Gemeenteblad van Beuningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beuningen | Gemeenteblad 2025, 504837 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beuningen | Gemeenteblad 2025, 504837 | beleidsregel |
Beleidsregels Bijzondere bijstand 2026 gemeente Beuningen
Deze beleidsregels gaan over wat de gemeente kan doen als inwoners bepaalde noodzakelijke kosten niet kunnen betalen. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf aan zet als er financiële problemen zijn. Als het inwoners niet lukt om zelf hun kosten te betalen, kan de gemeentehulp bieden. Die hulp heet bijzondere bijstand, en is bedoeld om inwoners te helpen onverwachte noodzakelijke kosten te betalen als ze dat zelf niet (meer) kunnen. Hoe en wanneer die hulp gegeven kan worden, lichten we in deze beleidsregels toe. Het zijn regels op hoofdlijnen. Per situatie onderzoekt de gemeente wat de beste oplossing is voor de situatie van de inwoner (maatwerk).
In deze beleidsregels maken we zo weinig mogelijk gebruik van vaktaal, maar soms kan dat niet anders. Sommige begrippen uit de Participatiewet zijn namelijk lastig te vertalen. De eerste keer dat we zo’n begrip gebruiken, geven we aan uit welke wet dat begrip komt. Dat begrip heeft in deze beleidsregels dezelfde betekenis als in die wet. Andere begrippen die we in deze beleidsregels gebruiken zijn:
-arbeidsperspectief: de mogelijkheid die iemand volgens de gemeente heeft om met werk het inkomen te vergroten;
-bijstandsnorm: de maximum uitkeringsbedragen uit de Participatiewet. De toepasselijke bijstandsnorm is het uitkeringsbedrag dat afhangt van leeftijd en gezinssituatie;
-draagkracht: wat de inwoner zelf kan bijdragen aan de kosten;
-gemeente: het college van burgemeester en wethouders van Beuningen;
-inwoner: de persoon die een rechtstreeks belang heeft bij een besluit van de gemeente (de belanghebbende uit art. 1:2 Awb) en zijn gezin;
-meerinkomen: het verschil tussen het inkomen (met vakantiegeld) en de toepasselijke bijstandsnorm (met vakantiegeld);
Een inwoner moet voldoen aan een aantal voorwaarden om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand, waaronder het aantoonbaar maken van de gemaakte kosten op verzoek. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in de wet, vooral in de artikelen 13 lid 1, 15 en 35. Hieronder benoemen we kort de belangrijkste voorwaarden.
1.3.1 Geen beroep op een andere voorziening
De inwoner kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand, als géén beroep kan worden gedaan op een andere (voorliggende) voorziening. Het gaat om een voorziening die toereikend (voldoende) en passend in de kosten van de inwoner voorziet en daarom voorgaat op bijzondere bijstand (art. 15 van de participatiewet). Die voorziening moet de inwoner dan eerst aanvragen. Als de kosten volgens die voorziening niet noodzakelijk zijn, dan kan de inwoner voor die kosten ook geen bijzondere bijstand ontvangen. Ook vindt de gemeente het belangrijk dat de kosten het gevolg zijn van bijzondere individuele omstandigheden.
1.3.2. Aanvraag vooraf indienen
Als de gemeente nog kan beoordelen of de inwoner aan de voorwaarden voldoet, mag deze aanvraag binnen 6 maanden na het ontstaan van de kosten worden ingediend.
De inwoner kan pas in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als hij de kosten niet zelf kan betalen. In hoofdstuk 2 wordt uitgelegd wanneer de inwoner de kosten zelf moet betalen.
De hoogte van de bijzondere bijstand hangt af van de noodzakelijke kosten. Soms zijn er meerdere manieren om deze kosten te dekken. De gemeente kiest dan voor de goedkoopste passende oplossing. Als de meest recente prijzengids van het Nibud normbedragen voor deze kosten aangeeft, dan baseert de gemeente de bijstand op deze NIBUD-normen. De relevante percentages voor de bijzondere bijstand worden toegelicht in verdere artikelen.
