar vervoer. Wel kan een gemeente zich inzetten om openbaar vervoer binnen de gemeente te verbeteren of uit te breiden. Hiervoor moet de gemeente lobbyen bij de provincie en vervoeraanbieder.

Als gemeente vinden we het belangrijk dat openbaar vervoer binnen onze gemeente blijft bestaan en verbetert. We zien graag dat openbaar vervoer meer gebruikt wordt, en dat openbaar vervoer een aantrekkelijker alternatief wordt voor de personenauto. Hiervoor is het belangrijk dat er een halt wordt toegeroepen tegen de verdere uitkleding van openbaar vervoer binnen onze gemeente, maar ook in de regio. Dit doen we door ons blijven in te zetten bij provinciale- en regionale overleggen omtrent (openbaar) vervoer. We zien daarbij een sterke verbinding tussen openbaar vervoer, fietsen, deelmobiliteit en hubs.

Buiten de werking en het aanbod van openbaar vervoer heeft de gemeente wel een taak bij het onderhouden en verbeteren van OV-haltes. De kwaliteit van deze mobiliteitsvoorziening is belangrijk om openbaar vervoer aantrekkelijker te maken. Denk hierbij aan het realiseren van fietsparkeervoorzieningen bij bushaltes, duidelijke en veilige looproutes van het voetpad naar de bushalte en correcte geleidelijnen voor mensen met een visuele beperking. Daarnaast heeft de gemeente de taak om de kwaliteit en het aanbod van openbaar vervoer te bewaken, waarbij de gemeente ook moet lobbyen bij de provincie om openbaar vervoer te blijven borgen. 

FlexRRReis

FlexRRReis is de vervoersservice in de gemeente Rijssen-Holten die je comfortabel en voordelig van en naar ruim 140 haltes in en om de gemeente Rijssen-Holten. FlexRRReis is een vraag-gestuurde mobiliteitsvoorziening, wat betekent dat er geen vaste dienstregeling is. De dienst bestaat nu al ruim vijf jaar, en dat met dank aan onze zeer betrokken vrijwilligers uit de gemeenschap.

Als gemeente zien we grote meerwaarde in de vraag-gestuurde mobiliteitsvoorziening, vooral gezien de huidige positie van openbaar vervoer binnen de gemeente en omstreken. Voortbestaan en verbetering van deze dienst beschouwen we als essentieel voor het huidige en toekomstige mobiliteitsbeeld. 

2.8.2.1.4 MAAS en deelmobiliteit

2.8.2.1.4.1 Deelmobiliteit in Rijssen-Holten

Deelmobiliteit is een mobiliteitsmodel waarbij gebruikers toegang hebben tot voertuigen op basis van tijdelijk gebruik, in plaats van het bezitten van een voertuig voor langere perioden. In grotere steden, zowel in de regio als in de Randstad, komt deelmobiliteit al enkele jaren in verschillende vormen van gedeeld vervoer voor. Hierbij kun je denken aan vormen als autodelen, (bak)fietsdelen en scooterdelen.

Er zijn op regionaal niveau onderzoeken geweest naar de behoefte van verschillende vormen van deelmobiliteit. Hieruit blijkt dat inwoners binnen onze gemeente een redelijk positief beeld hebben ten opzichte van deelmobiliteit. Vooral de deelauto en deelbakfietsen zijn modaliteiten welke positief uit het onderzoek voortkwamen.

Als gemeente Rijssen-Holten kijken we vooral naar grotere gemeenten hoe zij omgaan met deelmobiliteit, welke eisen deze gemeenten daaraan stellen en hoe deelmobiliteit zich ontwikkelt. Zelf willen we op termijn ervaring opdoen met deelmobiliteit, waarbij we kiezen voor een Rijssense-aanpak.

We zien dat deelmobiliteit binnen de bebouwde kom mogelijkheden biedt. Dit geldt vooral voor de stationsgebieden, bedrijventerreinen maar ook de woonwijken. Welke vorm van deelmobiliteit voor ieder gebied het meest geschikt is moet onderzocht worden.

We stellen voor om eigen ervaringen op te doen met deelmobiliteit. Dit doen we door kleinschalige en lokale pilots te draaien met onze inwoners. We kijken waar vraag is naar deelmobiliteit, en welk type deelmobiliteit het beste past bij de behoeften van deze groep. Het doel van de pilot is om te onderzoeken welke vormen van deelmobiliteit het beste passen bij onze gemeente, en op welke manieren deze het beste geïmplementeerd kunnen worden.

We willen dat deelmobiliteit een belangrijke bijdrage levert aan het verminderen van verkeers- en parkeerdruk. Door te investeren in deelmobiliteit streven we ernaar om de gemeente Rijssen-Holten leefbaarder en bereikbaarder te maken voor al onze inwoners en bezoekers. We geloven dat deelmobiliteit een belangrijke rol kan gaan spelen in het realiseren van deze doelstellingen en het vervullen van mobiliteitsbehoeften van onze inwoners.

2.8.2.1.5 Personenauto

2.8.2.1.5.1 Personenauto in centrumgebieden

Centrumgebieden in onze gemeente zijn hoofdzakelijk ontworpen met het oog op wandelend en fietsend verkeer. Toch blijven deze gebieden ook voor automobilisten zeer toegankelijk. In en dicht om de centrumgebieden heen zijn veel parkeerterreinen te vinden. Deze gebieden zijn goed te bereiken vanaf de hoofdinfrastructuur, kennen weinig fysieke obstakels en bieden ruime parkeermogelijkheden. Bovendien is er geen sprake van betaald parkeren, wat het voor bezoekers als bewoners aantrekkelijk maakt om met de auto naar het centrum te komen.

Als gemeente hechten wij veel waarde aan het behoud van de toegankelijkheid van het centrum, zowel voor de voetganger, de fietser en de automobilist. Tegelijkertijd streven we ernaar om het vanzelfsprekende karakter van autogebruik te verminderen. Dit willen we doen door dit gebied te herinrichten welke autoverkeer ontmoedigd, wat weer ruimte biedt voor voetgangers, fietsers en groenvoorzieningen. Op deze manier wordt er ook bijgedragen aan klimaatadaptatie. Wegen in en rondom het centrum zullen zo aangepast worden dat auto’s minder gemakkelijk naar het centrum kunnen, en in mindere mate een belemmering vormen voor voetgangers en fietsers die zich van en naar het centrum willen verplaatsen.

2.8.2.1.5.2 Personenauto in woonwijken

Personenauto’s hebben een grote impact op de veiligheid en leefbaarheid van de leefomgeving. We willen dat woonwijken een leefbare plek worden, waarbij het veilig is om elkaar op te zoeken en op straat te kunnen spelen. Ook zijn er klimaatmaatregelen nodig om de woonomgeving in de toekomst leefbaar te houden. Parkeren in woonwijken neemt veel ruimte in beslag. Deze ruimte is schaars en is soms nodig voor wat anders. Als gemeente blijven we openbaar parkeren faciliteren voor onze inwoners.

Om verkeersdruk in woonwijken te verminderen zullen maatregelen genomen worden om doorgaand verkeer te ontmoedigen. Dit doen we onder meer door verkeer remmende maatregelen toe te passen, zoals drempels, versmallingen en eenrichtingsverkeer. Dit houdt in dat je met de auto naar je woning kunt rijden, maar dat je soms wat moet omrijden. Daarnaast nemen we maatregelen om de verkeersveiligheid in woonwijken te verbeteren. Zo willen we de snelheid op alle wegen in en rond woonwijken verlagen naar 30 km/u, en waar mogelijk willen we terug naar erfinrichtingen. We plaatsen straatverlichting op plekken waar dat nodig is, verbeteren de oversteekbaarheid door zebrapaden aan te leggen en plaatsen waar nodig verkeersborden- en spiegels.

2.8.2.1.5.3 Personenauto op bedrijventerreinen

De verplaatsing van bezoekers en werknemers van en naar bedrijven zullen belangrijk blijven om het bedrijventerrein bereikbaar te houden. Door het aantrekkelijker maken van andere modaliteiten willen we het autogebruik verminderen. Wel blijven we het autogebruik op de bedrijventerreinen faciliteren.

2.8.2.1.5.4 Personenauto in het buitengebied

Verplaatsen met de personenauto is essentieel voor inwoners in het buitengebied. We zien dat veel wegen in het buitengebied gebruikt worden door sluipverkeer. We willen dit sluipverkeer zoveel mogelijk weren door te kijken naar het gebruik van verschillende wegvakken in het buitengebied.

2.8.2.2 Transport en logistiek

2.8.2.2.1 Transport en logistiek in centrumgebieden

Voor winkels in centrumgebieden is het belangrijk dat deze bevoorraad kunnen worden. Er zijn venstertijden afgesproken, welke aangeven wanneer goederen met gemotoriseerd verkeer naar winkels kan worden gebracht. We zetten in op een vermindering van de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer binnen de centrumgebieden, en stimuleren dat aanwezige voertuigen duurzame (stads)logistiek om een beter verblijfsklimaat in centrumgebieden te realiseren.

2.8.2.2.2 Transport en logistiek in woonwijken

In woonwijken zijn het aantal bestelautobewegingen door de jaren heen gegroeid door een toename in het aantal en frequentie van internetaankopen. We zien dat de aanwezigheid van bestelauto's in woonwijken soms tot verkeersonveilige situaties leidt. 

Ons ondernemend klimaat kenmerkt dat er veel bedrijfsvoertuigen binnen de gemeente staan geregistreerd. Deze voertuigen worden vaak aan huis in woonwijken geparkeerd. Deze bedrijfsvoertuigen nemen meer ruimte in beslag, wat invloed heeft op de al hoge parkeerdruk in woonwijken. Ook zijn bedrijfsvoertuigen over het algemeen groter dan personenauto's, waardoor er minder zicht is op andere verkeersdeelnemers. Hierdoor kunnen verkeersonveilige situaties ontstaan. Om deze redenen willen we dat de hoeveelheid geparkeerde bedrijfsvoertuigen in woonwijken verminderen. Waar mogelijk zoeken we naar parkeergebieden aan de randen van woonwijken.

2.8.2.2.3 Transport en logistiek op bedrijventerreinen

Rijssen-Holten heeft een grote transportsector. Vanuit en naar bedrijventerreinen gebeurt het gros van alle transportbewegingen binnen de gemeente. Denk hierbij aan lokale transporten tussen bedrijven tot grootschalige transportoperaties door heel het land. We vinden het belangrijk dat transport en logistiek op het bedrijventerrein een hoge prioriteit blijft houden, waarbij voldoende aandacht wordt gegeven aan de berijdbaarheid en van onze infrastructuur en de bereikbaarheid van de gemeente. Daarbij is een hoge mate van doorstroming op zowel de bedrijventerreinen als daarbuiten van belang. 

2.8.2.3 Toegankelijkheid voor mensen met een beperking

2.8.2.3.1 Toegankelijkheid voor mensen met een beperking in Rijssen-Holten

Mensen - met en zonder beperking - moeten zich zonder belemmeringen en naar individuele behoeften kunnen verplaatsen. Zelfredzaamheid en zelfstandige mobiliteit zijn belangrijke voorwaarden om aan het maatschappelijk verkeer te kunnen deelnemen. Daarom is het noodzakelijk dat de openbare buitenruimte, zoals looproutes, bushaltes, parkeerplaatsen en reis- en routeinformatie, goed is ingericht. 

Om ervoor te zorgen dat de openbare buitenruimte voor iedereen toegankelijk is, moeten in verschillende fases van een ontwikkeling, reconstructie of herinrichting de behoeften van mensen met een beperking worden nagegaan. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan vrije breedtes, hoogtes en draairuimte, maar ook aan rustmogelijkheden, trappen, hellingen en leuningen. Daarnaast vinden we de inrichting en vormgeving van routegeleiding, straatmeubilair en oversteekplaatsen ook belangrijk. Bij het ontwerpen en herinrichten van de openbare ruimte houden we zoveel mogelijk rekening met de richtlijnen zoals voorgeschreven in CROW-publicaties omtrent het thema toegankelijkheid. De menselijke maat stellen we centraal. We denken altijd na over de functionaliteit en uitwerking van ideeën en toepassingen in de openbare ruimte.

2.8.3 Infrastructuur
2.8.3.1 Hoofdwegennet (HWN)

2.8.3.1.1 Verbinding naar Rijkswegen

De ligging van de Rijkswegen (A1 en A35) heeft een aanzienlijk belang voor Rijssen-Holten. De A1 functioneert als belangrijke verkeersader Rijssen-Holten en de regio verbindt met andere delen van Nederland en Europa. Op het gebied van mobiliteit biedt vooral de A1 een snelle en efficiënte verbindingen voor zowel inwoners als bezoekers van Rijssen-Holten.  Het vergemakkelijkt pendelverkeer naar omliggende steden en regio's, wat de bereikbaarheid van banen, onderwijs- en gezondheidszorgfaciliteiten verbetert. Bovendien draagt de snelweg bij aan het verminderen van verkeerscongestie op lokale wegen, waardoor de doorstroming van het verkeer binnen de gemeente verbetert en de reistijden worden verkort. We zetten ons in op directe verbindingen, met zo min mogelijk verstoringen, richting rijkswegen.

2.8.3.1.2 Verbinding naar provinciale wegen

De provinciale wegen dienen als regionale ontsluitingswegen welke verschillende kernen verbinden. Daarnaast zijn deze wegen voornamelijk te vinden in het buitengebied. Als gemeente zijn wij geen wegbeheerder van deze wegen. Wel hebben we als gemeente belang bij adequate en veilige aansluitingen op deze infrastructuur. Voor deze wegen vinden we het belangrijk dat er een hoge mate van doorstroming is, waarbij weinig conflictpunten zijn met andere verkeersstromen. In afstemming met provincie en buurgemeenten zetten we ons in om de doostroming op deze wegen te bevorderen.

2.8.3.1.3 Gebiedsontsluitingswegen 50 km/u (GOW50)

De GOW50 is een bestaand type weg binnen stedelijke gebieden, waarbij voornamelijk de verkeersfunctie wordt vervuld. Dit houdt in dat het veilig afwikkelen van verkeer en het verzekeren van doorstroming zijn de belangrijkste functies zijn. Op de rijbaan deze wegen is het niet wenselijk om gedeelde verkeersstromen te hebben, zoals fietsers op fietsstroken of trottoirs langs de rijbaan. Deze dienen met gepaste afstand worden gescheiden, bij voorkeur fysiek door bijvoorbeeld een groenstrook. Ook hebben deze wegen een belangrijkere verkeersfunctie voor gemotoriseerd verkeer, en is de oversteekbaarheid van fietsers over deze wegen minder belangrijk. Ongelijkvloerse oversteekoplossingen zijn bij deze wegcategorie wenselijk.

Met de inrichting van GOW50-wegen hanteren we gestelde inrichtingskenmerken zoals deze worden voorgeschreven vanuit CROW.

2.8.3.1.4 Gebiedsontsluitingswegen 30 km/u (GOW30)

De GOW30 is een nieuw type weg binnen stedelijke gebieden, dat naast de bestaande Erftoegangsweg 30 km/h (ETW30) en Gebiedsontsluitingsweg 50 km/h (GOW50) bestaat. In de praktijk zijn er wegen die zowel een woonfunctie als een verkeersfunctie vervullen, waarbij het niet altijd veilig of passend is om ze in te richten als 50 km/u-weg, bijvoorbeeld met afgescheiden fietspaden of fietsstroken. Vanuit daar is de landelijke behoefte ontstaan om de snelheidslimiet op sommige delen van deze gebiedsontsluitingswegen te verlagen naar 30 km/h (GOW30).

GOW30-wegen passen we enkel toe bij de herinrichting van bestaande wegen en niet bij de aanleg van nieuwe wegen. Daarbij hebben GOW30-wegen een vorm van voorrang ten opzichte van zijwegen en beschikken altijd over fietspaden of voldoende brede fietsstroken.

Met de inrichting van GOW30-wegen hanteren we gestelde inrichtingskenmerken zoals deze worden voorgeschreven vanuit CROW.

2.8.3.1.5 Zoekgebied rond- en randweg

Om toekomstbestendig te zijn is het noodzaak om over een robuust wegennet te beschikken. De interne verkeersafwikkeling, vooral in Rijssen, is de afgelopen jaren heen slechter geworden. Ontwikkelingen binnen de kom zoals woningbouw en inbreiding, samen met de groei op het bedrijventerrein leidt tot een toename van verkeersbewegingen. 

Om deze groei op te vangen en af te wikkelen is het belangrijk om optimaal gebruik te maken van ons wegennet, waar een capaciteitsvraagstuk aan zit. Dit omvat het teweeg brengen van een modal-shift, waarbij automobilisten overstappen naar de fiets en openbaar vervoer. Deze modal-shift zal onvoldoende zijn om de interne verkeersdrukte op te vangen. We moeten daarom efficiënt omgaan met de bestaande wegen. Daar zit ook een grens op. Richting de toekomst is het daarom verstandig om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om, vooral Rijssen, te gaan ontsluiten. Dit doen we door een zoekgebied rond- en randwegen binnen ons eigen grondgebied op te nemen. Met deze ontwikkeling betrekken we de Ladder voor duurzame verstedelijking en de Ladder van Verdaas.

2.8.3.2 Onderliggend wegennet (OWN)

2.8.3.2.1 Holterbergweg (Toeristenweg)

De Toeristenweg in Holten staat bekend als een recreatieve route door het landschap van de Sallandse Heuvelrug. Het is een populaire bestemming voor toeristen en natuurliefhebbers vanwege de uitzichten, de flora, fauna en de mogelijkheden tot recreatie en ontspanning.

Naast de recreatieve functie wordt de weg geregeld gebruikt door sluipverkeer, zowel tijdens de spitsmomenten als in de nachtelijke uren. Dit heeft gevolgen voor het natuurgebied en de dieren die er leven. Om het gebied beter te beschermen en het ongewenste gebruik terug te dringen is ervoor gekozen om een toegangsbeperking in te stellen. In de avonduren is het daarom niet toegestaan om de weg te gebruiken. We willen de recreatieve functie van de Toeristenweg behouden waarbij de (auto)verkeersfunctie van de weg wordt ingeperkt.

Enkel het plaatsen van bebording blijkt tot op heden onvoldoende om het oneigenlijk gebruik terug te dringen. Om deze reden is ervoor gekozen om meer in te zetten op handhaving. Het heeft onze voorkeur om een slagboomsysteem te plaatsen mét cameratoezicht. 

In een verdere fase willen we nagaan of het gebruik van de Toeristenweg nog past binnen de toekomstige kaders voor natuurbehoud. Hiervoor willen we samen met de gemeente Hellendoorn een onderzoek opzetten om doelen, ambities en varianten uit te werken omtrent het toekomstige gebruik van de Holterberg en de Toeristenweg.

2.8.3.2.2 Erftoegangswegen (ETW30)

Het overgrote deel van onze infrastructuur bestaat uit erftoegangswegen. Voor deze wegtypering geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. De wegen zijn in vergelijking tot gebiedsontsluitingswegen smaller. Ook zijn hier vaker parkeerplaatsen langs de rijbaan te vinden. Gemotoriseerd verkeer deelt de rijbaan met fietsers, waarbij fietsers fietsstroken hebben. Langs de wegen zijn vaak trottoirs te vinden waar voetgangers zich kunnen verplaatsen.

Met de inrichting van ETW30-wegen hanteren we gestelde inrichtingskenmerken zoals deze worden voorgeschreven vanuit CROW.

2.8.3.2.3 Woonerven

De inrichting van de openbare ruimte heeft veel impact op de leefbaarheid en de algehele beleving van een gebied. Vooral in woonwijken is deze inrichting van groot belang voor de bewoners. Het creëren van een veilige en aangename leefomgeving staat hierbij centraal, waarbij ontmoeting en ontspanning worden gestimuleerd. Een manier om dit te realiseren is door het herintroduceren van woonerven waar mogelijk.

In deze woonerven mogen wegen geen doorgaand karakter hebben en mag er minimaal fietsverkeer aanwezig zijn. Door de inrichtingskenmerken van woonerven toe te passen, wordt de nadruk gelegd op de leefbaarheid en sociale interactie binnen de woongebieden. Hier passen we verkeersremmende maatregelen toe zoals drempels en versmallingen, waardoor de snelheid van het autoverkeer wordt beperkt en de veiligheid van voetgangers wordt vergroot.

Door woonerven te herintroduceren, streven we ernaar om een omgeving te creëren waar bewoners zich thuis en veilig voelen, waar kinderen kunnen spelen en buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten en sociale banden kunnen versterken. Op deze manier moet er bijgedragen worden aan een prettige leefomgeving waar de kwaliteit van leven wordt bevorderd.

Met de inrichting van woonerven hanteren we gestelde inrichtingskenmerken zoals deze worden voorgeschreven vanuit CROW.

2.8.3.3 Hoofdfiets-en wandelroutes

2.8.3.3.1 Hoofdfietsroutes

In Rijssen-Holten kan goed gefietst worden, zowel door onze inwoners als door bezoekers. Vanuit het perspectief van de fietser zijn comfortabele, directe en veilige fietsverbindingen noodzakelijk om fietsen aantrekkelijk te maken en te houden. Langs deze hoofdfietsroutes vinden we het belangrijk dat fietsers over het algemeen meer ruimte krijgen en voorrang hebben op andere vervoerswijzen. Ook zijn langs deze routes herkenningspunten zichtbaar en wordt de gelegenheid geboden om te rusten en wordt enige bescherming geboden tegen de elementen.

2.8.3.3.2 Fietssnelweg

In aanvulling op het reguliere fietsnetwerk willen een fietssnelweg tussen de de gemeente Wierden en Deventer. Hier ligt het accent op doorstroming en comfort voor de fietser. Ook hebben fietsers over deze route in de meeste gevallen voorrang op ander verkeer, om zo doorstroming te bevorderen. Langs deze route zijn over het algemeen meer rust- en schuilvoorzieningen te vinden Vooral binnenstedelijk ligt hier de uitdaging vanwege de ingebruikname van ruimte.

2.8.3.3.3 Hoofdwandelroutes

Binnenstedelijk willen we herkenbare, directe en comfortabele looproutes. Voornamelijk de verbindingen tussen voorzieningen zoals zorg- en onderwijsinstellingen richting het centrum en woonwijken zullen belangrijk zijn om wandelen aantrekkelijker te maken en te houden. Langs deze hoofdwandelroutes zullen meer oversteekpunten voor voetgangers komen, waarbij extra aandacht wordt gegeven aan (straat)verlichting en geleidelijnen. Als gemeente streven we er naar om al onze spooroverwegen veilig te hebben zonder conflicten, zowel voor het treinverkeer als voor het wegverkeer. 

2.8.3.4 Spoorwegovergang

Door de gemeente Rijssen-Holten ligt het spoortracé Deventer - Enschede. Dit tracé wordt veelvuldig gebruikt door verschillende vormen van treinverkeer. Denk hierbij aan de Intercity en de reguliere stoptrein, maar ook het goederenvervoer en internationaal treinverkeer gebruiken deze route. Over de gehele lengte van dit tracé zijn spoorwegovergangen te vinden, zowel over gemeentelijke als over provinciale wegen.

Spoorwegovergangen en provinciale wegen binnen de gemeente

De enige spoorwegovergang over provinciale wegen binnen onze gemeente is de spoorwegovergang N350 te Holten. Als gemeente hebben zetten we ons inzetten om deze spoorwegovergang te laten transformeren naar een ongelijkvloerse spoorwegovergang. Op deze manier willen we bijdragen aan de doorstroming en de robuustheid van de verbinding tussen Rijssen en Holten.

Spoorwegovergangen en lokale wegen binnen de gemeente

In het recente verleden zijn verschillende spoorwegovergangen binnen Rijssen omgebouwd tot tunnels. Deze ondertunneling heeft eraan bijgedragen dat het wegverkeer geen hinder meer ondervindt van het treinverkeer. In het buitengebied zijn echter alle spoorovergangen bewaakt en gelijkvloers. Daarbij zien we dat deze spoorovergangen ongewenste conflictpunten zijn. In de toekomst willen we zoveel mogelijk spoorwegovergangen saneren, óf vervangen voor ongelijkvloerse oversteken door te ondertunnelen.

2.8.4 Voorzieningen
2.8.4.1 Parkeren

2.8.4.1.1 Autoparkeren

2.8.4.1.1.1 Autoparkeren in centrumgebieden

Autoparkeren is primair bedoeld voor het bezoeken van de centrumgebieden. De gemeente heeft als taak om in voldoende en adequate parkeerplaatsen te voorzien voor bezoekers en inwoners. We zien dat we autoparkeren voor de centrumgebieden moeten blijven faciliteren. Dit doen we voornamelijk aan de randen van winkelgebieden. We behouden en versterken bestaande parkeervoorzieningen aan de randen van winkelgebieden. Daarbij is het belangrijk dat deze parkeermogelijkheden bereikbaar zijn en blijven. Om bewuster met ruimte om te gaan kijken we naar de mogelijkheden om bestaande parkeervoorzieningen te transformeren naar hoogwaardige (meerlaagse / ondergrondse) parkeervoorzieningen, met meerdere functies en voorzieningen.

Voor nieuwe woonfuncties in de centrumgebieden is het niet toegestaan om parkeren af te wikkelen op de openbare ruimte, met een uitzondering voor parkeerplaatsen voor bezoekers.

2.8.4.1.1.2 Autoparkeren in woonwijken

Autoparkeren in woonwijken is primair bedoeld voor de bewoners en bezoekers van deze woonwijken. Bewoners dienen zoveel mogelijk op eigen terrein te parkeren. Soms is het niet mogelijk voor bewoners om op eigen terrein te parkeren. Voor deze groep faciliteren we het parkeren in de openbare ruimte. Ook bezoekers hebben de mogelijkheid om hier te parkeren. De geleidelijke groei van het autobezit heeft geleid tot een hogere parkeerdruk in woonwijken. Dit geldt vooral voor woongebieden met veel tussenwoningen (zonder eigen parkeerplaats). 

Daarnaast zien we dat ontwikkelingen van elektrisch rijden en laden consequenties heeft voor de beschikbare openbare parkeerruimte in woonwijken. Parkeerplaatsen worden voorzien van een laadpaal, waardoor reguliere voertuigen hier niet meer mogen parkeren. We vinden het belangrijk om te voorzien in deze laadbehoefte, vooral voor de groep inwoners zonder parkeermogelijkheden op eigen terrein. Tegelijkertijd willen we de parkeerdruk in woonwijken verzachten. We willen bedrijfsvoertuigen gaan weren in woonwijken om de al hoge parkeerdruk te verlagen en bij te dragen aan de verkeersveiligheid.

2.8.4.1.1.3 Autoparkeren op bedrijventerreinen

Autoparkeren op bedrijventerreinen is uitsluitend bedoeld voor bezoekers en werknemers, waarbij parkeren primair plaatsvindt op eigen terrein. 

2.8.4.1.1.4 Autoparkeren in het buitengebied

Autoparkeren in het buitengebied vindt plaats op eigen terrein.

2.8.4.1.2 Fietsparkeren

2.8.4.1.2.1 Fietsparkeren in centrumgebieden

In de centrumgebieden zijn veel openbare voorzieningen te vinden. Op veel plekken is fietsparkeren al geregeld door fietsnietjes en fietsenrekken. Waar nodig plaatsen we extra fiets-parkeerplekken om het fietsparkeren in centrumgebieden beter te regelen. Hierdoor moet er minder hinder ontstaan door geparkeerde fietsen.

2.8.4.1.2.2 Fietsparkeren in woonwijken

Fietsparkeren in woonwijken gebeurt voornamelijk op eigen terrein. Waar openbare voorzieningen zijn verruimen en verbeteren we de fiets-parkeerplekken.

2.8.4.1.2.3 Fietsparkeren op bedrijventerreinen

Fietsparkeren op bedrijventerreinen gebeurt voornamelijk op eigen terrein. Waar openbare voorzieningen zijn verruimen en verbeteren we de fiets-parkeerplekken. We kijken samen met ondernemers naar de mogelijkheden om fietsparkeren, en daarmee fietsen, te stimuleren.

2.8.4.1.3 Vrachtwagenparkeren

2.8.4.1.3.1 Vrachtwagenparkeren in Rijssen-Holten

Vrachtwagenparkeren refereert naar het kort en langdurig parkeren van vrachtwagens, vaak langs de weg, maar bij voorkeur op verzamellocaties met horeca-, sanitaire en beveiligingsvoorzieningen. Langs de A1 zijn verschillende locaties waar vrachtwagens ruimte hebben om tijdelijk te parkeren en te rusten. Denk hierbij aan tankstations en verzorgingsplaatsen. Echter zijn deze locaties niet bedoelt voor het houden van de korte en lange rustperiodes. Daarvoor zijn vrachtwagenparkeerterreinen (met benodigde voorzieningen) bedoeld. Vooralsnog ontbreken binnen onze gemeente vrachtwagenparkeervoorzieningen van deze orde, ondanks de aanwezigheid van grote logistieke ondernemers en de logistieke aantrekkingskracht van Rijssen-Holten.

Als gemeente zien we dat er een groeiende behoefte is naar vrachtwagenparkeren. Om hierin te gaan faciliteren moet er worden gekeken naar schaalbare locaties met de benodigde voorzieningen. Hiervoor willen we kijken naar locaties op en nabij bedrijventerreinen, of op strategische locaties langs hoofdinfrastructuur zoals provinciale wegen en Rijkswegen. Deze parkeerlocaties kunnen gecombineerd worden met HVO, waterstof en elektrische laadpunten, tezamen met horecagelegenheden. Dit achten wij wenselijk om de haalbaarheid van het ondernemingsplan te bevorderen. Een hoge verkeers- en sociale veiligheid vinden we bij deze parkeervoorzieningen extra belangrijk.

Afsluitend zien we acties vanuit Rijksoverheid om vrachtwagenparkeren in grotere mate te faciliteren langs stroomwegen zoals de A1 tegemoet.

2.8.4.2 Elektrisch laden

Elektrisch rijden is een belangrijk onderdeel binnen de verschoning van mobiliteit. Elektrische voertuigen dienen opgeladen te worden. Veel inwoners hebben de mogelijkheid om op eigen terrein met eigen energie te laden. Voor inwoners die deze mogelijkheid niet hebben en bezoekers van de gemeente realiseren we een netwerk van openbare laadpalen. Hiervoor is de gemeente aangesloten bij de GO-RAL, een samenwerking tussen de provincies Gelderland en Overijssel op het gebied van laadinfrastructuur.

De behoefte om openbare laadpalen te realiseren komt zowel vanuit onze inwoners als vanuit de gemeente. Inwoners kunnen een aanvraag doen, waarop de gemeente een geschikte locatie aanwijst in de openbare ruimte. Daarnaast plaatst de gemeente proactief laadpalen op strategische locaties, met het doel om het laadnetwerk te verdichten en om intensief gebruikte locaties uit te breiden.

Met het plaatsen van openbare laadpalen moeten we in grotere mate rekening houden met de behoefte van onze inwoners. Het plaatsen van een laadpaal neemt standaard twee parkeervakken in beslag, waardoor de vaak al hoge parkeerdruk in bijvoorbeeld woonwijken verder toeneemt. Het beschikken over een goede participatieomgeving voor laadinfrastructuur is daarbij een vereiste voor toekomstige doorontwikkeling van de laadinfrastructuur.

We streven ernaar om het voorbeeld van de gemeente Enschede te volgen door kabelgoten in de openbare ruimte te legaliseren. Dit moet het mogelijk maken voor inwoners zonder eigen parkeergelegenheid maar met een openbare parkeerplaats voor de deur om hun voertuigen op te laden met zelf opgewekte energie in de openbare ruimte.

Naast regulier laden moeten we ook denken aan snellaadpunten en verzwaarde aansluitingen. Voor snellaadpunten zijn gebieden met een korte parkeer-doorlooptijd geschikt. Denk hierbij aan centrumgebieden en parkeerterreinen nabij voorzieningen. Op deze locaties moeten ook meer fietslaadpunten worden gerealiseerd. Verzwaarde laders voor logistiek laden is in de toekomst nodig om de grote transportsector in Rijssen-Holten te ondersteunen in de verduurzamen. Hiervoor werken we samen met (transport)ondernemers om gezamenlijk naar oplossingen toe te werken.

We willen dat een gebrek van adequate laadinfrastructuur geen belemmering vormt of gaat vormen om elektrisch te gaan rijden. 

2.8.4.3 Mobiliteitshubs

Mobiliteitshubs (of hubs) zijn knooppunten binnen een mobiliteitsnetwerk waar reizigers kunnen overstappen op verschillende vormen van vervoer. Deze knooppunten faciliteren naadloze verbindingen tussen bijvoorbeeld treinen, bussen, fietsen en andere vervoerswijzen. Ze dienen als centrale locaties waar reizigers gemakkelijk kunnen overstappen van het ene vervoermiddel op het andere. Daarnaast bieden hubs de mogelijkheid om andere voorzieningen op een centrale manier te bundelen. Zo kan een afhaalpunt voor pakketten bijdragen aan de vermindering van pakketdiensten in de woonwijk, en kunnen werkplekken worden gerealiseerd zodat er op afstand gewerkt kan worden. Zo wordt het mogelijk om ritten te combineren en taken gezamenlijk op te pakken. Hierdoor zijn er minder verplaatsingen nodig.

Het aanleggen van hubs moet een stimulerende en ondersteunende werking hebben op de gehele mobiliteitstransitie, waarbij eventueel ruimte binnen deze hubs wordt geboden voor andere ontwikkelingen zoals de energietransitie.

2.9 Recreatie en Toerisme [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.10 Economie [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.11 Wonen [Gereserveerd]

2.11.1 Woningbouwopgave [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

2.1 Introductie

U heeft een locatie op de kaart opgezocht om de omgevingsvisie van de gemeente Rijssen-Holten voor die locatie specifiek te bekijken. U ziet de visie teksten die op deze locatie van toepassing zijn. De thema's waar we op in gaan zijn: leefbaarheid en omgeving; milieu en gezondheid; klimaat en energie; bodem en water; natuur, landschap en groen; mobiliteit; recreatie en toerisme; economie en wonen. 

Als u de complete omgevingsvisie voor de hele gemeente Rijssen-Holten wilt lezen kunt u daarvoor klikken op het 'gehele document' openen. Daarin vindt u ook deel 1 waarin beschreven is hoe de omgevingsvisie tot stand is gekomen, de overkoepelende kenmerken, opgaven, strategie en ambities per thema in de fysieke leefomgeving. 

2.2 Gebieden

2.2.1 Buitengebied
2.2.1.1 Buitengebied

Landbouw blijft een belangrijke drager van de fysieke en ruimtelijke kenmerken van het buitengebied. In het buitengebied zien we een driedeling in het landschap: er zijn relatief geconcentreerde landbouwgebieden, (mix)gebieden waarin ook andere functies voorkomen, zoals wonen en recreatie en als laatste natuurgebieden. Het buitengebied van de gemeente Rijssen-Holten is opgedeeld in deelgebieden aan de hand van de oorspronkelijke landschappelijke kenmerken (Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten, december 2007). De ruimtelijke kenmerken van die deelgebieden vormen een overkoepelend toetsingskader voor de verdeling, uitbreiding, verplaatsing en nieuwvestiging van functies in het buitengebied. Elk gebied is uniek door haar aanwezige kenmerken. Toch zijn er overkoepelende kenmerken (of factoren) die mede bepalend zijn in de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Deze factoren zijn echter niet altijd zichtbaar. Hieronder volgen algemene kaders voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. 

Deelgebieden buitengebied
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)
2.2.1.2 Nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied

Naast behoud van de karakteristieken van het buitengebied heeft de gemeente de ambitie om het buitengebied verder te ontwikkelen. Voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied is het omgevingsplan een belangrijk instrument naast deze omgevingsvisie. De kaders die in deze omgevingsvisie beschreven staan worden in het omgevingsplan uitgewerkt op verschillende niveaus. Sommige ontwikkelingen zijn mogelijk op basis van een melding, andere ontwikkelingen met een binnenplanse omgevingsvergunning. Wanneer deze mogelijkheid er niet is, wordt er op basis van de omgevingsvisie bekeken of de nieuwe ontwikkeling wenselijk is of mogelijk gemaakt kan worden, bijvoorbeeld met een buitenplanse omgevingsvergunning of omgevingsplanwijziging. Daarbij worden voorwaarden gesteld.

Deze omgevingsvisie, het beleid ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied Rijssen-Holten en eventuele toekomstige programma's vormen het kader voor nieuwe ontwikkelingen. Hieronder benoemen we de algemene kaders die gelden bij die nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. Daarna volgen de uitgangspunten per deelgebied in dit hoofdstuk. De uitgangspunten per thema volgen uit de paragrafen 2 tot en met 10 volgend op deze paragraaf. 

Algemene kaders

Voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied geldt dat de rode draden: duurzaamheid, leefbaarheid en veiligheid, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit een belangrijke basis vormen. Deze rode draden vertalen zich in een viertal algemene kaders voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied:

1. Verbondenheid, grondgebruik en plaatskeuze

Er is sprake van een passende maat en schaal van ontwikkelingen door ontwikkelingen af te stemmen op de aanwezige maat en schaal van het bestaande landschap. Daarnaast moet er sprake zijn van verbondenheid met het buitengebied. Functies die in gebruik of aan- of -afvoer van producten niet afhankelijk zijn van de groene ruimte zijn niet passend in het buitengebied. Nieuwe ontwikkelingen maken gebruik van de potentie van de natuurlijke omgeving, waarbij het bodem- en watersysteem een leidend uitgangspunt is. Bovendien is in het kader van duurzaam ruimtegebruik belangrijk dat reeds bestaande erven en bebouwing in het buitengebied op een duurzame manier worden ingevuld als de bestaande functie vervalt. We zijn terughoudend in het nieuw toevoegen van bebouwing. Verder speelt een goede bereikbaarheid en verkeersaantrekkende werking een rol in de plaatskeuze.

