Gemeenteblad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2025, 505069 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2025, 505069 | beleidsregel |
Beleidsregel ontheffingen nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's en milieuzone voor personenauto's en autobussen gemeente Utrecht
Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,
Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994; en de artikelen 86c, 86d, 86e en 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Deze beleidsregel verstaat onder:
bijzonder voertuig: vrachtauto met carrosseriecode 15, 16, 19, 23, 26, 27, 31, of de aanduiding voor speciale doeleinden SB of SF, een kermisvrachtauto, een circusvrachtauto, een vrachtauto ingezet voor incidenteel exceptioneel transport, een verhuisauto, een vrachtauto met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer, of een opleggertrekker voor zwaar exceptioneel transport met drie of meer assen;
milieuzone: ruimtelijk begrensd gebied dat is gelegen in een gemeente waar, om reden van leefbaarheid, luchtkwaliteit en klimaat, een selectief toelatingsbeleid voor personenauto’s, bedrijfsauto’s en autobussen wordt gehanteerd in relatie tot de door die voertuigen veroorzaakte milieuhinder, luchtverontreiniging en CO2-uitstoot, dat is ingesteld bij verkeersbesluit met de zonaal uitgevoerde verkeersborden C22a en C22b, met onderborden als bedoeld in artikel 86d van het RVV 1990;
Hoofdstuk 2 Ontheffingen nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's
§ 2.1 - langdurige ontheffingen
Artikel 3 Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig
Het college verleent op aanvraag voor een bedrijfs- of een vrachtauto een ontheffing op kenteken, indien dit voertuig aantoonbaar vervangen wordt door een emissieloos voertuig dat nog niet geleverd is. In het geval dat de ontheffing wordt aangevraagd voor een te vervangen leasevoertuig dient de leaseperiode langer te zijn dan een jaar gerekend vanaf verwachte levering van het emissieloze leasevoertuig.
Het college verleent, in afwijking van het eerste lid, op aanvraag een ontheffing voor een bijzonder voertuig met een datum eerste toelating van 13 jaar of ouder, indien dit voertuig aantoonbaar wordt vervangen door een nieuw bijzonder voertuig met emissieklasse 6 dat nog niet geleverd is. De leden 2 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing
Artikel 4 Ontheffingen voor bijzondere voertuigen met een DET jonger dan 13 jaar
Artikel 6 Ontheffing voor voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn
Bij de aanvraag wordt een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap overlegd van het voertuig en, indien van toepassing, van ten hoogste één aanhanger behorend bij het huidige voertuig, waaruit blijkt dat de aanhanger van dezelfde eigenaar is als het voertuig waarvoor ontheffing wordt aangevraagd.
Bij de afweging of een vergelijkbaar emissieloos alternatief voertuig verkrijgbaar is, betrekt het college in ieder geval de laatste stand van de innovatie en de techniek op het moment van de aanvraag, zoals geplaatst op de website van het Centraal Loket, de mate van vergelijkbaarheid van verkrijgbare emissieloze voertuigen met het huidige voertuig, en de proportionaliteit. De laatste stand van de innovatie en de techniek worden twee keer per jaar geactualiseerd.
De aanvrager overlegt ter onderbouwing van de aanvraag bewijsstukken waaruit blijkt dat er voor het huidige voertuig geen vergelijkbaar emissieloos alternatief beschikbaar is. Welke bewijsstukken in ieder geval dienen te worden overgelegd, wordt gespecificeerd in het aanvraagformulier op de website van het Centraal Loket.
Artikel 6A Niet-opleggertrekkers (bakwagens) emissieklasse 6 met een Datum Eerste Toelating tussen 1-1-2017 en 31-12-2019
Het college verleent aanvullend op de wettelijk geldende overgangsregeling voor vrachtwagens zoals bedoeld in artikel 86e, vijfde lid, onder c van het RVV 1990, een algemene ontheffing voor overige vrachtauto’s, zijnde niet oplegger-trekkers (bakwagens) met een emissieklasse 6 met een datum eerste toelating vanaf 1 januari 2017 tot 1 januari 2020.
Artikel 8 Ontheffing voor bedrijfs- en vrachtauto´s die vanwege een handicap zijn aangepast
Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone, indien deze bedrijfs- of vrachtauto aantoonbaar in verband met een handicap van de voertuigeigenaar, de bestuurder van het voertuig, van een gezinslid van de eigenaar danwel de bestuurder of van een persoon aan wie de eigenaar of bestuurder mantelzorg verleent, is aangepast voor een bedrag van ten minste € 500.
Artikel 9 Ontheffing vanwege onvoldoende laadvermogen op bedrijfslocatie totdat een verzwaarde netaansluiting is gerealiseerd (netcongestie)
Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto, indien de ondernemer of eigenaar dit voertuig als gevolg van ontoereikende netcapaciteit aantoonbaar niet kan opladen op de eigen bedrijfslocatie en ook geen alternatieve laadmogelijkheden in de nabijheid heeft.
§ 2.3 - gemeentespecifieke ontheffingen
Artikel 13 Ontheffing voor bedrijfs- of vrachtauto’s in verband met bedrijfseconomische omstandigheden
Artikel 14 Afwijkingsbevoegdheid
Het college kan overeenkomstig artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht op aanvraag op kenteken ten gunste van een aanvrager een ontheffing verlenen wegens bijzondere omstandigheden die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien of als toepassing ervan gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 15 Algemene overige bepalingen
Aan een ontheffing wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat de bestuurder van een voertuig dat zich bevindt in de nul-emissiezone de ontheffing, of een kopie daarvan, op verzoek van de handhaver toont. Aan een kopie van de ontheffing wordt gelijkgesteld een afbeelding daarvan op een smartphone, laptop, tablet of ander mobiel device, apparaat of toestel.
Hoofdstuk 3 Ontheffingen milieuzone voor personenauto's en autobussen
Artikel 17 Dagontheffingen personenauto
Personenauto’s komen niet in aanmerking voor een dagontheffing. Hiervoor bieden onder andere de P+R’s, deelmobiliteit, en het openbaar vervoer een alternatief.
