Gemeenteblad van Helmond
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2025, 503507 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2025, 503507 | beleidsregel |
Beleidskader cameratoezicht gemeente Helmond 2025-2030
Veiligheid vormt de basis voor een prettige en leefbare samenleving. De gemeente zet verschillende middelen in om deze veiligheid te waarborgen en waar nodig te handhaven. Zo is er politie en handhaving in de stad, is er een algemene plaatselijke verordening waarin staat wat er wel en niet mag op welke plek en voeren we gesprekken met inwoners en ondernemers.
Veiligheid is immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Dit beleidskader gaat over cameratoezicht. Cameratoezicht is een aanvullend hulpmiddel om de veiligheid in Helmond te verbeteren. De gemeenteraad van Helmond heeft mij, als uw burgemeester, de bevoegdheid gegeven om camera’s te plaatsen als dit nodig is voor de handhaving van de openbare orde. Dit gaat om het plaatsen van camera’s op een openbare of publiek toegankelijke plaats, zowel voor een vaste als een tijdelijke periode. In dit beleidskader wordt nader ingegaan op de regels rondom de plaatsing van camera’s.
Cameratoezicht levert een grote bijdrage aan de veiligheid op straat. Camera’s kunnen een preventief en de-escalerend effect hebben op overlastgevers en plegers van criminaliteit, doordat ze afgeschrikt worden bij het zien van een camera.
Daarnaast speelt cameratoezicht een rol bij het aansturen van handhaving of politie op straat. De cameraobservant heeft namelijk een goed overzicht van alles wat er op straat gebeurt.
Escalatie van een potentieel conflict kan voorkomen worden, doordat opvallende situaties of beginnende opstootjes op tijd gesignaleerd worden en doorgegeven worden aan handhaving en politie op straat. Tenslotte kunnen de beelden gebruikt worden voor opsporing. Als er een incident heeft plaatsgevonden, kunnen politie en justitie de beelden opvragen en gebruiken voor onderzoek.
Camera’s bieden extra mogelijkheden om de veiligheid op straat te waarborgen, maar ze kunnen ook risico’s met zich meebrengen. Camera’s maken immers inbreuk op de privacy van degenen die in beeld komen. We toetsen daarom aan verschillende voorwaarden om te onderzoeken of een camera echt nodig is, zodat er geen wildgroei aan camera’s ontstaat in de stad en er voldaan wordt aan regels rondom privacy.
Het voorliggende beleidskader gaat nader in op de doelstellingen van cameratoezicht en biedt randvoorwaarden voor het plaatsen van camera’s in onze stad. Het plaatsen van camera’s is nooit een doel op zich, maar altijd een onderdeel van een breder pakket aan maatregelen om overlast terug te dringen. Het beleidskader bouwt voort op de basis die in de afgelopen jaren al gelegd is en draagt bij aan een veiliger, prettiger en leefbaardere stad voor ons allemaal.
In dit beleidskader voor cameratoezicht 2025-2030 wordt het nieuwe kader voor het inzetten van openbare orde camera’s in Helmond uiteengezet. Een belangrijke wijziging in het beleid is dat het bestaande moratorium (het maximaal aantal toegestane camera’s) wordt opgeheven.
Hierdoor wordt de inzet van camera’s flexibeler. Dat betekent dat indien er (dreigende) openbare orde verstoringen plaats zouden kunnen vinden, er op die locatie een camera geplaatst kan worden.
Daarnaast wordt de reikwijdte van het cameratoezicht uitgebreid: waar voorheen camera’s vooral in het centrum en horecagebied werden ingezet, wordt het nu mogelijk om vaste camera’s te plaatsen op overlastlocaties buiten deze gebieden. Dit sluit aan bij de veranderende aard van overlast, die zich niet langer beperkt tot het centrum.
Het document beschrijft de juridische kaders en de voorwaarden waaraan cameratoezicht moet voldoen, zoals proportionaliteit, subsidiariteit en de noodzaak van periodieke evaluatie.
Cameratoezicht blijft een aanvullend middel binnen een bredere aanpak van openbare ordehandhaving. De gemeente Helmond benadrukt dat cameratoezicht geen doel op zich is, maar strikt wordt ingezet als noodzakelijk middel.
Met deze beleidswijzigingen speelt de gemeente in op zowel de groei van de stad als de toenemende vraag naar cameratoezicht. Daarbij wordt er blijvend kritisch gekeken naar de impact op privacy en proportionaliteit.
