Verordening beschermd groen Gemert-Bakel

De raad van de gemeente Gemert-Bakel,

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 oktober 2025;

 

gezien de commissie Ruimte en Mobiliteit d.d. 5 november 2025;

 

gelet op de Gemeentewet, artikel 149;

 

Besluit

 

besluit:

 

  • 1.

    De Verordening Beschermd Groen vast te stellen;

  • 2.

    Op grond van artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving de bijgevoegde bebouwingscontour houtkap vast te stellen.

De verordening bevat regels over het vellen van monumentale bomen en beschermen van waardevolle houtopstanden en waardevolle groenstructuren in de gemeente Gemert-Bakel.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Bebouwingscontour houtkap: bebouwingscontour als bedoeld in artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving zoals bijgevoegd in bijlage 1: bebouwingscontour houtkap.

  • b.

    Beheerplan: een plan waarin cyclisch onderhoud ten behoeve van de instandhouding van houtopstanden, bomen en of groenstructuur vastgelegd is.

  • c.

    Beschermde houtopstand: één of meer monumentale bomen of waardevolle groenstructuren (houtopstand) opgenomen op de Groene Kaart Gemert-Bakel alsmede publieke bomen, waarop het kapverbod van toepassing is.

  • d.

    BEA: bomen effect analyse: een beoordeling naar de mogelijke effecten als gevolg van voorgenomen werkzaamheden voor een beschermde houtopstand volgens het meest recente Handboek Bomen inclusief een advies met randvoorwaarden, boombeschermende maatregelen en eventuele planaanpassingen opgesteld door een boomdeskundige.

  • e.

    Boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven.

  • f.

    Boomdeskundige: persoon in het bezit van een ETT (European Tree Technician) certificaat of aantoonbaar vergelijkbaar kennisniveau.

  • g.

    Boomwaarde: de monetaire waarde van een boom en/of boomschade zoals getaxeerd volgens de Boomwaarde-indextabel uit het meest recente Handboek Bomen.

  • h.

    Burgemeester: burgemeester van de gemeente Gemert-Bakel, zoals bedoeld in artikel 6 van de Gemeentewet.

  • i.

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gemert-Bakel, zoals bedoeld in artikel 5 van de Gemeentewet.

  • j.

    Compensatieplan: een plan met daarin opgenomen een overzicht en kwalificatie van de beschermde houtopstand die verloren is gegaan, alsmede een overzicht en kwalificatie van de herplant van de nieuwe houtopstand inclusief de locatie, soortenlijst met plantmaat, eindbeeld en de termijn waarbinnen de herplant plaatsvindt en eventuele te storten bedragen in de gemeentelijke fondsvoorziening “Herplant bomen en groen”.

  • k.

    Dunning: selectieve velling, bedoeld om overblijvende bomen meer groeiruimte te geven of om een doelstelling te bereiken zoals opgenomen in een door het bevoegd gezag vastgesteld eindbeeld, bomenplan, beheersplan, inrichtingsplan, erfbeplantingsplan of landschapsinvesteringsplan.

  • l.

    Eindbeeld waardevolle groenstructuur: een visuele verbeelding van de gewenste toekomstige toestand van de waardevolle groenstructuur met tenminste een zij- en boven aanzicht inclusief maatvoering met inzicht in de groeiplaats;

  • m.

    Groenstructuur: samenstelling van een houtopstand als bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend op een bepaalde locatie of met elkaar verband houdende locaties.

  • n.

    Groene Kaart: topografische en geometrische (digitale) kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstanden alsmede de bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving. Bijlage: Groene Kaart Gemert-Bakel.

  • o.

    Handboek Bomen: de meest recent uitgegeven versie van het Handboek Bomen, uitgegeven door het Norminstituut Bomen.

  • p.

    Houtopstand: houtopstand als bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend zowel vitaal als afgestorven of een samenstelling daarvan: een groenstructuur.

  • q.

    Kandelaberen: (terug)snoeien tot op de hoofdtakken van een boom, alle gesteltakken worden tot tussen de 35 en 50% van de taklengte ingekort, resterende takken worden kort gezet.

  • r.

    Kandelaren: (terug)snoeien tot op de hoofdtakken van een boom, alle gesteltakken worden tot tussen de 50% en 75% van de taklengte ingekort, resterende takken worden kort gezet.

