Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026

De raad van de gemeente Noordoostpolder,

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025, no. 25.0001618;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

B E S L U I T:

 

vast te stellen de

 

Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen in Noordoostpolder;

  • b.

    particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • c.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt gebo-den tot het doen begraven van lijken;

  • d.

    particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • e.

    algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

  • f.

    particulier urnennis: een nis, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • g.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • h.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • i.

    verstrooiingsveld: een terrein op de begraafplaats, bestemd voor het verstrooien van as.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag danwel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Wijze van heffing

De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Overgangsrecht

De "Verordening lijkbezorgingsrechten 2025" van 11 november 2024, no. 24.0001253, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening lijkbezorgingsrechten 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2025.

De griffier,

de voorzitter,

BIJLAGE Tarieventabel behorende bij de "Verordening lijkbezorgingsrechten 2026"

 

Hoofdstuk 1. Verlenen van rechten

1.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf wordt geheven voor :

 

 

1.1.1

een grafruimte enkel diep voor een periode van 10 jaar

446,00

1.1.2

een grafruimte enkel diep voor een periode van 20 jaar

895,00

1.1.3

een grafruimte enkel diep voor een periode van 40 jaar

1.795,00

1.1.4

een grafruimte twee diep voor een periode van 10 jaar

895,00

1.1.5

een grafruimte twee diep voor een periode van 20 jaar

1.795,00

1.1.6

een grafruimte twee diep voor een periode van 40 jaar

3.595,00

1.1.7

kindergraven voor een periode van 10 jaar

221,00

1.1.8

kindergraven voor een periode van 20 jaar

446,00

1.1.9

kindergraven voor een periode van 40 jaar

895,00

1.2

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een nis in een urnen -graf, -muur, -tuin of -veld wordt geheven:

 

 

1.2.1

voor een periode van 5 jaar voor een ruimte waarin asbussen kunnen worden bijgezet

109,00

1.2.2

voor een periode van 10 jaar voor een ruimte waarin asbussen kunnen worden bijgezet

221,00

1.2.3

voor een periode van 20 jaar voor een ruimte waarin asbussen kunnen worden bijgezet

446,00

1.2.4

voor een periode van 40 jaar voor een ruimte waarin asbussen kunnen worden bijgezet

895,00

1.3

Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld in 1.1 wordt een recht geheven:

 

 

1.3.1

voor een grafruimte enkel diep voor een periode van 5 jaar

221,00

1.3.2

voor een grafruimte enkel diep voor een periode van 10 jaar

446,00

1.3.3

voor een grafruimte enkel diep voor een periode van 20 jaar

895,00

1.3.4

voor een grafruimte twee diep voor een periode van 5 jaar

446,00

1.3.5

voor een grafruimte twee diep voor een periode van 10 jaar

895,00

1.3.6

voor een grafruimte twee diep voor een periode van 20 jaar

1.795,00

1.3.7

kindergraven voor een periode van 5 jaar

109,00

1.3.8

kindergraven voor een periode van 10 jaar

221,00

1.3.9

kindergraven voor een periode van 20 jaar

446,00

1.4

Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld in 1.2 wordt een recht geheven:

 

1.4.1

voor een periode van 5 jaar voor een ruimte waarin asbussen kunnen worden bijgezet

109,00

1.4.2

voor een periode van 10 jaar voor een ruimte waarin asbussen kunnen worden bijgezet

221,00

1.4.3

voor een periode van 20 jaar voor een ruimte waarin asbussen kunnen worden bijgezet

446,00

 

Hoofdstuk 2. Begraven

2.1

Voor het begraven in een grafruimte, daarbij inbegrepen het plaatsen dan wel verwijderen van een monument op één van de begraafplaatsen, wordt geheven:

 

 

2.1.1

voor een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder

2.062,00

2.1.2

voor een lijk van een kind van één tot twaalf jaar

1.030,00

2.1.3

voor een lijk van een kind beneden het jaar

513,00

2.1.4

voor een levenloos geboren baby (waarbij de zwangerschap korter is dan 24 weken) en/of een het paatsen van een gedenkplaatje op een daartoe aangewezen plaats

387,00

 

Hoofdstuk 3. Bijzetten van asbussen en urnen

3.1

Voor het bijzetten van een asbus of urn wordt geheven:

 

 

3.1.1

in een urnennis in een urnen –graf, -muur, -tuin of –veld zonder de aanwezigheid van familie

109,00

3.1.2

in een urnennis in een urnen –graf, -muur, -tuin of –veld in aanwezigheid van familie

221,00

 

Hoofdstuk 4. Asverstrooiing

4.1

Voor het verstrooien van een gecremeerd lijk op het asverstrooiingsveld wordt geheven:

 

 

4.1.1

voor het verstrooien van as zonder de aanwezigheid van familie

109,00

4.1.2

voor het verstrooien van as in aanwezigheid van familie

221,00

 

Hoofdstuk 5. Grafkelders

5.1

Vervallen

 

 

 

 

Hoofdstuk 6. Grafbedekking

6.1

Vervallen

 

 

 

 

Hoofdstuk 7. Inschrijven en overboeken van huur graven en urnennissen

7.1

Voor het inschrijven en overboeken van particuliere graven en nissen in het begraafregister wordt geheven

34,00

 

Hoofdstuk 8. Opgraven, ruimen

8.1

Voor het opgraven van een lijk wordt geheven:

 

 

8.1.1

voor een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder

2.062,00

8.1.2

voor een lijk van een kind van één tot twaalf jaar

1030,00

8.1.3

voor een lijk van een kind beneden het jaar

513,00

8.1.4

voor het schudden van een graf

387,00

8.2

voor het opgraven of verwijderen van een asbus of urn uit een urnen –graf, -muur, -tuin, -veld wordt geheven:

 €

225,00

8.3

Voor het ruimen van een graf op verzoek van de belanghebbende wordt geheven:

 

 

8.3.1

voor een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder

2.062,00

8.3.2

voor een lijk van een kind van één tot twaalf jaar

1.030,00

8.3.3

voor een lijk van een kind beneden het jaar

513,00

8.4

Voor het ruimen van een asbus of urn op verzoek van de belanghebbende wordt geheven

225,00

 

Behorende bij raadsbesluit van 10 november 2025.

 

De griffier,

Naar boven