2. Uitstraling en aantrekkelijkheid

Nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied vragen een goede inpassing in het landschap. Door voldoende ruimte te nemen, is een betere inpassing op het erf en in het landschap mogelijk. Denk hierbij aan het behoud van natuurlijke hoogteverschillen, gebruik van streekeigen beplanting en architectuur, het niet verharden van zandpaden, het inspelen op behoud en/of versterking van verkavelingspatronen, positionering van bebouwing op het erf en landschapselementen. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet tot een verrommeling van het landschappelijke beeld leiden. Dat betekent dat er aandacht wordt besteed aan bijvoorbeeld (de plek van) buitenopslag en erfbeplanting. Dit alles wordt vastgelegd in een onderbouwd erfinrichtingsplan. In dit erfinrichtingsplan wordt ingegaan op:

  • een analyse van de aanwezige landschappelijke karakteristiek;

  • een analyse van de karakteristiek van het erf;

  • de wijze waarop de nieuwe ontwikkeling een bijdrage levert aan deze karakteristiek;

  • de beeldkwaliteit van de nieuwe bebouwing.

 

3. Milieu, gezondheid en ecologie

Nieuwe ontwikkelingen hebben vaak impact op het milieu en de ecologische omstandigheden op een locatie. Het is van belang dat aangetoond wordt dat de ontwikkeling geen nadelige consequenties heeft voor het milieu en ecologie. Daarbij zijn niet alleen de gebieden van belang die al via (sectorale) wetgeving zijn beschermd, zoals Natura2000-gebieden of grondwaterbeschermingsgebieden, maar wordt ook rekening gehouden met de natuurlijke waarde die elk landschap herbergt. Denk bijvoorbeeld aan de rol van donkerte, biodiversiteit, het bodem- en watersysteem en geluid. Tot slot moet binnen de ontwikkeling zelf sprake zijn van een aantoonbaar gezond woon-, werk en leefklimaat. Bij ontwikkelingen wordt onderzocht hoe het inrichten van de fysieke omgeving kan bijdragen aan het bevorderen van onder andere bewegen en ontmoeten. Meekoppelkansen worden hierbij benut.

4. Stabiliteit

Wanneer een ontwikkeling een bedrijf betreft, gaat dit gepaard met een bedrijfsplan voor de komende 10 jaar. Het bedrijfsplan laat zien dat er een goede financiële onderbouwing ligt onder de ontwikkeling. Als het gaat om het beëindigen van een agrarisch bedrijf, dan kan een eventuele nevenfunctie blijven bestaan als deze functie geen belemmering vormt voor de omliggende agrarische bedrijven en woningen in de omgeving.

Voor de stabiliteit van de leefbaarheid in het buitengebied is het van belang dat we blijven inzetten op het behoud van voorzieningen in de kernen. Voor het ontwikkelen van nieuwe voorzieningen in het buitengebied wordt daarom bekeken wat de juiste plek is (passend bij het buitengebied) en in hoeverre er in de bestaande kernen al bepaalde voorzieningen aanwezig zijn.

2.2.1.3 Espelo, Dijkermaten, Dijkerhoek

Het  gebied  rond  Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek is  een  relatief  laag liggend,  vlak  gebied.  In  Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek  komt  veel  kwel  voor  en  de  natte  ondergrond  wordt  zichtbaar  in  sloten  en  watergangen.  Het  gebied  is  belangrijk als  bovenstrooms  gebied  van  de  beken in Salland.  Er  ligt  een  groot  grondwaterbeschermingsgebied  en  er  vindt  grondwaterwinning  plaats,  wat  eisen stelt  aan  het  grondgebruik.  Het  beeld  van  het  gebied  wordt  bepaald  door de  Soestwetering  en  de  robuuste  begeleidende  beplanting  die  voortkomt uit  de  Ruilverkaveling  Markelo-Holten.  Tussen  de  beplantingstroken  liggen tussenruimten  met  rationele  landbouwkavels,  overwegend  in  gebruik  als grasland.  De  natuurwaarden  zijn  beperkt. 

Naast  het  jonge  ontginningslandschap  langs  de  Soestwetering  is  voor  dit gebied  ook  kenmerkend  dat  er  een  grillig  patroon  van  hogere  delen  is waarop  al  vroeg  bewoning  is  ontstaan.  Hier  is  kampenlandschap  aanwezig, wat  sterker  is  verdicht  dan  het  gebied  langs  de  Soestwetering.  Langs  een onregelmatig  raster  van  wegen  ligt  verspreide  agrarische  bebouwing  met groene  erven;  soms  van  historisch  karakter,  soms  moderne  bedrijven. Deze combinatie is zeer kenmerkend voor het gebied, waar wonen en agrarische bedrijvigheid naast elkaar bestaan.  In  het gebied ligt de kleine kern  Dijkerhoek. In  de  directe  omgeving  van  Dijkerhoek  en ook het buurschap Espelo is de  mate  van  verdichting  groter  dan  in  het  tussengebied  langs de  Soestwetering. Kenmerkend voor dit gebied is de sociale cohesie, hechte gemeenschappen en noaberschap. 

Grootste opgaven voor het gebied liggen in de balans tussen leefbaarheid, agrarische bedrijvigheid, biodiversiteit en invulling geven aan energietransitie. Daarnaast kan de aanwezigheid van het grondwaterbeschermingsgebied leiden tot een extensiveringsopgave in de agrarische sector in dit gebied. 

2.2.1.4 Westflank Holterberg

Zoals de naam Westflank Holterberg al aangeeft, ligt dit gebied op de westflank van de Holterberg en neemt de hoogteligging van het gebied van oost naar west af. De grondwatersituatie in het gebied de Westflank Holterberg hangt samen met het reliëf; op de hoogst gelegen delen is nog sprake van inzijging, in de laagst gelegen delen kwam vroeger kwel aan de oppervlakte, maar deze zakt tegenwoordig weg. Het gebied is van oudsher bewoond en heeft een hoge archeologische verwachtingswaarde. Bebouwingsconcentraties zijn te vinden rond de historische buurtschappen Espelo, Helhuizen en Neerdorp. Maar meer karakteristiek is de verspreide aanwezigheid van historische Sallandse boerderijen en erven (met sterke Twentse invloeden), tussen glooiende akkers, bosjes en beplantingselementen, waardoor het gebied zeer gevarieerd en kleinschalig is. Het gebied heeft hoge natuurwaarden en ligt voor een deel in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het grondgebruik bestaat uit zowel veeteelt als akkerbouw. In het gebied ligt een onregelmatig  wegenpatroon met veel onverharde wegen, de provinciale weg N332 doorsnijdt het gebied en het aanwezige landgoed. Steeds wisselende zichtlijnen maken een sterke beleving van de Holterberg en de bossen mogelijk. Kenmerkend voor dit gebied is de overgang tussen natuur en agrarisch buitengebied, de sociale cohesie en het recreatief medegebruik.

Grootste opgaven voor het gebied liggen in het opvangen van de recreatieve druk van de Holterberg, behoud van de sociale cohesie, biodiversiteit en het extensiveren van de landbouw gezien de ligging vlak naast Natura2000 gebied. Dit deelgebied kan dan ook worden gezien als een overgangszone van natuur naar landbouw.

2.2.1.5 Holterbroek, Fliermaten, Lokerbroek

Het gebied met daarin Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek is een vlak gebied, waar veel kwel  voorkomt afkomstig van de Sallandse Heuvelrug. Het bijzondere van het gebied Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek is de zeer rationele  verkaveling, met grote blokvormige kavels tussen wegen en watergangen (weteringen als Boterbeek en  Peters-Waterleiding). Het water wordt afgevoerd richting de Schipbeek. Langs de wegen staan  overwegend grote agrarische bedrijven. Vroeger kwam in het gebied veel kavelbeplanting voor in de vorm  van elzensingels, maar die zijn nu verdwenen. Het gebied heeft daardoor een grote mate van openheid.  Het is een jonge ontginningsvlakte en wordt gerekend tot het matenlandschap. Het grondgebruik  bestaat uit veeteelt (vooral melkveehouderij) en akkerbouw en is van betekenis voor diverse soorten  weidevogels. Fliermaten is aangewezen als beheersgebied voor weidevogels. Het overige deel van het  gebied was in het verleden aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied en dat is terug te zien in het landgebruik. Om de ruimte voor de agrarische sector te behouden is het toevoegen van gevoelige functies, zoals woningen, niet aan de orde. Ten westen van het Holter- en Lokerbroek is nog wel sprake van kleinschaligheid door beplantingen rondom het Snatergat (waar veel kwel aan de oppervlakte komt) en in het Bathmensche Broek. Opvallende elementen in het gebied zijn verder de A1 met taluds en viaducten, hoogspanningsleidingen en een oude zandwinplas. Deze plas is nu een natuurgebied. Ook bijzonder in het gebied is de (niet meer zichtbare) aanwezigheid van een landweer langs de Scholmansdijk. Landweren kwamen vroeger in de regio veel voor. Ze bestonden uit greppels en aarden wallen met heggen van gevlochten takken en hadden tot doel om vijanden buiten te houden. 

Grootste opgaven voor dit gebied liggen in het beschikbaar houden van ruimte voor de agrarische sector in dit gebied. Daarnaast is er net als in andere delen van het buitengebied sprake van vrijkomende agrarische erven. De invulling daarvan zonder de agrarische bedrijvigheid in de omgeving te belemmeren is een uitdaging.

2.2.1.6 De Schipbeek

Deelgebied De Schipbeek bestaat uit een smalle zone met akkerbouw en graslanden (Vrijbroeken) dat  net als Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek gerekend wordt tot het matenlandschap. Ook De Schipbeek is in het verleden aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied. Om de ruimte voor de agrarische sector te behouden is het toevoegen van gevoelige functies, zoals woningen, niet aan de orde. Het gebied is rationeel verkaveld en open. Langs de zuidgrens van dit deelgebied (en  die  van  de  gemeente) loopt de Schipbeek. De gekanaliseerde Schipbeek ligt nog al ‘streng’ in het landschap, tussen kades. De zuidelijke kade of oever is beplant met een dubbele rij (jonge) beuken. Plaatselijk liggen er hoge wallen met dubbele rijen prachtige monumentale beuken langs de beek. De Schipbeek heeft daardoor een meer cultuurlijke dan een natuurlijk uitstraling. Er is geen sprake van een afleesbaar natuurlijk beekdallandschap. Dat neemt niet weg dat de Schipbeek een belangrijk element in dit gebied is. Karakteristiek zijn de radiaal op de Schipbeek doodlopende wegen, met aan het eind van elk van de weggetjes een (historische) boerderij. Het gebied wordt doorsneden door de A1 en wordt door deze snelweg voor een groot deel afgesneden van de rest van de gemeente Rijssen-Holten. Het is een licht golvend, open gebied. Langs de randen van de A1 staan enkele bosjes en rond de boerderijen wordt het  beeld bepaald door erfbeplantingen.

Grootste opgaven voor dit gebied liggen in het beschikbaar houden van ruimte voor de agrarische sector. Waterkwaliteit is een knelpunt bij deze opgave. De Schipbeek is een watergang die valt onder de Kaderrichtlijn Water, wat gevolgen heeft voor het agrarisch gebruik van de gronden langs de Schipbeek. Daarnaast is er net als in andere delen van het buitengebied sprake van vrijkomende agrarische erven. De invulling daarvan zonder de agrarische bedrijvigheid in de omgeving te belemmeren is een uitdaging. Verder ligt er een kans om de Schipbeek voor recreatie beter te benutten.

2.2.1.7 De Holterberg

Karakteristiek voor De Holterberg is het sterke reliëf en de hoge ligging als onderdeel van de stuwwal Sallandse Heuvelrug. Een deel van het gebied De Holterberg behoort tot het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug en wordt beheerd door natuurinstanties. Het overige deel is in eigendom van particuliere landgoedeigenaren. Het gebied bestaat voornamelijk uit aaneengesloten boscomplexen en heide.  Naaldbos overheerst en wordt afgewisseld met loofbos en droge heide. De natuurwaarden zijn hoog en de Holterberg is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland en aangewezen als Natura2000-gebied. De rug vormt een waterscheiding, is een inzijgingsgebied en belangrijk voor de lager gelegen  waterwingebieden. In het gebied komt vooral in de zuidrand enige bebouwing voor, zowel  woonbebouwing als recreatieve voorzieningen. Het toevoegen van woningen is in dit gebied niet aan de orde. De Holterberg  heeft naast grote natuurwaarden een grote recreatieve betekenis, met onder andere het Holterbergplein en de Canadese Begraafplaats. Holten vormt de trotse poort  naar dit prachtige gebied, dat door een raster van enkele verharde en vooral onverharde wegen goed ontsloten is voor wandelaars en fietsers. 

Grootste opgaven voor het gebied liggen in de balans tussen beschermen en benutten. Benutten van het gebied voor recreatieve doeleinden en het aan de andere kant beschermen van natuurwaarden tegen stikstofdepositie, verdroging en recreatieve druk. Binnen deze balans is het beleid van het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug leidend.

2.2.1.8 Holter- en Lokerenk en Look

Deelgebied Holter-, Lokerenk en Look ligt relatief hoog op de uitlopers van de Sallandse Heuvelrug. Net als de stuwwal is het een inzijgingsgebied. Er ligt een grondwaterbeschermingsgebied wat eisen stelt aan het grondgebruik. Het wordt omringd door delen van het Natuurnetwerk Nederland. Opvallend onderdeel van dit deelgebied zijn de vele cultuurhistorisch waarden bestaande uit hoger gelegen oude bouwlanden of enken, de holle wegen, historische beplantingen en de vele historische erven. Bijzondere cultuurhistorisch aandachtspunten voor dit gebied zijn de verschillende archeologische monumenten,  waaronder de fundamenten van (middeleeuws kasteel) de Waerdenborch aan de rand van Holten. Buiten de open enken valt op dat in dit deelgebied de ruimtelijke samenhang meer dan in andere gebieden wat  verloren is gegaan. Dit kleinschalig landschap met historische erven en slingerende wegen verandert  onder invloed van grote recreatieve voorzieningen, teruglopende landbouwkundige activiteit en  verrommeling. Dit proces is ook af te lezen aan de dorpsrand van Holten. Op enkele plaatsen is de  geleidelijke overgang tussen dorp en omgeving hard en abrupt geworden. 

Grootste opgaven voor dit gebied liggen in het behoud van het karakteristieke landschap, en de ontwikkelingen rondom wonen, bedrijven, recreatie en infrastructuur. Bij de terug looping van agrarische bedrijvigheid is het de uitdaging om te kijken naar functieverbreding of een passende nieuwe functie voor erven. Waarbij de karakteristieken van het landschap behouden blijven of versterkt worden. Tot slot brengt de waterwinning in dit gebied problemen met zich mee. 

2.2.1.9 Beuseberg, Zuurberg en Borkeld

Het gebied Beuseberg, Zuurberg en Borkeld bestaat landschappelijk uit de stuwwal, een  aangrenzend smeltwaterplateau en de flanken van de stuwwal. Dit glooiende gebied Beuseberg, Zuurberg en BorkeldBeuseberg, Zuurberg en Borkeld behoort dus tot de  hogere delen van de gemeente en is net als de andere hoge delen ook inzijgingsgebied voor neerslag.  Een belangrijk deel van het gebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland en is voor natuur  van belang als schakel in het grotere geheel. Daarnaast ligt het gebied onder de invloedsfeer van het naastgelegen Natura2000-gebied de Borkeld. Ook recreatie is in dit gebied belangrijk, vooral in de  bossen bij de Borkeld. De presentatie van de verblijfsrecreatie sluit echter niet altijd goed aan bij de  kwaliteit van de omgeving. Wanneer dit gebied meer actieve recreatie zal dragen, wordt de druk op de  Holterberg mogelijk verminderd. Het gebied kent ruimtelijk een zeer aantrekkelijke en gevarieerde  indeling en is landschappelijk en cultuurhistorisch waardevol. Kenmerkend zijn de (naald-)bossen op de  stuwwal (Zuurberg), het verblijfsrecreatiegebied op het aangrenzende plateau in de bossen bij de Borkeld en de redelijk kleinschalige graslanden met historische boerderijen en erven. De scherpe overgangen en hoogteverschillen tussen bos en weide zijn aan de zuid- en westzijde van de Zuurberg  duidelijk waarneembaar. Bij de Beuseberg zijn de overgangen juist meer geleidelijk en onregelmatig van  vorm. De vele landschapselementen, holle wegen en historische boerderijen en erven versterken het  gevoel van authenticiteit van dit deelgebied. Fraai voorbeeld is het ensemble van boerderijen bij de Beuseberg. Het gebied wordt aan de zuidzijde begrenst door de A1. 

Grootste opgaven voor dit gebied liggen in de balans tussen leefbaarheid, agrarische bedrijvigheid, biodiversiteit en invulling geven aan energietransitie. Het vergroten van de vitaliteit van de verschillende verblijfsrecreatieve mogelijkheden in het gebied is een belangrijk speerpunt.

2.2.1.10 Oostflank Holterberg

De Oostflank Holterberg heeft een bijzondere ondergrond, want het is een gordeldekzandrug. De Oostflank Holterberg is een zandrug die parallel ligt aan de flank van de Holterberg. De rug zelf is inzijgingsgebied, in de iets  lager gelegen delen tussen de rug en de Holterberg komt kwel voor wat bijzondere situaties voor natuur oplevert. De op de rug liggende Ligtenbergerweg is een historisch, agrarisch lint, met daarin enkele agrarische bedrijven. De westzijde van het lint valt het onder de invloedssfeer van de Holterberg en de bossen, waarin nog enkele eenmans-esjes liggen. Aan de oostzijde van het lint staan de meeste boerderijen met vergezichten over de open ontginningsvlakte van De Leiding/Overtoom richting Rijssen. Deze doorzichten worden voor een deel beperkt, doordat er een soort dubbellint aan de oostzijde van de weg ontstaan is. Achter de vaak meer historische boerderijen aan de weg liggen op enige afstand de grotere agrarische bedrijven van recentere datum. Daar waar wel zichtlijnen aanwezig zijn kunnen de hoogteverschillen zeer goed ervaren worden. Aan de zuidrand van het gebied, aan weerszijde van de Rijssenseweg/Holterstraatweg, liggen enkele terreinen voor verblijfsrecreatie. 

Grootste opgaven voor het gebied liggen in het opvangen van de recreatieve druk van de Holterberg, het vergroten van de van de verschillende verblijfsrecreatieve mogelijkheden, het behoud van de sociale cohesie, het versterken van de biodiversiteit en het extensiveren van de landbouw.

2.2.1.11 Omgeving de Leiding en Overtoom

Het deelgebied Omgeving de Leiding en Overtoom, met Overtoom, Middelveen, de Leiding en het Ligtenbergerveld, is een jonge ontginningsvlakte en helt licht af richting de Regge. Na 1850 heeft systematische afgraving van veen voor de turfwinning plaatsgevonden. De verschillende ontginningen zijn terug te herkennen aan de verschillende  verkavelingspatronen. Het is een nat gebied, waar veel kwel vanuit de stuwwallen voorkomt. Er is een intensief stelsel van sloten. Des te natter het gebied, des te intensiever het netwerk van sloten, zoals in het Ligtenbergerveld. Vooral langs de slootkanten komen natuurwaarden voor door de aanwezige kwel. In het verleden kwamen deze natuurwaarden net als de kwel in het hele deelgebied voor, dit is nu niet meer het geval. Ook de aanwezigheid van verhoogd liggende wegen, zogenaamde dijk wegen wijzen op het natte karakter van dit deelgebied. Deze dijk wegen, met het kenmerkende verkavelingspatroon van het omliggende gebied, zijn zeer karakteristiek en van cultuurhistorische waarde. Ook van cultuurhistorische waarde zijn de  Zunasche Wal (deze wal vormt de oude markegrens tussen Rijssen en Wierden) en de aanwezige elzensingels. Het als grasland in gebruik zijnde verwevingsgebied is overwegend onderdeel van de  bedrijfsvoering van de bedrijven aan de Ligtenbergerweg en is ook van belang voor weidevogels. Delen van het gebied zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is er behoorlijk open, waardoor er  sterke zichtrelaties zijn met de Holterberg en de stadsrand van Rijssen. Er is weinig bebouwing en enkele wegen worden begeleid door beplanting. In het gebied komen nog veel onverharde wegen voor, die zich uitstekend lenen als uitloopgebied van de naastgelegen woongebieden. Daarnaast biedt de natte natuur een bijzondere belevingswaarde voor recreanten en natuurliefhebbers. 

Grootste opgaven voor het gebied liggen in het behoud van de natte natuur in het Overtoom en de balans tussen leefbaarheid, agrarische bedrijvigheid, biodiversiteit en invulling geven aan energietransitie. Daarnaast ligt er een opgave voor de landschappelijke overgang tussen bestaande en nieuw te realiseren bebouwing en het buitengebied.

2.2.1.12 De Rijsserberg

Deelgebied  De Rijsserberg  is een  gebied  dat  onderdeel  is  van  het stuwwallencomplex  Sallandse  Heuvelrug.  De Rijsserberg  kent  veel  reliëf  en  is relatief  hoog  gelegen.  Het gebied bestaat voor een  belangrijk  deel  uit  naaldbos  met  open  stukken  waarin  droge  heide en jeneverbesstruiken groeien.  De  randen  van  de  Rijsserberg  bestaan  uit  graslandpercelen,  die  zich openen  naar  de  lager  gelegen  gebieden  van  het  Middelveen  en  richting Enter.  De  Rijsserberg  is  onderdeel  van  het Natuurnetwerk Nederland. Verspreid  in  het  bos  liggen  (recreatie)woningen  met  tuinen  en  andere  functies,  vooral  in  de  noordrand van het gebied  bij  Rijssen.  Soms  is  sprake  van  een  groot  contrast tussen  het  natuurlijke  bos  en  de  cultuurlijke  functies  en  tuinen.  Veel  functies liggen  langs  een  radiaal  patroon  van  wegen,  vooral  langs  de  Markeloseweg  en de Enterstraat  (twee  meest  oostelijke  radialen).  Langs  de  zuidrand loopt  de  A1.  De  Rijsserberg  is  van  groot  belang  voor  (verblijfs-)recreatie  en samen  met  de  andere  functies  en  infrastructuur  vraagt  dit  om  een  goede afstemming  met  de  gewenste  natuurfunctie  van  de  Rijsserberg.  

Grootste opgaven voor het gebied liggen in de balans tussen beschermen en benutten. Benutten van het gebied voor recreatieve doeleinden en het aan de andere kant beschermen van natuurwaarden tegen stikstofdepositie, verdroging, wonen en recreatieve druk.

2.2.1.13 De Regge

Deelgebied De Regge bestaat uit een smalle strook land tussen de rivier de Regge en de noordoostrand van Rijssen.  In de strook liggen  meerdere stedelijke voorzieningen, die het gebied versnipperen. Het gebied De Regge  als geheel is daardoor slecht bereikbaar.  De ruimte voor  natuur  en  water  beperkt zich  vooral  tot  de  directe  oever  van  de  Regge. Al is er de afgelopen jaren wel aandacht voor het laten hermeanderen van de Regge. Dit maakt het gebied van grotere natuurlijke waarde en draagt bij aan het vasthouden van water, maar vergroot ook de recreatieve belevingswaarde van het gebied. In  het  gebied  liggen enkele  boerderijen  aan  doodlopende  wegen,  de  gronden  zijn  in  gebruik als  grasland.  Bijzonder  element  in  de  zone  langs  de  Regge  is  de  Pelmolen en  het landschap  van  weiden  en  knotwilgen  dat  daaromheen  is gecreëerd.

Grootste opgaven voor het gebied liggen in het versterken van de karakteristiek van het rivier begeleidend landschap en het beschermen en benutten van de cultuurhistorische waarden in het gebied (met name rondom de Pelmolen) om zo het recreatieve potentieel te vergroten.

2.2.1.14 Kernrandzones

De randen van de kernen (kernrandzones) worden ingericht als poort van de stad of het dorp en vormen een natuurlijke schakel tussen stedelijk en landelijk gebied. De zones zijn geschikt voor meerdere functies, waarbij moet worden voorkomen dat er verrommeling ontstaat of een te grote verdichting. Bij functieverandering in deze zones moet een zorgvuldige integrale afweging worden gemaakt, waarbij de ruimtelijke invulling van de zone past bij de dynamiek van de kern. Ook brengen we water en natuur naar de bebouwde omgeving, onder andere door het stimuleren van de kwaliteit van natuur, het realiseren van voldoende leefgebied, inzet op natuurinclusiviteit in ons handelen en kwaliteitsverbetering en aanleg van groenblauwe dooradering, om zo een gezondere leefomgeving te creëren en de biodiversiteit te verbeteren.

2.2.2 Centra [GERESERVEERD]

[Gereserveerd]

2.2.3 Bedrijventerreinen
2.2.3.1 De Mors

Het bedrijventerrein ten noorden van de spoorlijn wordt De Mors genoemd. De terreinen binnen De Mors zijn van de veertiger jaren tot en met de tachtiger jaren ontwikkeld tot bedrijventerrein en bestaat uit de deelgebieden Noord deel oost, Noord deel west en Noordermors.

Bestaande bedrijventerrein Rijssen
afbeelding binnen de regeling

Noord deel Oost en West 

Dit deelgebied dateert uit 1962 en is daarna gefaseerd uitgegeven. In 1979 is het gebied ten behoeve van een bestemmingsplan herziening opgedeeld in twee delen. Noord deel-Oost heeft een grootschalig karakter met relatief weinig kleinschalige bebouwing met andere functies. Maar juist door de grote kavels zijn de contrasten in schaalgrootte enorm. Noord deel-West is kleinschaliger van karakter met vrij veel afwijkende functies, zoals bedrijfswoningen. Functioneel ligt de nadruk op lichte industrie, productie, autobedrijven en groothandel. 

Noordermors I 

De uitgifte van het terrein heeft eind jaren 70 van de vorige eeuw plaatsgevonden. In dit gebied liggen grote kavels aan de randen en kleinere kavels (met afwijkende functies) aan de binnenzijde. De bedrijven die hier gevestigd zijn, zijn zeer gemengd. Rooilijnen verspringen en het terrein is redelijk dicht bebouwd, behalve bij de kruising met de Morsweg. De bebouwing is georiënteerd op de weg.

2.2.3.2 Noordermors

Bedrijventerrein de Noordermors was onderdeel van de voormalige graslanden De Mors. De terreinen zijn ontwikkeld in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw en vormen een eigen karakter. De Noordermors bestaat uit de deelgebieden Noordermors 2, Noordermors 3 en Noordermors 4.

Noordermors 2 

Noordermors 2 is een redelijk modern bedrijventerrein. De realisatie en uitgifte hebben plaatsgevonden aan het eind van de jaren 80. De kavels zijn hoofdzakelijk groter en ook de bebouwing heeft een grote omvang. Er is niet gebouwd in een rooilijn. 

Noordermors 3 

De realisatie en uitgifte van dit terrein vond plaats begin jaren 90. In het zuidelijke deel zijn vooral grote kavels te vinden, vooral gerelateerd aan de bouwsector. In het noordelijke deel zijn kleinere kavels te vinden, hier zijn ook vrijstaande en inpandige bedrijfswoningen gerealiseerd. Er is sprake van buitenopslag. De uitstraling van de gevels is eenvoudig maar nog niet verouderd. 

Noordermors 4 

Noordermors 4 is een modern bedrijventerrein. De realisatie en uitgifte vonden plaats in de tweede helft van de jaren 90. Aan de noordzijde vormt de gemeentegrens met Wierden de grens van het bedrijventerrein. Op het noordelijke deel van het terrein zijn kleine kavels gelegen. De schaal van de bebouwing is middelgroot, de rand van het terrein aan de noordzijde is kleinschaliger. Over het algemeen is in de rooilijn gebouwd.

Bestaande bedrijventerrein Rijssen
afbeelding binnen de regeling
2.2.3.3 Plaagslagen

Het historische gebied Plaagslagen is vanaf eind jaren '90 ontwikkeld tot bedrijventerrein Plaagslagen. Het heeft een ruime opzet met zichtlocaties aan de Nijverdalseweg en de weg Plaagslagen. Een zone met woon-werkeenheden aan de Kryptonstraat maakt een stedenbouwkundige overgang naar woonwijk de Veeneslagen.

Bestaande bedrijventerrein Rijssen
afbeelding binnen de regeling
2.2.3.4 Ligtenbergerveld-Oost [GERESERVEERD]

[Gereserveerd]

2.2.3.5 Vletgaarsmaten

Bedrijventerrein Vletgaarsmaten ligt ten westen van de N332 en wordt begrenst door een groensingel met gebied Holterbroek in het westen en de Dorperdijk in het zuiden. Bedrijventerrein Vletgaarsmaten bestaat uit de deelgebieden Vletgaarsmaten, Vletgaarsmaten IIA en IIB en Vletgaarsmaten IIC.

Bestaande bedrijventerrein Holten
afbeelding binnen de regeling

In 2000 is gestart met de uitgifte van Vletgaarsmaten. Dit terrein heeft een oppervlakte van circa 11,5 hectare. De gemiddelde kavelomvang is ruim 5000m2. Op dit terrein is er een menging van bedrijvigheid, met een maximale milieucategorie van 4. 

In 2005 is gestart met de uitgifte van Vletgaarsmaten IIA en IIB. Gezamenlijk hebben deze terreinen een bruto oppervlakte van circa 34 hectare. De terreinen hebben grotendeels een rechtlijnige opzet, die voortborduurt op de landschappelijke ondergrond. Er is sprake van een hoofdontsluitingslus, de overige straten lijken enigszins willekeurig gesitueerd. Langs de N332 is de bebouwing overwegend representatief. In de noordelijke rand komt incidenteel kleinschalige bebouwing met een afwijkende functie, zoals een bedrijfswoning, voor. Functioneel ligt de nadruk op transport & logistiek en (groot)handel.

2.2.3.6 De Haar

Bedrijventerrein De Haar ligt aan de westkant van Holten en ten noorden van de woonwijk De Haar. Het bedrijventerrein De Haar is één van de oudere bedrijventerreinen binnen Holten. Het terrein is rond 1980 uitgegeven. De Haar I heeft een oppervlakte van circa 7,55 hectare. Op dit terrein zijn vooral bedrijven gevestigd uit de metaalsector (25%) en transportbedrijven (25%). Op het terrein van De Haar II is een transportbedrijf gevestigd. Voor dit transportbedrijf heeft een uitbreiding naar de zuidzijde van Keizersweg plaatsgevonden, waardoor de bedrijventerreinen aan weerszijden van de N332 aan elkaar vast groeien.

Bestaande bedrijventerrein Holten
afbeelding binnen de regeling
2.2.4 Woonwijken [GERESERVEERD]

[Gereserveerd]

2.2.5 Ontwikkelgebieden
2.2.5.1 Ontwikkelgebied de Banis

De wijk de Banis wordt gerealiseerd aan de zuidwestrand van Rijssen, op de meest kansrijke locatie voor nieuwe woningbouw volgens de Locatiestudie Woningbouw Rijssen (2019). Hier komt een gemengd woningbouwprogramma van 350 woningen met een bandbreedte van plus of min 20%. De ontwikkeling van ontwikkelgebied de Banis biedt de kans om niet alleen in te spelen op de woonopgave van Rijssen, maar ook om een wijk te creëren die het beste van stad en natuur samenbrengt. Het wordt een plek waar diverse doelgroepen – starters, ouderen, gezinnen – zich thuis kunnen voelen, met ruimte voor ontmoeting, groen en duurzaamheid.

Opgaven en ambities voor ontwikkelgebied de Banis:

  • Een gemengde en toekomstbestendige woonwijk

De wijk wordt gekenmerkt door een mix van woningtypes, zoals sociale huur, sociale koop, reguliere koopwoningen en appartementen. Dit zorgt voor een inclusieve wijk waar iedereen een plek kan vinden. De woonvormen – van hofjes tot groene woonstraten – stimuleren ontmoeting en versterken het buurtgevoel. Kleinschalige zorgzame gemeenschappen worden verspreid door de wijk gerealiseerd, waar buren elkaar ondersteunen. Daarbij wordt natuurinclusieve bouw een integraal onderdeel, met aandacht voor biodiversiteit en duurzame energie- en warmteoplossingen.

Wonen in de Banis
afbeelding binnen de regeling
Een gemengde en toekomstbestendige woonwijk

 

  • Een groene overgang naar stad en buitengebied

De wijk markeert de overgang tussen stad en natuur. Door groene zones te ontwikkelen die aansluiten op het landschap, ontstaat een harmonieuze verbinding met het omliggende buitengebied. Bestaande groenstructuren langs de kenmerkende radialen worden versterkt en leesbaar gemaakt in het landschap. Inheemse beplanting en natuurlijke elementen versterken de biodiversiteit en zorgen voor een aangename leefomgeving. Wadi’s worden aangelegd voor duurzame wateropvang en verbinden de wijk visueel en functioneel met de omliggende natuurgebieden. Bij de aanleg van de wadi’s wordt rekening gehouden met bodemgeschiktheid en hydrologie.

Groen in de Banis
afbeelding binnen de regeling
Een groene overgang naar stad en buitengebied

 

  • Slimme en duurzame mobiliteit

Goede verbindingen voor voetgangers en fietsers staan centraal. De wijk wordt voor het gemotoriseerde verkeer ontsloten via de Diekjansweg, voor langzaam verkeer wordt aansluiting gezocht bij de fietspaden Geskesdijk/Keizersdijk en de Smitjesdijk. Recreatieve routes verbinden de Banis met Rijssen en het buitengebied. Autoverkeer wordt zoveel mogelijk beperkt tot bestemmingsverkeer. Parkeren gebeurt waar het kan eerst op eigen erf. Daar waar het parkeren op eigen erf niet mogelijk is gebeurt parkeren op centrale locaties, zodat de straten leefbaar blijven.

Mobiliteit in de Banis
afbeelding binnen de regeling
Slimme en duurzame mobiliteit

 

  • Een leefbare en samenhangende gemeenschap

De Banis wordt een wijk waarin ontmoeting en betrokkenheid centraal staan. Een centraal buurthuis biedt ruimte voor zorgfuncties en sociale activiteiten, terwijl verspreide ontmoetingsplekken zorgen voor informele ontmoetingen in de openbare ruimte. Natuurlijke speelplaatsen en sportfaciliteiten moedigen beweging en samenkomst aan. De wijk wordt bovendien ingericht als dementievriendelijk, met aandacht voor toegankelijkheid en herkenbare oriëntatiepunten.

Leefbaarheid in de Banis
afbeelding binnen de regeling
Een leefbare en samenhangende gemeenschap

 

Deze ambities en opgaven vormen een aanvulling op de thematische uitgangspunten in paragrafen 2.3 t/m 2.11. Bij afwijkingen tussen de Banis en deze paragrafen heeft deze paragraaf voorrang.

2.3 Leefbaarheid en Omgeving

2.3.1 Leefbaarheid
2.3.1.1 Leefbaarheid en monitoring

Met het begrip leefbaarheid wordt aangegeven hoe aantrekkelijk en geschikt een gebied of gemeenschap is om in te wonen, te werken of te verblijven. Leefbaarheid is een verzamelwoord voor de kwaliteitskenmerken van een woon- of werkomgeving. Omdat leefbaarheid door iedereen anders ervaren wordt, wordt met regelmaat aan inwoners zelf gevraagd wat zijn van de leefbaarheid vinden. Deze vragenlijst wordt herhaald om de leefbaarheid te blijven monitoren.

2.3.1.2 Leefbaarheid in het buitengebied

Door middel van een digitale vragenlijst in de zomer van 2023 hebben de inwoners van het buitengebied vragen beantwoord over leefbaarheid, veiligheid, sociale cohesie, voorzieningen en een heel aantal andere zaken. Gemiddeld geven inwoners van het buitengebied hun leven een 8,3. De woonomgeving en de sociale cohesie worden gewaardeerd. Er is een grote wens om dit te behouden, maar er zijn ook zorgen over ontwikkelingen die het woongenot mogelijk in de weg staan. Daarnaast hebben inwoners inhoudelijke punten aangedragen voor het buitengebied. Waar dit de visie voor het buitengebied raakt, zijn deze meegenomen bij de betreffende thema's in de omgevingsvisie. Concrete maatregelen worden afgewogen en eventueel meegenomen bij een uitvoeringsprogramma. Het volledige rapport van deze vragenlijst is te vinden als bijlage bij het besluit van deze omgevingsvisie.

2.3.1.3 Veiligheid en ondermijning

Veilig zijn en je veilig voelen zijn voor de gemeente belangrijke uitgangspunten. De veiligheidsbeleving van inwoners en ondernemers is van essentieel belang voor een leefbare en veilige gemeente. Dit maakt dat veiligheid een belangrijke waarde is om fijn te kunnen leven, wonen, werken en recreëren.