Er wordt geen drempelbedrag gehanteerd voor de kosten voor bijzondere bijstand.
Bijzondere bijstand betaalt de gemeente in principe ‘om niet’ (als gift). Soms kan bijzondere bijstand als lening worden verstrekt. Dat is bijvoorbeeld zoals de bijstand bestemd is voor de aanschaf van huishoudelijke apparaten als een wasmachine of koelkast. Zie artikel 3.4 voor de situaties waarin de bijstand als lening wordt verstrekt.
Bijzondere bijstand kan ook een lening zijn, als de inwoner op korte termijn voldoende geld ontvangt om de kosten zelf te betalen, of als de inwoner schuld heeft aan het ontstaan van de kosten of de kosten had kunnen voorkomen. Per situatie bepaalt de gemeente of de bijstand dan als lening wordt verstrekt.
De lening moet worden terugbetaald in 36 aaneengesloten maanden. Het bedrag dat de inwoner op bijstandsniveau per maand moet terugbetalen is 5% van de toepasselijke bijstandsnorm. Inwoners die meer verdienen dan de bijstandsnorm moeten conform de actuele beleidsregels terugvordering, invordering en verhaal gemeente Beuningen terugbetalen.
Als de inwoner gedurende 36 maanden volgens afspraak heeft afgelost, dan wordt na die periode de resterende lening omgezet in een gift.
De gemeente onderzoekt of de kosten kunnen worden betaald uit het inkomen en het vermogen van de inwoner. Daarvoor gelden de hieronder beschreven regels.
Het inkomen stelt de gemeente vast op dezelfde manier als voor de algemene bijstandsuitkering.
Als het inkomen van een inwoner niet hoger is dan 110% van de bijstandsnorm, dan hoeft hij niets van zijn inkomen bij te dragen aan de kosten.
Ligt het inkomen hoger, dan verwacht de gemeente Beuningen dat de inwoner 35% van het extra inkomen kan inzetten voor de kosten. Dit noemen we de draagkracht van de inwoner. Ook bij bijzondere bijstand voor bewindvoering worden dezelfde voorwaarden gesteld.
Gaat het om woonkostentoeslag of levensonderhoud van jongeren tussen de 18-21 jaar dan is alles boven het sociaal minimum niet van toepassing.
Bij het bepalen van de draagkracht volgt de gemeente de wet. Inkomsten waarop beslag is gelegd en de inwoner niet kan beschikken of tijdens een WSNP en MSNP-traject tellen niet mee.
- De gemeente past de draagkracht aan als het inkomen of vermogen binnen het draagkrachtjaar meer dan 15% is gestegen of gedaald. De gemeente berekent de draagkracht bij een volgende aanvraag dan opnieuw, vanaf de 1e dag van de maand waarin het inkomen of vermogen gewijzigd is.
- Bij een wisselend inkomen wordt het gemiddelde gehanteerd over de 3 maanden voorafgaand aan de aanvraag.
Het vermogen stelt de gemeente vast op dezelfde manier als voor de algemene bijstandsuitkering. De regels uit de wet voor het vaststellen van het vermogen gelden ook voor bijzondere bijstand. Als de inwoner een vermogen heeft dat niet hoger is dan de bedragen uit artikel 34 lid 3 van de wet, hoeft de inwoner uit zijn vermogen niets bij te dragen aan de kosten, tenzij er in deze beleidsregels iets anders is vastgesteld. Is het vermogen hoger dan die bedragen uit de wet, dan telt het vermogen boven die grens volledig mee als draagkracht.
In sommige situaties kan de gemeente besluiten om af te wijken van deze regels. Dit gebeurt bijvoorbeeld als een inwoner een woning heeft die hij of zij zelf bewoont, waardoor hij/zij niet over vermogen kan beschikken. Hetzelfde geldt voor de waarde van een auto, als deze noodzakelijk is voor werk of vanwege een handicap. De gemeente houdt rekening met deze persoonlijke omstandigheden.