  • s.

    Monumentale boom of houtopstand: een solitaire, of in groepsverband staande boom, waaronder begrepen Landelijk monumentale bomen en gemeentelijk monumentale bomen alsmede toekomstig monumentale bomen die als zodanig is opgenomen op de Groene Kaart.

  • t.

    Publieke boom: een houtig, opgaand gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een omtrek van 60 centimeter op 130 centimeter hoogte boven maaiveld in eigendom van een overheidslichaam.

  • u.

    Toekomstig monumentale boom: een boom jonger dan 60 jaar, in eigendom van de gemeente die geplant is met een doel om duurzaam ter plaatse te blijven, zoals gedenkbomen.

  • v.

    Vellen: vellen als bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet, te weten: rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben, waaronder begrepen het ingrijpend snoeien van meer dan 20% van de kroon of het verplanten van een boom.

  • w.

    Verordening: Verordening Beschermd Groen.

  • x.

    Waardevolle groenstructuur: een groen structuur die waardevol is en bescherming geniet op basis van deze verordening als zodanig is weergegeven op de Groene Kaart, in de vorm van:

    • -

      waardevolle groenstructuur Bomenrij of Lanen:

    • -

      waardevolle groenstructuur Houtwal en -singel:

    • -

      waardevolle groenstructuur Boomgroep:

    • -

      waardevolle groenstructuur Bossen:

    • -

      waardevolle groenstructuur Natuurgebieden:

    • -

      waardevolle groenstructuur Hagen:

  •  

    Type element waardevol groenstructuur

    Groene Kaart aanduiding

    Doelen

    Definitie

    Bomenrij of Lanen

    Punt

    Herkenbaarheid cultuurhistorische inrichting

    In stand houden ecologische verbinding

    In stand houden beeldbepalendheid

    Herkenbaarheid voor bewoners en recreanten

    één of meer rijen bomen, vaak met een rechte vorm langs of aan weerszijden van een weg of pad

    Houtwallen en -singels

    Vlak (vaak langgerekt)

    Herkenbaarheid cultuurhistorische inrichting

    een breed, lijnvormig en aaneengesloten landschapselement dat bestaat uit een rij of meerdere rijen bomen en struiken

    Boomgroep

    Vlak

    Herkenbaarheid

    Cultuurhistorische inrichting

    aaneengesloten landschapselement dat bestaat uit meerdere bomen

    Bossen

    Vlak

    In stand houden ecologisch element

    Herkenbaarheid recreanten

    een gebied waar bomen de dominante vegetatie vormen, een dicht begroeide oppervlakte met een eigen ecosysteem van planten, dieren, schimmels en micro-organismen. Het is meer dan alleen een groep bomen; het is een complex systeem waarin al deze elementen met elkaar interageren

    Natuurgebieden

    Vlak

    In stand houden ecologisch element

    Herkenbaarheid recreanten

    een gebied dat eigendom is van of beheerd wordt door een overheid of een ander daarmee gelijk te stellen privaat groot terreinbeherende rechtspersoon. Deze gebieden kenmerken zich door opvallende eigenschappen op het gebied van flora, fauna, geologie, geomorfologie of landschap.

    Hagen (waaronder struweelhaag)

    Vlak (vaak langgerekt)

    Herkenbaarheid cultuurhistorische inrichting

    Ecologie

    Een haag is een dichte, lijnvormige rij struiken of bomen die periodiek kunnen worden gesnoeid om een afscheiding te creëren en bepaalde omvang te behouden

Artikel 2 Toepassing bomenverordening

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op:

    • a.

      beschermde houtopstand binnen de bebouwingscontour houtkap;

    • b.

      beschermde houtopstand buiten de bebouwingscontour houtkap met dien verstande dat:

      • 1.

        beschermde houtopstand bestaande uit lanen en bomenrijen, waarvan het totaal over de rijen minder dan 20 stuks bomen bedraagt;

      • 2.

        beschermde houtopstand die een afzonderlijke eenheid vormt kleiner dan een oppervlakte dan 10 are;

      • 3.

        alle publieke bomen/ publieke boom met een omtrek groter dan 60 centimeter gemeten op 130 centimeter boven maaiveld waarvan het college van burgemeester en wethouders het bevoegde gezag is.