Bij ondermijnende criminaliteit gaat het om activiteiten van criminelen waarbij de samenleving wordt verzwakt, misbruikt of ontwricht. Denk hierbij aan drugsgerelateerde criminaliteit, mensenhandel, vastgoedfraude, zorgfraude en Outlaw Motorcycle Gangs (OMG's). Hierbij kunnen de 'bovenwereld' en de 'onderwereld' met elkaar verweven worden. De aanpak van ondermijnende criminaliteit vraagt om een stevige borging, samenwerking en vertrouwen van partners, inwoners en ondernemers. Rijssen-Holten heeft extra aandacht voor het buitengebied en de bedrijventerreinen als het gaat om een gerichte aanpak en controles tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Ook wordt de samenwerking met verschillende partners hierbij geïntensiveerd. Daarnaast is het belangrijk dat we bewustwording creëren bij inwoners en ondernemers over de veiligheidsrisico's en de gevaren die zich mogelijk voordoen bij georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Uit de vragenlijst die in het buitengebied is uitgevoerd komt naar voren dat inwoners in het buitengebied zich overwegend veilig voelen (59,4% (bijna) altijd en 34% meestal wel). Het is van belang dit gevoel van veiligheid te blijven monitoren. Het volledige rapport van deze vragenlijst is te vinden als bijlage bij het besluit van deze omgevingsvisie.

2.3.2 Identiteit
2.3.2.1 Noaberschap

In de gemeente Rijssen-Holten staat 'noaberschap' centraal. Noabers (oftewel buren) staan elkaar bij met raad en daad wanneer het nodig is. In de strategische visie is modern noaberschap één van de drie pijlers. dit betekent dat we als inwoners van Rijssen-Holten voor elkaar zorgen. We zijn trots op de samenhang die inwoners ervaren in onze gemeente. Noaberschap is elkaar versterken waar het kan, samen optrekken bij gedeelde opgaven en de krachten bundelen om niet alleen het wiel uit te hoeven vinden. Maar ook om elkaar verder te helpen op onderwerpen en vraagstukken waar de één al verder mee is dan de ander. Door deze kracht kunnen we als samenleving meer voor elkaar betekenen. Als echte noabers zetten we in Rijssen-Holten samen de schouders eronder!

2.3.2.2 Buurtschappen in het buitengebied

Het buitengebied van Rijssen-Holten kent verschillende buurtschappen. Ruimtelijk gezien we de buurtschappen: Beuseberg, Espelo, Neerdorp, Dijkerhoek, Borkeld, Look, Holterbroek en Ligtenberg. Elk buurtschap heeft zijn eigen karakter en noaberschap staat centraal. Het gevoel van verbondenheid is in de buurtschappen groot. Een aantal van deze buurtschappen hebben een vereniging opgericht. De verbondenheid uit zich bijvoorbeeld bij het organiseren van de jaarlijkse paasvuren. We vinden deze verbondenheid een grote kracht en zetten in op het behoud van deze buurtschappen.

2.3.2.3 Beelddragers van het buitengebied

De landbouwsector, de natuur en het landschap zijn belangrijke dragers van het landelijk gebied. Landschapselementen benadrukken de kenmerken en verschillen in het landelijk gebied. De eigenheid van het landschap van Rijssen-Holten komt overal tot uiting. De bebouwing past in de stijl van de regio (Twente of Salland) en past binnen de karakteristieken van het deelgebied. Ervan zijn belangrijk beelddragers van het buitengebied. Stallen, paardenbakken en andere faciliteiten zijn onderdeel van het erf. Inpassing moet dan ook als onderdeel van het (agrarische) erf worden vormgegeven. Daarnaast hebben agrariërs een belangrijke rol in het onderhoud van het landschap.

Nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied leveren een bijdrage aan de identiteit en karakteristiek van het landelijk gebied. Landschappelijke inpassing speelt hierbij een belangrijke rol., waarbij rekening is gehouden met de ecologische potentie. Het is een uitdaging om de identiteit van ons buitengebied te bewaken tijdens de transitie die het landelijk gebied de komende jaren door zal gaan maken.

2.3.3 Archeologie en erfgoed
2.3.3.1 Erfgoed

Erfgoed neemt een waardevolle plaats in de (lokale) samenleving in. Erfgoed geeft herkenning van de historie van je eigen woonomgeving. Erfgoed is een thema dat mensen met elkaar verbindt en vormt ook een verbinding tussen diverse beleidsterreinen en organisaties. Het weerspiegelt een gezamenlijk verleden. bij het ontbreken van ondersteuning en aandacht van erfgoed is de kans groot dat de inrichting van de woonomgeving haar bijzondere karakter en eigenheid steeds meer verliest. Rijssen en Holten met het buitengebied hebben een lang en uniek verleden dat voor zover bekend zeker teruggaat tot de 8e - 9e eeuw. Dit vraagt om erfgoed op een goede manier door te geven aan de volgende generatie. Daarom helpt het verleden begrijpen, bij het maken van goede keuzes voor nu en de toekomst, als het gaat om bijvoorbeeld landbouw, het behoud van natuur en landschap en klimaatadaptatie. Daarmee is erfgoed een inspiratiebron en motor voor nieuwe ontwikkelingen.

2.3.3.2 Hanzestad Rijssen

Rijssen is lid van het Hanzeverbond. Dit was van oorsprong, in de Middeleeuwen, een samenwerkingsorganisatie van kooplieden uit Duitse steden rond de Oostzee en aan de Noordzee. Rijssen had stadswallen, de stad lag strategisch op de grote handelsroutes van West naar Oost en er waren gilden. Rijssen had in het verleden alle kenmerken van een echte middeleeuwse stad die niet voor nietes in 1243 stadsrechten kreeg. Ambitie is om Rijssen als Hanzestad meer beleefbaar te maken. Niet alleen de stad Rijssen, maar ook de handelsroutes die bij de stad Rijssen lagen. Dit zijn de Regge als belangrijke vaarroute en het Marskramerpad als belangrijke verbinding tussen Oost en West.

2.3.3.3 Erfgoed in het buitengebied

In het buitengebied hebben we aandacht voor ons verleden, door ons erfgoed te beschermen en te behouden. Denk hierbij aan monumenten, oude cultuurlandschappen, holle- en hessenwegen en karakteristieke bebouwing. Bij alle nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met erfgoed. Het vertrekpunt is dat nieuwe ontwikkelingen geen schade mogen aanbrengen aan het erfgoed. Naast het beschermen van de waarden ziet de gemeente vooral kansen voor 'behoud door ontwikkeling'. Om het erfgoed in de gemeente in goede staat te houden is het van belang dat erfgoed een functie heeft en houdt in het landelijk gebied. Daarom staat de gemeente positief tegenover de vestiging van nieuwe functies in bijvoorbeeld historische boerderijen of andere bestaand erfgoed. Voorbeelden van bestaand erfgoed in het buitengebied zijn: Erve Stroek, de Raalterweg, Holterenk, de Beusebergerweg, De Waerdenborch, Platvoet, Twenhaarsveld en de Postweg.

2.3.3.4 Monumenten

 

De gemeente Rijssen-Holten telt een aantal rijks- en gemeentelijke monumenten. Deze zijn specifiek en gemotiveerd aangewezen en kennen een speciale juridische status met instandhoudingsplicht. Rijksmonumenten zijn van nationaal belang, bijvoorbeeld door de schoonheid van het pad of door de geschiedenis van het pand voor Nederland. Deze worden aangewezen in de Erfgoedwet. Andere panden hebben een bijzondere betekenis voor een stad, dorp of regio. In dat geval kan de gemeente een pand op de gemeentelijk monumentenlijst plaatsen, dit gebeurt nu op basis van de Erfgoedverordening en straks op basis van het Omgevingsplan. De gemeente Rijssen-Holten is zuinig op haar monumenten, omdat ze het verhaal van haar gemeente vertellen. Monumenten willen we daarom behouden en waar nodig versterken. Ook is er ruimte om de monumentenlijst uit te breiden.

Naast het beschermen van waarden ziet de gemeente vooral kansen voor 'behoud door ontwikkeling'. Om het erfgoed in de gemeente in goede staat te kunnen houden is het van belang dat het erfgoed een functie heeft en houdt. Daarom staat de gemeente positief tegenover de vestiging van nieuwe functies in bijvoorbeeld historische boerderijen of ander bestaand erfgoed. Uiteraard wel met oog voor het beschermen van de monumentale waarden. Bij dergelijke ontwikkelingen speelt duurzaamheid en de energietransitie een belangrijke rol.

2.3.3.5 Karakteristiek

In de gemeente Rijssen-Holten bevinden zich enkele unieke en bijzondere bouwwerken. Deze bouwwerken zijn door hun kwaliteit als karakteristieke panden aangemerkt. Het zijn bouwwerken die een duidelijke bijdrage leveren aan het ruimtelijk beeld van de omgeving. bijvoorbeeld door een combinatie van architectonische kwaliteit en hun prominente plaats in de stedenbouwkundige structuur, of vanwege cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken. Het gaat bijvoorbeeld om een historische boerderij of een bijzondere erfopzet. Om te beoordelen of een object karakteristiek is, wordt onder andere gekeken naar de verhouding van het pand tot de omgeving, de gevelindeling, de detaillering en het materiaalgebruik. Het gaat daarbij om de ruimtelijke beleving van het gebruik en de herkenbaarheid van het object.

Naast het beschermen van waarden ziet de gemeente vooral kansen door 'behoud door ontwikkeling'. Om het erfgoed in een goede staat te kunnen houden is het van belang dat het erfgoed een functie heeft en houdt. De aangewezen karakteristieke panden krijgen de mogelijkheden om gebruik te maken van aantrekkelijke financieringsmogelijkheden en meer mogelijkheden voor nieuwe functies. Bij nieuwbouw of verbouw geldt de voorwaarde dat de karakteristieke verschijningsvorm behouden blijft. De juridische verankering van deze regels landen in het Omgevingsplan. Er zijn bouwregels die de karakteristiek beschermen, maar een instandhoudingsplicht is er niet.

2.3.3.6 Waardevol

Naast monumentale en karakteristieke panden kent de gemeente Rijssen-Holten ook waardevolle panden. Het aanwijzen van een pand als waardevol is bedoeld als signaleringsfunctie. Het doel is om de eigenaar bewust te maken van het feit dat het om een bijzonder pand gaat. Er gelden geen juridische bescherming en specifieke bouwregels voor deze panden of objecten. Waardevolle panden kunnen wel karakteristiek of monumentaal worden.

2.3.3.7 Archeologie

De gemeente Rijssen-Holten heeft een lange bewoningsgeschiedenis. Dat levert naast zichtbare ook veel ondergrondse en dus onzichtbare sporen op. Deze zijn niet alleen het bewaren waard, maar vormen ook een inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen. Voor het gehele grondgebied van de gemeente Rijssen-Holten is een archeologische inventarisatie uitgevoerd. Op basis van de inventarisatie is een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart opgesteld. Op deze kaart staan naast de bekende archeologische waarden ook de te verwachten archeologische waarden in de vorm van zones met een bepaalde trefkans. Hiermee wordt een beeld verkregen waar archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig kunnen zijn. De archeologische verwachtings- en beleidskaart is overgenomen in de verschillende bestemmingsplannen en zal ook in het omgevingsplan een plek krijgen.

Daarnaast kent de gemeente Rijssen-Holten twee beschermde archeologische Rijksmonumenten. Het gaat hierbij om een grafheuvel aan de Postweg en het fundament van kasteel de Waerdenborch in Holten. Ook zijn er binnen de gemeente gebieden waar archeologische monumenten aanwezig zijn en de trefkans op nieuwe archeologische resten aanwezig is. Dit zijn de zogenaamde AMK-terreinen (Archeologie Monumenten Kaart). De gemeente kent elf van deze terreinen. 

Bij nieuwe initiatieven wordt er waar mogelijk ingespeeld op herstel en verbetering van de beleefbaarheid van de (cultuur)historie van het landschap en de archeologische waarde.

2.4 Gezondheid en Milieu

2.4.1 Gezondheid
2.4.1.1 Een gezonde leefomgeving

Gezondheid is een rode draad in de omgevingsvisie van de gemeente Rijssen-Holten. Het is de gezamenlijke uitdaging van de gemeente en de gemeenschap om voldoende aandacht te hebben voor gezondheid. Preventie en leefstijl zijn belangrijk. Hier ligt een stimulerende rol voor de gemeente, maar ook voor zorgverzekeraars en andere instanties. We schenken aandacht aan meer bewegen, ontspanning, gezonde voeding en aan minder roken en alcoholconsumptie. Rijssen-Holten wil naast preventie ook gaan inzetten op het bevorderen van gezondheid. We willen een bredere blik op gezondheid, dit noemen we ook wel positieve gezondheid. Bij positieve gezondheid draait het om het vermogen van inwoners om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. De regie ligt bij onze inwoners. Het gaat erom dat inwoners zich energiek en gezond voelen op de manier die bij hen past. 

Met gezondheid in de omgevingsvisie richten we ons op de inrichting van onze fysieke leefomgeving. Deze moet uitnodigen tot bewegen en er moet ruimte zijn voor ontmoeting, wat bijdraagt aan de geestelijke gezondheid en veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. Voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving betekent het dat aan de voorkant (ontwerpfase) gekeken moet worden hoe de ontwikkeling bijdraagt aan positieve gezondheid voor verschillende doelgroepen. Bij ontwikkelingen worden de thema's groen, klimaat, mobiliteit, recreatie, leefbaarheid en gezondheid meegewogen. We streven naar een groene, veilige en beweegvriendelijke leefomgeving. Daarnaast is het van belang een gevarieerd aanbod van (basis)voorzieningen, zoals scholen, winkels, gezondheidscentra, cultuur, bedrijven, openbaar vervoer en sport te behouden in de gemeente.

2.4.1.2 Gezondheid onder inwoners van het buitengebied

In de vragenlijst onder inwoners van het buitengebied is gevraagd om hun algemene gezondheid een rapportcijfer te geven (zie bijlage bij het besluit: uitkomsten vragenlijst inwoners buitengebied, diagram 20). Inwoners van het buitengebied geven hun gezondheid gemiddeld een 8,0. Als gemeente zijn we blij dat inwoners dit cijfer hebben gegeven en dit willen we graag behouden.

In dezelfde vragenlijst zijn er ook vragen gesteld over de sociale contacten in het buitengebied. Van de respondenten ervaart 88,4% voldoende contact met andere mensen, 9,1% ervaart voldoende contact maar zou wel wat meer contact willen, 1,8% ervaart te weinig sociaal contact (zie bijlage bij het besluit: uitkomsten vragenlijst inwoners buitengebied, diagram 23). We vinden het als gemeente belangrijk dat de sociale contacten in het buitengebied blijven bestaan. Noaberschap is kenmerkend voor ons als gemeente. 

2.4.1.3 Endotoxinen en zoönosen

Voor het onderwerp milieugezondheidsrisico's in relatie tot intensieve veehouderij bestaan nog veel onzekerheden. Voor een aantal onderwerpen die te maken hebben met gezondheid, zoals geurhinder, fijnstof en ammoniak bestaan wel wettelijke kaders, maar voor bijvoorbeeld endotoxinen en zoönosen (ziekteverwekkers die kunnen overgaan van dier op mens) bestaan geen normen. Dit onderwerp blijven we in de toekomst in de gaten houden, en mochten er ontwikkelingen zijn dan nemen we dit op in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. 

2.4.2 Milieu
2.4.2.1 Luchtkwaliteit in het buitengebied

Bij het thema milieu worden de onderdelen luchtkwaliteit, geur en geluid, licht en donkerte, trillingen en externe veiligheid besproken. Deze milieuonderdelen zijn van belang voor de gezondheid van onze inwoners. Voor het buitengebied zijn, wat betreft luchtkwaliteit de volgende stoffen van belang: PM1, PM2,5, PM10 (fijnstof), NOx, en NH3. Wat betreft fijnstof mag de jaargemiddelde concentratie de gezondheidskundige advieswaarde (WHO-norm) van 20 ug/m3 voor PM10 en 25 ug/m3 voor PM2,5 niet overschreden worden. Wat betreft NOx en NH3 zijn we gebonden aan landelijke regelgeving, die volgen we.

Als het gaat om luchtkwaliteit in het buitengebied zijn het niet alleen de veehouderijen die een bijdrage aan de concentraties verontreinigende stoffen leveren, maar ook het wegverkeer. De verkeersaantrekkende werking als gevolg van nieuwe verblijfsrecreatieve voorzieningen en/of uitbreiding van bedrijfsbebouwing kan leiden tot een toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Per functie kan sprake zijn van sterk uiteenlopende verkeersgeneraties. Door normen te hanteren beschermen we de leefbaarheid voor de inwoners van het buitengebied. Milieuregelgeving maakt onderdeel uit van het omgevingsplan. De gestelde normen krijgen een verdere juridische uitwerking in het omgevingsplan.

2.4.2.2 Geur en geluid in het buitengebied

Voor geur gelden er regels rondom (agrarische) bedrijven om omliggende geurgevoelige gebouwen te beschermen. Uitbreiding van bijvoorbeeld agrarische bedrijven of de realisatie van mestvergistingsinstallaties kunnen leiden tot een toename van geurhinder bij bijvoorbeeld woningen. Als gemeente willen we niet dat het aantal geurgehinderde woningen toeneemt. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over geur op te nemen in het omgevingsplan.

Voor geluid gelden er regels rondom (agrarische) bedrijven en (spoor)wegen om omliggende geluidgevoelige gebouwen te beschermen. Geluidsbelasting kan bijvoorbeeld toenemen wanneer er toename is van verkeersintensiteit of uitbreiding van bedrijven. Als gemeente willen we niet dat het aantal geluidgehinderde woningen toeneemt. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over geluid op te nemen in het omgevingsplan.

In het buitengebied streven we ernaar dat het aantal geur- en geluidgehinderde woningen niet toeneemt. De gestelde normen krijgen een verdere juridische uitwerking in het omgevingsplan.

2.4.2.3 Licht en donkerte in het buitengebied

Donkerte is een kwaliteit van het buitengebied waar de gemeente Rijssen-Holten trots op is. Sommige plekken van het buitengebied behoren tot de donkerste plekken van Nederland. Ontwikkelingen mogen niet leiden tot aantasting van donkerte. Donkerte is van belang voor de gezondheid van mens en dier. Gevolgen van verstoring door kunstlicht kunnen onder meer zijn: ontregeling van biologische ritmes, desoriëntatie, verandering van habitatkwaliteit en aantrekking door licht met mogelijk fatale afloop voor vogels en insecten. 

In natuurgebieden vindt de gemeente Rijssen-Holten het belangrijk dat verlichting tot een minimum wordt beperkt. Dit geldt ook de uitstraling van licht naar natuurgebieden toe. Ten aanzien van recreatiegebieden stelt de gemeente het doel deze wat betreft uitstraling naar het omliggende gebied tot een minimum te beperken. In de overige delen van het buitengebied is het uitgangspunt: donker waar kan, licht waar nodig. Vanuit economisch en veiligheidsoogpunt kan verlichting noodzakelijk worden geacht, maar wel met aandacht voor donkerte.

Dit betekent dat onder andere de verlichting van paardenbakken of (agrarische) bedrijven geen lichtvervuiling mag geven voor de omgeving. Ook zal kritisch gekeken worden naar openbare verlichting langs wegen.

2.4.2.4 Trillingen

Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn van inwoners, of schade aan bestaande gebouwen veroorzaken. Bronnen van trillingen kunnen weg- en railverkeer, bouw- of sloopwerkzaamheden of andere milieubelastende activiteiten zijn. In het omgevingsplan worden juridische regels gesteld over activiteiten die trillingen kunnen veroorzaken.

2.4.2.5 Externe veiligheid [GERESERVEERD]

[Gereserveerd]

2.5 Klimaat en Energie

2.5.1 Klimaat
2.5.1.1 Klimaatadaptatie bij ruimtelijke ontwikkelingen

Door klimaatverandering ervaren we steeds vaker wateroverlast, droogte en hittestress. Een klimaatadaptief Rijssen-Holten is van belang om belangrijke gemeenschappelijke functies bestand te maken tegen toenemende weersextremen.

Klimaatadaptatie is een belangrijk onderdeel van al onze ruimtelijke ontwikkelingen. We willen in 2050 een klimaatbestendige en gezonde gemeente zijn, zowel in het buitengebied als in de kernen. Dit willen we bereiken door onder andere de versterking van groenblauwe netwerken, het vergroten van de capaciteit van de hemelwateropvang, klimaatadaptief bouwen en het verminderen van verstening.

2.5.1.2 Klimaatadaptatie in het buitengebied

Het buitengebied van Rijssen-Holten is groen, uitgestrekt met een diversiteit aan landschappen, bossen, heidevelden en graslandschappen. Het gebied biedt daarmee verkoeling voor inwoners uit de kernen tijdens warme periodes. Het agrarische en bosrijke landschap wordt met name bedreigt door aanhoudende droogte. De natuur komt (mede) daardoor onder druk te staan en de kans op natuurbranden wordt vergroot. De uitdaging is dan ook om in het buitengebied te zoeken naar mogelijkheden om water beter vast te houden, maar ook de schade aan landbouwgewassen te voorkomen bij hevige regenval.

Daarbij is de toename van biodiversiteit en het versterken van de weerbaarheid van flora en fauna een belangrijke factor. Bovendien is het van belang de kwaliteit van open water en grondwater en de beschikbaarheid van voldoende drinkwater te borgen bij droogte en hitte.

2.5.2 Energie
2.5.2.1 Energietransitie

De opgave van de energietransitie die er ligt is groot en de urgentie neemt steeds meer toe. Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord moeten realistische plannen worden gemaakt. We zien de energietransitie niet alleen als uitdaging, maar ook zeker als kans. De opwek van duurzame energie vindt bij voorkeur lokaal en/of regionaal plaats. Energiebesparing bij inwoners en bedrijven is een uitdagend thema waar we als gemeente niet overal direct invloed op hebben. We zullen verschillende rollen en vormen van procesaansturing gebruiken in de energietransitie om in 2050 energieneutraal te zijn.

2.5.2.2 Opwek en opslag duurzame energie

Als gemeente Rijssen-Holten hebben we de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Een belangrijk onderdeel hiervan is de opwek van duurzame energie. De opwek van duurzame energie zal op de korte en middellange termijn vooral plaatsvinden door middel van zonne-energie en windenergie. 

Zoals in 1.2.6 van deze visie beschreven is, is het duurzaam omgaan met onze ruimte een leidend principe. Dit betekent dat we bij de opwek van duurzame energie ruimtelijke keuzes maken over waar dit gewenst is en waar dit minder of niet gewenst is. De gemeente staat daarnaast open voor alternatieve vormen van energie-opwek zoals mestvergisting en overige innovatieve vormen van opwekking van duurzame energie.  

Bij het produceren van duurzame energie moet ook aandacht zijn voor de opslag van deze duurzame energie. Er zijn veel nieuwe technische ontwikkelingen op gebied van energieopslagsystemen (EOS). Richtlijnen, normen en adviezen in relatie tot (externe) veiligheid zijn ook nog in ontwikkeling. We volgen de ontwikkelingen en richtlijnen die landelijk worden opgesteld en op basis daarvan zullen ruimtelijke afwegingen gemaakt worden voor de locaties en veiligheidsvereisten van deze energieopslagsystemen. 

2.5.2.3 Kleinschalige opwek zonne-energie

We stimuleren de realisatie van zonnepanelen voor particulier gebruik. Hiervoor hanteren we de zonneladder die bestaat uit vier treden, namelijk:

Trede 1: op het dak;

Trede 2: op het erf;

Trede 3: aansluitend aan het bestaande erf;

Trede 4: op een grotere afstand van het bestaande erf.

De zonneladder betreft een voorkeursvolgorde. Hiermee wil de gemeente Rijssen-Holten stimuleren om eerst de mogelijkheden te onderzoeken om op daken, op erven of aansluiten aan bestaande erven (grondgebonden) zonnepanelen te realiseren. Mocht dit vanuit de plaatselijke situatie niet mogelijk of wenselijk zijn, dan biedt de gemeente Rijssen-Holten de mogelijkheid om onder (ruimtelijke) voorwaarden medewerking te verlenen aan grondgebonden zonnepanelen op een grotere afstand van het bestaande erf. In de (ruimtelijke) voorwaarden staan ook de verschillen beschreven tussen binnenstedelijk en buitengebied.

2.5.2.4 Kleinschalige opwek windenergie

We faciliteren de realisatie van kleinschalige windturbines voor eigen (toekomstig) gebruik bij agrarische bedrijven. Daarnaast wordt het opwekken van energie door middel van een windturbine op het dak bij niet karakteristieke bebouwing in het buitengebied gefaciliteerd.

2.5.2.5 Biobrandstof en mestvergisting

In het buitengebied liggen kansen om met behulp van mestvergisting biogas te produceren. Mestvergisting (met bedrijfseigen mest) in categorie A, B en C is mogelijk, indien er een duidelijke verbinding is met het bedrijf (bijbehorende agrarische activiteit en/of bedrijfsgronden). De aanvoer en/of de afvoer is 'van' of 'gaat naar' het eigen bedrijf. Voor het toestaan van mestvergistingsinstallaties zal de gemeente expliciet nagaan of de toename van het aantal transportbewegingen vanuit verkeers- en veiligheidsaspecten acceptabel is.

Type D-installaties bieden de mogelijkheid om één mestvergistingsinstallatie te realiseren waarvan meerdere bedrijven gezamenlijk gebruik maken. Deze vergistingsinstallaties kennen een meer industrieel karakter en krijgen bij voorkeur een plek op het bedrijventerrein. Alleen als om zwaarwegende exploitatieve redenen de vestiging op een bedrijventerrein niet mogelijk is, kan via een eigenstandige afwegingsprocedure en zelfstandig doorlopen ruimtelijke procedure eventueel meegewerkt worden aan het realiseren van 'gezamenlijke mestvergistingsinstallaties'. Hiervoor dienen de initiatieven te voldoen aan de gestelde randvoorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, externe veiligheid, duurzaamheid en moet de financiële haalbaarheid zijn aangetoond.

Naast mestvergisting kan biobrandstof ook gemaakt worden uit plantaardig materiaal. Het kweken van gewassen puur en alleen ten behoeve van biobrandstof is niet gewenst, omdat we onze beschikbare landbouwgrond in de basis beschikbaar willen stellen voor de productie van menselijk en dierlijk voedsel. Enkel restmateriaal zou ingezet moeten worden voor het produceren van biobrandstof. Daarnaast zien we wel mogelijkheden voor het verbouwen van gewassen op landbouwgrond ten behoeve van biobased bouwmaterialen. Er ligt hier een mooie kans om onze bouwsector en agrarische sector samen te laten werken aan duurzamere toekomst.

2.5.2.6 Warmtetransitie

Het nationale Klimaatakkoord uit 2019 stelt dat de CO2-uitstoot in 2050 met minimaal 95% is gedaald ten opzichte van 1990. Praktisch gezien houdt dit in dat in 2050 in Nederland alle 7 miljoen woningen en 1 miljoen (commerciële) gebouwen van het aardgas af moeten.

Rijssen-Holten wil gehoor geven aan deze oproep en heeft als doel gesteld om voor 2030 (Gemeentelijk energiebeleid, 2019);

  • 10% van de bestaande woningen van het aardgas af te koppelen;

  • 10% van de oude woningen te slopen en vervangen door verduurzaamde toekomstbestendige woningen;

  • 20% te besparen op gasverbruik bij overige woningen, via verduurzamen van de bestaande bouw en grootschalige isolering.

2.5.2.7 Warmtetransitie in het buitengebied

We stimuleren huiseigenaren om te investeren in energiezuinige woningen. In het buitengebied gaat het hierbij om een mix van individuele oplossingen afhankelijk van de woningeigenschappen zoals bouwjaar en isolatiegraad. Dit kan een all-electric-oplossing zijn, hybride systeem of een ketel op duurzaam gas.

2.5.2.8 Bodemenergiesystemen

Met een bodemenergiesysteem sla je de warmte van de zomer op in de ondergrond. De opgeslagen warmte gebruik je in de winter voor verwarming. Andersom geldt dit ook: de opgeslagen koude van de winter gebruik je in de zomer om te koelen. Dit levert een energiebesparing op van 20% tot 60% ten opzichte van conventionele verwarmings- en koelinstallaties.

Als gemeente zijn we het bevoegd gezag voor gesloten bodemenergiesystemen. De provincie is het bevoegd gezag voor open bodemenergiesystemen. Wat betreft de gesloten bodemenergiesystemen is er een meldplicht bij de gemeente voor systemen tot 70 kWh. Voor grotere systemen geldt een vergunningplicht. 

Energiesystemen die gebruikmaken van aardwarmte of bodemwarmte brengen risico's van nog onbekende omvang met zich mee voor de kwaliteit van het grondwater. De belangrijkste zijn het doorboren van de afdekkende kleilaag, risico's op lekkage met vervuilende stoffen en ongewenste opwarming van het grondwater. Twee vormen van bodemenergiesystemen zijn: geothermie en warmte-koudewinning en -opslag (WKO). De energetische capaciteit van de bodem is gelimiteerd. Als de systemen te dicht bij elkaar liggen, kunnen ze elkaar negatief beïnvloeden (interfereren). Dit kan ten koste gaan van het rendement en ten koste gaan van het doelmatig gebruik van de ondergrond.

Ook zijn er gebieden waarin we geen bodemenergiesystemen toestaan. Dit gaat om waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boringsvrije zones, natuurgebieden en gebieden met archeologische verwachtingswaarden. Voor intrekgebieden wordt per situatie beoordeeld of de risico's van het bodemenergiesysteem acceptabel zijn en worden eventueel aanvullende eisen gesteld aan de installatie.

2.6 Bodem en Water

2.6.1 Bodemsysteem
2.6.1.1 Gezonde bodem

In het verleden zijn (soms ernstige) bodemverontreinigingen ontstaan door allerlei activiteiten op en in de bodem. Wij hanteren het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden worden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Nieuwe verontreinigingen en aantastingen van de bodemkwaliteit moeten voorkomen worden. Een gezonde bodem is nodig voor de economische functies zoals landbouw en recreatie, maar ook voor water. Een gezonde bodem is van belang voor o.a. infiltratiecapaciteit en de berging van water. Een gezonde bodem vermindert de uitspoeling van nutriënten en heeft een goede sponswerking, waardoor water beter vastgehouden wordt en er tijdens drogere periodes voldoende water beschikbaar is. De bodem is een traagwerkend systeem, dus ontwikkelingen nu kunnen pas over een langere tijd effect hebben. Een goede en gevarieerde biodiversiteit boven de grond heeft een positieve uitwerking op de kwaliteit van de bodem en moet daarom bevorderd worden. Daarnaast is het van belang dat de kennis over de bodem en wat de bodem voor ons doet vergroot wordt.

Bij nieuwe ontwikkelingen speelt het gebruik van de bodem en ondergrond een belangrijke rol. Functie volgt bodem, waarbij functies bij voorkeur op plekken terechtkomen die passen bij de aanwezige bodem. Initiatieven moeten bijdragen aan het beschermen en waar mogelijk herstellen van de bodem. Het (toekomstige) gebruik moet passend zijn bij een duurzame regionale ontwikkeling en risico's op verstoring en verontreiniging van de bodem moeten zoveel als mogelijk vermeden worden. Waar mogelijk krijgt de bodem meer ruimte om goed te kunnen functioneren.

2.6.1.2 Bodem in hooggelegen landschappen

Op de hogere zandruggen en (stuw)wallen willen we de grondwatervoorraad vergroten door water tijdig, langer en meer vast te houden in de bodem, verdamping te verminderen, afstroming te vertragen en de infiltratie van regenwater in de bodem vergroten. Deze doelstellingen willen we behalen door aanpassingen van de kleinste watergangen (haarvaten) en ruimte voor natte perceeldelen. Bijvoorbeeld door stuwen aan te brengen waardoor het water minder snel afstroomt. De bodem in hooggelegen landschappen is hierdoor beter in staat haar natuurlijke sponswerking uit te voeren.

2.6.1.3 Bodem in laaggelegen landschappen

In de bodem in laaggelegen landschappen willen we de ontwateringsbasis in alle watergangen verhogen, waaronder de beken. In de (beek)dalen vertragen we de afvoer en verlengen we het stroombed, door bijvoorbeeld hermeandering toe te passen. Daarnaast creëren we plekken waar we overtollig water uit neerslagpieken op kunnen vangen. De bodem is hierdoor beter in staat haar natuurlijke sponswerking uit te voeren. In de waterbalans is het belangrijk rekening te houden met de landbouwsector in deze laaggelegen gebieden.

2.6.2 Watersysteem
2.6.2.1 Gezond watersysteem

Een gezond watersysteem is van groot belang om de effecten van klimaatverandering op te vangen en levert daarnaast een bijdrage aan schoon drinkwater. Bij een gezond watersysteem draait het om de kwantiteit en de kwaliteit van het water. Om een gezond watersysteem te stimuleren wordt ingezet op de strategie 'vasthouden, bergen en afvoeren'. Waarbij water eerst wordt vastgehouden, als dat niet kan wordt water tijdelijk geborgen en als dat niet kan wordt water afgevoerd. Doelstelling hierbij is om water zo lang mogelijk in het gebied te houden en daarmee het watersysteem de kans te geven optimaal te functioneren.

Om de kwaliteit van het water te beschermen en waar nodig te verbeteren wordt ingezet op een afdoende zuivering van afvalwater en ook hier geldt dat eventuele verontreinigingen aan de bron worden aangepakt en de vervuiler betaald.

Bij nieuwe initiatieven in het watersysteem, naast het bodemsysteem, leidend. De nieuwe initiatieven moeten bijdragen aan het beschermen van het watersysteem en waar mogelijk het verbeteren van de kwaliteiten van het watersysteem.

2.6.2.2 Kaderrichtlijn Water

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is opgesteld om de waterkwaliteit van oppervlaktewater en grondwater in Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht en moet ervoor zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is. De KRW is niet vrijblijvend, het behalen van milieudoelen is een verplichting waaraan economische sancties zijn verbonden.

Rijssen-Holten valt binnen het stroomgebied Rijn-Oost. In Rijn-Oost staan we voor een stevig aantal opgaven om te zorgen voor een robuust watersysteem, dat bijdraagt aan een mooie en gezonde leefomgeving. De opgaven die hierbij horen zijn:

  • zorgen voor voldoende zoet water;

  • zorgen voor voldoende schoon en gezond water;

  • omgaan met de gevolgen van klimaatverandering. 

Voor de gemeente Rijssen-Holten komen deze doelstellingen op verschillende manieren tot uiting. Zoals het aanleggen van vistrappen, hermeanderen van beken en herstel van natuurlijke grondwaterstromen. Daarnaast moeten ook de concentraties aan giftige stoffen en stoffen als stikstof en fosfaat omlaag. Dit gebeurt onder andere door bufferstroken rondom watergangen aan te leggen.

2.6.2.3 Intrekgebied

Ter bescherming van de drinkwatervoorziening zijn een aantal ruimtelijke zones ingesteld die gebaseerd zijn op de berekende reistijden van het grondwater naar de winning. Eén van die ruimtelijke zones is het intrekgebied. Grondwater heeft in dit gebied een maximale reistijd van 100 jaar naar de waterwinning. Binnen het intrekgebied gelden restricties voor risicovolle functies, die alleen worden toegestaan als wordt voldaan aan het standstill principe (geen toename van het risico voor de grondwaterkwaliteit). Nieuwe grootschalige risicovolle functies worden alleen toegestaan als dit noodzakelijk is vanuit een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor redelijke alternatieven ontbreken. Daarnaast moet er sprake zijn van het 'stap-vooruit-principe'. Functies die zich harmoniëren met het intrekgebied, zoals extensieve recreatie en natuur, worden juist gestimuleerd. Ook biologische landbouw wordt onder voorwaarden als een harmoniërende functie gezien. Voor bodemenergiesystemen in het intrekgebied geldt dat per situatie beoordeeld wordt of de risico's acceptabel zijn en kunnen eventueel aanvullende eisen worden gesteld aan de installatie.

2.6.2.4 Grondwaterbeschermingsgebied

Ter bescherming van de drinkwatervoorziening zijn een aantal ruimtelijke zones ingesteld die gebaseerd zijn op de berekende reistijden van het grondwater naar de winning. Eén van die ruimtelijke zones is het grondwaterbeschermingsgebied. Grondwater heeft in dit gebied een maximale reistijd van 25 jaar naar de waterwinning. Binnen het grondwaterbeschermingsgebied is het verboden om buiten bedrijven met milieubelastende activiteiten grote en grootschalige projecten tot stand te brengen, te wijzigen of uit te breiden, voor zover de risico's op verontreiniging van het grondwater voor de waterwinning toenemen. Onder grote en grootschalige projecten worden onder andere dag- en verblijfsrecreatie, grootschalige woningbouw, stedenbouw, autowegen, bedrijventerreinen en buisleidingen verstaan. Voor milieubelastende activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is vereist gelden aanvullende regels. Er gelden tevens aanvullende regels voor onder andere het toepassen van grond, lozingen, mechanische ingrepen in de bodem. In de grondwaterbeschermingsgebieden staan we geen bodemenergiesystemen toe.

2.6.2.5 Waterwingebied

Ter bescherming van de drinkwatervoorziening zijn een aantal ruimtelijke zones ingesteld die gebaseerd zijn op de berekende reistijden van het grondwater naar de winning. Eén van die ruimtelijke zones is het waterwingebied. Grondwater heeft in dit gebied een maximale reistijd van 60 dagen naar de waterwinning. Binnen het waterwingebied zijn dan ook geen andere functies dan de waterwinning toegestaan, om de kwaliteit van het drinkwater optimaal te kunnen beschermen. Dit houdt ook in dat de aanleg van bodemenergiesystemen niet is toegestaan.

2.6.2.6 Hoofdtransportleidingen voor drinkwater

Vanwege de toenemende ondergrondse ruimtedruk wordt het verleggen van leidingen moeilijker en duurder. Leidingen in de grond moeten zo lang mogelijk ongestoord blijven liggen. Verleggen brengt hoge maatschappelijke kosten met zich mee. Daarnaast veroorzaken graafwerkzaamheden van derden een derde van de lekkages in waterleidingen. Als uitvoerende partijen weten waar drinkwaterleidingen liggen, dan kunnen zij beschadigingen door graafwerkzaamheden voorkomen. Hoofdtransportleidingen voor drinkwater worden planologisch beschermd in het omgevingsplan zodat het verleggen van leidingen, wat beschadigingen kan veroorzaken, voorkomen wordt.