Daarnaast telt de waarde van een auto niet mee als de auto ouder is dan zeven jaar, tenzij het om een klassieker gaat. De gemeente houdt hierbij ook rekening met de noodzaak van de auto voor het dagelijks leven van de inwoner.
2.3 Over welke periode wordt de draagkracht berekend?
De gemeente stelt de draagkracht vast voor een periode van 12 maanden. Wanneer er tussentijds een wijziging is, kan de gemeente hier rekening mee houden. Dit is het draagkrachtjaar. De gemeente berekent dan wat de inwoner in die periode zelf kan bijdragen aan de kosten. Die periode begint op de 1e dag van de maand waarin de inwoner de aanvraag voor bijzondere bijstand indient en eindigt 12 maanden later.
Voor een aantal veelvoorkomende kostensoorten gelden bijzondere regels:
- Levensonderhoud van 18- tot 21-jarigen (3.1)
- Kosten met een medische kant (3.3)
- Noodzakelijke uitvaartkosten (3.5)
- Duurzame gebruiksgoederen (huishoudelijke apparaten) (3.6)
- Bewindvoering, curatele en mentorschap (3.11)
Let op: de voorwaarden voor bijzondere bijstand gelden voor al deze kostensoorten. Dat betekent dat de inwoner in aanmerking komt voor bijzondere bijstand als aan de voorwaarden uit hoofdstuk 1 algemeen en 2 draagkracht is voldaan. Soms zijn er redenen om aanvullende regels op te nemen, dit geven we hieronder per kostensoort aan.
3.1 levensonderhoud van 18- tot 21-jarigen
Een jongere van 18 tot en met 20 jaar kan in bepaalde gevallen geen of onvoldoende beroep doen op de zorgplicht van de ouders. Dit geldt als een van de volgende situaties zich voordoet:
- De onderhoudsplichtige ouder of ouders zijn overleden.
- De jongere is in het kader van de Jeugdwet buiten het gezinsverband van de ouder of ouders geplaatst.
- De ouders zijn onvindbaar of niet bereikbaar.
- Er is sprake van een ernstig verstoorde relatie met de ouder(s).
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt als volgt vastgesteld: de algemene bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar wordt aangevuld met bijzondere bijstand voor levensonderhoud. Hierdoor bedraagt de totale bijstandsuitkering (norm algemene bijstand + bijzondere bijstand) niet meer dan de bijstandsuitkering die in een vergelijkbare situatie geldt voor personen van 21 jaar of ouder.
Let op: jongeren van 18 tot 21 jaar die in een instelling wonen hebben geen recht op algemene bijstand. Wel kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Ook hiervoor geldt dat de gemeente eerst moet beoordelen of de ouders kunnen bijdragen in de kosten (onderhoudsplicht). De hoogte van de bijzondere bijstand is maximaal gelijk aan de bijstandsnormen voor 18- tot 21-jarigen die niet in een instelling verblijven. Als de ouder(s) niet bijdragen in de kosten, dan onderzoekt de gemeente de mogelijkheden om de verstrekte bijstand op hen te verhalen.
Voor vergoeding van noodzakelijke medische kosten kan de inwoner een beroep doen op de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Bovendien kan de inwoner deelnemen aan de collectieve zorgverzekering van de gemeente (CZM) en gebruikmaken van het noodfonds SUN Gelderland-Zuid. Deze verzekering biedt voldoende dekking voor de meest voorkomende medische behandelingen en is beschikbaar voor minima, die ook een gemeentelijke bijdrage in de kosten van de premie ontvangen.
In beginsel verstrekken we geen bijzondere bijstand voor medische kosten. De gemeente verleent in elk geval geen bijstand voor:
- medische behandelingen met een experimenteel karakter;
- behandelingen of verrichtingen in het buitenland;
- het eigen risico op grond van de ZVW;
- de premie van de basis- of aanvullende zorgverzekering op grond van de ZVW;
- medische kosten, als de inwoner geen basisverzekering heeft op grond van de ZVW.
