Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 in verband met het vaststellen van de Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050 (VloA 2019: Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050)

De raad van de gemeente Amsterdam,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025,

gelet op :

  • Artikel 6 en 128 van de Wet op het primair onderwijs

  • Artikel 5.1, eerste lid en 5:23 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 (Wvo)

  • Artikel 6 en 123 van de Wet op de expertisecentra (Wec)

  • Artikel 149 van de Gemeentewet

 

besluit:

Artikel I  

 

Bijlage 5 bij de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 komt te luiden:

 

Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 Bijlage 5: Materiële voorzieningen

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1.1 Soort voorzieningen

Deze bijlage betreft de regelgeving voor de voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050

 

Artikel 1.2 Toepasselijkheid VloA 2019

Het algemeen deel van de VloA 2019 is van toepassing, tenzij daarvan voor een voorziening in deze bijlage uitdrukkelijk wordt afgeweken.

 

Hoofdstuk 2 Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050

 

Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • a.

    BENG: Bijna Energie Neutraal Gebouw met een zeer hoge energieprestatie;

  • b.

    BENG-Frisse Scholen B: Zie BENG, maar dan met verhoogde eisen uit het programma “Frisse Scholen B”;

  • c.

    biobased bouwmaterialen: hernieuwbare materialen met oorsprong in de natuur, gebruikt om de energieprestatie en het comfort van gebouwen te verbeteren;

  • d.

    BVO: de capaciteit van een schoolgebouw uitgedrukt in m² bruto vloeroppervlakte

  • e.

    ENG: Energie Neutraal Gebouw waarin het energiegebruik door fossiele brandstoffen wordt gecompenseerd door de daar geproduceerde duurzame energie;

  • f.

    losmaakbaarheid: mate waarin de bouwmaterialen of elementen van het gebouw op alle schaalniveaus uit elkaar te halen zijn, zonder het element zelf of de omgeving te beschadigen;

  • g.

    materiaalgebonden CO2-uitstoot: de hoeveelheid opgeslagen CO2 in een bouwmateriaal gedurende de productie- en bouwfase;

  • h.

    natuurinclusief bouwen: vorm van duurzaam bouwen waarbij een schoolgebouw door constructie en inrichting bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden;

  • i.

    normbekostiging: bekostiging voor voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 1.2 en artikel 1.3 van de Verordening gebaseerd op vooraf genormeerde bedragen zoals opgenomen in bijlage IV van de Verordening;

  • j.

    PV-panelen: Photo Voltaic-panelen; schoolgebouw: een nieuwbouw of vernieuwbouw van een schoolgebouw en/of een bij een schoolgebouw behorende niet-geïntegreerde gymnastiekruimte;

  • k.

    vernieuwbouw: nieuwbouw met behoud van het casco, met als doel een levensduurverlenging van 40 tot 60 jaar;

  • l.

    Verordening: Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020.

  • m.

    Hemelwatersysteem: een installatie die hemelwater opvangt, opslaat en gebruikt voor bijvoorbeeld het spoelen van toiletten of het bewateren van planten met als doel is om het gebruik van drinkwater te verminderen en de druk op het riool te verlagen.

Artikel 2.2 Doel voorziening

Het doel van deze voorziening is om versneld een bijdrage te leveren aan de voor 2050 gestelde landelijke klimaat- en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen, door aan een schoolbestuur bij nieuwbouw of vernieuwbouw van schoolgebouwen een extra financiële impuls te geven voor verduurzamende activiteiten die niet vallen onder de normbekostiging van de Verordening.

 

Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

  • 1.