Artikel 3 Groene Kaart

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders stellen een Groene Kaart met beschermde houtopstanden (artikel 7) en waardevolle groenstructuren (artikel 11) vast.

  • 2.

    De Groene Kaart en het bijbehorend register bevatten een samenhangend geheel van de beschermde houtopstanden en waardevolle groenstructuren.

  • 3.

    De eigenaar van een beschermde houtopstand is verplicht het bevoegd gezag onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:

    • a.

      het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een beschermde houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende ontheffing of vergunning;

    • b.

      de dreiging dat de beschermde houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan;

    • c.

      het bepaalde onder sub b. is niet van toepassing op waardevolle groenstructuren en publieke bomen.

Artikel 4 Aanwijzingsprocedure beschermde houtopstand

  • 1.

    Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende houtopstanden als beschermde houtopstand op de Groene Kaart plaatsen;

  • 2.

    De aanvraag tot aanwijzing van een houtopstand wordt schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en wethouders en bevat in ieder geval de locatie van de houtopstand, foto, reden van aanwijzing, schatting van de leeftijd van de houtopstand, beschrijving van de gezondheid van de houtopstand, het ontwikkelingsperspectief van de houtopstand, omschrijving van de groeiplaats alsmede de soortennaam van de houtopstand;

  • 3.

    De aanwijzing bevat een herkenbare beschrijving van de te beschermen waarden van de houtopstand alsmede in ieder geval een nauwkeurige beschrijving van de locatie van de houtopstand, foto, reden van aanwijzing, schatting van de leeftijd van de houtopstand, beschrijving van de gezondheid van de houtopstand, het ontwikkelingsperspectief van de houtopstand, beschrijving van de groeiplaats alsmede de soortennaam van de houtopstand;

  • 4.

    Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de aanwijzing tot een beschermde houtopstand;

  • 5.

    Het college stelt alle zakelijk gerechtigden tot de houtopstand schriftelijk in kennis van: de aanvraag tot aanwijzing alsmede een ambtshalve aanwijzing tot beschermde houtopstand;

  • 6.

    Op de houtopstanden berust tijdens de aanwijzingsprocedure tot en met het onherroepelijk zijn van het aanwijzingsbesluit een voorbescherming en plaatsing op de Groene Kaart, inhoudende een verbod tot vellen;

  • 7.

    De voorbescherming, bedoeld in het zesde lid, start na schriftelijke kennisgeving aan een belanghebbende van de start van de aanwijzingsprocedure en vervalt op het moment van de opname van de beschermde houtopstand op de Groene Kaart;

  • 8.

    De voorbescherming, bedoeld in het zesde lid vervalt tevens wanneer onherroepelijk vaststaat dat het verzoek of voornemen niet heeft geleid tot aanwijzing als beschermende houtopstand.

Artikel 5 Verbod tot vellen binnen de bebouwingscontour houtkap

Binnen de bebouwingscontour houtkap is het verboden zonder omgevingsvergunning van het college de volgende handelingen of activiteiten te verrichten of laten te verrichten zoals omschreven in artikel 7, 9 en 11 van deze verordening.

Artikel 6 Verbod tot vellen buiten de bebouwingscontour houtkap

Buiten de bebouwingscontour houtkap is het verboden zonder omgevingsvergunning van het college de volgende handelingen of activiteiten te verrichten of laten te verrichten zoals omschreven in artikel 7, 9 en 11 van deze verordening.

Artikel 7 Verbod tot vellen beschermde houtopstanden Groene Kaart

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een beschermde houtopstand die als individuele beschermde houtopstand op de Groene Kaart staat te vellen of te doen vellen.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt eveneens voor:

    • a.

      houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van artikel 16;

    • b.

      houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst gesloten met een publiekrechtelijk bestuursorgaan van na de inwerkingtreding van deze verordening.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      beschermde houtopstand die moeten worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag, onverminderd het bepaalde in de artikelen 16 en 17 van deze verordening;

    • b.

      het periodiek scheren, knotten, kandelaren of kandelaberen als noodzakelijke en gebruikelijke beheermaatregel bij monumentale bomen zijnde vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • c.

      het periodiek kappen van een (deel) van de beschermde houtopstand zoals hakhout of het periodiek snoeien van een beschermde houtopstand zoals een haag, ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • d.

      dunning van een waardevolle groenstructuur binnen de bebouwingscontour houtkap ter uitvoering van het reguliere onderhoud, mits het geen bomen betreft met een omtrek van meer dan 120 centimeter gemeten op een hoogte van 130 centimeter boven maaiveld;

    • e.

      dunning van een beschermde houtopstand buiten de bebouwingscontour houtkap ter uitvoering van het reguliere onderhoud, mits het geen monumentale of publieke boom betreft;

    • f.

      houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap met:

      • a.