Indien de belanghebbende niet deelneemt aan de CZM, bijvoorbeeld door een betalingsachterstand bij de zorgverzekeraar of omdat het niet mogelijk was om tussentijds over te stappen, kan uitsluitend in dat huidige kalenderjaar bijzondere bijstand voor medische kosten verstrekt worden. Vanaf het kalenderjaar volgend op de aanvraag wordt verwacht dat de belanghebbende overstapt naar de CZM. Indien dit niet gebeurt, kan er niet opnieuw aanspraak worden gemaakt op bijzondere bijstand voor medische kosten.
3.3 Kosten door medische omstandigheden
Van de onderstaande kosten komen slechts de meerkosten van elke paragraaf in aanmerking voor bijzondere bijstand.
3.3.1. Kledingslijtage en bewassing
Het is mogelijk dat een inwoner extra kosten moet maken voor het wassen of aanschaffen van kleding, als gevolg van een ziekte of beperking. De gemeente kan medisch advies aanvragen om vast te stellen of de inwoner vaker dan gemiddeld kleding moet aanschaffen of moet wassen. Voor het vaststellen van de extra kosten sluit de gemeente aan bij de normbedragen voor waskosten uit de Nibud-prijzengids.
Sommige kosten voor een noodzakelijk dieet worden niet vergoed door de zorgverzekering. De gemeente kan bijzondere bijstand voor dieetkosten verstrekken als aan de voorwaarden is voldaan en het medisch noodzakelijk is. De gemeente kan medisch advies aanvragen om vast te stellen of de inwoner een speciaal dieet moet volgen en daar extra kosten voor moet maken. Voor het vaststellen van de extra kosten sluit de gemeente aan bij de normbedragen voor voeding uit de Nibud-prijzengids.
Soms moet een inwoner zijn woning extra verwarmen vanwege ziekte of beperking. De gemeente kan medisch advies aanvragen om te bepalen of deze extra verwarming nodig is. We vergoeden het verschil tussen de extra stookkosten en de gemiddelde stookkosten van een vergelijkbaar huishouden. Voor het vaststellen van de extra kosten sluit de gemeente aan bij de normbedragen voor energieverbruik uit de Nibud-prijzengids.
Woonkosten moet de inwoner uit het maandelijkse inkomen betalen. Soms is dat lastig, omdat de kosten hoog zijn en er geen gebruik gemaakt kan worden van voorliggende voorzieningen zoals huurtoeslag. Onder bepaalde voorwaarden kan de inwoner dan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.
3.4.1. Woonkostentoeslag bij huur
Voor de huur van een woning kan een inwoner in principe huurtoeslag krijgen van het Rijk. Daarom is bijzondere bijstand meestal niet mogelijk. In twee situaties kan de gemeente echter bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag verstrekken als de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen:
- De huur is hoger dan de huurtoeslaggrens zoals genoemd in de Wet op de huurtoeslag. Zie de rekentool woningskostentoeslag van Schulinck.
- Huurtoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, mits de inwoner op die eerste dag al op dat adres was ingeschreven. Anders gaat de huurtoeslag een maand later in. In dat geval kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken ter hoogte van de niet ontvangen huurtoeslag over de gebroken eerste maand, vanaf de dag van inschrijving.
- De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. In deze periode kan de gemeente de inwoner verplichten om:
- Te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag.
- Als woningzoekende ingeschreven te staan bij de lokale woningcorporaties en actief te reageren.
- Een urgentieverklaring voor verhuizing aan te vragen bij de urgentiecommissie van de regio Nijmegen.
- De woonkostentoeslag kan met maximaal 12 maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is.
- De woonkostentoeslag is een maandelijks bedrag 'om niet' (als gift).
