Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Velsen

Gelet op artikel 78gg Participatiewet

 

overwegende, dat het college van burgemeester en wethouders (hierna het college):

• het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd en

• daartoe beleidsregels wenst vast te stellen;

 

besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn in het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.

  • 2.

    Lijstwerk: lijst met Burgerservicenummers en gemeentecodes als bedoeld in artikel 78gg, vijfde lid, van de wet.

  • 3.

    Vaste tegemoetkoming: bedrag, genoemd in artikel 15ba van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ dat geldt voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.

  • 4.

    Zelfmelder: huishouden waarvan de meestverdienende partner niet voorkomt op het lijstwerk en dat zichzelf meldt voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming over het kalenderjaar 2025, 2026 of 2027.

  • 5.

    Besteedbaar inkomen: netto-inkomen van het huishouden verhoogd met het recht op huurtoeslag en zorgtoeslag;

TOEGANG

 

Artikel 2 Ambtshalve toekenning

  • 1.

    Het college kent aan ieder huishouden waarvan de meestverdienende partner voorkomt op het voor het betreffende kalenderjaar ontvangen lijstwerk, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.

  • 2.

    Voorafgaand aan toekenning wordt het huishouden gevraagd een bankrekeningnummer door te geven wanneer van het huishouden:

    • a.

      geen betalingswijze bekend is bij het college;

    • b.

      wel een betalingswijze bekend is bij het college, maar in de voorgaande periode van twee jaar geen betalingen aan het huishouden zijn gedaan.

  • 3.

    Indien uit de bij het college bekende gegevens blijkt dat er sprake is van alleenverdienersproblematiek als bedoeld in artikel 78gg, eerste lid, van de wet, kent het college het huishouden de vaste tegemoetkoming voor het betreffende kalenderjaar ambtshalve toe.

Artikel 3 Aanvraag zelfmelder

  • 1.

    Een zelfmelder kan uiterlijk 31 december 2028 een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming over kalenderjaar 2025, 2026 en/of 2027 indienen bij het college.

  • 2.

    De vaste tegemoetkoming wordt toegekend over het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft indien:

    • a.

      de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van Velsen is;

    • b.

      het huishouden voor het betreffende kalenderjaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen;

    • c.

      is voldaan aan de inkomenseis; en

    • d.

      is voldaan aan de vermogenseis.

  • 3.

    Het huishouden voldoet aan de inkomenseis wanneer het besteedbaar inkomen in het huishouden lager is dan het besteedbaar inkomen van een huishouden in gelijke omstandigheden met uitsluitend een netto-inkomen uit algemene bijstand.

  • 4.

    Bij de beoordeling van de inkomenseis wordt het netto-inkomen over het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, als volgt vastgesteld:

    • a.

      als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd;

    • b.

      als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar nog niet bekend is en sprake is van een gelijkblijvend inkomen in het kalenderjaar, dan wordt het inkomen in de meest recente maand in dat kalenderjaar gebruikt om een geschat jaarinkomen te berekenen;

    • c.

      als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar nog niet bekend is en sprake is van een variabel inkomen, dan wordt het gemiddelde inkomen in de laatste drie maanden van het kalenderjaar gebruikt om een geschat jaarinkomen te berekenen.

  • 5.

    Wanneer het netto-inkomen over het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, lager is dan de bijstandsnorm die zou gelden voor een huishouden in gelijke omstandigheden, wordt vermoed dat het netto-inkomen van het huishouden gelijk is geweest aan de bijstandsnorm die zou gelden voor een huishouden in gelijke omstandigheden.

  • 6.

    Bij de beoordeling van de inkomenseis wordt het besteedbaar inkomen over het kalenderjaar waarop de aanvraag ziet, berekend door het netto- inkomen, bedoeld in het vierde of vijfde lid te verhogen met de huurtoeslag en zorgtoeslag waarop het huishouden recht zou hebben.

  • 7.

    Het huishouden voldoet aan de vermogenseis wanneer het gezamenlijke vermogen in het huishouden op 1 januari van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd, niet meer bedraagt dan het op dat moment geldende gezamenlijke bedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag.

  • 8.