1.1 Over welke camera’s gaat dit beleid?
In dit beleidskader gaat het over de gemeentelijke camera’s ten behoeve van de handhaving van de openbare orde op openbare plaatsen. De wettelijke grondslag voor deze camera’s ligt in artikel 151c van de Gemeentewet en is verder bij verordening uitgewerkt in artikel 2.10.1 van de Algemene plaatselijke verordening Helmond 2020. Het plaatsen van deze camera’s is een bevoegdheid van de burgemeester.
We zetten cameratoezicht in voor de veiligheid op straat. Hieraan ligt altijd een belangrijke afweging ten grondslag: weegt de inbreuk van de privacy van betrokkenen op tegen de problematiek? Cameratoezicht onder artikel 151c kan alleen worden ingezet als dit noodzakelijk is om de openbare orde te handhaven. Daarnaast staat deze interventie nooit op zichzelf, maar is het cameratoezicht onderdeel van een breder pakket aan maatregelen.
1.2 Hoe zetten we openbare orde camera’s in Helmond in?
Op het moment van schrijven (maart 2025) heeft gemeente Helmond 36 camera’s voor de handhaving van de openbare orde. Er zijn twee verschillende vormen van inzet: camera’s voor een langere tijd en flexibele camera’s. De camera’s voor langere tijd noemen we in dit beleid ‘vast’ omdat ze aan een gevel of op een paal in de grond zijn bevestigd en hebben een permanente stroomvoorziening en dataverbinding. Ondanks dat de camera’s voor een langere tijd op een locatie hangen, blijft het uiteindelijk een maatregel tijdelijk van aard. Het camerabeleid wordt elke vier jaar uitgebreid geëvalueerd en jaarlijks wordt de stand van zaken kort besproken.
Daarnaast zetten we op dit moment drie flexibele camera’s in (peildatum maart 2025). In het verdere verloop van 2025 zetten we nog één additionele flexibele camera in, zodat we de flexibele camera’s in duo’s kunnen ophangen wat gewenst is bij grotere locaties. Deze camera’s worden voor een periode van maximaal 6 maanden (met optioneel 6 maanden verlenging) ingezet op plekken waar sprake is van structurele (langer dan drie maanden) en extreme overlast, óf waar signalen zijn dat er openbare ordeverstoringen dreigen. Denk hierbij aan vuurwerkoverlast of terugkerende illegale vechtwedstrijden. Zie bijlage A voor een overzicht van de camera inzet in Helmond.
1.3 Waar gaat dit camerabeleid niet over?
Er zijn veel verschillende type camera’s en sensoren in Helmond die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en veiligheid van de stad. Bijvoorbeeld lantaarnpalen die door middel van sensing de kleur en lichtsterkte aanpassen om energie te besparen en de veiligheid te bevorderen.
Ook zijn er sensoren en camera’s om verkeersstromen te reguleren. Een volledig overzicht is te vinden in de basislijst sensoren gemeente Helmond. De openbare orde camera’s zijn ook in deze lijst opgenomen.
De politie mag op grond van artikel 3 Politiewet 2012 onder voorwaarden zelf camera’s plaatsen indien dit nodig is voor de politietaak. Dit type politiecamera’s wordt meestal kortstondig ingezet, zoals bij een demonstratie, direct daarna worden ze verwijderd. Deze camera’s worden niet op grond van artikel 151c van de Gemeentewet geplaatst, wat betekent dat de burgemeester niet gaat over deze vorm van cameratoezicht. Dit type camera’s blijft daarom in dit beleid buiten beschouwing. Daarnaast zijn er camera’s vanuit andere overheidsorganen zoals de provincie en zijn er camera’s van particulieren of ondernemers. Ook gemeentelijke camera’s die voor andere doeleinden worden ingezet dan de handhaving van de openbare orde, vallen buiten het bereik. Denk aan het bewaken en beveiligen van gemeentelijke eigendommen of het toezicht op de naleving van venstertijden. Dit camerabeleid betreft alleen de openbare orde camera’s als bedoeld in artikel 151c Gemeentewet.
In hoofdstuk 2 bespreken we de juridische grondslag van de openbare orde camera’s. Vervolgens blikken we in hoofdstuk 3 terug op de evaluatie van het cameratoezicht in Helmond in 2024 en bespreken we de hieruit voortgekomen aanpassingen in het camerabeleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de doelen en uitgangspunten voor de inzet van zowel de vaste als flexibele camera’s. Als laatste bespreken we in hoofdstuk 5 hoe we cameratoezicht in de praktijk inzetten.
