Gemeenteblad van Waterland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterland | Gemeenteblad 2025, 502015 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterland | Gemeenteblad 2025, 502015 | beleidsregel |
Nota financiële bestaanszekerheid en schuldhulpverlening 2025 – 2029
De raad van de gemeente Waterland,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 september 2025;
overwegende dat bestaansonzekerheid en schuldenproblematiek nauw verbonden onderwerpen zijn en een gezamenlijke aanpak vereisen en het zowel wenselijk als verplicht is hiertoe vierjaarlijks een aanpak op te stellen;
gelet op artikel 2.2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening,
De nota financiële bestaanszekerheid en schuldhulpverlening vast te stellen.
In Waterland vinden we het belangrijk dat iedereen mee kan doen, zich kan ontwikkelen en de ondersteuning krijgt die nodig is om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving.
In het coalitieakkoord staat hierover:
“De sociale uitvoering van het sociaal domein zetten we voort. Het recht op zorg en inkomen blijft onverminderd van kracht. Inwoners die ondersteuning nodig hebben, kunnen op ons rekenen. We bieden een stevige basis op het gebied van werk, wonen, inkomen en sociaal netwerk om bestaanszekerheid te waarborgen”.
Ons beleid richt zich op het ondersteunen van inwoners met een laag inkomen en het voorkomen en aanpakken van problematische schulden. Dit doen we via inkomensondersteuning, schuldhulpverlening en regelingen die sociale participatie bevorderen. Dit beleid blijft toegankelijk en gericht op maatwerk. We vervangen het begrip ‘armoedebestrijding’ uit de vorige nota door ‘financiële bestaanszekerheid’ om zo beter aan te sluiten bij de maatschappelijke ontwikkelingen.
Naast de maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de stijgende kosten van levensonderhoud en de toenemende energiearmoede, staat de gemeente voor aanzienlijke bezuinigingen. Dit betekent dat er momenteel geen ruimte is voor nieuwe maatregelen die de gemeentelijke uitgaven verder verhogen.
Deze nota richt zich daarom op het behouden en optimaliseren van de bestaande maatregelen. We zien dat het bereik met enkele regelingen zeer beperkt is. Het doel is om deze voorzieningen beter te benutten en het bereik te vergroten, zodat meer inwoners de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Tegelijkertijd blijft de gemeente alert op nieuwe ontwikkelingen en kansen die zich voordoen.
We staan open voor signalen en wensen vanuit het veld en de inwoners voor nieuwe initiatieven of uitbreidingen van bestaande voorzieningen. Voorstellen hiervoor zijn opgenomen in bijlage 1, als een toekomstperspectief. De uitvoering hiervan is afhankelijk van aanvullende financiële middelen en zal de komende jaren worden beoordeeld op haalbaarheid en impact.
Hoofdstuk 2 bevat achtergrondinformatie over minimabeleid, bestaanszekerheid en een overzicht van de huidige maatregelen. Hoofdstuk 3 beschrijft relevante maatschappelijke trends en aandachtspunten voor de minimavoorzieningen. In hoofdstuk 4 gaan we in op de schuldhulpverlening. Tot slot staat in de bijlage 1 het overzicht van de voorstellen met financiële uitwerking. Bijlage 2 biedt een ondersteunende woordenlijst. In bijlage 3 worden de opties omtrent de invoering van een stadspas toegelicht.
2. Armoede, bestaanszekerheid en huidige ondersteuningsmaatregelen
Bestaansonzekerheid en geldgebrek gaat verder dan een gebrek aan geld en kan leiden tot sociale uitsluiting. Mensen met een laag inkomen hebben vaak beperkte toegang tot essentiële voorzieningen zoals onderwijs, huisvesting en maatschappelijke activiteiten. Dit belemmert hun zelfredzaamheid en participatie in de samenleving. Het sociaal minimum – bestaande uit bijstand, toeslagen en gemeentelijke regelingen – biedt een basisvoorziening, maar blijkt in de praktijk vaak onvoldoende om echte bestaanszekerheid te garanderen.
2.1. Bestaanszekerheid en gemeentelijke rol
Bestaanszekerheid omvat meer dan alleen het bestrijden van armoede. Het gaat om het creëren van een stabiele en veilige basis, zodat inwoners niet alleen kunnen overleven, maar ook volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Gemeenten hebben echter beperkte invloed op de inkomenspositie van inwoners; het inkomensbeleid en de hoogte van het sociaal minimum worden landelijk bepaald door het Rijk.
Wel kan de gemeente ondersteuning bieden op gebieden die direct samenhangen met bestaanszekerheid, zoals hulp aan gezinnen met kinderen, toegang tot minimaregelingen en schuldhulpverlening. De focus ligt hierbij op maatwerk en het actief bereiken van de meest kwetsbare huishoudens, zodat zij optimaal gebruik kunnen maken van de beschikbare regelingen en ondersteuning.