    Het college kan een subsidie verlenen voor een of meerdere verduurzamende activiteiten voor een schoolgebouw die zien op:

    • a.

      het verhogen van de energieprestatie van de nieuwbouw van een schoolgebouw tot ENG niveau;

    • b.

      het verhogen van de energieprestatie naar BENG voor de vernieuwbouw van een schoolgebouw dat een Rijks- of Gemeentelijke monument is en voor zover de normvergoeding uit de Verordening ontoereikend is om dit niveau te behalen;

    • c.

      het verhogen van de energieprestatie van de vernieuwbouw van een schoolgebouw dat geen Rijks- of Gemeentelijk monument is van BENG naar niveau BENG-frisse scholen B;

    • d.

      het natuurinclusief maken van het gebouw middels een groen dak, groene gevel en/of voorzieningen voor flora en fauna dat voldoet aan minimaal 20 punten op basis van “Puntensysteem Natuurinclusief bouwen”;

    • e.

      een houtbouwconcept dat minimaal voldoet aan de volgende eisen op het gebied van circulariteit:

      • i.

        materiaalgebonden CO2-uitstoot < 200 CO2 q/m2;

      • ii.

        losmaakbaarheid > 75% exclusief fundering;

      • iii.

        35% verantwoorde herkomst materialen (massa) waarvan >15% biobased bouwmaterialen;

    • f.

      het verhogen van de waterretentie van 60 naar 90 liter/m2/24 uur middels opslag in een (ondergrondse) tank en deze in te zetten voor een hemelwatersysteem .

  • 2.

    De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de volgende tabel, waarbij geldt dat de subsidie nooit meer kan bedragen dan 10 % van de normbekostiging die een schoolbestuur voor de nieuwbouw of vernieuwbouw ontvangt:

    Verduurzamende activiteiten als bedoeld in het eerste lid

    Maximale Meerkosten in euro (inclusief BTW)

    Maximaal percentage ten opzichte van norm-vergoeding

    School / Gymzaal

    In eigendom schoolbestuur

    Gymzaal

    Na bouw door schoolbestuur in eigendom overgedragen aan gemeente

    max % ten opzichte van norm

    Ia

    Van BENG naar ENG (bij nieuwbouw)

    € 109 per m2 BVO

    exclusief PV-panelen

    € 262 per m2 BVO (max 602 m2) inclusief PV- panelen

    3,2

    Ib

    BENG bij vernieuwbouw monumentale schoolgebouwen)

    € 109 per m2 BVO

    exclusief PV-panelen

    € 262 per m2 BVO (max 602m2) inclusief PV- panelen

    3,2

    Ic

    Van BENG naar “BENG-Frisse Scholen B” (bij overige vernieuwbouw)

    € 109 per m2 BVO

    exclusief PV-panelen

    € 262 per m2 BVO (max 602m2) inclusief PV-panelen

    3,2

    Id

    Natuurinclusief met gebouwgerelateerde maatregelen (waaronder extensief groen dak)

    € 114 per m2 dakoppervlak

    € 154 per m2 dakoppervlak

    1,8

    Ie

    Houtbouwconcept

    € 182 per m2 BVO

    € 270 per m2 BVO

    4,5

    If

    Waterretentie van 60 naar 90 liter middels hemelwatersysteem

    € 42 (nieuwbouw) of € 90 (vernieuwbouw) per m2 dakoppervlak

    € 42 (nieuwbouw) of € 90 (vernieuwbouw) per m2 dakoppervlak

    0,6

    Maximaal percentage meerkosten ten opzichte van normvergoeding

    10

Artikel 2.4 Subsidieplafond en wijze van verdelen

  • 1.

    Voor de Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050 geldt een subsidieplafond van € 16.000.000 voor het subsidietijdvak dat loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

  • 2.

    Aanvragen worden in behandeling genomen als zij compleet zijn en in volgorde van binnenkomst afgehandeld.

Artikel 2.5 De aanvrager

  • 1.

    In afwijking van artikel 5, eerste lid van de VloA 2019 kan een subsidie worden aangevraagd door een schoolbestuur dat juridisch eigenaar is of wordt van het schoolgebouw waarop de aanvraag ziet.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid kan een schoolbestuur ook subsidie aanvragen voor een gymzaal die wel onderdeel is van hetzelfde bouwproject waarvoor het schoolbestuur bekostiging heeft gekregen op grond van de Verordening, maar die na oplevering in eigendom wordt overgedragen aan de gemeente.

