Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 506309 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 506309 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 in verband met het vaststellen van de Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050 (VloA 2019: Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050)
Bijlage 5 bij de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 komt te luiden:
Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 Bijlage 5: Materiële voorzieningen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Soort voorzieningen
Deze bijlage betreft de regelgeving voor de voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050
Artikel 1.2 Toepasselijkheid VloA 2019
Het algemeen deel van de VloA 2019 is van toepassing, tenzij daarvan voor een voorziening in deze bijlage uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Hoofdstuk 2 Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050
Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen
In deze voorziening wordt verstaan onder:
Het doel van deze voorziening is om versneld een bijdrage te leveren aan de voor 2050 gestelde landelijke klimaat- en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen, door aan een schoolbestuur bij nieuwbouw of vernieuwbouw van schoolgebouwen een extra financiële impuls te geven voor verduurzamende activiteiten die niet vallen onder de normbekostiging van de Verordening.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de volgende tabel, waarbij geldt dat de subsidie nooit meer kan bedragen dan 10 % van de normbekostiging die een schoolbestuur voor de nieuwbouw of vernieuwbouw ontvangt:
Artikel 2.4 Subsidieplafond en wijze van verdelen
Artikel 2.6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In afwijking van artikel 5, derde lid, van de VloA 2019 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:
de uitwerking van de verduurzamende maatregelen in de vorm van tekeningen, berekeningen, principedetails en materialenoverzichten en de bijbehorende begroting(en) als onderdeel of aanvulling op het reguliere bouwplan voor de nieuwbouw of vernieuwbouw conform de voorwaarden van artikel 2.8 van de Verordening;
een toelichting per verduurzamende maatregel, waarbij ingegaan wordt op:
natuurinclusief: overzicht van te realiseren maatregelen uit Handboek Natuurinclusief Bouwen en bijbehorende puntentelling vergezeld met een schets van de natuurinclusieve maatregelen 1 , inclusief aantallen of vierkante meters;
Artikel 2.7 Aanvraagtermijn en wijze van indienen
In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als de aanvraag ziet op:
Artikel 2.9 Verantwoording en vaststelling van de subsidie
In afwijking van hoofdstuk 4 van de VloA 2019 verantwoordt het schoolbestuur de subsidie voor de verduurzamende maatregelen als onderdeel van de verantwoording van de bekostiging die het schoolbestuur heeft ontvangen voor de nieuwbouw of de vernieuwbouw van het schoolgebouw overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Verordening in het onderwijsloket.
Aan Bijlage 5 van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 wordt een toelichting op Hoofdstuk 2 toegevoegd, luidende:
Toelichting bij Bijlage 5: Materiële voorzieningen
Met de Voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050 (Hoofdstuk 2) stimuleert de gemeente schoolbesturen om bij nieuwbouw of vernieuwbouw van hun scholen al te anticiperen op toekomstige eisen voor verduurzaming.
De gemeente heeft als wettelijke taak om te voorzien in onderwijshuisvesting voor scholen. De belangrijkste voorzieningen die de gemeente op dit terrein bestaan uit nieuwbouw (nieuwe scholen in de uitbreidingsgebieden) en vervangende nieuwbouw (voor bestaande scholen). Vervangende nieuwbouw vindt soms plaats door middel van sloop – nieuwbouw, maar kan ook in de vorm van vernieuwbouw worden bekostigd (renovatie op nieuwbouwniveau). Het bekostigingsniveau is in alle gevallen gelijk (de normvergoeding).
De normvergoeding is voldoende om bij de (ver)nieuwbouw te voldoen aan de duurzaamheidseisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving2 (Bbl) en de Bouwverordening Amsterdam 20133 Deze wettelijke eisen liggen echter lager dan het ambitieniveau van de landelijke en Amsterdamse klimaatdoelen voor 2050.
Een aanbeveling uit de ‘Routekaartrapport Verduurzaming Bestaande Schoolgebouwen Amsterdam” (december 2024) is om bij nieuwbouw/vernieuwbouw al te anticiperen op de Energie-, Groen- en Circulaire transitie van de gemeente én de landelijke energiedoelstelling van 2050. Hierbij wordt gedacht aan:
De gemeenteraad heeft besloten deze aanbeveling over te nemen. Door middel van de VloA-voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050 wil de gemeente het verduurzamen van schoolgebouwen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs stimuleren om zo een versnelde bijdrage te leveren aan landelijke klimaatdoelstellingen voor 2050 en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen voor 2050. Hiermee wordt bereikt dat in de gemeente op korte termijn scholen worden gebouwd of vernieuwd op een niveau dat tegemoetkomt aan de eisen klimaatakkoord Parijs4 .
Het gaat om maatregelen waarvoor scholen geen (norm)vergoeding kunnen aanvragen vanuit de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 (hierna: de Verordening). Omdat het een tijdelijke regeling betreft, leent de Verordening zich niet voor de uitvoering van deze regeling. De Verordening zou hiervoor gewijzigd moeten worden, waarvoor een op overeenstemming gericht overleg tussen gemeente en schoolbesturen noodzakelijk is. Dit vergt veel tijd. Daarnaast is er sprake van aanvraagprocedure die ook bijna een jaar in beslag neemt. Dit heeft de keuze voor de meer flexibele VloA-2019 bepaald.