        Een oppervlakte van tien are of meer, of;

      • b.

        een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod indien kan worden voldaan in de criteria uit artikel 8.

Artikel 8 Criteria vergunning beschermde houtopstanden Groene Kaart

  • 1.

    Het bestuursorgaan kan de vergunning om te vellen van een beschermde houtopstand als bedoeld in artikel 7 eerste lid weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

  • 2.

    De vergunning voor het vellen van een beschermde houtopstand kan worden geweigerd als:

    • a.

      gebleken is dat er alternatieven voor het vellen zijn of mogelijk zijn tot behoud, of;

    • b.

      het duurzaam behoud van de beschermde houtopstand zwaarder weegt dan een maatschappelijk belang, of;

    • c.

      naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van de houtopstand verantwoord is om letsel of schade te voorkomen, of;

    • d.

      blijkt dat de boom niet gevaarlijk, niet ziek, niet in slechte staat verkeerd of niet dood is;

    • e.

      blijkt dat het doel van het vellen enkel alleen is voor het beter laten functioneren van zonnepanelen, zonnecollectoren en/of kleine windmolens of vergelijkbare doelen;

    • f.

      Het college weigert een omgevingsvergunning voor het vellen van een boom of houtopstand als de belangen van het vellen van de boom of houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud op basis van één of meer van de volgende intrinsieke waarden:

      • a.

        Omvang/formaat;

      • b.

        natuurwaarde;

      • c.

        cultuur(historie);

      • d.

        beeldbepalendheid;

      • e.

        zeldzaamheid.

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan als een beschermde houtopstand direct gevaar oplevert waardoor noodkap noodzakelijk is, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen, direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.

Artikel 9 Verbod tot vellen publieke bomen

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een publieke boom te vellen of te doen vellen onverminderd het gestelde in artikel 7 eerste lid.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag, onverminderd het bepaalde in artikel 16 en 17 van deze verordening;

    • b.

      het periodiek scheren, knotten, kandelaren of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • c.

      houtopstand die moet worden geveld, gedund of gesnoeid in het kader van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beheerplan;

    • d.

      houtopstand waarvoor voor verwijdering op basis van het ter plaatse geldende Omgevingsplan een vergunning voor het uitvoeren van een werk voor het vellen is verleend;

    • e.

      houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap met:

      • a.

        Een oppervlakte van tien are of meer, of;

      • b.

        een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

  • 3.

    Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt eveneens voor:

    • a.

      houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 15 en 16;

    • b.

      houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan van na de inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 10 Criteria vergunning publieke bomen

  • 1.

    Het bevoegd gezag kan vergunning om te vellen als bedoeld in artikel 9 eerste lid weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

  • 2.

    De vergunning kan worden geweigerd als:

    • a.

      de mate van overlast ondergeschikt aan de waarde van behoud van de boom of houtopstand;

    • b.

      blijkt dat onvoldoende aantoonbaar is dat de boom of houtopstand onevenredige schade of overlast veroorzaakt of zal veroorzaken;

    • c.

      blijkt dat de boom niet gevaarlijk, niet ziek, niet slecht of dood is of er geen maatschappelijk belang zwaarder weegt dan behoud van de boom;

    • d.

      blijkt dat het doel van het vellen enkel alleen is gelegen in het beter functioneren van zonnepanelen, zonnecollectoren en kleine windmolens of vergelijkbare doelen;

    • e.

      Het college weigert een omgevingsvergunning voor het vellen van een boom of houtopstand als de belangen van het vellen van de boom of houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud op basis van één of meer van de volgende intrinsieke waarden:

      • a.

        Omvang/formaat;

      • b.

        natuurwaarde;

      • c.

        cultuur(historie);

      • d.

        beeldbepalendheid;

      • e.

        zeldzaamheid.

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan als een houtopstand direct gevaar oplevert waardoor noodkap noodzakelijk is, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen, direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.

