DAEB-aanwijzingsbesluit voor de realisatie van het Warmtenet in Gorecht-Noord

 

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;

 

Gelet op:

Artikel 104, 106 lid 2 en 107 van het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie (VWEU);

 

Artikel 160, lid 1 onderdeel a van de Gemeentewet.

 

Besluit vast te stellen: DAEB-aanwijzingsbesluit voor de realisatie van het Warmtenet Gorecht-Noord

 

 

Artikel 1 Woordomschrijvingen

Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder:

  • A.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen;

 

  • B.

    Warmtebedrijf: WarmteCompagnie B.V., gevestigd te Midden-Groningen;

 

  • C.

    Warmtenet: Een systeem bestaande uit een opweklocatie, warmtecentrale en distributieleidingen voor de collectieve levering van warmte aan gebouwen;

 

  • D.

    NPG-gelden: subsidie beschikbaar gesteld vanuit het Nationaal Programma Groningen.

 

 

Artikel 2 Aanwijzing als DAEB

Het project 'Warmtenet Gorecht-Noord' wordt als DAEB aangewezen en omvat:

  • A.

    Het bouwen van een opweklocatie;

 

  • B.

    Het bouwen van een Warmtecentrale;

 

  • C.

    De aanleg van een distributienet;

 

  • D.

    Het aansluiten van 200 grondgebonden woningen en 1.000 appartementen op het distributienet en het volledig aardgasvrij maken daarvan.

 

Artikel 3 Uitvoering DAEB

  • 1.

    Warmtebedrijf wordt met dit besluit aangewezen als partij belast met de uitvoering van de DAEB voor het Warmtenet in Hoogezand;

 

  • 2.

    De uitvoering vindt plaats binnen het grondgebied van de gemeente in Hoogezand;

 

  • 3.

    Dit aanwijzingsbesluit en de eventueel aan het Warmtebedrijf toe te kennen compensatie voor de uitvoering van de DAEB in overeenstemming dienen te zijn met de voorwaarden genoemd in het besluit C (2011) 9380 van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, VWEU op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (hierna: de “DAEB groepsvrijstelling”) (Pb EU 2011 L 7/3), zodat de compensatie, voor zover die als staatssteun kwalificeert, niet op grond van artikel 108 lid 3 VWEU aan de Europese Commissie moet worden gemeld.

 

Artikel 4 Financiering en bijzondere rechten

  • 1.

    Dit besluit geeft Warmtebedrijf geen directe aanspraak op financiële ondersteuning;

 

  • 2.

    Onverminderd lid 1 van dit artikel, is het college voornemens de volgende maatregelen te nemen om de uitvoering mogelijk te maken:

  •  

    • A.

      Inzet van de resterende NPG-gelden ter grootte van € 3.450.000 miljoen;

  •  

    • B.

      Inzet van synergievoordeel bij het renovatieproject in de Troelstralaan en verhogen kruisingen ter waarde van € 1.091.702;

  •  

    • C.

      Verstrekking van een garantstelling ten behoeve van de financiering van het warmtenet tot een maximum van € 5.700.000.

  •  

    • D.

      Inzet van de Subsidieregeling warmtetransitie projecten (NPG) tot een bedrag van € 4.000.000.

 

  • 3.

    Warmtebedrijf kan slechts aanspraak maken op genoemde maatregelen indien deze daadwerkelijk door het college worden genomen;

 

  • 4.

    Geen bijzondere rechten worden toegekend aan Warmtebedrijf.

 

  • 5.

    De onder dit artikel opgenomen maatregelen worden geregistreerd en verantwoord binnen de DAEB-administratie van Warmtebedrijf.

 

Artikel 5 Parameters compensatie

 

Controle en herziening Compensatie vindt plaats volgens de DAEB-groepsvrijstelling, op basis van gemaakte kosten verminderd met inkomsten plus redelijke winst, overeenkomstig de voorwaarden daarin.

 

Artikel 6 Voorkoming en terugbetaling van te hoge vergoeding

 

  • 1.

    De gemeente controleert jaarlijks of de middelen uitsluitend zijn besteed aan de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2.

 

  • 2.

    De gemeente laat de financiële verantwoording ieder jaar in het eerste kwartaal na afloop van het boekjaar van WarmteCompagnie controleren.

 

  • 3.

    Het Warmtebedrijf overlegt jaarlijks:

    • A.

