Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 501962 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 501962 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Verordening Amsterdamse Rioolheffing in verband met de tariefbepaling voor 2026 (Wijzigingsverordening Amsterdamse Rioolheffing 2026)
De Verordening Amsterdamse Rioolheffing wordt als volgt gewijzigd:
a. Artikel 6 wordt gewijzigd en komt te luiden:
b. Artikel 13, tweede lid wordt vervangen door:
Aan de verordening Amsterdamse Rioolheffing wordt een algemene toelichting toegevoegd die luidt:
De gemeente Amsterdam heeft net als andere gemeenten een zorgplicht voor afval-, hemel-, en grondwater. De landelijke wetgever vindt de uitvoering van deze zorgplichten dusdanig belangrijk dat er een zelfstandig bekostigingsinstrumenten voor is opgenomen in de Gemeentewet: ‘de Rioolheffing’. Deze Verordening Amsterdamse Rioolheffing bepaalt de regels rondom dit zelfstandig bekostigingsinstrument voor de gemeente Amsterdam.
Toen gemeenten in de eerste helft van de 20e eeuw binnensteden rioleerden steeg de levensverwachting aanmerkelijk. Het ondergronds afvoeren van afvalwater had een zeer gunstig effect op de volksgezondheid in de steden. Aanleg van riolering werd bij de bouw van de naoorlogse wijken gemeengoed. De aanleg van de riolering werd toen nog bekostigd uit de grondexploitatie bij de bouw. Een rioolstelsel is een langjarige investering waarbij het gevaar bestaat dat goed onderhoud op de lange baan wordt geschoven. Als er politieke keuzes nodig zijn, bestaat het risico dat het onderhoud even een tandje minder gaat. Vanwege het belang voor de volksgezondheid konden de kosten voortaan rechtstreeks bij de aangesloten percelen in rekening worden gebracht door middel van een retributie; het rioolrecht.
In de loop van de tijd wordt de benadering van de rioleringszorg breder. Naast de volksgezondheid in de bebouwde kom komt de totale kwaliteit van het oppervlaktewater in beeld. Om die te verbeteren komen er twee nieuwe ontwikkelingen.
Allereerst krijgt de gemeente een basisinspanningsverplichting om ook percelen in het buitengebied op de riolering aan te sluiten. Bij percelen waar de kosten van een aansluiting echt hoog zijn wordt veelal gekozen voor een individuele behandeleenheid afvalwater (IBA).
Ten tweede is het voor de waterkwaliteit nodig om overstorten te saneren. Om te voorkomen dat afvalwater bij piekbelasting uit het toilet omhoog komt heeft een rioleringsstelsel een ventiel nodig, zogenoemde overstorten. Als er te veel water in het stelsel komt gaat het afvalwater via de overstort het oppervlaktewater in. Om piekbelasting te voorkomen is het belangrijk om regenwater zoveel mogelijk uit het rioleringsstelsel te houden. Het zijn namelijk intensieve regenbuien die veel aanbod ineens veroorzaken. Om het hemelwater zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater worden er bij nieuwbouw en vervanging -waar mogelijk- gescheiden stelsels aangelegd.
De bredere benadering van de rioleringszorg knelt bij de bekostiging via een retributie. In 2008 wordt de bredere benadering wettelijk vastgelegd. De hemel- en grondwaterzorgplichten worden wettelijk verankerd en in de Gemeentewet wordt een artikel opgenomen waardoor de bekostiging mogelijk wordt via de huidige bestemmingsbelasting: ‘de rioolheffing’.
Na de introductie van de rioolheffing staan de ontwikkelingen niet stil. Klimaatverandering zorgt voor langdurige drogere perioden en zeer intensieve neerslag. De uitvoering van de zorgplichten richt zich meer en meer op maatregelen ter voorkoming van overlast in de publieke ruimte en het voorkomen van schade aan eigendommen. Daarnaast zijn er maatregelen nodig om te voorkomen dat grondwater problemen geeft voor de aan de ondergrond gegeven bestemming. Als voorkeursvolgorde geldt hierbij vasthouden-bergen-afvoeren.
Artikel 132 Grondwet, zesde lid, bepaalt dat gemeentelijke belastingen alleen mogen worden geheven als dat in een landelijke wet is toegestaan. De mogelijkheid de kosten te verhalen die verbonden zijn aan het nakomen van de gemeentelijke zorgplichten staat in artikel 228a Gemeentewet.
