Gemeenteblad van Stichtse Vecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2025, 501254 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2025, 501254 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels subsidievoorwaarden Peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Stichtse Vecht
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze nadere regels hebben als doel het verlenen, verantwoorden en vaststellen van subsidie voor peuteropvang voor peuters van ouders die geen beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslag en voor het VE-aanbod voor doelgroeppeuters. De subsidie is bedoeld om alle peuters een zo goed mogelijke start op de basisschool te kunnen geven.
Artikel 4 De grondslag voor de subsidie aan de houder
Het college subsidieert de volgende bedragen aan de houder:
per peuter op een peuterplaats, van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, minimaal 240 en maximaal 320 uren per jaar (bij een aanbod van 40 weken per jaar is dit minimaal 6 uur en maximaal 8 uur per week) maal het door de aanbieder gehanteerde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over de afgenomen uren; het gehanteerde uurtarief is hierbij nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief;
per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, minimaal 640 uren en maximaal 660 uren per jaar (bij een aanbod van 40 weken per jaar is dit minimaal 16 uur en maximaal 16,5 uur per week) maal het door de aanbieder gehanteerde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage; de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt over de eerste 320 uur in rekening gebracht; het gehanteerde uurtarief is hierbij nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief;
per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, van ouders met recht op kinderopvangtoeslag, minimaal 320 en maximaal 340 uur per jaar (bij een aanbod van 40 weken per jaar is dit minimaal 8 uur en maximaal 8,5 uur per week) maal het door het college vastgestelde uurtarief; de ouder neemt aanvullend nog tenminste 320 uur per jaar af, over de eerste 320 uur (kunnen) ouders kinderopvangtoeslag aanvragen;
per geplaatste doelgroeppeuter een VE-jaarbedrag. Indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt, wordt dit bedrag naar rato verstrekt. Houders geven het aantal bezette VE-peuterplaatsen door voor iedere maand van het subsidiejaar via het gemeentelijke verantwoordingsformat. Indien een houder in een maand minder dan 3 doelgroeppeuters opvangt, treedt het minimum VE-jaarbedrag in werking. De vergoeding voor die maand wordt dan gelijkgesteld aan 1/12 van het minimum VE-jaarbedrag.
Artikel 5 Bijzondere verplichtingen betreffende de houder
De houder dient te voldoen aan de volgende verplichtingen:
voor het bepalen van de hoogte van de ouderbijdrage worden, voor het bepalen van de hoogte van het gezinsinkomen, de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders, bij een éénoudergezin van de ouder. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering, etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing;
houder zorgt dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie wordt versterkt door het inzetten van een wettelijk vereiste pedagogisch beleidsmedewerker VE voor netto 10 uur per doelgroeppeuter per jaar. Deze inzet wordt gerealiseerd in werkelijk ingezette uren en niet in contracturen. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met afwezigheid door vakantie-, verlof- en feestdagen (peildatum 1 januari).
Artikel 7 Vaststelling van de subsidie
De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal kinderen dat gedurende een jaar of een gedeelte van het jaar gebruik heeft gemaakt van de peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen naar rato van de plaatsingsperiode (een peuter die gedurende een halve maand is geplaatst wordt als halve peuter gerekend), het geldende uurtarief en het aantal uren dat per peuter gebruik is gemaakt. De gefactureerde ouderbijdragen worden hierop in mindering gebracht.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025,
Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Bijlage 1 Doelgroepdefinitie VVE
Gemeenten zijn vrij om hun eigen doelgroep te bepalen. Stichtse Vecht kent een brede doelgroepdefinitie waar reeds gekeken wordt naar de indicatoren zoals hieronder genoemd en waar ook risicofactoren zoals het ontbreken van een sociaal netwerk en gezins- en gedragsaspecten meegewogen worden.
De GGD (consultatiebureau) kan een indicatie al vroeg inschatten omdat zij de kinderen volgt vanaf de eerste levensweken. Soms blijkt echter pas op de peuteropvang dat een kind tot de doelgroep behoort. In dat geval vraagt de peuteropvangvoorziening aan de GGD om het kind alsnog te indiceren.