3.4.2. Woonkostentoeslag bij eigen woning
Een inwoner die een eigen huis bewoont kan geen huurtoeslag krijgen. De gemeente kan toch woonkostentoeslag verstrekken als:
- het om een woning gaat waarvoor de inwoner huurtoeslag zou kunnen krijgen als die woning gehuurd was, los van de hoogte van de huur, en als
- de woonkosten hoger zijn dan de basishuur die voor de woning van de inwoner geldt op grond van de Wet op huurtoeslag. De basishuur is een drempelbedrag. Zijn de woonkosten lager, dan kan geen woonkostentoeslag worden verstrekt.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag op dezelfde manier als bij een huurwoning met hoge huur, middels de rekentool woonkostentoeslag van Schullinck. De volgende woonkosten worden daarbij meegeteld:
- de kosten van de hypotheekrente, en
- randvoorwaardelijke lasten van de woning, zoals premie opstalverzekering en onroerendezaakbelasting.
De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. De inwoner dient in die periode om:
- te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag;
- als woningzoekende ingeschreven te staan bij de lokale woningscoorperaties;
- een urgentieverklaring voor verhuizing bij urgentie commissie van Rijk van Nijmegen.
De woonkostentoeslag kan met maximaal 12 maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is.
De woonkostentoeslag is een maandelijks bedrag ‘om niet’ (als gift).
3.4.3 Overbruggingsuitkering woonkosten
Bij verhuizing of eerste huisvesting moet een inwoner vaak extra woonkosten maken, zoals het betalen van een waarborgsom, vooruitbetaling van de eerste huur en administratiekosten. Deze kosten moeten uit het maandelijkse inkomen worden betaald. Dit is een vorm van algemene uitkering. In principe kan de inwoner niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor deze kosten, behalve in uitzonderlijke situaties, zoals bij nieuwe statushouders die nog niet beschikken over een inkomen of woning.
In dergelijke uitzonderlijke gevallen kan de gemeente een overbruggingsuitkering verstrekken voor levensonderhoud van één maand. Hiermee wordt de inwoner tijdelijk ondersteund om de periode te overbruggen waarin de reguliere inkomsten of bijstandsuitkering nog niet zijn ingegaan.
3.4.3. Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in inrichting
Als een inwoner wordt opgenomen in een inrichting en de inrichtingsnorm van toepassing is op basis van artikel 23 van de Participatiewet, verstrekt de gemeente bijzondere bijstand voor de huur of hypotheek van zijn achtergelaten woning. Dit kan onder de volgende voorwaarden:
- Het is noodzakelijk om de woning aan te houden.
- Er is een plan om binnen 6 maanden terug te keren naar de woning.
De inwoner moet daarnaast ook aan algemene voorwaarden voor bijzondere bijstand voldoen.
Deze bijstand duurt maximaal 6 maanden. Als redelijkerwijs verwacht kan worden dat de inwoner daarna terugkeert naar de woning in de gemeente Beuningen, kan deze periode met nog eens maximaal 6 maanden worden verlengd.
Afwijkend van de Participatiewet, artikel 13, voert de gemeente Beuningen buitenwettelijk begunstigend beleid. Alleenstaande Inwoners die in detentie verblijven, hebben recht op doorbetaling van de huur, tot maximaal 6 maanden. Dit geldt bij een kortdurend verblijf van minimaal 2 weken tot maximaal 6 maanden, mits de inwoner daarna terugkeert naar Beuningen.
3.5 Noodzakelijke uitvaartkosten
Als een inwoner nabestaande is van een familielid in de 1ste graad en geconfronteerd wordt met kosten voor een uitvaart, moeten de kosten van een begrafenis of crematie eerst worden betaald uit de eventuele nalatenschap en een uitvaartverzekering van de overleden persoon. Als de inwoner geen draagkracht heeft om de resterende kosten te betalen, kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken, mits de inwoner meebetaalt aan de uitvaart.