De zorgplichten waarvan de kosten mogen worden verhaald zijn sinds 1 januari 2024 in artikel 2.16 van de Omgevingswet vastgelegd.
De hemelwaterzorgplicht is opgenomen in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Omgevingswet. Bij deze zorgplicht staat een doelmatige aanpak centraal. De gemeente zamelt hemelwater in vanaf percelen waarvan het redelijkerwijs niet gevraagd kan worden het zelf vast te houden. Vervolgens zorgt de gemeente voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Doelmatige verwerking betekent in de huidige opvattingen niet meer het simpelweg afvoeren van het hemelwater. Bij intensieve neerslag kun je denken aan maatregelen om schade zoveel mogelijk te voorkomen. Bij reguliere neerslag kunnen de maatregelen erop gericht zijn om hemelwater van verhardingen in de buurt te bergen zodat het de tijd krijgt in de bodem te bezinken.
De grondwaterzorgplicht is opgenomen in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Omgevingswet. Deze zorgplicht is voorwaardelijk en alleen van toepassing als de zorg voor het grondwater niet bij een ander ligt. Dat de grondwaterzorgplicht een inspanningskarakter heeft is logisch omdat het grondwaterpeil door vele factoren wordt bepaald waarop de gemeente geen beslissende invloed heeft. Ook is de plicht gekoppeld aan de aan de grond gegeven bestemming. Die bestemming maakt uit voor het wenselijke peil van het grondwater.
De zorgplicht voor afvalwater staat in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 3° (inzameling en transport) en 5° (zuivering op basis van afspraken met het waterschap), van de Omgevingswet (inzameling en transport). Deze zorgplicht is een resultaatsverplichting. De gemeente moet ervoor zorgen dat het afvalwater bij de rioolwaterzuivering komt (tweede lid). Op basis van afspraken met het waterschap kan de gemeente ook een zuiveringstaak hebben (eerste lid, onder a, onder 5°).
Tot 2016 bestond de rioolheffing uitsluitend uit een vaste heffing per aansluiting, ongeacht het volume afval- of hemelwater. Dat betekende dat er weinig verschil was tussen de bijdrage die huishoudens en industriële gebruikers leverden. Op 9 november 2016 heeft de Gemeenteraad besloten om de grondslag van de rioolheffing te wijzigen door met ingang van 2017 naast de vaste heffing voor eigenaren een aparte gebruiksafhankelijk heffing voor gebruikers te introduceren.
Het idee is dat de vaste kosten (ongeveer 50%) voor de afvoer van het afval- of hemelwater betaald worden uit de eigenarenheffing. Terwijl de volumeafhankelijke kosten voor de afvoer van afval- of hemelwater (ongeveer 50%; hierna: variabele kosten) gedekt worden uit de gebruikersheffing. In het stelsel is bovendien een onderscheid gemaakt tussen kleingebruikers die minder dan 300 m3 gebruiken en grootgebruikers die 300m3 of meer gebruiken. Kleingebruikers zijn gezamenlijk verantwoordelijke voor ongeveer 80% van het gebruik. De variabele kosten die met klein gebruik samenhangen worden in de eigenarenheffing verrekend. Zo ontstaat voor eigenaren een duidelijk vast bedrag en betalen huurders in principe geen rioolheffing, tenzij ze zoveel water verbruiken dat ze boven de 300 m3 uitkomen. De variabele kosten voor de resterende 20% van het gebruik wordt via de gebruikersheffing door middel van zeven staffels op de grootgebruikers verhaald. Het uitgangspunt is daarbij een vaste m³ prijs op basis van het gemiddeld gebruik binnen die staffel.
De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsbelasting. De opbrengsten van de heffing zijn bestemd om de kosten van de waterzorgplichten te dekken. Het karakter betekent niet dat de heffing niet direct een verband hoeft te leggen met het veroorzaken van kosten of het trekken van profijt van de voorzieningen. Dat betekent dat de baten niet hoger mogen zijn dan de kosten die gemeente maakt voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel. Omdat Amsterdam de rioolheffing al kostendekkend heeft ingericht, zullen aanpassingen van de tarievenstructuur per definitie budgetneutraal uitpakken.