In Stichtse Vecht wordt aangegeven dat een VVE-indicatie afgegeven wordt op basis van (een van) de volgende criteria:
Toelichting op de keuze voor deze criteria:
Laagopgeleide ouders: de basisscholen hebben een wettelijke verplichting naar kinderen met laagopgeleide ouders. Wij sluiten met onze doelgroep definitie hierop aan. Dit maakt het makkelijker om een doorgaande leerlijn te realiseren. Bovendien is dit een categorie die ook eventueel in een latere fase achterstanden kan oplopen doordat ouders vaak meer moeite hebben met de ondersteuning van hun kind in het leerproces.
Kinderen van wie beide ouders/verzorgers een schoolopleiding hebben gevolgd op maximaal het niveau praktijkonderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg. Als het gaat om een éénoudergezin geldt deze opleidingseis ten aanzien van de desbetreffende ouder/verzorger.
Thuistaal niet Nederlands: als er thuis geen Nederlands wordt gesproken en een kind gaat niet van jongs af aan naar een kinderdagverblijf, dan is de kans groot dat het kind hier tegenaan gaat lopen. Als een kind van jongs af aan (vóór de leeftijd van twee jaar) naar een kinderdagverblijf gaat, dan leert de praktijk dat zich normaal ontwikkelende kinderen voldoende taalaanbod krijgen om het Nederlands in voldoende mate op te pikken. Indien op het consultatiebureau toch zorgen zijn dat er een risico op taalachterstand is, kan er alsnog een VVE-indicatie afgegeven worden. Hier wordt wel terughoudend mee omgegaan.
(Risico op) aantoonbare taal- of ontwikkelingsachterstand: dit kan geïndiceerd worden door het consultatiebureau. Dat beschikt over de instrumenten daarvoor. In de praktijk blijkt dit goed toepasbaar.
Voorbeelden van factoren die bij het bepalen van een (verhoogd) risico in overweging worden genomen zijn:
Schuldsanering of U-pas: als er thuis sprake is van schulden waardoor ouders in de schuldsanering zitten of als het inkomen dusdanig laag is dat gebruik wordt gemaakt van een U-pas, dan is de thuissituatie vaak geen fijne basis voor de ontwikkeling van een kind. Het risico op een ontwikkelachterstand is dan aanwezig.
Bijlage 2 Kwaliteitskader Voorschoolse Educatie Stichtse Vecht
Het Kwaliteitskader VE is een bundeling van gemaakte afspraken, ontwikkelde praktijk en beleid op het gebied van Voorschoolse Educatie (VE). De meeste kwaliteitseisen uit dit kader komen overeen met de indicatoren uit het Onderzoekskader voor het toezicht op de Voorschoolse Educatie van de Onderwijsinspectie of zijn een lokale uitwerking daarvan.
Dit Kwaliteitskader VE maakt duidelijk welke eisen we als gemeente stellen aan de kwaliteit van gesubsidieerde VE. Het bepaalt waar VE-locaties minimaal aan moeten voldoen om te kunnen spreken van een kwalitatief aanbod.
In dit kwaliteitskader komen de volgende onderdelen aan de orde:
Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) is gericht op het voorkomen en bestrijden van (taal)achterstanden bij jonge kinderen. VVE richt zich niet alleen op taalontwikkeling, maar ook op de sociaal-emotionele, cognitieve en motorische ontwikkeling van kinderen. De doelstelling van VVE is om de ontwikkeling van jonge kinderen met een (dreigende) achterstand zodanig te stimuleren dat zij zonder of met een zo klein mogelijke achterstand aan groep 3 beginnen, waardoor hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière worden vergroot.
De gemeente is verantwoordelijk voor een aanbod van voorschoolse educatie voor 2,5- tot 4-jarigen die een (dreigende) taal- en/of ontwikkelingsachterstand hebben. Dit wordt de voorschoolse periode genoemd. De 4- tot 6-jarigen gaan naar de groepen 1 en 2 van de bassischool. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het VVE-aanbod in deze fase. Dit wordt de vroegschoolse periode genoemd. Gezamenlijk is er de verantwoordelijkheid voor de doorgaande lijn van voor- naar vroegschool en de resultaatafspraken VVE.