Artikel 2.6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    In afwijking van artikel 5, derde lid, van de VloA 2019 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:

    • a.

      de uitwerking van de verduurzamende maatregelen in de vorm van tekeningen, berekeningen, principedetails en materialenoverzichten en de bijbehorende begroting(en) als onderdeel of aanvulling op het reguliere bouwplan voor de nieuwbouw of vernieuwbouw conform de voorwaarden van artikel 2.8 van de Verordening;

    • b.

      een toelichting per verduurzamende maatregel, waarbij ingegaan wordt op:

      • -

        BENG naar ENG (bij nieuwbouw): wijze van isoleren, verwarmen, koelen, opwekking (stooklijn), toelichting op eventuele gevolgen netcongestie; concept ENG berekening;

      • -

        BENG (bij monumenten): wijze van isoleren, verwarmen, koelen, opwekking (stooklijn), toelichting op eventuele gevolgen netcongestie; concept BENG berekening;

      • -

        BENG naar BENG-Frisse Scholen B (bij vernieuwbouw behoudens monumenten): wijze van isoleren, verwarmen, koelen, opwekking (stooklijn), toelichting op eventuele gevolgen netcongestie; concept BENG-Frisse Scholen berekening;

      • -

        natuurinclusief: overzicht van te realiseren maatregelen uit Handboek Natuurinclusief Bouwen en bijbehorende puntentelling vergezeld met een schets van de natuurinclusieve maatregelen 1 , inclusief aantallen of vierkante meters;

      • -

        houtconcept circulair bouwen: type houtbouwconcept en overzicht van de in hout uit te voeren onderdelen, inclusief onderbouwing van te verwachten materiaal gebonden CO2 uitstoot, losmaakbaarheid en herkomst van materiaal;

      • -

        biobased bouwmaterialen: overzicht van de regulier toe te passen bouwmaterialen versus de alternatieve materialen, locaties en hoeveelheden, toelichting op de keuzes;

      • -

        extra retentiemaatregelen voor regenwater, wijze van opslag en afvoer, beoogde locatie en hoeveelheden, calculatie van de te realiseren waterretentie;

    • c.

      een realistische en onderbouwde planning voor het bouwproject;

    • d.

      of het schoolbestuur voor een of meerdere verduurzamende maatregelen waarop de aanvraag ziet, een verzoek voor financiering of subsidie heeft ingediend op grond van een andere gemeentelijke subsidieregeling of bij een ander overheidsorgaan of een fonds.

Artikel 2.7 Aanvraagtermijn en wijze van indienen

  • 1.

    In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 kan een aanvraag om een subsidie worden ingediend vanaf 1 januari 2026 tot uiterlijk 31 januari 2028 in het onderwijsloket.

  • 2.

    Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het door het college vastgestelde aanvraagformulier.

Artikel 2.8 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als de aanvraag ziet op:

  • a.

    verduurzamende maatregelen voor een deel van het schoolgebouw dat geen onderwijsbestemming heeft, zoals een kinderdagverblijf, BSO, fietsenstalling, of een losse buitenberging;

  • b.

    verduurzamende maatregelen van een uitbreiding of een gedeeltelijke renovatie van een schoolgebouw;

  • c.

    nieuwbouw of vernieuwbouw, die naar het oordeel van het college niet binnen twee jaar na de aanvraag zal starten of niet zal worden afgerond voor 31 december 2031;

  • d.

    een verduurzamende maatregel die onderdeel is van de reeds van toepassing zijnde landelijke en stedelijke eisen voor nieuwbouw;

  • e.

    een of meerdere verduurzamende maatregelen waarvoor het schoolbestuur van het college, een ander bestuursorgaan of van een fonds financiering of subsidie ontvangt of zal ontvangen;

  • f.

    een subsidie voor verduurzamende maatregelen die hoger is dan 10 procent van de normbekostiging voor de nieuwbouw of vernieuwbouw op grond van de verordening.

