Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 502632 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 502632 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening afvalstoffenheffing 2026
De Raad van de gemeente Rotterdam,
gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2025
(raadsvoorstel nr. 25bb006556/25bo007415); 25bb006564;
gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;
de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing bij verordening wordt geregeld;
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder gebruik maken: gebruik van een perceel als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente, naar de omstandigheden beoordeeld, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 8 Heffing naar tijdsgelang
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belastingplicht voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
In afwijking van het eerste lid, geldt dat zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in twaalf termijnen. De eerste termijn vervalt 31 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens 31 dagen later.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 en 13 november 2025.
De griffier,
I.C.M. Broeders
De voorzitter,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Toelichting op de Verordening afvalstoffenheffing 2026
De afvalstoffenheffing is gebaseerd op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing is een belasting. Wel dient er een opbrengstlimiet in acht te worden genomen, in de zin dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten niet mogen overtreffen. Tegenover de heffing staat niet een individueel aanwijsbare prestatie van de overheid in de vorm van het werkelijk meenemen van huishoudelijke afvalstoffen, doch een nakoming van de wettelijke inzamelverplichting bij het desbetreffende perceel door de gemeente. Dit leidt ertoe dat, indien de inzamelplicht bij een bepaald perceel door de gemeente niet wordt nagekomen, de gemeente ter zake van het gebruik van dat perceel geen afvalstoffenheffing kan heffen.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
Tot de huishoudelijke afvalstoffen behoren alle afvalstoffen die afkomstig zijn uit een particuliere huishouding. De kosten van het beheer van deze afvalstoffen mogen worden doorberekend in de afvalstoffenheffing. Niet van belang is op welke wijze deze afvalstoffen worden ingezameld, bijvoorbeeld gescheiden inzameling van onder meer glas, papier en klein chemisch afval. De kosten van gescheiden inzameling behoren tot de totale kosten van het beheer van huishoudelijke afvalstoffen. Dat geldt ook voor de kosten van inzameling van grof huisvuil dat afzonderlijk wordt ingezameld. Grof huisvuil wordt tot de huishoudelijke afvalstoffen gerekend. Gemeenten zijn verplicht grof huisvuil in te zamelen. Er geldt echter geen periodieke inzamelplicht.
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
Voorwerp van de belasting (belastingobject) is het perceel. Door het belastbaar feit (artikel 2) beperkt de heffing zich tot percelen ten aanzien waarvan de gemeente een inzamelplicht voor huishoudelijke afvalstoffen heeft.
Voor de objectafbakening van het perceel is aangesloten bij de afbakening van de Wet WOZ voor onroerende zaken. Voor de afbakening van roerende percelen is aangesloten bij de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarieven
Bij het bepalen van de tarieven voor één- en meerpersoonshuishoudens worden de totale apparaatskosten eerst verdeeld over alle huishoudens. Apparaatskosten zijn de kosten die de gemeente maakt voor het beschikbaar stellen en onderhouden van materieel en voorzieningen voor afvalinzameling en verwerkingskosten. Dat is het allergrootste deel van de kostprijs. De differentiatie wordt alleen toegepast op het variabele deel, de hoeveelheid afval.
De Wet milieubeheer maakt het mogelijk om bij onzelfstandige wooneenheden, zoals een perceel dat gebruikt wordt voor kamerverhuur of voor huisvesting van studenten, in plaats van één van de bewoners de verhuurder aan te slaan voor de afvalstoffenheffing. De verhuurder heeft de mogelijkheid deze heffing te verhalen op de gebruikers. De tariefstructuur is uit doelmatigheidsoverwegingen in de vorm van een staffel.
Artikel 8 Heffing naar tijdsgelang
De belasting wordt verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of bij het begin van de belastingplicht, als dit later is. De materiële belastingschuld ontstaat al bij het begin van het belastingjaar, ondanks dat is gekozen voor een tijdvakheffing en niet voor een tijdstipheffing. De belastingschuld kan dus in de loop van het belastingjaar worden geformaliseerd. Omdat de materiële belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingjaar, zijn tariefverhogingen in de loop van het belastingjaar niet mogelijk.
Bij wijzigingen van de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar vindt een tijdsevenredige herleiding per maand plaats. Hierbij worden gedeelten van een maand niet meegerekend.
De datum van 1 januari van het belastingjaar of het begin van de belastingplicht is bepalend voor het aantal personen per perceel. Dit is uit doelmatigheidsoverwegingen gedaan. Er hoeven dan namelijk geen wijzigingen zoals teruggave of navordering te worden aangebracht, indien het aantal personen in de loop van het jaar verandert.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-502632.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.