2.6.2.7 Blauwe dooradering

Bij het leidend maken van het bodem- en watersysteem is het van belang om de blauwe dooradering in het buitengebied te benutten en waar nodig te herstellen. Door de blauwe dooradering op orde te hebben kan wanneer nodig het water langer in het gebied worden vastgehouden, wat uiteindelijk de verdroging van het buitengebied tegen kan gaan.

2.6.2.8 De Regge

Aan het eind van de 20e eeuw is de rivier de Regge gekanaliseerd. Door deze kanalisatie ongedaan te maken en de rivier te herstellen naar haar natuurlijke vrij afstromende en meanderende vorm, wordt een belangrijke stap gezet in het langer bovenstrooms vasthouden van water. Hiermee ontstaat ook een kans dat kenmerkende plant- en diersoorten weer terugkeren en toenemen. Daarnaast zullen verdroging, dalende grondwaterstanden en verhoogde piekafvoeren tijdens hoogwater verminderen.

Hiermee zal De Regge ook in de toekomt bijdragen aan voldoende water voor functies als landbouw en natuur, een goede waterkwaliteit, realisatie van nieuwe natuur en het versterken van de huidige natuurverbindingen. Daarnaast is de watergang De Regge ook van belang voor haar bijdrage aan het recreatief medegebruik, bijvoorbeeld in het gebied rondom de Pelmolen. Ook is er een kans om de entree van Rijssen, vanaf Wierden beter beleefbaar te maken.

2.6.2.9 De Schipbeek

De Schipbeek is een beek met een totale lengte van 85 km die ontspringt in Duitsland en bij Deventer uitmondt in de IJssel. Een deel van watergang De Schipbeek loopt door de gemeente Rijssen-Holten. Er liggen kansen om de landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve betekenis van de Schipbeek te vergroten en daarnaast de hydrologische betekenis te versterken.

2.6.2.10 De Soestwetering

De watergang De Soestwetering is een hoofdwatergang in Salland die ontspringt aan de voet van de Holterberg en van daaruit richting Zwolle loopt. Het bovenstroomse deel van de Soestwetering loopt dus door de gemeente Rijssen-Holten. De Soestwetering is aangelegd om het laaggelegen Salland droog te houden. Er liggen kansen om de zichtbaarheid van de Soestwetering als blauwe drager van het gebied te vergroten. Ook moet ingezet worden op het verbeteren van de waterkwaliteit om de doelstelling van de Kaderrichtlijn Water te behalen.

2.6.2.11 De Boterbeek en Peters-Waterleiding

De watergangen De Boterbeek en Peterswaterleiding bevinden zich in het deelgebied Holterbroek, Lokerenk en Look en maken onderdeel uit van het stroomgebied van de Schipbeek. De watergangen dragen bij aan de afwatering van de landbouwpercelen in Holterbroek, Lokerenk en Look. Er liggen kansen om beide weteringen nadrukkelijker groenblauw te ontwikkelen.

2.6.2.12 Kwelgebieden

Kwel is grondwater dat onder druk aan de oppervlakte uit de bodem komt. Over het algemeen ontstaat kwel door een ondergrondse waterstroom van een hoger naar een lager gelegen gebied. In de gemeente Rijssen-Holten is kwel te vinden op enige afstand van de Holterberg. Kwel heeft vaak een bijzondere waterkwaliteit en is zuurstof- en voedselarm en vaak kalk- en ijzerhoudend. Deze bijzondere waterkwaliteit leidt tot bijzondere flora. Daarom bieden de kwelgebieden kansen voor de ontwikkeling van natte natuur, hierbij is het herstellen van het natuurlijke kwelsysteem wel een belangrijke voorwaarde. Daarnaast zijn deze vaak lager gelegen gebieden uitermate geschikt voor de berging van water, om zo water langer vast te houden in het gebied en verdroging tegen te gaan. 

2.7 Natuur, Landschap en Groen

2.7.1 Natuur
2.7.1.1 Natura 2000-gebieden

Natuur is een belangrijk onderdeel van het buitengebied van Rijssen-Holten. Een gedeelte van de natuurgebieden in de gemeente is aangewezen als Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden zijn ontstaan op initiatief van de Europese Unie. De EU heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische, genetische en economische waarde is. De Natura 2000-gebieden hebben als doel om de natuur te behouden. alle gebieden samen vormen een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit.

Ruimtelijke ontwikkelingen mogen geen nadelige effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Dit geldt ook voor ontwikkelingen in de omgeving van een Natura 2000-gebied. 

2.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Natuur is een belangrijk onderdeel van het buitengebied van Rijssen-Holten. Een aantal van deze natuurgebieden zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Uitgangspunten in het NNN zijn dat verschillende planten- en diersoorten kunnen (blijven) bestaan. Kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. Er zijn ambities voor  landschappelijke en recreatieve verfraaiing van zowel het Nationaal Park als het omliggende gebied. Een ambitie is het herstel van het oorspronkelijk Overijssels Heidelandschap met overgangen van droge heide naar kleinschalig cultuurlandschap en naar natte beekdalen. Daarnaast moet versnippering en verstoring plaatsmaken voor verbinding en rust, toename van het bosareaal, groene dooradering, herstel van houtwallen, kruidenrijke graanakkers en bloemrijke weides. Hierbij is ook aandacht voor droogtebestrijding, lokale verbinding met bewoners, beheerders en andere stakeholders. 

Het beleid binnen het NNN is gericht op het behoud en de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN-gebieden. Er zijn in principe geen ontwikkelingen toegestaan die negatieve effecten hebben op de aanwezige en potentiële natuurwaarden. Er kan aanleiding zijn om ontwikkelingen toe te staan, maar dit is aan strikte voorwaarden verbonden. Er geldt in principe een 'nee, tenzij-beleid' op basis van provinciale regelgeving. Uitbreiding of versterking van passende extensieve vormen van recreatie kunnen kansen bieden voor natuur. Hierbij wordt gekeken naar recreatieve zonering om een balans te vinden tussen beschermen en benutten van de natuur.

2.7.1.3 Bos

Op de Holterberg, de Zuurberg en de Rijsserberg (de stuwwallen) is veel bos te vinden. Een gevarieerd loofbos vormt de kern van deze belangrijke, ecologisch waardevolle gebieden.

Omvorming van naaldbos naar loofbos en het uitbreiden van het bosgebied tussen de Holterberg en de Zuurberg is een belangrijk streven. Daarnaast is het vergroten van de heidegebieden in het bos van belang, om het leefgebied van de korhoen te versterken.

2.7.1.4 Heide

De heidevelden zijn beeldbepalende open structuren in ons natuurlandschap. Vanaf het hoogste deel van iedere stuwwal draagt heide bij aan het zichtbaar maken van de andere stuwwallen. Dit beeld kan gerealiseerd worden door uitzichtpunten te creëren en op de hoogste punten heide voorrang te geven ten opzichte van bos. Heidebeheer wordt gestimuleerd. Het uitbreiden van de Holterheide en het verbeteren van de samenhang tussen de Holterheide, Numendal en de grote open heide op de Sprengenberg (gemeente Hellendoorn) is van groot belang, onder andere voor de aanwezige zeldzame korhoenders.

2.7.1.5 Weidevogelgebieden

Het aantal weidevogels in Nederland staat onder druk. Bescherming van deze vogelsoorten is dan ook van belang, daarom worden overal in Nederland gebieden aangewezen als weidevogelgebied. Ook in het buitengebied van Rijssen-Holten is een aantal van deze gebieden te vinden. 

De weidevogelgebieden kenmerken zich door grasland en een open landschap. Kansen liggen in het vernatten van deze leefgebieden van de weidevogels: de zachte bodem zorgt ervoor dat het voedsel, zoals regenwormen, voor de weidevogels beschikbaar zijn. Daarnaast zorgt de natte bodem voor een open vegetatie, waarin de kuikens zich makkelijk kunnen verplaatsen om naar voedsel te zoeken.

Kansen liggen er voor het vernatten van de gebieden in combinatie met het opvangen van regenwater bij hevige neerslag. Ontwikkelingen binnen weidevogelgebieden zijn mogelijk mits aangetoond wordt dat het leefgebied voor weidevogels wordt versterkt.

2.7.2 Landschap
2.7.2.1 Landschap per deelgebied

2.7.2.1.1 Landschap Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek

Het coulisselandschap van Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek is kleinschalig en fijnmazig en wordt gevormd door lijnvormige groenelementen als lanen, singels en houtwallen, oude eenmansessen en erven met sterke beplantingsstructuren. De organische lijnen en de afwisseling tussen open en gesloten landschappen zorgen voor een attractief beeld. In dit gebied willen we de centrale openheid behouden en versterken en de groenblauwe functie van de Soestwetering versterken.

Landschap Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.2 Landschap Westflank Holterberg

Het coulisselandschap van de Westflank Holterberg is kleinschalig en fijnmazig en wordt gevormd door lijnvormige groenelementen als lanen, singels en houtwallen, oude eenmansessen en erven met sterke beplantingsstructuren. De organische lijnen en de afwisseling tussen open en gesloten landschappen zorgen voor een attractief beeld. Andere landschappelijke kenmerken zijn blokvormige groenelementen en landgoederen. We willen de karakteristieken van het gebied behouden, waarbij het landschappelijke beeld van 1900 het beplantingspatroon bepaalt en recreatieve functies faciliteert.

Landschap Westflank Holterberg
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.3 Landschap Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek

De open landschappen van Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek zijn van oorsprong de lagergelegen en nattere gebieden, waar rechte ontginningswegen en waterlopen de identiteit van het landschap bepalen. Beplantingselementen zijn hier dienend aan de beleving van de openheid van de omliggende landschappen. In het open landschap is veel ruimte voor de agrarische sector. In het gebied is ruimte voor de agrarische sector en het landschap is daarin volgend. 

Landschap Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.4 Landschap De Schipbeek

De open landschap bij De Schipbeek is van oorsprong de lagergelegen en nattere gebieden, waar rechte ontginningswegen en waterlopen de identiteit van het landschap bepalen. Beplantingselementen zijn hier dienend aan de beleving van de openheid van de omliggende landschappen. In het open landschap is veel ruimte voor de agrarische sector en het landschap is daarin volgend. Wel willen we de Schipbeek en het beekdal natuurlijk en cultuurlijk inrichten.

Landschap De Schipbeek
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.5 Landschap De Holterberg

De Holterberg met bospercelen, heidevelden en lange, rechte wegen zorgt voor belangrijke hoogteverschillen in het gebied. Hoogteverschillen komen voor op de flanken en langs de randen van de bospercelen en op de open velden. De beleefbaarheid van de Holterberg is een belangrijk ingrediënt die de identiteit van de regio vormt.

Op deze toeristisch belangrijke plek is het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente. Het draagt blijvend bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het groen dat de toeristische trekpleisters onderling en met de centra verbindt, wordt versterkt.

Landschap De Holterberg
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.6 Landschap Holter- en Lokerenk en Look

Het coulisselandschap van Holter-, Lokerenk en Look is kleinschalig en fijnmazig en wordt gevormd door lijnvormige groenelementen als lanen, singels en houtwallen, oude eenmansessen en erven met sterke beplantingsstructuren. De organische lijnen en de afwisseling tussen open en gesloten landschappen zorgen voor een attractief beeld. Andere landschappelijke kenmerken zijn blokvormige groenelementen en landgoederen. We willen de karakteristieken van het gebied behouden, waarbij het landschappelijke beeld van 1900 het beplantingspatroon bepaalt en recreatieve functies faciliteert.

Landschap Holter- en Lokerenk en Look
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.7 Landschap Beuseberg, Zuurberg en Borkeld

De Beuseberg, Zuurberg en Borkeld met bospercelen zorgen voor belangrijke hoogteverschillen in het gebied. Hoogteverschillen komen voor op flanken en langs de randen van de bospercelen en op de open velden. Andere landschappelijke kenmerken zijn open enken en de lijn- en blokvormige beplantingselementen. We willen het kleinschalig landschap in stand houden. Op deze toeristisch belangrijke plek is het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente. Het draagt blijvend bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het groen dat de toeristische trekpleisters onderling en met de centra verbindt, wordt versterkt.

Landschap Beuseberg, Zuurberg en Borkeld
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.8 Landschap Oostflank Holterberg

Bospercelen, heidevelden en lange, rechte wegen zorgen voor belangrijke hoogteverschillen in het gebied Oostflank Holterberg. Hoogteverschillen komen voor op de flanken en langs de randen van de bospercelen en op de open velden. De beleefbaarheid van de Holterberg is een belangrijk ingrediënt die de identiteit van dit deelgebied vormt. We willen het aanwezige bebouwingslint functioneel versterken en landschappelijke doorzichten behouden.

Landschap Oostflank Holterberg
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.9 Landschap de Leiding en Overtoom

De open landschappen van de Omgeving de Leiding en Overtoom zijn van oorsprong de lagergelegen en nattere gebieden, waar rechte ontginningswegen en waterlopen de identiteit van het landschap bepalen. Beplantingselementen zijn hier dienend aan de beleving van de openheid en de omliggende landschappen. Het open landschap in Rijssen biedt onder andere plek voor de ontwikkeling van natte natuur. Andere landschappelijke kenmerken zijn de veen- en heide ontginningen. In dit deelgebied gaan melkveehouderijen en de ontwikkeling van natuur hand in hand.

Landschap de Leiding en Overtoom
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.10 Landschap De Rijsserberg

De Rijsserberg met bospercelen, heidevelden en lange, rechte wegen zorgt voor belangrijke hoogteverschillen in het gebied. Hoogteverschillen komen voor op de flanken en langs de randen van de bospercelen en op de open velden. We willen de Rijsserberg natuurlijker inrichten, waarbij ruimte is voor recreatie op de flanken. Op deze toeristisch belangrijke plek is het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente. Het draagt blijvend bij aan de aantrekkelijkheid, waarbij het groen, dat de toeristische trekpleisters onderling en met de centra verbindt, wordt versterkt.

Landschap De Rijsserberg
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)

2.7.2.1.11 Landschap De Regge

Aan de noordoostzijde van Rijssen heeft De Regge een belangrijke invloed. Het Regge landschap wordt gevormd door groene structuren die de kleinschaligheid creëren, afgewisseld met grote, open velden zoals De Mors en Het Opbroek, die bebouwd worden. Door de ligging van het Volkspark en Landgoed De Oosterhof (Rijssens Museum) rijkt het landschap met groene elementen hier tot ver richting het centrum van Rijssen.

Andere landschappelijke kenmerken zijn rechte wegen met waterlopen, waarbij laanstructuren passend zijn. We willen een meer beleefbare Regge. Op deze toeristisch belangrijke plek is het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente. Het draagt blijvend bij aan de aantrekkelijkheid, waarbij het groen, dat de toeristische trekpleisters onderling en met de centra verbindt, wordt versterkt.

Landschap De Regge
afbeelding binnen de regeling
Landschapsontwikkelingsplan Rijssen-Holten (2007)
2.7.2.2 Landschapstypen

2.7.2.2.1 Stuwwallandschap

Het stuwwallandschap is gevormd door het reliëf van de Sallandse Heuvelrug, waarvan de Holterberg onderdeel is. Het landschap kenmerkt zich door afwisseling van bos en heide. Het bos is ontstaan op voormalige beleidsterreinen. Het stuwwallandschap kenmerkt zich door grote bospercelen die overgaan in bebouwd gebied en cultuurlandschap, met oude wegen die aangezet werden met lanen, of juist door open velden en over essen liepen. We willen de verbinding van de kernen Rijssen en Holten versterken met respectievelijk de Rijsserberg en de Holter- en Beuseberg.

2.7.2.2.2 Kampenlandschap

Het kampenlandschap wordt gevormd door restanten van een van oorsprong kleinschalig reliëfrijk oud ontginningslandschap met kleine verspreid gelegen akkers en graslanden. Met daarnaast een rijkdom aan beplanten steilranden, houtwallen en gegroepeerde boerderijen. Dit kampenlandschap vinden we nog terug op de flanken van de Holterberg rond Neerdorp en Espelo en bij Dijkerhoek. De ruimtelijke karakteristieken worden gevormd en verwerkt door lijn- en blokvormige beplantingselementen, afgewisseld met open en gesloten (beplantings-)kamers. We willen de verbinding tussen de essen versterken en de hoogteverschillen benadrukken.

2.7.2.2.3 Maten- en flierenlandschap

Het maten- en flierenlandschap bestond oorspronkelijk uit vochtige, lagergelegen hooilanden met een netwerk van singels van zwarte els langs de perceelsgrenzen. Inmiddels bestaat het matenlandschap uit weidegronden. Een groot deel van de singels is ondertussen verloren gegaan. Het gebied is daardoor behoorlijk open. Matenlandschap vinden we bij Waterhoek, Holterbroek, Lokerbroek, Fliermaten en de Schipbeek. Beplanting versterkt het open karakter van het landschap met wegen en waterlopen als structuurdragers en versterkt de herkenbaarheid van een plek. We willen in dit landschap het groen-blauwe netwerk behouden en versterken en biodivers inrichten.

2.7.2.2.4 Jong (heide-)ontginningslandschap

Het jong (heide-)ontginningslandschap is relatief open en vlak met een onregelmatig rechthoekig verkavelingspatroon en is geaccentueerd door verspreide weg- en erfbeplantingen. Het jong (heide-)ontginningslandschap is ontstaan door de ontwatering en ontginning van deze van oorsprong zeer natte gebieden. Ook de ruilverkaveling die heeft plaatsgevonden in de 70-er jaren van de vorige eeuw heeft een grote bijdrage geleverd aan hoe het landschap er nu uit ziet. Ten westen van de Holterberg vinden we dit vooral terug langs de Soestwetering en tussen het kampenlandschap van Dijkerhoek, Neerdorp en Espelo.

Ook aan de oostzijde van de Holterberg (o.a. Overtoom, De Leiding en het Ligtenbergerveld) is het jong ontginningslandschap te vinden. Bijzondere elementen in dit gebied zijn de dijk wegen en de oude markegrenzen in de vorm van greppels en wallen (o.a. de Zunasche Wal). De openheid van het ontginningslandschap met zijn rechte slagenverkaveling vormt een contrast met het hoger gelegen bos op de Holterberg. Beplanting versterkt het open karakter van het landschap met wegen en waterlopen als structuurdragers, en versterkt herkenbaarheid van een plek. We willen in dit landschap het groen-blauwe netwerk behouden en versterken en biodivers inrichten.

2.7.2.2.5 Enkenlandschap

Het enkenlandschap is een van oorsprong kleinschalig reliëfrijk oud ontginningslandschap met enkcomplexen (Holterenk en Lokerenk). Er zijn kleine verspreid gelegen akkers en graslanden, een rijkdom aan beplante steilranden, houtwallen, en gegroepeerde boerderijen in de omgeving van de Borkeld en de Biesterij. We willen in dit landschap het landschapsbeeld van 1900 terugbrengen en versterken daar waar mogelijk.

2.7.2.2.6 Reggelandschap

In dit gebied is de Regge een bepalende factor in het landschap. Ook de aanwezigheid van landgoederen is een belangrijke factor. Verder zijn er open gebieden te vinden die veelal volgebouwd zijn of worden. We willen in dit Regge landschap de link met de cultuurhistorie benadrukken en waar mogelijk versterken.

2.7.2.3 Landschapselementen

2.7.2.3.1 Grote groenpercelen

Verspreid over het grondgebied van de gemeente Rijssen-Holten zijn grote groenpercelen te vinden. Deze percelen willen we versterken, diverser maken en de gradiënten en soortenrijkdom vergroten. Dat doen we door het toepassen van inheemse soorten.

2.7.2.3.2 Gradiënten biodiversiteit

Op de flanken van de Holter- en Rijsserberg zijn van nature veel gradiënten biodiversiteit aanwezig. Kansen voor biodiversiteit moeten in deze gebieden benut worden.

2.7.2.3.3 Ecologische verbindingszones

Ecologische verbindingszones zijn groenblauwe kaders die zorgen voor verbindingen tussen natuurgebieden. Binnen de ecologische verbindingszones wordt biodiversiteit versterkt en worden kansen voor klimaatadaptatie optimaal benut.

2.7.2.3.4 Relatie heuvelrug

De beleving van de heuvelrug moet gewaarborgd worden. Het is daarom van belang dat beplantingselementen bijdragen aan deze beleving en relatie heuvelrug.

2.7.2.3.5 Waterlopen

Waterlopen zijn structuurdragende elementen in het landschap en in bijna alle deelgebieden te vinden. Rondom waterlopen liggen kansen voor het versterken van de biodiversiteit door bijvoorbeeld het aanleggen van natuurlijke oevers.

2.7.2.3.6 Beschermde landschapselementen

In het buitengebied bevinden zich een aantal beschermde landschapselementen met een grote landschappelijke-, cultuurhistorische- of beeldbepalende waarde. Deze elementen hebben een divers karakter. Van stuwwalcomplexen tot holle wegen. Van prehistorische bosgebieden tot houtwallen met bijzondere kenmerken. Deze elementen zijn uniek in hun soort en willen we extra beschermen en versterken. Dat doen we onder andere door regels op te nemen in het omgevingsplan en het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan het beschermen en versterken van deze landschapselementen.

2.7.2.3.7 Beplantingselementen

Beplantingselementen versterken de landschappelijke en de cultuurhistorische beleving, waarbij kansen liggen om de ecologische ambities in de beplantingselementen in te passen. Hierbij moet gedacht worden aan soortenkeuze, gradiënten, etc.

Elke nieuwe ontwikkeling moet een bijdrage leveren aan het versterken van beplantingselementen, door onder andere landschappelijke inpassing.

2.7.3 Groen
2.7.3.1 Groen per deelgebied

2.7.3.1.1 Groen in centra

Om de binnenstedelijke groenambities te behalen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd voor groen in centra:

  • De verkoop van openbaar groen aan particulieren is in principe niet mogelijk;

  • Het uitgangspunt is de 30-300 regel:

 

1. Het percentage groen binnen de gehele gemeente neemt de komende jaren toe, waarbij het streven 30% is in 2050 (situatie in 2021 is 20%);

2. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat minimaal 30% van de gemeentegrond groen wordt ingericht;

3. Wijken (centra en woonwijken) met een laag percentage (<15%) groen krijgen voorrang bij de vergroening (o.a. vanuit het bomenfonds);

4. In 2035 kan iedereen binnen 300 meter een koele plek (lees: relatief grote groene plek die aantoonbaar koeler is op hete dagen) bereiken. De opgavekaarten geven aan waar deze doelstelling nog niet is behaald en geeft daarmee prioriteit aan waar te starten met het creëren van extra koele plekken.

Voor de verschillende groenelementen in de centra geldt het volgende:

Bomen

Bomen zijn erg belangrijk en dragen bij aan een gezonden en duurzame leefkwaliteit. Bomen komen in verschillende vormen, grootten en soorten voor. Er wordt gestreefd naar vitale bomen die waarde opleveren. Kwaliteit is daarbij belangrijker dan kwantiteit. Waar mogelijk worden op grote verharde oppervlakten bomen toegevoegd ten behoeve van schaduwwerking. Bij soortkeuze van bomen is de cultuurhistorische beleving leidend en waar mogelijk worden biodiverse soorten toegepast. Boomspiegels bieden ruimte voor onderbeplanting, aansluitend op de cultuurhistorische beleving, waarbij de beeldkwaliteit aansluit bij de representatieve uitstraling van het centrum. Bij invulling door hangen of heesters kan op prominente plekken gekozen worden voor bloemrijke onderbeplanting.

Bij de aanplant van nieuwe bomen zijn locatie, landschappelijke ondergrond en functie bepalend voor de soortkeuze. Noodzakelijke groeiruimte dient voldoende aanwezig te zijn, zowel boven- als ondergronds. Alle boomspiegels hebben hierbij minimaal een grootte van 2 m2, tenzij anders aangegeven. Indien bestaande boomspiegel kleiner zijn dan 2 m2, wordt op natuurlijke ingrijpmomenten gekeken of de boomspiegel groter kan worden, of dat een andere inrichting beter past. Per boom dient minimaal 15 m3 verbeterde bomenmengsel aanwezig te zijn (bomengrond, bomenzand), zodat een nieuwe boom voldoende ruimte en voeding heeft om tot volle wasdom uit te groeien. Beheer is gericht op het behoud van bomen, waarbij het gewenste beeld en de gewenste functie (bijvoorbeeld schaduwwerking) het uitgangspunt is. Bomen met groei- of gezondheidsproblemen dien niet op te lossen zijn (bijvoorbeeld beperkte groeiruimte of aanwezige schimmels) worden vervangen. In de beleidsnotitie Bomen en Zonnepanelen (2014) is vastgelegd wat de afspraken zijn voor bomen en zonnepanelen: het daarin opgenomen stroomschema blijft van toepassing. Bij aanplant van bomen op een nieuwe plek (waar nog geen boom stond) en bij nieuwbouw wordt rekening gehouden met het plaatsen van bomen t.o.v. zonnepanelen. Dat kan bijvoorbeeld door te zorgen dat bomen wat verder weg van daken staan, kiezen voor een transparante boomkroon of door kleinere bomen te kiezen. Kandelaberen, een ingrijpende beheersmaatregel, wordt alleen toegepast als de boom in zijn uitstraling een toegevoegde waarde heeft (bijvoorbeeld stamomvang, bijzondere kenmerken). Bij vervanging is de doelstelling (bijvoorbeeld schaduwwerking i.v.m. hittestress, biodiversiteit) van de boom leidend t.o.v. het aantal (kwaliteit en kwantiteit). Bij vervanging van de bomen kan de plek gewijzigd worden ten behoeve van betere groeikansen en bereiken van doelstellingen. Wanneer bomen gekapt moeten worden en op die locatie (op dat moment) herplant niet mogelijk is, wordt een vergoeding in een op te zetten Bomenfonds gestort. Deze vergoeding wordt uit het te realiseren project betaald, bijvoorbeeld een reconstructieplan. Uit dit fonds kan herplant worden gefinancierd en kunnen ook grootschaliger projecten worden opgezet. Er wordt gezorgd voor een goede bescherming van bomen bij werkzaamheden. Dit vermindert het vroegtijdig vervangen van bomen als gevolg van schade door werkzaamheden. Het Handboek Bomen wordt hiervoor gebruikt.

Gras

Onder gras vallen alle grasachtige beplantingen, zoals gazon en bloemrijk grasveld. Bermen, oevers en wadi's bestaan voor een deel ook uit gras (ruw/bloemenrijk/gazon). Gras wordt veel gebruikt langs wegen, paden en in woonwijken. Gras heeft een belangrijke functie in het gebruik van groen (denk aan spelen, hond uitlaten en bewegen). Grasvelden en gazons kunnen ook water bufferen. Binnen het centrum is gras representatief voor de uitstraling en identiteit van het centrumgebied. De toepassing van gras is mogelijk op grote verharde oppervlakten, al dan niet in de vorm met zitrand (referentie rond de Schildkerk). In verband met gebruikersdruk worden grondverbetering en sterke mengels toegepast.

Hagen

Hagen worden over het algemeen ingezet om ruimten te scheiden, waarbij de toepassing vaak plaatsvindt langs parkeerplaatsen, het spoor en door particulieren als erfafscheiding. Hagen hebben een dichte en strakke uitstraling, aansluiten op de hoogwaardige kwaliteit van het centrumgebied. Waar mogelijk worden parkeerterreinen ingekleed met hagen. Soortkeuze van hagen is gebaseerd op cultuurhistorie.

Natuurlijke beplanting

Natuurlijke beplanting oogt zo natuurlijk mogelijk. Binnen de bebouwde kom gaat het vooral om bosplantsoen en natuurlijke oevers. Buiten de bebouwde kom gaat het om bos, struweel en houtsingels en -wallen. We voegen meer natuurlijke beplanting toe in de openbare ruimte. Dit vraagt relatief minder onderhoud en draagt bij aan de biodiversiteit door gelaagdheid. Bij toepassing van biodiverse soorten in borders en groenstroken is de cultuurhistorische beleving bepalend.

Cultuurlijke beplanting

Cultuurlijke beplanting ontwikkelt zich niet op natuurlijke wijze en de beplanting moet intensief onderhouden worden om te zorgen dat de beplanting zijn vorm behoudt. Het gaat om heesters, rozenstruiken en vaste planten. Deze kunnen ook in plantenbakken voorkomen. Cultuurlijke beplanting is met name gericht op beleving en uitstraling. Cultuurlijke beplanting is representatief voor de uitstraling van het centrumgebied. Op prominente plekken (zoals entrees, rotondes, pleinen en winkelstraten) kan de toepassing van groen afwijken om de plek te markeren. Waar mogelijk worden grote verharde plekken ontdaan van stenen en worden borders toegepast. Plantenbakken worden voorzien van bloemrijke beplanting welke past bij de representatieve uitstraling van het centrum. In plantvakken wordt ingezet op sierwaarde van heesters in plaats van bosplantsoen en waar mogelijk worden biodiverse soorten in border en groenstroken toegepast, waarbij cultuurhistorische beleving leidend is.

2.7.3.1.2 Groen in woonwijken

Om de binnenstedelijke groenambities te behalen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd voor groen in woonwijken:

  • De verkoop van openbaar groen aan particulieren is in principe niet mogelijk;

  • Het uitgangspunt is de 30-300 regel:

 

1. Het percentage groen binnen de gehele gemeente neemt de komende jaren toe, waarbij het streven 30% is in 2050 (situatie in 2021 is 20%);

2. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat minimaal 30% van de gemeentegrond groen wordt ingericht;

3. Wijken (centra en woonwijken) met een laag percentage (<15%) groen krijgen voorrang bij de vergroening (o.a. vanuit het bomenfonds);

4. In 2035 kan iedereen binnen 300 meter een koele plek (lees: relatief grote groene plek die aantoonbaar koeler is op hete dagen) bereiken. De opgavekaarten geven aan waar deze doelstelling nog niet is behaald en geeft daarmee prioriteit aan waar te starten met het creëren van extra koele plekken.

Voor de verschillende groenelementen in de woonwijken geldt het volgende:

Bomen

Bomen zijn erg belangrijk en dragen bij aan een gezonden en duurzame leefkwaliteit. Bomen komen in verschillende vormen, grootten en soorten voor. Er wordt gestreefd naar vitale bomen die waarde opleveren. Kwaliteit is daarbij belangrijker dan kwantiteit. Het totaal aantal bomen in woonwijken neemt de komende jaren toe. Door toepassen van bomen (van de eerste categorie) wordt schaduw toegevoegd op verblijfsplekken, in het bijzonder bij speelplekken en gebieden rondom ouderencomplexen. Waar mogelijk wordt schaduw toegevoegd langs logische loop- en fietsroutes. Boomspiegels bieden ruimten voor heesters, bloemrijke beplanting of ruig gras. Het adopteren van boomspiegels in de woonstraten door bewoners wordt als optie aangeboden. Bomen in woongebied dragen bij aan beleving en activiteiten in het gebied, bijvoorbeeld door het toepassen van klimbomen, fruitbomen, etc.

Bij de aanplant van nieuwe bomen zijn locatie, landschappelijke ondergrond en functie bepalend voor de soortkeuze. Noodzakelijke groeiruimte dient voldoende aanwezig te zijn, zowel boven- als ondergronds. Alle boomspiegels hebben hierbij minimaal een grootte van 2 m2, tenzij anders aangegeven. Indien bestaande boomspiegel kleiner zijn dan 2 m2, wordt op natuurlijke ingrijpmomenten gekeken of de boomspiegel groter kan worden, of dat een andere inrichting beter past. Per boom dient minimaal 15 m3 verbeterde bomenmengsel aanwezig te zijn (bomengrond, bomenzand), zodat een nieuwe boom voldoende ruimte en voeding heeft om tot volle wasdom uit te groeien. Beheer is gericht op het behoud van bomen, waarbij het gewenste beeld en de gewenste functie (bijvoorbeeld schaduwwerking) het uitgangspunt is. Bomen met groei- of gezondheidsproblemen dien niet op te lossen zijn (bijvoorbeeld beperkte groeiruimte of aanwezige schimmels) worden vervangen. In de beleidsnotitie Bomen en Zonnepanelen (2014) is vastgelegd wat de afspraken zijn voor bomen en zonnepanelen: het daarin opgenomen stroomschema blijft van toepassing. Bij aanplant van bomen op een nieuwe plek (waar nog geen boom stond) en bij nieuwbouw wordt rekening gehouden met het plaatsen van bomen t.o.v. zonnepanelen. Dat kan bijvoorbeeld door te zorgen dat bomen wat verder weg van daken staan, kiezen voor een transparante boomkroon of door kleinere bomen te kiezen. Kandelaberen, een ingrijpende beheersmaatregel, wordt alleen toegepast als de boom in zijn uitstraling een toegevoegde waarde heeft (bijvoorbeeld stamomvang, bijzondere kenmerken). Bij vervanging is de doelstelling (bijvoorbeeld schaduwwerking i.v.m. hittestress, biodiversiteit) van de boom leidend t.o.v. het aantal (kwaliteit en kwantiteit). Bij vervanging van de bomen kan de plek gewijzigd worden ten behoeve van betere groeikansen en bereiken van doelstellingen. Wanneer bomen gekapt moeten worden en op die locatie (op dat moment) herplant niet mogelijk is, wordt een vergoeding in een op te zetten Bomenfonds gestort. Deze vergoeding wordt uit het te realiseren project betaald, bijvoorbeeld een reconstructieplan. Uit dit fonds kan herplant worden gefinancierd en kunnen ook grootschaliger projecten worden opgezet. Er wordt gezorgd voor een goede bescherming van bomen bij werkzaamheden. Dit vermindert het vroegtijdig vervangen van bomen als gevolg van schade door werkzaamheden. Het Handboek Bomen wordt hiervoor gebruikt.

Gras

Onder gras vallen alle grasachtige beplantingen, zoals gazon en bloemrijk grasveld. Bermen, oevers en wadi's bestaan voor een deel ook uit gras (ruw/bloemrijk/gazon). Gras wordt veel gebruikt langs wegen, paden en in woonwijken. Gras heeft een belangrijke functie in het gebruik van groen (denk aan spelen, hond uitlaten en bewegen). Grasvelden en gazons kunnen ook water bufferen. Het natuurlijk spelen wordt gestimuleerd, door het toepassen van verschillende speelaanleidingen. Om biodiversiteit te vergroten worden ruigere mengsels en aangepast beheer op specifieke plekken toegepast.

Hagen

Hagen worden over het algemeen ingezet om ruimten te scheiden, waarbij de toepassing vaak plaatsvindt langs parkeerplaatsen, het spoor en door particulieren als erfafscheiding. Het toepassen van hagen op erfafscheidingen, bijvoorbeeld door middel van het delen van kennis en stimuleringsprogramma's, wordt gestimuleerd. Ten behoeve van biodiversiteit wordt de soortendiversiteit van hagen en de afwisseling van hagen bestaande uit verschillende soorten vergroot. Bij ontwikkelingen (uitbreiding of inbreiding) is het toepassen van hagen op de erfafscheiding de norm.

Natuurlijke beplanting

Natuurlijke beplanting oogt zo natuurlijk mogelijk. Binnen de bebouwde kom gaat het vooral om bosplantsoen en natuurlijke oevers. Buiten de bebouwde kom gaat het om bos, struweel en houtsingels en -wallen. We voegen meer natuurlijke beplanting toe in de openbare ruimte. Dit vraagt relatief minder onderhoud en draagt bij aan de biodiversiteit door gelaagdheid. Eentonig struikborders maken plaats voor diverse inheemse planten en kruiden. (Sociale) veiligheid is leidend bij toepassing van natuurlijke beplanting in woonwijken en bij beheer. Strak bijgehouden oevers worden zo beheerd dat ze uitgroeien tot natuurlijke oevers die de biodiversiteit vergroten. Op de overgang van woonwijken en (grote) groenarealen wordt natuurlijk beplanting toegepast.

Cultuurlijke beplanting

Cultuurlijke beplanting ontwikkelt zich niet op natuurlijke wijze en de beplanting moet intensief onderhouden worden om te zorgen dat de beplanting zijn vorm behoudt. Het gaat om heesters, rozenstruiken en vaste planten. Deze kunnen ook in plantenbakken voorkomen. Cultuurlijke beplanting is met name gericht op beleving en uitstraling. Bij entrees op wijkniveau, of overgangen tussen verschillende wijken, is de beheerintensiteit groter en heeft het groen een meer representatieve en herkenbare uitstraling. Kleur en fleur toepassen is de norm ten behoeve van de beleving van groen. 

2.7.3.1.3 Groen op bedrijventerreinen

Om de binnenstedelijke groenambities te behalen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd voor groen op bedrijventerreinen:

  • De verkoop van openbaar groen aan particulieren is in principe niet mogelijk;

  • Het uitgangspunt is de 30-300 regel:

 

1. Het percentage groen binnen de gehele gemeente neemt de komende jaren toe, waarbij het streven 30% is in 2050 (situatie in 2021 is 20%);

2. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat minimaal 30% van de gemeentegrond groen wordt ingericht;

3. In 2035 kan iedereen binnen 300 meter een koele plek (lees: relatief grote groene plek die aantoonbaar koeler is op hete dagen) bereiken. De opgavekaarten geven aan waar deze doelstelling nog niet is behaald en geeft daarmee prioriteit aan waar te starten met het creëren van extra koele plekken.