Cameratoezicht vormt per definitie een inbreuk op de privacy van personen die in beeld worden gebracht. Dit is niet zonder meer toegestaan. Cameratoezicht mag slechts worden ingezet
als uiterst middel (ultimum remedium). Dit betekent dat cameratoezicht alleen mag worden ingezet in specifieke gevallen en onder de volgende voorwaarden:
Het recht op privacy is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 10, eerste lid, van de Grondwet en artikel 8, tweede lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het beperken van grondrechten (waaronder het recht op privacy) is alleen mogelijk als dat bij wet is voorzien, anders geformuleerd, er moet een wettelijke grondslag zijn. In een wetsartikel moet duidelijk zijn bepaald dat een grondrecht mag worden ingeperkt en onder welke condities dat is toegestaan.
Cameratoezicht op een openbare plaats kan alleen worden ingezet als daar een wettelijke grondslag voor is. Artikel 151c van de Gemeentewet stelt dat de gemeenteraad de burgemeester bij verordening de bevoegdheid mag verlenen om te besluiten tot toepassing van cameratoezicht op een openbare plaats indien het belang van de handhaving van de openbare orde daartoe noodzaakt (Artikel 151c Gemeentewet). De gemeenteraad van Helmond heeft op
14 maart 2006 deze bevoegdheid aan de burgemeester verleend. De bevoegdheid is opgenomen in artikel 2.10.1 van de Algemene plaatselijke verordening van Helmond (Artikel 2.10.1 Algemene Plaatselijke Verordening Helmond 2020). De burgemeester is daarmee bevoegd om als zelfstandig bestuursorgaan aanwijzingsbesluiten te nemen. In een aanwijzingsbesluit staat in welk gebied het cameratoezicht wordt ingevoerd, voor welke periode (duur) en met welk doel. Aan een dergelijk besluit zit een einddatum; als de camera’s niet meer noodzakelijk zijn, moeten ze worden weggehaald.
Cameratoezicht op een openbare plaats is alleen toegestaan ter handhaving van de openbare orde. Dit is het geval als er sprake is van een dreigende of feitelijke verstoring van de openbare orde. De burgemeester bepaalt in overleg met de politie en het Openbaar Ministerie (OM) of
er moet worden opgetreden tegen (dreigende) strafbare- of onrechtmatige gedragingen in de openbare ruimte. Denk bij openbare orde problemen aan uitgaansgeweld en aanhoudende jeugdoverlast in een wijk. De noodzakelijkheid van cameratoezicht wordt bepaald door de proportionaliteit en subsidiariteit.
Cameratoezicht is proportioneel indien het gerechtvaardigd wordt door het beoogde doel en niet verder gaat dan nodig is voor dat doel. De proportionaliteit hangt af van onder meer de grootte van het probleem dat de aanleiding vormt voor het cameratoezicht, het aantal in te zetten camera’s en de omvang van het cameragebied.
Cameratoezicht is subsidiair indien het cameratoezicht het lichtste middel is waarmee het beoogde doel kan worden behaald. Als met een lichter, minder ingrijpend instrument dan cameratoezicht een probleem kan worden opgelost, moet voor dat middel worden gekozen. In het geval van gemeentelijke camera’s gaat het dan om bijvoorbeeld goede straatverlichting, een prettig ingerichte openbare ruimte, fysieke surveillance door politie en handhavers, afspraken met de horeca en dergelijke. Alleen als dergelijke maatregelen niet toereikend zijn voor het handhaven of herstellen van de openbare orde, mag de burgemeester het zwaardere middel cameratoezicht inzetten.
Artikel 151c, zesde lid, van de Gemeentewet stelt dat de aanwezigheid van cameratoezicht op een openbare plaats op duidelijke wijze kenbaar moet zijn voor iedereen die het cameragebied betreedt. De gemeente Helmond zorgt ervoor dat de camera’s altijd goed zichtbaar zijn en dat passanten worden geïnformeerd over het cameratoezicht alvorens zij het cameragebied betreden. Bij alle toegangswegen naar het cameragebied worden daarom informatieborden geplaatst.
De camerabeelden vallen conform artikel 151c, negende lid, van de Gemeentewet, onder het regime van de Wet politiegegevens (Wpg). De politie is dan ook de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de camerabeelden.
De politie kan op grond van artikel 6, vierde lid, van de Wet politiegegevens, personen die politieambtenaar zijn autoriseren voor de verwerking van politiegegevens ter uitvoering van de onderdelen van de politietaak waarmee zij belast zijn. Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) vallen onder het regime van de Wet politiegegevens in het geval van opsporing. Het is daarom mogelijk dat de boa’s het rechtstreeks cameratoezicht uitvoeren onder de regie van de politie. Dit is het geval in de gemeente Helmond.