Artikel 19 Langdurige ontheffingen milieuzone
Op aanvraag kan het college van burgemeester en wethouders aan eigenaren van voertuigen van gehandicapten, welke zijn aangepast voor € 500,00 of meer, op hun verzoek voor onbepaalde tijd een voertuig- en persoonsgebonden ontheffing verlenen indien de eigenaar inwoner is van de gemeente Utrecht, of een aantoonbaar vast werk- of studieadres heeft in de milieuzone in de gemeente Utrecht en aantoont dat specifieke omstandigheden ontheffing noodzakelijk maken.
Op aanvraag kan het college van burgemeester en wethouders aan een eigenaar of houder van een autobus met emissieklasse 4 of 5 een langdurige ontheffing van twee jaar verlenen indien de eigenaar of houder van de autobus aantoont dat specifieke omstandigheden dit noodzakelijk maken. Dergelijke ontheffingen worden alleen bij uitzondering verleend en worden verleend voor de duur van maximaal twee jaar. Een aanvraag kan meerdere autobussen betreffen.
Artikel 20 Afwijkingsbevoegdheid
Het college kan overeenkomstig artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht op aanvraag op kenteken ten gunste van een aanvrager een ontheffing verlenen wegens bijzondere omstandigheden die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien of als toepassing ervan gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 21 Intrekking Beleidsregel ontheffingen nul-emissiezone en milieuzone gemeente Utrecht en Overgangsrecht
De Beleidsregel ‘ontheffingen nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's en milieuzone voor personenauto's en autobussen Gemeente Utrecht 2025’ wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 22 Overgangsbepalingen
Een ontheffing die is verleend krachtens de beleidsregel ontheffing milieuzone van de gemeente Utrecht bedoeld in artikel 21 en die nog niet eerder is vervallen of ingetrokken, geldt als een ontheffing verleend krachtens deze beleidsregel, indien en voor zover het gebod of verbod waarop de ontheffing betrekking heeft, ook is vervat in deze beleidsregel.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 18 november 2025.
De burgemeester
Sharon A.M. Dijksma
De secretaris,
Michiel J. Ruis
Toelichting bij Ontheffingenbeleid nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's en milieuzones voor personenauto's en autobussen gemeente Utrecht
We willen een gezonde leefomgeving met gezonde lucht voor onze inwoners. De luchtkwaliteit in Utrecht wordt steeds beter, maar zonder extra maatregelen verbetert de luchtkwaliteit onvoldoende. Daarom heeft de gemeenteraad op 10 december 2020 een besluit genomen over nieuwe maatregelen voor een betere luchtkwaliteit: ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’.
Op 29 oktober 2019 is door het Rijk het besluit tot wijziging van het RVV, het BABW en het Kentekenreglement genomen, met als doel de landelijke harmonisatie van milieuzones. Op grond van deze harmonisatieregeling moeten gemeenten met een bestaande milieuzone overgaan naar een gele of groene milieuzone, en hebben zij de mogelijkheid om vanaf 1 januari 2025 deze zone een stap aan te scherpen. Omdat in Utrecht reeds een groene zone van kracht is, wordt dit een aanscherping naar een blauwe zone. De paarse zone voor autobussen blijft ongewijzigd. De milieuzones voor bedrijfs- en vrachtverkeer worden vervangen door een nul-emissiezone.
Vanaf 29 oktober 2019 geldt een aantal landelijke vrijstellingen. Bepaalde soorten dieselauto’s zijn van de geslotenverklaring milieuzone vrijgesteld. Tot de voertuigen die worden vrijgesteld behoren in de eerste plaats kampeerwagens (campers), echter met dien verstande dat dit alleen geldt ten aanzien van de milieuzone waarin de houder van het voertuig woonachtig is. Dit stelt de houder in staat om de kampeerwagen in ieder geval bij zijn woning in en uit te pakken. In de tweede plaats vallen voertuigen van veertig jaar of ouder onder de vrijstelling. De derde categorie vrijgestelde voertuigen betreft rolstoeltoegankelijke voertuigen. Deze voertuigen zijn in het kentekenregister herkenbaar met de code SH, als aanduiding voor speciale doeleinden voor rolstoelen toegankelijk voertuig of met de bijzonderheidscode 145, 146, 147 of 149.
Bedrijven, overheden en kennisinstellingen hebben in 2014 een convenant gesloten om de stedelijke logistiek efficiënter en duurzamer te maken: de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek (ZES). Vanuit deze Green Deal ZES zijn in de afgelopen jaren diverse regionale pilots uitgevoerd met innovatieve logistieke concepten om stadskernen efficiënter en duurzamer te bevoorraden. Daarbij ging het bijvoorbeeld om overslag aan de randen van de stad (‘hubs’), de inzet van Light Electric Vehicles (LEV), vervoer over water en nieuwe samenwerkingsvormen binnen de logistieke keten. Circa 200 bedrijven, overheden en organisaties hebben inmiddels de Green Deal ZES ondertekend.
Met het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 hebben de doelstellingen van de Green Deal ZES een nieuwe impuls gekregen. Het Klimaatakkoord zet in op een versnelling naar een volledig emissievrije stadslogistiek: de zogenoemde zero-emissie of nul-emissie stadslogistiek. Dit gebeurt met het instellen van nul-emissiezones voor bedrijfs- en vrachtauto’s in dertig tot veertig grotere gemeenten vanaf 2025. Deze afspraken zijn een belangrijke aanjager voor emissieloos transport in Nederland in 2050.
In de Uitvoeringsagenda stadslogistiek van 9 februari 2021 hebben gemeenten, de rijksoverheid en andere stakeholders zich gezamenlijk eraan gecommitteerd om de invoering van nul-emissiezones voor stadslogistiek in 2025 te bevorderen. Deze samenwerking richt zich – onder meer – op de totstandkoming en implementatie van eenduidige regels voor de invoering van nul-emissiezones en het inventariseren en het onderzoeken van knelpunten en oplossingsrichtingen bij de invoering van nul-emissiezones.