Voor de verschillende groenelementen op de bedrijventerreinen geldt het volgende:

Bomen

Bomen zijn belangrijk en dragen bij aan een gezonden en duurzame leefkwaliteit. Bomen kom in verschillende vormen, grootten en soorten voor. Er wordt gestreefd naar vitale bomen die waarde opleveren. Kwaliteit is daarbij belangrijker dan kwantiteit. Op bedrijventerreinen is de ambitie om gemiddeld één boom per 100 m2, op het onbebouwde deel van het privaat terrein te hebben. Ambitie is om minimaal de tweede grootte toe te passen, met soortkeuze die aansluit bij de ondergrond. Soorten dragen hierbij bij aan de biodiversiteit.

Bij de aanplant van nieuwe bomen zijn de locatie, landschappelijke ondergrond en functie bepalend voor de soortkeuze. Noodzakelijke groeiruimte dient voldoende aanwezig te zijn, zowel boven- als ondergronds. Alle boomspiegels hebben hierbij minimaal een grootte van 2 m2, tenzij anders aangegeven. Indien bestaande boomspiegels kleiner zijn dan 2 m2, wordt op natuurlijke ingrijpmomenten gekeken of de boomspiegel groter kan worden, of dat een andere inrichting beter past. Per boom dient minimaal 15 m3 verbeterde bomenmengsel aanwezig te zijn (bomengrond, bomenzand), zodat een nieuwe boom voldoende ruimte en voeding heeft om tot volle wasdom uit te groeien. Beheer is gericht op het behoud van bomen, waarbij het gewenste beeld en de gewenste functie (bijvoorbeeld schaduwwerking) het uitgangspunt is. Bomen met groei- of gezondheidsproblemen die niet op te lossen zijn, bijvoorbeeld beperkte groeiruimte of aanwezige schimmels, worden vervangen. In de beleidsnotitie Bomen en Zonnepanelen (2014) is vastgelegd wat de afspraken zijn voor bomen en zonnepanelen: het daarin opgenomen stroomschema blijft van toepassing. Bij aanplant van bomen op een nieuwe plek, waar nog geen boom stond, en bij nieuwbouw wordt rekening gehouden van het plaatsen van bomen t.o.v. zonnepanelen. Dat kan bijvoorbeeld door te zorgen dat bomen wat verder weg van daken staan, kiezen voor een transparante boomkroon of door kleinere bomen te kiezen. Kandelaberen, een ingrijpende beheersmaatregel, wordt alleen toegepast als de boom in zijn uitstraling een toegevoegde waarde heeft. Bijvoorbeeld door de stamomvang of bijzondere kenmerken. Bij vervanging is de doelstelling, bijvoorbeeld schaduwwerking i.v.m. hittestress of biodiversiteit, van de boom leidend t.o.v. het aantal. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Bij vervanging van de bomen kan de plek gewijzigd worden ten behoeve van betere groeikansen en het bereiken van de doelstellingen. Wanneer bomen gekapt moeten worden en op die locatie, op dat moment, herplant niet mogelijk is, wordt een vergoeding in een op te zetten Bomenfonds gestopt. Deze vergoeding wordt uit het te realiseren project betaald, bijvoorbeeld een reconstructieplan. Uit dit fonds kan herplant worden gefinancierd en kunnen ook grootschaliger projecten worden opgezet. Er wordt gezorgd voor een goede bescherming van bomen bij werkzaamheden. Dit vermindert het vroegtijdig vervangen van bomen als gevolg van schade door werkzaamheden. Het Handboek Bomen wordt hiervoor gebruikt.

Gras

Onder gras vallen alle grasachtige beplantingen, zoals gazon en bloemrijk grasveld. Bermen, oevers en wadi's bestaan voor een deel uit gras (ruw/bloemrijk/gazon). Gras wordt veel gebruikt langs wegen, paden en in woonwijken. Gras heeft een belangrijke functie in het gebruik van groen, denk aan spelen, hond uitlaten en bewegen. Grasvelden en gazons kunnen ook water bufferen. Om biodiversiteit te vergroten worden waar mogelijk ruigere grassoorten en een aangepast maaibeheer toegepast.

Hagen

Hagen worden over het algemeen ingezet om ruimten te scheiden, waarbij de toepassing vaak plaatsvindt langs parkeerterreinen, het spoor en door particulieren als erfafscheiding. Om biodiversiteit te vergroten is de ambitie om landschappelijk hagen met verschillende inheemse soorten op erfafscheidingen toe te passen, al dan niet in combinatie met hekwerken. Bij nieuwe ontwikkelingen en inbreiding is het toepassen van hagen op de erfafscheiding de norm, al dan niet in combinatie met hekwerken.

Natuurlijke beplanting

Natuurlijke beplanting oogt zo natuurlijk mogelijk. Binnen de bebouwde kom gaat het vooral om bosplantsoen en natuurlijke oevers. Buiten de bebouwde kom gaat het om bos, struweel en houtsingels en -wallen. We voegen meer natuurlijke beplanting toe in de openbare ruimte. Dit vraag relatief minder onderhoud en draagt bij aan de biodiversiteit door gelaagdheid. Waar mogelijk worden natuurvriendelijke oevers toegepast, waarbij klimaatadaptatie leidend is. Plantvakken worden in principe natuurlijk ingericht. Hoogte en vorm van de beplanting dienen de veiligheid niet in de weg te staan.

Cultuurlijke beplanting

Cultuurlijke beplanting ontwikkelt zich niet op natuurlijke wijze en de beplanting moet intensief onderhouden worden om te zorgen dat de beplanting zijn vorm behoudt. Het gaat om heesters, rozenstruiken en vaste planten. Deze kunnen ook in plantenbakken voorkomen. Cultuurlijke beplanting is met name gericht op beleving en uitstraling. Op bedrijventerreinen worden waar mogelijk open verharding en/of plantenvakken toegepast.

2.7.3.2 Groengradiënten

2.7.3.2.1 Groen in radialen

Het groen in radialen draagt bij aan de beleving van de spinnenwebstructuur van Rijssen-Holten. Ze vormen herkenbare, doorgaande lijnen waarlangs biodiversiteit versterkt wordt. De relatie tussen de bebouwde kern en het omliggende landschap wordt versterkt door deze lijnen aan te kleden met gebiedskarakteristieke beplanting. Fragmentatie van deze lijnen moet vermeden worden. Binnen de radialen gelden per groenelement aanvullende uitgangspunten.

Bomen

Waar mogelijk worden bomen toegepast, waarbij laanstructuur passend is in Holten en in Rijssen toepassing meer luchtig en informeel is. Met uitzondering van cultuurhistorische plekken, landgoederen en het gebied langs de Regge. Op deze plekken is een laanstructuur passend. Soortkeuze draagt bij aan biodiversiteit en cultuurhistorische beleving, waarbij fragmentatie van lijnen vermeden moet worden. Bij bomen in radialen moet een monotype bomen tegen worden gegaan en moet zorg gedragen worden voor variatie in soorten en onderlinge afstanden. Ambitie is om, afwijkend op de algemene doelstelling van 2 m2 boomspiegels, boomspiegels in radialen toe te passen van minimaal 4 m2. Hierdoor worden de radialen vergroend.

Gras

Binnen de radialen zorgt ruige, bloemrijke onderbeplanting voor vergroting van de biodiversiteit. Toepassen van natuurlijk bermbeheer is de norm, waarbij wordt ingezet op kleurrijke soorten.

Hagen

Hagen in de radialen zijn structuren in de openbare ruimte en een toevoeging voor de biodiversiteit, waarbij soorten afgewisseld worden en beheer meer los en natuurlijk is.

Natuurlijke beplanting

Inheemse soorten, zoals heesters, planten en grassen, als onderbeplanting om de biodiversiteit te vergroten.

Cultuurlijke beplanting

Rond entrees kan gekozen worden voor meer cultuurlijke beplanting om een strakker beeld te creëren en het contrast te markeren. Daarbij mogen de lijnen niet gefragmenteerd raken.

2.7.3.2.2 Groen in klimaatlinten

Water wordt zoveel mogelijk vastgehouden op de hoger gelegen gebieden van de kernen. Om ruimte te bieden voor huidige en toekomstige waterproblematiek op kernniveau, bijvoorbeeld piekregenwater of droogte, vormt het groen in klimaatlinten verbindingen dwars op de overgangen van hoog naar laag. Op deze manier wordt water langer vastgehouden en vertraagd afgevoerd. Het groenareaal wordt optimaal ingezet voor waterberging en klimaatadaptatie. Hierbij moet gedacht worden aan de uitbreiding van open water, wadi's etc., waarbij waar mogelijk koppelkansen gezocht worden met biodiversiteit. Specifiek voor de oude wal van Rijssen geldt dat cultuurhistorie gewaarborgd moet worden. Verhard oppervlak wordt vergroend, of in ieder geval optimaal ingezet om water vast te houden en te bergen. Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door het stimuleren van groene daken en gevels en het benutten van bermen bij het vasthouden van regenwater. Binnen de klimaatlinten gelden per groenelement aanvullende maatregelen.

Bomen

Ambitie is om bomen te behouden, tenzij deze klimaatadaptieve doelstellingen in de weg staan, bijvoorbeeld bij vernatting of vergroten oppervlakte open water. De boomkeuze is primair gericht op het leveren van een bijdrage aan het klimaatvraagstuk op de locatie. Mocht een boom niet de juiste oplossing zijn, dan wordt een andere inrichting gekozen. Soortkeuze wordt bepaald door klimaatadaptieve ambities, en pas daarna door de landschappelijke ondergrond of cultuurhistorische waarde. Er wordt gestreefd naar boomspiegels van minimaal 4 m2, waarbij deze ingezet worden om water vast te houden. Op verblijfsplekken en langs doorgaande routes voor wandelaar en fietsers moeten grote bomen aanwezig zijn voor de schaduwwerking.

Gras

Het toepassen van combinaties van gras, ruigte en beplanting, waarbij functionaliteit voor water vasthouden en bergen leidend is, is de norm. Biodiversiteit wordt waar mogelijk gekoppeld. Binnen klimaatlinten worden wadi's ingezet om ruimte te bieden aan piekregenval, water vast te houden en vertraagd af te voeren. Langs wegen, die bol worden aangelegd, is zoveel mogelijk groen aanwezig waar water op afgevoerd of vastgehouden kan worden. Natuurvriendelijke oevers zijn gewenst, mits zij geen belemmering vormen voor de doorstroming.

Hagen

Wanneer hagen worden toegepast, ondersteunen deze klimaatadaptieve doelstellingen.

Natuurlijke beplanting

Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie.

Cultuurlijke beplanting

Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie.

2.7.3.2.3 Groen in hoogwaardige groenstructuren

Om de relatie met het omliggende en onderliggende landschap te versterken, worden er naast radialen ook in de hoogwaardige groenstructuren biodiverse verbindingen de woonkernen ingetrokken. Daarnaast bieden deze zones en verbindingen ruimte voor een robuust groen netwerk waar kansen liggen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie; en waar groen naast plek specifiek ook ingezet kan worden op de andere pijlers (natuurlijk spelen, aankleding van recreatieve routes, sport en spelen, etc). Waar mogelijk dient de hoogwaardige groenstructuur te worden uitgebreid en groen oppervlak te worden vergroot. Bestaande (bebouwde) functies kunnen worden behouden, maar extra bebouwing mag niet worden toegepast. Verkoop van gemeentelijk groen is niet mogelijk en nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan doelstellingen van een of meerdere pijlers. Wel is het mogelijk middels grondruil het bestaande areaal groen vergroot wordt en/of robuuster gemaakt kan worden. Binnen de hoogwaardige groenstructuren gelden per groenelement de volgende uitgangspunten.

Bomen 

Biodiversiteit wordt vergroot door toepassing van diverse, inheemse soorten, waarbij monoculturen vermeden dienen te worden. Waar mogelijk worden bomen toegevoegd ten behoeve van biodivers netwerk en schaduwwerking (hittestress/klimaatadaptatie). Bij mogelijke inboet is herplantplicht binnen het hoogwaardige groenelement, waarbij planten in de zeer nabije omgeving het uitgangspunt is. Bij nieuwe aanplant is het onderliggend landschap, zoals beschreven in de groenstructuurvisie, uitgangspunt voor de soortkeuze van bomen.

Gras

Meer afwisseling in beheer toepassen voor een gevarieerder beeld en vergroten van de biodiversiteit, waarbij de beleving van onderliggende (landschappelijke en cultuurhistorische) laag leidend is.

Hagen 

Biodiversiteit wordt vergroot door het toepassen van meer landschappelijke hagen, bestaand uit verschillende soorten.

Natuurlijke beplanting

Onderplanting bestaat uit inheemse en diverse soorten, met afwisseling van bijvoorbeeld heesterbeplanting, bloemrijke grasvelden en ruigere grassen. In/rondom natuurlijke beplanting worden speelaanleidingen gecreëerd, zodat natuurlijk spelen wordt gestimuleerd.

Cultuurlijke beplanting 

Wanneer cultuurlijke beplanting wordt toegepast, is deze ondergeschikt ten opzichte van beleving van het omliggende en onderliggende landschap dat de kernen in getrokken wordt en de biodiversiteit en klimaatadaptatie.

2.7.3.2.4 Groen in stads- en dorpsranden

Het groen in stads- en dorpsranden.

Stadsranden Rijssen

De rand van de Veeneslagen en het bedrijventerrein bestaat uit een ecologische zone met open, natte natuur. Er zijn verschillende recreatieve verbindingen vanuit de wijk het landschap in. Deze landschappelijke en recreatieve verbindingen worden versterkt daar waar het open landschap meer de kern in wordt getrokken. Het zicht op de Holterberg vanuit de stadsrand van Rijssen wordt behouden en versterkt door het open landschap dat ertussen ligt. 

De stadsrand van Braakmanslanden is gerafeld en woningen zijn veelal met hun achterzijden naar het landschap gericht. De afscheiding van percelen vormen veelal de rand richting het open landschap. Groene erfafscheidingen zijn de norm. Om de openheid te behouden wordt in het openbaar gebied geen opgaand groen toegepast.

De stadsrand van het ontwikkelgebied de Banis vormt een overgang naar de naastgelegen ecologische zone. Daarbij wordt gezocht naar een samenhangend ecosysteem en herstel van de biodiversiteit. Het landschap van de ecologische zone wordt daarmee in de woonwijk gebracht. De standsrand heeft bij voorkeur een open karakter aansluitend op het bestaande groen. 

Tot slot zijn de stadsranden in het Reggelandschap meer rafelig, waarbij beplantingselementen als lanen, houtwallen, bosperceeltjes afgewisseld worden met (grote) open ruimten.

De rand op de Rijsserberg wordt gekenmerkt door functies als het sportcomplex, een manage of de begraafplaats. De vrij harde rand van de overige bebouwing wordt ingepast met singels en houtwallen, waar hier en daar relatie wordt gelegd met naastgelegen functies. Op plekken waar NNN gelegen is tegen de stadsrand aan, moet er een natuurlijke overgang blijven richting het buitengebied.

Dorpsranden Holten

Het bedrijventerrein van Holten is ontstaan in het open ontginningslandschap en is voor een deel nog in ontwikkeling. Rechte wegen en watergangen zijn structuurdragers. Lijnvormige beplantingselementen passen daarom bij de rand van het bedrijventerrein.

Op de Beuseberg zijn oude holle wegen aanwezig, welke langs de enken leiden. De dorpsrand van Holten verdwijnt hier karakteristiek achter zo'n enk, waarbij de achterliggende Holterberg ook beleefbaar is. Dit specifieke beeld dient behouden te blijven en daarom zal de rand niet ingepast worden met opgaande beplanting.

De rand langs de N350 wordt gevormd door afwisselende bebouwing uit verschillende bouwtijden, langs de parallelweg. Afwisselende voor-, zij- en achterkantsituaties met verschillende erfafscheidingen kenmerken het beeld. Passend langs deze parallelweg is laanbeplanting, al dan niet met een strakke haagstructuur. Aan de oostzijde van Holten is een groen gebied met diverse functies (o.a. wonen, recreatie, natuur en waterwinning) Het gebied biedt kansen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Toepassing van verschillende soorten groenbeplanting en afwisseling van massa en ruimte zijn hier passend.

De spoorlijn is tot slot de harde grens ten noorden van Holten. De beleving van de Holterberg is belangrijk aan de overzijde van het spoor en ook vanuit verschillende plekken in de woonwijken. Deze beleving moet behouden blijven. Daarnaast is de spoorzone een versnipperde ruimte waarbinnen groen veelal klimaatadaptieve en duurzame doelen dient. Groen in deze dorpsrand dient dit te versterken.

Dorpsranden Dijkerhoek

Dijkerhoek is een kleine kern in het kampenlandschap. De beleving en/of relatie tussen de kern en het buitengebied kan worden versterkt, door het omliggende kampenlandschap zoveel mogelijk de kern in te laten lopen. Het gebruik van groene radialen biedt kansen, waarbij ook aandacht moet zijn voor de molenbiotoop.

Binnen de stads- en dorpsranden gelden per groenelement aanvullende uitgangspunten.

Bomen

Boomsoortenkeuze, grootte, toepassing volgt de karakteristieken van de verschillende randen in Rijssen, Holten en Dijkerhoek en het onderliggende (cultuur)landschap.

Gras

Waar binnen de stads- en dorpsranden openheid wordt voorgeschreven, is er ruimte voor ruigere grassoorten of kleurrijke bloemenmengsels.

Hagen

De biodiversiteit wordt vergroot door het toepassen van meer landschappelijke hagen, bestaande uit verschillende inheemse soorten, tenzij dit cultuurhistorisch niet passend is.

Natuurlijke beplanting

In de voormalige jonge ontginningen en broekgebieden wordt natuurlijke beplanting toegepast om de openheid te benadrukken, zichtlijnen te begeleiden en/of plekken te markeren. Beplantingselementen als houtwallen en singels worden doorgezet, gelijk aan schaal en maat van aanwezige elementen en fijnmazigheid van het onderliggende (cultuur)landschap. Soortenkeuze, grootte, toepassing van beplanting volgt de karakteristiek van de stads- en dorpsranden en onderliggend (cultuur)landschap.

Cultuurlijke beplanting

Rond entrees kan ervoor gekozen worden meer cultuurlijke beplanting en een meer strak beeld te creëren, om het contrast en de plekken te markeren.

2.7.3.2.5 Groen in spoorzone

Door de ligging van de spoorzone tussen de heuvelruggen, op verschillende lage punten in het gebied, zal waterproblematiek hier het eerst zichtbaar zijn. Het groen in de spoorzone biedt ruimte aan waterberging en (toekomstige) opgaven rondom het omgaan met piekregenwater. Nieuwe ontwikkelingen in deze zone dragen hieraan bij. Daarnaast zijn er koppelkansen met biodiversiteit, waarbij klimaatadaptatie altijd leidend zal zijn. Waar mogelijk zullen ecologische dwarsverbindingen gelegd worden met de hoogwaardige groenstructuren en het omliggende landschap. Overhoekjes worden zoveel mogelijk ingeplant te worden met biodiverse soorten om waterberging te optimaliseren. Binnen de spoorzone gelden per groenelement aanvullende uitgangspunten.

Bomen

Bomen zijn primair gericht op een bijdrage aan klimaatadaptatie. Waar mogelijk worden bomen toegepast op overhoeken en nabij kruisingen, daarbij wel dienend aan de verkeersveiligheid. Eisen van NS/ProRail zijn leidend bij het toepassen van bomen met betrekking tot afstand tot het spoor, soortkeuze en grootte.

Gras

Voor het toepassen van combinaties van gras, ruigte en beplanting, is de functionaliteit voor water vasthouden en bergen leidend en biodiversiteit kan daaraan gekoppeld worden. Binnen klimaatlinten worden wadi's ingezet om ruimte te bieden aan piekregenval, om water vast te houden en om water vertraagd af te voeren. Langs wegen, die bol worden aangelegd, is zoveel mogelijk groen aanwezig waar water op afgevoerd en vastgehouden kan worden. Geen overhoeken beplanten of inzaaien met gras.

Hagen

Wanneer hagen worden toegepast, zijn deze ondergeschikt ten opzichte van klimaatadaptieve doelstellingen. Hagen kunnen bijvoorbeeld ingezet worden ten behoeve van afscheiding.

Natuurlijke beplanting

Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie. Overhoeken worden ingeplant met biodiverse inheemse soorten.

Cultuurlijke beplanting

Bij ontwikkelingen wordt optimaal ingezet op klimaatadaptatie.

2.7.3.2.6 Groen rondom entrees

Punt of locatie dat een entree aangeeft van een wijk, kern of buitengebied (landschap), waarbij verbijzonderd groen de locatie markeert. Het groen rondom entrees heeft hier een 'poortfunctie' en geeft extra identiteit aan het aanliggende gebied door middel van een markante boom, bijzondere bloeiende heesters, of groen ontworpen plek.

2.7.3.2.7 Fijnmazige groenstructuur

Groene openbare gebieden die kenmerkend zijn voor de stedenbouwkundige opbouw en identiteit van de wijk of buurt. Deze groene gebieden (fijnmazige groenstructuren) kunnen, in samenspraak met bewoners, ingezet worden voor de biodiversiteit en natuurwaarden, klimaatadaptatie en duurzaamheid en/of vitale leefomgeving. Deze groene plekken krijgen hierdoor meer ruimtelijke, klimaatadaptieve, biodiverse en sociale betekenis voor de buurt.

2.7.3.3 Beheer

2.7.3.3.1 Uitgangspunten beheer groen

Waar mogelijk wordt ecologisch beheer toegepast. De principes van de circulaire economie worden gehanteerd. Exoten worden beheersbaar gehouden om gewenste soorten voldoende ruimte te geven en overlast tegen te gaan. Nieuw aangelegd groen is duurzaam en goed te beheren. Op toeristisch belangrijke plekken (zoals entrees en centra) geldt een hogere inrichtings- en beheerkwaliteit, gericht op aantrekkelijkheid. Er is sprake van schoon, heel en veilig groen, gekoppeld aan afgesproken beeldkwaliteit. Op belangrijke zichtplekken in de gemeente, zoals rotondes, pleinen, winkelstraten en centrale plekken in wijken geldt een hogere inrichtings- en beheerkwaliteit gericht op herkenbaarheid van de plek. 

2.8 Mobiliteit

2.8.1 Mobiliteit per deelgebied
2.8.1.1 Mobiliteit in Rijssen-Holten

Rijssen-Holten, een dynamische gemeente met een bloeiend ondernemersklimaat, benadrukt het belang van mobiliteit in zowel het centrum als op bedrijventerreinen. Om duurzaamheid, gezondheid en leefbaarheid te waarborgen, hanteert de gemeente principes die deze mobiliteitsthema's ondersteunen. Het STOMP-principe en de 3 V's van duurzame mobiliteit staan hierbij centraal.

Veiligheid en bereikbaarheid zijn topprioriteiten, met een focus op het verminderen van verkeersslachtoffers, vooral onder kwetsbare weggebruikers. Het STOMP-principe rangschikt mobiliteitsvormen per gebied. De 3 V's adviseren over het verminderen, verschuiven en verschonen van verplaatsingen in en tussen alle gebieden.

Belangrijk is ook de verschuiving van mobiliteit naar leefbaarheid, waarbij straatinrichting diverse behoeften en waarden van de gemeenschap integreert. Dit omvat aspecten als toegankelijkheid, veiligheid, groen, en sociale interactie, met als doel een integrale en aantrekkelijke stedelijke omgeving te creëren.

2.8.1.2 Mobiliteit in centrumgebieden

Mobiliteit in centrumgebieden kenmerkt zich als winkelgebieden waarbij voetgangers en fietsers de overhand hebben. Het is een gebied met de sterkste OV-verbindingen. Dit komt door de aanwezigheid het station en de hogere halte-dichtheid van bus- en flexRRReis-haltes.

Rond de centrumgebieden beschikken we over veel gratis parkeervoorzieningen, welke goed te bereiken zijn via bestaande infrastructuur. De mate waarin het centrum te bereiken is met de personenauto, de prioriteit die de auto heeft boven andere modaliteiten, is buiten proportioneel gegroeid. Tijdens drukke momenten is het voor voetgangers en fietsers bijna onmogelijk, en soms zelfs gevaarlijk, om van en naar het centrum te lopen of te fietsen. De personenauto is daarmee de dominerende modaliteit rond het centrum.

We willen naar een situatie toe dat het prettig en veilig is, en dat het loont om wandelend of met de fiets naar het centrum te gaan. Wel willen we dat het mogelijk blijft om met de personenauto naar het centrum te kunnen komen. We vinden dan wel dat de personenauto meer mag uitwijken voor voetgangers en fietsers, zodat zij een betere plek krijgen in en om het centrum, maar ook van en naar het centrum.

2.8.1.3 Mobiliteit in woonwijken

Mobiliteit in woonwijken is belangrijk voor al onze inwoners. Het streven naar het verbeteren van de leefbaarheid in woonwijken is een voortdurende inspanning om een omgeving te creëren die niet alleen duurzaam is, maar ook uitnodigend en gemeenschapsgericht. Dit begint met het nauw betrekken van bewoners bij het ontwerp en de planning van de woonomgeving, waardoor ze een gevoel van eigenaarschap en trots kunnen ontwikkelen over hun buurt.

Een belangrijk aspect van het verbeteren van de leefbaarheid is het creëren van veilige en toegankelijke ruimtes. We vinden het belangrijk dat we de leefbaarheid in woonwijken verbeteren, en bijdragen aan het creëren van veilige en toegankelijke ruimtes. Het gaat hier over goed (dynamisch en duurzaam) verlichte wandel- en fietspaden, drempels om de snelheid van voertuigen te verminderen en voldoende ruimte voor voetgangers en spelende kinderen. Door deze maatregelen te nemen, kunnen we ervoor zorgen dat bewoners zich veilig voelen en vrij kunnen bewegen in hun eigen buurt.

Een ander belangrijk punt is het verminderen van de hoeveelheid bestrating in woongebieden, waardoor ruimte ontstaat voor groenelementen die de biodiversiteit bevorderen en een gezonde leefomgeving ondersteunen. Door bomen, struiken en bloembedden te planten, en gemeenschappelijke tuinen of speelplekken te creëren, kunnen we niet alleen de uitstraling van de buurt verbeteren, maar ook bijdragen aan de kwaliteit van leven van de bewoners.

Duurzame mobiliteit speelt ook een belangrijke rol in het verbeteren van de leefbaarheid van woongebieden. Door duurzame vervoerswijzen zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer te stimuleren, kunnen we niet alleen de CO2-uitstoot verminderen, maar ook de gezondheid en het welzijn van bewoners bevorderen. Het is belangrijk om voldoende parkeergelegenheid aan de rand van de woonerven te bieden om het autoverkeer te ontmoedigen en het verblijfskarakter in de woonomgeving te behouden.

Tot slot is sociale interactie een essentieel onderdeel van een leefbare buurt. Door ruimtes en voorzieningen te creëren die sociale interactie en gemeenschapsvorming bevorderen, zoals gemeenschappelijke ontmoetingsplekken, bankjes, speelplaatsen en buurtactiviteiten, kunnen we het sociale netwerk versterken en het gevoel van saamhorigheid binnen de buurt vergroten. Het is belangrijk om regelmatig onderhoud en beheer van de woonerven te waarborgen om de aantrekkelijkheid en functionaliteit ervan te waarborgen, en zo een leefomgeving te creëren waarin bewoners zich thuis voelen en trots op kunnen zijn.

Door deze aspecten in overweging te nemen en in te zetten op een integrale aanpak, kunnen woonerven niet alleen bijdragen aan een veilig woongebied, maar ook aan een leefbare, meer sociale en duurzame leefomgeving voor alle bewoners.

2.8.1.4 Mobiliteit op bedrijventerreinen

Mobiliteit op bedrijventerreinen speelt een belangrijke rol. Het zijn gebieden met veel activiteiten en bewegingen. Daarbij is het wenselijk dat deze gebieden een hoge toegankelijkheid hebben waarbij efficiënt verplaatsingen een belangrijke rol spelen. Een goede organisatie van de infrastructuur is daarin doorslaggevend. Het gaat daarbij niet alleen om de reguliere wegen. Ook fietspaden en het OV-netwerk zijn belangrijk om het bedrijventerrein bereikbaar, veilig en toegankelijk te houden.

Met alleen de ontsluiting van bedrijventerreinen is nog niet alles gezegd. Veel verkeersbewegingen van en naar het bedrijventerrein zijn lokaal. Zo zijn veel werknemers afkomstig uit de directe omgeving en de eigen gemeente. Door te investeren in robuuste fietsverbindingen en OV-mogelijkheden kunnen bedrijventerreinen en woongebieden beter op elkaar worden aangesloten, wat de bereikbaarheid verbetert, de verkeers- en parkeerdruk vermindert en de leefbaarheid van zowel de werk- als de woonomgeving ten goede komt.

Los van de behoefte om werknemers op locatie te krijgen, is de logistiek binnen de gemeente Rijssen-Holten een belangrijk thema op de bedrijventerreinen. In zowel Rijssen als Holten zijn grote logistieke partijen gevestigd. Zij hebben een grote economische impact op de gemeenschap en bieden veel werkgelegenheid. Daarbij hebben deze logistieke partijen een grote behoefte naar een robuust en bereikbaar mobiliteitsnetwerk met weinig congestie.

Onze wegen hebben goede regionale verbindingen, waarbij de N350, N347, de A1 en A35 een belangrijke rol speelt in vervoersbewegingen door het hele land. Het waarborgen van de bereikbaarheid op onze eigen infrastructuur richting Rijks- en provinciale wegen zijn daarbij essentieel. Daarmee waarborgen we niet alleen het verkeer vanuit onze bedrijventerreinen naar de rest van het land, maar ook de bereikbaarheid vanuit de regio naar Rijssen-Holten.

Om fietsgebruik voor woon-werkverkeer te stimuleren beperken we het directe autoverkeer tussen woonwijken en bedrijventerreinen. We verminderen de hoeveelheid openbare parkeerplekken op bedrijventerreinen zodat er meer ruimte ontstaat voor andere activiteiten. Parkeren op bedrijventerreinen moet voornamelijk op eigen terrein plaatsvinden.

2.8.1.5 Mobiliteit in het buitengebied

Buiten de bebouwde kom van Rijssen-Holten hebben we een groot buitengebied. Mobiliteit in het buitengebied is ook belangrijk.

Het mobiliteitssysteem in het buitengebied is anders dan binnen de bebouwde kom. In het buitengebied domineren landweggetjes het mobiliteitsnetwerk, waarbij provinciale- en Rijkswegen de assen van het landschap doorkruisen. Bij deze andere inrichting dan binnen de bebouwde kom spelen ook andere problemen op het gebied van mobiliteit. Zo zijn snelheidsovertredingen en sluipverkeer door gemotoriseerd verkeer orde van de dag, terwijl het buitengebied ook veelvuldig gebruikt wordt door (recreatieve) fietsers en voetgangers.

Daarnaast heeft het buitengebied een agrarische functie, waarbij veel landbouwvoertuigen gebruik maken van de wegen om akkergronden en percelen te benaderen. Deze vaak grote voertuigen hebben veel ruimte nodig op de weg en rijden een gematigde snelheid.

We willen sluipverkeer in het buitengebied tegengaan, zowel door fysieke maatregelen te nemen als digitale maatregelen. Waar het wenselijk is om sluipverkeer tegen te gaan sluiten we wegen. Hierdoor zal er in het buitengebied soms omgereden moet worden. Op deze manier is het minder aantrekkelijk om af te wijken van de hoofdinfrastructuur en wordt het buitengebied een aantrekkelijkere en veiligere omgeving om te wonen, verplaatsen en recreëren. Ook gaan we als gemeente actiever digitale maatregelen nemen zodat navigatiesystemen bestuurders niet zomaar binnendoor sturen. De gevolgen van deze potentiële wegafsluitingen, op het gebied van verplaatsing van verkeersstromen en mogelijke congestievorming, worden inzichtelijk gemaakt om indien nodig samen met de provincie Overijssel te kijken naar deze of andere oplossingsrichtingen.

Door mobiliteit in het buitengebied te concentreren op de hoofdassen streven we naar een rustigere omgeving, waar je eigenlijk alleen komt als je een bestemming hebt of komt recreëren. Bestemmingsverkeer moet goed op locatie kunnen komen en er wordt voldoende ruimte geboden voor wandelen en fietsen. Een doorsteek maken door het buitengebied maken we lastiger, waardoor het minder loont.

2.8.2 Modaliteiten (vervoersmiddelen)
2.8.2.1 STOMP-principe

2.8.2.1.1 Wandelen (Stappen)

2.8.2.1.1.1 Wandelen in centrumgebieden

Binnen centrumgebieden heersen voornamelijk voetgangersgebieden. Op de meeste momenten is het enkel toegestaan om deze gebieden als voetganger te betreden.

De centrumgebieden vormen het kloppende hart van onze kernen. Een verscheidenheid aan winkels en voorzieningen trekt bezoekers uit de directe omgeving en daarbuiten aan. Binnen de centrumgebieden behouden en krijgen voetgangers de ruimte om zich veilig te verplaatsen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid binnen onze centrumgebieden geborgd. 

Daarbij is het belangrijk dat de veiligheid van en de toegankelijkheid voor voetgangers gewaarborgd blijft. We zetten ons in voor de realisatie en onderhoud van voorzieningen voor inwoners en bezoekers, en zorgen voor een goede afbakening van andere modaliteiten biedt welke in en rondom de centrumgebieden.

2.8.2.1.1.2 Wandelen in woonwijken

Woonwijken zijn de gebieden waar onze inwoners het overgrote deel van hun dagelijkse leven leiden. Het is een dynamische omgeving met veel en verschillende behoeften en belangen. Het bieden van een veilige woonomgeving is essentieel, vooral voor kwetsbare verkeersgroepen zoals voetgangers.

Als gemeente vinden we het belangrijk dat bewoners van woonwijken voldoende mogelijkheden hebben om zich vrij en veilig te voet te kunnen verplaatsen. Het realiseren en onderhouden van degelijke voetpaden, openbare attributen, looproutes van en naar bushaltes en een veilige wandelomgeving zijn essentieel om inwoners ten alle tijden met een veilig gevoel over straat te kunnen laten wandelen.

2.8.2.1.1.3 Wandelen op bedrijventerreinen

Werknemers op bedrijventerreinen gebruiken vaak de pauzes om even de benen te strekken en een wandeling in de omgeving te maken.

Bedrijventerreinen zijn drukke omgevingen met veel vervoersbewegingen: zowel van mensen die het bedrijven bezoeken of om te werken, maar ook de logistieke bewegingen. Wandelen en veel vervoersbewegingen gaan vaak slecht samen.

Als gemeente onderkennen we het belang van vitale werknemers, daarom maken we het mogelijk dat er op een veilige manier op en rondom bedrijventerreinen gewandeld kan worden. Daarbij betrekken we de wandelverbindingen van en naar bushaltes richting locaties op de bedrijventerreinen.

2.8.2.1.1.4 Wandelen in het buitengebied

Het open en natuurlijke karakter van het buitengebied maakt het een aantrekkelijke omgeving om te wandelen. Dit is voornamelijk vanuit het recreatieve aspect. 

Als gemeente vinden we het belangrijk dat onze inwoners en bezoekers deze natuurlijke waarde van dit gebied op een veilige manier te kunnen beleven. 

2.8.2.1.2 Fietsen (Trappen)

2.8.2.1.2.1 Fietsen in centrumgebieden

Centrumgebieden kennen veel reuring, waar voetgangers de overhand hebben. Veel mensen gebruik de fiets om van en naar het centrum te bewegen. Fietsers en wandelaars gaan relatief goed samen, maar kunnen ook voor ergernissen zorgen bij ondernemers en winkelend publiek. Het goed afbakenen van waar je mag fietsen en waar de fietsen geparkeerd mogen worden is belangrijk om fietsen goed te integreren met de centrumgebieden.

Als gemeente vinden we het belangrijk dat mensen blijven fietsen. We blijven faciliteren voor fietsers in centrumgebieden. Dit doen we door duidelijke fietsroutes van en naar het centrum te realiseren en onderhouden, te faciliteren in voldoende plekken om de fiets (veilig) te parkeren en het veiliger te maken om met de fiets in en rond het centrum te fietsen.

2.8.2.1.2.2 Fietsen in woonwijken

Fietsen draagt bij aan een duurzame levensstijl en een betere gezondheid. Daarom willen we het gebruik van de fiets binnen woonwijken en van en naar woonwijken vergroten. Fietsen draagt daarnaast bij aan een veiligere en rustigere leefomgeving door de lager gereden snelheden. Ook nemen fietsen minder ruimte in beslag tijdens het rijden en met het parkeren. 

We bevorderen het fietsgebruik in de woonwijken door versterking van het fietsnetwerk en zetten in op een verbetering van de kwaliteit van fietsinfrastructuur. We realiseren voldoende fietsparkeervoorzieningen bij wijkcentra, OV-haltes en andere voorzieningen. We verlagen de maximumsnelheid van wegen waar fietsers de weg delen met gemotoriseerd verkeer. Ook willen we meer automobilisten op de fiets krijgen door fietsen aantrekkelijker te maken ten opzichte van de auto, vooral voor de kortere afstanden.

2.8.2.1.2.3 Fietsen op bedrijventerreinen

Op bedrijventerreinen zijn meer vervoersbewegingen te vinden, vooral vervoersbewegingen van vrachtverkeer en regulier gemotoriseerd verkeer spelen hier een belangrijke rol. Daarom kan het fietsen op bedrijventerreinen risico's met zich meebrengen. We willen de fietsveiligheid op bedrijven vergroten en zoeken hierbij naar een balans tussen fietsbereikbaarheid- en veiligheid en de bereikbaarheid van gemotoriseerd verkeer is daarbij belangrijk. Daarbij moeten fietsers over zoveel mogelijk eigen infrastructuur beschikken indien de snelheidsverschillen tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer té hoog is. Op deze manier wordt de fietser in mindere mate gebruikt als remmend middel.