Op grond van artikel 151c, negende lid, van de Gemeentewet mogen met camera’s gemaakte beelden gedurende ten hoogste vier weken worden bewaard. Beelden mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij zijn verzameld. Het hoofddoel van gemeentelijk cameratoezicht is handhaving van de openbare orde en niet de opsporing van strafbare feiten. Maar opgenomen beelden mogen op grond van artikel 151c, negende lid, Gemeentewet onder strikte voorwaarden wel voor opsporing door politie en justitie worden gebruikt. Voor dit soort beelden geldt een langere maximale bewaartermijn. De beelden mogen bewaard worden tot het moment waarop ze niet meer nodig zijn voor opsporing, vervolging en berechting.
Gegevensbeschermingseffectbeoordeling en privacy
Bij activiteiten waarbij persoonsgegevens worden verwerkt, moet men een duidelijk beeld hebben wat de risico’s zijn voor de rechten en vrijheden van betrokkenen. Een DPIA (Data Protection Impact Assessment) helpt hierbij en is ook een goed hulpmiddel om te beoordelen in hoeverre de huidige maatregelen voldoen en wat er nodig is om de risico’s te verminderen. De politie dient op grond van artikel 4c Wet politiegegevens een gegevensbeschermingseffect- beoordeling (GEB) op te stellen als de verwerking van persoonsgegevens een hoog privacy-risico oplevert voor betrokkenen. Daar is ook sprake van bij cameratoezicht in de openbare ruimte. Er is daarom altijd een GEB nodig, dit is hetzelfde als een DPIA. De gemeente kan de politie hierbij ondersteunen.
De politie moet betrokkenen in staat stellen hun rechten met betrekking tot de politiegegevens (de camerabeelden) uit te oefenen. Zo hebben betrokkenen onder meer recht op inzage (artikel 25 Wet politiegegevens), aanpassing, verwijdering en afscherming (artikel 28 Wet politiegegevens) van gegevens die op hen betrekking hebben.
3. Evaluatie en aanpassing cameratoezicht
Cameratoezicht zetten we alleen in als uiterst noodzakelijk middel om de openbare orde te handhaven. Om dat te waarborgen evalueren we elke vier jaar alle camera’s die er op dat moment gebruikt worden en wordt jaarlijks het cameratoezicht kort besproken. Door te evalueren waarborgen we de effectiviteit en noodzakelijkheid van de ingezette camera’s.
3.1 Evaluatie cameratoezicht door DSP en conclusies
In februari 2024 heeft DSP-groep in opdracht van de gemeente Helmond opnieuw een onderzoek uitgevoerd naar het openbare orde cameratoezicht, nadat zij dit in 2014 ook heeft uitgevoerd. Het primaire doel van dit onderzoek was om de effectiviteit van de camera’s te beoordelen. Daartoe zijn de incidentregistraties vanuit de toezichtscentrale onderzocht en observeerde een onderzoeker de werkwijze tijdens cameradiensten. Ook zijn er enquêtes afgenomen onder bewoners en horecaondernemers en zijn er interviews gehouden met professionals.
De algehele conclusie van het onderzoek is dat gemeente Helmond over een goede basis beschikt voor cameratoezicht en daar de komende jaren op kan voortborduren. Er is goed contact tussen de camera observanten en de politie, de kwaliteit van de camera’s is hoog en storingen worden snel verholpen. Uit de incidentregistraties blijkt dat incidenten snel in de kiem werden gesmoord door de oplettendheid van de camera observanten. Daarnaast laten de registraties zien dat de politie regelmatig camerabeelden opvraagt, waarvan respondenten zeggen dat deze zo nu en dan zorgen voor successen in de opsporing. Met betrekking tot de beoogde preventieve werking is nog winst te behalen door meer communicatie over het cameratoezicht in Helmond.
Tijdens de evaluatie door DSP-groep is ook geconstateerd dat er door respondenten meerwaarde wordt gezien in een aantal vaste camera’s in de randgebieden van het centrum. Daarnaast is de behoefte aan flexibel cameratoezicht groter dan het moratorium (het maximaal aantal toegestane camera’s) toelaat. Op het moment van onderzoek zijn er twee flexibele camera’s geplaatst op de Molenstraat, waardoor er nog maar één camera overblijft als reserve voor andere problematiek in de stad.