Een van de afspraken uit de uitvoeringsagenda stadslogistiek is dat gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samenwerken aan een zo uniform mogelijk ontheffingen- en vrijstellingensysteem, bij voorkeur met een gezamenlijk of landelijk loket. Het centraal loket en uniform ontheffingenbeleid voorziet in de behoefte bij bedrijfsleven en gemeenten om eenduidig, transparant en klantvriendelijk ontheffingen aan te vragen. Een ondernemer hoeft zodoende voor het grootste deel van de ontheffingen, met uitzondering van ontheffingen die door deelnemende gemeenten niet aan het Centraal Loket zijn gemandateerd, maar bij één loket een aanvraag in te dienen. De aanvrager krijgt dan een besluit dat voor meerdere zones geldt en waarvoor in het geval van langdurige ontheffingen slechts één keer leges hoeft te worden betaald. Voor de ontheffingen die niet zijn gemandateerd aan het Centraal Loket betekent dit dat de ontheffing moet worden aangevraagd bij de betreffende gemeente en een verleende ontheffing geldt dan ook alleen voor de zone in die gemeente en dan zijn alleen daar leges verschuldigd.
Het Centraal Loket wordt bij mandaatbesluit van het college gemandateerd voor het in behandeling nemen van en het besluiten over ontheffingen die genoemd zijn in hoofdstuk 2 zijnde langdurige ontheffingen en de dagontheffingen. Deelnemende gemeenten met nul-emissiezones hebben het gemeenschappelijk deel van dit beleid gezamenlijk vormgegeven. Het besluiten over de ontheffingen in hoofdstuk 2, artikel 13 en 14 én hoofdstuk 3 (milieuzone ontheffingen) worden niet gemandateerd aan het Centraal Loket.
Het ontheffingenbeleid is voor een groot deel gebaseerd op het ontheffingenbeleid voor de milieuzones vracht- en bedrijfsauto’s van diverse gemeenten zoals dat de afgelopen jaren is uitgevoerd. Het ontheffingenbeleid bestaat uit een deel dat alle gemeenten met nul-emissiezones hanteren: de in dat deel opgenomen ontheffingen zijn gelijk getrokken. Daarnaast bestaat het ontheffingenbeleid in hoofdstuk 2, artikelen 13 en 14 uit gemeente-specifieke ontheffingen. Daarbij is de ontheffingstekst voor alle gemeenten gelijk voor de artikelen 13 en 14, maar wordt lokaal beoordeeld op basis van specifieke, lokale omstandigheden en afwegingen.
In deze geactualiseerde versie van de beleidsregels zijn de uitkomsten van bestuurlijk overleg naar aanleiding van discussies in de Tweede Kamer over de invoering van de nul-emissiezones verwerkt, zoals gerapporteerd in de Kamerbrief Vervolgafspraken brancheorganisaties en gemeenten over nul-emissiezones van 14 maart 2025. De ontheffingen wegens netcongestie en bedrijfseconomische omstandigheden krijgen landelijke werking. Dit betekent dat deze ontheffingen niet per gemeente hoeven te worden aangevraagd, maar na toekenning direct gelden voor alle nul-emissiezones. Ook is een ontheffing voor spoedeisend vervoer van dieren (dierenambulances) toegevoegd. Verder zijn alle beleidsregels opnieuw bezien en met voortschrijdende inzichten aangevuld, duidelijker geformuleerd en waar mogelijk is het aanvraagproces vereenvoudigd.
Voor het in behandeling nemen van aanvragen van ontheffingen zijn leges verschuldigd.
Dit ontheffingenbeleid geldt zowel voor Nederlandse als buitenlandse kentekens. Ook voor buitenlandse kentekens kunnen ontheffingen worden aangevraagd.
Overgangsregelingen en vrijstellingen nul-emissiezone
In het RVV 1990 is een overgangsregeling opgenomen voor bepaalde bedrijfs- en vrachtauto’s en daarnaast is vastgesteld welke voertuigen in aanmerking komen voor een vrijstelling of ontheffing.
In het RVV 1990 zijn de volgende overgangsregelingen opgenomen:
De volgende specifieke voertuigcategorieën zijn per 1 januari 2025 vrijgesteld. Dat betekent dat een geslotenverklaring vanwege een nul-emissie zone niet voor deze voertuigcategorieën geldt:
Een vrijgesteld voertuig kan zonder ontheffing de nul-emissiezone in.
Hoofdstuk 1 algemene bepalingen
In dit artikel zijn de definities opgenomen. Bedrijfsauto, emissieklasse, emissieloos voertuig, vrachtauto voor exceptioneel transport, kermis- en circusvrachtauto en vrachtauto zijn gedefinieerd in het RVV 1990. Kampeerwagen is gedefinieerd in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen. De definitie van verhuisauto betreft uitsluitend een vrachtauto, geen bestelauto. Als vrachtwagen voor exceptioneel transport komt alleen een opleggertrekker met 8 of meer wielen in aanmerking met een geldige exceptioneel transport-ontheffing op het trekkend voertuig.
Deze beleidsregel is van toepassing op diesel personen-, bestel-, en vrachtauto’s en autobussen die niet voldoen aan de eisen voor de milieuzone en nul-emissiezone. Deze beleidsregel is niet van toepassing op het verlenen van andere ontheffingen op grond van artikel 87 RVV 1990. Daarvoor gelden de ‘Beleidsregels verkeersontheffingen gemeente Utrecht'.
Hoofdstuk 2 Ontheffingen nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's
Artikel 3 Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig
In afwachting van de levering van een vervangend emissieloos voertuig verleent het college ontheffing onder de voorwaarden zoals genoemd in dit artikel. In veel gevallen dient na levering van het chassis nog een motor of een op maat gemaakte opbouw gerealiseerd te worden. Ook deze tijd wordt tot de levertijd gerekend. Aanbestedende partijen hebben vaak meer tijd nodig dan een individuele ondernemer (zie vierde lid). Als een voertuig ontheffing heeft gekregen vanwege de bestelling van een emissieloos voertuig, komt hetzelfde (met fossiele brandstof aangedreven) voertuig, behoudens verlenging in verband met het opschuiven van de levertijd van het vervangende voertuig, niet nogmaals in aanmerking voor een langdurige ontheffing voor het voertuig met het opgegeven kenteken. Er kan immers vanuit gegaan worden dat het uitstootvrije voertuig is geleverd (lid 6) en het vervuilende voertuig vervangt in de zone.