      Een financieel jaarverslag met een overzicht van inkomsten en uitgaven en een toelichting daarop;

  •  

    • B.

      Een jaarrekening, inclusief balans en toelichting;

  •  

    • C.

      Een overzicht van het aantal werkzame personen in dat jaar.

 

Artikel 7 Inwerkingtreding en duur

 

Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2025;

 

Dit besluit eindigt op 31 december 2030;

 

Dit besluit wordt aangehaald als "DAEB-aanwijzingsbesluit Warmtenet Gorecht-Noord".

 

 

 

 

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 14 oktober 2025

Burgemeester

Gemeentesecretaris

Toelichting

 

Warmtebedrijf

De gemeente Midden-Groningen en Waterbedrijf Groningen Duurzaam (WBGD) hebben in december 2024 het publieke Warmtebedrijf WarmteCompagnie opgericht. Dit warmtebedrijf heeft als doel om 1200 woningen in de wijk Gorecht-noord in Hoogezand aan te sluiten op een nieuw warmtenet, dat gebruikmaakt van restwarmte afkomstig van de kartonfabriek ESKA. Het project is bedoeld om deze woningen volledig van het aardgas af te halen en te voorzien van duurzame warmte. De gemeente bezit 80% van de aandelen in dit warmtebedrijf, terwijl WBGD de resterende 20% bezit.

 

Algemeen belang

Uit het rapport van Ecorys SEO Economisch Onderzoek (‘Regulering van de Nederlandse warmtevoorziening - Analysekader en beleidsadvies’, 2020) blijkt dat warmtenetten essentieel zijn voor de verduurzaming van de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. Volgens het Klimaatakkoord moeten vanaf 2025 jaarlijks 80.000 woningen aangesloten worden op warmtenetten om de CO₂-doelstellingen voor 2030 en 2050 te behalen. Ecorys en SEO benadrukken dat actieve sturing vanuit de overheid noodzakelijk is; zonder aanvullend beleid komt de gewenste groei niet op gang of leidt het tot onaanvaardbaar hoge energiekosten voor huishoudens en bedrijven.

 

Een recent rapport van CE Delft (‘Het effect van het stagneren van de groei van warmtenetten’) bevestigt het belang en de urgentie hiervan. De huidige stagnatie in de ontwikkeling van warmtenetaansluitingen bedreigt de energietransitie en zorgt bovendien voor extra belasting van het elektriciteitsnet. De studie van CE Delft toont aan dat de realisatie van warmtenetten een aanzienlijke maatschappelijke meerwaarde oplevert richting 2040 en dat het versnellen van de groei noodzakelijk is voor het bereiken van de klimaatdoelen.

 

Daarnaast zorgt de aanstaande Wet collectieve warmte (Wcw), waarin wordt voorgeschreven dat overheden een meerderheidsbelang (50% + 1 aandeel) in warmtenetten moeten verkrijgen, voor nieuwe uitdagingen. Marktpartijen geven aan dat zij hierdoor terughoudend worden om te investeren, met het gevolg dat noodzakelijke private investeringen mogelijk wegvallen. Dit versterkt nog eens extra de noodzaak voor actieve betrokkenheid en financiering vanuit de overheid om de uitrol van warmtenetten niet verder te laten vertragen en daarmee het behalen van de klimaatdoelstellingen veilig te stellen.

 

Zonder bijstand van de Gemeente, worden er op het grondgebied van de Gemeente op korte termijn geen warmtenetten aangelegd. Gelet hierop is de Gemeente tot de conclusie gekomen dat de aanleg van een warmtenet een dienst is van algemeen economisch belang. Deze conclusie wordt ondersteund door het feit dat diverse gemeenten die een bijdrage hebben ontvangen vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken de aanleg van het warmtenet hebben aangewezen als DAEB.

 

Bezwaar

Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag van bekendmaking een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij:

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen

Postbus 75

9600 AB Hoogezand

Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:

  • naam en adres van de indiener;

  •  

  • de dagtekening;

 

  • een omschrijving van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt;

     

  • de gronden van het bezwaar.

 

Voorlopige voorziening

Als er sprake is van spoedeisend belang, kan daarnaast een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland:

Rechtbank Noord-Nederland

Afdeling bestuursrecht, locatie Groningen

Postbus 150

9700 AD Groningen

 

Een verzoek om voorlopige voorziening kan alleen worden gedaan als ook bezwaar is gemaakt tegen het besluit.

 

Naar boven