Gemeenten hebben beleidsvrijheid om zelf de criteria te bepalen voor de VVE-doelgroep. Gemeente Stichtse Vecht heeft voor een brede doelgroepdefinitie gekozen. Deze is opgenomen in het Convenant Resultaatafspraken VVE. De keuze voor een brede doelgroepdefinitie maakt het mogelijk om peuters met verschillende (potentiële) achterstanden te bereiken. Daarnaast kunnen er verschillende oorzaken zijn voor het ontstaan van een achterstand.
2. Toeleiding naar Voorschoolse Educatie
Het consultatiebureau beoordeelt of een peuter een VVE-indicatie krijgt. Zij leiden alle doelgroepkinderen vanaf 2-jarige leeftijd actief toe naar een gecertificeerde VE-locatie, zodat de peuters op 2,5 jarige leeftijd starten met minimaal 16 VE-uren per week. Tijdige aanmelding is hiervoor van belang. Bij de plaatsing op vrijgekomen peuterplekken krijgen doelgroeppeuters voorrang op reguliere peuters.
De VE-locatie kan, bij twijfel als een kind geen VVE-indicatie heeft, een second opinion vragen bij het consultatiebureau als zij vermoeden dat een kind toch een VVE-indicatie had moeten krijgen.
3. Aanbod Voorschoolse Educatie
Als gemeente hebben wij een wettelijke taak om voldoende VE-aanbod te organiseren. In Stichtse Vecht zorgen wij dat het aanbod is verspreid over verschillende kernen in onze gemeente. Vanzelfsprekend werken wij alleen met VE-locaties die als zodanig in het Landelijk Register Kinderopvang zijn geregistreerd en VE-gekwalificeerde beroepskrachten inzetten.
De basis voor een kwalitatieve uitvoering van VE ligt besloten in het landelijke Besluit basisvoorwaarden voorschoolse educatie. VE-groepen in onze gemeente moeten aan de voorwaarden van dit besluit voldoen. Hierop wordt toezicht gehouden en indien nodig gehandhaafd.
Gesubsidieerde Voorschoolse educatie wordt tenminste 16 uur per week aangeboden. Het aanbod is verspreid over minimaal 3 dagen en wordt 40 weken per jaar aangeboden. Dit is vastgesteld in de Nadere regels subsidievoorwaarden Peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Stichtse Vecht.
De wettelijke kwaliteitseisen zijn van kracht. Aanvullend stellen wij de volgende eisen aan de Voorschoolse Educatie in Stichtse Vecht:
VE-locaties stellen een gericht ouderbeleid op en brengen dit tot uitvoering. Ouders van doelgroeppeuters worden gestimuleerd te participeren in VVE-activiteiten op de voorschool en thuis. Bij de intake van doelgroeppeuters worden ouders geïnformeerd over wat het VVE-programma inhoudt en wat er van hen verwacht wordt, onder andere met betrekking tot de overdracht naar de basisschool.
*In het Onderwijskansenoverleg bespreken de voorscholen, bibliotheek, GGDrU en gemeente: samenwerking, toeleiding, Taalvisite, BoekStart en overige actualiteiten.
** Het LEA-overleg is het bestuurlijk overleg tussen de gemeente, de schoolbesturen (primair en voortgezet onderwijs), de kinderopvang met VE en de samenwerkingsverbanden.
4. Doorgaande lijn, samenwerking en overdracht
Een doorgaande lijn is van belang voor een goede start op de basisschool. Om een doorgaande lijn te realiseren, werkt elke voorschoolse locatie samen met de jeugdverpleegkundigen van de GGDrU en met één of meer basisscholen. De afspraken over toeleiding en de overgang van de voorschool naar de basisschool zijn vastgelegd in een overdrachtsprotocol met bijbehorend stroomschema overdracht.
Wij verwachten dat er afstemming over de doorgaande lijn plaatsvindt tussen voorscholen en basisscholen. In de samenwerking is er niet altijd een één-op-één relatie tussen voorschool en basisschool. Voorschoolse voorzieningen werken vaak met meerdere scholen samen. Hoewel het uitdagend kan zijn om met verschillende basisscholen afspraken te maken over de doorgaande lijn, verwachten wij een inspanning van alle voor- en basisscholen die met elkaar te maken hebben om een doorgaande (leer)lijn te creëren.