Uitgangspunt is dat bijzondere bijstand wordt verleend tot maximaal het erfrechtelijk deel van de resterende kosten. Voor de hoogte van de te vergoeden bedragen sluit de gemeente aan bij de bedragen in de actuele prijzengids van het Nibud en de informatie op www.uitvaart.nl.
3.6 Duurzame gebruiksgoederen (huishoudelijke apparaten. woninginrichting)
Onderstaande items worden altijd verstrekt via een lening bij de Gemeentelijke Kredietbank (GKB), behalve woningkrediet voor personen met een taakstelling, die hoeven niet naar de kredietbank eerst in het kader van ontzorgen.
Duurzame gebruiksgoederen, zoals huishoudelijke apparaten en woninginrichting, moeten in principe worden gefinancierd uit het reguliere maandinkomen en de individuele inkomenstoeslag van de inwoner of via een lening bij de gemeentelijke Kredietbank. Er is geen recht op bijzondere bijstand voor deze uitgaven, behalve in specifieke gevallen zoals hieronder beschreven.
Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen kan worden verleend als een inwoner aantoonbaar niet in staat is geweest om hiervoor te sparen of te lenen. De hoogte van deze bijstand wordt bepaald aan de hand van de actuele Nibud-prijzengids, inclusief een eventuele verwijderingsbijdrage, en wordt verstrekt als lening.
De duurzame gebruiksgoederen aangeschaft met bijzondere bijstand moeten een minimale gebruiksduur van vijf jaar hebben. Binnen deze periode wordt, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden, geen bijstand voor dezelfde kostenpost verleend.
Kosten voor de eerste inrichting van een woning of de aanschaf van een eerste duurzaam goed, voortkomend uit een noodzakelijke verhuizing vanwege bijvoorbeeld een scheiding, dakloosheid, huishoudelijk geweld, mantelzorg of medische redenen, kwalificeren eveneens voor bijzondere bijstand. Hierbij wordt rekening gehouden met de financiële reserveringsmogelijkheden en leenmogelijkheden van de aanvrager.
Indien bijstandsverlening nodig is bij scheiding, een geen voorliggend veld, Bij een bijstandsaanvraag na een scheiding kan in principe uitgegaan worden van een halve inboedel. De bijstand dekt dan 60% van deze nieuwe aan te schaven halve inboedel, gebaseerd op een complete inrichting volgens de NIBUD-norm. In bijzondere gevallen, zoals bij huiselijk geweld (aangetoond door verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis), kan hiervan worden afgeweken.
Voorbeeld: Wanneer je uitgaat van 1 inboedelpakket voor één volwassene. De persoon heeft recht op de helft van dit pakket. De gemeente dekt dan 60% van dit halve pakket.
3.6.2. Volledige en gedeeltelijke woninginrichting
De maximale vergoeding voor bijzondere bijstand voor inrichtingskosten is gebaseerd op de actuele normen in de Nibud Prijzengids, met een onderscheid tussen een volledige en een gedeeltelijke woninginrichting:
Volledige woninginrichting: De vergoeding wordt vastgesteld op 60% van het volledige inrichtingspakket volgens de Nibud-norm, afhankelijk van de gezinssituatie. Indien noodzakelijk geldt dit voor de volgende doelgroepen:
- Daklozen die een woning betrekken.
- Personen die na vertrek uit een opvanghuis een eigen woning gaan betrekken.
- Personen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en op basis van de taakstelling huisvesting vluchtelingen voor de eerste keer in Beuningen een woning krijgen.
Gedeeltelijke woninginrichting: De aanvrager moet aantonen welke specifieke kosten noodzakelijk zijn. In dit geval wordt 60% van de kosten voor de aangewezen items vergoed volgens de relevante Nibud-norm.
3.6.3 Duurzame gebruiksgoederen
De volgende duurzame gebruiksgoederen worden voor 100% van de Nibud-norm vergoed, zodat de belanghebbende deze nieuw kan aanschaffen. Deze opsomming is niet limitatief.
