Gemeenteblad van Waadhoeke
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waadhoeke | Gemeenteblad 2025, 504715 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waadhoeke | Gemeenteblad 2025, 504715 | beleidsregel |
Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Waadhoeke 2025
De burgemeester van de gemeente Waadhoeke;
artikel 2:47 en artikel 3:6 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke (APV);
artikel 8 en artikel 35 van de Alcoholwet;
artikel 30d van de Wet op de Kansspelen juncto artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000;
artikel 4:81 tot en met 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;
vast te stellen de Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Waadhoeke 2025.
Voor meerdere vergunningen die de burgemeester kan verlenen, geldt dat betrokkenen (oa exploitanten, leidinggevenden en beheerders) ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ mogen zijn. Zij hebben namelijk een belangrijke verantwoordelijkheid voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming en de openbare orde en veiligheid. Verstoringen van de openbare orde, zoals overlast, criminaliteit, geweld en alcoholmisbruik (en andersoortige verdovende middelen) dienen betrokkenen te voorkomen en te beperken. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van de onderneming en voor het signaleren en melden van misstanden, waaronder mensenhandel en uitbuiting. De toepassing van de toets op levensgedrag bij vergunningen, is een preventieve toets om diverse risico’s voor de openbare orde en veiligheid of het goede woon- en leefklimaat te beperken.
Bij de invulling van het criterium ‘levensgedrag’ komt de burgemeester beoordelingsruimte toe. Per geval moet de burgemeester onderbouwen welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen. Daarbij moet wel worden voldaan aan een aantal randvoorwaarden die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1493, onder elkaar heeft gezet. Deze zijn:
de toepassing van de voorwaarde dat betrokkenen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn, mag op grond van het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel niet verder gaan dan nodig is om te waarborgen dat bedrijven worden geëxploiteerd op een wijze die geen gevaar oplevert voor de veiligheid, de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Dit betekent dat geringe feiten en omstandigheden die te maken hebben met het levensgedrag op zichzelf bezien niet mogen meewegen en dat feiten en omstandigheden die wel kunnen leiden tot het oordeel ‘slecht levensgedrag’ niet gedurende een onredelijke lange periode in de weg mogen blijven staan. De burgemeester moet daarom motiveren waarom de feiten en omstandigheden waarop hij zijn oordeel baseert niet gering zijn en waarom zij, ondanks een bepaald tijdsverloop, nog steeds iets zeggen over de betrouwbaarheid van betrokkenen.
Deze beleidsregel geeft een nadere invulling van het begrip ‘levensgedrag’. Het bevat een toelichting van de gegevensbronnen die de burgemeester raadpleegt en de wijze waarop die informatie wordt betrokken bij de besluitvorming. Zoals ook uit de beleidsregel blijkt, is er altijd sprake van maatwerk. Er is namelijk niet specifiek te benoemen wanneer er sprake is van slecht levensgedrag. In sommige gevallen is één (niet geringe) gedraging voldoende om slecht levensgedrag aan te nemen. In andere gevallen zijn het meerdere gedragingen die op zichzelf staand onvoldoende zijn, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot het oordeel dat sprake is van slecht levensgedrag.
Mocht uit de toetsing blijken dat er sprake is van ‘slecht levensgedrag’ dan is er sprake van een (zelfstandige) grond om de vergunning te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de vergunning of om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
slecht levensgedrag: één of meerdere gedraging(en) van betrokkene(n) van een vergunningplichtige onderneming die aanleiding geeft dan wel geven om een vergunning te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de vergunning of om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden.
Ten behoeve van de leesbaarheid van de beleidsregel wordt gesproken over betrokkenen, waarmee wordt bedoeld: alle personen die op basis van een wettelijke grondslag ten aanzien van een vergunning(aanvraag) op slecht levensgedrag kunnen worden getoetst. Deze betrokkenen zijn in ieder geval:
Betrokkenen verlenen medewerking aan toezichthouders, delen informatie proactief en zijn eerlijk over de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan en relevant zijn voor het beoordelen van het levensgedrag.
Artikel 5. Beoordeling levensgedrag
De burgemeester kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde betrokkene(n). Bij de toetsing weegt de burgemeester alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang met en in relatie tot de vergunning.
Artikel 6. Factoren voor het beoordelen van het levensgedrag
Bij de beoordeling van het levensgedrag van betrokkene(n), worden de volgende factoren betrokken:
type feiten: er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de betrokkene(n) -als verantwoordelijke voor de onderneming- een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt. Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt. Feiten die zijn begaan in de privésfeer worden eveneens betrokken in de beoordeling;
de omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie; het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot kan het feitencomplex informatie bevatten over de houding en het gedrag van de betrokkene(n) die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren;
Artikel 7. Periode waarin de feiten zijn gepleegd
In beginsel worden alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Dit geldt niet voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de toets op levensgedrag.
Artikel 8. Aanvullende factoren bij beoordelen van het levensgedrag
De burgemeester kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van betrokkene(n) van seksbedrijven onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de betrokkenen om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt op het laten werken van (mogelijke) slachtoffers van misstanden in de onderneming.
Bijlage - Opsomming feiten en gedragingen
De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die in ieder geval meewegen in de beoordeling van het levensgedrag.
Overige misdrijven tegen het leven
Openlijke geweldpleging tegen goederen of personen
Vernieling, vandalisme, baldadigheid
Rijden onder invloed van alcohol
Aanstalten maken rijden onder invloed van alcohol
Openbaar dronkenschap, openlijk of hinderlijk gebruik van alcohol
Overtreding ge- en verbodsbepalingen Alcoholwet
Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs, inclusief voorbereidingshandelingen
Openlijk of hinderlijk gebruik van drugs
Rijden onder invloed van drugs of medicijnen
Bezit en handel in wapens of munitie als bedoeld in de Wet wapens en munitie
Vals/vervalst geld aanmaken of vals/vervalst geld uitgeven
Oplichting en flessentrekkerij
Vervaardigen/bezit/verspreiden van kinderporno
Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en/of mensensmokkel
Niet meewerken met de politie en toezichthouders en niet opvolgen van rechtelijke uitspraken
Niet voldoen aan bevel of vordering
Weigeren ademanalyse/ Weigeren bloedproef/ Weigeren vervangend (urine) onderzoek
Rijden tijdens rijverbod/ Rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd/ Rijden tijdens rijontzegging
Verplichtingen inzake Rijksbelastingen
Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van de Invorderingswet 1990
Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen
Afsteken vuurwerk op verboden plaatsen
Openbare orde sluiting op last van de burgemeester
Zonder vergunning exploiteren van een openbare inrichting
Inkoop- en verkoopregister handelaren in tweedehands goederen
Verlaten plaats na verkeersongeval
Rijden met vals/vervalst kenteken
Openbare schennis der eerbaarheid
Misdrijven Wet op de kansspelen (WOK)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-504715.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.