Een belangrijk instrument binnen het minimabeleid is financiële ondersteuning voor inwoners met een laag inkomen. Dit gebeurt via zowel landelijke als gemeentelijke regelingen, zoals de bijzondere bijstand, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en de computerregeling voor kinderen. Naast deze maatregelen is het van belang om inzicht te krijgen in de ontwikkelingen rondom armoede. Daarom kijken we eerst naar de cijfers over armoede in Nederland en Waterland.
Sinds 2024 hanteren het CBS, SCP en Nibud dezelfde definitie voor armoede: huishoudens die na woon- en basiszorgkosten te weinig overhouden voor noodzakelijke uitgaven. Mede door deze nieuwe meetmethode, die werkelijke uitgaven meeneemt, daalde het aantal armen in Nederland van 1,2 miljoen (2018) naar 0,54 miljoen (2023).
Deze afname is deels te danken aan structurele verbeteringen, zoals loonstijgingen, het verhogen van het minimumloon en het kindgebonden budget. Ook de tijdelijke coronasteun en de energiemaatregelen hebben een belangrijke rol gespeeld. Tegelijkertijd heeft de nieuwe meetmethode ook een andere invloed op de cijfers: huishoudens met eigen vermogen, zoals zzp’ers met spaargeld, worden niet langer als arm beschouwd, ook al hebben ze een laag inkomen.
Een andere factor is de sterke arbeidsmarkt: meer mensen vonden werk en de lonen stegen. Ook de verhoging van het minimumloon met 10 procent op 1 januari 2023 speelt een rol, net als de energietoeslag. In december 2022 kregen alle huishoudens een energietegemoetkoming van 190 euro en vorig jaar konden huishoudens op of net boven het sociaal minimum een toeslag van 1.300 euro aanvragen. Maar in 2024 is de energietoeslag weer vervallen. Dat kan betekenen dat de armoede weer toeneemt, zoals het Centraal Planbureau (CPB) al signaleerde.
Wat niet verandert is dat een grote groep net boven de armoedegrens financieel kwetsbaar blijft, met weinig tot geen buffers. Het gaat daarbij vooral om de groep met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Het minimabeleid in Waterland richt zich op deze groep.
2.2. Landelijke ontwikkelingen
Een belangrijke factor bij bestaanszekerheid is het beleid van de Rijksoverheid. Denk hierbij aan de toeslagen en het beleid ten aanzien van het sociaal minimum. In 2023 heeft de Commissie Sociaal Minimum onderzocht wat verschillende huishoudtypen nodig hebben om rond te kunnen komen en om mee te kunnen doen aan de maatschappij. Ook hebben zij gekeken naar de systematiek van het sociaal minimum.
Alleen het verhogen van het besteedbaar inkomen in lijn met de nieuwe normen voor het sociaal minimum is niet voldoende, zo schrijft de Commissie. Het hele stelsel van het sociaal minimum moet voorspelbaarder en toegankelijker worden zodat huishoudens daadwerkelijk gebruik maken van de voorzieningen waar zij recht op hebben.1
Het in januari 2025 verschenen landelijke rapport “Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid” concludeert dat het armoedebeleid in Nederland complex en versnipperd is, waardoor huishoudens met een laag inkomen niet altijd de juiste ondersteuning krijgen. Gemeenten vullen de tekorten in landelijke regelingen aan met lokale voorzieningen, maar dit leidt tot grote verschillen per gemeente – soms tot €200 per maand. Daarnaast zijn er veel verschillende regelingen met uiteenlopende voorwaarden, wat de toegankelijkheid vermindert.
Het rapport adviseert om landelijke en gemeentelijke verantwoordelijkheden beter af te bakenen. Door bepaalde gemeentelijke regelingen naar het Rijk over te hevelen en lokale regelingen te harmoniseren, ontstaat een eenvoudiger en eerlijker systeem. Dit verkleint bureaucratische lasten, voorkomt willekeur en zorgt voor voorspelbare inkomensondersteuning.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ondersteunt deze oproep en pleit voor een solide landelijke basis, aangevuld met lokaal maatwerk. Ook automatische toekenning van rechten en een basisvoorziening kinderopvang worden genoemd als stappen naar een toegankelijker armoedebeleid, maar deze zijn daar geen direct onderdeel van.
Een deel van de aanbevelingen van de commissie worden verwerkt in de herziening van de Participatiewet (Participatiewet in Balans). In Waterland voeren we deze wetswijzingen stapsgewijs in 2025 en 2026 in. We kijken nu naar de situatie in Waterland.
Volgens onderzoek van het CBS leeft 2,2% van de inwoners in Waterland in armoede. Van deze groep leeft 1,3% langdurig met een laag inkomen.