Op 16 april 2024 is de evaluatie besproken in de opiniecommissie. Hierbij is toegezegd dat de gemeente en de politie onderzoek konden doen naar het moratorium en naar het nut en de noodzaak van een eventuele uitbreiding van het aantal camera’s in de stad.
3.2 Cameratoezicht blijven evalueren
Het kan zijn dat een bepaalde cameralocatie enige tijd geleden nodig was, maar dat er op die locatie nu geen overlast meer is en de camera er dus onnodig hangt. Het is daarom van belang om cameratoezicht te blijven evalueren.
Flexibel cameratoezicht wordt na zes maanden geëvalueerd. Er wordt dan onderzocht of de overlast op een locatie is afgenomen of dat de tijdelijke camera(‘s) voor nogmaals zes maanden blijven hangen. Bij de evaluatie worden de meldingen en het aantal incidenten op de locatie bekeken en wordt er met professionals en bewoners gesproken. Daarnaast wordt er gekeken naar de nabije toekomst. Vinden er bijvoorbeeld op korte termijn evenementen plaats op de locatie? Als uit de evaluatie blijkt dat de overlast verdwenen of verminderd is, worden de tijdelijke camera’s verwijderd. Maar als blijkt dat de overlast nog niet voldoende is afgenomen, kunnen de tijdelijke camera’s voor nog eens zes maanden verlengd worden. Er wordt dan opnieuw door de burgemeester een aanwijzingsbesluit ondertekend en bewoners worden geïnformeerd.
Vaste camera’s zouden formeel op dit moment elke vier jaar geëvalueerd moeten worden, maar in de praktijk gebeurt dit jaarlijks. Er wordt dan gekeken naar het aantal meldingen op een locatie en of dit kan verklaren waarom er daar een camera nodig is. Daarnaast vindt er een overleg plaats tussen de politie en gemeente waarbij alle cameraposities worden besproken en waarin eventuele overbodige of juist nieuwe locaties worden aangestipt.
In een jaar kan er veel veranderen bij overlastlocaties, waardoor een camera verwijderd kan worden. Het is goed om cameratoezicht regelmatig te evalueren, zodat een camera niet onnodig op een locatie blijft hangen. Daarnaast blijft de technologie van cameratoezicht zich ontwikkelen en ontstaan er steeds meer mogelijkheden, zoals het gebruik van drones, bodycams of geluidscamera’s. Door regelmatig te evalueren, kunnen ook onderwerpen zoals het gebruik van nieuwe of andere vormen van technologie met camera’s besproken worden.
Een goed voorbeeld van het nut van evaluatie is de verplaatsing van camera’s die daardoor kan plaatsvinden. Er zijn de afgelopen jaren meerdere keren camera’s verplaatst. Soms ging dit om enkele meters, zodat een extra straat of hoek in beeld kwam. Een enkele keer werd een camera weggehaald, omdat hier geen noodzaak meer voor was. Deze camera werd dan verplaatst naar een nieuwe locatie.
Een voorbeeld van een camera die is verwijderd, is de camera op de hoek van de Steenweg en de Kanaaldijk. Daar hingen twee camera’s, waarvan één camera 360° kon draaien en daardoor een breed zicht had. De andere camera is later verwijderd, omdat het beeld grotendeels overlapte en de camera niet meer nodig was.
Iedere 4 weken (en in de zomer 2-wekelijks) vindt er een horecaoverleg door de politie, vertegenwoordigers van de horeca, beveiliging en gemeente plaats. Dan wordt er gesproken over hoe de laatste horecaweekenden in het uitgaansgebied zijn verlopen. Daarbij worden de openbare orde camera’s ook besproken. De camera observant kijkt tijdens de uitgaansnachten de camera’s live uit. Tijdens de jaarlijkse schouw worden de cameraposities geëvalueerd en wordt gekeken naar mogelijke nieuwe posities.
In de visie en het beleidskader van gemeente Helmond uit 2015 heeft de gemeente een moratorium ingesteld op het aantal camera’s. Dit betekent dat berekend is hoeveel camera’s Helmond op dat moment nodig had. Méér dan dat aantal mocht niet worden ingezet. Dit
maximum was ingesteld om te borgen dat er geen wildgroei aan camera’s ontstond. Inmiddels is Helmond gegroeid van 89.726 inwoners in 2015 tot 95.940 inwoners in 2025. Met de schaalsprong blijft dit aantal groeien.