De voorziening kan gezien worden als een overgangsregeling totdat de klimaatdoelstellingen in wetgeving worden omgezet en/of gemeentelijke middelen structureel worden vrijgemaakt voor het behalen van duurzaamheidsdoelen.
Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen
Bijna Energie Neutraal Gebouw met een zeer hoge energieprestatie, waarbij de dicht bij nul liggende of zeer lage hoeveelheid energie die is vereist in zeer aanzienlijke mate wordt geleverd uit hernieuwbare bronnen die deels ter plaatse of dichtbij wordt geproduceerd.
De eisen voor BENG zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgevingen omvatten de volgende drie indicatoren:
De eisen voor beng 1/2/3 verschillen per gebruiksfunctie 5
"Frisse Scholen B" verwijst naar de klasse B binnen het Programma van Eisen (PvE) Frisse Scholen, een initiatief van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat zich richt op het creëren van gezonde en comfortabele leeromgevingen in schoolgebouwen. BENG-Frisse scholen B stelt hogere eisen dan het Bbl nieuwbouw: De energiebehoefte (BENG 1) is minimaal 20% lager dan vereist in het bouwbesluit. Het primair fossiel energiegebruik (BENG 2) is minimaal 25% lager dan vereist in het Bbl. Het aandeel hernieuwbare energie (BENG 3) is minimaal 55%6
De losmaakbaarheid van een gebouw wordt uitgedrukt in de losmaakbaarheidsindex, een benchmark waarmee je bepaalt hoe losmaakbaar een gebouw in zijn totaliteit is. De meetmethode wordt nader omschreven in de Circular Buildings – een meetmethodiek voor losmaakbaarheid v2.0, te vinden op de site van Dutch Green Building Council9
materiaalgebonden CO2-uitstoot:
Hierbij ligt de focus op het eerste deel van de levenscyclus, de productie- en bouwfase. Daarmee ontstaat inzicht in de CO2-uitstoot, van grondstofwinning tot en met realisatie. De CO2-uitstoot voor de bouw- en productiefase wordt inzichtelijk gemaakt met het Rekenprotocol Paris Proof Materiaalgebonden Emissies, dat is ontwikkeld door NIBE in opdracht van de Dutch Green Building Council (DGBC) 10 .
Uitgangspunten natuurinclusief bouwen zijn terug te vinden in het Handboek Natuurinclusief Bouwen)11 . De bijbehorende puntentelling is terug te vinden in het Puntensysteem 12 . De maatregelen die in aanmerking komen voor subsidie betreffen uitsluitend de gebouwgebonden verbeteringen (dus niet aan het schoolplein).
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie
De berekening van de hoogte van de subsidie vindt plaats op basis van de bij het tweede lid opgenomen tabel, die hieronder verder wordt toegelicht. De hierin opgenomen activiteiten betreffen de verduurzamende maatregelen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd in het eerste lid van dit artikel. De in de eerste kolom opgenomen nummers verwijzen ook naar het eerste lid en bij behorende onderdelen. De in de tabel genoemde m2 BVO betreft dezelfde m2 BVO als is toegekend op het OHP. De in de tabel genoemde bedragen zijn euro’s, inclusief BTW en inclusief alle opslagen.
Bij nieuwbouw is het niveau ENG te behalen met extra investeringen. In de subsidie wordt geen rekening gehouden met de extra PV-panelen die nodig zijn om ENG te behalen. Het schoolbestuur moet hier zelf extra in investeren voor de onderdelen waar het juridisch eigenaar van wordt. Deze investering verdient zichzelf op termijn terug, ondanks de afschaffing van de salderingsregeling in de nabije toekomst. Het Nationaal Warmtefonds biedt de "Scholen Energiebespaarlening" aan, een lening met een lage rente specifiek voor energiebesparende maatregelen op scholen, waaronder zonnepanelen.
Bij vernieuwbouw van gymzalen die eigendom van de school blijven geldt dezelfde vergoeding als voor de school en moet de gebruiker zelf investeren in de extra PV-panelen.
De in de tabel genoemde bijdrage voor gymzalen zijn inclusief bekostiging PV-panelen, waarbij de opbrengsten ten goede komen aan de exploitatielasten van de gemeente als eigenaar.
Bij vernieuwbouw Monumenten (gemeente of rijksmonumenten) blijkt het zeer lastig om het niveau BENG te behalen omdat er een grote beperking is op de mogelijkheden van uit te voeren maatregelen (behoud monumentale waarden). Om die reden biedt de Verordening de mogelijkheid om af te wijken van deze nieuwbouw-eis. Niettemin blijft deze ambitie uit de Verordening overeind staan, en willen we schoolbesturen met deze subsidieregeling extra stimuleren om ook bij monumenten de nieuwbouweisen qua energieprestatie te behalen. Om die reden komen monumenten in aanmerking voor een aanvullende subsidie boven op de normvergoeding van de Verordening voor de extra kosten die nodig zijn voor het realiseren van niveau BENG.