Bijzondere voertuigen met een datum eerste toelating van 13 jaar of ouder komen op grond van het nieuwe tiende lid in aanmerking voor een ontheffing in verband met lange levertijd van een nieuw voertuig met emissieklasse 6. Deze voertuigen hoeven niet emissieloos te zijn omdat zij zijn vrijgesteld op grond van de RVV 1990 of voldoen aan de voorwaarden van artikel 4 van dit ontheffingenbeleid.
Artikel 4 Ontheffingen voor bijzondere voertuigen met een datum eerste toelating jonger dan 13 jaar
Op grond van het RVV is een aantal categorieën bijzondere voertuigen vrijgesteld van de nul-emissiezone, waarvoor voorheen nog een ontheffing diende te worden aangevraagd,. Het gaat om vrachtauto’s met de in het kentekenregister vastgelegde carrosseriecode 15, 16, 19, 23, 26, 27, 31 of de aanduiding speciale doeleinden SB en SF, die jonger zijn dan 13 jaar. Jonger dan 13 jaar betekent dat de datum eerste toelating maximaal 13 jaar in het verleden ligt.
Naast deze bijzondere voertuigen zijn er nog andere voertuigen van 13 jaar of jonger waarop de nul-emissiezone eveneens niet van toepassing is: kermis- en circusvrachtauto’s; vrachtauto’s voor incidenteel exceptioneel transport, verhuisauto’s; vrachtauto’s met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer, of opleggertrekkers met drie of meer assen en acht of meer wielen. Omdat deze voertuigen niet op voorhand herkenbaar zijn aan een bijzondere aantekening in het kentekenregister en aanvullende informatie betreffende het voertuig en het gebruik ervan nodig is, is een wettelijk verankerde vrijstelling niet mogelijk. Voor deze voertuigen dient nog steeds een ontheffing te worden aangevraagd. Dit geschiedt op dezelfde wijze als bij de milieuzones voor vrachtauto’s, waar de ontheffing werd verleend door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl).
De ontheffing als kermis- en circuswagen wordt verleend als de kentekenhouder aantoont dat deze van de Belastingdienst gedeeltelijke vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting heeft gekregen. De ontheffing voor vrachtauto’s voor exceptioneel transport wordt verleend als voor het voertuig een incidentele of jaarontheffing exceptioneel transport is afgegeven door de RDW. De ontheffing voor een verhuisauto wordt verleend als de verhuisonderneming die de ontheffing aanvraagt, staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder de categorie ‘Verhuisvervoer’, de verhuisonderneming de kentekenhouder is en er sprake is van structurele bedrijfsactiviteiten. Dit kan onder meer worden aangetoond met het lidmaatschap van de Organisatie voor Erkende Verhuizers. De ontheffing als Bedrijfsauto’s met zware laadkraan wordt verleend op grond van een keuringsbewijs van de RDW.
Artikel 5 Ontheffing voor plug-in hybride vrachtauto
Lid 3 benoemt dat de ondernemer op verzoek van het college bewijsmiddelen moet overhandigen waarmee kan worden aangetoond dat met een plug-in hybride vrachtauto uitsluitend emissieloos wordt gereden in de nul-emissiezone. Dit kan bijvoorbeeld een uitdraai zijn van het motormanagementsysteem waaruit precies blijkt waar het voertuig elektrisch heeft gereden en waar niet. Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat men niet emissieloos binnen de nul-emissiezone heeft gereden, kan de ontheffing, worden ingetrokken.
Er komen maar weinig voertuigen voor deze ontheffing in aanmerking, omdat het grootste deel emissieklasse 6 is en onder de in het RVV vastgelegde overgangsregeling valt waarbij ze toegang hebben tot en met 31 december 2029.
Artikel 6 Ontheffing voor voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn
Ondernemers kunnen ontheffing aanvragen om met hun huidige, niet-emissieloze bedrijfs- of vrachtauto langer toegang tot de nul-emissiezone te krijgen omdat er nog geen emissieloos alternatief verkrijgbaar is. Ook kunnen zij ontheffing krijgen om met een nieuw aan te schaffen niet-emissieloos voertuig toegang tot de zone te krijgen omdat voor het huidige voertuig dat om technische redenen niet langer inzetbaar is, nog geen emissieloos alternatief verkrijgbaar is.
Of een emissieloos alternatief verkrijgbaar is, kan worden beoordeeld aan de hand van voertuig- en bedrijfskenmerken zoals trekkracht, vermogen van de opbouw van het voertuig (wanneer het vermogen van de opbouw geleverd wordt door energiebron van de aandrijflijn), het gewicht van de te vervoeren lading. Ook wordt gekeken of het voertuig wordt ingezet voor het verplaatsing van zeer zware lading over onverharde ondergrond, voor vervoer van gevaarlijke stoffen onder regime van ADR (Europees verdrag dat gaat over het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg), voor uitzonderlijke logistieke toepassingen waarvoor overslag van grote naar kleine voertuigen niet mogelijk is, of wordt gebruikt voor zowel weg als spoor. Omdat de beoordeling of een emissieloos alternatief verkrijgbaar is, onderhevig is aan verandering als gevolg van onder meer ontwikkelingen in de techniek, is besloten de voertuig- en bedrijfskenmerken, en de daarbij geldende richtwaarden, op grond waarvan een aanvrager in aanmerking kan komen voor een ontheffing, niet op te nemen in het ontheffingenbeleid, maar op de website van het Centraal Loket te plaatsen. De voertuig- en bedrijfskenmerken op grond waarvan beoordeling plaatsvindt, worden twee keer per jaar geactualiseerd.