In Waterland is het aantal werkende armen en gepensioneerden hoger dan het aantal huishoudens met een uitkering. Dat sluit aan bij het landelijke beeld. De groep gepensioneerden met laag inkomen is verreweg het hoogst. Werkende armen en gepensioneerden doen minder vaak een beroep op minimaregelingen.
Om een beter beeld te krijgen van de inkomenssituatie en bestaanszekerheid in Waterland presenteren we hieronder twee overzichten.
Aantal huishoudens op het sociaal minimum
In de onderstaande tabel wordt weergegeven hoeveel huishoudens in Waterland een inkomen tot 110%, 120%, 130% en 140% van het sociaal minimum hebben, en hoeveel hiervan langdurig in deze situatie verkeren.
De volgende tabel laat zien welke inkomensbronnen inwoners van Waterland met een laag inkomen hebben en hoe dit zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. Hieruit blijkt onder andere dat het aandeel gepensioneerden met een laag inkomen in Waterland hoger is dan landelijk gemiddeld, terwijl het aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering juist lager ligt.
Naast de verdeling van inkomensbronnen en de specifieke kenmerken van de Waterlandse huishoudens, is het ook van belang om te kijken naar de ontwikkelingen binnen de Participatiewet. De volgende sectie gaat dieper in op de recente cijfers en trends rondom uitkeringen op basis van deze wet.
Uitkeringen op basis van de Participatiewet
Uit de meest recente cijfers blijkt dat het aantal huishoudens dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering in 2024 een stijging vertoont. We zien vooral toenemende aantallen jongvolwassenen met een bijstandsuitkering. Mogelijk heeft dat verband met de strengere eisen in de Wajong (uitkering voor jonggehandicapten). De instroom in de Wajong loopt de laatste jaren terug. De strengere eisen zorgen ervoor dat veel van deze jongeren in de bijstand terechtkomen, terwijl hun uitgangspositie op de arbeidsmarkt niet positief is.
Instroomredenen en leeftijdsopbouw Participatiewet 2024
Uit de instroomcijfers blijkt dat de instroom van statushouders de voornaamste oorzaak is van het aantal uitkeringen.
De leeftijdsverdeling van bijstandsontvangers laat zien dat zowel jongeren als ouderen relatief vaak afhankelijk zijn van bijstand. We participeren in verschillende programma’s tegen jeugdwerkloosheid.
In het kader van het Breed Offensief zijn maatregelen ingevoerd die de drempels in regelgeving verlagen en helpen maatwerktrajecten op te zetten voor jongeren met een arbeidsbeperking, zodat zij een passende plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden. Het team re-integratie signaleert een toename van jongvolwassenen die psychische kwetsbaarheid melden. We zetten onder andere in samenwerking met de GGZ trajecten in om jongeren toch naar betaald werk te begeleiden.
Vanaf 2026 kunnen we jongeren extra ondersteunen bij de overgang van school naar (langduriger) werk via de Wet van School naar Duurzaam Werk. Dit omvat intensievere begeleiding door jobcoaches en samenwerking met regionale werkgevers om stage- en werkervaringsplekken te creëren voor de groep jongeren. Naast werkgelegenheidsmaatregelen is ook laaggeletterdheid en een gebrek aan basisvaardigheden een aandachtspunt, omdat dit financiële zelfredzaamheid en participatie beïnvloedt.
In de vorige beleidsnota waren verschillende initiatieven gericht op het vergroten van het gebruik van de voorzieningen aangekondigd. We publiceren regelmatig over de voorzieningen voor minima en zijn aangesloten op het Jeugdfonds Sport en Cultuur (JFSC). Via het Jeugdfonds worden kinderen aangemeld via Meerkrachten (voorheen Intermediairs). Meerkrachten zijn professionals zoals leraren, jeugdhulpverleners, buurtsportcoaches of maatschappelijk werkers die gezinnen met een laag inkomen ondersteunen bij het aanvragen van vergoedingen voor sport- en cultuurdeelname via het Jeugdfonds Sport & Cultuur (JFSC). We hebben een toename gezien van kinderen die sporten of deelnemen aan culturele activiteiten. Door direct contact met gezinnen en een eenvoudige aanvraagprocedure maakt het Jeugdfonds de regelingen toegankelijker. We zien een beperkter bereik voor regelingen waarvoor een aparte aanvraag nodig is. De nieuwe Wet Proactieve Dienstverlening SZW biedt kansen (en verplichtingen) om nog actiever te benaderen.
Het wetsvoorstel Proactieve Dienstverlening SZW introduceert een wettelijke grondslag voor gemeenten, het UWV en de SVB om inwoners actief te benaderen over inkomensondersteunende voorzieningen, nog voordat zij een aanvraag hebben ingediend. Door proactieve dienstverlening kunnen we gerichter communiceren met inwoners die mogelijk recht hebben op bijvoorbeeld een uitkering Algemene- of Bijzondere bijstand en minimaregelingen. Het wetsvoorstel biedt een kader voor gegevensuitwisseling tussen instanties, waardoor signalen van financiële kwetsbaarheid sneller kunnen worden opgepakt. Wijzigingen in de Participatiewet (in Balans) maken het mogelijk of verplichten zelfs tot het proactief ambtshalve toekennen van een beperkt aantal regelingen, zoals de Individuele Inkomenstoeslag.
