Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Harselaar 2026

De raad van de gemeente Barneveld;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 4295;

 

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Harselaar 2026

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, logo’s, symbolen, kleuren, of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • b.

    openbare aankondiging: alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop gericht zijn de belangstelling van het publiek te trekken van hetgeen wordt aangekondigd;

  • c.

    openbare weg: de weg zoals bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet;

  • d.

    Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;

  • e.

    waarde; de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar als bedoeld in artikel 4 voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20 tweede lid, van de Wet WOZ vastgestelde waarde;

  • f.

    onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ);

  • g.

    jaar: een kalenderjaar;

  • h.

    maand: kalendermaand.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondiging wordt aangetroffen.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht of geplaatst, geheven van die exploitant.

Artikel 4. Maatstaf van heffing

De heffingsmaatstaf is de waarde van de onroerende zaak.

Artikel 5. Belastingtarief

Het tarief voor de reclamebelasting bedraagt voor één of meer openbare aankondigingen die worden aangetroffen op, aan, in of bij een onroerende zaak per belastingjaar voor een onroerende zaak met een WOZ-waarde:

  • a.

    tot € 750.000; € 300,- ;

  • b.

    € 750.000,- of meer maar minder dan € 5.000.000,-; € 1.100,-;

  • c.

    meer dan € 5.000.000,-; € 1.800,-.

Artikel 6. Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7. Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.

  • 2.

    Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd over voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als erin dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5.

    Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen het gebied zoals bedoeld in artikel 2 verhuist en aldaar een andere onroerende zaak in gebruik neemt.

Artikel 9. Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:

  • a.

    die door publiekrechtelijke rechtspersonen worden gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak;

  • b.

    die uitsluitend dient ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen;

  • c.

    die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;

  • d.

    die met vermelding van de naam van een tussenpersoon worden gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende of onroerende zaken;

  • e.

    die zijn aangebracht door tussenkomst van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten;

  • f.

    die door (semi-) overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen;

  • g.

    die zijn aangebracht door of namens de ondernemersvereniging of het parkmanagement, waarbij de openbare aankondiging uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de ondernemers vereniging of het parkmanagement;

  • h.

    die zijn aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden

  • i.

    die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen;

  • j.

    die zijn aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw;

  • k.

    die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn aangebracht in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden aangebracht, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn;

  • l.

    die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde artikelen en producten in een etalage of in de winkel.

Artikel 10. Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Harselaar 2026’.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 28 oktober 2025.

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter,

Bijlage 1 gebied reclamebelasting

 

 

Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Barneveld van 28 oktober 2025.

 

Mij bekend,

De griffier.

Naar boven