Het derde lid van dit artikel geeft aan wat wordt meegenomen bij de afweging of een voertuig emissieloos niet verkrijgbaar is. Hiertoe kan het college zich laten adviseren door een adviescomité van deskundigen, gemeentelijk specialisten en juristen. Dit adviescomité adviseert of bij de aanvraag voor een ontheffing voor een nieuw aan te schaffen niet-emissieloos voertuig, ter vervanging van een bestaand voertuig dat om technische redenen niet langer inzetbaar is, sprake is van een niet-verkrijgbaar emissieloos alternatief. Het adviescomité kan hiertoe aanvullende bewijsstukken opvragen bij de aanvrager.
Onder stand van de techniek valt in ieder geval de jaarlijkse update die Panteia uitvoert in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Een ontheffing op grond van dit artikel kan ook worden aangevraagd als het nieuwe, niet-emissieloze voertuig nog niet op kenteken is gezet. Het aanvraagproces om een ontheffing aan te vragen vereist het kenteken waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, maar in geval van een nog niet geleverde niet-emissieloos voertuig is het kenteken nog niet bekend. De aanvraag kan dan niet via de aanvraag-applicatie gedaan worden. In dat geval dient de aanvraag op een andere manier gedaan worden, bijvoorbeeld via de post of via e-mail.
Een ontheffing voor een bestaand voertuig wordt verleend voor maximaal een jaar, en voor een nieuw aan te schaffen voertuig dat een bestaand voertuig vervangt voor ten hoogste 13 jaar in het geval van een vrachtauto en ten hoogste 10 jaar in het geval van een bedrijfsauto. De precieze ontheffingduur is afhankelijk van de voertuig- en bedrijfskenmerken en staat vermeld op de website van het Centraal Loket.
Artikel 6A Niet-opleggertrekkers (bakwagens) emissieklasse 6 met een Datum Eerste Toelating tussen 1-1-2017 en 31-12-2019
Uit de vele gesprekken die gevoerd zijn met ondernemers, logistiek adviseurs en de inspraakreacties op de verschillende verkeersbesluiten van de steden die een ontwerp-verkeersbesluit nul-emissiezone ter inzage hebben gelegd, is naar voren gekomen dat voor de niet-opleggertrekkers emissieklasse 6 (bakwagens) de afschrijftermijn langer blijkt dan de wettelijke overgangsregeling toelaat. Dit geldt in het bijzonder voor ondernemers waarvan het voertuig niet veel kilometers maakt en daardoor een langere afschrijvingstermijn heeft, zoals dat bij kleinere niet-transport ondernemers veelal het geval is;
Aanvullend op de ontheffingen die in het ontwerp-verkeersbesluit zijn opgenomen, is op landelijk niveau door de partijen van de Uitvoeringsagenda Stadslogistiek zoals de gemeenten en brancheorganisaties gezamenlijk besloten om voor de niet-opleggertrekkers emissieklasse 6 (bakwagens) eenmalig een aanvulling te maken op de wettelijk geldende overgangsregels. Deze aanvulling bestaat eruit dat niet-opleggertrekkers emissieklasse 6 met een datum eerste toelating vanaf 1 januari 2017 tot 1 januari 2020 met een algemene ontheffing toegang hebben tot de nul-emissiezone tot 1 januari 2028;
het college van oordeel is dat er daarmee een gelijk speelveld ontstaat voor de groepen ‘overige vrachtauto’s’ en opleggertrekkers zonder dat daarbij de prikkel om te verschonen wordt weggenomen en er ook rekening wordt gehouden met ondernemers die al wel deels overgestapt zijn op schone niet-opleggertrekkers.
Artikel 7 Ontheffing voor particuliere bedrijfsauto’s en vrachtauto’s
De nul-emissiezone is bedoeld om de stadslogistiek emissievrij te maken. In de Uitvoeringsagenda Stadslogistiek is daarom vastgelegd dat particulieren die niet bedrijfsmatig gebruik maken van een bedrijfs- of vrachtauto in aanmerking komen voor een ontheffing, mits zij kunnen aantonen dat het voertuig niet bedrijfsmatig gebruikt wordt. Hiervoor moet een aantal documenten aangeleverd worden.
Voor voertuigen op diesel met emissieklasse 4 of lager verleent het college geen ontheffing. Hiermee is deze ontheffing in lijn met de milieuzone-toegangseis voor bedrijfsauto’s (en personenauto’s).
Een verleende ontheffing is geldig tot en met 31 december 2027 24:00 uur.
In de Voorjaarsbesluitvorming Klimaat van het kabinet van 26 april 2023 zijn afspraken gemaakt voor een aanvullend klimaatpakket (Kamerbrief over voorjaarsbesluitvorming Klimaat | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl). In dit aanvullende pakket is onder andere de uitbreiding van nul-emissiezones voor gemeenten opgenomen, met name gericht op mobiliteit. Hierdoor wordt de mogelijkheid geboden voor gemeenten om vanaf 2028 de nul-emissiezones uit te breiden naar particuliere bestelauto's. Dit besluit is genomen door het Kabinet.
Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat het voertuig toch bedrijfsmatig wordt gebruikt, kan de ontheffing, worden ingetrokken.
Kampeerwagens zijn voor het overgrote deel in particulier bezit en worden daarom ontheven.
Artikel 8 Ontheffing voor bedrijfsauto’s en vrachtauto’s die vanwege een handicap zijn aangepast
Op basis van dit artikel wordt ontheffing verleend voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone indien deze is aangepast voor een bedrag van minimaal € 500,- (zegge: vijfhonderd euro). De aanpassing is gedaan vanwege de handicap van de voertuigeigenaar of bestuurder, een gezinslid of een persoon voor wie de eigenaar of bestuurder mantelzorger is.
Ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag dient een aantal bewijsstukken te worden overgelegd, deze zijn nader omschreven in het tweede lid van artikel 8.