Het volgende overzicht toont de geschatte omvang van niet-gebruik per landelijke regeling:
(bron: memorie van toelichting wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW).
We zetten de mogelijkheden van de nieuwe Wet Proactieve Dienstverlening SZW in om inwoners gerichter te benaderen voor het aanbod en het gebruik van de regelingen te verhogen.
Om bestaanszekerheid in de praktijk te waarborgen, zetten we verschillende instrumenten in. In de volgende hoofdstukken lichten we de maatregelen toe die specifiek gericht zijn op het ondersteunen van inwoners met een laag inkomen en op schuldhulpverlening.
De uitgangspunten van het minimabeleid 2020-2024, onder andere het vergroten van het bereik van de regelingen, extra aandacht voor kinderen en de verruiming van giften binnen de bijstand, zijn in de vorige periode versterkt. Hieronder volgt een overzicht van de huidige minimaregelingen en het gebruik ervan. Beleidsopties en aanbevelingen voor versterking of verbetering zijn uitgewerkt in bijlage 1.
Het minimabeleid bestaat uit ondersteuningsmaatregelen voor inwoners met een kleinere portemonnee. Het draagt daarmee bij aan de bestaanszekerheid van deze doelgroep. De doelgroep bestaat uit inwoners met een laag inkomen en hun kinderen. Onder laag inkomen verstaan wij in het beleid een inkomen lager dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Een belangrijk uitgangspunt is om kinderen gelijke kansen te bieden, ongeacht de financiële situatie van hun ouders. Dit doen we door verschillende regelingen die bijdragen aan hun ontwikkeling en participatie aan te bieden.
Wij voeren het beleid uit langs twee sporen.
Minimabeleid – gericht op het voorkomen en verzachten van geldgebrek door financiële ondersteuning en voorzieningen, met speciale aandacht voor kinderen en gezinnen.
Curatief beleid – gericht op inwoners die al in financiële problemen verkeren, waarbij schuldhulpverleningstrajecten worden ingezet voor ondersteuning.
Deze aanpak combineert preventieve en curatieve maatregelen en sluit aan op de ambitie om inwoners tijdig en effectief te helpen.
De minimavoorzieningen zijn onder te verdelen in twee groepen: wettelijke regelingen en lokale, niet-wettelijke regelingen. Wettelijke regelingen worden uitgevoerd namens het Rijk en laten beperkte beleidsvrijheid toe. Gemeenten zijn gebonden aan vastgestelde voorwaarden, zoals de hoogte van de uitkering en de doelgroep. Lokale voorzieningen daarentegen zijn niet wettelijk verplicht, waardoor gemeenten zelf de doelgroep en de hoogte van de ondersteuning kunnen bepalen.
De beleidsruimte voor gemeentelijke minimaregelingen wordt bepaald door de wettelijke grondslag. Het eerder genoemde rapport “Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid” (januari 2025) schetst hoe gemeenten de gekaderde beleidsruimte hierin gebruiken.
De wettelijke regelingen worden vanuit het Rijk verplicht en ingekaderd. Hierbij valt te denken aan de individuele inkomenstoeslag. Hier zit maar een beperkte beleidsvrijheid in, zoals het (binnen grenzen) bepalen wat onder een “langdurig laag inkomen” wordt verstaan en hoe hoog de toeslag is. Lokale regelingen, typisch met een grondslag in de Gemeentewet, laten meer keuzes en beleidsvrijheid toe zolang deze niet in strijd zijn met wetgeving en bevoegdheden. Daarnaast zijn er hybride regelingen, zoals kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, waarbij de gemeente binnen landelijke richtlijnen haar eigen grenzen kan stellen (bijvoorbeeld tot 120% van de bijstandsnorm).
Hieronder volgt een overzicht van de bestaande minimaregelingen en voorzieningen in de gemeente Waterland, en hun impact uitgedrukt in het aantal toekenningen en de uitgaven in 2024.
Bijzondere bijstand kan worden verleend voor noodzakelijke kosten, veroorzaakt door bijzondere omstandigheden (art. 35 lid 1 PW). Voor de bijzondere bijstand zijn er geen wettelijk vastgestelde normen. Het verlenen van bijzondere bijstand gebeurt op basis van een draagdrachtberekening en is maatwerk. We gebruiken de Nibud Prijzengids voor het vaststellen van de hoogte van uitkeringen.