    Indien er sprake is van alleenverdienersproblematiek als bedoeld in artikel 78gg, eerste lid, van de wet, kent het college het huishouden de vaste tegemoetkoming voor het betreffende kalenderjaar toe.

TOEKENNING EN VERSTREKKING

 

Artikel 4 Toekenning

Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag.

Artikel 5 Verstrekking

  • 1.

    Het college betaalt de vaste tegemoetkoming in één keer uit.

  • 2.

    Een tegemoetkoming wordt per kalenderjaar toegekend en uitbetaald door één college aan het betreffende huishouden. De verstrekking voor betreffende kalenderjaar loopt door als het huishouden uit de gemeente verhuist.

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 6 Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking daags na publicatie en werken terug tot en met 1 januari 2025.

  • 2.

    Deze beleidsregels gelden tot en met 31 december 2028.

  • 3.

    De beleidsregels blijven van kracht op aanvragen van zelfmelders en bezwaren die op of na 31 december 2028 nog in behandeling zijn.

Artikel 7 Titel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Velsen

 

Aldus vastgesteld op 4 november 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

namens deze:

Toelichting

 

Algemene toelichting

Door een ongewenste samenloop van sociale zekerheid en fiscale regelgeving, hebben sommige gezinnen een te laag besteedbaar inkomen. Dit speelt vooral bij gezinnen waarvan een partner een loondervings- of arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, doorgaans via het UWV. De andere partner heeft geen of weinig inkomsten.

Het besteedbare inkomen kan dan lager zijn dan bij een gezin dat alleen netto-inkomen heeft uit bijstand. Dit probleem is veroorzaakt door de afbouw van overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting (AHK) die in 2009 is ingezet, en wordt aangeduid als de alleenverdienersproblematiek.

Over de jaren 2022, 2023 en 2024 is een tussentijdse tijdelijke oplossing voor de alleenverdienersproblematiek geboden via (onbelaste) bijzondere bijstand. De uitgangspunten voor de verstrekking van deze bijzondere bijstand zijn vastgelegd in het besluit “Verstrekken vaste tegemoetkoming voor inwoners die vallen onder de alleenverdienersproblematiek”.

Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 heeft de rijksoverheid een nieuwe wettelijke regeling ingevoerd. Op basis van artikel 78gg van de Participatiewet kan over deze jaren een tegemoetkoming worden toegekend aan alleenverdieners. De tegemoetkoming kent een vast bedrag. Deze beleidsregels zijn een uitwerking van het bovenstaande wetsartikel.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1: Begripsbepalingen

Dit artikel geeft een definitie voor de begrippen, zoals besteedbaar inkomen, huishouden en vaste tegemoetkoming.

Artikel 2: Ambtshalve toekenning

De tegemoetkoming wordt ambtshalve toegekend aan huishoudens waarvan de meestverdienende partner voorkomt op het lijstwerk dat wordt ontvangen van het Inlichtingenbureau.

Wanneer er in de uitkeringsadministratie een rekeningnummer bekend is, kan de tegemoetkoming direct worden uitbetaald.

Is er in de uitkeringsadministratie geen rekeningnummer voor het huishouden bekend, dan moet dat rekeningnummer eerst worden opgevraagd. Het huishouden wordt in dat geval uitgenodigd het rekeningnummer door te geven waarop men de tegemoetkoming wenst te ontvangen.

Wanneer er voor het huishouden wel een rekeningnummer in de uitkeringsadministratie bekend is, maar daarop langer dan twee jaar geleden voor het laatst betalingen zijn gedaan, wordt het huishouden uit zorgvuldigheid ook eerst bevraagd over het rekeningnummer waarop men de tegemoetkoming wenst te ontvangen.

Als vermoedt wordt dat een huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming, bijvoorbeeld naar aanleiding van een analyse over de uitkeringsadministratie, dan hoeft het huishouden geen aanvraag te doen. Het college kent de tegemoetkoming ambtshalve toe aan het huishouden.