3.6.4. Overige inrichtingskosten
De volgende inrichtingskosten worden voor 100% van de Nibud-norm vergoed, zodat de belanghebbende deze nieuw kan aanschaffen. Deze opsomming is niet limitatief; onderstaande items worden ‘om niet’ verstrekt:
De kosten van een verhuizing moet de inwoner in principe zelf betalen. De gemeente kan toch bijzondere bijstand verstrekken, als de verhuizing om medische, arbeidsmatige redenen, verhuisplicht of andere redenen noodzakelijk is naar oordeel van de gemeente. WMO is voorliggend. We vergoeden de verhuiskosten alleen als de verhuizing binnen Beuningen of van Beuningen naar een andere gemeente is. De toelage is maximaal € 400.
De bijzondere bijstand voor de kosten van verhuizing is in principe een bedrag ‘om niet’.
De kosten van een pasgeboren baby’s zijn in principe voor eigen rekening of worden vergoed door de aanvullende verzekering van de gemeentepolis. De inwoner kan zich op de bevalling voorbereiden door hiervoor geld opzij te leggen. In bijzondere omstandigheden is er toch bijstand mogelijk. Daarvoor geldt het volgende:
1. Er is alleen bijzondere bijstand mogelijk voor noodzakelijke kosten die de zorgverzekeraar of stichting Babyspullen niet vergoedt.
2. De gemeente stelt de hoogte van de bijzondere bijstand vast op basis van de goedkoopste passende voorziening, zoals genoemd in de actuele prijzengids van het Nibud. Hiervan wordt 60% vergoed voor items zoals een kinderwagen en een ledikantje. Het matras en beddengoed worden voor 100% van de Nibud-norm vergoed.
3. De bijstand is in de vorm van een lening.
De inwoner die een advocaat toegewezen krijgt op grond van de Wet op de rechtsbijstand, betaalt doorgaans een eigen bijdrage. Voor die eigen bijdrage is bijzondere bijstand mogelijk. De inwoner kan voor andere vormen van rechtsbijstand in principe geen bijzondere bijstand krijgen. De gemeente verstrekt ook geen bijzondere bijstand voor:
- de proceskosten van de tegenpartij, als de inwoner deze kosten moet betalen;
- de kosten die de inwoner maakt vanwege een ingediend bezwaarschrift, zoals reiskosten voor het bijwonen van een hoorzitting of kosten van ondersteuning door een adviseur.
3.9.1 Hoogte van de bijzondere bijstand voor rechtsbijstand
Als de inwoner eerst (gratis) rechtshulp vraagt aan het rechtswinkel Beuningen of juridisch loket Nijmegen voordat hij naar een advocaat gaat, is de eigen bijdrage lager (in 2024 € 61,- lager). Als de inwoner niet eerst naar het Juridisch Loket gaat, maar direct naar een advocaat stapt, dan verlaagt de gemeente de bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage met de misgelopen verlaging van die eigen bijdrage. Gaat het om een Lichte Advies Toevoeging (LAT), dan wordt de bijzondere bijstand niet verlaagd.
De inwoner met een advocaat met toevoeging kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de griffierechten die de inwoner moet betalen om een procedure te voeren.
3.11.1 Bewindvoering, curatele en mentorschap
De gemeente heeft de mogelijkheid om bijzondere bijstand te verlenen voor de noodzakelijke kosten van bewindvoering, curatele en mentorschap. Dit kan in situaties waarin bewindvoering noodzakelijk wanneer dit voortvloeit uit een rechterlijke uitspraak. De gemeenten ontvangt de rechterlijke beschikking. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat de kosten niet gedekt kunnen worden uit de middelen die onder bewind staan.
De omvang van de bijzondere bijstand is gelijk aan het bedrag van de ingediende nota. Er is echter een bovengrens. Deze maximale vergoeding is gelijk aan de bedragen zoals vastgesteld in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Bovendien houden we ook rekening met draagkracht, zoals aangegeven in artikel 2.