Artikel 9 Ontheffing vanwege onvoldoende laadvermogen op bedrijfslocatie totdat verzwaarde netaansluiting is gerealiseerd (netcongestie)
Als een ondernemer één of twee voertuigen heeft die geen toegang hebben tot de nul-emissiezone, kan bij vervanging door een elektrisch voertuig de laadvoorziening vaak binnen de bestaande stroomaansluiting van het bedrijf worden opgelost. In dat geval komt men niet in aanmerking voor een ontheffing op grond van dit artikel. Als een ondernemer voor de laadvoorziening voor een groter aantal elektrische voertuigen op diens bedrijfslocatie een uitbreiding van de netaansluiting nodig heeft, en de netbeheerder deze uitbreiding niet tijdig kan leveren, dan kan voor (een deel van) de huidige voertuigen ontheffing worden aangevraagd. De ontheffing wordt verleend voor uitsluitend de voertuigen die bij vervanging door een elektrisch voertuig tot een overschrijding van de beschikbare netcapaciteit op de bedrijfslocatie zorgen.
Het tweede lid van dit artikel geeft aan op basis waarvan het College beoordeelt of een ontheffingsaanvraag kan worden toegekend. Het College neemt daar in ieder geval in mee de in het tweede lid bedoelde documenten. Hiertoe kan het college zich laten adviseren door een adviescomité van deskundigen en gemeentelijke specialisten. Dit adviescomité adviseert of de aanvrager ondanks het niet op korte termijn kunnen verzwaren van diens netaansluiting op de bedrijfslocatie geen alternatieve mogelijkheden heeft om (een deel van) de voertuigen in diens voertuigenpark op te laden. Het adviescomité kan hiertoe aanvullende bewijsstukken opvragen bij de aanvrager.
Artikel 10 Ontheffing voor dierenambulance
Organisaties die dierenambulances inzetten kunnen ontheffing krijgen omdat het hier gaat om vervoer in spoedeisende en levensbedreigende situaties. Hiermee onderscheidt deze inzet zich van andere logistieke toepassingen waarbij dieren worden vervoerd. De Belastingdienst verleent op verzoek een vrijstelling Motorrijtuigenbelasting (MRB) aan dierenambulances. De aanvrager dient een kopie van beschikking van de Belastingdienst voor vrijstelling van motorrijtuigenbelasting te overleggen als bewijs dat het voertuig als dierenambulance wordt ingezet.
Artikel 1 1 Dagontheffing voor bedrijfsauto’s
Per 1 januari 2025 hebben bedrijfsauto´s met emissieklasse 4 of lager geen toegang meer tot de nul-emissiezone. Bij wijze van overgangsregeling blijft het voor deze voertuigen mogelijk tot 1 januari 2027 een beperkt aantal dagontheffingen per jaar aan te vragen.
Op grond van artikel 86e, derde en vierde lid, van het RVV hebben bedrijfsauto´s met emissieklasse 5 en 6 toegang tot de nul-emissiezone tot 1 januari 2027 respectievelijk 1 januari 2028. Bij wijze van overgangsregeling blijft het voor deze voertuigen mogelijk vanaf 1 januari 2027 dan wel 1 januari 2028 een beperkt aantal dagontheffingen per jaar aan te vragen.
Deze dagontheffing begint altijd om 00.00 uur van de kalenderdag waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag. Voor een maximale flexibiliteit voor ondernemers kan de ontheffing voorafgaand aan, maar ook op dezelfde kalenderdag aangevraagd worden, ook als de bedrijfsauto’s eerder die kalenderdag al in de nul-emissiezone is geweest.
Artikel 1 2 Dagontheffing voor vrachtauto’s
De mogelijkheid om voor vrachtauto’s met emissieklasse 5 een dagontheffing aan te vragen is een voortzetting van huidig beleid in de milieuzones voor vrachtauto’s.
Voor vrachtauto’s die maximaal 12 keer per jaar per gemeente in een nul-emissiezone komen, kan een dagontheffing worden aangevraagd. Deze ontheffing begint altijd om 00.00 uur van de kalenderdag waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag. Voor een maximale flexibiliteit voor ondernemers kan de ontheffing tot en met dezelfde kalenderdag aangevraagd worden, ook als de bedrijfsauto’s eerder die kalenderdag al in de nul-emissiezone is geweest.
Artikel 1 3 Ontheffing voor bedrijfs- of vrachtauto’s in verband met bedrijfseconomische omstandigheden
Het is denkbaar is dat een onderneming in de problemen komt door de instelling van een nul-emissiezone, doordat een investering in een emissieloos voertuig op korte termijn financieel niet mogelijk is en dat door het zich niet meer kunnen begeven in de nul-emissiezone wellicht te veel omzet wegvalt. Voor deze ondernemingen is deze ontheffing.
De beoordeling van deze ontheffingsaanvraag gaat als volgt. Eerst wordt door een externe partij in opdracht van het college gekeken of de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd, gelet op alle omstandigheden van het geval en adviseert hierover het college (stap 1). Vervolgens kijkt het college of er voor de ondernemer geen alternatieven zijn (stap 2).
STAP 1 Bedreiging continuïteit onderneming
Om te beoordelen of sprake is van een situatie waarbij het bedrijf in ernstige financiële problemen dreigt te komen, toetst het college de financiële positie van de onderneming. Hierbij wordt gekeken naar de draagkracht, waaronder wordt verstaan de mate waarin de onderneming in staat is om investeringen te doen. Hiertoe wordt op basis van de door de aanvrager aan te leveren jaarrekeningen gelet op de ontwikkeling van de omzet en het resultaat uit onderneming en daarmee de ontwikkeling van de vermogenspositie van de onderneming. Onder vermogenspositie wordt hier verstaan de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen op de balans en de ontwikkeling duidt op het toevoegen of het onttrekken aan het eigen vermogen. Het privévermogen en inkomsten buiten de onderneming blijven buiten beschouwing. Financiële gegevens worden in beginsel beschouwd over een periode van drie historische jaren plus een prognose van een jaar. In relatie tot de tenaamstelling van de vrachtauto waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, kan er soms sprake zijn van een leaseconstructie, of het kan gaan om een gehuurde vrachtauto, of het kan een dochteronderneming betreffen. In dergelijke gevallen wordt de advisering gebaseerd op geconsolideerde jaarrekeningen. De ontwikkeling van de vermogenspositie kan worden gewaardeerd en uitgedrukt in 3 mogelijke categorieën van draagkracht in relatie tot de mogelijkheid van het doen van een investering voor de nul-emissiezone: beperkte draagkracht, voldoende draagkracht en ruim voldoende draagkracht.