Aantal aanvragende inwoners: 86
Voor inwoners met drie jaar of langer een laag inkomen zonder zicht op verbetering. Gemeente bepaalt de hoogte en definitie van ‘langdurig laag inkomen’. Vanaf 2026 moeten wij dit ambtshalve actief toekennen. Inwoners die in aanmerking komen ontvangen dit dan zonder aanvraag automatisch.
De studietoeslag is bedoeld voor studenten met een arbeidsbeperking die niet in staat zijn om naast hun studie bij te verdienen. Gemeenten zijn verplicht om deze toeslag aan te bieden en de minimale hoogte ervan wordt vastgesteld door de Rijksoverheid. Aangekondigd is dat deze toeslag via de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) gecentraliseerd gaat worden, wanneer is nog onbekend.
Voor 2025 gelden de volgende maandelijkse minimumbedragen:
Aantal toekenningen in 2024: 3
KWIJTSCHELDING GEMEENTELIJKE BELASTINGEN.
Gemeenten zijn verplicht om onder bepaalde voorwaarden inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen de mogelijkheid te bieden om gemeentelijke belastingen kwijtgescholden te krijgen.
Kwijtschelding kan toegekend worden voor de Afvalstoffenheffing, de Rioolheffing en de Hondenbelasting voor de eerste hond. De normen voor inkomen en vermogen waarmee de kwijtschelding wordt beoordeeld zijn grotendeels vastgelegd in de landelijke regelgeving (het BKB). Gemeenten zijn verplicht de bijstandsnorm als uitgangspunt te nemen, maar mogen deze norm verhogen tot maximaal 130% van de bijstandsnorm.
Naast de wettelijke regelingen kent Waterland verschillende lokale minimaregelingen. Deze regelingen zijn bedoeld voor inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum en een vermogen onder de wettelijke norm. In sommige gevallen wordt niet uitsluitend naar het inkomen gekeken, maar naar het besteedbare inkomen. Dit is het bedrag dat overblijft na aftrek van vaste lasten zoals huurlasten, zorgkosten en energiekosten.
In de volgende paragraaf bespreken we deze regelingen en analyseren we de knelpunten. In bijlage 1 presenteren we voorstellen om de toegankelijkheid en effectiviteit van het minimabeleid te verbeteren. Vanwege de discussie over bezuinigingen neemt het college de voorstellen nog niet over voor uitvoering.
Binnen het minimabeleid vormen kinderen een bijzondere doelgroep. Opgroeien in armoede heeft grote gevolgen voor hun ontwikkeling en toekomstperspectief. Daarom zetten we in op specifieke kindregelingen.
Vergoeding van de kosten van de aanschaf van een computer voor een gezin met schoolgaande kinderen vanaf 6 jaar van maximaal € 400,- per vijf jaar per kind voor een desktop, laptop, tablet of smartphone en zaken die hierbij horen, zoals een printer, beeldscherm of toetsenbord.
Voor jeugd van 4 tot 18 jaar georganiseerd via het Jeugdfonds Sport & Cultuur Noord-Holland, voor culturele activiteiten en sportdeelname.
Meedoenbudget voor volwassenen. Inwoners met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten voor maatschappelijke participatie. Deze tegemoetkoming is bedoeld voor deelname aan sociale, culturele en sportieve activiteiten en bedraagt € 125,- per persoon per jaar. Het merendeel van de aanvragen betreft fitness, maar ook activiteiten zoals zwemmen, atletiek, airsoft, vissen, de museumjaarkaart, basketbal, museumbezoek, bibliotheeklidmaatschap, bezoek aan pretparken en bioscoopbezoek vallen hieronder.
Aantal toekenningen: 19 (+2 rechthebbende partners)
Een korting op de ziektekostenpremie van € 10,- per maand bij Univé en een regeling om het eigen risico gespreid te betalen.
Een renteloze lening die terugbetaald wordt aan de gemeente. Leenbijstand is mogelijk voor duurzame gebruiksgoederen. Bijvoorbeeld voor een koelkast, wasmachine en (bij statushouders) woninginrichting. In principe kan leenbijstand na een driejarige afbetalingsperiode worden kwijtgescholden.
Om de basisbehoeften van inwoners met een laag inkomen te ondersteunen, werkt de gemeente samen met de Voedselbank en de Kledingbank Zaanstad.
De Kledingbank biedt gratis kwalitatieve kledingpakketten aan twv € 80,-. De gemeente heeft in 2025 een overeenkomst afgesloten waarbij maximaal 10 pakketten per jaar worden verstrekt. De mogelijkheid tot uitbreiding wordt jaarlijks beoordeeld op basis van de vraag en beschikbare middelen. Op dit moment is er nog onvoldoende ervaring opgedaan met de Kledingbank.
De Voedselbank blijft een belangrijke voorziening voor huishoudens die door omstandigheden tijdelijk onvoldoende middelen hebben voor boodschappen.
In 2023 zijn drie projecten gelanceerd om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen bij het verminderen van energiekosten:
Energiebesparende middelen: Financiële ondersteuning voor huishoudens om kleine energiebesparende maatregelen te nemen.