Artikel 2.9 Verantwoording en vaststelling van de subsidie

  • 1.

    In afwijking van hoofdstuk 4 van de VloA 2019 verantwoordt het schoolbestuur de subsidie voor de verduurzamende maatregelen als onderdeel van de verantwoording van de bekostiging die het schoolbestuur heeft ontvangen voor de nieuwbouw of de vernieuwbouw van het schoolgebouw overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Verordening in het onderwijsloket.

  • 2.

    Bij de verantwoording dient te worden overgelegd:

    • a.

      foto’s van de uitgevoerde maatregelen;

    • b.

      een verklaring van de bouwheer, aannemer, architect en installateur over dat de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd conform de aanvraag.

  • 3.

    In afwijking van hoofdstuk 4 van de VloA 2019 stelt het college de subsidie overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Verordening vast.

Artikel II  

Aan Bijlage 5 van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 wordt een toelichting op Hoofdstuk 2 toegevoegd, luidende:

 

Toelichting bij Bijlage 5: Materiële voorzieningen

Met de Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050 (Hoofdstuk 2) stimuleert de gemeente schoolbesturen om bij nieuwbouw of vernieuwbouw van hun scholen al te anticiperen op toekomstige eisen voor verduurzaming.

 

Algemeen

De gemeente heeft als wettelijke taak om te voorzien in onderwijshuisvesting voor scholen. De belangrijkste voorzieningen die de gemeente op dit terrein bestaan uit nieuwbouw (nieuwe scholen in de uitbreidingsgebieden) en vervangende nieuwbouw (voor bestaande scholen). Vervangende nieuwbouw vindt soms plaats door middel van sloop – nieuwbouw, maar kan ook in de vorm van vernieuwbouw worden bekostigd (renovatie op nieuwbouwniveau). Het bekostigingsniveau is in alle gevallen gelijk (de normvergoeding).

De normvergoeding is voldoende om bij de (ver)nieuwbouw te voldoen aan de duurzaamheidseisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving2 (Bbl) en de Bouwverordening Amsterdam 20133 Deze wettelijke eisen liggen echter lager dan het ambitieniveau van de landelijke en Amsterdamse klimaatdoelen voor 2050.

Een aanbeveling uit de ‘Routekaartrapport Verduurzaming Bestaande Schoolgebouwen Amsterdam” (december 2024) is om bij nieuwbouw/vernieuwbouw al te anticiperen op de Energie-, Groen- en Circulaire transitie van de gemeente én de landelijke energiedoelstelling van 2050. Hierbij wordt gedacht aan:

  • Energietransitie: bouw alle nieuwbouw en vernieuwbouw op niveau van Energie Neutraal Gebouw - behalve waar onmogelijk, zoals bij sommige monumenten.

  • Circulair/ Houtbouw: bouw nieuwe scholen met duurzame (biobased) bouwmaterialen en zorg dat je ze later weer kunt hergebruiken.

  • Groen/Natuurinclusief: leg nestkasten, gevelgroen en groene daken aan.

  • Groen/Klimaatadaptief/Rainproof: sla meer regenwater tijdelijk op (van 60 naar 90 liter/m2/24 uur), daar waar opslag onder schoolplein of gebouw eenvoudig mogelijk is.

De gemeenteraad heeft besloten deze aanbeveling over te nemen. Door middel van de VloA-voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050 wil de gemeente het verduurzamen van schoolgebouwen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs stimuleren om zo een versnelde bijdrage te leveren aan landelijke klimaatdoelstellingen voor 2050 en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen voor 2050. Hiermee wordt bereikt dat in de gemeente op korte termijn scholen worden gebouwd of vernieuwd op een niveau dat tegemoetkomt aan de eisen klimaatakkoord Parijs4 .