De kosten van de benodigde investeringen worden in eerste instantie gebaseerd op door de desbetreffende onderneming aangeleverde prijsindicaties, eventueel onderbouwd met een offerte. Zo nodig onderzoekt het college, eventueel via het Centraal Loket, zelf de kosten.
Ontheffing wordt verleend als uit de beoordeling blijkt dat de investering door de onderneming in een emissieloos voertuig, of het ontzeggen van de toegang tot de nul-emissiezone voor het huidige voertuig, naar het oordeel van het college te grote consequenties heeft voor het voortbestaan van de onderneming. Bij de financiële beoordeling voor een vervangend (diesel-)voertuig dat aan de toegangseisen van de nul-emissiezone voldoet wordt, ten gunste van de aanvrager, getoetst met een (versnelde) afschrijving die rekening houdt met de overgangsregeling.
Bij de beoordeling of door de eisen van de nul-emissiezone de continuïteit van de desbetreffende onderneming wordt bedreigd, wordt gekeken naar de onderneming van de hoofdgebruiker in het geheel. Er wordt niet beoordeeld of de continuïteit van een bepaald bedrijfsonderdeel wordt bedreigd. Het begrip bedrijfsonderdeel laat zich niet of nauwelijks afbakenen, waardoor bij toepassing discussies zouden kunnen ontstaan over wat onder dit begrip moet worden verstaan. Een en ander laat onverlet dat zich de situatie kan voordoen dat de continuïteit van een cruciaal bedrijfsonderdeel of een cruciale bedrijfsactiviteit van een onderneming wordt bedreigd en dat daardoor de continuïteit van de gehele onderneming in gevaar komt. Maar in dergelijke gevallen beschouwt het college de continuïteit van de desbetreffende onderneming logischerwijs in haar geheel.
Op basis van deze beoordelingssystematiek kan over het gros van de aanvragen een oordeel worden gegeven. De systematiek is een hulpmiddel en in gevallen waarin met de beoordelingssystematiek geen (sluitende) beslissing kan worden genomen, neemt het college op basis van aanvullende gegevens in een tweede stap ook andere factoren in overweging.
STAP 2 Mogelijke alternatieven
Bij het bepalen of een onderneming geen alternatieven heeft, kijkt het college onder andere naar de mogelijkheid van dagontheffingen, de inzet van schonere voertuigen uit het wagenpark, de huur van schonere voertuigen, het inhuren van een andere transporteur die wel een schoon voertuig heeft, inzet van lichtere voertuigen uit het wagenpark en de aanschaf van een tweedehands voertuig. Om deze beoordeling mogelijk te maken dient de aanvrager de kentekens van diens voertuigenpark aan te leveren.
Op grond van stappen 1 en 2 beslist het college over het verlenen van de ontheffing voor het voertuig. Het kenteken van het voertuig wordt toegevoegd aan het ontheffingenregister van de Centraal Loket. De ontheffing wordt gewoonlijk verleend voor telkens maximaal één jaar, maar het college kan hier gemotiveerd van afwijken en een ontheffing voor langere periode toekennen. Het college neemt een ontheffing op grond van dit artikel, die is afgegeven in een andere gemeente met een nul-emissiezone, over conform landelijke afspraken, zonder leges in kosten te brengen. De implicaties van het landelijk worden van de ontheffing wegens bedrijfseconomische omstandigheden zullen de eerste periode gemonitord worden.
Artikel 1 4 Afwijkingsbevoegdheid
De afwijkingsmogelijkheid, ook wel hardheidsclausule genoemd, geeft het college mogelijkheden voor maatwerk bij het beoordelen van bijzondere gevallen die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien, of die bij toepassing van het beleid gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 1 5 Algemene overige bepalingen
Het college stelt een digitaal formulier via de gemeentelijke website ter beschikking voor het doen van een aanvraag. Dit digitale formulier is via een link op de gemeentelijke website te benaderen. Er zijn leges verschuldigd voor het in behandeling nemen vandeaanvraag. Het college kan voorschriften of beperkingen verbinden aan een verleende ontheffing in het belang van de handhaving, de openbare veiligheid, de verkeersveiligheid of het milieu. Bijvoorbeeld het voorschrift dat de voertuigbestuurder die zich bevindt in de nul-emissiezone op verzoek van de handhaver de ontheffing of een papieren- of digitale kopie daarvan laat zien.
Artikel 1 6 Weigerings- en intrekkingsgronden langdurige ontheffing
De publicatiedatum van het verkeersbesluit en ontheffingenbeleid zal verschillen per gemeente. In dit artikel wordt in het eerste lid bepaald in welke omstandigheden een aanvraag voor een gemeente-specifieke ontheffing kan worden geweigerd.
Aanvragen voor een gemeente-specifieke ontheffing voor niet-emissieloze voertuigen met een datum eerste toelating na de ingangsdatum van de nul-emissiezone worden geweigerd.
Als een ondernemer of eigenaar zich in een nul-emissiezone vestigt na de ingangsdatum van de nul-emissiezone, wordt een aanvraag voor de gemeente-specifieke ontheffing geweigerd omdat deze ondernemer op de hoogte had kunnen zijn van het beleid van de gemeente waarin de zone is gelegen.