Als gemeente vinden we het belangrijk dat bedrijven op onze bedrijventerreinen goed te bereiken zijn met de fiets. Dit geldt met name voor de fietsverbindingen tussen woonwijken en bedrijventerreinen, maar ook de fietsverbindingen tussen omliggende gemeenten. Deze routes moeten veilig en aantrekkelijk zijn om te gebruiken. Daarnaast ondersteunen we ondernemers om hun werknemers met gezondere en duurzamere modaliteiten te laten reizen.

2.8.2.1.2.4 Fietsen in het buitengebied

Rijssen-Holten heeft een aantrekkelijk buitengebied waar veel recreanten op afkomen. Fietsen is daarbij één van de voornaamste vormen van verplaatsen voor recreanten. Ook liggen veel schoolfietsroutes in het buitengebied, waar schoolgaande jongeren gebruik van maken.

We borgen en verbeteren de fietsveiligheid in het buitengebied. We hebben hierbij aandacht voor het verbeteren van gevaarlijke kruispunten in het buitengebied. Als gemeente zetten we ons in om de fietsverbinding tussen de verschillende kernen te verbeteren, waarbij rekening wordt gehouden met de veiligheid, het comfort en de directheid van deze fietsverbindingen. Daarnaast zoeken we toenadering met omliggende gemeenten om een gezamenlijk invulling te geven aan gemeente-overstijgende fietsverbindingen.

2.8.2.1.3 Openbaar vervoer (OV)

2.8.2.1.3.1 Openbaar vervoer in Rijssen-Holten

Regulier openbaar vervoer

Openbaar vervoer is een provinciale aangelegenheid. Als gemeente is het lastig om te sturen op de verdere ontwikkeling van openbaar vervoer. Wel kan een gemeente zich inzetten om openbaar vervoer binnen de gemeente te verbeteren of uit te breiden. Hiervoor moet de gemeente lobbyen bij de provincie en vervoeraanbieder.

Als gemeente vinden we het belangrijk dat openbaar vervoer binnen onze gemeente blijft bestaan en verbetert. We zien graag dat openbaar vervoer meer gebruikt wordt, en dat openbaar vervoer een aantrekkelijker alternatief wordt voor de personenauto. Hiervoor is het belangrijk dat er een halt wordt toegeroepen tegen de verdere uitkleding van openbaar vervoer binnen onze gemeente, maar ook in de regio. Dit doen we door ons blijven in te zetten bij provinciale- en regionale overleggen omtrent (openbaar) vervoer. We zien daarbij een sterke verbinding tussen openbaar vervoer, fietsen, deelmobiliteit en hubs.

Buiten de werking en het aanbod van openbaar vervoer heeft de gemeente wel een taak bij het onderhouden en verbeteren van OV-haltes. De kwaliteit van deze mobiliteitsvoorziening is belangrijk om openbaar vervoer aantrekkelijker te maken. Denk hierbij aan het realiseren van fietsparkeervoorzieningen bij bushaltes, duidelijke en veilige looproutes van het voetpad naar de bushalte en correcte geleidelijnen voor mensen met een visuele beperking. Daarnaast heeft de gemeente de taak om de kwaliteit en het aanbod van openbaar vervoer te bewaken, waarbij de gemeente ook moet lobbyen bij de provincie om openbaar vervoer te blijven borgen. 

FlexRRReis

FlexRRReis is de vervoersservice in de gemeente Rijssen-Holten die je comfortabel en voordelig van en naar ruim 140 haltes in en om de gemeente Rijssen-Holten. FlexRRReis is een vraag-gestuurde mobiliteitsvoorziening, wat betekent dat er geen vaste dienstregeling is. De dienst bestaat nu al ruim vijf jaar, en dat met dank aan onze zeer betrokken vrijwilligers uit de gemeenschap.

Als gemeente zien we grote meerwaarde in de vraag-gestuurde mobiliteitsvoorziening, vooral gezien de huidige positie van openbaar vervoer binnen de gemeente en omstreken. Voortbestaan en verbetering van deze dienst beschouwen we als essentieel voor het huidige en toekomstige mobiliteitsbeeld.

2.8.2.1.4 MAAS en deelmobiliteit

2.8.2.1.4.1 Deelmobiliteit in Rijssen-Holten

Deelmobiliteit is een mobiliteitsmodel waarbij gebruikers toegang hebben tot voertuigen op basis van tijdelijk gebruik, in plaats van het bezitten van een voertuig voor langere perioden. In grotere steden, zowel in de regio als in de Randstad, komt deelmobiliteit al enkele jaren in verschillende vormen van gedeeld vervoer voor. Hierbij kun je denken aan vormen als autodelen, (bak)fietsdelen en scooterdelen.

Er zijn op regionaal niveau onderzoeken geweest naar de behoefte van verschillende vormen van deelmobiliteit. Hieruit blijkt dat inwoners binnen onze gemeente een redelijk positief beeld hebben ten opzichte van deelmobiliteit. Vooral de deelauto en deelbakfietsen zijn modaliteiten welke positief uit het onderzoek voortkwamen.

Als gemeente Rijssen-Holten kijken we vooral naar grotere gemeenten hoe zij omgaan met deelmobiliteit, welke eisen deze gemeenten daaraan stellen en hoe deelmobiliteit zich ontwikkelt. Zelf willen we op termijn ervaring opdoen met deelmobiliteit, waarbij we kiezen voor een Rijssense-aanpak.

We zien dat deelmobiliteit binnen de bebouwde kom mogelijkheden biedt. Dit geldt vooral voor de stationsgebieden, bedrijventerreinen maar ook de woonwijken. Welke vorm van deelmobiliteit voor ieder gebied het meest geschikt is moet onderzocht worden.

We stellen voor om eigen ervaringen op te doen met deelmobiliteit. Dit doen we door kleinschalige en lokale pilots te draaien met onze inwoners. We kijken waar vraag is naar deelmobiliteit, en welk type deelmobiliteit het beste past bij de behoeften van deze groep. Het doel van de pilot is om te onderzoeken welke vormen van deelmobiliteit het beste passen bij onze gemeente, en op welke manieren deze het beste geïmplementeerd kunnen worden.

We willen dat deelmobiliteit een belangrijke bijdrage levert aan het verminderen van verkeers- en parkeerdruk. Door te investeren in deelmobiliteit streven we ernaar om de gemeente Rijssen-Holten leefbaarder en bereikbaarder te maken voor al onze inwoners en bezoekers. We geloven dat deelmobiliteit een belangrijke rol kan gaan spelen in het realiseren van deze doelstellingen en het vervullen van mobiliteitsbehoeften van onze inwoners.

2.8.2.1.5 Personenauto

2.8.2.1.5.1 Personenauto in centrumgebieden

Centrumgebieden in onze gemeente zijn hoofdzakelijk ontworpen met het oog op wandelend en fietsend verkeer. Toch blijven deze gebieden ook voor automobilisten zeer toegankelijk. In en dicht om de centrumgebieden heen zijn veel parkeerterreinen te vinden. Deze gebieden zijn goed te bereiken vanaf de hoofdinfrastructuur, kennen weinig fysieke obstakels en bieden ruime parkeermogelijkheden. Bovendien is er geen sprake van betaald parkeren, wat het voor bezoekers als bewoners aantrekkelijk maakt om met de auto naar het centrum te komen.

Als gemeente hechten wij veel waarde aan het behoud van de toegankelijkheid van het centrum, zowel voor de voetganger, de fietser en de automobilist. Tegelijkertijd streven we ernaar om het vanzelfsprekende karakter van autogebruik te verminderen. Dit willen we doen door dit gebied te herinrichten welke autoverkeer ontmoedigd, wat weer ruimte biedt voor voetgangers, fietsers en groenvoorzieningen. Op deze manier wordt er ook bijgedragen aan klimaatadaptatie. Wegen in en rondom het centrum zullen zo aangepast worden dat auto’s minder gemakkelijk naar het centrum kunnen, en in mindere mate een belemmering vormen voor voetgangers en fietsers die zich van en naar het centrum willen verplaatsen.

2.8.2.1.5.2 Personenauto in woonwijken

Personenauto’s hebben een grote impact op de veiligheid en leefbaarheid van de leefomgeving. We willen dat woonwijken een leefbare plek worden, waarbij het veilig is om elkaar op te zoeken en op straat te kunnen spelen. Ook zijn er klimaatmaatregelen nodig om de woonomgeving in de toekomst leefbaar te houden. Parkeren in woonwijken neemt veel ruimte in beslag. Deze ruimte is schaars en is soms nodig voor wat anders. Als gemeente blijven we openbaar parkeren faciliteren voor onze inwoners.

Om verkeersdruk in woonwijken te verminderen zullen maatregelen genomen worden om doorgaand verkeer te ontmoedigen. Dit doen we onder meer door verkeer remmende maatregelen toe te passen, zoals drempels, versmallingen en eenrichtingsverkeer. Dit houdt in dat je met de auto naar je woning kunt rijden, maar dat je soms wat moet omrijden. Daarnaast nemen we maatregelen om de verkeersveiligheid in woonwijken te verbeteren. Zo willen we de snelheid op alle wegen in en rond woonwijken verlagen naar 30 km/u, en waar mogelijk willen we terug naar erfinrichtingen. We plaatsen straatverlichting op plekken waar dat nodig is, verbeteren de oversteekbaarheid door zebrapaden aan te leggen en plaatsen waar nodig verkeersborden- en spiegels.

2.8.2.1.5.3 Personenauto op bedrijventerreinen

De verplaatsing van bezoekers en werknemers van en naar bedrijven zullen belangrijk blijven om het bedrijventerrein bereikbaar te houden. Door het aantrekkelijker maken van andere modaliteiten willen we het autogebruik verminderen. Wel blijven we het autogebruik op de bedrijventerreinen faciliteren.

2.8.2.1.5.4 Personenauto in het buitengebied

Verplaatsen met de personenauto is essentieel voor inwoners in het buitengebied. We zien dat veel wegen in het buitengebied gebruikt worden door sluipverkeer. We willen dit sluipverkeer zoveel mogelijk weren door te kijken naar het gebruik van verschillende wegvakken in het buitengebied.

2.8.2.2 Transport en logistiek

2.8.2.2.1 Transport en logistiek in centrumgebieden

Voor winkels in centrumgebieden is het belangrijk dat deze bevoorraad kunnen worden. Er zijn venstertijden afgesproken, welke aangeven wanneer goederen met gemotoriseerd verkeer naar winkels kan worden gebracht. We zetten in op een vermindering van de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer binnen de centrumgebieden, en stimuleren dat aanwezige voertuigen duurzame (stads)logistiek om een beter verblijfsklimaat in centrumgebieden te realiseren.

2.8.2.2.2 Transport en logistiek in woonwijken

In woonwijken zijn het aantal bestelautobewegingen door de jaren heen gegroeid door een toename in het aantal en frequentie van internetaankopen. We zien dat de aanwezigheid van bestelauto's in woonwijken soms tot verkeersonveilige situaties leidt. 

Ons ondernemend klimaat kenmerkt dat er veel bedrijfsvoertuigen binnen de gemeente staan geregistreerd. Deze voertuigen worden vaak aan huis in woonwijken geparkeerd. Deze bedrijfsvoertuigen nemen meer ruimte in beslag, wat invloed heeft op de al hoge parkeerdruk in woonwijken. Ook zijn bedrijfsvoertuigen over het algemeen groter dan personenauto's, waardoor er minder zicht is op andere verkeersdeelnemers. Hierdoor kunnen verkeersonveilige situaties ontstaan. Om deze redenen willen we dat de hoeveelheid geparkeerde bedrijfsvoertuigen in woonwijken verminderen. Waar mogelijk zoeken we naar parkeergebieden aan de randen van woonwijken.

2.8.2.2.3 Transport en logistiek op bedrijventerreinen

Rijssen-Holten heeft een grote transportsector. Vanuit en naar bedrijventerreinen gebeurt het gros van alle transportbewegingen binnen de gemeente. Denk hierbij aan lokale transporten tussen bedrijven tot grootschalige transportoperaties door heel het land. We vinden het belangrijk dat transport en logistiek op het bedrijventerrein een hoge prioriteit blijft houden, waarbij voldoende aandacht wordt gegeven aan de berijdbaarheid en van onze infrastructuur en de bereikbaarheid van de gemeente. Daarbij is een hoge mate van doorstroming op zowel de bedrijventerreinen als daarbuiten van belang. 

2.8.2.3 Toegankelijkheid voor mensen met een beperking

2.8.2.3.1 Toegankelijkheid voor mensen met een beperking in Rijssen-Holten

Mensen - met en zonder beperking - moeten zich zonder belemmeringen en naar individuele behoeften kunnen verplaatsen. Zelfredzaamheid en zelfstandige mobiliteit zijn belangrijke voorwaarden om aan het maatschappelijk verkeer te kunnen deelnemen. Daarom is het noodzakelijk dat de openbare buitenruimte, zoals looproutes, bushaltes, parkeerplaatsen en reis- en routeinformatie, goed is ingericht. 

Om ervoor te zorgen dat de openbare buitenruimte voor iedereen toegankelijk is, moeten in verschillende fases van een ontwikkeling, reconstructie of herinrichting de behoeften van mensen met een beperking worden nagegaan. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan vrije breedtes, hoogtes en draairuimte, maar ook aan rustmogelijkheden, trappen, hellingen en leuningen. Daarnaast vinden we de inrichting en vormgeving van routegeleiding, straatmeubilair en oversteekplaatsen ook belangrijk. Bij het ontwerpen en herinrichten van de openbare ruimte houden we zoveel mogelijk rekening met de richtlijnen zoals voorgeschreven in CROW-publicaties omtrent het thema toegankelijkheid. De menselijke maat stellen we centraal. We denken altijd na over de functionaliteit en uitwerking van ideeën en toepassingen in de openbare ruimte.

2.8.3 Infrastructuur
2.8.3.1 Hoofdwegennet (HWN)

2.8.3.1.1 Verbinding naar Rijkswegen

De ligging van de Rijkswegen (A1 en A35) heeft een aanzienlijk belang voor Rijssen-Holten. De A1 functioneert als belangrijke verkeersader Rijssen-Holten en de regio verbindt met andere delen van Nederland en Europa. Op het gebied van mobiliteit biedt vooral de A1 een snelle en efficiënte verbindingen voor zowel inwoners als bezoekers van Rijssen-Holten.  Het vergemakkelijkt pendelverkeer naar omliggende steden en regio's, wat de bereikbaarheid van banen, onderwijs- en gezondheidszorgfaciliteiten verbetert. Bovendien draagt de snelweg bij aan het verminderen van verkeerscongestie op lokale wegen, waardoor de doorstroming van het verkeer binnen de gemeente verbetert en de reistijden worden verkort. We zetten ons in op directe verbindingen, met zo min mogelijk verstoringen, richting rijkswegen.

2.8.3.1.2 Verbinding naar provinciale wegen

De provinciale wegen dienen als regionale ontsluitingswegen welke verschillende kernen verbinden. Daarnaast zijn deze wegen voornamelijk te vinden in het buitengebied. Als gemeente zijn wij geen wegbeheerder van deze wegen. Wel hebben we als gemeente belang bij adequate en veilige aansluitingen op deze infrastructuur. Voor deze wegen vinden we het belangrijk dat er een hoge mate van doorstroming is, waarbij weinig conflictpunten zijn met andere verkeersstromen. In afstemming met provincie en buurgemeenten zetten we ons in om de doostroming op deze wegen te bevorderen.

2.8.3.1.3 Gebiedsontsluitingswegen 50 km/u (GOW50)

De GOW50 is een bestaand type weg binnen stedelijke gebieden, waarbij voornamelijk de verkeersfunctie wordt vervuld. Dit houdt in dat het veilig afwikkelen van verkeer en het verzekeren van doorstroming zijn de belangrijkste functies zijn. Op de rijbaan deze wegen is het niet wenselijk om gedeelde verkeersstromen te hebben, zoals fietsers op fietsstroken of trottoirs langs de rijbaan. Deze dienen met gepaste afstand worden gescheiden, bij voorkeur fysiek door bijvoorbeeld een groenstrook. Ook hebben deze wegen een belangrijkere verkeersfunctie voor gemotoriseerd verkeer, en is de oversteekbaarheid van fietsers over deze wegen minder belangrijk. Ongelijkvloerse oversteekoplossingen zijn bij deze wegcategorie wenselijk.

Met de inrichting van GOW50-wegen hanteren we gestelde inrichtingskenmerken zoals deze worden voorgeschreven vanuit CROW.

2.8.3.1.4 Gebiedsontsluitingswegen 30 km/u (GOW30)

De GOW30 is een nieuw type weg binnen stedelijke gebieden, dat naast de bestaande Erftoegangsweg 30 km/h (ETW30) en Gebiedsontsluitingsweg 50 km/h (GOW50) bestaat. In de praktijk zijn er wegen die zowel een woonfunctie als een verkeersfunctie vervullen, waarbij het niet altijd veilig of passend is om ze in te richten als 50 km/u-weg, bijvoorbeeld met afgescheiden fietspaden of fietsstroken. Vanuit daar is de landelijke behoefte ontstaan om de snelheidslimiet op sommige delen van deze gebiedsontsluitingswegen te verlagen naar 30 km/h (GOW30).

GOW30-wegen passen we enkel toe bij de herinrichting van bestaande wegen en niet bij de aanleg van nieuwe wegen. Daarbij hebben GOW30-wegen een vorm van voorrang ten opzichte van zijwegen en beschikken altijd over fietspaden of voldoende brede fietsstroken.

Met de inrichting van GOW30-wegen hanteren we gestelde inrichtingskenmerken zoals deze worden voorgeschreven vanuit CROW.

2.8.3.1.5 Zoekgebied rond- en randweg

Om toekomstbestendig te zijn is het noodzaak om over een robuust wegennet te beschikken. De interne verkeersafwikkeling, vooral in Rijssen, is de afgelopen jaren heen slechter geworden. Ontwikkelingen binnen de kom zoals woningbouw en inbreiding, samen met de groei op het bedrijventerrein leidt tot een toename van verkeersbewegingen. 

Om deze groei op te vangen en af te wikkelen is het belangrijk om optimaal gebruik te maken van ons wegennet, waar een capaciteitsvraagstuk aan zit. Dit omvat het teweeg brengen van een modal-shift, waarbij automobilisten overstappen naar de fiets en openbaar vervoer. Deze modal-shift zal onvoldoende zijn om de interne verkeersdrukte op te vangen. We moeten daarom efficiënt omgaan met de bestaande wegen. Daar zit ook een grens op. Richting de toekomst is het daarom verstandig om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om, vooral Rijssen, te gaan ontsluiten. Dit doen we door een zoekgebied rond- en randwegen binnen ons eigen grondgebied op te nemen. Met deze ontwikkeling betrekken we de Ladder voor duurzame verstedelijking en de Ladder van Verdaas.

2.8.3.2 Onderliggend wegennet (OWN)

2.8.3.2.1 Holterbergweg (Toeristenweg)

De Toeristenweg in Holten staat bekend als een recreatieve route door het landschap van de Sallandse Heuvelrug. Het is een populaire bestemming voor toeristen en natuurliefhebbers vanwege de uitzichten, de flora, fauna en de mogelijkheden tot recreatie en ontspanning.

Naast de recreatieve functie wordt de weg geregeld gebruikt door sluipverkeer, zowel tijdens de spitsmomenten als in de nachtelijke uren. Dit heeft gevolgen voor het natuurgebied en de dieren die er leven. Om het gebied beter te beschermen en het ongewenste gebruik terug te dringen is ervoor gekozen om een toegangsbeperking in te stellen. In de avonduren is het daarom niet toegestaan om de weg te gebruiken. We willen de recreatieve functie van de Toeristenweg behouden waarbij de (auto)verkeersfunctie van de weg wordt ingeperkt.

Enkel het plaatsen van bebording blijkt tot op heden onvoldoende om het oneigenlijk gebruik terug te dringen. Om deze reden is ervoor gekozen om meer in te zetten op handhaving. Het heeft onze voorkeur om een slagboomsysteem te plaatsen mét cameratoezicht. 

In een verdere fase willen we nagaan of het gebruik van de Toeristenweg nog past binnen de toekomstige kaders voor natuurbehoud. Hiervoor willen we samen met de gemeente Hellendoorn een onderzoek opzetten om doelen, ambities en varianten uit te werken omtrent het toekomstige gebruik van de Holterberg en de Toeristenweg.

2.8.3.2.2 Erftoegangswegen (ETW30)

Het overgrote deel van onze infrastructuur bestaat uit erftoegangswegen. Voor deze wegtypering geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. De wegen zijn in vergelijking tot gebiedsontsluitingswegen smaller. Ook zijn hier vaker parkeerplaatsen langs de rijbaan te vinden. Gemotoriseerd verkeer deelt de rijbaan met fietsers, waarbij fietsers fietsstroken hebben. Langs de wegen zijn vaak trottoirs te vinden waar voetgangers zich kunnen verplaatsen.

Met de inrichting van ETW30-wegen hanteren we gestelde inrichtingskenmerken zoals deze worden voorgeschreven vanuit CROW.

2.8.3.2.3 Woonerven

De inrichting van de openbare ruimte heeft veel impact op de leefbaarheid en de algehele beleving van een gebied. Vooral in woonwijken is deze inrichting van groot belang voor de bewoners. Het creëren van een veilige en aangename leefomgeving staat hierbij centraal, waarbij ontmoeting en ontspanning worden gestimuleerd. Een manier om dit te realiseren is door het herintroduceren van woonerven waar mogelijk.

In deze woonerven mogen wegen geen doorgaand karakter hebben en mag er minimaal fietsverkeer aanwezig zijn. Door de inrichtingskenmerken van woonerven toe te passen, wordt de nadruk gelegd op de leefbaarheid en sociale interactie binnen de woongebieden. Hier passen we verkeersremmende maatregelen toe zoals drempels en versmallingen, waardoor de snelheid van het autoverkeer wordt beperkt en de veiligheid van voetgangers wordt vergroot.

Door woonerven te herintroduceren, streven we ernaar om een omgeving te creëren waar bewoners zich thuis en veilig voelen, waar kinderen kunnen spelen en buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten en sociale banden kunnen versterken. Op deze manier moet er bijgedragen worden aan een prettige leefomgeving waar de kwaliteit van leven wordt bevorderd.

Met de inrichting van woonerven hanteren we gestelde inrichtingskenmerken zoals deze worden voorgeschreven vanuit CROW.

2.8.3.3 Hoofdfiets-en wandelroutes

2.8.3.3.1 Hoofdfietsroutes

In Rijssen-Holten kan goed gefietst worden, zowel door onze inwoners als door bezoekers. Vanuit het perspectief van de fietser zijn comfortabele, directe en veilige fietsverbindingen noodzakelijk om fietsen aantrekkelijk te maken en te houden. Langs deze hoofdfietsroutes vinden we het belangrijk dat fietsers over het algemeen meer ruimte krijgen en voorrang hebben op andere vervoerswijzen. Ook zijn langs deze routes herkenningspunten zichtbaar en wordt de gelegenheid geboden om te rusten en wordt enige bescherming geboden tegen de elementen.

2.8.3.3.2 Fietssnelweg

In aanvulling op het reguliere fietsnetwerk willen een fietssnelweg tussen de de gemeente Wierden en Deventer. Hier ligt het accent op doorstroming en comfort voor de fietser. Ook hebben fietsers over deze route in de meeste gevallen voorrang op ander verkeer, om zo doorstroming te bevorderen. Langs deze route zijn over het algemeen meer rust- en schuilvoorzieningen te vinden Vooral binnenstedelijk ligt hier de uitdaging vanwege de ingebruikname van ruimte.

2.8.3.3.3 Hoofdwandelroutes

Binnenstedelijk willen we herkenbare, directe en comfortabele looproutes. Voornamelijk de verbindingen tussen voorzieningen zoals zorg- en onderwijsinstellingen richting het centrum en woonwijken zullen belangrijk zijn om wandelen aantrekkelijker te maken en te houden. Langs deze hoofdwandelroutes zullen meer oversteekpunten voor voetgangers komen, waarbij extra aandacht wordt gegeven aan (straat)verlichting en geleidelijnen. Als gemeente streven we er naar om al onze spooroverwegen veilig te hebben zonder conflicten, zowel voor het treinverkeer als voor het wegverkeer. 

2.8.3.4 Spoorwegovergang

Door de gemeente Rijssen-Holten ligt het spoortracé Deventer - Enschede. Dit tracé wordt veelvuldig gebruikt door verschillende vormen van treinverkeer. Denk hierbij aan de Intercity en de reguliere stoptrein, maar ook het goederenvervoer en internationaal treinverkeer gebruiken deze route. Over de gehele lengte van dit tracé zijn spoorwegovergangen te vinden, zowel over gemeentelijke als over provinciale wegen.

Spoorwegovergangen en provinciale wegen binnen de gemeente

De enige spoorwegovergang over provinciale wegen binnen onze gemeente is de spoorwegovergang N350 te Holten. Als gemeente hebben zetten we ons inzetten om deze spoorwegovergang te laten transformeren naar een ongelijkvloerse spoorwegovergang. Op deze manier willen we bijdragen aan de doorstroming en de robuustheid van de verbinding tussen Rijssen en Holten.

Spoorwegovergangen en lokale wegen binnen de gemeente

In het recente verleden zijn verschillende spoorwegovergangen binnen Rijssen omgebouwd tot tunnels. Deze ondertunneling heeft eraan bijgedragen dat het wegverkeer geen hinder meer ondervindt van het treinverkeer. In het buitengebied zijn echter alle spoorovergangen bewaakt en gelijkvloers. Daarbij zien we dat deze spoorovergangen ongewenste conflictpunten zijn. In de toekomst willen we zoveel mogelijk spoorwegovergangen saneren, óf vervangen voor ongelijkvloerse oversteken door te ondertunnelen.

2.8.4 Voorzieningen
2.8.4.1 Parkeren

2.8.4.1.1 Autoparkeren

2.8.4.1.1.1 Autoparkeren in centrumgebieden

Autoparkeren is primair bedoeld voor het bezoeken van de centrumgebieden. De gemeente heeft als taak om in voldoende en adequate parkeerplaatsen te voorzien voor bezoekers en inwoners. We zien dat we autoparkeren voor de centrumgebieden moeten blijven faciliteren. Dit doen we voornamelijk aan de randen van winkelgebieden. We behouden en versterken bestaande parkeervoorzieningen aan de randen van winkelgebieden. Daarbij is het belangrijk dat deze parkeermogelijkheden bereikbaar zijn en blijven. Om bewuster met ruimte om te gaan kijken we naar de mogelijkheden om bestaande parkeervoorzieningen te transformeren naar hoogwaardige (meerlaagse / ondergrondse) parkeervoorzieningen, met meerdere functies en voorzieningen.

Voor nieuwe woonfuncties in de centrumgebieden is het niet toegestaan om parkeren af te wikkelen op de openbare ruimte, met een uitzondering voor parkeerplaatsen voor bezoekers.

2.8.4.1.1.2 Autoparkeren in woonwijken

Autoparkeren in woonwijken is primair bedoeld voor de bewoners en bezoekers van deze woonwijken. Bewoners dienen zoveel mogelijk op eigen terrein te parkeren. Soms is het niet mogelijk voor bewoners om op eigen terrein te parkeren. Voor deze groep faciliteren we het parkeren in de openbare ruimte. Ook bezoekers hebben de mogelijkheid om hier te parkeren. De geleidelijke groei van het autobezit heeft geleid tot een hogere parkeerdruk in woonwijken. Dit geldt vooral voor woongebieden met veel tussenwoningen (zonder eigen parkeerplaats). 

Daarnaast zien we dat ontwikkelingen van elektrisch rijden en laden consequenties heeft voor de beschikbare openbare parkeerruimte in woonwijken. Parkeerplaatsen worden voorzien van een laadpaal, waardoor reguliere voertuigen hier niet meer mogen parkeren. We vinden het belangrijk om te voorzien in deze laadbehoefte, vooral voor de groep inwoners zonder parkeermogelijkheden op eigen terrein. Tegelijkertijd willen we de parkeerdruk in woonwijken verzachten. We willen bedrijfsvoertuigen gaan weren in woonwijken om de al hoge parkeerdruk te verlagen en bij te dragen aan de verkeersveiligheid.

2.8.4.1.1.3 Autoparkeren op bedrijventerreinen

Autoparkeren op bedrijventerreinen is uitsluitend bedoeld voor bezoekers en werknemers, waarbij parkeren primair plaatsvindt op eigen terrein. 

2.8.4.1.1.4 Autoparkeren in het buitengebied

Autoparkeren in het buitengebied vindt plaats op eigen terrein.

2.8.4.1.2 Fietsparkeren

2.8.4.1.2.1 Fietsparkeren in centrumgebieden

In de centrumgebieden zijn veel openbare voorzieningen te vinden. Op veel plekken is fietsparkeren al geregeld door fietsnietjes en fietsenrekken. Waar nodig plaatsen we extra fiets-parkeerplekken om het fietsparkeren in centrumgebieden beter te regelen. Hierdoor moet er minder hinder ontstaan door geparkeerde fietsen.

2.8.4.1.2.2 Fietsparkeren in woonwijken

Fietsparkeren in woonwijken gebeurt voornamelijk op eigen terrein. Waar openbare voorzieningen zijn verruimen en verbeteren we de fiets-parkeerplekken.

2.8.4.1.2.3 Fietsparkeren op bedrijventerreinen

Fietsparkeren op bedrijventerreinen gebeurt voornamelijk op eigen terrein. Waar openbare voorzieningen zijn verruimen en verbeteren we de fiets-parkeerplekken. We kijken samen met ondernemers naar de mogelijkheden om fietsparkeren, en daarmee fietsen, te stimuleren.

2.8.4.1.3 Vrachtwagenparkeren

2.8.4.1.3.1 Vrachtwagenparkeren in Rijssen-Holten

Vrachtwagenparkeren refereert naar het kort en langdurig parkeren van vrachtwagens, vaak langs de weg, maar bij voorkeur op verzamellocaties met horeca-, sanitaire en beveiligingsvoorzieningen. Langs de A1 zijn verschillende locaties waar vrachtwagens ruimte hebben om tijdelijk te parkeren en te rusten. Denk hierbij aan tankstations en verzorgingsplaatsen. Echter zijn deze locaties niet bedoelt voor het houden van de korte en lange rustperiodes. Daarvoor zijn vrachtwagenparkeerterreinen (met benodigde voorzieningen) bedoeld. Vooralsnog ontbreken binnen onze gemeente vrachtwagenparkeervoorzieningen van deze orde, ondanks de aanwezigheid van grote logistieke ondernemers en de logistieke aantrekkingskracht van Rijssen-Holten.

Als gemeente zien we dat er een groeiende behoefte is naar vrachtwagenparkeren. Om hierin te gaan faciliteren moet er worden gekeken naar schaalbare locaties met de benodigde voorzieningen. Hiervoor willen we kijken naar locaties op en nabij bedrijventerreinen, of op strategische locaties langs hoofdinfrastructuur zoals provinciale wegen en Rijkswegen. Deze parkeerlocaties kunnen gecombineerd worden met HVO, waterstof en elektrische laadpunten, tezamen met horecagelegenheden. Dit achten wij wenselijk om de haalbaarheid van het ondernemingsplan te bevorderen. Een hoge verkeers- en sociale veiligheid vinden we bij deze parkeervoorzieningen extra belangrijk.

Afsluitend zien we acties vanuit Rijksoverheid om vrachtwagenparkeren in grotere mate te faciliteren langs stroomwegen zoals de A1 tegemoet.

2.8.4.2 Elektrisch laden

Elektrisch rijden is een belangrijk onderdeel binnen de verschoning van mobiliteit. Elektrische voertuigen dienen opgeladen te worden. Veel inwoners hebben de mogelijkheid om op eigen terrein met eigen energie te laden. Voor inwoners die deze mogelijkheid niet hebben en bezoekers van de gemeente realiseren we een netwerk van openbare laadpalen. Hiervoor is de gemeente aangesloten bij de GO-RAL, een samenwerking tussen de provincies Gelderland en Overijssel op het gebied van laadinfrastructuur.

De behoefte om openbare laadpalen te realiseren komt zowel vanuit onze inwoners als vanuit de gemeente. Inwoners kunnen een aanvraag doen, waarop de gemeente een geschikte locatie aanwijst in de openbare ruimte. Daarnaast plaatst de gemeente proactief laadpalen op strategische locaties, met het doel om het laadnetwerk te verdichten en om intensief gebruikte locaties uit te breiden.

Met het plaatsen van openbare laadpalen moeten we in grotere mate rekening houden met de behoefte van onze inwoners. Het plaatsen van een laadpaal neemt standaard twee parkeervakken in beslag, waardoor de vaak al hoge parkeerdruk in bijvoorbeeld woonwijken verder toeneemt. Het beschikken over een goede participatieomgeving voor laadinfrastructuur is daarbij een vereiste voor toekomstige doorontwikkeling van de laadinfrastructuur.

We streven ernaar om het voorbeeld van de gemeente Enschede te volgen door kabelgoten in de openbare ruimte te legaliseren. Dit moet het mogelijk maken voor inwoners zonder eigen parkeergelegenheid maar met een openbare parkeerplaats voor de deur om hun voertuigen op te laden met zelf opgewekte energie in de openbare ruimte.

Naast regulier laden moeten we ook denken aan snellaadpunten en verzwaarde aansluitingen. Voor snellaadpunten zijn gebieden met een korte parkeer-doorlooptijd geschikt. Denk hierbij aan centrumgebieden en parkeerterreinen nabij voorzieningen. Op deze locaties moeten ook meer fietslaadpunten worden gerealiseerd. Verzwaarde laders voor logistiek laden is in de toekomst nodig om de grote transportsector in Rijssen-Holten te ondersteunen in de verduurzamen. Hiervoor werken we samen met (transport)ondernemers om gezamenlijk naar oplossingen toe te werken.

We willen dat een gebrek van adequate laadinfrastructuur geen belemmering vormt of gaat vormen om elektrisch te gaan rijden. 

2.8.4.3 Mobiliteitshubs

Mobiliteitshubs (of hubs) zijn knooppunten binnen een mobiliteitsnetwerk waar reizigers kunnen overstappen op verschillende vormen van vervoer. Deze knooppunten faciliteren naadloze verbindingen tussen bijvoorbeeld treinen, bussen, fietsen en andere vervoerswijzen. Ze dienen als centrale locaties waar reizigers gemakkelijk kunnen overstappen van het ene vervoermiddel op het andere. Daarnaast bieden hubs de mogelijkheid om andere voorzieningen op een centrale manier te bundelen. Zo kan een afhaalpunt voor pakketten bijdragen aan de vermindering van pakketdiensten in de woonwijk, en kunnen werkplekken worden gerealiseerd zodat er op afstand gewerkt kan worden. Zo wordt het mogelijk om ritten te combineren en taken gezamenlijk op te pakken. Hierdoor zijn er minder verplaatsingen nodig.

Het aanleggen van hubs moet een stimulerende en ondersteunende werking hebben op de gehele mobiliteitstransitie, waarbij eventueel ruimte binnen deze hubs wordt geboden voor andere ontwikkelingen zoals de energietransitie.

2.9 Recreatie en Toerisme

2.9.1 Marketing en communicatie

Recreatie en toerisme zijn belangrijke economische dragers van het landelijk gebied. Holten en de Holterberg hebben hier door hun strategische ligging in Oost-Nederland en goede bereikbaarheid (A1 en spoor) een belangrijk aandeel in, maar ook in de rest van het buitengebied van Rijssen-Holten zijn tal van mogelijkheden voor recreatie en toerisme. Recreatie en toerisme houdt niet op bij de gemeentegrenzen. Samenwerking gebeurt op lokale en regionale schaal op diverse vlakken. Voor de regionale marketing maken we gebruik van de diensten van Marketing Oost. Verder werken we samen met routenetwerken Twente aan een toekomstbestendig regionaal routenetwerk. Het samenwerkingsverband Sallandse Heuvelrug en Twents Reggedal willen de komende jaren voortzetten en doorontwikkelen. Deze samenwerking maakt ons sterker en professioneler.

2.9.2 Duurzame recreatie

De gemeente Rijssen-Holten wil inzetten op duurzame recreatie waarbij sprake is van een gespreide recreatieve druk om nadelige consequenties op natuurlijke waarden van de omgeving tegen te gaan (bodem, water, ecologie). Er liggen kansen om natuur en recreatie samen op te laten trekken. Door monitoring van bezoekersstromen en bezoekersprofielen krijgen we meer inzicht en kunnen we gerichte acties ondernemen. De spreiding van de bezoekersstromen zorgt voor meer bekendheid van de dorps- en stadskernen rondom de Sallandse Heuvelrug. Het vergroten van de bekendheid draagt ook bij aan de vitaliteit van deze kernen. Daarnaast is het wenselijk dat duurzaam vervoer wordt gestimuleerd en het autoverkeer in de natuurgebieden wordt ontmoedigd (met name Toeristenweg). Verder verbeteren en innoveren we op regionaal en lokaal niveau de routestructuren en -netwerken.