Het gaat om maatregelen waarvoor scholen geen (norm)vergoeding kunnen aanvragen vanuit de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 (hierna: de Verordening). Omdat het een tijdelijke regeling betreft, leent de Verordening zich niet voor de uitvoering van deze regeling. De Verordening zou hiervoor gewijzigd moeten worden, waarvoor een op overeenstemming gericht overleg tussen gemeente en schoolbesturen noodzakelijk is. Dit vergt veel tijd. Daarnaast is er sprake van aanvraagprocedure die ook bijna een jaar in beslag neemt. Dit heeft de keuze voor de meer flexibele VloA-2019 bepaald.

De voorziening kan gezien worden als een overgangsregeling totdat de klimaatdoelstellingen in wetgeving worden omgezet en/of gemeentelijke middelen structureel worden vrijgemaakt voor het behalen van duurzaamheidsdoelen.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen

  • a.

    BENG:

    Bijna Energie Neutraal Gebouw met een zeer hoge energieprestatie, waarbij de dicht bij nul liggende of zeer lage hoeveelheid energie die is vereist in zeer aanzienlijke mate wordt geleverd uit hernieuwbare bronnen die deels ter plaatse of dichtbij wordt geproduceerd.

    De eisen voor BENG zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgevingen omvatten de volgende drie indicatoren:

    • BENG 1: de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr)

    • BENG 2: het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr)

    • BENG 3: het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%)

  • De eisen voor beng 1/2/3 verschillen per gebruiksfunctie 5

     

  • b.

    BENG-Frisse Scholen B:

    "Frisse Scholen B" verwijst naar de klasse B binnen het Programma van Eisen (PvE) Frisse Scholen, een initiatief van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat zich richt op het creëren van gezonde en comfortabele leeromgevingen in schoolgebouwen. BENG-Frisse scholen B stelt hogere eisen dan het Bbl nieuwbouw: De energiebehoefte (BENG 1) is minimaal 20% lager dan vereist in het bouwbesluit. Het primair fossiel energiegebruik (BENG 2) is minimaal 25% lager dan vereist in het Bbl. Het aandeel hernieuwbare energie (BENG 3) is minimaal 55%6

     

  • c.

    Biobased bouwmaterialen:

    Bouwmaterialen gemaakt van dierlijk materiaal of van schimmels, planten (zoals houtvezel, hennep, stro, vlas en cellulose), bacteriën die ecologisch verantwoord geteeld, geoogst, gebruikt en hergebruikt worden7 ;, en die voor minimaal 70% bestaan uit hernieuwbare massa (EN16575:2014)8 .

     

  • f.

    Losmaakbaarheid:

    De losmaakbaarheid van een gebouw wordt uitgedrukt in de losmaakbaarheidsindex, een benchmark waarmee je bepaalt hoe losmaakbaar een gebouw in zijn totaliteit is. De meetmethode wordt nader omschreven in de Circular Buildings – een meetmethodiek voor losmaakbaarheid v2.0, te vinden op de site van Dutch Green Building Council9

     

  • g.

    materiaalgebonden CO2-uitstoot:

    Hierbij ligt de focus op het eerste deel van de levenscyclus, de productie- en bouwfase. Daarmee ontstaat inzicht in de CO2-uitstoot, van grondstofwinning tot en met realisatie. De CO2-uitstoot voor de bouw- en productiefase wordt inzichtelijk gemaakt met het Rekenprotocol Paris Proof Materiaalgebonden Emissies, dat is ontwikkeld door NIBE in opdracht van de Dutch Green Building Council (DGBC) 10 .

     

  • h.

    natuurinclusief bouwen:

    Uitgangspunten natuurinclusief bouwen zijn terug te vinden in het Handboek Natuurinclusief Bouwen)11 . De bijbehorende puntentelling is terug te vinden in het Puntensysteem 12 . De maatregelen die in aanmerking komen voor subsidie betreffen uitsluitend de gebouwgebonden verbeteringen (dus niet aan het schoolplein).

Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

De berekening van de hoogte van de subsidie vindt plaats op basis van de bij het tweede lid opgenomen tabel, die hieronder verder wordt toegelicht. De hierin opgenomen activiteiten betreffen de verduurzamende maatregelen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd in het eerste lid van dit artikel. De in de eerste kolom opgenomen nummers verwijzen ook naar het eerste lid en bij behorende onderdelen. De in de tabel genoemde m2 BVO betreft dezelfde m2 BVO als is toegekend op het OHP. De in de tabel genoemde bedragen zijn euro’s, inclusief BTW en inclusief alle opslagen.

 

  • Ia

    Bij nieuwbouw is het niveau ENG te behalen met extra investeringen. In de subsidie wordt geen rekening gehouden met de extra PV-panelen die nodig zijn om ENG te behalen. Het schoolbestuur moet hier zelf extra in investeren voor de onderdelen waar het juridisch eigenaar van wordt. Deze investering verdient zichzelf op termijn terug, ondanks de afschaffing van de salderingsregeling in de nabije toekomst. Het Nationaal Warmtefonds biedt de "Scholen Energiebespaarlening" aan, een lening met een lage rente specifiek voor energiebesparende maatregelen op scholen, waaronder zonnepanelen.

    Bij vernieuwbouw van gymzalen die eigendom van de school blijven geldt dezelfde vergoeding als voor de school en moet de gebruiker zelf investeren in de extra PV-panelen.

    De in de tabel genoemde bijdrage voor gymzalen zijn inclusief bekostiging PV-panelen, waarbij de opbrengsten ten goede komen aan de exploitatielasten van de gemeente als eigenaar.

  • Ib

    Bij vernieuwbouw Monumenten (gemeente of rijksmonumenten) blijkt het zeer lastig om het niveau BENG te behalen omdat er een grote beperking is op de mogelijkheden van uit te voeren maatregelen (behoud monumentale waarden). Om die reden biedt de Verordening de mogelijkheid om af te wijken van deze nieuwbouw-eis. Niettemin blijft deze ambitie uit de Verordening overeind staan, en willen we schoolbesturen met deze subsidieregeling extra stimuleren om ook bij monumenten de nieuwbouweisen qua energieprestatie te behalen. Om die reden komen monumenten in aanmerking voor een aanvullende subsidie boven op de normvergoeding van de Verordening voor de extra kosten die nodig zijn voor het realiseren van niveau BENG.

  • Ic

    Bij overige vernieuwbouw zijn de beperkingen iets minder, maar blijft ENG in de meeste gevallen onhaalbaar. Alhoewel de ambitie blijft staan om bij vernieuwbouw zoveel mogelijk ENG niveau te behalen, volstaat om die reden het niveau BENG-Frisse Scholen B om in aanmerking te komen voor een subsidie.

  • Id

    Bij het natuurinclusief maken van het gebouw dient het te gaan om voorzieningen voor flora en fauna. Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen voor deze aanpassingen dient te worden voldaan aan minimaal 20 punten op basis van “Puntensysteem Natuurinclusief bouwen. Het betreft gebouw gerelateerde maatregelen, dus niet naast het gebouw of op het schoolplein. In de praktijk betekent dit een groen dak en aanvullende maatregelen als bijvoorbeeld gevelplanten en nestkasten etc.). De in de tabel genoemde vergoeding is voor een volledig pakket van minimaal 20 punten.

  • Ie

    Bij houtconcept circulair bouwen is gekozen voor tamelijk hoge eisen, die voor alsnog haalbaar zijn bij nieuwbouw. Alleen scholen die op voorhand kiezen voor een houtbouwconcept zullen de vereiste niveaus kunnen behalen. Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen moet minimaal voldaan worden aan de volgende eisen:

    • -

      Materiaalgebonden CO2 uitstoot: < 200 CO2 q/m2;

    • -

      Losmaakbaarheid: > 75% exclusief fundering;

    • -

      Herkomst materialen: > 35% verantwoorde herkomst materialen (massa) waarvan > 15% biobased.

  • Er is nog geen circulair-subsidie voor vernieuwbouw omdat er nog geen goede standaard meetmethode is, die voor alle vernieuwbouw toepasbaar is. Hieraan wordt wel verder gewerkt.