Witgoedbonnen: Tegemoetkoming in de kosten voor de aanschaf van energiezuinige apparaten.
Energiecoaches: Advies en begeleiding bij het verlagen van energieverbruik.
De eerste twee initiatieven waren gericht op huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Het doel was om het effect van de stijgende energielasten tegen te gaan. Van deze projecten is alleen het project Energiecoaches nog actief. Het effect en de toekomst van deze projecten, als ook het effect van het faillissement van Groupcard (memo 395-7) worden momenteel geëvalueerd.
3.4 Knelpunten en verbeteringen van de lokale regelingen
Het minimabeleid in Waterland is erop gericht bestaanszekerheid te waarborgen en sociale uitsluiting te verminderen. Hoewel de huidige minimaregelingen bijdragen aan deze doelstelling, signaleren we knelpunten in het bereik en de toegankelijkheid van deze voorzieningen.
Een aanzienlijk deel van de inwoners maakt geen gebruik van de regelingen, onder andere door onbekendheid. Daarnaast sluiten sommige voorzieningen onvoldoende aan bij de behoeften van inwoners, zoals de computerregeling voor kinderen en de ondersteuning voor maatschappelijke participatie. Tegelijkertijd staat de financiële ruimte voor de uitvoering van deze regelingen onder druk.
Om voorgenoemde knelpunten aan te pakken zijn er in het voorgaande jaar technische maatregelen genomen om deze knelpunten aan te pakken.
Er is langs meerdere wegen ingezet op het toenemen van de bekendheid van de regelingen. Er is een Meerkrachtenbijeenkomst georganiseerd met het Jeugdfonds Sport en Cultuur om de regelingen bij maatschappelijke organisaties onder de aandacht te brengen. In verschillende publicaties is er aandacht besteed aan de regelingen. Ook is er een flyer ontwikkeld met uitleg over de minimaregelingen, deze zijn we aan het verspreiden.
Verder zijn we begonnen met het aansluiten bij Geldfit, waarvan de Potjescheck onderdeel is. De Potjescheck is een middel voor inwoners om te ontdekken waar ze recht op hebben; vanuit het Rijk is bekend gemaakt dat hier in de komende maanden meer aandacht aan gaat worden gegeven. Verdere toelichting over Geldfit is te vinden in hoofdstuk 4.
We onderzoeken verdere manieren om inwoners te bereiken, rekening houdend met de mogelijkheden van de aankomende Wet Proactieve Dienstverlening.
We hebben enkele onnodig verzwarende elementen van de aanvraagprocedure geschrapt, zoals de verplichting om gebruik van regelingen door gebruikende inwoners voor te laten schieten. De ervaring heeft geleerd dat de bijbehorende uitgaven voor de doelgroep vaak niet voor te schieten zijn. We zijn begonnen met het vooraf toekennen en naderhand aantonen van een uitgave.
We kijken naar wat het Armoedefonds kan betekenen bij het faciliteren en beter bekend maken van het maatschappelijk initiatief dat er al bestaat.
Met eerder aangekondigde maatregelen zijn de uitgaven bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur beheerst. Door een aanvullende subsidie vanuit het landelijke Jeugdfonds heeft het Jeugdfonds de meeste beheersingsmaatregelen kunnen opheffen zonder extra kosten voor de gemeente. Door een herijking van het toegekende bedrag aan en het begrote bedrag voor het Jeugdfonds hebben we de inzet ervan voor de komende jaren geborgd. Voor (andere) regelingen geldt nog altijd dat de financiële ruimte zeer beperkt is.
Financiële problemen kunnen iedereen treffen en ontstaan vaak door een combinatie van factoren, zoals een laag inkomen, stijgende kosten voor levensonderhoud en onverwachte levensgebeurtenissen (bijvoorbeeld scheiding, ziekte, ongeluk of baanverlies). In Waterland hebben inwoners te maken met uiteenlopende financiële uitdagingen, variërend van tijdelijke betalingsachterstanden tot problematische schulden.
Schuldhulpverlening speelt een cruciale rol in het ondersteunen van inwoners die financieel vastlopen. De gemeente Waterland biedt schuldhulpverlening aan in samenwerking met Humanitas en de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening (SMD). Hierbij richten we ons niet alleen op het aflossen van schulden, maar ook op de onderliggende oorzaken en het voorkomen van nieuwe schulden.
Onze aanpak is gebaseerd op preventie, vroegsignalering en duurzame oplossingen. In dit hoofdstuk wordt het beleid en de uitvoering van schuldhulpverlening toegelicht, inclusief recente ontwikkelingen en verbeterpunten.