Voor doelgroepkinderen vindt altijd een warme overdracht plaats. We werken met een lijst van VVE-contactpersonen. Hierop zijn de contactpersonen van de GGDrU, de VE-locaties en de basisscholen opgenomen, zodat iedereen elkaar goed kan bereiken.
Indien een kind geen voorschool bezoekt, doet de jeugdverpleegkundige de warme overdracht naar school. Het overdrachtsformulier is beschikbaar via de website van de gemeente.
Er is toestemming van de ouders nodig voor het overdragen van de gegevens van hun kind. Ouders worden bij inschrijving op een VE-locatie op de hoogte gebracht van de overdracht naar het basisonderwijs.
5. Ontwikkelingsgericht werken
Alle VE-locaties in Stichtse Vecht werken met een VVE-programma. Dit is een erkend voorschools programma, waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Op de groepen wordt ontwikkelingsgericht gewerkt. Daarbij is veel aandacht voor de versterking van de educatieve vaardigheden van de pedagogisch professionals en bevordering van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. De pedagogisch professionals zijn zich bewust van wat zowel de groep als de individuele kinderen nodig hebben. Voor ieder kind worden ontwikkeldoelen vastgelegd. Doelen worden planmatig uitgewerkt in een dagelijks aanbod, rekening houdend met de ontwikkeldoelen van de verschillende kinderen. Hier vinden tussentijds observaties op plaats. Zo nodig vindt bijstelling op de doelen en/of het aanbod plaats. De pedagogisch beleidsmedewerker heeft hierin een coachende rol. De ontwikkeling van kinderen wordt gevolgd via een kindvolgsysteem.
Ouders zijn een onmisbare partner in de VVE. VE-locaties werken samen met ouders aan een zo goed mogelijke start van doelgroepkinderen in het basisonderwijs. Educatief partnerschap vormt de basis voor deze samenwerking. Dit wil zeggen dat de professionals van de kinderopvang en ouders elkaar wederzijds ondersteunen en hun bijdrage zoveel mogelijk op elkaar afstemmen. Ieder draagt bij aan de ontwikkeling van het kind vanuit diens eigen verantwoordelijkheid. Het gemeenschappelijke doel is om condities te creëren waaronder kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en leren.
Een stimulerende thuissituatie heeft een groot positief effect op de ontwikkeling van een kind. Van de VE-locaties verwachten we dat zij ouders stimuleren om thuis activiteiten met hun kind te ondernemen die bijdragen aan hun ontwikkeling. Ook verwachten we dat zij ouders betrekken bij activiteiten op de voorschool.
Op de VE-locaties zitten kinderen met uiteenlopende achtergronden. Het is belangrijk om in te zetten op deskundigheidsbevordering gericht op cultuursensitief werken. Een pedagogisch professional die cultuursensitief is, begrijpt en waardeert dat mensen in verschillende culturen leven en maakt dat zichtbaar in diens houding. Dit draagt bij aan positief contact met ouders en kinderen.
Gesprekken met ouders verlopen niet altijd soepel. Het helpt als de pedagogisch professionals hierop voorbereid zijn en handvaten krijgen hoe deze gesprekken gevoerd kunnen worden.
Elke organisatie heeft een visie op ouderbetrokkenheid. Dit wordt per locatie afgestemd op de omgeving. Hierbij is aandacht voor de manier waarop informatie aan ouders wordt verstrekt en gezorgd wordt dat de boodschap overkomt.
7. Pedagogisch Beleidsmedewerker
Om de kwaliteit van de voorschoolse educatie te verbeteren, wordt een pedagogisch beleidsmedewerker VE ingezet voor 10 uur netto per jaar per doelgroeppeuter. In het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie is het takenpakket van de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie als volgt omschreven:
De pedagogisch beleidsmedewerkers in Stichtse Vecht leveren naast de wettelijke taken ook een bijdrage aan de activiteiten uit dit kwaliteitskader.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-501254.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.