  • If

    Waterretentie kan verder verhoogd worden van 60 tot 90 liter door gebruik te maken van opslagtanks (onder schoolgebouw of onder ‘eigen grond’) en ingezet worden als hemelwatersysteem. De subsidie betreft voor nieuwbouw de meerkosten op het budget dat al wordt toegekend via het OHP. Voor nieuwbouw wordt deze standaard toegekend. Voor vernieuwbouw is geen eis voor waterretentie in de bouwverordening en deze bijdrage wordt dus niet standaard toegekend. Indien bij vernieuwbouw een retentie wordt bereikt voor 90 liter opslag i.c.m. hemelwatersysteemsysteem, geldt daarom een hogere subsidiebijdrage.

Artikel 2.4 Subsidieplafond en wijze van verdelen

Voor deze voorziening geldt voor het subsidietijdvak 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidieplafond van € 16.000.000. Binnen deze periode dient uitvoering te worden gegeven aan de gesubsidieerde activiteiten.

 

Artikel 2.6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

De uitwerking van de verduurzamende maatregelen dient als onderdeel of in aanvulling op het reguliere bouwplan voor de nieuwbouw of vernieuwbouw worden ingediend.

 

Artikel 2.7 Aanvraagtermijn en wijze van indienen

Deze subsidie wordt in afwijking van de gebruikelijke termijn voor de VloA-voorzieningen niet verleend voor schooljaren. De aanvraagtermijn strekt zich uit van 1 januari 2026 tot uiterlijk 31 januari 2028. Waarna de schoolbesturen nog tot uiterlijk 31 december 2031 de tijd hebben om de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren. In afwijking van de gebruikelijke wijze van indienen van de VloA-voorzieningen, worden aanvragen ingediend via het onderwijsloket van Onderwijshuisvesting van de gemeente Amsterdam.

 

Artikel 2.8 Weigeringsgronden

De subsidie wordt in de eerste plaats geweigerd als een schoolbestuur op grond van een andere regeling of fonds al financiering voor de verduurzamende maatregelen heeft ontvangen of hiervoor in aanmerking komt. Indien dit het geval is en een aanvrager heeft niet het volledige bedrag ontvangen, dan kan hij wel voor het restant een beroep doen op deze subsidieregeling. Voor natuurinclusief bouwen geldt dat het bouwwerk op minimaal 20 punten moet voldoen aan het “Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen”.

Een aanvraag wordt voorts geweigerd als niet binnen twee jaar met de nieuwbouw of vernieuwbouw van een schoolgebouw kan worden gestart. Dit omdat de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk op 31 december 2031 moeten zijn afgerond.

 

Artikel 2.9 Verantwoording en vaststelling subsidie

In afwijking van Hoofdstuk 4 van de VloA verantwoordt het schoolbestuur de subsidie tegelijkertijd met de verantwoording van de nieuwbouw of de vernieuwbouw conform het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Verordening via het onderwijsloket. Daarbij dient hij met een fotoreportage aan te tonen of de activiteiten conform de aanvraag zijn uitgevoerd inclusief een verklaring van de aannemer, architect en installateur hieromtrent. Het college stelt de subsidie vast conform hoofdstuk 5 van de Verordening.

Artikel III  

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

Artikel III  

Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening VloA 2019: Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 13 november 2025

De voorzitter

Femke Halsema

De raadsgriffier

Jolien Houtman

Toelichting bij de wijzigingsverordening

Door middel van de VloA-voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050 (opgenomen in bijlage 5 bij de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019) wil de gemeenteraad het verduurzamen van schoolgebouwen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs stimuleren om zo een versnelde bijdrage te leveren aan landelijke klimaatdoelstellingen voor 2050 en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen voor 2050. Hiermee wordt bereikt dat in de gemeente op korte termijn scholen worden gebouwd of vernieuwd op een niveau dat tegemoetkomt aan de eisen klimaatakkoord Parijs.

 

Zie verder de toelichting zoals opgenomen in Artikel II.

Naar boven