Artikel 11 Verbod tot vellen binnen een waardevolle groenstructuur

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een waardevolle / monumentale houtopstand te vellen binnen een waardevolle groenstructuur indien daarmee de aangeduide waardevolle groenstructuur als zodanig verloren gaat dan wel onevenredige schade toekomt, daarvan is in ieder geval sprake indien:

    • a.

      indien de oppervlakte van de waardevolle groenstructuur wordt verkleind, of gewijzigd;

    • b.

      onherstelbaar schade aanbrengt waarmee het waardevolle element of doel van de waardevolle groenstructuur, dan wel het eindbeeld van een waardevolle groenstructuur onevenredig aantast en daarmee definitief verloren gaat.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag, onverminderd het bepaalde in artikel 16 en 17 van deze verordening;

    • b.

      het periodiek scheren, knotten, kandelaren of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • c.

      het periodiek kappen van een (deel) van de beschermde houtopstand zoals hakhout of het periodiek snoeien van een beschermde houtopstand zoals een haag, ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • d.

      dunning van een waardevolle groenstructuur binnen de bebouwingscontour houtkap ter uitvoering van het reguliere onderhoud, mits het geen bomen betreft met een omtrek van meer dan 120 centimeter gemeten op een hoogte van 130 centimeter boven maaiveld;

    • e.

      dunning van een beschermde houtopstand buiten de bebouwingscontour houtkap ter uitvoering van het reguliere onderhoud, mits het geen monumentale of publieke boom betreft, dan wel de dunning geen onevenredige aantasting is van het eindbeeld van de waardevolle groenstructuur;

    • f.

      houtopstand die moet worden geveld, gedund of gesnoeid in het kader van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beheerplan;

    • g.

      houtopstand waarvoor voor verwijdering op basis van het ter plaatse geldende Omgevingsplan een vergunning voor het uitvoeren van het uitvoeren van een werk voor het vellen is verleend;

    • h.

      houtopstanden waarvan het college niet het bevoegde gezag is.

    • i.

      houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap met:

      • a.

        Een oppervlakte van tien are of meer, of;

      • b.

        een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

  • 3.

    Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt eveneens voor:

    • a.

      houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 15 en 16;

    • b.

      houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan van na de inwerkingtreding van deze verordening, die tevens niet vallen onder normaal onderhoud en beheer zoals opgenomen in het beheerplan.

Artikel 12 Criteria vergunning waardevolle groenstructuur

  • 1.

    Het bevoegd gezag kan vergunning om te vellen als bedoeld in artikel 11 eerste lid weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

  • 2.

    De vergunning kan worden geweigerd als:

    • a.

      de mate van overlast ondergeschikt aan de waarde van behoud van de boom of houtopstand;

    • b.

      blijkt dat onvoldoende aantoonbaar is dat de boom of houtopstand onevenredige schade of overlast veroorzaakt en/ of kan of zal veroorzaken;

    • c.

      blijkt dat de boom niet gevaarlijk, niet ziek, niet slecht of dood is of er geen maatschappelijk belang zwaarder weegt dan behoud van de boom;

    • d.

      blijkt dat het doel van het vellen enkel alleen is gelegen in het kader van duurzaamheid zoals het beter functioneren van zonnepanelen, zonnecollectoren en kleine windmolens;

    • e.

      Het college weigert een omgevingsvergunning voor het vellen van een boom of houtopstand als de belangen van het vellen van de boom of houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud op basis van één of meer van de volgende intrinsieke waarden:

      • a.

        Omvang/formaat;

      • b.

        natuurwaarde;

      • c.

        cultuur(historie);

      • d.

        beeldbepalendheid;

      • e.

        zeldzaamheid.

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan als een houtopstand direct gevaar oplevert waardoor noodkap noodzakelijk is, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen, direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.

Artikel 13 Aanvraag en indieningsvereisten

  • 1.

    De aanvraag om vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden gedaan via het online Omgevingsloket.

  • 2.

    De aanvraag om vergunning moet door een belanghebbende in de zin van de Algemene wet worden gedaan.

  • 3.

    De aanvraag moet door of met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de beschermde houtopstand te beschikken worden gedaan.

  • 4.