Schuldhulpverlening is wettelijk verankerd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Gemeenten zijn op basis van deze wet verplicht om integrale schuldhulpverlening te bieden aan alle inwoners met financiële problemen. De Wgs kent vier belangrijke uitgangspunten:
Toegang voor iedereen: Schuldhulpverlening is toegankelijk voor alle inwoners, inclusief specifieke doelgroepen zoals jongeren, zelfstandig ondernemers en mensen met een laag inkomen.
Integrale aanpak: Naast financiële ondersteuning is er aandacht voor onderliggende problemen, zoals verslaving, psychische klachten of werkloosheid.
Vroegsignalering: Sinds 2021 is vroegsignalering een wettelijke taak van gemeenten. Dit betekent dat betalingsachterstanden bij huur, energie of zorgverzekeringen actief worden gesignaleerd, zodat inwoners proactief benaderd kunnen worden.
Periodiek beleidsplan: Gemeenten stellen elke vier jaar een beleidsplan op waarin de doelstellingen, maatregelen en financiering van schuldhulpverlening worden vastgelegd.
Het beleid in de afgelopen vier jaar was gericht op het voorkomen van schulden en het verbeteren van de toegankelijkheid van de schuldhulpverlening. De meeste voornemens zijn succesvol uitgevoerd. Toch zijn er knelpunten, met name bij vroegsignalering. Hier lag de nadruk vooral op signalen van woningcorporaties, terwijl signalen van andere schuldeisers minder goed werden opgepakt.
De gemeente Waterland zet verschillende interventies in om inwoners met financiële problemen te ondersteunen. Deze aanpak bestaat uit:
Actieve samenwerking met woningcorporaties, zorgverzekeraars en energieleveranciers om betalingsachterstanden tijdig te signaleren en aan te pakken.
Ondersteuning bij het stabiliseren van de financiële situatie en het aflossen van schulden.
Hulp bij het ordenen van financiën en het voorkomen van nieuwe schulden.
Onderhandelingen met schuldeisers over betalingsregelingen om een Wsnp-traject te voorkomen.
Schuldhulpverlening voor ondernemers
Specifieke begeleiding voor zelfstandigen met financiële problemen.
Voorkomen dat mensen na een schuldentraject opnieuw in de problemen komen.
Door deze combinatie van maatregelen streven we naar een effectieve en duurzame schuldhulpverlening.
Om effectief beleid te voeren op het gebied van schuldhulpverlening, is inzicht in de huidige situatie van schuldenproblematiek in Waterland essentieel. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste ontwikkelingen, cijfers en knelpunten in beeld gebracht.
Deze tabel toont het aantal schuldhulpverleningstrajecten in Waterland in de periode 2020-2024, uitgesplitst naar het type ondersteuning dat is ingezet.
Uit de landelijke gegevens blijkt dat schuldenproblematiek zich in alle leeftijdsgroepen voordoet, maar het meest voorkomt bij:
Zowel alleenstaanden als gezinnen worden getroffen door schulden. Alleenstaande ouders lopen extra risico vanwege hoge vaste lasten en een enkel inkomen. Veel schulden ontstaan als gevolg van echtscheidingen.
De cijfers laten zien dat de gemiddelde schuld per huishouden in 2024 is gestegen tot € 43.623,86, een duidelijke toename ten opzichte van voorgaande jaren. Na een tijdelijke daling in 2022 lopen de schulden sinds 2023 verder op. Dit kan erop duiden dat de vroegsignalering nog onvoldoende effect heeft. Deze groei is niet uniek aan Waterland; het is een landelijk geziene ontwikkeling.
Uit evaluaties van de effectiviteit van schuldhulpverlening, zoals onderzocht in "Vroegsignalering Schulden" (Movisie, 2023), blijkt dat vroegsignalering voorkomt dat financiële problemen escaleren, waardoor uiteindelijk minder beroep wordt gedaan op uitkeringen en sociale voorzieningen.
De afgelopen jaren heeft vroegsignalering nog niet het gewenste effect gehad. Vooral de signalen van woningcorporaties zijn opgepakt, terwijl meldingen van energiebedrijven en zorgverzekeraars minder aandacht kregen. Verreweg de meeste signalen gaan over een eenmalige achterstand. Maar bij meerdere signalen of bij het oplopen van de schuld tot boven de € 100,- wordt contact opgenomen. Dat kan op verschillende manieren, zoals per email, telefoon of een huisbezoek.
De afgelopen periode is vooral bij de achterstanden van de corporaties contact opgenomen om huisuitzettingen te voorkomen. Er zijn hierdoor 2 ontruimingen voorkomen. De betrokkenen hebben begeleiding gekregen bij de thuisadministratie.
We willen de vroegsignalering vanaf 2025 verbeteren door deze taak uit te besteden aan de SMD. We hanteren daarbij de volgende werkwijze:
Ontvangst en prioritering van Signalen: signalen over betalingsachterstanden worden geprioriteerd op basis van urgentie. Factoren hierin zijn onder andere het aantal en de aard van de achterstanden, de hoogte van de schuld (huurschuld heeft prioriteit) en de duur van de achterstand. Bij huurschulden of een schuldbedrag boven de € 500,- nemen wij altijd contact op via een huisbezoek.