De beeldvorming over cameratoezicht is de afgelopen jaren veranderd. Waar inwoners tien jaar geleden soms nog huiverig waren voor cameratoezicht in hun wijk, neemt het aantal verzoeken voor cameratoezicht de afgelopen jaren flink toe. Vanaf nu laten we het moratorium los en bouwen we meer flexibiliteit in. Zodoende kunnen we sneller ingrijpen bij (dreigende) openbare ordeproblematiek.
Het aantal openbare orde camera’s in Helmond is op dit moment in verhouding tot het aantal inwoners, vergelijkbaar met andere Brabantse steden. Het aantal camera’s verschilt per gemeente: Tilburg heeft er 130, Den Bosch 75, Eindhoven 35 en Breda 152. Hoewel Helmond minder inwoners heeft dan deze steden, zou het relatief gezien in het midden uitkomen qua aantal camera’s, of zelfs iets lager.
Na ingang van dit beleidskader zal het moratorium verdwijnen. Hierdoor is er geen maximum aantal camera’s dat ingezet mag worden. Op het moment dat er een nieuwe overlastlocatie ontstaat, kunnen daar vanaf nu extra camera’s geplaatst worden. Hierdoor wordt verwijderen en plaatsen van camera’s tot op zekere hoogte meer flexibel, mits dit te verantwoorden is voor een locatie. Om te voorkomen dat er te veel camera’s geplaatst worden, dient het cameratoezicht aan verschillende voorwaarden te voldoen, dit wordt in hoofdstuk 5 uitgelegd.
3.4 Aanpassing plaatsing cameratoezicht
Op dit moment hangen de camera’s alleen in het centrum- en horecaconcentratiegebied, omdat hier bij het opstellen van het vorige beleidskader de meeste overlast werd ervaren. De laatste jaren is de overlast niet meer alleen specifiek in het centrum of bij de horeca, maar verspreidt het zich over heel Helmond. Verschillende wijken ervaren veel overlast bij bijvoorbeeld parken of stations.
Het is daarom vanaf dit beleidskader ook mogelijk om vaste camera’s te plaatsen bij overlastlocaties buiten het centrum of de horeca en dus in de rest van Helmond. Wel moet de camera noodzakelijk, proportioneel en subsidiair zijn. Daarnaast moet er ook maatschappelijke behoefte zijn. Indien er een camera geplaatst wordt, dan dient deze elke vier jaar geëvalueerd te worden.
4. Aanwijzingsbesluiten en beleidsuitgangspunten
De burgemeester neemt aanwijzingsbesluiten waarin staat in welk gebied de camera’s worden geplaatst en voor welke periode. Er zijn zoals gezegd twee soorten aanwijzingsbesluiten: voor vaste camera’s en voor flexibele camera’s.
4.1 Doelen van het cameratoezicht
Camera’s kunnen verschillende doelen en gevolgen hebben, maar in dit beleidskader wordt dit in drie doelen samengevoegd, namelijk preventie, interventie en opsporing.
Cameratoezicht kan zowel een positief als een negatief effect hebben op het veiligheidsgevoel van mensen. Sommigen voelen zich veiliger omdat ze weten dat er wordt meegekeken, terwijl anderen juist onveiligheid ervaren doordat de aanwezigheid van camera’s suggereert dat er iets mis kan zijn. Daarnaast kan bij een dreigende verstoring van de openbare orde van cameratoezicht een preventieve werking uitgaan. Daders kunnen worden afgeschrikt, omdat zij bang zijn herkend te worden via de camera’s of als zij eerder zijn veroordeeld op basis van camerabeelden. Een camera zou dan in sommige gevallen kunnen zorgen voor het niet plegen van een strafbaar feit uit angst om herkend te worden via de camera. Het is voor preventie wel belangrijk dat er ook daadwerkelijk actie wordt ondernomen aan de hand van de camerabeelden, omdat anders het afschrikwekkende effect van de camera verdwijnt.
Live cameratoezicht speelt een cruciale rol bij het vroegtijdig signaleren en de-escaleren van incidenten. Observanten kunnen (beginnende) incidenten of verstoringen opmerken en direct de handhavers of politie inschakelen om in te grijpen. Daarnaast kan cameratoezicht gebruikt worden om verdachten te volgen als zij vluchten na een incident. Hierbij is het van belang dat het zicht van de camera’s in elkaar overloopt, zodat er geen blinde vlekken ontstaan.
Opsporing (geen hoofddoel, maar bijvangst)
Als er een incident heeft plaatsgevonden en er camerabeelden nodig zijn voor opsporing, dient de politie hier een verzoek voor in bij de gemeentelijke camera observanten. De observant selecteert de beelden van de aangevraagde datum en tijd en verstuurt deze (op een veilige manier) naar de politie. Daar worden de beelden langer dan het gemeentelijke bewaartermijn van 28 dagen bewaart, afhankelijk van het opsporingsonderzoek.