Voor de kosten van extra werkzaamheden die voortvloeien uit bewindvoering, curatele of mentorschap, kan bijzondere bijstand eveneens worden toegekend. Dit is echter alleen het geval wanneer de toezichthoudende kantonrechter hier vooraf goedkeuring voor heeft gegeven.
In beginsel wordt er geen bijzondere bijstand verleend voor de kosten van budgetbeheer.
Bijzondere bijstand voor de kosten van budgetbeheer is alleen mogelijk indien voorafgaand door een medewerker van schuldhulpverlening is bepaald dat het noodzakelijk is.
De Zorgverzekeringswet (ZW) en de Wet langdurige zorg (WLZ) bieden doorgaans een passende en toereikende oplossing voor reiskosten. De gemeente erkent echter dat er situaties kunnen zijn waarin bijzondere bijstand voor reiskosten noodzakelijk is. Deze bijstand is bedoeld voor gevallen waar standaard voorzieningen niet volstaan vanwege bijzondere omstandigheden.
Bijzondere omstandigheden waarin bijzondere bijstand voor reiskosten kan worden verleend, omvatten structurele reiskosten, vaker dan twee keer gerelateerd aan:
- Het bezoeken van medisch specialiste in het kader van een behandelingstraject, als de zorgverzekering het niet vergoed.
- Het bijwonen van rechtszittingen waarbij de inwoner geacht wordt aanwezig te zijn,
- Het bezoeken van familieleden 1ste of 2de graads die in een instelling verpleegd of verzorgd worden,
- Het bezoeken van uit huis geplaatste of gedetineerde familieleden in de 1ste graads.
- Schoolgaande kinderen naar onderwijsinstellingen, voorliggend is AVAN en leerlingenvervoer.
Voor deze reiskosten geldt dat volledige vergoeding mogelijk is wanneer de enkele reisafstand meer dan tien kilometer bedraagt.
De norm voor de frequentie van bezoeken aan medisch specialisten, verpleegde of verzorgde familieleden, en uit huis geplaatste of gedetineerde familieleden is gesteld op één keer per maand, tenzij er dringende redenen zijn die een hogere frequentie rechtvaardigen naar het oordeel van de gemeente.
De vergoeding van de reiskosten wordt vastgesteld op basis van de kosten voor de goedkoopst adequate voorziening of op een tarief van €0,23 per kilometer. Bij reizen met de auto wordt de afstand berekend van huis tot de bestemming volgens de routeplanner van de ANWB.
Uitbetaling van de bijzondere bijstand voor reiskosten geschiedt op basis van overlegging van de facturen. Bij OV willen we de facturen, en bij reizen met eigen vervoer willen we he beginadres en eindadres ontvangen.
3.12.1 Vergoeding als fietsen niet mogelijk is
Als de reisafstand minder dan 10 kilometer bedraagt vanaf het woonadres van de belanghebbende, maar het vanwege bijzondere omstandigheden onmogelijk is om deze reisafstand per fiets af te leggen, kan er toch bijstand worden verleend. Bijvoorbeeld, als de gemeente verwacht dat een kind binnen 6 maanden leert fietsen, worden de reiskosten slechts voor 6 maanden vergoed. Daarnaast biedt de WMO-mogelijkheden voor aangepaste fietsen voor mensen met een beperking.
In specifieke, bijzondere gevallen kan ten gunste van de aanvrager of belanghebbende op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 16 Participatiewet afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels, indien onverkorte toepassing hiervan leidt tot disproportionele onredelijke of onbillijke gevolgen.
Het college geeft het afdelingshoofd het mandaat om artikel 16 van de participatiewet toe te passen.
4.2 Vertrouwensbeginsel genomen besluiten blijven geldig
De inwerkingtreding van de beleidsregels bijzondere bijstand 2026 is op 1 januari 2026.
4.3 Intrekking en inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking een dag na publicatie van besluit. De beleidsregels bijzondere bijstand Gemeente Beuningen 2018 worden per die datum ingetrokken.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 gemeente Beuningen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-504837.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.