Subsidieregeling referendum Amsterdam

De raad van de gemeente Amsterdam,

 

gelezen het voorstel van het presidium van 13 oktober 2025,

 

gezien het positieve advies van de initiatief- en referendumcommissie,

 

gelet op artikel 26 van de Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022, artikel 42 van de Referendumverordening Amsterdam en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht,

 

besluit vast te stellen:

 

Subsidieregeling referendum Amsterdam

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;

  • b.

    Initiatief- en referendumcommissie: de Initiatief- en referendumcommissie als bedoeld in artikel 4 van de Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022 of artikel 5 van de Referendumverordening Amsterdam;

  • c.

    Kiesgerechtigden: kiesgerechtigden als bedoeld in artikel 1 van de Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022 of de Referendumverordening Amsterdam;

  • d.

    Raad: gemeenteraad van de gemeente Amsterdam;

  • e.

    Referendum: een referendum als bedoeld in artikel 1 van de Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022 of de Referendumverordening Amsterdam.

Artikel 2 Doel subsidieregeling

Het doel van deze subsidieregeling is het bevorderen van maatschappelijke initiatieven voor het publieke debat of de individuele meningsvorming over het aan het referendum onderworpen (voorgenomen) besluit.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan subsidie verlenen voor een activiteit in het kader van een campagne ten behoeve van het publieke debat of de individuele meningsvorming over het (voorgenomen) besluit waarop het referendum betrekking heeft.

  • 2.

    Subsidie wordt alleen verleend ter bekostiging van materiële kosten die een aanvrager maakt ten behoeve van de activiteit als bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Loonkosten of kosten voor eigen arbeid van de aanvrager komen niet in aanmerking voor subsidie.

  • 4.

    Loonkosten voor een externe professional komen slechts dan voor subsidie in aanmerking wanneer deze onvermijdelijk zijn. De beoogde subsidie aan de loonkosten bedraagt maximaal 50% van het uurtarief met een maximum van 20 uur.

Artikel 4 Subsidieplafond

  • 1.

    De raad stelt voor het geheel van de activiteiten die volgens deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komt, een subsidieplafond vast van € 150.000, =.

  • 2.

    Van het subsidieplafond is:

    • a.

      Een derde deel beschikbaar voor campagnevoering van de tegenstanders van het voorgenomen raadsbesluit;

    • b.

      Een derde deel beschikbaar voor campagnevoering van de voorstanders van het voorgenomen raadsbesluit; en

    • c.

      Een derde deel beschikbaar voor neutrale campagnevoering.

  • 3.

    Per activiteit wordt ten hoogste € 5.000,- subsidie verleend.

Artikel 5 Verdeelsleutel subsidieplafond

  • 1.

    Aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op een prioriteitenlijst.

  • 2.

    De rangschikking van de aanvragen wordt bepaald door het aantal punten dat wordt gehaald op basis van alle volgende criteria:

    • a.

      de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van deze subsidieregeling;

    • b.

      de mate waarin de activiteit in voldoende mate voor de inwoners toegankelijk is en/of de uitingen openbaar zijn;

    • c.

      de mate waarin de voorgenomen activiteit vooraf bekend gemaakt wordt bij de inwoners, wanneer de activiteiten zich daar redelijkerwijs voor lenen;

    • d.

      de mate waarin de gevraagde subsidie in een evenredige verhouding staat tot het product of het verwachte resultaat van de activiteit.

  • 3.

    Alle criteria genoemd in het vorige lid tellen daarbij even zwaar. Per criterium kan nul tot en met drie punten worden gehaald.

  • 4.

    De aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst.

  • 5.

    Indien meerdere aanvragen op dezelfde plaats worden gerangschikt en/of door honorering van al deze aanvragen het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de aanvraag :

    • a.

      van de initiatiefnemers tot het referendum als eerste gehonoreerd en vervolgens;

    • b.

      de aanvraag met de laagste kosten.

Artikel 6 De aanvrager

  • 1.

    Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, kan worden aangevraagd door:

    • a.

      Een rechtspersoon;

    • b.

      Een collectief van ten minste drie kiesgerechtigden, die met elkaar samenwerken om een standpunt uit te dragen voorafgaand aan het referendum.

  • 2.

    Geen subsidie kan worden aangevraagd door politieke groeperingen die zijn geregistreerd bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, provinciale staten, waterschappen, Europees Parlement of de Tweede Kamer, als bedoeld in de Kieswet.

  • 3.

    Een rechtspersoon of collectief als bedoeld in het eerste lid, onder b kan maximaal drie aanvragen indienen.