4.2 De inzet van vaste camera’s
Op dit moment hangen er 36 vaste camera’s binnen het daarvoor bestemde gebied in Helmond. Het aantal van 36 camera’s is passend voor een stad als Helmond met bijna 100.00 inwoners. De locaties in het centrum waar veel mensen komen en de meeste overlast is, zijn in beeld door cameratoezicht. Er is daarom geen aanleiding om het aantal vaste camera’s grootschalig uit te bereiden. Als blijkt dat bepaalde belangrijke locaties (zoals de aanlooproute van het station naar de stad) onvoldoende in beeld zijn, of dat er locaties zijn waar al herhaaldelijk tijdelijk cameratoezicht is ingezet, kan worden besloten om het aantal vaste camera’s enigszins uit te breiden.
4.3 De inzet van flexibele camera’s
Op het moment van schrijven, mogen tijdelijke camera’s alleen geplaatst worden als er structureel gedurende een periode van minimaal drie maanden overlast is die extreme vormen aanneemt.
Daar komt nu ook bij dat een tijdelijke camera geplaatst mag worden als er vermoedens zijn van overlast die zal plaatsvinden of als er structureel op eerdere bepaalde momenten overlast was op de locatie. Dit wordt aangepast om in de toekomst flexibeler en gerichter gebruik te kunnen maken van cameratoezicht, indien het voldoet aan de gestelde eisen.
De tijdelijke camera wordt geplaatst voor een korte periode, omdat er de verwachting is dat de camera maar korte tijd nodig zal zijn. De camera kan voor een paar dagen opgehangen worden tot een maximale duur van zes maanden, met eenmalig zes maanden verlenging. De burgemeester bepaalt welk termijn passend is voor de situatie.
Daarnaast wordt het aantal tijdelijke camera’s uitgebreid van drie naar vier. Zodoende kunnen de camera’s in koppels worden opgehangen. Het inzetten van één camera blijkt vaak onvoldoende zicht te geven. Om bijvoorbeeld een park goed in zicht te krijgen zijn minimaal 2 camera’s nodig.
5. Cameratoezicht in de praktijk
Op het moment dat de burgemeester na overleg met de driehoek bepaald heeft waar en voor hoe lang camera’s geplaatst worden, wordt een aanwijzingsbesluit genomen en aansluitend bekend gemaakt via www.overheid.nl. Een aanwijzingsbesluit is een zogeheten besluit van algemene strekking waartegen belanghebbenden bezwaar en beroep kunnen aantekenen. Na besluitvorming worden de camera’s geplaatst en is er cameratoezicht. De camera’s worden voor het aflopen van het aanwijzingsbesluit geëvalueerd om te beoordelen of ze nog noodzakelijk zijn. Afhankelijk van deze evaluatie worden camera’s verlengd, verwijderd of verplaatst.
Om cameratoezicht te realiseren, is er eerst een aanleiding nodig waaruit blijkt dat er extra toezicht nodig is. Via de politie, gemeente en/of meldingen van andere partijen, kan er informatie binnenkomen over (dreigende) openbare orde verstoringen op een locatie. Als er een toename is aan meldingen van een bepaalde locatie, kan de locatie onderzocht worden. Hierbij wordt niet meteen gekeken naar de inzet van cameratoezicht, maar wordt er eerst onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor andere maatregelen. Denk aan meer controles of gesprekken met omwonenden.
Camera’s mogen zoals eerder gezegd, alleen ingezet worden als uiterst medium, waarbij het noodzakelijk, proportioneel en subsidiair is én er daarnaast maatschappelijke behoefte aan is. Een voorbeeld van maatschappelijke behoefte is het verschil tussen overlast midden in een woonwijk of in een bos waar niemand woont. Bij de overlast in de woonwijk zal de maatschappelijke behoefte groter zijn dan in het bos.
Om het proces van het plaatsen van camera’s begrijpelijker te maken, is het aan het eind van deze paragraaf een schematisch overzicht weergegeven.