Contact met inwoners: Binnen 10 dagen wordt contact opgenomen met de betreffende inwoner om ondersteuning aan te bieden. Dit kan via verschillende kanalen, zoals brieven, telefoongesprekken of huisbezoeken, afhankelijk van wat het meest passend is voor de situatie.
Aanbod van ondersteuning: Passende en laagdrempelige hulp wordt eerst aangeboden, zoals de vrijwillige hulp van Humanitas Thuisorganisatie.
Sinds juli 2024 is het mogelijk om schuldregelingen aan te bieden aan inwoners zonder afloscapaciteit. Dit betekent dat mensen die volledig afhankelijk zijn van een bestaansminimum niet langer hoeven af te lossen om schuldsanering te krijgen.
Voor inwoners is dit een belangrijke ontwikkeling, omdat zij hierdoor sneller uit de schulden kunnen komen en een nieuwe start kunnen maken. Voor schuldeisers betekent dit dat zij geen (gedeeltelijke) aflossing ontvangen. Dit vraagt om extra inspanningen op het gebied van nazorg, om te voorkomen dat deze inwoners opnieuw in de schulden raken. Landelijk ligt het recidivecijfer (het percentage mensen dat na schuldhulpverlening opnieuw in de schulden komt) rond de 12%.
Om te monitoren, gaan we het recidivecijfer systematisch bijhouden. Vanwege privacyaspecten richten we dit zorgvuldig in.
Naast de kredietbank bieden we ook aanvullende dienstverlening voor preventie van – en ondersteuning bij schulden.
Het Ondernemersloket biedt ondersteuning aan ondernemers in Waterland bij financiële en bedrijfsgerichte vraagstukken, waaronder schuldenproblematiek en heroriëntatie op de arbeidsmarkt. Door aanhoudende personele tekorten is de uitvoering van het loket echter niet langer haalbaar in de huidige vorm. Daarom wordt onderzocht of deze dienstverlening kan worden ondergebracht bij het Startersloket van het nieuwe Werkcentrum in de regio, zodat ondernemers toch de juiste ondersteuning kunnen blijven krijgen. In 2024 hebben 9 Waterlandse ondernemers zich gemeld bij het Ondernemersloket voor ondersteuning. Vanaf 2025 is de dienstverlening van het loket opgeschort vanwege personeelsuitval en vervangingsproblematiek.
Een mogelijke oplossing is om de schulddienstverlening aan ondernemers onder te brengen in het Startersloket van de Arbeidsmarktregio. Vanaf 2025 betalen gemeenten voor de deelname aan het startersloket. U krijgt hiervoor een voorstel bij de voorjaarsnota.
Overigens kunnen schulden van ondernemers gesaneerd worden door de Kredietbank. De dienstverlening van Overrood en het ondernemersloket richten zich het op orde brengen van de boekhouding en heroriëntatie op zelfstandigheid en het bedrijf.
Geldfit: financiële hulp op maat
Geldfit is een landelijk platform dat inwoners helpt bij het verkrijgen van financieel inzicht en het vinden van passende hulp bij geldzorgen. Via de website Geldfit.nl kunnen inwoners een korte test doen om hun financiële situatie in kaart te brengen en ontvangen zij adviezen op maat. Daarnaast biedt Geldfit tools zoals de Potjescheck, waarmee inwoners kunnen ontdekken welke financiële regelingen zij recht op hebben. Ook is er een gratis telefonisch advieslijn (0800-8115) waar mensen direct vragen kunnen stellen en worden doorverwezen naar lokale schuldhulpverlening of andere passende ondersteuning.
Gebruik van Geldfit in Waterland in 2024
Door als gemeente met een beperkte financiële bijdrage aan te sluiten bij Geldfit kan de hulpverlening verbeterd en in een vroeger stadium geïntensiveerd worden. De sociale kaart van de gemeente wordt leidend, zodat inwoners worden doorverwezen naar passende (schuld)hulp vóór escalatie. Hierdoor verwachten wij grotere schuldenproblematiek te kunnen voorkomen. In 2025 zijn wij gestart met de realisatie van deze aansluiting.
Met deze nota leggen we de basis voor een toekomstgericht beleid op het gebied van financiële bestaanszekerheid en schuldhulpverlening in Waterland. De geïnventariseerde maatregelen zetten in op het behouden en verbeteren van bestaande minimaregelingen, het versterken van vroegsignalering en schuldhulpverlening, en het beter bereikbaar maken van voorzieningen voor inwoners met een laag inkomen. Daarbij blijven we alert op maatschappelijke ontwikkelingen en beleidswijzigingen op landelijk niveau die invloed hebben op onze inwoners.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-502015.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.