Artikel 7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In de aanvraag worden de voorgenomen activiteiten duidelijk omschreven en wordt een gemotiveerde uitleg gegeven in de vorm van een begroting omtrent de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag.

Artikel 8 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Het college maakt bekend vanaf welke datum aanvragen en binnen welke termijn de aanvragen tot subsidieverlening op basis van deze regeling kunnen worden ingediend, waarbij een minimale termijn van vier weken in acht wordt genomen.

  • 2.

    De besluiten als bedoeld in het vorige lid worden in ieder geval bekend gemaakt via de gemeentelijke website.

  • 3.

    Aanvragen tot subsidieverlening moeten met een door het college beschikbaar gesteld formulier worden ingediend.

Artikel 9 Beslistermijn

Het college neemt binnen zes weken na afloop van de termijn bedoeld in artikel 8 een besluit omtrent de aanvragen.

Artikel 10 Weigeringsgronden

De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien en voor zover:

  • a.

    er sprake is van een activiteit die (mede) met een winstoogmerk wordt ondernomen;

  • b.

    de activiteit heeft plaatsgevonden voordat op de aanvraag is beslist;

  • c.

    de activiteit plaatsvindt na de dag waarop het referendum wordt gehouden;

  • d.

    de activiteit elementen bevat die in strijd met de wet zijn.

Artikel 11 Voorschot subsidie

Het verleende bedrag wordt bij wijze van voorschot zo spoedig mogelijk uitbetaald.

Artikel 12 Beschikking subsidievaststelling; rekening en verantwoording

  • 1.

    Binnen drie weken nadat het referendum heeft plaatsgevonden dient de subsidieontvanger een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie door middel van een door het college beschikbaar gesteld formulier.

  • 2.

    Bij de indiening van de aanvraag wordt schriftelijk, onder overlegging van bewijzen, rekening en verantwoording afgelegd over de activiteiten die hebben plaatsgevonden en de wijze waarop het subsidiebedrag is besteed.

  • 3.

    Voor zover het bedrag van de subsidieverlening afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling niet in aanmerking genomen.

  • 4.

    De subsidievaststelling vindt plaats uiterlijk vier weken na ontvangst van de volledige rekening en verantwoording. Het college kan deze termijn eenmaal met vier weken verlengen.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 14 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling referendum Amsterdam.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 november 2025.

De voorzitter

Femke Halsema

De raadsgriffier

Jolien Houtman

Toelichting Subsidieregeling referendum Amsterdam

 

Algemene opmerkingen

De hier voorgestelde subsidieregeling is nodig omdat volgens de Referendumverordening Amsterdam de Algemene subsidieverordening Amsterdam niet van toepassing is op referendumsubsidies in Amsterdam.

 

De opbouw van de hier voorgestelde subsidieregeling volgt zoveel mogelijk de tijdlijn van het subsidieverlenings- en subsidievaststellingsproces.

Gekozen is voor een ‘tender’-benadering, waarbij verschillende aanvragen kunnen worden ingediend die vervolgens met elkaar worden vergeleken.

De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht zijn in ieder geval van toepassing ook op dit subsidieproces. Waar nodig, is omwille van de duidelijkheid nog expliciet een enkele keer verwezen naar de Algemene wet bestuursrecht.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze subsidieregeling is opgesteld in het geval er een referendum wordt gehouden. Wat een referendum is wordt uitgelegd in de Referendumverordening Amsterdam. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn algemene regels voor subsidies opgesteld. Deze subsidieregeling geeft een nadere invulling voor subsidies in het kader van een referendum. De Awb gebruikt de term activiteiten in het hoofdstuk dat over subsidies gaat. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de Awb wordt in de nadere regels ook gesproken over activiteiten. In de Referendumverordening Amsterdam wordt niet over activiteiten gesproken maar over campagneactiviteiten. Deze subsidieregeling ziet dus op de subsidies die aangevraagd kunnen worden om activiteiten te ondernemen in het kader van de campagne voor het referendum.