Artikel 3: Aanvraag zelfmelder

 

Eerste lid

De huidige planning van het rijk is dat er vanaf 2028 een oplossing voor de alleenverdienersproblematiek wordt geboden via de Belastingdienst. De tegemoetkoming op grond van artikel 78gg van de Participatiewet betreft alleen de periode van 2025 t/m 2027. Om voldoende tijd te geven om de tegemoetkoming aan te vragen, is bepaald dat een aanvraag in 2028 nog gedurende het jaar kan worden ingediend. Verdere beperkingen gelden er niet. Een in 2028 ingediende aanvraag voor een tegemoetkoming kan dus naast 2027 ook betrekking hebben op kalenderjaar 2025 of 2026.

Tweede lid

Hier zijn de eisen benoemd waaraan een huishouden dat als zelfmelder een aanvraag doet voor een tegemoetkoming, dient te voldoen. De aanvraag wordt gericht tot het college waar de meestverdienende partner zijn woonplaats heeft. Omdat er sprake kan zijn van verhuizing in de loop van het jaar, is in onderdeel b bepaald dat wordt beoordeeld of er reeds een tegemoetkoming over dat kalenderjaar van een andere gemeente is ontvangen.

In sub d is de vermogensgrens van de zorgtoeslag vanwege rechtsgelijkheid opgenomen als een van de criteria bij de beoordeling of het huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.

Derde tot en met zesde lid

Kenmerkend voor de alleenverdienersproblematiek, is dat het huishouden een lager besteedbaar inkomen heeft dan een gezin dat alleen inkomsten heeft uit algemene bijstand en daarnaast huurtoeslag (indien van toepassing) en zorgtoeslag ontvangt.

Is het netto-inkomen hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm, dan moet de omvang van het inkomen op jaarbasis worden vastgesteld. Dat gebeurt op basis van het vierde lid.

In sommige gevallen is het netto-inkomen van het huishouden lager dan de bijstandsnorm die voor hen zou gelden. In dat geval moet er alsnog algemene bijstand worden aangevraagd. Het gemis aan netto-inkomen wordt niet gecompenseerd met de tegemoetkoming. Daarom wordt er altijd uitgegaan van een netto-inkomen dat minimaal gelijk is aan de bijstandsnorm (vijfde lid).

In het zesde lid is bepaald hoe het besteedbaar inkomen van het huishouden wordt vastgesteld. Hierbij is het nodig om vast te stellen op welk bedrag aan huur- en zorgtoeslag het huishouden recht zou kunnen hebben. Het netto-inkomen wordt hierbij zo nodig omgerekend naar een bruto-inkomen. Er wordt dus niet gerekend met het feitelijke bedrag dat het huishouden aan huur- en zorgtoeslag ontvangt, aangezien dat mede afhankelijk is van een juiste opgave van het inkomen bij de Belastingdienst Toeslagen. Er is voldaan aan de inkomenseis wanneer het totaal van het netto-inkomen en het recht op toeslagen tezamen, lager is dan het netto-inkomen en bijbehorend recht op toeslagen van een overeenkomstig gezin in de bijstand.

Zevende lid

In dit lid is de vermogenseis verder uitgewerkt. Omdat er bij de alleenverdienersproblematiek sprake is van een gemis aan huurtoeslag of zorgtoeslag, moeten de daarbij geldende vermogensgrenzen worden gehanteerd. Omdat de vermogensgrens bij de zorgtoeslag hoger is dan de vermogensgrens voor huurtoeslag, wordt de vermogensgrens van de zorgtoeslag gehanteerd. Een gezin met een vermogen hoger dan de grens die geldt voor het ontvangen van huurtoeslag, kan immers nog steeds zorgtoeslag mislopen (en dus: last hebben van de alleenverdienersproblematiek) zonder dat de daarbij geldende vermogensgrens wordt overschreden.

Artikel 4: Toekenning

De toekenning van de vaste tegemoetkoming is eenmaal per kalenderjaar voor het hele bedrag.

Artikel 5: Verstrekking

Indien het huishouden gedurende het kalenderjaar verhuist naar een andere gemeente, blijft het college dat de tegemoetkoming heeft toegekend verantwoordelijk voor de verstrekking gedurende dat kalenderjaar. Er kan per kalenderjaar slechts één college zijn dat de tegemoetkoming toekent en uitbetaalt.

 

 

 

Naar boven