    Als de aanvraag betrekking heeft op het vellen van een beschermde houtopstand en er vanwege een project of ander werk sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang er een vergunning aangevraagd wordt, maakt een rapportage met daarin opgenomen een (BEA) onderdeel uit van de aanvraag.

  • 5.

    Het bevoegd gezag kan bepalen dat een compensatieplan met een overzicht van overige vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project wordt overgelegd.

  • 6.

    Het bevoegd gezag kan bepalen dat indien de aanvraag betrekking heeft op het vellen van een beschermde houtopstand en alternatieven voor boombehoud onderzocht zijn en gebleken is dat alternatieven voor het vellen niet aanwezig zijn of onmogelijk zijn, een verslag onderdeel uit maakt van de aanvraag aangevuld met rapportage van een boomdeskundige.

Artikel 14 Geldigheidsduur

  • 1.

    De vergunning als bedoeld in deze verordening vervalt als daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van deze vergunning gebruik is gemaakt.

  • 2.

    Als een vergunning meer dan één beschermde houtopstand betreft, is de vergunning voor alle beschermde houtopstanden slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één beschermde houtopstand of enkele al geveld zijn.

  • 3.

    Het bevoegde gezag kan in het belang van een fysieke leefomgeving of in het kader van de uitvoerbaarheid van de activiteit een langere termijn verbinden aan de vergunning.

Artikel 15 Bijzondere voorschriften

Aan de vergunning kan het bevoegde gezag onder andere de volgende voorwaarden verbinden:

  • a.

    dat binnen een bepaalde termijn moet worden herplant;

  • b.

    dat overeenkomstig de door het bevoegde gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant;

  • c.

    dat indien vaststaat dat niet ter plaatse kan worden herplant, er voorafgaand aan de kap een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in de gemeentelijke fondsvoorziening “Herplant bomen en groen”;

  • d.

    dat in het voorschrift als bedoeld in het eerste en tweede sublid van dit artikel voor niet aangeslagen beplanting telkens wordt bepaald op welke wijze de niet aangeslagen beplanting moet worden vervangen en binnen welke termijn na de herplant, de nieuwe herplant dient te geschieden;

  • e.

    dat aan de vergunning het voorschrift dat pas tot vellen van de beschermde houtopstand op en bij activiteiten bij bouw en bij het uitvoeren van werkzaamheden of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie met enige gevolgen voor de fysieke leefomgeving mag worden overgegaan zodra andere ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of omgevingsrechtelijke procedures onherroepelijk zijn geworden en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende is gewaarborgd worden opgenomen;

  • f.

    dat in geval van activiteiten met betrekking tot bouw- verbouw of bij het uitvoeren van werkzaamheden nabij een beschermde houtopstand het voorschrift tot het opstellen en overleggen van een BEA gericht op het behoud van de houtopstand en de waardevolle groenstructuur;

  • g.

    voorwaarden in het belang van een fysieke leefomgeving.

Artikel 16 Herplant- en instandhoudingsplicht

  • 1.

    Als een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de aan te geven aanwijzingen en voorschriften binnen een te stellen termijn.

  • 2.

    Bij de herplant zoals beschreven onder het eerste lid geldt voor herplant in geval van het tenietgaan van:

    • a.

      een gemeentelijke monumentale boom: herplantplicht grote plantmaat 30-40 cm omtrek conform de laatste versie van de gemeentelijke Bomenbalans;

    • b.

      monumentale boom andere eigenaar: bij het onrechtmatig of zonder de vereiste vergunning vellen herplantplicht grote plantmaat 30-40 cm tenzij een kleinere plantmaat beter geschikt wordt geacht door het bevoegd gezag;

    • c.

      een gemeentelijke bomenlaan in een waardevolle groenstructuur: herplantplicht plantmaat 16-18 cm;

    • d.

      een bomenlaan in een waardevolle groenstructuur: herplantplicht plantmaat 16-18 cm omtrek;

    • e.

      publieke boom met een omtrek > 60 cm: herplantplicht plantmaat 16-18 cm omtrek.

  • 3.

    Bij de herplant zoals beschreven onder het eerste en tweede lid kan tevens door het bevoegde gezag een instandhoudingsverplichting en voorschriften met betrekking tot de groeiplaats alsmede een beheersmaatregelen worden opgelegd.

  • 4.

    Als niet ter plaatse kan worden herplant, kan een financiële verplichting jegens de gemeente worden opgelegd conform de boomwaarde – waarde van de houtopstand.