 

Artikel 2 Doel subsidieregeling

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Dit artikel bevat een tamelijk ruime omschrijving van de activiteiten die voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Dat betekent echter niet dat alle kosten die in verband met de subsidiabele activiteit worden gemaakt, subsidiabel zijn. Ook andere Amsterdamse subsidieregelingen – bijvoorbeeld de recente Subsidieregeling Ruimte voor duurzaam initiatief Amsterdam – maken onderscheid tussen subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten. Ook in de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over subsidies wordt dit onderscheid gehanteerd. De subsidie is bedoeld als tegemoetkoming in materiële kosten. Denk aan de huur van een zaal voor een debatavond, het drukken van een folder of het maken van een filmpje. Zij is niet bestemd voor loonkosten van de aanvrager of anderen. Als het voor de activiteit absoluut noodzakelijk is dat er een deskundige wordt ingehuurd is het wellicht mogelijk dat er een uitzondering wordt gemaakt. De kosten die voor subsidie in aanmerking komen moeten noodzakelijk zijn om de activiteit te kunnen uitvoeren. Dus de zaalhuur voor een debatavond kan vergoed worden, eten en drinken, bijvoorbeeld in de vorm van een borrel na afloop, niet. Indien er een professional ingehuurd dient te worden (bijvoorbeeld een cameraman voor het maken van een filmpje) dan worden deze kosten vergoed tot een maximum van 50% van het betreffende uurtarief. Het aantal uren dat per aanvraag gedeclareerd kan worden heeft een maximum van 20.

 

Artikel 4 Subsidieplafond

Per referendum wordt een bedrag beschikbaar gesteld voor de campagnevoering (subsidieplafond). Dit bedrag wordt verdeeld over drie gelijke categorieën, de voorstanders, de tegenstanders en de neutrale campagne. Deze laatste categorie is niet expliciet opgenomen in de Referendumverordening Amsterdam maar de ervaring die is opgedaan bij andere referenda, leert dat er organisaties zijn (bijvoorbeeld een wijkcentrum) die een bijdrage willen leveren door bijvoorbeeld een debatavond te organiseren, waarbij zowel een voor- als een tegenstander als spreker zijn uitgenodigd. Vandaar dat ook de categorie neutraal is opgenomen. Om meerdere aanvragers van subsidie een kans te geven is er een limiet vastgesteld aan het maximale bedrag dat per subsidieaanvraag kan worden ontvangen.

 

Artikel 5 Verdeelsleutel subsidieplafond

Activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd moeten voldoen aan een aantal voorwaarden. De activiteiten moeten een bijdrage leveren aan het publiek debat over het onderwerp van het referendum. Daarnaast wordt gekeken of de activiteit goed toegankelijk is voor publiek of op een andere wijze de inwoners van Amsterdam bereikt. Een spreiding van activiteiten en over de stad is gewenst. Liever subsidie toekennen aan één debatavond, één website en één folder dan drie keer subsidie voor een debat. Door verschillende activiteiten te subsidiëren is de kans groter dat zoveel mogelijk kiesgerechtigde inwoners bereikt worden. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een duidelijke begroting op basis waarvan de te verwachten kosten beoordeeld kunnen worden.

Er wordt voorzien in een verdeelsleutel van het beschikbare bedrag per doelgroep aan de hand van inhoudelijke criteria in plaats van op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Dat betekent dat de verschillende subsidieaanvragen tegen elkaar moeten kunnen worden afgewogen.

De rangschikking op de prioriteitenlijst wordt bepaald door het aantal punten dat wordt toegekend op basis van de gestelde criteria. Per criterium kan nul tot drie punten worden toegekend. De aanvragen worden gerangschikt op basis van het puntentotaal en in die volgorde gehonoreerd, totdat het subsidieplafond wordt bereikt. Wanneer meerdere aanvragen op dezelfde plaats op de prioriteitenlijst worden gerangschikt en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, dan wordt de aanvraag van de initiatiefnemers tot het referendum als eerste gehonoreerd. In geval van overige gelijk eindigende aanvragers, kan het college besluiten te loten.

 

Artikel 6 De aanvrager

Subsidies kunnen verstrekt worden aan organisaties in de vorm van rechtspersonen maar ook aan 'gewone' burgers mits zij dit doen met een aantal van minimaal drie personen. In dit laatste geval dienen zij ook kiesgerechtigd te zijn voor de raadsverkiezingen van de gemeente Amsterdam. Het aantal van ten minste drie kiesgerechtigden is gekozen om zo de kwetsbaarheid/verantwoordelijkheid die rust op een individu te beperken en dus de draagkracht van het ten uitvoer leggen van de voorgenomen activiteiten te vergroten. Voor het minimumaantal wordt aangesloten bij het minimaal aantal initiatiefnemers voor een referendum, waarbij uitgegaan mag worden dat dit aantal voldoende is om de daadkracht en slagkracht van het collectief te waarborgen.