De tarieven worden zodanig vastgesteld dat de raming van de opbrengsten van de heffing de raming van de kosten en lasten ter zake van de uitvoering van de zorgplichten niet overtreft.
Er is sprake van een last ter zake als een activiteit meer dan zijdelings verband houdt met het nakomen van de zorgplichten. De juridische vertaling van ‘meer dan zijdelings’ is in kwantitatieve zin 10% of meer. Als een activiteit meer dan zijdelings aan het nakomen van de zorgplichten bijdraagt, kan de volledige kostenpost die daarvoor in de begroting is opgenomen worden meegenomen in de ramingen. Bijvoorbeeld als het baggeren van watergangen meer dan zijdelings bijdraagt aan de watertaken kunnen alle kosten van het baggeren worden opgenomen. Ook als het baggeren mede andere doelen dient mag dit. De kosten worden maar één keer in de begroting worden opgenomen, want ze worden ook maar één keer gemaakt. De totale optelling van geraamde baten en lasten voor de rioolheffing wordt opgenomen in de paragraaf lokale heffingen in de begrotingsstukken.
Deze Wijzigingsverordening Amsterdamse Rioolheffing 2026 treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Met dien verstande dat de Verordening Amsterdam Rioolheffing, zoals die luidde op de dag voor de inwerkingtreding van Wijzigingsverordening Amsterdamse Rioolheffing 2026, van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor de inwerkingtreding van deze verordening hebben voorgedaan.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 november 2025
De voorzitter
Femke Halsema
De raadsgriffier
Jolien Houtman
Deze wijzigingsverordening regelt ten eerste de vaststelling de tarieven voor de rioolheffing voor 2026.
Met deze wijzigingsverordening wordt de overgang bestendigd van de werkwijze van het jaarlijks vaststellen van een integrale verordening over de rioolheffing. In de plaats daarvan kunnen met een klein wijzigingsbesluit de nieuw belastingtarieven voor het komende jaar bepaald worden.
Dit artikelonderdeel wijzigt artikel 6, van de Verordening Amsterdamse Rioolheffing. In artikel 6 eerste lid wordt het tarief voor het eigenarendeel opgenomen. In het tweede lid wordt het tarief voor het gebruikersdeel opgenomen. Jaarlijks worden de onderdelen van het eerste en tweede lid van artikel 6 vernummerd, zodat het nieuwe belastingjaar opnieuw onderdeel a wordt.
Het eigenarendeel is een vast bedrag. Bij percelen met een drinkwateraansluiting is normaal gesproken een vaste aansluiting op de riolering aanwezig om ook bij droog weer water te kunnen afvoeren dat via het leidingenstelsel wordt aangevoerd. Dit zijn leidingenstelsels waar bij huishoudelijk gebruik douche-, toilet- en afwaswater en dergelijke wordt afgevoerd en bij bedrijfsmatig gebruik het bedrijfsafvalwater wordt afgevoerd.
Voor de gebruikersheffing is aangesloten bij de toevoer van water, niet zijnde hemelwater. Door te kiezen voor het heffen naar volle eenheden kan de gemeente ervoor kiezen alleen het gebruik te belasten dat het reguliere huishoudelijke gebruikte boven gaat. Bijvoorbeeld volle eenheden van 1.000 m³ betekent dat huishoudens deze gebruikersheffing niet hoeven te betalen maar alleen grote lozers. Dat valt te rechtvaardigen omdat de grote lozers veel meer gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen en daaruit een groter profijt trekken.
Dit artikelonderdeel regelt dat de ingangsdatum van heffing op het begin van het kalenderjaar is. Een heffing gaat alleen in als er in artikel 6, in de onderdelen a van het eerste of tweede lid voor dat jaar een tarief bepaald is. Artikel 217 van de Gemeentewet bepaalt dat een belastingverordening een datum van ingang van de heffing moet vermelden.
Dit artikel regelt het toevoegen van een toelichting bij de Verordening Amsterdamse Rioolheffing. Een dergelijk toelichting ontbrak eerder.
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de wijzigingsverordening. Ook regelt dit artikel dat de verordening van voor de wijziging van toepassing blijft op belastbare feiten van voor de wijziging. Daarmee zijn wijzigingen met terugwerkende kracht uitgesloten.
Dit artikel bepaalt de citeertitel van het wijzigingsbesluit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-501962.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.