2.9.3 Verblijfsrecreatie

De gemeente Rijssen-Holten zet in op duurzame ontwikkeling van verblijfsrecreatie, waarbij kwaliteitsverbetering, landschappelijke inpassing en het inspelen op kansrijke doelgroepen centraal staan. Om goed in te kunnen spelen op de kansrijke doelgroepen kan gebruik worden gemaakt van de kansenkaart van Marketing-Oost waarin de stijlzoeker- en inzichtzoeker als meest kansrijke doelgroepen worden omschreven. Uitbreidingen en transformaties moeten goed onderbouwd zijn en aansluiten op de omgeving, terwijl nieuwvestiging beperkt blijft om de natuurlijke waarden te beschermen. Er wordt speciale aandacht gegeven aan het behoud van het karakter van het buitengebied, met een focus op het benutten van bestaande voorzieningen en het ondersteunen van kleinschalige en unieke recreatieve initiatieven. Vrijkomende agrarische bebouwing en agrarische bedrijven worden gezien als kansen voor de integratie van recreatieve functies, waarbij de vitaliteit en economische draagkracht van het buitengebied behouden blijft. 

2.9.4 Dagrecreatie

Voor dagrecreatie is Nationaal park Sallandse Heuvelrug met het Holterbergplein een belangrijke dagrecreatieve bestemming. Daarnaast zijn locaties als de Canadese begraafplaats, de Oosterhof en de Pelmolen, maar ook kinderboerderij Dondertman voorbeelden van veel bezochte dagrecreatieve voorzieningen. Voor bestaande dagrecreatieve voorzieningen willen we inzetten op behoud, seizoensverlenging en -verbreding. De gemeente staat open voor initiatieven om slechtweervoorzieningen te ontwikkelen. Nieuwe dagrecreatieve voorzieningen moeten passen binnen de landschappelijke kaders en mogen geen nadelige consequenties hebben voor natuur, waterhuishouding, het grondwaterbeschermingsgebied of omliggende agrarische bedrijven. Een koppeling met (nieuwe) dagrecreatie kan gelegd worden met cultuurhistorie en erfgoed dat in onze gemeente rijkelijk aanwezig is. Bij nieuw te realiseren dagrecreatieve voorzieningen is aandacht voor kwantiteit en kwaliteit, met andere woorden er moet sprake zijn van differentiatie in de verschillende vormen van dagrecreatie. Als we kijken naar horeca geldt alleen voor het buitengebied een "nee, tenzij" beleid: horeca is alleen toegestaan als het een toegevoegde waarde biedt binnen een nieuw totaalconcept op een strategische locatie, passend bij routestructuren, waarbij horeca een aanvullende rol speelt.

2.9.5 Routestructuren

Goede routestructuren zijn van groot belang voor een recreatief aantrekkelijk buitengebied. Rijssen-Holten kent veel goede routestructuren voor wandelaars, fietsers en ruiters. Op gebied van routestructuren hebben we de ambitie om tot de top van Nederland te behoren, waardoor verbetering wenselijk en op onderdelen noodzakelijk is en blijft. De kwaliteitsverbetering zit in de begaanbaarheid en toegankelijkheid van routestructuren, maar met name ook in de aantrekkelijkheid van deze routestructuren. Rijssen-Holten sluit aan bij de Twentse filosofie voor routestructuren. Vanuit Twente wordt gewerkt aan een 'visie toekomstbestendige routenetwerken Twente', waarin éénduidige, uniforme en belevenisvolle routenetwerken het uitgangspunt zijn. 

Hierbij draait het om:

 

  • a.

    routebeleving in combinatie met belevingsobjecten;

  • b.

    de koppeling tussen stad/dorp en het landelijk gebied op basis van de systematiek van het spinnenwebmodel;

  • c.

    bijzondere objecten integreren in routes, om zo deze routes uniek te maken voor het gebied (Oosterhof, Beukenlaantje, veerpontje Regge);

  • d.

    het realiseren van thematische routes op basis van regionale thema's;

  • e.

    het creëren van diversiteit in routes op basis van het ruggengraat principe, waarbij meerdaagse (wandel)routes en iconische routes dragers zijn van de routestructuren in de regio;

  • f.

    universele herkenbaarheid, zowel in online als offline omgeving;

  • g.

    toepassing van herkenbare informatiepunten, voor de samenhang van de routestructuren (toeristisch opstappunt (TOP) en toeristisch informatiepunt (TIP).

Daarnaast zijn bij het aanleggen en vinden van nieuwe routestructuren of het opwaarderen/verbeteren van bestaande routes zijn de volgende zaken van belang:

  • nieuwe routestructuren moeten passen in het landschappelijke karakter;

  • het vervolmaken/afronden van de recreatieve routes die Rijssen verbinden met de Holterberg, waarbij de dijk- en zandwegen de basis vormen;

  • routestructuren verbinden met het fietsnetwerk, waarbij opwaardering van het fietsnetwerk, bijvoorbeeld met een snelfietsweg, kansen biedt voor (duurzame) bereikbaarheid;

  • recreatieve routes worden opgewaardeerd met groenvoorzieningen.

  • kwetsbare natuur komt niet in het gedrang. De toegankelijkheid van natuurgebieden wordt geoptimaliseerd waar mogelijk en beperkt op plekken waar dat vanuit het oogpunt van natuur gewenst is.

  • specifiek voor ruiterpaden geldt dat een netwerk van ruiterpaden de beleving te paard mogelijk maakt en de verschillende maneges met elkaar en mooie plekken in het gebied verbindt.

 

2.9.6 Recreatie en toerisme per deelgebied
2.9.6.1 Recreatie en toerisme in de kern Holten

Recreatie en toerisme in Holten moet sterker verbonden worden met Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug, daar willen we de komende jaren op inzetten. Het versterken van deze verbinding is essentieel voor het bevorderen van recreatie en toerisme in Rijssen-Holten en de spreiding van bezoekers. Een aantrekkelijk centrum met passend aanbod aan winkels en horeca en voldoende parkeren is daarvoor een goede basis. Verder zal er moeten worden gewerkt aan een programma met bijbehorende voorzieningen om mensen vanuit het dorp Holten te laten starten met (duurzame) recreatieve activiteiten, denk hierbij aan routes en het stimuleren van het aanbod duurzaam vervoer. Communicatie is hierin ook van belang om te zorgen dat de potentiële bezoekers van deze aanvullende voorzieningen op de hoogte worden gebracht. 

Zo kan Holten zich naast het Holterbergplein doorontwikkelen als een nog beter startpunt voor recreatie op de Sallandse Heuvelrug. Dit draagt bij aan de doelstelling om duurzaam recreëren te verbeteren en zorgt ervoor dat Holten een belangrijke schakel wordt in recreatie en toerisme van de regio. Zo kunnen zowel inwoners als toeristen genieten van een unieke combinatie van natuur en stedelijke voorzieningen, waarbij duurzaamheid centraal staat.

2.9.6.2 Recreatie en toerisme in de kern Rijssen

Recreatie en toerisme in Rijssen richt zich op het behouden en versterken van haar winkelgebied, dat essentieel is voor de lokale recreatie en toerisme sector. Een aantrekkelijk en vitaal winkelgebied trekt niet alleen inwoners maar ook regionaal bezoek en toeristen, die profiteren van een divers aanbod aan winkels en horecagelegenheden. Dit winkelgebied fungeert als een belangrijk economisch en sociaal hart van de stad. Daarnaast biedt de rijke historie van Rijssen, die momenteel nog onvoldoende bekend en uitgedragen wordt, een unieke kans om de toeristische aantrekkingskracht te vergroten. Als onderdeel van de Hanze, heeft Rijssen een interessant cultureel erfgoed dat beter benut kan worden om bezoekers te informeren en te inspireren. Met deze geschiedenis kunnen beleefroutes worden vormgegeven en kunnen bestaande routes beter beleefbaar worden gemaakt, zoals het Markramerspad en Overijsels Havezathepad. Door de combinatie van historisch erfgoed, natuurlijke schoonheid, dagrecreatie en een levendig winkelgebied kan Rijssen zich positioneren als een veelzijdige bestemming binnen de recreatie en toerisme sector. Dit vraagt om een integrale aanpak waarbij behoud, promotie en vernieuwing hand in hand gaan om de aantrekkelijkheid van Rijssen te versterken.

2.9.6.3 Recreatie en toerisme in Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek

Langs een onregelmatig raster van wegen ligt verspreide agrarische bebouwing met groene erven; soms van historisch karakter, soms moderne bedrijven. De balans tussen leefbaarheid, agrarische bedrijvigheid en biodiversiteit is de uitdaging in het gebied. Indien agrariërs behoefte zien aan het toevoegen van een nevenfunctie aan hun bedrijfsvoering kan een recreatieve functie mogelijk een invulling vormen. Het buitengebied kan ten gevolge van de transitieopgave in het landelijk gebied ruimte bieden aan  nieuwe recreatieve en toeristische ontwikkelingen. Voor wat betreft recreatie en toerisme in Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek kan dat betrekking hebben op uitbreiding van bestaande bedrijven, nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven of transformatie van (agrarische) bedrijfsbestemmingen. Agrarische bedrijven kunnen, zonder nadelige effecten op de omgeving, verblijfsrecreatie integreren om hun bedrijfsvoering te diversifiëren en zo bij te dragen aan de vitaliteit van het buitengebied. Bovendien biedt het versterken van het kleinschalige landschap, in combinatie met recreatie, mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van het landelijk toerisme in de gemeente.  Hierbij kan eventueel vrijgekomen agrarische bebouwing in het gebied getransformeerd worden naar hoogwaardige recreatieve voorzieningen, die zowel landschappelijk goed ingepast zijn als markttechnisch onderbouwd. De focus moet daarbij wel liggen op kwaliteit en uniek/vernieuwend aanbod (niet meer van hetzelfde). Het moet bijdragen aan de doelgroepen die we willen aantrekken binnen de gemeente.

2.9.6.4 Recreatie en toerisme op de Westflank Holterberg

Dit gebied ligt op de westflank van de Holterberg. Kenmerkend is de verspreide aanwezigheid van historische Sallandse boerderijen en erven (met sterke Twentse invloeden), tussen glooiende akkers, bosjes en beplantingselementen, waardoor het gebied zeer gevarieerd en kleinschalig is. Het gebied heeft hoge natuurwaarden en ligt voor een deel in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Om de recreatieve druk te verspreiden worden er op de flanken van de Holter- en Rijsserberg extra mogelijkheden gecreëerd voor kleinschalige en unieke verblijfsrecreatie binnen de bouwmogelijkheden van het bestaande erf. Hierbij zijn het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing een voorwaarde. 

Hiernaast is de overgang tussen natuur en agrarisch buitengebied ook sterk kenmerkend. Het buitengebied kan ten gevolge van de transitieopgave in het landelijk gebied ruimte bieden aan  nieuwe recreatieve en toeristische ontwikkelingen. Voor wat betreft recreatie en toerisme op de Westflank Holterberg kan dat betrekking hebben op uitbreiding van bestaande bedrijven, nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven of transformatie van (agrarische) bedrijfsbestemmingen. Agrarische bedrijven kunnen, zonder nadelige effecten op de omgeving, verblijfsrecreatie integreren om hun bedrijfsvoering te diversifiëren en zo bij te dragen aan de vitaliteit van het buitengebied. Bovendien biedt het versterken van het kleinschalige landschap, in combinatie met recreatie, mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van het landelijk toerisme in de gemeente.  Hierbij kan eventueel vrijgekomen agrarische bebouwing in het gebied getransformeerd worden naar hoogwaardige recreatieve voorzieningen, die zowel landschappelijk goed ingepast zijn als markttechnisch onderbouwd. De focus moet daarbij wel liggen op kwaliteit en uniek/vernieuwend aanbod (niet meer van hetzelfde). Het moet bijdragen aan de doelgroepen die we willen aantrekken binnen de gemeente.

2.9.6.5 Recreatie en toerisme in Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek

In dit gebied staan overwegend grote agrarische bedrijven. Het gebied kent grote kavels en staat bekend om de weidevogels in de natuur van de Fliermaten. Om de ruimte voor de agrarische sector te behouden is het toevoegen van functies voor recreatie en toerisme in Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek uitgesloten.

2.9.6.6 Recreatie en toerisme in De Schipbeek

De Schipbeek was vroeger een belangrijke handelsroute tussen de Hanzesteden Munster en Deventer. Tegenwoordig is het een prachtig beekdal waar genoten kan worden van water, natuur en cultuur. Het Pieterpad loopt ook gedeeltelijk langs de Schipbeek, daarmee zien veel wandelaars dit gebied. Kansen liggen er om de recreatieve en natuurlijke betekenis van het gebied te vergroten en te versterken. Focus ligt hierbij op de sportieve groep recreanten. Vanwege het Hanzeverleden liggen hier kansen om deze oude handelsroute weer nieuw leven in te blazen, dit is een groot project dat loopt, waarbij de gemeente een faciliterende en betrokken rol heeft. Het gebied De Schipbeek is verder een overwegend agrarisch gebied. Om de ruimte voor de agrarische sector te behouden is het toevoegen van functies voor recreatie en toerisme in De Schipbeek uitgesloten.

2.9.6.7 Recreatie en toerisme op de Holterberg

De ambitie voor de Holterberg is om de druk op de meest kwetsbare natuurgebieden en toeristische hotspots, zoals het Holterbergplein, te verminderen. Dit kan worden bereikt door bezoekers beter te spreiden in tijd en ruimte. Het creëren van nieuwe start- en informatiepunten verspreid over het hele Sallandse Heuvelrug en Twentsreggedal gebied, gecombineerd met gerichte communicatie, marketing en productontwikkeling, kan helpen bezoekers te verleiden om ook andere delen van het gebied te ontdekken en op minder populaire tijden een bezoek te brengen. Ook wordt er gestreefd naar vermindering van gemotoriseerd verkeer. Door (extra) beperkingen van het gebruik als doorgaande weg naar Hellendoorn (inclusief handhaving op snelheid en sluitingstijden) en door stimulering wandelen, fietsen of OV vanaf de voet van de Holterberg. Onderzoek naar hardere maatregelen moet worden afgerond om op basis daarvan een uitvoeringsprogramma vorm te geven. Onderzoek en monitoring zullen een belangrijke rol spelen in dit proces, zodat de effecten van deze maatregelen continu geëvalueerd en aangepast kunnen worden. Hierdoor kan de focus worden gelegd op de juiste balans tussen natuurbehoud en recreatie voor de toekomst. 

De recreatie en toerisme op de Holterberg is mede bijzonder omdat juist in dit gebied, naast de Rijsserberg, zich de meeste hotels bevinden. De afgelopen jaren hebben veel van deze voorzieningen een kwaliteitsslag doorgemaakt. Toch blijven er kansen liggen voor kwaliteitsverbetering en opwaardering van bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen en transformatie van locaties met een bedrijfsfunctie naar een verblijfsrecreatieve functie. Hierbij wordt als minimale inspanning verwacht dat gekeken wordt naar een duurzame kwaliteitsverbetering en een goede bedrijfseconomische onderbouwing. Denk hierbij aan het juist marktsegment en een passende aansluiting op het omliggende gebied. Grootschalige uitbreidingen van recreatieve voorzieningen zijn binnen deze deelgebieden niet gewenst, omdat dit conflicteert met het beschermen van de natuurlijke en ecologische waarden van de Natura2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Er is onder voorwaarden zeer beperkte ruimte voor innovatieve ‘groene’ verblijfs- en belevingsconcepten van tijdelijke (max 5 jaar) aard op de terreinen van grootgrondbezitters (meer dan 250 Ha).  

2.9.6.8 Recreatie en toerisme in Holter- en Lokerenk en Look

Voor recreatie en toerisme in Holter- en Lokerenk en Look moet ingezet worden op het versterken van de recreatieve verbinding tussen Holten en de Holterberg. Verder kent het gebied bijzondere cultuurhistorisch waarden door verschillende archeologische monumenten, waaronder de fundamenten van (middeleeuws kasteel) de Waerdenborch aan de rand van Holten. Recreatief gezien zijn er bestaande (grootschalige) verblijfsrecreatieve accommodaties, zoals een vakantiepark en camping. Ook zijn er bestaande ontwikkelingen gaande in dit gebied, een nieuwe ontwikkeling van recreatiewoningen en een mogelijke uitbreiding bij een camping. Hier worden plannen uitgewerkt/ontwikkeld voor uitbreiding van het verblijfsaanbod. Het is van belang dat hier goed wordt gekeken naar de balans tussen economie en ecologie, en hoe dit kan aansluiten bij de ambitie. 

Daarnaast geldt dat in de rest van het buitengebied (met uitzondering van deelgebieden 3 en 4), ten gevolge van de transitieopgave in het landelijk gebied, ruimte geboden wordt aan nieuwe recreatieve en toeristische ontwikkelingen. Dat kan betrekking hebben op uitbreiding van bestaande bedrijven, nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven of transformatie van (agrarische) bedrijfsbestemmingen. Hierbij kan vrijgekomen agrarische bebouwing getransformeerd worden naar hoogwaardige recreatieve voorzieningen, die zowel landschappelijk goed ingepast zijn als markttechnisch onderbouwd. Agrarische bedrijven kunnen, zonder nadelige effecten op de omgeving, verblijfsrecreatie integreren om hun bedrijfsvoering te diversifiëren en zo bij te dragen aan de vitaliteit van het buitengebied. Bovendien biedt het versterken van het kleinschalige landschap, in combinatie met recreatie, mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van het landelijk toerisme in de gemeente. 

De focus moet daarbij wel liggen op kwaliteit en uniek/vernieuwend aanbod (niet meer van hetzelfde). Het moet bijdragen aan de doelgroepen die we willen aantrekken binnen de gemeente.

2.9.6.9 Recreatie en toerisme bij de Beuseberg, Zuurberg en Borkeld

Het gebied van de Zuurberg en de Beuseberg behoort tot de hogere delen van de gemeente. Het gebied kenmerkt zich door de overgang van natuur naar agrarische gronden. Er liggen kansen voor het ontwikkelen van actieve vormen van recreatie rondom de Zuurberg en de Beuseberg. Hierbij is het van groot belang dat er aansluiting wordt gezocht bij bestaande en nieuwe routestructuren, zoals het Pieterpad en het Wereldtijdpad, om zo een betere verbinding met andere deelgebieden te leggen. Versterking van de (verblijfs)recreatieve voorzieningen in combinatie met landschappelijke inpassing biedt veel kansen voor dit gebied. Outdoors Holten speelt hier al op in, zij hebben grote ontwikkelplannen die passen bij de visie. 

Verder zijn in dit gebied, langs de A1, zijn twee horecalocaties gelegen. De bestaande horecagelegenheden aan de verzorgingsplaatsen vragen een kwaliteitsimpuls. Deze horecagelegenheden zijn hierbij in principe bedoeld voor (zakelijke) gebruikers van de weg. Met name de locatie op de verzorgingsplaats ten noorden langs de A1, vraagt aandacht, waarbij op deze locatie ook mogelijkheden zijn voor een nieuwe verblijfsrecreatieve of horeca invulling. Zodat het ook voor toeristen aantrekkelijk is om hier te verblijven.

Het buitengebied kan ten gevolge van de transitieopgave in het landelijk gebied ruimte bieden aan nieuwe recreatieve en toeristische ontwikkelingen. Voor wat betreft recreatie en toerisme bij de Beuseberg, Zuurberg en Borkeld kan dat betrekking hebben op uitbreiding van bestaande bedrijven, nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven of transformatie van (agrarische) bedrijfsbestemmingen. Agrarische bedrijven kunnen, zonder nadelige effecten op de omgeving, verblijfsrecreatie integreren om hun bedrijfsvoering te diversifiëren en zo bij te dragen aan de vitaliteit van het buitengebied. Bovendien biedt het versterken van het kleinschalige landschap, in combinatie met recreatie, mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van het landelijk toerisme in de gemeente.  Hierbij kan eventueel vrijgekomen agrarische bebouwing in het gebied getransformeerd worden naar hoogwaardige recreatieve voorzieningen, die zowel landschappelijk goed ingepast zijn als markttechnisch onderbouwd. De focus moet daarbij wel liggen op kwaliteit en uniek/vernieuwend aanbod (niet meer van hetzelfde). Het moet bijdragen aan de doelgroepen die we willen aantrekken binnen de gemeente.

De Borkeld is een gebied met veel particuliere recreatiewoningen en een belangrijk marktaandeel in het toerisme van Rijssen-Holten. Het huidige aantal woningen, het aantal recreatiewoningen in het bestemmingsplan opgenomen inclusief verleende vergunningen waarvan de recreatiewoningen nog niet zijn gerealiseerd, is tevens het maximum. Het gebied is echter niet volledig vitaal en vraagt om verbetering en (her)ontwikkeling. Dit gebied heeft bijzondere aandacht vanuit het project vitale vakantieparken Overijssel. Momenteel biedt een deel van de vakantieparken huisvesting aan tijdelijke gebruikers. Om deze locaties te vitaliseren is een plan nodig.  De gemeente is sinds 2024 eigenaar van een park waar de komende jaren asielzoekers worden opgevangen, met toekomstig recreatief gebruik als doel.

Er is met de eigenaren en gebruikers van de Borkeld, samen met de omgeving, afgesproken dat er een gebiedsvisie opgesteld gaat worden in de toekomst. Zodat er vanuit verschillende perspectieven naar een toekomstbestendige omgeving van de Borkeld kan worden toegewerkt. 

Een belangrijk element van de visie is de ontwikkeling van een start- en informatiepunt, net buiten de gemeente, met een sterke koppeling naar het natuurgebied van de Borkeld. Dit punt dient niet alleen als toegangspoort tot het gebied, maar ook als een plek waar bezoekers informatie kunnen verkrijgen over de routes, de natuur, en de beschikbare voorzieningen. Dit kan bijdragen aan een betere spreiding van recreatiedruk, waardoor de druk op de nabijgelegen Holterberg afneemt. 

2.9.6.10 Recreatie en toerisme op de Oostflank Holterberg

Aan de zuidrand van het gebied, langs de Rijssenseweg/Holterstraatweg, liggen enkele verblijfsrecreatieterreinen. Deze recreatieterreinen zijn bezig met ontwikkelplannen (waarvan één in uitvoering en één recent in het Omgevingsplan vastgesteld). De belangrijkste uitdagingen voor dit gebied zijn het beheersen van de recreatiedruk op de Holterberg en het uitbreiden van de verblijfsrecreatieve mogelijkheden. Om de recreatieve druk te verspreiden worden er op de flanken van de Holter- en Rijsserberg extra mogelijkheden gecreëerd voor kleinschalige en unieke verblijfsrecreatie binnen de bouwmogelijkheden van het bestaande erf. Hierbij zijn het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing een voorwaarde. 

Het buitengebied kan ten gevolge van de transitieopgave in het landelijk gebied ruimte bieden aan nieuwe recreatieve en toeristische ontwikkelingen. Voor wat betreft recreatie en toerisme op de Oostflank Holterberg kan dat betrekking hebben op uitbreiding van bestaande bedrijven, nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven of transformatie van (agrarische) bedrijfsbestemmingen. Agrarische bedrijven kunnen, zonder nadelige effecten op de omgeving, verblijfsrecreatie integreren om hun bedrijfsvoering te diversifiëren en zo bij te dragen aan de vitaliteit van het buitengebied. Bovendien biedt het versterken van het kleinschalige landschap, in combinatie met recreatie, mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van het landelijk toerisme in de gemeente.  Hierbij kan eventueel vrijgekomen agrarische bebouwing in het gebied getransformeerd worden naar hoogwaardige recreatieve voorzieningen, die zowel landschappelijk goed ingepast zijn als markttechnisch onderbouwd. De focus moet daarbij wel liggen op kwaliteit en uniek/vernieuwend aanbod (niet meer van hetzelfde). Het moet bijdragen aan de doelgroepen die we willen aantrekken binnen de gemeente.

2.9.6.11 Recreatie en toerisme in Omgeving de Leiding en Overtoom

De gebieden Middelveen-Overtoom en Zunasche Heide zijn de afgelopen jaren drastisch veranderd. Weilanden maakten plaats voor nieuwe natuur en het gebied is nu een verbinding tussen de Sallandse Heuvelrug, de Borkeld en het Elsenerveld. Het gebied wordt gekenmerkt door verhoogde dijkwegen, die samen met het unieke verkavelingspatroon de cultuurhistorische waarde van het landschap onderstrepen. De Zunasche Wal, een historische grens tussen Rijssen en Wierden, en de elzensingels dragen eveneens bij aan het rijke culturele erfgoed. Daarnaast biedt de natte natuur, het aanwezige kwelwater, met zijn bijzondere belevingswaarde, een aantrekkelijk decor voor recreanten en natuurliefhebbers. Het gebied is inmiddels een walhalla voor vogelspotters en een uniek stukje natuur dat veel bekijks trekt. Er liggen kansen voor een betere vermarkting van het gebied en het verbeteren van routestructuren voor fietsers en wandelaars. Dit moet wel passen binnen de mogelijkheden van de natuurlijke waarden van het gebied. Delen van het gebied zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 

Het buitengebied kan ten gevolge van de transitieopgave in het landelijk gebied ruimte bieden aan  nieuwe recreatieve en toeristische ontwikkelingen. Voor wat betreft recreatie en toerisme in Omgeving de Leiding en Overtoom kan dat betrekking hebben op uitbreiding van bestaande bedrijven, nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven of transformatie van (agrarische) bedrijfsbestemmingen. Agrarische bedrijven kunnen, zonder nadelige effecten op de omgeving, verblijfsrecreatie integreren om hun bedrijfsvoering te diversifiëren en zo bij te dragen aan de vitaliteit van het buitengebied. Bovendien biedt het versterken van het kleinschalige landschap, in combinatie met recreatie, mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van het landelijk toerisme in de gemeente. De focus moet daarbij wel liggen op kwaliteit en uniek/vernieuwend aanbod (niet meer van hetzelfde). Het moet bijdragen aan de doelgroepen die we willen aantrekken binnen de gemeente.  

2.9.6.12 Recreatie en toerisme op de Rijsserberg

Recreatie en toerisme op de Rijsserberg biedt diverse dag- en verblijfsrecreatieve mogelijkheden die de aantrekkelijkheid van de gemeente versterken. Het is net zoals het Hollands Schwarzwald een belangrijke uitvalsbasis voor recreanten. Belangrijke trekpleisters, naast wandelen en fietsen, zoals het zwembad De Koerbelt en het Leemspoor Museum trekken zowel lokale bewoners als toeristen aan. Daarnaast dragen grote horecagelegenheden bij aan een recreatieve ervaring, voor zowel de inwoner als de bezoeker. Verblijfsaccommodaties bieden comfortabele accommodaties, naast de Holterberg is ook hier hotelaanbod. De afgelopen jaren hebben veel van deze voorzieningen een kwaliteitsslag doorgemaakt. Toch blijven er kansen liggen voor kwaliteitsverbetering en opwaardering van bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen en transformatie van locaties met een bedrijfsfunctie naar een verblijfsrecreatieve functie. Hierbij wordt als minimale inspanning verwacht dat gekeken wordt naar een duurzame kwaliteitsverbetering en een goede bedrijfseconomische onderbouwing. Denk hierbij aan het juist marktsegment en een passende aansluiting op het omliggende gebied. Grootschalige uitbreidingen van recreatieve voorzieningen zijn binnen deze deelgebieden niet gewenst, omdat dit conflicteert met het beschermen van de natuurlijke en ecologische waarden van de Natura2000 en het Natuurnetwerk Nederland.

De oost- en zuidranden van Rijssen zijn daarbij aangewezen als recreatief ontwikkelgebied, wat kansen biedt om nieuwe kleinschalige faciliteiten toe te voegen en bestaande voorzieningen kwalitatief te versterken en beter op elkaar af te stemmen. Kansen liggen met name in het verbeteren van de routestructuren en het beter benutten van de aanwezige recreatieve mogelijkheden. Daarnaast kunnen de cultuurhistorische waarden in het gebied beter zichtbaar en beleefbaar worden gemaakt. Rijssen-Zuid kan zich op deze manier verder ontwikkelen als een veelzijdig recreatief ontwikkelgebied, aantrekkelijk voor zowel lokale bezoekers als toeristen. 

2.9.6.13 Recreatie en toerisme bij De Regge en Oosterhof

De Regge is een rivier die weer als vanouds meandert langs Rijssen en vormt daarmee een belangrijke verbindende recreatieve factor. Het gebied rondom de Regge is bijzonder aantrekkelijk voor mens, plant en dier. De recent voltooide herinrichting van de Regge creëert nieuwe mogelijkheden voor het gebied rondom de Pelmolen. Dit historische gebied kan worden ontwikkeld tot een aantrekkelijke bestemming voor zowel recreatie als educatie, waarbij de nadruk ligt op de rijke geschiedenis van de regio, haar band met de Hanze en wellicht kleinschalige watersport activiteiten.

Rijssen, Oosterhof en de omliggende gebieden bieden unieke kansen voor recreatie en toerisme bij De Regge en Oosterhof  door het potentieel als cultureel cluster en start- en informatiepunt. Het ontwikkelen van de Oosterhof als een centraal start- en informatiepunt kan bijdragen aan de spreiding van toeristen in ruimte en tijd, waardoor de druk op andere recreatieve hotspots wordt verminderd. 

De visie vanuit het Masterplan Oosterhof richt zich op het landbouwlandschap ten oosten van Rijssen, namelijk Havezate De Oosterhof, Het Volkspark, park De Eshorst en de paardenweide. De focus ligt op het beschermen, verder ontwikkelen, en verbinden met de omgeving van dit gebied. Deze visie houdt rekening met de sfeer en achtergrond van de genoemde plekken. Hierbij is ook een stuk cultuur en erfgoed gemoeid, denk hierbij aan verschillende musea. Deze en meerdere recreatieve componenten bevat het masterplan die aansluiten bij de ambitie om cultuur en erfgoed beter te positioneren. Door deze culturele en historische aspecten prominenter naar voren te brengen, kan Rijssen Oosterhof een aantrekkelijker bestemming worden voor toeristen die geïnteresseerd zijn in cultuur en geschiedenis. Hierbij is het Rijssens Museum één van de trekkers, maar kan men ook vanaf het water met de Enterse Zomp een stuk van de geschiedenis ervaren worden. Om dit verder te versterken kunnen (meer) evenementen georganiseerd worden in de evenementenweide. Om dit te realiseren is het eveneens belangrijk om de samenwerking tussen de Kooperaatsie en Toerisme Rijssen-Holten te behouden en versterken.

2.10 Economie

2.10.1 Bedrijvigheid in het buitengebied
2.10.1.1 Landbouw

Landbouw is de hoofdfunctie en de belangrijkste economische identiteitsdrager in het grootste gedeelte van het buitengebied. Juist deze sector heeft momenteel te maken met grote opgaven en een grote onzekerheid.

De landbouw zal een flinke bijdrage moeten leveren aan de vermindering van de stikstofuitstoot. Dit betekent een transitie van intensieve landbouw naar extensieve kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. De Provincie Overijssel stelt een 3x3 aanpak centraal, gericht op sociaal-economisch perspectief, een duurzame landbouwsector en het herstel van natuur, watersystemen en klimaat. Daarbij is ook gewerkt aan een provinciale landbouwvisie. Met name in gebieden naast en nabij Natura2000 gebieden en Kaderrichtlijn Water wateren (KRW) zullen de opgaven veranderingen met zich meebrengen. Ook in gebieden waar minder druk op de natuur is zal de landbouw moeten extensiveren. Het aantal agrarische bedrijven zal de komende jaren naar verwachting afnemen. Deze trend is al jaren zichtbaar en zal verder doorzetten met de huidige ontwikkelingen.

Als gemeente ondersteunen wij onze agrariërs, door met hen in gesprek te blijven over de ontwikkelingen en de perspectieven. De gebiedscoördinator van de gemeente is hierbij een belangrijke schakel tussen de agrariërs en de gemeente. Vanuit gebiedsprocessen moet duidelijk worden wat een duurzame invulling van een gebied is en hoe de toekomst van de agrarische bedrijven in het gebied eruit komt te zien. Deze gebiedsprocessen kunnen het beste opgepakt worden vanuit het gebied zelf. De agrariërs beschikken over de meeste inhoudelijke gebiedskennis en kunnen passende oplossingsrichtingen aandragen rondom specifieke opgaven. De gemeente denkt hierbij mee en faciliteert bij de opzet van deze gebiedsprocessen. Binnen een gebiedsproces kan de gemeente bijvoorbeeld meedenken over de inzet en beschikbaarheid van gronden. Met stoppende agrariërs zoeken we samen naar een nieuwe invulling van de vrijkomende agrarische bebouwing die past bij het gebied en kijken we naar het sociaal economisch perspectief van de stoppende agrariër zelf.

Voor blijvende agrariërs zal er sprake zijn van aanpassingen van hun bedrijfsvoering. Hierbij wordt ruimte geboden voor het zoeken naar andere verdienmodellen. Kennisinstellingen, agrariërs, bedrijven en overheden werken samen aan een duurzame agrarische sector en kringlooplandbouw. Er wordt ingezet op praktijkpilots om te zien welke vernieuwingen een nieuw verdienmodel kunnen creëren. Een voorbeeld is het verkennen van het telen van gewassen voor biobased bouwmaterialen en het telen van eiwitten.

Binnen de gemeente Rijssen-Holten blijft er ruimte voor agrarische bedrijven. Voor de uitbreiding van agrarische bedrijven geldt dat uitbreiding moet passen binnen de geldende Europese en landelijke milieuvoorwaarden. Niet elk gebied zal geschikt zijn voor uitbreiding van het agrarische bedrijf. Binnen het gebied ten zuidwesten van Holten zien we de meeste kansen voor agrarische bedrijven. Binnen de overige delen zal landbouw een meer extensief karakter hebben door het toepassen van kringlooplandbouw en functieverbreding.

Binnen de gebieden rondom Natura2000, KRW watergangen en Natuurnetwerk Nederland zal de agrarische sector een meer natuurinclusieve ontwikkeling doormaken, waarbij er extra ruimte is voor functieverbreding zoals recreatie. 

Alle nieuwe ontwikkelingen in de landbouwsector moeten een bijdrage leveren aan de identiteit en de karakteristiek van het landelijk gebied.

2.10.1.2 Primair landbouwgebied

De deelgebieden Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek en de Schipbeek zijn aangewezen als primair landbouwgebied. In deze gebieden liggen kansen en is ruimte voor agrariërs om hun agrarische bedrijf verder te ontwikkelen, binnen de geldende milieuregelgeving. In het noorden van dit gebied dient wel rekening gehouden te worden met het waterintrekgebied. Nieuwe ontwikkelingen rondom conflicterende functies zijn niet gewenst in dit gebied. 

2.10.1.3 (Boom)kwekerijen en sierteelten

Chemische gewasbeschermingsmiddelen kunnen een negatief effect hebben op de waterkwaliteit en de gezondheid van omwonenden. (Boom)kwekerijen en sierteelten, waaronder ook lelieteelt, zijn daarom niet zomaar overal toegestaan in de gemeente Rijssen-Holten. Op gronden met een agrarische functie mogen geen beplantingsgewassen zoals planten, struiken en bomen, één en ander in de vorm van volle grondteelt dan wel pot- en containerteelt of daarmee gelijk te stellen teelt worden verbouwd (tenzij dit locatiespecifiek wel is toegestaan). Het omgevingsplan van de gemeente stelt dus regels over het wel of niet mogen verbouwen van deze gewassen op agrarische grond.

2.10.1.4 Functieverbreding bij agrarische bedrijven

Functieverbreding is een mogelijkheid om agrarische bedrijven gezond te houden. Het kan hier gaan om agrarisch gerelateerde bedrijfsactiviteiten (o.a. landschapsonderhoud en landbouwmechanisatie) of niet-agrarisch gerelateerde bedrijfsactiviteiten (o.a. kinderopvang) of een mix van beiden (o.a. zorgboerderij). Ook liggen er kansen voor de verkoop van streekproducten. Hierbij is het ontwikkelen van een lokaal netwerk waarin ondernemers en initiatiefnemers elkaar kunnen vinden, inspireren en versterken door samenwerkingen aan te gaan van belang.

Verbreding is mogelijk mits deze de primaire bedrijvigheid in het gebied niet schaadt. Zo is er in het primair landbouwgebied minder mogelijk qua functieverbreding dan in andere gebieden. Belangrijk uitgangspunt bij nevenfuncties of kleinschalige bedrijfsfuncties is, dat er sprake is van een agrarische functie waarbij een nieuwe functie wordt toegevoegd. Voor niet-agrarisch gerelateerde bedrijfsactiviteiten geldt een maximum omvang die wenselijk is in het buitengebied. Bij eventuele beëindiging van de agrarische functie wordt de nieuwe functie heroverwogen als zelfstandige functie bij de vrijkomende agrarische bebouwing. 

Verbreding van het agrarische bedrijf heeft vaak ook consequenties voor het erf of de directe omgeving van het erf, bijvoorbeeld een kleinschalig kampeerterrein. Erven zijn een van de belangrijkste beelddragers van het buitengebied. Erven verschillen bovendien van opzet en uitstraling per landschapstype. Door bij het vormgeven van de erven rekening te houden met de karakteristieken ter plekke, kan het landschapsbeeld worden behouden of versterkt. De gemeente stelt dan ook als voorwaarde dat uitbreidingen en ontwikkelingen bijdragen aan een verhoging van de kwaliteiten van het landschap ter plaatse. Daarbij passen middelen zoals nieuwe perceelsrandbeplanting en goed in het in het landschap ingepaste erven. Het verdient aanbeveling om met de aanplant van nieuwe beplanting of de aanleg van water rekening te houden met de ecologische potenties hiervan.

2.10.1.5 Vrijkomende agrarische bebouwing en bedrijfsactiviteiten

De verwachting is dat de vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied zal toenemen. Het aantal agrarische bedrijven loopt namelijk nog steeds terug. Door meer mogelijkheden te bieden voor deze locaties met vrijkomende agrarische bebouwing wordt de leefbaarheid, vitaliteit en de lokale economie gestimuleerd. Ook wordt leegstand en verpaupering voorkomen. Hierbij wordt uitgegaan van bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2 of bedrijven met een hogere milieucategorie als ze aan het buitengebied (de landbouw) gelieerd zijn.

Uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid is in principe niet mogelijk, alleen de schuur-voor-schuur regeling geeft hier mogelijkheden voor. Waarbij gesloopte meters van elders ingezet kunnen worden voor de uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf. Hoofdstuk 3 in het beleid ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied beschrijft de mogelijkheden en voorwaarden voor vrijkomende agrarische bebouwing.

Invulling geven aan voormalige agrarische bebouwing is mogelijk als er sprake is van een goede landschappelijke inpassing, een toevoeging van ruimtelijke kwaliteit, en de invulling gericht is op de duurzame voortzetting van het bedrijf ter plaatste. Waarbij er geen nadelige consequenties zijn voor bijvoorbeeld natuurgebieden en de drinkwaterwinning.

2.10.1.6 Andere bestaande bedrijvigheid in het buitengebied

Naast de landbouw is er ook andere bedrijvigheid in het buitengebied aanwezig. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven (gelieerd aan het buitengebied) als, loonwerkbedrijven, maneges, hoveniersbedrijven en tuincentra. Deze bedrijvigheid is van belang voor de vitaliteit van het buitengebied en deze willen we behouden. Wel wordt er rekening gehouden met de impact van deze bedrijvigheid op de leefbaarheid van het buitengebied.

2.10.1.7 Nieuwe bedrijvigheid in het buitengebied

Voor de vitaliteit van ons buitengebied is er ruimte voor nieuwe bedrijvigheid. Zoals eerder benoemd is het mogelijk om in voormalige agrarische bedrijfsbebouwing bedrijven tot en met milieucategorie 2 te vestigen. Deze nieuwe vaak niet-agrarische bedrijvigheid draagt bij aan een leefbaar landelijk gebied. Nieuwvestiging van detailhandel is in het landelijk gebied in principe niet toegestaan, tenzij het gaan om de verkoop van streekproducten bij een (voormalig) agrarisch bedrijf.

Bedrijven met een hoge milieubelasting (milieucategorie 3 of hoger) die niet gelieerd zijn aan de agrarische sector of bedrijven met nadelige consequenties voor natuur, landbouw of recreatie kunnen in principe geen plek krijgen in het landelijk gebied. Daarnaast is nieuwvestiging van agrarische bedrijven niet mogelijk, tenzij gebruik wordt gemaakt van voormalige agrarische locaties waar planologisch nog een agrarisch bedrijf mogelijk is. 

De vestiging van nieuwe bedrijvigheid, zoals bedrijfsmatige paardenhouderijen en bedrijfsmatige druiventeelt of vergelijkbare gewassen die ondersteunende constructies nodig hebben, mogen geen onevenredige hinder veroorzaken voor de bestaande omgeving. De vestiging van nieuwe bedrijvigheid is alleen mogelijk als er sprake is van een goede landschappelijke inpassing, toevoeging van ruimtelijke kwaliteit en er geen nadelige consequenties zijn voor bijvoorbeeld natuurgebieden en de drinkwaterwinning.

Circa 3% van agrarische ondernemers in Nederland geeft aan bezig te zijn met agroforestry (RVO, juni 2024). Het combineren van houtige opstanden in agrarische systemen kan potentieel een bijdrage leveren aan een nieuw verdienmodel, die tegelijkertijd bijdraagt aan het landschap, natuur, stikstof, dierenwelzijn en biodiversiteit. En daarmee een robuuster, weerbaarder en duurzamer landbouwsysteem. Agroforestry kent daarbij verschillende verschijningsvormen, van ondersteunend aan de bestaande bedrijfsvoering tot geheel nieuwe voedselsystemen. De kansen voor agroforestry, waarbij rekening wordt gehouden met landschappelijke waarden (zoals openheid) en het principe van bodem en water sturend, wordt sterk ondersteund. De gemeente streeft in aansluiting op het Masterplan Agroforestry naar minimaal 60 hectare landbouwgrond in 2030 ten behoeve van agroforestry. Bijvoorbeeld door ruimte te geven aan pilots, inbreng in gebiedsprocessen en het faciliteren van agroforestry in het omgevingsplan. 

Biobased (ver)bouwen heeft in potentie vergelijkbare voordelen en aandachtspunten als agroforestry en kan bijdragen aan een circulaire economie. Met een sterk vertegenwoordigde bouw- en landbouwsector, ook in de regio, heeft de gemeente een goede uitgangspositie. Ruimtelijk liggen er vooral (koppel)kansen waar het huidige productiesysteem tegen milieugrenzen aanloopt, rond natuurgebieden (als buffer) en als onderdeel van het realiseren van een Groenblauwe dooradering. Tegelijkertijd vraagt het om een goed verdienmodel en voldoende  marktvraag. In De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) wordt gewerkt aan opschaling en het realiseren van 50.000 hectaren biobased bouwmaterialen tot 2030. In aansluiting op deze strategie streeft gemeente Rijssen-Holten naar circa 100-125 hectare cultuurgrond ten behoeve van biobased bouwmaterialen in 2030. We willen dit ondersteunen door ruimte te geven aan pilots, inbreng in gebiedsprocessen en het faciliteren van de teelt van biobased bouwmaterialen in het omgevingsplan. 

2.10.2 Ontwikkelzones bedrijventerreinen
2.10.2.1 Ontwikkelzones bedrijventerreinen

Op het bedrijventerrein zijn een 6-tal ontwikkelzones geformuleerd. Hiervan zijn er 3 als basis ontwikkelzones en 3 als aanvullende zones aangewezen. Iedere ontwikkelzone heeft haar eigen karakteristieke gebiedskenmerken, ontwikkelingskansen en ambities. 

Aan de hand van de thema’s ruimte, milieu en economie wordt iedere ontwikkelzone in kaart gebracht. Voor Holten zijn vier ontwikkelzones en voor Rijssen (figuur 2) zijn zes ontwikkelzones benoemd. De begrenzing van iedere ontwikkelzone is indicatief en wordt gemotiveerd en op maat toegepast. 

De basis ontwikkelzones bestaan uit; ontwikkelzone Bedrijventerreinenontwikkelzone Representatief++ en ontwikkelzone Woon-werklocaties. Deze zones vullen het hele gebied met een afwegingskader. 

Daarnaast zijn 3 zones aangewezen die aanvullende werking hebben. Deze zones liggen als het ware bovenop de basis ontwikkelzones. De 3 aanvullende zones zijn; ontwikkelzone Representatief+ontwikkelzone Representatief en ontwikkelzone Overgangszone .

Ontwikkelzones bestaande bedrijventerreinen

Ontwikkelzone

Omschrijving

Bedrijventerrein (basiszone)

Een zone die getypeerd wordt met kleine en grootschalige bedrijven en bebouwing.

Representatief ++ (basiszone)

Een zone met hoogwaardige representatieve uitstraling die de overgang naar het centrum typeert met een zeer breed profiel, nabij een OV-knooppunt gelegen is en ruimte biedt aan meerdere functies.

Woon-werklocaties (basiszone)

Een zone die gekenmerkt wordt door een clustering van bedrijfswoningen in combinatie met een bedrijfshal.

Representatief + (aanvullende zone)

Een zone met hoogwaardige uitstraling aan regionaal doorgaande wegen, met een breed profiel.

Representatief (aanvullende zone)

Een zone met verzorgde uitstraling, een etalage of kantoor met een oriëntatie naar de weg met een breed profiel.

Overgangszone (aanvullende zone)

Een zone die de overgang van woongebied naar bedrijventerreinen typeert met kleinschalige volumes die passen bij deze overgang, die ruimte biedt aan functies die niet passend zijn in het centrum en die een lage milieucategorie hebben.

Visie bestaande bedrijventerreinen

 

2.10.2.2 Ontwikkelzone Bedrijventerrein (basiszone)

Kenmerkend voor de ontwikkelzone Bedrijventerreinen is de afwisseling van het terrein met grote en klein bedrijven. De openbare ruimte is veelal smal met versteende profielen (verharding van perceelsgrens tot perceelsgrens). Parkeren vindt veelal op of aan de straat plaats. 

De ambitie voor het bedrijventerrein is een mix van industriële bedrijvigheid. Bedrijfswoningen worden waar mogelijk gesaneerd. Daarnaast wordt er ingezet op behoud of vergroten van milieuruimte voor industriële bedrijvigheid, tenzij er op de locatie sprake is van een ontwikkelzone met andere ambities ten aanzien van milieu(ruimte). 

In ruimtelijke zin is er sprake van kleine en grootschalige bebouwing. Functies dragen bij aan de ontwikkelingsambities. Het aantal bedrijfswoningen wordt minder. Functies, zoals zelfstandige kantoren werken niet belemmerend op bedrijven met hoge milieu categorie. 

De functies zijn passend qua milieuhinder, omgevingskwaliteit, aard en omvang binnen de zone en de aangrenzende en overlappende zones. Er wordt milieuruimte gecreëerd voor ondernemers bij het uiteindelijk wegbestemmen van bedrijfswoningen. 

In economische zin ontstaat ruimte voor groei van bedrijven die milieuruimte vragen.

2.10.2.3 Ontwikkelzone Representatief ++ (basiszone)

Kenmerkend voor de ontwikkelzone Representatief++ is de overgang van bedrijventerrein naar het centrum en een woonwijk. Daarbij is de ontwikkelzone gelegen dichtbij een mobiliteits-/OV knooppunt. 

De ambitie voor deze zone is een hoogwaardige stedelijke mix van wonen, werken, onderwijs, sport, onderwijs en uitgaan. Binnen deze zone presenteert Rijssen zich als regionale stad en wordt het centrum vergroot (streekfunctie). Er is sprake van een naadloze aansluiting met het historisch centrum/stationskwartier. Door functiemenging ontstaat een mix van intensief multifunctioneel ruimtegebruik en aan bedrijvigheid gerelateerde functies. 

In ruimtelijke zin draagt de bebouwing bij aan een hoogwaardige representatieve stedelijke uitstraling; zoals met showrooms of (zelfstandige) kantoorpanden. Functies dragen bij aan de ambities. Hierbij gaat het om functies die geen plek in het centrum kunnen krijgen (als scholen, grootschalige kantoren) (bovenregionale aantrekkingskracht) en die een verbinding vormen tussen het centrum en het bedrijventerrein. 

In deze zone hebben functies een lagere milieucategorie en een minimale invloed op elkaar (ook in transitieperiodes). Bij ‘gevoelige’ functies (industriële zorg en wonen) wordt rekening houden met impact op de omliggende zones. Binnen deze zone is sprake van bedrijvigheid zonder grootschalige opslag (binnen en buiten) en met lage aantrekkingskracht op vrachtverkeer. 

De clustering van hoogwaardige stedelijke functies zorgt binnen deze zone voor een economische impuls.

2.10.2.4 Ontwikkelzone Woon-werklocaties (basiszone)

Kenmerkend voor de ontwikkelzone Woon-werklocaties is de overgang van het bedrijventerrein naar de woonwijken en het buitengebied. Daarbij is er binnen deze zone sprake van een clustering van bedrijfswoningen met bedrijfshallen.

De ambitie voor deze zone is functiemenging met een combinatie van wonen met werken. Bedrijfswoningen blijven in deze zone gehandhaafd. Toekomstige bedrijfswoningen op bedrijventerreinen mogen alleen binnen deze zones worden toegestaan. De openbare ruimte word passend ingericht bij deze functies. 

Functies zijn passend qua milieuhinder, omgevingskwaliteit, aard en omvang binnen de zone en de aangrenzende en overlappende zones. 

In ruimtelijke zin wordt voornamelijk ingezet op behoud van bestaande bedrijfswoningen. Functies dragen bij aan de ambities en hebben een woon-werklocatie. Daarnaast is er geen ruimte voor bedrijven met veel transportbewegingen. De verkeersfunctie moet aansluiten bij het gebied. 

Binnen de ontwikkelzone Woon-werklocaties is er kans op verhoging van de toekomstwaarde van de grond voor bedrijven die wonen met werken moeten combineren.

2.10.2.5 Ontwikkelzone Representatief + (aanvullende zone)

Kenmerkend voor de ontwikkelzone Representatief+ is een breed profiel met veelal vrij liggende fietspaden en groene invulling. Delen van de zone hebben een eigen ontsluitingsweg parallel aan de doorgaande weg. Daarnaast zijn panden georiënteerd op de weg. 

De ambitie voor deze zone is het presenteren van bedrijven met een hoogwaardige uitstraling aan de doorgaande wegen. 

In ruimtelijke zin draagt de bebouwing bij aan een hoogwaardige uitstraling met etalage of kantoordeel. Functies binnen deze zone dragen bij aan profilering op lokaal/regionaal niveau (regionale aantrekkingskracht). 

Hierbij is er sprake van een veilige verkeersontsluiting voor elk type verkeer, waarbij een menging vrachtverkeer en bestemmingsverkeer (auto en fiets) voorkomen wordt. De verkeersstromen worden afgestemd op de bedrijfstypen binnen de zone. 

Functies zijn passend qua milieuhinder, omgevingskwaliteit, aard en omvang binnen de zone en de aangrenzende en overlappende zones. 

De clustering van hoogwaardige functies zorgt binnen deze zone voor een economische impuls.

2.10.2.6 Ontwikkelzone Representatief (aanvullende zone)

Kenmerkend voor de ontwikkelzone Representatief is een breed groen profiel waar voornamelijk lokale bedrijvigheid zich presenteert. 

De ambitie voor deze zone is een mix van functies passend bij het karakter van de omgeving. Bedrijven presenteren zich aan de hoofdstructuur en er is sprake van variatie in bedrijvigheid. In ruimtelijke zin heeft de bebouwing een verzorgde uitstraling met etalage of kantoor met oriëntatie naar de weg. 

Functies dragen bij aan de ambitie en passen voornamelijk in de maat en schaal van de omgeving (lokale aantrekkingskracht). Zelfstandige kantoren zijn onderdeel van het kantoordeel van bestaande bedrijven. 

Een vermenging van vrachtverkeer en bestemmingsverkeer (auto en fiets) wordt voorkomen en er wordt ingezet op het clusteren van verkeersstromen, afgestemd op bedrijfstypen binnen de zone. 

Functies zijn passend qua milieuhinder, omgevingskwaliteit, aard en omvang binnen de zone en de aangrenzende en overlappende zones.

Binnen de ontwikkelzone Representatief is er kans om clustering van functies te realiseren voor een economische impuls.

2.10.2.7 Ontwikkelzone Overgangszone (aanvullende zone)

Kenmerkend voor de ontwikkelzone Overgangszone  is de nabijheid van het woongebied en de overgang van industrieel karakter naar een woonmilieu. Er is veelal sprake van kleinschalige bedrijven. 

De ambitie voor deze zone is functiemenging die qua milieuhinder en omgevingskwaliteit zorgen voor een overgang van wonen naar zwaardere bedrijvigheid. Hierbij is er sprake van functiemenging van bedrijvigheid en bedrijven die een ‘directe’ relatie met de woonomgeving en geen milieu impact hebben op het wonen. Herstructurering van de openbare ruimte is passend bij de functie en het gebied (ruimtelijk- functioneel). 

In ruimtelijke zin is er bij de bebouwing sprake van kleinschalige volumes die passen bij overgang naar wonen. Functies dragen bij aan de ambities zijn kleinschalig zijn zonder grootschalige opslag (binnen en buiten). Ook functies die geen plek kunnen krijgen in het centrum (bijv. sportscholen) of combinaties van functies die passend zijn in de overgang van woonwijk naar bedrijventerrein. 

Binnen deze zone zijn er goede en veilige verbindingen voor fiets en auto met de woonomgeving. Daarnaast is er een lage aantrekkingskracht op vrachtverkeer. 

Er is sprake van lage milieucategorieën en passende functies qua milieuhinder, omgevingskwaliteit, aard en omvang binnen de zone en de aangrenzende en overlappende zones. 

Binnen de ontwikkelzone Overgangszone wordt ruimte geboden aan functies die niet passend zijn in het centrum.

2.11 Wonen

2.11.1 Woningbouwopgave
2.11.1.1 Woningbouwopgave in het buitengebied

Wonen is een belangrijke functie voor het buitengebied, vanwege de bijdrage aan de sociaal-economische leefbaarheid. Toch is wonen, net als niet-agrarische bedrijvigheid, ondergeschikt aan de hoofdfunctie(s) van het buitengebied: natuur en landbouw. 

Het aantal burgerwoningen in het buitengebied zal de komende jaren toenemen als gevolg van het beëindigen van agrarische bedrijfsvoering en het omzetten van bedrijfswoningen naar woningen met voormalige agrarische bebouwing. 

Toevoegingen van woningen op een willekeurige locatie in het buitengebied is niet mogelijk. Nieuwe woningen toevoegen in het buitengebied is alleen mogelijk via de rood-voor-rood regeling. Bij deze regeling wordt landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Onder landschapsontsierende bebouwing valt bijvoorbeeld buiten gebruik gestelde (agrarische) bedrijfsgebouwen, torensilo's, dan wel andere solitaire (bedrijfs)bebouwing in het buitengebied. Uitgangspunt voor de rood-voor-rood regeling is dat de compensatiekavel(s) gesitueerd wordt/worden op de locatie waar ook de sloop van de landschapsontsierende bebouwing plaatsvindt. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan afgeweken worden. Het beleid ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied Rijssen-Holten beschrijft alle voorwaarden rondom de mogelijkheden van rood-voor-rood. Bij deze regeling wordt een zorgvuldige afweging gemaakt waarbij ontwikkelruimte en kwaliteitsprestaties met elkaar in evenwicht zijn (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, KGO). De meerwaarde die door functieverandering wordt gecreëerd, moet worden geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. Bij de transformatie van voormalige agrarische erven naar wonen wordt kwaliteitsverbetering van bestaande erven gestimuleerd. 

Om de sociale cohesie en vitaliteit van het buitengebied te behouden, is het daarnaast van belang dat jongeren en ouderen de mogelijkheid krijgen om in het buitengebied te blijven wonen. Er moet aandacht zijn voor diverse woonvormen, zoals kleinere en bijzondere woonvormen (maatwerk). De woonopgave in het buitengebied is hiermee met name een kwalitatieve opgave.

2.11.1.2 Rood-voor-rood in het primair landbouwgebied

De gebieden Holterbroek, Fliermaten, Lokerbroek en Schipbeek (deelgebieden 3 en 4) zijn aangewezen als primair landbouwgebied. Slopen van landschapsontsierende bebouwing is mogelijk in deze gebieden, maar de realisatie van een compensatiewoning is hier niet mogelijk. Sloopmeters dienen elders, buiten deze gebieden, ingezet te worden. Een uitzondering hierop vormen de randen van deelgebieden 3 en 4. In de randen van deelgebieden 3 en 4 kan uitsluitend toepassing worden gegeven aan compensatiekavel(s) op de slooplocatie wanneer: 

  • er al sprake is van (een mix) van wonen (en werken) in de directe omgeving; en

  • binnen een straal van 250m van geen actief intensief agrarisch bedrijf is, of binnen een straal van 100m van geen actief grondgebonden agrarisch bedrijf is. Tenzij er zich al andere gevoelige functies dichterbij het actieve agrarische bedrijf bevinden. 

2.11.1.3 Rood-voor-rood bij beschermde landschapselementen en natuur

Het buitengebied van de gemeente Rijssen-Holten kent een aantal beschermde landschapselementen en natuur. Deze willen we beschermen. Het toevoegen van nieuwe bebouwing op deze plekken is in principe dan ook niet gewenst. Slopen van landschapsontsierende bebouwing is hier mogelijk, maar de realisatie van een compensatiewoning niet. Sloopmeters dienen elders ingezet te worden.

2.11.2 Mantelzorg en mantelzorgwoningen

Om ouderen en zorgbehoevenden de mogelijkheid te geven langer thuis te blijven wonen is het mogelijk om in het buitengebied van Rijssen-Holten mantelzorgwoningen te realiseren. Dit geldt voor de periode dat mantelzorg noodzakelijk is. Mantelzorg kan plaatsvinden in de eigen bestaande woning of in een aangepaste mantelzorgwoning vlakbij de bestaande woning. De voorwaarden voor het realiseren van een mantelzorgwoning zijn opgenomen in het omgevingsplan.

2.11.3 Woon-zorglocaties

De gemeente Rijssen-Holten ontvangt met enige regelmaat plannen van initiatiefnemers op het gebied van wonen en zorg. Woonleefconcepten, waarin zorg en ondersteuning wordt geboden, passen beter in het stedelijk gebied dan in het buitengebied. In het stedelijk gebied kunnen zorgzame gemeenschappen gecreëerd worden die, zo mogelijk, op korte afstand van (bestaande) 24-uurs zorglocaties en voorzieningen gerealiseerd worden. Daarom geeft het buitengebied in het beginsel geen ruimte voor woonleefconcepten waarin zorg en ondersteuning wordt geboden.

2.11.4 Tijdelijke opvang doelgroepen

Gezien de landelijke maatschappelijke opgave voor het opvangen van vluchtelingen en asielzoekers is er een grote vraag naar tijdelijke huisvesting. Als gemeente zijn we gastvrij en willen we graag de controle houden op de locaties, de verblijfsduur en het aantal opvangplekken. Daarom kijken we zelf naar mogelijkheden. Er moet ruimte zijn om de asielzoekers op een menselijke manier tijdelijke opvang te bieden. Voor deze tijdelijke opvang worden verschillende locaties in het buitengebied benut.

C

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

beplantingselementen

/join/id/regdata/gm1742/2024/3ce1a694b5bd4413a7660843ee404a20/nld@2024‑11‑12;10071045

beschermde landschapselementen

/join/id/regdata/gm1742/2024/6ebb758c82ee4a13a277deee12c68330/nld@2024‑11‑12;10071045

Beuseberg, Zuurberg en Borkeld

/join/id/regdata/gm1742/2024/69b07a22b609453393620b2f0a6d5a10/nld@2024‑11‑12;10071045

bodem in hooggelegen landschappen

/join/id/regdata/gm1742/2025/9ad27d1bc4a441748afdd9adeef772d4/nld@2025‑11‑19;08563050

bodem in laaggelegen landschappen

/join/id/regdata/gm1742/2025/5f156669c566447d90bb3eda8d7bc14f/nld@2025‑11‑19;08563050

bos

/join/id/regdata/gm1742/2025/23b5f7caff1747738744c8565c5b0443/nld@2025‑11‑19;08563050

buitengebied

/join/id/regdata/gm1742/2025/eb9d16b66a514859abb0fa16d4a1b9a4/nld@2025‑11‑19;08563050

De Haar

/join/id/regdata/gm1742/2025/42115ddb31eb4fde905e81b20170b916/nld@2025‑11‑19;08563050

De Holterberg

/join/id/regdata/gm1742/2024/082593e3147a45608c8094f68a68f276/nld@2024‑11‑12;10071045

De Mors

/join/id/regdata/gm1742/2025/a73d0850317e4e87b15d3b63e9b782d7/nld@2025‑11‑19;08563050

De Regge

/join/id/regdata/gm1742/2024/6ff359e2ec264a668c2b4ff4a24f266c/nld@2024‑11‑12;10071045

De Rijsserberg

/join/id/regdata/gm1742/2024/0d38bbc1f0854b56ba3fad7a189f3763/nld@2024‑11‑12;10071045

De Schipbeek

/join/id/regdata/gm1742/2024/149435d315864c888b462464cd4bd571/nld@2024‑11‑12;10071045

ecologische verbindingszones

/join/id/regdata/gm1742/2024/0594434cf6e048c9a717c0dcf6048644/nld@2024‑11‑12;10071045

enkenlandschap

/join/id/regdata/gm1742/2024/55def49682a846eea2b8638fa29716f4/nld@2024‑11‑12;10071045

Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek

/join/id/regdata/gm1742/2024/72d9017f4b8d4bc187eb390242cd04f0/nld@2024‑11‑12;10071045

fietssnelweg

/join/id/regdata/gm1742/2024/0dc929b0893c464999a7103cc03eafd5/nld@2024‑11‑12;10071045

fijnmazige groenstructuren

/join/id/regdata/gm1742/2024/cf7545885a744a2da5a71f88ce3a129a/nld@2024‑11‑12;10071045

GOW30

/join/id/regdata/gm1742/2024/c20827a8d00f477a8244d93c7157ce2b/nld@2024‑11‑12;10071045

GOW50

/join/id/regdata/gm1742/2024/6914abd2ec69427093c9cd1536b1458f/nld@2024‑11‑12;10071045

gradiënten biodiversiteit

/join/id/regdata/gm1742/2024/d364e51fa9cc4d38a86ef2f1f4b0df5a/nld@2024‑11‑12;10071045

groen in centra

/join/id/regdata/gm1742/2024/49685b2c1e8b49289d5352472e36ae19/nld@2024‑11‑12;10071045

groen in de spoorzone

/join/id/regdata/gm1742/2024/e3dca466c37049698f6aabe1d1e66465/nld@2024‑11‑12;10071045

groen in klimaatlinten

/join/id/regdata/gm1742/2024/00f872474468474280db34f6a706ef88/nld@2024‑11‑12;10071045

groen in radialen

/join/id/regdata/gm1742/2024/3305480f0a604a3ea7ca7aebfcd3390a/nld@2024‑11‑12;10071045

groen in stads- en dorpsranden

/join/id/regdata/gm1742/2024/027155c679cc4341a4aa5e9d369bfeb4/nld@2024‑11‑12;10071045

/join/id/regdata/gm1742/2024/027155c679cc4341a4aa5e9d369bfeb4/nld@2025‑11‑19;08563050

groen in woonwijken

/join/id/regdata/gm1742/2024/9f1f05b4c7d34526a756026e6737728e/nld@2024‑11‑12;10071045

/join/id/regdata/gm1742/2024/9f1f05b4c7d34526a756026e6737728e/nld@2025‑11‑19;08563050

groen op bedrijventerreinen

/join/id/regdata/gm1742/2024/8cc5adcd4c32420facc8bbf0d57842b5/nld@2024‑11‑12;10071045

groen rondom entrees

/join/id/regdata/gm1742/2024/c5338a3ec9064e87b8b12d373286cf70/nld@2024‑11‑12;10071045

grondwaterbeschermingsgebied

/join/id/regdata/gm1742/2025/d3461f35370a4b399bb84242d5be1f49/nld@2025‑11‑19;08563050

grote groenpercelen

/join/id/regdata/gm1742/2024/1daa9a06bfa34c03b66b5ae69200cf58/nld@2024‑11‑12;10071045

heide

/join/id/regdata/gm1742/2025/9a61c7d4726a4e138bce8a54918f5f7f/nld@2025‑11‑19;08563050

Holter-, Lokerenk en Look

/join/id/regdata/gm1742/2024/97d44a82c3bd4e91baa154b44a80d5f2/nld@2024‑11‑12;10071045

Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek

/join/id/regdata/gm1742/2024/3ca2a865a364482585f473aca3027312/nld@2024‑11‑12;10071045

hoofdfietsroutes

/join/id/regdata/gm1742/2024/d9c572967a3c4633aad63072a5ac9cbd/nld@2024‑11‑12;10071045

Hoofdtransportleidingen voor drinkwater

/join/id/regdata/gm1742/2025/d6c0596c33994a11a3ab8584bb5c4d3a/nld@2025‑11‑19;08563050

hoofdwandelroutes

/join/id/regdata/gm1742/2024/1ec07e1bad7c4e108706766b3ae072d7/nld@2024‑11‑12;10071045

hoogwaardige groenstructuren

/join/id/regdata/gm1742/2024/32b919f2b4a64aa298cdbec9ab0585ba/nld@2024‑11‑12;10071045

intrekgebied

/join/id/regdata/gm1742/2025/a74eb9e52fec4ed281fa62cd79829d74/nld@2025‑11‑19;08563050

jong (heide-)ontginningslandschap

/join/id/regdata/gm1742/2023/2a3e2136552a4323bbdffb94e7242f75/nld@2024‑11‑12;10071045

Kaderrichtlijn Water

/join/id/regdata/gm1742/2025/337006c0a9df41c5b695b92cdf55173a/nld@2025‑11‑19;08563050

kampenlandschap

/join/id/regdata/gm1742/2023/ee6ae4fc8e974fca8304c56451dcb24d/nld@2024‑11‑12;10071045

karakteristieke panden

/join/id/regdata/gm1742/2025/a863ce7cd65642d0aee95078c9c3a50b/nld@2025‑11‑19;08563050

kwelgebieden

/join/id/regdata/gm1742/2025/82ebf3608ea54fff986e517ce2a00149/nld@2025‑11‑19;08563050

Landbouw

/join/id/regdata/gm1742/2025/1f1284bfa07d476280fe5226791b1fc1/nld@2025‑11‑19;08563050

maten- en flierenlandschap

/join/id/regdata/gm1742/2023/79ccfb6272d647e7ac05bdecdc68d700/nld@2024‑11‑12;10071045

Mobiliteit in centrumgebieden

/join/id/regdata/gm1742/2024/41466ec0c11a47b9b60db5b79ecc2bc4/nld@2024‑11‑12;10071045

Mobiliteit in het buitengebied

/join/id/regdata/gm1742/2024/6a30a9aa984d468ba6e4fca15598509c/nld@2024‑11‑12;10071045

Mobiliteit in woonwijken

/join/id/regdata/gm1742/2024/ba5e9afab6dd4d1e903158d6a31610d0/nld@2024‑11‑12;10071045

Mobiliteit op bedrijventerreinen

/join/id/regdata/gm1742/2024/9d3974d7162c428c99d4056d71916333/nld@2024‑11‑12;10071045

monumenten

/join/id/regdata/gm1742/2025/dde9d0130c0440d9b1c1319ecbe0f83d/nld@2025‑11‑19;08563050

Natura 2000

/join/id/regdata/gm1742/2025/4968272715d745718b0de15205a12d24/nld@2025‑11‑19;08563050

natuur

/join/id/regdata/gm1742/2025/a7b4f2e5777c42b2b7ff335f4141f8cf/nld@2025‑11‑19;08563050

Natuurnetwerk Nederland

/join/id/regdata/gm1742/2025/7933c8ca90254837af1cbaa03b48c5dd/nld@2025‑11‑19;08563050

Noordermors

/join/id/regdata/gm1742/2025/9901a4d753bc44d490f380ae3f61f941/nld@2025‑11‑19;08563050

Omgeving de Leiding en Overtoom

/join/id/regdata/gm1742/2024/33d523fc08b340e4a4ed12ea6d3ce345/nld@2024‑11‑12;10071045

ontwikkelgebied de Banis

/join/id/regdata/gm1742/2025/847ef1e2077a4eec83aaf2693cbf3ebf/nld@2025‑11‑19;08563050

ontwikkelzone Bedrijventerreinen

/join/id/regdata/gm1742/2025/2a805806f3964df39d89093faf68d79c/nld@2025‑11‑19;08563050

ontwikkelzone Overgangszone 

/join/id/regdata/gm1742/2025/cacb860c18014db6ab5c36a19eebd98f/nld@2025‑11‑19;08563050

ontwikkelzone Representatief

/join/id/regdata/gm1742/2025/bfc1cb11924746568de9c79f00eeecd0/nld@2025‑11‑19;08563050

ontwikkelzone Representatief+

/join/id/regdata/gm1742/2025/718e29aeb2c543d78f43b76cbadf82a8/nld@2025‑11‑19;08563050

ontwikkelzone Representatief++

/join/id/regdata/gm1742/2025/98751999d5d84dd185496488da920199/nld@2025‑11‑19;08563050

ontwikkelzone Woon-werklocaties

/join/id/regdata/gm1742/2025/576e4553b5424bcaa113e76bf31102a9/nld@2025‑11‑19;08563050

Oostflank Holterberg

/join/id/regdata/gm1742/2024/6506cb023ff94c1a86b5c6cb69a1fbec/nld@2024‑11‑12;10071045

Plaagslagen

/join/id/regdata/gm1742/2025/8417178e2d444335b6304697e4c0e966/nld@2025‑11‑19;08563050

primair landbouwgebied

/join/id/regdata/gm1742/2025/1921e66994864230b9a8875728016fd4/nld@2025‑11‑19;08563050

provinciale wegen

/join/id/regdata/gm1742/2024/0f5f62ff4eef4bb3a31cb06703902c16/nld@2024‑11‑12;10071045

randen van deelgebieden 3 en 4

/join/id/regdata/gm1742/2025/8d8be712003b42c6a0bb5c4464825ed4/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme bij de Beuseberg, Zuurberg en Borkeld

/join/id/regdata/gm1742/2025/dafe1cafd9fd4f849a3a23d7bb5af5e3/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme bij De Regge en Oosterhof 

/join/id/regdata/gm1742/2025/0adfffe9b463448a8f9cd0df209aeb66/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme in De Schipbeek

/join/id/regdata/gm1742/2025/8344a0586445419db0829d6040ff1f84/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme in Espelo, Dijkermaten en Dijkerhoek

/join/id/regdata/gm1742/2025/7c39778233024d16b9d095492d018775/nld@2025‑11‑19;08563050

Recreatie en toerisme in Holten

/join/id/regdata/gm1742/2025/5d81ec78c0f642409c45bb61cd849c15/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme in Holter- en Lokerenk en Look

/join/id/regdata/gm1742/2025/4828f469ab4d4b238d1cc73c83e8ad5b/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme in Holterbroek, Fliermaten en Lokerbroek

/join/id/regdata/gm1742/2025/5a6e065781244bb1a4679994a571bacc/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme in Omgeving de Leiding en Overtoom

/join/id/regdata/gm1742/2025/673b2eb5e4604688a36f8841017df1b7/nld@2025‑11‑19;08563050

Recreatie en toerisme in Rijssen

/join/id/regdata/gm1742/2025/9255c829e0c440efa0dec6941bfaff69/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme op de Holterberg

/join/id/regdata/gm1742/2025/48aa124451794e64a70158ccb622da73/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme op de Oostflank Holterberg

/join/id/regdata/gm1742/2025/7fa91bc268d7470cb1d432cd401fbdc7/nld@2025‑11‑19;08563050

Recreatie en toerisme op de Rijsserberg

/join/id/regdata/gm1742/2025/4a949c3318d34f2280fe1cc1fda43e5d/nld@2025‑11‑19;08563050

recreatie en toerisme op de Westflank Holterberg

/join/id/regdata/gm1742/2025/7db8bc74ac544065bb1c6a7ca751800c/nld@2025‑11‑19;08563050

Regge landschap

/join/id/regdata/gm1742/2024/feddfd1b35be47e59ff7103c07961016/nld@2024‑11‑12;10071045

relatie heuvelrug

/join/id/regdata/gm1742/2024/d29153004fe949b0a30176962c76b788/nld@2024‑11‑12;10071045

Rijkswegen

/join/id/regdata/gm1742/2024/e109fa9e95a340a78cf90a774b7395e5/nld@2024‑11‑12;10071045

stuwwallandschap

/join/id/regdata/gm1742/2023/39af4fd4676e4417910884ced364ad12/nld@2024‑11‑12;10071045

Toeristenweg

/join/id/regdata/gm1742/2024/d220f850e9314e15959e2c10551e02a4/nld@2024‑11‑12;10071045

Vletgaarsmaten

/join/id/regdata/gm1742/2025/fc5bbe232e264067ae9d0cd2ec97a388/nld@2025‑11‑19;08563050

watergang De Regge

/join/id/regdata/gm1742/2025/0a50cd219f3048bf89eb7b62c6f1fc0d/nld@2025‑11‑19;08563050

watergang De Schipbeek

/join/id/regdata/gm1742/2025/6498b0b3250b4c7487bfe23e1114a9a8/nld@2025‑11‑19;08563050

watergang De Soestwetering

/join/id/regdata/gm1742/2025/8a0a7e9d0ce940ebb44ecf0d8c1c0a46/nld@2025‑11‑19;08563050

watergangen De Boterbeek en Peterswaterleiding

/join/id/regdata/gm1742/2025/b030a346c58643aeb7b8c0f2d8d9af2f/nld@2025‑11‑19;08563050

waterlopen

/join/id/regdata/gm1742/2024/17e8549314d54009872de49cf8fe8217/nld@2024‑11‑12;10071045

waterwingebied

/join/id/regdata/gm1742/2025/0c501a6789ce42f4aee346a0f5fba9af/nld@2025‑11‑19;08563050

weidevogelgebied

/join/id/regdata/gm1742/2025/1262e33768424160a786f9b81b72619b/nld@2025‑11‑19;08563050

Westflank Holterberg

/join/id/regdata/gm1742/2024/8e26eb9c2f5044238091f75ecc6bc215/nld@2024‑11‑12;10071045

zoekgebied rond- en randwegen

/join/id/regdata/gm1742/2024/940d2f1434684026834ebdb672ed9018/nld@2024‑11‑12;10071045

I Overzicht Documentenbijlagen

Bijlage - Uitkomsten bewonersenquête buitengebied september 2023

/join/id/pubdata/gm1742/2024/251311f18fb742a196ff3ebafc701952/nld@2025‑11‑19;08563050

Bijlage - Participatieverslag deelgebied buitengebied 2024

/join/id/pubdata/gm1742/2024/f74265f922224898ace313bc979764f9/nld@2025‑11‑19;08563050

Bijlage - Participatie thema recreatie en toerisme 2024

/join/id/pubdata/gm1742/2024/24980f8bd5b844789fd42706afae1b59/nld@2025‑11‑19;08563050

Bijlage - Participatieverslag werkplaatsen de Banis 2024

/join/id/pubdata/gm1742/2025/03a68575ae4549e691b47f3b381ba754/nld@2025‑11‑19;08563050

Naar boven