Politieke partijen kunnen geen subsidie aanvragen op basis van deze regels. Zij hebben hun eigen mogelijkheden om campagne te voeren.

De subsidieregeling bepaalt dat per aanvraag niet meer dan drie aanvragen kunnen worden ingediend. Het is op grond van deze regeling mogelijk dat een rechtspersoon drie aanvragen indient als ook als natuurlijk persoon participant is in het collectief van drie kiesgerechtigden die drie aanvragen indient.

 

Artikel 7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

De aanvraag moet met een daarvoor beschikbaar gesteld formulier ingediend worden. Hierdoor is het voor de aanvragers duidelijk welke gegevens zij moeten aanleveren. Het is belangrijk dat er niet alleen een omschrijving van de activiteiten wordt aangeleverd, maar dat er ook een begroting aanwezig is die inzicht geeft in de inkomsten en uitgaven. Aanvragers zullen voor bijvoorbeeld de huur van een zaal of het ontwerpen van een website een offerte moeten aanvragen zodat zij een goed onderbouwde begroting kunnen aanleveren. Ook worden formele gegevens gevraagd. Voor een collectief van kiesgerechtigden betekent dit dat er drie personen hun naam en adresgegevens aanleveren en hun handtekening zetten waarmee ze aangeven gezamenlijk verantwoordelijk te zijn voor de activiteit. Voor rechtspersonen die niet bekend zijn bij de gemeente betekent dit dat zij bijvoorbeeld een afschrift van de inschrijving van de kamer van koophandel moeten overleggen. En uiteraard dient ook deze aanvraag ondertekend te zijn door de bevoegde personen (dit zijn er vaak meer dan één). Het aanvraagformulier staat op de website van de gemeente en kan worden geprint. Het ingevulde formulier kan per post worden opgestuurd of afgegeven worden.

 

Artikel 8 Aanvraagtermijn

Het college bepaalt op welke datum een subsidieaanvraag kan worden ingediend en ook de termijn waarbinnen aanvragen ingediend kunnen worden.

 

Artikel 9 Beslistermijn

Vervolgens zal het college binnen zes weken besluiten op de aanvragen.

 

Artikel 10 Weigeringsgronden

Het ligt voor de hand dat geen subsidie verstrekt wordt als de activiteiten plaatsvinden voordat de aanvraag wordt ingediend of nadat het referendum gehouden is. Ook is subsidie niet bedoeld om winst te maken, dit is ook een afwijzingsgrond. Tot slot kan een subsidie geweigerd worden als bijvoorbeeld de activiteiten een discriminerend karakter hebben. Dat activiteiten niet in strijd met de wet mogen zijn spreekt vanzelf.

 

Artikel 11 Voorschot subsidie

In de Algemene wet bestuursrecht wordt onderscheid gemaakt tussen verlening en vaststelling van een subsidie. In deze referendumsubsidieregeling is ervoor gekozen om voorafgaand aan een beschikking tot subsidievaststelling een beschikking tot subsidieverlening te geven. De subsidieverlening is in feite een voorlopige toekenning. In de beschikking tot verlening worden de te subsidiëren activiteiten omschreven en het subsidiebedrag. Een aangevraagde subsidie kan geheel of voor een deel worden verleend. Voor een deel als er bijvoorbeeld kosten in de aanvraag zijn opgenomen die niet voor subsidie in aanmerking komen. Als de subsidie is toegekend wordt dit bedrag overgemaakt als voorschot zodat met de activiteiten kan worden begonnen. Het is een voorschot omdat na het referendum aan de hand van facturen en ander bewijsmateriaal wordt gekeken of de activiteiten zijn uitgevoerd, en wat de werkelijke kosten waren.

 

Artikel 12 Beschikking subsidievaststelling; rekening en verantwoording

Over het ontvangen subsidiebedrag moet verantwoording worden afgelegd. Pas daarna kan vaststelling van de subsidie plaatsvinden. Aan de hand van bijvoorbeeld facturen (betaalde bedragen) en andere bewijzen (bijvoorbeeld foto's of filmpjes van een debatavond, het adres van een website en/of een kort verslag) wordt aangegeven of de activiteiten zijn uitgevoerd en wat de daadwerkelijke kosten waren. Voor het afleggen van de verantwoording wordt een door de gemeente verstrekt formulier gebruikt. Uiterlijk drie weken nadat het referendum heeft plaatsgevonden dient dit formulier vergezeld van de facturen en andere stukken te worden overgelegd. Ook moet een inhoudelijk verslag van de activiteit worden bijgevoegd.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

Artikel 14 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Naar boven