  • 5.

    Bij geschil over de boomwaarde waarde van de houtopstand is een taxatie van de boomwaarde – waarde van de houtopstand door een onafhankelijk en beëdigd taxateur van bomen en houtopstand, door partijen gezamenlijk aan te bepalen, beslissend. Wordt een herplantplicht opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen beplanting moet worden vervangen.

  • 6.

    Als een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

    • a.

      overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen en voorschriften binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;

    • b.

      een BEA op te stellen of te doen opstellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag;

    • c.

      de kosten en risico’s met betrekking tot het bepaalde in dit artikel zijn voor de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstanden bevinden.

Artikel 17 Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen en voor publieke bomen, heesters en heggen op nihil gerekend vanaf de bodem en het hart van de houtopstand.

Artikel 18 Bestrijding van boomziekten

Als zich op een terrein één of meer houtopstanden bevinden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor verspreiding van een houtopstand ziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, als hij daartoe door burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

  • a.

    de houtopstand te vellen;

  • b.

    conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen;

  • c.

    het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders gevelde houtopstand of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of (laten) te vervoeren, als het een (boom)soort betreft die de desbetreffende (boom)ziekte kan verspreiden;

  • d.

    het niet voldoen aan de in het artikel bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

Artikel 19 Handhaving

  • 1.

    Als een vergunningplichtige boom of beschermde houtopstand zonder of in strijd met de vergunning is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gedaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de boom of houtopstand zich bevond, dan wel aan degene die de boom of houtopstand heeft geveld of teniet gedaan dan wel heeft laten vellen of teniet heeft laten gaan:

    • a.

      een verplichting tot compensatie inclusief zorg- en instandhoudingsplicht opleggen overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen binnen een daarbij te bepalen termijn;

    • b.

      in aanvulling op of ter vervanging van de verplichting tot compensatie als genoemd onder a, een financiële bijdrage te bepalen (taxatie) aan de hand van de boomwaarde-indextabel en boomschade-indextabel uit het Handboek Bomen.

  • 2.

    Als een boom of houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de boom of houtopstand zich bevindt, dan wel aan degene die de boom of houtopstand in het voortbestaan bedreigt dan wel in het voorbestaan laat bedreigen, de verplichting opleggen om, overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen en binnen een door het college te stellen termijn, voorzieningen te treffen waardoor die dreiging wordt weggenomen. Dit mag ook betekenen dat werkzaamheden (al dan niet deels) worden gestaakt.

  • 3.

    Het college kan de verplichtingen, genoemd onder lid 1 of lid 2, waarbij de gemeente een taxatie moet laten uitvoeren van de boom of houtopstand, de taxatiekosten verhalen bij de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de boom of houtopstand zich bevindt/ bevond, dan wel aan degene die de boom of houtopstand heeft gekapt of laten vellen, heeft gesnoeid of heeft laten snoeien.

Artikel 20 Sanctiebepaling

  • 1.

    Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en gegeven voorschriften en beperkingen, kan worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens het bepaalde in deze verordening als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit.

Artikel 21 Toezichthouders

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel door de burgemeester aan te wijzen personen.

Artikel 22: Slotbepalingen: Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De Bomenverordening Gemert-Bakel zoals vastgesteld op 15 maart 2018 wordt ingetrokken.

  • 4.

    Aanvragen om vergunning of ontheffing die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop deze verordening in werking is getreden.

  • 5.

    De vergunningen en ontheffingen die verleend zijn krachtens de in het derde lid genoemde verordening, blijven van kracht tot de tijd waarvoor zij verleend werden verstreken is of totdat zij worden ingetrokken.

  • 6.

    Waardevolle houtopstanden die krachtens de in het derde lid genoemde verordening zijn aangewezen als waardevolle boom blijven te gelden als waardevolle boom / monumentale boom waarvoor conform deze verordening een vergunningsstelsel geldt.

  • 7.

    Onder de aangewezen toezichthouders als bedoeld in artikel 21 worden tevens begrepen de toezichthouders die reeds zijn aangewezen op basis van de Bomenverordening 2018 en Bomenverordening 2010.

  • 8.

    Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening beschermd groen”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering 20 november 2025.

de raad van de gemeente Gemert-Bakel,

de griffier,

de voorzitter,

Naar boven