Als er blijkt dat er op een locatie (toenemende) overlast is en de behoefte wordt uitgesproken voor cameratoezicht vanuit bijvoorbeeld de politie, dan maakt de gemeente – samen met de politie – een analyse van het probleem en de locatie. Deze analyse bestaat uit meldingen en informatie van de politie, handhaving en eventuele andere betrokken experts. Als er uit de analyse blijkt dat de problematiek op de betreffende locatie ernstig genoeg is voor cameratoezicht, dan is er voldaan aan de eis proportionaliteit, er is namelijk een verhouding tussen het doel en het in te zetten middel. Ook moet er altijd een plan van aanpak ten grondslag liggen aan de plaatsing van een camera en moet het cameratoezicht een onderdeel zijn van een breder pakket aan maatregelen. Tot slot moet er nog onderzocht worden of er geen lichtere maatregel is om de locatie te verbeteren, dan is er voldaan aan de eis van subsidiariteit.
Als blijkt dat er aan alle eisen is voldaan en de nodige informatie is verzameld, dan maakt de burgemeester – op basis van een ambtelijk advies – de keuze voor het wel of niet plaatsen van vaste of flexibele camera(‘s). Als er wordt gekozen voor het plaatsen van een vaste of tijdelijke camera, dan wordt in een aanwijzingsbesluit de aanleiding en het doel beschreven samen met de overwegingen, het wetsartikel, de locatie van de camera en de duur van het cameratoezicht. Ook worden buurtbewoners geïnformeerd door middel van een bewonersbrief. Daarnaast wordt het aanwijzingsbesluit officieel bekend gemaakt en kunnen burgers zich abonneren op de servicedienst van KOOP: over uw buurt, om op de hoogte te zijn van dit soort ontwikkelingen.
De rol van het openbaar ministerie
De bestrijding van onveiligheid is niet alleen een verantwoordelijkheid van het lokale bestuur, maar ook van het Openbaar Ministerie. Daarom is in artikel 151c (2e lid) Gemeentewet bepaald dat de burgemeester, na overleg met de officier van justitie, in de lokale driehoek de periode vaststelt waarin de geplaatste camera’s daadwerkelijk zullen worden gebruikt en de tijden waarop de beelden direct zullen worden bekeken.
Als er overleg is geweest in de driehoek, wordt het aanwijzingsbesluit van de betreffende locatie gepubliceerd met daarin het genomen besluit van de burgemeester. Er kan door belanghebbenden bezwaar gemaakt worden en de gemeenteraad wordt geïnformeerd over het aanwijzingsbesluit.
Zodra het aanwijzingsbesluit gepubliceerd is, kan de plaatsing van de camera in gang worden gezet. Omwonenden van de locatie waar de camera komt, worden geïnformeerd. Ook worden er informatieborden geplaatst waarop wordt aangegeven dat er cameratoezicht plaatsvindt en communiceert de gemeente over het cameratoezicht.
Als de termijn verstreken is die genoemd is in het aanwijzingsbesluit, wordt de noodzaak en het nut van de camera geëvalueerd. Doordat de camera’s regelmatig worden geëvalueerd, zijn de locaties van de camera’s actueel en kloppend met de overlastlocaties. Mocht blijken dat er een camera verwijderd of nieuw geplaatst moet worden, is dit de bevoegdheid van de burgemeester. De burgemeester maakt namelijk de keuze of het cameratoezicht verlengd, verplaatst of verwijderd wordt. Hij kan daarbij de raad informeren over zijn besluit.
Afbeelding 1: Schematische weergave van het proces openbare orde camera.
5.2 Bekijken van de camerabeelden
De camerabeelden worden op verschillende dagen live uitgekeken door een camera observant in de uitkijkruimte op de Automotive Campus in Helmond. De observant is hier over het algemeen van donderdag tot en met zondag aanwezig. De observant heeft contact met de meldkamer,
de politie en de portiers die aanwezig zijn in de horeca om eventuele bevindingen door te geven of opdrachten uit te voeren. Tijdens feestdagen en sommige evenementen is er ook een observant aanwezig, zoals bij oud en nieuw of carnaval. De observant kan camerabeelden selecteren en op een scherm plaatsen. De beelden op dit scherm kunnen live uitgekeken worden door de politie en de meldkamer (112).
Bevoegdheid tot het zien van camerabeelden
Niet iedereen is bevoegd om de beelden van de camera’s te bekijken. Naast politie, mogen daartoe getrainde handhavers van de gemeente de camerabeelden live bekijken. De politie mag de camerabeelden ook verwerken binnen de kaders van de Wet politiegegevens artikel 11 en 13. Tenslotte mogen de beelden gebruikt worden voor opsporing en getoond worden aan personen die daarbij betrokken zijn, zoals de officier van justitie.
Afbeelding 2: een camera observant die de beelden bekijkt in de uitkijkruimte.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-503507.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.