Beleidsregels bijzondere bijstand gemeentelijke heffingen Hersteloperatie Toeslagen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân;

 

gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en artikel 35, lid 1, Participatiewet;

 

heeft overwogen om aanvullende beleidsregels vast te stellen op de beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Súdwest-Fryslân om te bepalen onder welke voorwaarden gedupeerden van de toeslagaffaire in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor gemeentelijke heffingen;

 

besluit:

 

vast te stellen de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeentelijke heffingen Hersteloperatie Toeslagen.

 

 

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen in deze beleidsregels die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet.

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 35, lid 1, van de Participatiewet;

    • b.

      college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân;

    • c.

      gemeentelijke heffingen: de (on)roerende-zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en/of de rioolheffing die zijn opgelegd door de gemeente Súdwest-Fryslân;

    • d.

      gedupeerde: een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel, die tevens inwoner is van de gemeente Súdwest-Fryslân en ambtshalve eenmalig een forfaitair bedrag toegekend heeft gekregen van € 30.000, zoals bedoeld in artikel 2.7. Wet hersteloperatie toeslagen;

    • e.

      laag inkomen: een inkomen dat even hoog is als de bijstandsnorm die past bij de leef- en woonsituatie volgens hoofdstuk 3 van de Participatiewet. De kostendelersnorm is niet van toepassing.

  •  

Artikel 2. Doelgroep

De bijzondere bijstand is bedoeld voor de gedupeerde met een laag inkomen die op grond van het vermogen niet in aanmerking komt voor kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen.

 

Artikel 3. Aanvraag

  • 1.

    De bijzondere bijstand kan worden aangevraagd met het daarvoor bedoelde aanvraagformulier.

  • 2.

    De gemeente kan de bijzondere bijstand ambtshalve toekennen indien vaststaat dat de gedupeerde tot de doelgroep behoort.

 

Artikel 4. Hoogte

De hoogte van de bijzondere bijstand is even hoog als de gemeentelijke heffingen die de gedupeerde verschuldigd is in een kalenderjaar.

 

Artikel 5. Inwerkingtreding en duur

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die waarop deze bekend zijn gemaakt en werken terug tot en met 1 januari 2024.

  • 2.

    Deze beleidsregels eindigen op de dag nadat de Hersteloperatie Toeslagen is afgerond.

 

Artikel 6. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bijzondere bijstand gemeentelijke heffingen Hersteloperatie Toeslagen

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025,

mr. drs. J.A. de Vries, burgemeester

drs. C. Smits, gemeentesecretaris

Toelichting op Beleidsregels Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Hersteloperatie Toeslagen

Algemeen

Niet alleen de Belastingdienst, maar ook gemeenten en waterschappen heffen belastingen. Voorbeelden hiervan zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen kunnen onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding van deze lokale belastingen aanvragen.

 

Bij de beoordeling van een verzoek tot kwijtschelding wordt rekening gehouden met het aanwezige vermogen. Dit is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving. Compensatiebedragen, zoals de € 30.000,- die gedupeerde ouders in het kader van de hersteloperatie Kinderopvangtoeslag hebben ontvangen, worden daarbij als vermogen meegerekend. Het Rijk heeft ervoor gekozen hiervoor geen uitzondering op te nemen in de regelgeving voor lokale belastingen.

 

Dit betekent dat gemeenten en waterschappen verplicht zijn om dit vermogen mee te nemen in de beoordeling. Inwoners die een compensatie hebben ontvangen, kunnen daardoor in veel gevallen niet in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

 

De onderliggende gedachte is dat lokale heffingen bedoeld zijn om bij te dragen aan collectieve voorzieningen, zoals afvalinzameling en het rioolstelsel. Van inwoners die over voldoende draagkracht beschikken, wordt verwacht dat zij hieraan meebetalen.

 

De gemeente Súdwest-Fryslân ziet de compensatieregeling als erkenning voor het leed wat gedupeerde ouders is aangedaan en vormt derhalve de compensatie voor lichamelijke pijn, geestelijke leed of vermindering van levensvreugde. Het kwijtscheldingsbeleid is dan ook niet in de lijn van het uitgangspunt van de compensatieregeling. Om toch hier in te voorzien zal gebruik worden gemaakt van buitenwettelijk beleid in het kader van de Participatiewet.

 

Buitenwettelijk begunstigend beleid

De Participatiewet bepaalt in welke gevallen en binnen welke grenzen het college bevoegd is algemene en bijzondere bijstand te verlenen. Het gemeentelijk beleid is echter ruimer dan de Participatiewet toestaat. De Participatiewet biedt dan geen grondslag voor het verlenen van die bijstand. Om die reden spreekt men wel van buitenwettelijk begunstigend beleid. Meestal zal wel zoveel mogelijk worden aangesloten bij de overige voorwaarden van de Participatiewet, zodat het beleid afgezien van de gemaakte uitzondering(en), in het systeem van de Participatiewet past.

 

Bijzondere bijstand is financieel en qua beleid aan de gemeente overgedragen omdat op lokaal niveau (dichtbij de inwoner) maatwerk kan worden geboden waarbij rekening wordt gehouden met individuele en lokale omstandigheden. Daardoor kan de gemeente bijstand verlenen voor kostensoorten waarvoor de Participatiewet geen mogelijkheden biedt. Dit buitenwettelijke beleid moet worden vastgelegd in beleidsregels.

 

Omdat buitenwettelijk begunstigend beleid geen grondslag heeft in de Participatiewet kan de rechter het beleid slechts terughoudend toetsen. Dit betekent dat de aanwezigheid en toepassing van dat beleid door de rechter als gegeven wordt aanvaard en slechts wordt getoetst of het beleid in het concrete geval op een eenduidige wijze is toegepast.

Naar boven