Bij het natuurinclusief maken van het gebouw dient het te gaan om voorzieningen voor flora en fauna. Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen voor deze aanpassingen dient te worden voldaan aan minimaal 20 punten op basis van “Puntensysteem Natuurinclusief bouwen. Het betreft gebouw gerelateerde maatregelen, dus niet naast het gebouw of op het schoolplein. In de praktijk betekent dit een groen dak en aanvullende maatregelen als bijvoorbeeld gevelplanten en nestkasten etc.). De in de tabel genoemde vergoeding is voor een volledig pakket van minimaal 20 punten.
Bij houtconcept circulair bouwen is gekozen voor tamelijk hoge eisen, die voor alsnog haalbaar zijn bij nieuwbouw. Alleen scholen die op voorhand kiezen voor een houtbouwconcept zullen de vereiste niveaus kunnen behalen. Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen moet minimaal voldaan worden aan de volgende eisen:
Waterretentie kan verder verhoogd worden van 60 tot 90 liter door gebruik te maken van opslagtanks (onder schoolgebouw of onder ‘eigen grond’) en ingezet worden als hemelwatersysteem. De subsidie betreft voor nieuwbouw de meerkosten op het budget dat al wordt toegekend via het OHP. Voor nieuwbouw wordt deze standaard toegekend. Voor vernieuwbouw is geen eis voor waterretentie in de bouwverordening en deze bijdrage wordt dus niet standaard toegekend. Indien bij vernieuwbouw een retentie wordt bereikt voor 90 liter opslag i.c.m. hemelwatersysteemsysteem, geldt daarom een hogere subsidiebijdrage.
Artikel 2.4 Subsidieplafond en wijze van verdelen
Voor deze voorziening geldt voor het subsidietijdvak 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidieplafond van € 16.000.000. Binnen deze periode dient uitvoering te worden gegeven aan de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 2.6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
De uitwerking van de verduurzamende maatregelen dient als onderdeel of in aanvulling op het reguliere bouwplan voor de nieuwbouw of vernieuwbouw worden ingediend.
Artikel 2.7 Aanvraagtermijn en wijze van indienen
Deze subsidie wordt in afwijking van de gebruikelijke termijn voor de VloA-voorzieningen niet verleend voor schooljaren. De aanvraagtermijn strekt zich uit van 1 januari 2026 tot uiterlijk 31 januari 2028. Waarna de schoolbesturen nog tot uiterlijk 31 december 2031 de tijd hebben om de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren. In afwijking van de gebruikelijke wijze van indienen van de VloA-voorzieningen, worden aanvragen ingediend via het onderwijsloket van Onderwijshuisvesting van de gemeente Amsterdam.
De subsidie wordt in de eerste plaats geweigerd als een schoolbestuur op grond van een andere regeling of fonds al financiering voor de verduurzamende maatregelen heeft ontvangen of hiervoor in aanmerking komt. Indien dit het geval is en een aanvrager heeft niet het volledige bedrag ontvangen, dan kan hij wel voor het restant een beroep doen op deze subsidieregeling. Voor natuurinclusief bouwen geldt dat het bouwwerk op minimaal 20 punten moet voldoen aan het “Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen”.
Een aanvraag wordt voorts geweigerd als niet binnen twee jaar met de nieuwbouw of vernieuwbouw van een schoolgebouw kan worden gestart. Dit omdat de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk op 31 december 2031 moeten zijn afgerond.
Artikel 2.9 Verantwoording en vaststelling subsidie
In afwijking van Hoofdstuk 4 van de VloA verantwoordt het schoolbestuur de subsidie tegelijkertijd met de verantwoording van de nieuwbouw of de vernieuwbouw conform het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Verordening via het onderwijsloket. Daarbij dient hij met een fotoreportage aan te tonen of de activiteiten conform de aanvraag zijn uitgevoerd inclusief een verklaring van de aannemer, architect en installateur hieromtrent. Het college stelt de subsidie vast conform hoofdstuk 5 van de Verordening.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 13 november 2025
De voorzitter
Femke Halsema
De raadsgriffier
Jolien Houtman
Toelichting bij de wijzigingsverordening
Door middel van de VloA-voorziening schoolgebouwen voorbereid op 2050 (opgenomen in bijlage 5 bij de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019) wil de gemeenteraad het verduurzamen van schoolgebouwen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs stimuleren om zo een versnelde bijdrage te leveren aan landelijke klimaatdoelstellingen voor 2050 en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen voor 2050. Hiermee wordt bereikt dat in de gemeente op korte termijn scholen worden gebouwd of vernieuwd op een niveau dat tegemoetkomt aan de eisen klimaatakkoord Parijs.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-506309.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.