Een gemeente-specifieke ontheffing die een ondernemer aanvraagt voor een niet-emissieloos voertuig dat hij wil inzetten voor werk in de nul-emissiezone dat hij na de ingangsdatum van de nul-emissiezone heeft aangenomen, wordt geweigerd omdat de ondernemer op de hoogte had kunnen zijn van het beleid van de gemeente
In het tweede lid van dit artikel is beschreven dat het college een verleende ontheffing voor toegang tot de nul-emissiezone kan intrekken. Als de aanvrager aantoonbaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, als beleid of wet- en regelgeving wijzigt, als de ontheffinghouder erom vraagt, als er niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de ontheffing is verleend, of als de datum tenaamstelling wijzigt van een voertuig waarvoor ontheffing wegens late levertijd is verleend vervalt een verleende ontheffing op grond van hoofdstuk 2. Afgezonderd van artikelen 11 en 12 (dagontheffingen).
Kentekenhouders dienen het van de hand doen van hun voertuig te melden. Het Centraal Loket zal regelmatig de tenaamstelling van deze categorie voertuigen controleren.
Hoofdstuk 3 Ontheffingen milieuzone voor personenauto's en autobussen
Artikel 1 7 D agontheffingen personenauto
Personenauto’s komen niet in aanmerking voor een dagontheffing. Hiervoor bieden onder andere de P+R’s, deelmobiliteit, en het openbaar vervoer een alternatief.
Artikel 1 8 D agontheffingen autobussen
OV-bussen en touringcars met emissieklasse 4 of 5 kunnen op aanvraag in aanmerking komen voor een incidentele dagontheffing. Het college van burgemeester en wethouders kan per autobus maximaal twaalf keer per jaar een dagontheffing verlenen.
Artikel 19 L angdurige ontheffingen milieuzone
Artikel 86d, zesde lid, onder a, van de landelijke harmonisatieregeling bepaalt dat er een landelijk geldende ontheffingsmogelijkheid moet zijn voor voertuigen van gehandicapten, welke zijn aangepast voor € 500,00 of meer. De mogelijkheid om ontheffing te verlenen op deze grond is al opgenomen in het ontheffingenbeleid van gemeenten die een milieuzone voor personenauto's hebben. Uitgangspunt is dat alle gemeenten met een milieuzone dit beleid toepassen, gelet op het harmoniserende karakter van de wetgeving ten aanzien van deze ontheffing. Deze lokaal verstrekte ontheffingen zijn geldig in alle gemeenten met een milieuzone.
Een ontheffing kan worden verleend voor een personenauto met emissieklasse 3 of lager die is aangepast voor een bedrag van minimaal € 500,00. De aanpassing is gedaan vanwege de handicap van de voertuigeigenaar, een gezinslid of een persoon voor wie de eigenaar mantelzorger is.
Om de effecten voor de bussector vanwege de milieuzone te beperken, is een langdurige ontheffing mogelijk. Voor een aanvraag moet de onderneming wel aantonen dat er geen financiële middelen beschikbaar zijn om de bus te vervangen, dat er geen alternatieve voertuigen binnen de onderneming zijn om wel aan de eisen van de milieuzone te voldoen en dat een frequent bezoek aan de milieuzone nodig is vanwege bedrijfscontinuiteit. Deze ontheffing is alleen mogelijk voor bussen met emissieklasse 4 of 5, om zo de minst schone voertuigen te weren uit de milieuzone. De ontheffing kan voor maximaal 2 jaar gelden en kan éen keer worden verlengd. Voorbeelden waarbij een langdurige ontheffing verleend kan worden zijn:
ondernemingen die financieel geen mogelijkheden hebben om aan de vereisten van de milieuzone te voldoen en (andere) schrijnende gevallen. De onderneming dient dat aan te tonen, bijvoorbeeld door middel van een recente accountantsverklaring.
autobussen die vervangen worden door een nieuwe autobus die wel aan de toegangseisen voldoet, maar nog niet geleverd is. Daartoe dient een bewijs van aankoop van de verkoper of schriftelijke afspraak te worden overlegd. Als er binnen de onderneming onvoldoende andere voertuigen beschikbaar zijn die wel aan de eisen voldoen, dan is een ontheffing mogelijk tot het moment van levering, met een maximum looptijd van een jaar. De mate van coulance hangt af van de omvang van de investering die gedaan wordt in een minder vervuilend alternatief.
Artikel 20 Afwijkingsbevoegdheid
De afwijkingsmogelijkheid, ook wel hardheidsclausule genoemd, geeft het college mogelijkheden voor maatwerk bij het beoordelen van bijzondere gevallen die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien, of die bij toepassing van het beleid gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 2 1 Intrekking Beleidsregel ontheffing milieuzone gemeente Utrecht en Overgangsrecht
In gemeenten waar de nul-emissiezone het gebied van de milieuzone geheel overlapt, wordt het ontheffingenbeleid van de oude milieuzone, voor zover het gaat om bedrijfs- en vrachtauto’s, ingetrokken en vervangen door het ontheffingenbeleid nul-emissiezone. In gemeenten waar de milieuzone en de nul-emissiezone verschillende gebieden zijn, blijven het ontheffingenbeleid milieuzone, voor zover het gaat om bedrijfs- en vrachtauto´s, en het ontheffingenbeleid nul-emissiezone naast elkaar bestaan.
In een deel van de gemeenten waar nul-emissiezones komen, vervangt de nul-emissiezone de reeds bestaande milieuzones voor bedrijfs- en vrachtauto’s. Als voor een voertuig een ontheffing is verleend op grond van het ontheffingenbeleid voor die milieuzone, geldt deze ontheffing ook voor de nul-emissiezone in die gemeente, zolang de ontheffing nog geldig is.
Artikel 2 2 Overgangsbepalingen
Als al een ontheffing voor een voertuig is verleend, blijft die – zolang de geldigheidsduur van de ontheffing niet is verlopen - na inwerkingtreding van deze beleidsregel geldig.
Op aanvragen om een besluit, ingediend onder de oude beleidsregels, wordt volgens de Algemene wet bestuursrecht beslist overeenkomstig de nieuwe beleidsregel (toetsing ex nunc).
Op bezwaarschriften ingediend naar aanleiding van een besluit genomen onder het oude recht, wordt eveneens besloten krachtens deze beleidsregel, met dien verstande dat de bezwaarde niet in een nadeligere positie mag komen dan hij onder het oude recht zou hebben gehad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-505069.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.